Elohim Bijbel

2 Timotheüs 1

1234

Dankzegging voor Timoteüs, oproep om de genadegave aan te wakkeren en het toevertrouwde goed te bewaren

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aanhef

1Paulus, apostel van de Messias Yeshua door de wil van Elohim, volgens de belofte van het leven dat in de Messias Yeshua is,
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
διὰ
(dia)
door
θελήματος
(thelematos)
wil
θεοῦ
(theou)
van Elohim
κατ’
(kat’)
volgens
ἐπαγγελίαν
(epangelian)
belofte
ζωῆς
(zoes)
van leven
τῆς
(tes)
dat
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐπαγγελία ζωῆς (epangelia zoes), ‘belofte van het leven’: de belofte gaat over het leven dat in de Messias Yeshua is.

De brief noemt Paulus alleen met zijn naam; in de brieven heet hij altijd Paulus.

Lezing

In de SBLGNT is bij de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (Christou Iesou), ‘van de Messias Yeshua’, een variant gemarkeerd; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 16:1; 1 Kor. 4:17; Fil. 2:19–22.

2aan Timoteüs, geliefd kind: genade, barmhartigheid en vrede van Elohim, de Vader, en van de Messias Yeshua, onze Heer.
Τιμοθέῳ
(Timotheo)
aan Timoteüs
ἀγαπητῷ
(agapeto)
geliefd
τέκνῳ
(tekno)
kind
χάρις
(charis)
genade
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
εἰρήνη
(eirene)
vrede
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
πατρὸς
(patros)
Vader
καὶ
(kai)
en
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέκνον (teknon), ‘kind’: Timoteüs wordt als een geliefd kind aangesproken. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’: de groet heeft hier drie woorden, net als in 1 Tim. 1:2.

Zie ook Hand. 16:1–3.

Dankzegging en geloof van Timoteüs

3Ik dank Elohim, die ik van mijn voorouders af met een zuiver geweten dien, terwijl ik onophoudelijk aan jou denk in mijn gebeden, nacht en dag,
Χάριν
(Charin)
dankbaarheid
ἔχω
(echo)
heb ik
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
ᾧ
(ho)
die
λατρεύω
(latreuo)
dien ik
ἀπὸ
(apo)
vanaf
προγόνων
(progonon)
voorouders
ἐν
(en)
met
καθαρᾷ
(kathara)
zuiver
συνειδήσει
(syneidesei)
geweten
ὡς
(hos)
terwijl
ἀδιάλειπτον
(adialeipton)
onophoudelijk
ἔχω
(echo)
heb ik
τὴν
(ten)
de
περὶ
(peri)
over
σοῦ
(sou)
jou
μνείαν
(mneian)
gedachte
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
δεήσεσίν
(deesesin)
gebeden
μου
(mou)
mijn
νυκτὸς
(nyktos)
's nachts
καὶ
(kai)
en
ἡμέρας
(hemeras)
overdag
Bron: SBLGNT
Uitleg

λατρεύω (latreuo), ‘dienen’: dienst aan Elohim, ook eredienst. ἀπὸ προγόνων (apo progonon), ‘van mijn voorouders af’: het Griekse ἀπό kan betekenen ‘zoals mijn voorouders’ of ‘vanaf de tijd van mijn voorouders’; de tekst zegt niet meer. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. ὡς (hos), ‘terwijl’: de Griekse zin loopt door in vers 4; ὡς kan ook ‘hoe’ of ‘zoals’ betekenen.

Zie ook Hand. 24:14; Hand. 23:1.

4verlangend je te zien, terwijl ik denk aan je tranen, om met vreugde vervuld te worden.
ἐπιποθῶν
(epipothon)
verlangend
σε
(se)
je
ἰδεῖν
(idein)
te zien
μεμνημένος
(memnemenos)
gedenkend
σου
(sou)
van jou
τῶν
(ton)
de
δακρύων
(dakryon)
tranen
ἵνα
(hina)
opdat
χαρᾶς
(charas)
van vreugde
πληρωθῶ
(plerotho)
ik vervuld word
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen naar’.

‘Je tranen’: de tekst zegt niet bij welke gelegenheid Timoteüs huilde. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’.

Zie ook Hand. 20:37–38.

