Elohim Bijbel

Hebreeën 1

12345678910111213

Elohim spreekt in een Zoon, die beter is dan de engelen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Elohim heeft in een Zoon gesproken

1Op veel manieren en in veel vormen heeft Elohim vroeger tot de vaders gesproken door de profeten.
Πολυμερῶς
(Polymeros)
Op veel manieren
καὶ
(kai)
en
πολυτρόπως
(polytropos)
in veel vormen
πάλαι
(palai)
vroeger
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
λαλήσας
(lalesas)
gesproken hebbend
τοῖς
(tois)
tot de
πατράσιν
(patrasin)
vaders
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
προφήταις
(prophetais)
profeten
Bron: SBLGNT
Uitleg

De brief begint zonder afzender en zonder begroeting; hij opent meteen met Elohim die spreekt. πολυμερῶς (polymeros), ‘op veel manieren’, letterlijk ‘in veel delen’, en πολυτρόπως (polytropos), ‘in veel vormen’: Elohim sprak in stukken en op verschillende wijzen. λαλέω (laleo), ‘spreken’.

‘De vaders’ zijn de voorouders van Israël; ‘de profeten’ zijn de sprekers door wie Elohim sprak. ἐν (en) staat bij ‘de profeten’ en in vers 2 bij ‘een Zoon’; wij vertalen het eerst met ‘door’ en dan met ‘in’.

Zie ookHeb 1:2
2In het laatste van deze dagen heeft Hij tot ons gesproken in een Zoon. Hem heeft Hij gesteld tot erfgenaam van alles, en door Hem heeft Hij ook de eeuwen gemaakt.
ἐπ’
(ep’)
in
ἐσχάτου
(eschatou)
het laatste
τῶν
(ton)
van de
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
τούτων
(touton)
deze
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak Hij
ἡμῖν
(hemin)
tot ons
ἐν
(en)
in
υἱῷ
(huio)
een Zoon
ὃν
(hon)
die
ἔθηκεν
(etheken)
Hij stelde
κληρονόμον
(kleronomon)
tot erfgenaam
πάντων
(panton)
van alles
δι’
(di’)
door
οὗ
(hou)
Wie
καὶ
(kai)
ook
ἐποίησεν
(epoiesen)
Hij maakte
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπ᾽ ἐσχάτου τῶν ἡμερῶν τούτων (ep eschatou ton hemeron touton), ‘in het laatste van deze dagen’: de tijd waarin de schrijver en zijn lezers leven. ἐν υἱῷ (en huio), ‘in een Zoon’: het Grieks heeft geen lidwoord; het gaat om wie Hij is, niet alleen om een zoon als persoon. κληρονόμος (kleronomos), ‘erfgenaam’. αἰών (aion), ‘eeuw, tijdperk’: de meervoudsvorm ‘de eeuwen’ kan ook ‘de werelden’ betekenen, alles wat in de tijd bestaat.

Zie ook Joh. 1:3; Kol. 1:16.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘Hij ook de eeuwen gemaakt heeft’ (ἐποίησεν τοὺς αἰῶνας) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

3Hij is de afstraling van de heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen. Hij draagt alles door het woord van Zijn kracht. Nadat Hij door Zichzelf de reiniging van de zonden had bewerkt, ging Hij zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogte.
ὃς
(hos)
Hij die
ὢν
(on)
is
ἀπαύγασμα
(apaugasma)
afstraling
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
χαρακτὴρ
(charakter)
afdruk
τῆς
(tes)
van het
ὑποστάσεως
(hypostaseos)
wezen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
φέρων
(pheron)
dragend
τε
(te)
en
τὰ
(ta)
de
πάντα
(panta)
alles
τῷ
(to)
door het
ῥήματι
(rhemati)
woord
τῆς
(tes)
van de
δυνάμεως
(dynameos)
kracht
δι’
(di’)
door
αὑτοῦ
(hautou)
Zichzelf
καθαρισμὸν
(katharismon)
reiniging
τῶν
(ton)
van de
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
ποιησάμενος
(poiesamenos)
bewerkt hebbend
ἐκάθισεν
(ekathisen)
ging zitten
ἐν
(en)
aan
δεξιᾷ
(dexia)
rechterhand
τῆς
(tes)
van de
μεγαλωσύνης
(megalosynes)
Majesteit
ἐν
(en)
in
ὑψηλοῖς
(hypselois)
hoogte
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπαύγασμα (apaugasma), ‘afstraling’: het licht dat van een bron uitgaat; het woord kan ook ‘weerschijn’ zijn. χαρακτήρ (charakter), ‘afdruk’: het merk van een stempel of zegel. ὑπόστασις (hypostasis), ‘wezen’: wat iets werkelijk is; het woord komt ook voor in 3:14 (‘grondslag’) en 11:1.

