De geboorte van Yeshua, Simeon en Anna, en de twaalfjarige Yeshua in de tempel
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De geboorte van Yeshua
1In die dagen ging een bevel uit van keizer Augustus: heel de bewoonde wereld moest zich laten inschrijven.
Ἐγένετο
(Egeneto)
gebeurde
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐκείναις
(ekeinais)
die
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
δόγμα
(dogma)
bevel
παρὰ
(para)
van
Καίσαρος
(Kaisaros)
keizer
Αὐγούστου
(Augoustou)
Augustus
ἀπογράφεσθαι
(apographesthai)
zich te laten inschrijven
πᾶσαν
(pasan)
heel
τὴν
(ten)
de
οἰκουμένην
(oikoumenen)
bewoonde wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg
δόγμα (dogma), ‘bevel’: een besluit van de keizer. Καῖσαρ (Kaisar), ‘keizer’: oorspronkelijk een familienaam, later de titel van de heerser; wij vertalen het met ‘keizer’, zoals in Matt. 22:17.
Augustus was keizer van 27 voor tot 14 na het begin van onze jaartelling. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: hier het Romeinse rijk. ἀπογράφεσθαι (apographesthai), ‘zich laten inschrijven’: de bevolking werd opgeschreven, meestal met het oog op de belasting.
2Deze eerste inschrijving vond plaats toen Quirinius stadhouder van Syrië was.
αὕτη
(haute)
deze
ἀπογραφὴ
(apographe)
inschrijving
πρώτη
(prote)
eerste
ἐγένετο
(egeneto)
vond plaats
ἡγεμονεύοντος
(hegemoneuontos)
stadhouder zijnde
τῆς
(tes)
van de
Συρίας
(Syrias)
Syrië
Κυρηνίου
(Kyreniou)
Quirinius
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Syrië (Romeinse provincie; ongeveer): Syrië was een Romeinse provincie ten noorden van Galilea, met Antiochië als hoofdstad.
De grenzen waren niet scherp.
Uitleg
Κυρήνιος (Kyrenios), ‘Quirinius’, was stadhouder van Syrië, de Romeinse provincie ten noorden van Israël.
Het tijdstip van deze inschrijving is een bekende vraag; wij vertalen wat er staat. ἡγεμονεύω (hegemoneuo), ‘stadhouder zijn’, van ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’, zoals in Matt. 27:2.
3Allen gingen zich laten inschrijven, ieder naar zijn eigen stad.
καὶ
(kai)
en
ἐπορεύοντο
(eporeuonto)
gingen
πάντες
(pantes)
allen
ἀπογράφεσθαι
(apographesthai)
zich te laten inschrijven
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
πόλιν
(polin)
stad
Bron: SBLGNT
4Ook Jozef ging omhoog van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet. Want hij was uit het huis en het geslacht van David.
Ἀνέβη
(Anebe)
ging omhoog
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
ἐκ
(ek)
uit
πόλεως
(poleos)
stad
Ναζαρὲθ
(Nazareth)
Nazaret
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἰουδαίαν
(Ioudaian)
Judea
εἰς
(eis)
naar
πόλιν
(polin)
stad
Δαυὶδ
(Dauid)
van David
ἥτις
(hetis)
die
καλεῖται
(kaleitai)
wordt genoemd
Βηθλέεμ
(Bethleem)
Betlehem
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
εἶναι
(einai)
zijn
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐξ
(ex)
uit
οἴκου
(oikou)
huis
καὶ
(kai)
en
πατριᾶς
(patrias)
geslacht
Δαυίδ
(Dauid)
van David
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Uitleg
ἀνέβη (anebe), ‘ging omhoog’: wie van Galilea naar Judea reist, gaat omhoog. πατριά (patria), ‘geslacht’: de familiegroep die van één voorvader afstamt.
De stad van David is Betlehem (1 Sam. 16:1; Micha 5:1, in de Nederlandse telling 5:2).