5Ik heb een herinnering ontvangen aan het ongeveinsde geloof dat in jou is. Dat woonde eerst in je grootmoeder Lois en in je moeder Eunice. Ik ben ervan overtuigd dat het ook in jou is.
ὑπόμνησιν
(hypomnesin)
herinnering
λαβὼν
(labon)
ontvangen hebbend
τῆς
(tes)
van het
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
jou
ἀνυποκρίτου
(anypokritou)
ongeveinsd
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἥτις
(hetis)
dat
ἐνῴκησεν
(enokesen)
woonde
πρῶτον
(proton)
eerst
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
μάμμῃ
(mamme)
grootmoeder
σου
(sou)
je
Λωΐδι
(Loidi)
Lois
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
de
μητρί
(metri)
moeder
σου
(sou)
je
Εὐνίκῃ
(Eunike)
Eunice
πέπεισμαι
(pepeismai)
ik ben overtuigd
δὲ
(de)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
σοί
(soi)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνυπόκριτος (anypokritos), ‘ongeveinsd’: zonder toneelspel. μάμμη (mamme), ‘grootmoeder’; Lois en Eunice zijn de grootmoeder en de moeder van Timoteüs.

In Hand. 16:1 wordt zijn moeder een gelovige Joodse vrouw genoemd, zonder naam. ὑπόμνησιν λαβών (hypomnesin labon), ‘een herinnering ontvangen hebbend’: ook ‘terwijl ik herinnerd word’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord λαβών (labon), ‘ontvangen hebbend’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 16:1; 2 Tim. 3:14–15.

Wakker de genadegave aan

6Om die reden herinner ik je eraan de genadegave van Elohim aan te wakkeren, die in jou is door de oplegging van mijn handen.
δι’
(di’)
om
ἣν
(hen)
welke
αἰτίαν
(aitian)
reden
ἀναμιμνῄσκω
(anamimnesko)
herinner ik
σε
(se)
je
ἀναζωπυρεῖν
(anazopyrein)
aan te wakkeren
τὸ
(to)
de
χάρισμα
(charisma)
genadegave
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὅ
(ho)
die
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
σοὶ
(soi)
jou
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
ἐπιθέσεως
(epitheseos)
oplegging
τῶν
(ton)
van de
χειρῶν
(cheiron)
handen
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναζωπυρέω (anazopyreo), ‘aanwakkeren’: een vuur opnieuw aanblazen. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die uit genade gegeven is. ἐπίθεσις τῶν χειρῶν (epithesis ton cheiron), ‘oplegging van de handen’: de tekst zegt niet bij welke gelegenheid; vergelijk 1 Tim. 4:14, waar het gaat om de oplegging van de handen van de ouderen.

Zie ook 1 Tim. 4:14; Hand. 13:3.

7Want Elohim heeft ons geen geest van lafheid gegeven, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
ἡμῖν
(hemin)
ons
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πνεῦμα
(pneuma)
geest
δειλίας
(deilias)
van lafheid
ἀλλὰ
(alla)
maar
δυνάμεως
(dynameos)
van kracht
καὶ
(kai)
en
ἀγάπης
(agapes)
van liefde
καὶ
(kai)
en
σωφρονισμοῦ
(sophronismou)
van bezonnenheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier een gesteldheid, geen persoon; daarom met kleine letter. δειλία (deilia), ‘lafheid, vrees’. σωφρονισμός (sofronismos), ‘bezonnenheid’: zelfbeheersing, een helder hoofd.

Schaam je niet voor het getuigenis

8Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer, en niet voor mij, Zijn gevangene. Lijd mee voor de goede boodschap, naar de kracht van Elohim.
Μὴ
(Me)
niet
οὖν
(oun)
dus
ἐπαισχυνθῇς
(epaischynthes)
schaam je
τὸ
(to)
het
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
μηδὲ
(mede)
noch
ἐμὲ
(eme)
mij
τὸν
(ton)
de
δέσμιον
(desmion)
gevangene
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
συγκακοπάθησον
(synkakopatheson)
lijd mee
τῷ
(to)
voor de
εὐαγγελίῳ
(euangelio)
goede boodschap
κατὰ
(kata)
naar
δύναμιν
(dynamin)
kracht
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’. δέσμιος (desmios), ‘gevangene’: Paulus zit gevangen (zie vers 16–17). συγκακοπαθέω (synkakopatheo), ‘samen lijden’: mee lijden.