Het Grieks heeft ‘Zijn’ (αὐτοῦ) alleen achter ‘wezen’; het kan ook bij ‘heerlijkheid’ horen.

‘Het woord van Zijn kracht’: bij ‘kracht’ staat in het Grieks geen bezittelijk voornaamwoord; wij vullen ‘Zijn’ aan. φέρω (fero), ‘dragen’. καθαρισμός (katharismos), ‘reiniging’.

‘Aan de rechterhand van de Majesteit’ (μεγαλωσύνη, megalosyne): de plaats van eer en gezag, zoals in Ps. 110:1.

‘In de hoogte’ (ἐν ὑψηλοῖς, en hypselois): letterlijk ‘in de hoge plaatsen’, een omschrijving voor de hemel.

Zie ook Ps. 110:1; Kol. 1:15.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘door Zichzelf’ (δι᾽ αὑτοῦ) en bij ‘de zonden bewerkt hebbend’ (τῶν ἁμαρτιῶν ποιησάμενος).

Wij volgen de SBLGNT.

De Zoon, beter dan de engelen

4Hij is zoveel beter geworden dan de engelen, als de naam die Hij geërfd heeft voortreffelijker is dan de hunne.
τοσούτῳ
(tosouto)
zoveel
κρείττων
(kreitton)
beter
γενόμενος
(genomenos)
geworden
τῶν
(ton)
dan de
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
ὅσῳ
(hoso)
als
διαφορώτερον
(diaphoroteron)
voortreffelijker
παρ’
(par’)
dan
αὐτοὺς
(autous)
zij
κεκληρονόμηκεν
(kekleronomeken)
Hij heeft geërfd
ὄνομα
(onoma)
naam
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρείττων (kreitton), ‘beter’: dit woord keert in de brief steeds terug (bijvoorbeeld 7:7, 7:19, 7:22). κεκληρονόμηκεν (kekleronomeken), ‘Hij heeft geërfd’: een voltooide tijd; de naam is Zijn bezit gebleven.

Het Grieks zegt niet welke naam bedoeld is; vers 5 noemt de titel ‘Zoon’.

Zie ookHeb 1:5

De Schrift over de Zoon en de engelen

5Want tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: „Mijn Zoon ben jij, Ik heb jou vandaag verwekt”? En weer: „Ik zal voor Hem een Vader zijn, en Hij zal voor Mij een Zoon zijn”?
Τίνι
(Tini)
aan wie
γὰρ
(gar)
want
εἶπέν
(eipen)
zei Hij
ποτε
(pote)
ooit
τῶν
(ton)
van de
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
Υἱός
(Huios)
Zoon
μου
(mou)
Mijn
εἶ
(ei)
ben
σύ
(sy)
jij
ἐγὼ
(ego)
Ik
σήμερον
(semeron)
vandaag
γεγέννηκά
(gegenneka)
heb verwekt
σε
(se)
jou
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
weer
Ἐγὼ
(Ego)
Ik
ἔσομαι
(esomai)
zal zijn
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
εἰς
(eis)
tot
πατέρα
(patera)
Vader
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hij
ἔσται
(estai)
zal zijn
μοι
(moi)
voor Mij
εἰς
(eis)
tot
υἱόν
(huion)
Zoon
Bron: SBLGNT
Uitleg

De eerste aanhaling is Ps. 2:7: ‘Mijn zoon ben jij.