5Hij ging om zich te laten inschrijven met Maria, die met hem verloofd was en zwanger was.
ἀπογράψασθαι
(apograpsasthai)
zich te laten inschrijven
σὺν
(syn)
met
Μαριὰμ
(Mariam)
Maria
τῇ
(te)
de
ἐμνηστευμένῃ
(emnesteumene)
verloofde
αὐτῷ
(auto)
aan hem
οὔσῃ
(ouse)
zijnde
ἐγκύῳ
(enkyo)
zwanger
Bron: SBLGNT
6Terwijl zij daar waren, was de tijd van haar bevalling gekomen.
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
δὲ
(de)
nu
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
εἶναι
(einai)
zijn
αὐτοὺς
(autous)
zij
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
αἱ
(hai)
de
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
τοῦ
(tou)
om
τεκεῖν
(tekein)
te baren
αὐτήν
(auten)
haar
Bron: SBLGNT
7Zij beviel van haar eerstgeboren zoon. Zij wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de gastenkamer.
καὶ
(kai)
en
ἔτεκεν
(eteken)
beviel van
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
zoon
αὐτῆς
(autes)
haar
τὸν
(ton)
de
πρωτότοκον
(prototokon)
eerstgeborene
καὶ
(kai)
en
ἐσπαργάνωσεν
(esparganosen)
wikkelde in doeken
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἀνέκλινεν
(aneklinen)
legde neer
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
in
φάτνῃ
(phatne)
kribbe
διότι
(dioti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἦν
(en)
was
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
τόπος
(topos)
plaats
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
καταλύματι
(katalymati)
gastenkamer
Bron: SBLGNT
Uitleg
πρωτότοκος (prototokos), ‘eerstgeborene’: zie vers 23. σπαργανόω (sparganoo), ‘in doeken wikkelen’: een pasgeboren kind werd stevig in repen stof gewikkeld. φάτνη (phatne), ‘kribbe’: de bak waaruit dieren eten. κατάλυμα (katalyma), ‘gastenkamer’: hetzelfde woord als in Mark. 14:14; het kan ook ‘herberg’ betekenen.
8In dezelfde streek waren herders die in het veld verbleven en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde.
Καὶ
(Kai)
en
ποιμένες
(poimenes)
herders
ἦσαν
(esan)
waren
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χώρᾳ
(chora)
streek
τῇ
(te)
de
αὐτῇ
(aute)
dezelfde
ἀγραυλοῦντες
(agraulountes)
verblijvend in het veld
καὶ
(kai)
en
φυλάσσοντες
(phylassontes)
houdend
φυλακὰς
(phylakas)
wachten
τῆς
(tes)
van de
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
ἐπὶ
(epi)
over
τὴν
(ten)
de
ποίμνην
(poimnen)
kudde
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀγραυλέω (agrauleo), ‘in het veld verblijven’: de herders bleven ook ’s nachts buiten bij hun kudde.
9Een engel van Yahweh stond bij hen, en de heerlijkheid van Yahweh scheen om hen heen. Zij werden vervuld van grote vrees.
καὶ
(kai)
en
ἄγγελος
(angelos)
engel
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἐπέστη
(epeste)
stond bij
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
περιέλαμψεν
(perielampsen)
scheen rondom
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐφοβήθησαν
(ephobethesan)
vreesden
φόβον
(phobon)
vrees
μέγαν
(megan)
grote
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄγγελος κυρίου (angelos kyriou), ‘engel van Yahweh’, en δόξα κυρίου (doxa kyriou), ‘heerlijkheid van Yahweh’: κυρίου is vertaald als Yahweh, naar het Hebreeuwse מַלְאַךְ יְהוָה (malak Yahweh) en כְּבוֹד יְהוָה (kevod Yahweh).
Vergelijk Exod. 40:34, waar de heerlijkheid van Yahweh de tabernakel vult.