Het Griekse τῷ εὐαγγελίῳ (to euangelio) staat in de datief: ‘voor de goede boodschap’, ‘met de goede boodschap’ of ‘ten dienste van de goede boodschap’.

‘Onze Heer’ is Yeshua.

Zie ook 2 Tim. 2:3; Rom. 1:16.

9Hij heeft ons gered en met een heilige roeping geroepen, niet volgens onze werken, maar volgens Zijn eigen voornemen en de genade. Die is ons gegeven in de Messias Yeshua vóór eeuwige tijden,
τοῦ
(tou)
Hij die
σώσαντος
(sosantos)
gered heeft
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
καλέσαντος
(kalesantos)
geroepen heeft
κλήσει
(klesei)
met roeping
ἁγίᾳ
(hagia)
heilige
οὐ
(ou)
niet
κατὰ
(kata)
volgens
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἀλλὰ
(alla)
maar
κατὰ
(kata)
volgens
ἰδίαν
(idian)
eigen
πρόθεσιν
(prothesin)
voornemen
καὶ
(kai)
en
χάριν
(charin)
genade
τὴν
(ten)
die
δοθεῖσαν
(dotheisan)
gegeven is
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
πρὸ
(pro)
vóór
χρόνων
(chronon)
tijden
αἰωνίων
(aionion)
eeuwige
Bron: SBLGNT
Uitleg

κλῆσις ἁγία (klesis hagia), ‘heilige roeping’. πρόθεσις (prothesis), ‘voornemen’. πρὸ χρόνων αἰωνίων (pro chronon aionion), ‘vóór eeuwige tijden’: letterlijk ‘vóór tijden van de eeuwen’; hetzelfde Griekse woord staat in Tit. 1:2.

Het Grieks heeft hier één lange zin (verzen 8–10); wij splitsen hem.

Zie ook Tit. 1:2; Tit. 3:5; Ef. 1:4; Rom. 8:28.

10maar nu geopenbaard door de verschijning van onze Redder, Yeshua de Messias. Hij heeft de dood buiten werking gesteld en leven en onvergankelijkheid aan het licht gebracht door de goede boodschap.
φανερωθεῖσαν
(phanerotheisan)
geopenbaard
δὲ
(de)
maar
νῦν
(nyn)
nu
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
ἐπιφανείας
(epiphaneias)
verschijning
τοῦ
(tou)
van de
σωτῆρος
(soteros)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
καταργήσαντος
(katargesantos)
buiten werking gesteld hebbend
μὲν
(men)
enerzijds
τὸν
(ton)
de
θάνατον
(thanaton)
dood
φωτίσαντος
(photisantos)
aan het licht gebracht hebbend
δὲ
(de)
anderzijds
ζωὴν
(zoen)
leven
καὶ
(kai)
en
ἀφθαρσίαν
(aphtharsian)
onvergankelijkheid
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανερόω (fanero), ‘openbaren’: zichtbaar maken. ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: hier voor het komen van Yeshua in de wereld; hetzelfde woord staat in 4:1 en 4:8 voor Zijn komst op de laatste dag. σωτήρ (soter), ‘Redder’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: aan het licht brengen. ἀφθαρσία (aftharsia), ‘onvergankelijkheid’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de volgorde van de woorden Ἰησοῦ Χριστοῦ (Iesou Christou), ‘Yeshua de Messias’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Tit. 2:11; Tit. 3:4; 1 Kor. 15:26, 15:54–55.

11Hiervoor ben ik aangesteld als heraut, apostel en leraar.
εἰς
(eis)
tot
ὃ
(ho)
wat
ἐτέθην
(etethen)
ben aangesteld
ἐγὼ
(ego)
ik
κῆρυξ
(keryx)
heraut
καὶ
(kai)
en
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
καὶ
(kai)
en
διδάσκαλος
(didaskalos)
leraar
Bron: SBLGNT
Uitleg

κῆρυξ (keryx), ‘heraut’: iemand die een boodschap openlijk uitroept. διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’.