Ik heb jou vandaag verwekt.’

De tweede is 2 Sam. 7:14: ‘Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn.’

Ons Hebreeuws heeft in 2 Sam. 7:14 hetzelfde en gaat verder met ‘Wanneer hij verkeerd handelt…’; Hebreeën laat dat deel weg. γεννάω (gennao), ‘verwekken’. ἄγγελος (angelos), ‘engel’: ook ‘bode, boodschapper’.

Beide aanhalingen zijn woorden van Elohim in de eerste persoon; wij zetten ze rood.

Zie ook Ps. 2:7; 2 Sam. 7:14; Hand. 13:33.

6Maar wanneer Hij de eerstgeborene weer in de bewoonde wereld brengt, zegt Hij: „En laten alle engelen van Elohim zich voor Hem neerbuigen.”
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
πάλιν
(palin)
weer
εἰσαγάγῃ
(eisagage)
Hij binnenbrengt
τὸν
(ton)
de
πρωτότοκον
(prototokon)
eerstgeborene
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
οἰκουμένην
(oikoumenen)
bewoonde wereld
λέγει
(legei)
zegt Hij
Καὶ
(Kai)
en
προσκυνησάτωσαν
(proskynesatosan)
laten zich neerbuigen
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
πάντες
(pantes)
alle
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρωτότοκος (prototokos), ‘eerstgeborene’: de eerste in rang en in tijd, zoals in Ps. 89:28 en Kol. 1:15. πάλιν (palin), ‘weer’: het kan bij ‘brengt’ horen (‘opnieuw in de wereld brengt’) of bij ‘zegt’ (‘verder zegt Hij’, zoals in vers 5); wij houden het bij ‘brengt’. οἰκουμένη (oikoumene), ‘de bewoonde wereld’: zoals in Luc. 2:1. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’.

De woorden staan zwart: Hebreeën zegt dat Elohim ze spreekt, maar ze spreken over Hem in de derde persoon.

Ons Hebreeuws van Deut. 32:43 heeft deze regel niet; Ps. 97:7 heeft ‘Buig je neer voor Hem, alle goden’ (Hebr.

אֱלֹהִים, elohim).

Hebreeën heeft ‘engelen van Elohim’.

Zie ook Deut. 32:43; Ps. 97:7.

7En over de engelen zegt Hij wel: „Hij die Zijn engelen tot geesten maakt, en Zijn dienaren tot een vlam van vuur.”
καὶ
(kai)
en
πρὸς
(pros)
over
μὲν
(men)
wel
τοὺς
(tous)
de
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
λέγει
(legei)
zegt Hij
Ὁ
(Ho)
Hij die
ποιῶν
(poion)
maakt
τοὺς
(tous)
de
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πνεύματα
(pneumata)
tot geesten
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
λειτουργοὺς
(leitourgous)
dienaren
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πυρὸς
(pyros)
van vuur
φλόγα
(phloga)
vlam
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρός (pros) met de vierde naamval kan ‘tegen’ of ‘met het oog op’ betekenen; omdat de woorden over de engelen gaan, vertalen wij ‘over’, en in vers 8, waar de Zoon wordt aangesproken, ‘tegen’.

Aanhaling van Ps. 104:4.

Ons Hebreeuws heeft: ‘U maakt winden tot Uw boodschappers, laaiend vuur tot Uw dienaren’; het Hebreeuws laat ook de lezing ‘U maakt Uw engelen tot winden’ toe.

Hebreeën heeft ‘Hij die Zijn engelen tot geesten maakt’. πνεῦμα (pneuma) is ‘wind’ en ‘geest’. λειτουργός (leitourgos), ‘dienaar’: zoals in Rom. 13:6.

Zie ook Ps. 104:4.