10De engel zei tegen hen: „Wees niet bang. Want zie: ik breng jullie de goede boodschap van een grote vreugde, die voor heel het volk zal zijn:
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
ὁ
(ho)
de
ἄγγελος
(angelos)
engel
Μὴ
(Me)
niet
φοβεῖσθε
(phobeisthe)
wees bang
ἰδοὺ
(idou)
zie
γὰρ
(gar)
want
εὐαγγελίζομαι
(euangelizomai)
ik breng de goede boodschap
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
χαρὰν
(charan)
vreugde
μεγάλην
(megalen)
grote
ἥτις
(hetis)
die
ἔσται
(estai)
zal zijn
παντὶ
(panti)
voor heel
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
Bron: SBLGNT
11vandaag is voor jullie een Redder geboren in de stad van David. Hij is de Messias, de Heer.
ὅτι
(hoti)
dat
ἐτέχθη
(etechthe)
werd geboren
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
σήμερον
(semeron)
vandaag
σωτὴρ
(soter)
Redder
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
χριστὸς
(christos)
Messias
κύριος
(kyrios)
Heer
ἐν
(en)
in
πόλει
(polei)
stad
Δαυίδ
(Dauid)
van David
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betlehem (stad van David): In Lucas 2 is de stad van David Betlehem, ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Uitleg
σωτήρ (soter), ‘Redder’. χριστός (christos), ‘gezalfde’, is het Griekse woord voor het Hebreeuwse מָשִׁיחַ (mashiach), ‘Messias’; in dit evangelie vertalen wij het steeds met ‘Messias’. κύριος (kyrios), ‘Heer’, staat hier als titel; het Grieks heeft bij ‘Messias’ en ‘Heer’ geen lidwoord.
12En dit is het teken voor jullie: jullie zullen een baby vinden, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.”
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dit
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
τὸ
(to)
het
σημεῖον
(semeion)
teken
εὑρήσετε
(heuresete)
zult vinden
βρέφος
(brephos)
baby
ἐσπαργανωμένον
(esparganomenon)
in doeken gewikkeld
καὶ
(kai)
en
κείμενον
(keimenon)
liggend
ἐν
(en)
in
φάτνῃ
(phatne)
kribbe
Bron: SBLGNT
Uitleg
σημεῖον (semeion), ‘teken’: een kenmerk waaraan de herders het kind kunnen herkennen.
De lofzang van de engelen
13Plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht. Zij loofden Elohim en zeiden:
καὶ
(kai)
en
ἐξαίφνης
(exaiphnes)
plotseling
ἐγένετο
(egeneto)
was
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
πλῆθος
(plethos)
menigte
στρατιᾶς
(stratias)
van legermacht
οὐρανίου
(ouraniou)
hemelse
αἰνούντων
(ainounton)
lovend
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
λεγόντων
(legonton)
zeggend
Bron: SBLGNT
Uitleg
στρατιά (stratia), ‘legermacht’: dezelfde gedachte als de ‘legermachten’ van Yahweh in het Oude Testament; vergelijk 1 Kon. 22:19, ‘heel het leger van de hemel’. αἰνέω (aineo), ‘loven’.
14„Heerlijkheid voor Elohim in de hoogste hoogten, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij behagen heeft.”
Δόξα
(Doxa)
heerlijkheid
ἐν
(en)
in
ὑψίστοις
(hypsistois)
hoogste hoogten
θεῷ
(theo)
aan Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
γῆς
(ges)
aarde
εἰρήνη
(eirene)
vrede
ἐν
(en)
onder
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
εὐδοκίας
(eudokias)
van behagen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑψίστοις (hypsistois), ‘hoogste hoogten’: zoals in Matt. 21:9. εὐδοκίας (eudokias), ‘van behagen’: mensen in wie Elohim behagen heeft; vergelijk Luc. 3:22.