Lezing

Bij het woord διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 2:7.

Zie ook1 Tim 2:7
12Om die reden lijd ik ook dit, maar ik schaam me niet. Want ik weet wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij machtig is om mijn toevertrouwde goed te bewaren tot die dag.
δι’
(di’)
om
ἣν
(hen)
welke
αἰτίαν
(aitian)
reden
καὶ
(kai)
ook
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
πάσχω
(pascho)
lijd ik
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπαισχύνομαι
(epaischynomai)
schaam ik mij
οἶδα
(oida)
ik weet
γὰρ
(gar)
want
ᾧ
(ho)
wie
πεπίστευκα
(pepisteuka)
ik heb geloofd
καὶ
(kai)
en
πέπεισμαι
(pepeismai)
ben overtuigd
ὅτι
(hoti)
dat
δυνατός
(dynatos)
machtig
ἐστιν
(estin)
Hij is
τὴν
(ten)
het
παραθήκην
(paratheken)
toevertrouwde goed
μου
(mou)
mijn
φυλάξαι
(phylaxai)
te bewaren
εἰς
(eis)
tot
ἐκείνην
(ekeinen)
die
τὴν
(ten)
de
ἡμέραν
(hemeran)
dag
Bron: SBLGNT
Uitleg

πάσχω (pascho), ‘lijden’; ‘dit’ verwijst naar Paulus’ gevangenschap. πεπίστευκα (pepisteuka), ‘ik heb geloofd’: het werkwoord staat met een datief, ‘ik heb Hem vertrouwd’; wij houden ‘geloven’. παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’: iets wat iemand in bewaring is gegeven.

Het Grieks laat open of het gaat om wat Paulus aan Elohim heeft toevertrouwd of wat Elohim aan Paulus heeft toevertrouwd; vergelijk vers 14.

‘Die dag’: de dag van het oordeel en de komst van de Heer; zie ook 1:18 en 4:8.

Zie ook 2 Tim. 1:14; 2 Tim. 1:18; 2 Tim. 4:8.

Bewaar het toevertrouwde goed

13Houd het voorbeeld van gezonde woorden vast, die je van mij gehoord hebt, in geloof en in de liefde die in de Messias Yeshua is.
ὑποτύπωσιν
(hypotyposin)
voorbeeld
ἔχε
(eche)
houd vast
ὑγιαινόντων
(hygiainonton)
gezonde
λόγων
(logon)
woorden
ὧν
(hon)
die
παρ’
(par’)
van
ἐμοῦ
(emou)
mij
ἤκουσας
(ekousas)
hoorde je
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
καὶ
(kai)
en
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
τῇ
(te)
die
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποτύπωσις (hypotyposis), ‘voorbeeld’: een schets of model om naar te werken. ὑγιαίνω (hygiaino), ‘gezond zijn’: ὑγιαινόντων λόγων betekent ‘gezonde woorden’; hetzelfde woord staat in 4:3 (‘gezond onderwijs’) en in Titus.

Zie ook 2 Tim. 4:3; Tit. 1:9; Tit. 2:1; 1 Tim. 6:3.

14Bewaar het goede toevertrouwde goed door de Heilige Geest die in ons woont.
τὴν
(ten)
de
καλὴν
(kalen)
goede
παραθήκην
(paratheken)
toevertrouwde goed
φύλαξον
(phylaxon)
bewaar
διὰ
(dia)
door
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
τοῦ
(tou)
die
ἐνοικοῦντος
(enoikountos)
woont
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

Hetzelfde woord παραθήκη (paratheke), ‘toevertrouwd goed’, als in vers 12. φυλάσσω (fylasso), ‘bewaren, beschermen’.

‘De Heilige Geest die in ons woont’: de Geest van Elohim.

Zie ook 2 Tim. 1:12; 1 Tim. 6:20; Rom. 8:11.