8Maar tegen de Zoon: „Uw troon, Elohim, is voor eeuwig en altijd, en de scepter van de rechtheid is de scepter van Uw koninkrijk.
πρὸς
(pros)
tegen
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
de
υἱόν
(huion)
Zoon
Ὁ
(Ho)
de
θρόνος
(thronos)
troon
σου
(sou)
Uw
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εἰς
(eis)
voor
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuw
τοῦ
(tou)
van de
αἰῶνος
(aionos)
eeuw
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ῥάβδος
(rhabdos)
scepter
τῆς
(tes)
van de
εὐθύτητος
(euthytetos)
rechtheid
ῥάβδος
(rhabdos)
scepter
τῆς
(tes)
van het
βασιλείας
(basileias)
koninkrijk
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 45:7–8 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 45:6–7).

Ons Hebreeuws heeft: ‘Uw troon, Elohim, blijft voor eeuwig en altijd.

De scepter van uw koningschap is een scepter van rechtheid.’

De Griekse tekst zet de delen van de tweede zin in andere volgorde. ὁ θεός (ho theos) kan een aanspreking zijn (‘Uw troon, Elohim’), maar het Grieks laat ook ‘Elohim is Uw troon’ toe; wij vertalen als aanspreking, zoals het Hebreeuws.

De woorden worden hier tot de Zoon gericht en gaan over Hem, niet over Elohim in de eerste persoon; daarom staan ze zwart. ῥάβδος (rabdos), ‘scepter’, εὐθύτης (euthytes), ‘rechtheid’.

Zie ook Ps. 45:7–8.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ‘en de scepter van de rechtheid’ (καὶ ἡ ῥάβδος τῆς εὐθύτητος) en bij ‘Uw’ (σου).

Wij volgen de SBLGNT.

9U hebt gerechtigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat. Daarom heeft Elohim, Uw Elohim, U gezalfd met olie van jubel boven Uw metgezellen.”
ἠγάπησας
(egapesas)
U hebt liefgehad
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
ἐμίσησας
(emisesas)
U hebt gehaat
ἀνομίαν
(anomian)
wetteloosheid
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
ἔχρισέν
(echrisen)
heeft gezalfd
σε
(se)
U
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
σου
(sou)
Uw
ἔλαιον
(elaion)
olie
ἀγαλλιάσεως
(agalliaseos)
van jubel
παρὰ
(para)
boven
τοὺς
(tous)
de
μετόχους
(metochous)
metgezellen
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: leven zonder de wet van Elohim; het Hebreeuws van Ps. 45:8 heeft ‘goddeloosheid’. ἀγαλλίασις (agalliasis), ‘jubel’: uitbundige vreugde; ons Hebreeuws heeft ‘olie van vreugde’. χρίω (chrio), ‘zalven’: hetzelfde grondwoord als Χριστός, ‘Messias, gezalfde’. μέτοχος (metochos), ‘metgezel, deelgenoot’: het woord komt ook voor in 3:1, 3:14 en 6:4, waar wij ‘deelhebbers’ vertalen; hier volgen wij ‘metgezellen’ van Ps. 45:8.

Zie ook Ps. 45:8.

Zie ookPs 45:8
10En: „U, Heer, hebt in het begin de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn werken van Uw handen.
καί
(kai)
en
Σὺ
(Sy)
U
κατ’
(kat’)
in
ἀρχάς
(archas)
begin
κύριε
(kyrie)
Heer
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
ἐθεμελίωσας
(ethemeliosas)
hebt gegrondvest
καὶ
(kai)
en
ἔργα
(erga)
werken
τῶν
(ton)
van de
χειρῶν
(cheiron)
handen
σού
(sou)
Uw
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
de
οὐρανοί
(ouranoi)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 102:26–28 (Hebreeuwse telling; in Nederlandse bijbels Ps. 102:25–27).

In de psalm wordt Yahweh aangesproken.

Het woord κύριε (kyrie), ‘Heer’, staat niet in ons Hebreeuws van dit vers; Hebreeën past de woorden toe op de Zoon. θεμελιόω (themelioo), ‘de grondslag leggen, grondvesten’. κατ᾽ ἀρχάς (kat archas), ‘in het begin’.

Zie ook Ps. 102:26–28; Joh. 1:1–3.