Lezing
Sommige handschriften hebben εὐδοκία (eudokia) in de eerste naamval: ‘vrede op aarde, welbehagen onder de mensen’.
15De engelen gingen van hen weg, de hemel in. De herders zeiden tegen elkaar: „Laten wij toch naar Betlehem gaan en zien wat er gebeurd is, wat Yahweh ons bekend heeft gemaakt.”
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
ὡς
(hos)
toen
ἀπῆλθον
(apelthon)
gingen weg
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
οἱ
(hoi)
de
ἄγγελοι
(angeloi)
engelen
οἱ
(hoi)
de
ποιμένες
(poimenes)
herders
ἐλάλουν
(elaloun)
spraken
πρὸς
(pros)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Διέλθωμεν
(Dielthomen)
laten wij gaan
δὴ
(de)
toch
ἕως
(heos)
tot
Βηθλέεμ
(Bethleem)
Betlehem
καὶ
(kai)
en
ἴδωμεν
(idomen)
laten wij zien
τὸ
(to)
het
ῥῆμα
(rhema)
woord
τοῦτο
(touto)
dit
τὸ
(to)
het
γεγονὸς
(gegonos)
gebeurde
ὃ
(ho)
dat
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ἐγνώρισεν
(egnorisen)
heeft bekend gemaakt
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Uitleg
ῥῆμα (rhema), ‘woord’: hier ook ‘zaak, gebeurtenis’; wij schrijven ‘wat er gebeurd is’.
In vers 17, 19 en 51 vertalen wij het met ‘woord’. γνωρίζω (gnorizo), ‘bekend maken’: wij vertalen het zo in vers 15 en 17. κύριος is hier vertaald als Yahweh.
20De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden Elohim om alles wat zij gehoord en gezien hadden, zoals tot hen gesproken was.
καὶ
(kai)
en
ὑπέστρεψαν
(hypestrepsan)
keerden terug
οἱ
(hoi)
de
ποιμένες
(poimenes)
herders
δοξάζοντες
(doxazontes)
verheerlijkend
καὶ
(kai)
en
αἰνοῦντες
(ainountes)
lovend
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐπὶ
(epi)
om
πᾶσιν
(pasin)
alles
οἷς
(hois)
wat
ἤκουσαν
(ekousan)
hoorden
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
zagen
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐλαλήθη
(elalethe)
werd gesproken
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
De besnijdenis en de voorstelling in de tempel
21Toen acht dagen voorbij waren om Hem te besnijden, werd Zijn naam Yeshua genoemd. Dat was de naam die de engel genoemd had, voordat Hij in de schoot ontvangen werd.
Καὶ
(Kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
ὀκτὼ
(okto)
acht
τοῦ
(tou)
om
περιτεμεῖν
(peritemein)
te besnijden
αὐτόν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἐκλήθη
(eklethe)
werd genoemd
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
τὸ
(to)
het
κληθὲν
(klethen)
genoemde
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
πρὸ
(pro)
voor
τοῦ
(tou)
het
συλλημφθῆναι
(syllemphthenai)
ontvangen worden
αὐτὸν
(auton)
Hij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
κοιλίᾳ
(koilia)
schoot
Bron: SBLGNT
Uitleg
De besnijdenis op de achtste dag volgt Gen. 17:12 en Lev. 12:3.
De naam Yeshua heeft de engel genoemd (1:31; Matt. 1:21).
22Toen de dagen van hun reiniging volgens de wet van Mozes voorbij waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem aan Yahweh voor te stellen.