Verlaten, maar niet door Onesiforus

15Dit weet je: allen die in Asia zijn, hebben zich van mij afgekeerd. Onder hen zijn Fygelus en Hermogenes.
Οἶδας
(Oidas)
weet jij
τοῦτο
(touto)
dit
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπεστράφησάν
(apestraphesan)
zich afkeerden
με
(me)
van mij
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
die
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἀσίᾳ
(Asia)
Asia
ὧν
(hon)
van wie
ἐστιν
(estin)
is
Φύγελος
(Phygelos)
Fygelus
καὶ
(kai)
en
Ἑρμογένης
(Hermogenes)
Hermogenes
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἀποστρέφω (apostrefo), ‘zich afkeren’: zich van iemand afwenden.

‘Allen die in Asia zijn’: Asia was een Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije.

De tekst zegt niet hoeveel mensen het betreft of waarom zij zich afkeerden.

Fygelus en Hermogenes worden verder niet genoemd.

Zie ook Hand. 19:10; 2 Tim. 4:16.

16Moge de Heer barmhartigheid geven aan het huis van Onesiforus, want hij heeft mij vaak verkwikt en zich niet geschaamd voor mijn ketting,
δῴη
(doe)
moge geven
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
τῷ
(to)
aan het
Ὀνησιφόρου
(Onesiphorou)
van Onesiforus
οἴκῳ
(oiko)
huis
ὅτι
(hoti)
want
πολλάκις
(pollakis)
vaak
με
(me)
mij
ἀνέψυξεν
(anepsyxen)
verkwikte hij
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ἅλυσίν
(halysin)
ketting
μου
(mou)
mijn
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπαισχύνθη
(epaischynthe)
schaamde hij zich
Bron: SBLGNT
Uitleg

Onesiforus wordt hier en in 4:19 genoemd; hij en zijn huis krijgen de zegenbede. ἀναψύχω (anapsycho), ‘verkwikken’. ἅλυσις (halysis), ‘ketting’.

‘De Heer’ (ὁ κύριος) is in de brieven van Paulus meestal Yeshua; de tekst geeft hier geen citaat uit het Oude Testament.

Zie ook 2 Tim. 1:8; 2 Tim. 4:19.

17maar toen hij in Rome was, zocht hij mij ijverig op en vond mij.
ἀλλὰ
(alla)
maar
γενόμενος
(genomenos)
zijnde geworden
ἐν
(en)
in
Ῥώμῃ
(Rhome)
Rome
σπουδαίως
(spoudaios)
ijverig
ἐζήτησέν
(ezetesen)
zocht hij
με
(me)
mij
καὶ
(kai)
en
εὗρεν
(heuren)
vond hij
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Rome: Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk, aan de Tiber in het midden van Italië.

Uitleg

Rome is de plaats waar Paulus gevangen zit. σπουδαίως (spoudaios), ‘ijverig’.

Lezing

Bij het woord σπουδαίως (spoudaios), ‘ijverig’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Hand. 28:16, 28:30.

18Moge de Heer hem geven barmhartigheid te vinden bij de Heer op die dag. En hoeveel hij in Efeze gediend heeft, weet jij beter.
δῴη
(doe)
moge geven
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
εὑρεῖν
(heurein)
te vinden
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
παρὰ
(para)
bij
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἐν
(en)
op
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
καὶ
(kai)
en
ὅσα
(hosa)
hoeveel
ἐν
(en)
in
Ἐφέσῳ
(Epheso)
Efeze
διηκόνησεν
(diekonesen)
diende hij
βέλτιον
(beltion)
beter
σὺ
(sy)
jij
γινώσκεις
(ginoskeis)
weet
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Efeze: Efeze lag aan de westkust van Turkije, bij het huidige Selçuk.

Het was de grootste stad van de Romeinse provincie Asia.

Uitleg

‘De Heer’ en ‘Heer’ in dezelfde zin: het Grieks heeft beide keren κύριος (kyrios), eerst met lidwoord (ὁ κύριος), daarna zonder (παρὰ κυρίου).

De tekst zegt niet of beide keren dezelfde persoon bedoeld is.

Wij houden beide ‘Heer’.

‘Op die dag’: de dag van het oordeel, zie 1:12 en 4:8. διακονέω (diakoneo), ‘dienen’.

Efeze: zie 1:15 en 4:12.

De SBLGNT zet aan het eind van vers 17 en midden in vers 18 een gedachtestreep; wij maken er korte zinnen van.

Zie ook 2 Tim. 1:12; 2 Tim. 4:8, 4:12.