11Zij zullen vergaan, maar U blijft. Zij allen zullen verslijten als een kleed,
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἀπολοῦνται
(apolountai)
zullen vergaan
σὺ
(sy)
U
δὲ
(de)
maar
διαμένεις
(diameneis)
blijft
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
ὡς
(hos)
als
ἱμάτιον
(himation)
kleed
παλαιωθήσονται
(palaiothesontai)
zullen verslijten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόλλυμι (apollymi), ‘vergaan’; διαμένω (diameno), ‘blijven, standhouden’; παλαιόω (palaioo), ‘oud worden, verslijten’.

Het ‘zij’ zijn de aarde en de hemelen van vers 10.

Zie ookHeb 1:10
12en als een mantel zult U hen oprollen, als een kleed, en zij zullen veranderd worden. Maar U bent dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.”
καὶ
(kai)
en
ὡσεὶ
(hosei)
als
περιβόλαιον
(peribolaion)
mantel
ἑλίξεις
(helixeis)
zult U oprollen
αὐτούς
(autous)
hen
ὡς
(hos)
als
ἱμάτιον
(himation)
kleed
καὶ
(kai)
en
ἀλλαγήσονται
(allagesontai)
zullen veranderd worden
σὺ
(sy)
U
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
αὐτὸς
(autos)
dezelfde
εἶ
(ei)
bent
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ἔτη
(ete)
jaren
σου
(sou)
Uw
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκλείψουσιν
(ekleipsousin)
zullen ophouden
Bron: SBLGNT
Uitleg

περιβόλαιον (peribolaion), ‘mantel’: een omslagkleed. ἑλίσσω (helisso), ‘oprollen’. ἀλλάσσω (allasso), ‘veranderen’; ons Hebreeuws heeft ‘verwisselen’.

‘Uw jaren zullen niet ophouden’ (οὐκ ἐκλείψουσιν, ouk ekleipsousin): zij lopen niet af.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Maar U bent dezelfde, en Uw jaren nemen geen einde.’

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘als een kleed’ (ὡς ἱμάτιον) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13Maar tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: „Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten”?
πρὸς
(pros)
tot
τίνα
(tina)
wie
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
van de
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
εἴρηκέν
(eireken)
heeft gezegd
ποτε
(pote)
ooit
Κάθου
(Kathou)
zit
ἐκ
(ek)
aan
δεξιῶν
(dexion)
rechterhand
μου
(mou)
Mijn
ἕως
(heos)
totdat
ἂν
(an)
ooit
θῶ
(tho)
Ik zet
τοὺς
(tous)
de
ἐχθρούς
(echthrous)
vijanden
σου
(sou)
je
ὑποπόδιον
(hypopodion)
tot voetbank
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 110:1.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Uitspraak van Yahweh tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik je vijanden zet als voetbank voor je voeten.’

Hebreeën laat de inleiding weg en geeft het als woorden van Elohim tot de Zoon; wij zetten ze rood. ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’.

Zie ook Ps. 110:1; Matt. 22:44; Hand. 2:34–35.

14Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden tot dienst vanwege hen die redding zullen erven?
οὐχὶ
(ouchi)
niet
πάντες
(pantes)
allen
εἰσὶν
(eisin)
zijn zij
λειτουργικὰ
(leitourgika)
dienende
πνεύματα
(pneumata)
geesten
εἰς
(eis)
tot
διακονίαν
(diakonian)
dienst
ἀποστελλόμενα
(apostellomena)
uitgezonden
διὰ
(dia)
vanwege
τοὺς
(tous)
hen die
μέλλοντας
(mellontas)
op het punt staan
κληρονομεῖν
(kleronomein)
te erven
σωτηρίαν
(soterian)
redding
Bron: SBLGNT
Uitleg

λειτουργικός (leitourgikos), ‘dienend’: zij zijn in dienst, zoals de ‘dienaren’ van vers 7. ἀποστέλλω (apostello), ‘uitzenden’. διακονία (diakonia), ‘dienst’.

‘Redding erven’ (κληρονομεῖν σωτηρίαν): de redding is een erfenis; zie ook 1:2 en 1:4.

De vraag verwacht het antwoord ‘ja’.

Zie ook Ps. 91:11.