Καὶ
(Kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
αἱ
(hai)
de
ἡμέραι
(hemerai)
dagen
τοῦ
(tou)
van de
καθαρισμοῦ
(katharismou)
reiniging
αὐτῶν
(auton)
hun
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
ἀνήγαγον
(anegagon)
brachten omhoog
αὐτὸν
(auton)
Hem
εἰς
(eis)
naar
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
παραστῆσαι
(parastesai)
voor te stellen
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Yahweh
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
καθαρισμός (katharismos), ‘reiniging’: na een bevalling was de moeder onrein tot haar reiniging voltooid was; bij een zoon duurde dat 7 + 33 dagen, samen 40 dagen (Lev. 12:2–8). νόμος (nomos), ‘wet’: het Hebreeuwse תּוֹרָה (torah). ἀνήγαγον (anegagon), ‘zij brachten omhoog’: naar Jeruzalem gaat men omhoog.
Betlehem ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Lezing
Sommige handschriften hebben ‘haar reiniging’ in plaats van ‘hun reiniging’.
23Zo staat geschreven in de wet van Yahweh: „Alles wat mannelijk is en de moederschoot opent, zal heilig voor Yahweh genoemd worden.”
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
ἐν
(en)
in
νόμῳ
(nomo)
wet
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ὅτι
(hoti)
dat
Πᾶν
(Pan)
elk
ἄρσεν
(arsen)
mannelijk
διανοῖγον
(dianoigon)
openend
μήτραν
(metran)
moederschoot
ἅγιον
(hagion)
heilig
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Yahweh
κληθήσεται
(klethesetai)
zal worden genoemd
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het citaat komt uit Exod. 13:2 en 13:12.
Het Hebreeuws zegt: ‘Wijd Mij elke eerstgeborene’ en ‘dan moet je alles wat de moederschoot opent aan Yahweh overdragen’; de Griekse tekst vat dat samen als ‘heilig voor Yahweh genoemd worden’.
25En zie: er was in Jeruzalem een man die Simeon heette. Deze man was rechtvaardig en vroom. Hij wachtte op de vertroosting van Israël, en de Heilige Geest was op hem.
Καὶ
(Kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ᾧ
(ho)
wiens
ὄνομα
(onoma)
naam
Συμεών
(Symeon)
Simeon
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
οὗτος
(houtos)
deze
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardig
καὶ
(kai)
en
εὐλαβής
(eulabes)
vroom
προσδεχόμενος
(prosdechomenos)
verwachtend
παράκλησιν
(paraklesin)
vertroosting
τοῦ
(tou)
van de
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
καὶ
(kai)
en
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
ἦν
(en)
was
ἅγιον
(hagion)
heilige
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
εὐλαβής (eulabes), ‘vroom’: iemand die Elohim met ontzag dient. παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’: de troost die Elohim aan Israël belooft; vergelijk Jes. 40:1, ‘Troost, troost Mijn volk’.
26Door de Heilige Geest was hem de aanwijzing gegeven dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Messias van Yahweh zou zien.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
αὐτῷ
(auto)
hem
κεχρηματισμένον
(kechrematismenon)
de aanwijzing gegeven
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
μὴ
(me)
niet
ἰδεῖν
(idein)
te zien
θάνατον
(thanaton)
dood
πρὶν
(prin)
voordat
ἢ
(e)
of
ἂν
(an)
ooit
ἴδῃ
(ide)
hij zou zien
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg
χρηματίζω (chrematizo), ‘de aanwijzing krijgen’: een goddelijke mededeling ontvangen; wij vertalen het overal zo (vergelijk Matt. 2:12). χριστὸν κυρίου (christon kyriou), ‘Messias van Yahweh’: het Hebreeuwse מְשִׁיחַ יְהוָה (meshiach Yahweh), ‘gezalfde van Yahweh’, zoals in 1 Sam. 24:7.
27Hij kwam in de Geest naar de tempel. Toen de ouders het kind Yeshua binnenbrachten om voor Hem te doen wat de wet gewoonlijk voorschrijft,
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πνεύματι
(pneumati)
Geest
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
ἱερόν
(hieron)
tempel
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
εἰσαγαγεῖν
(eisagagein)
binnenbrengen
τοὺς
(tous)
de
γονεῖς
(goneis)
ouders
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
τοῦ
(tou)
om
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
αὐτοὺς
(autous)
hen
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
εἰθισμένον
(eithismenon)
gebruikelijke
τοῦ
(tou)
van de
νόμου
(nomou)
wet
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἱερόν (hieron), ‘tempel’: het hele terrein; zie 1:9 voor ναός, ‘heiligdom’. ἐν τῷ πνεύματι (en to pneumati), ‘in de Geest’: door de Heilige Geest geleid. γονεῖς (goneis), ‘ouders’.
28nam ook hij Hem in zijn armen, zegende Elohim en zei:
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij zelf
ἐδέξατο
(edexato)
ontving
αὐτὸ
(auto)
Hem
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
ἀγκάλας
(ankalas)
armen
καὶ
(kai)
en
εὐλόγησεν
(eulogesen)
zegende
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Bron: SBLGNT
De lofzang van Simeon
29„Nu laat U Uw knecht gaan, Heerser, naar Uw woord, in vrede,
Νῦν
(Nyn)
nu
ἀπολύεις
(apolyeis)
laat U gaan
τὸν
(ton)
de
δοῦλόν
(doulon)
knecht
σου
(sou)
Uw
δέσποτα
(despota)
Heerser
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
ῥῆμά
(rhema)
woord
σου
(sou)
Uw
ἐν
(en)
in
εἰρήνῃ
(eirene)
vrede
Bron: SBLGNT
Uitleg
δοῦλος (doulos), ‘knecht’: wij vertalen dit woord overal zo. δεσπότης (despotes), ‘Heerser’: iemand met volledig gezag, zoals een eigenaar over zijn knecht; een ander woord dan κύριος, ‘Heer’. ἀπολύω (apolyo), ‘laten gaan’: wie een knecht laat gaan, ontslaat hem uit zijn dienst.
Simeon had gewacht tot hij de Messias zag (vers 26).
34Simeon zegende hen. Hij zei tegen Maria, Zijn moeder: „Zie, Deze is gesteld tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat weersproken wordt,
καὶ
(kai)
en
εὐλόγησεν
(eulogesen)
zegende
αὐτοὺς
(autous)
hen
Συμεὼν
(Symeon)
Simeon
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
Μαριὰμ
(Mariam)
Maria
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
οὗτος
(houtos)
Deze
κεῖται
(keitai)
ligt
εἰς
(eis)
tot
πτῶσιν
(ptosin)
val
καὶ
(kai)
en
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
πολλῶν
(pollon)
van velen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
σημεῖον
(semeion)
teken
ἀντιλεγόμενον
(antilegomenon)
weersproken
Bron: SBLGNT
Uitleg
πτῶσις (ptosis), ‘val’, en ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’: dat kan twee groepen betreffen (sommigen vallen, anderen staan op), of dezelfde mensen die eerst vallen en dan opstaan.
Wij vertalen wat er staat. ἀντιλέγω (antilego), ‘tegenspreken’.
Vergelijk Jes. 8:14, ‘een steen om aan te stoten’.
35en ook door je eigen ziel zal een zwaard gaan, opdat de gedachten uit veel harten onthuld worden.”
καὶ
(kai)
en
σοῦ
(sou)
van jou
δὲ
(de)
maar
αὐτῆς
(autes)
zelf
τὴν
(ten)
de
ψυχὴν
(psychen)
ziel
διελεύσεται
(dieleusetai)
zal doorgaan
ῥομφαία
(rhomphaia)
zwaard
ὅπως
(hopos)
opdat
ἂν
(an)
ooit
ἀποκαλυφθῶσιν
(apokalyphthosin)
onthuld worden
ἐκ
(ek)
uit
πολλῶν
(pollon)
vele
καρδιῶν
(kardion)
harten
διαλογισμοί
(dialogismoi)
gedachten
Bron: SBLGNT
Uitleg
ῥομφαία (rhomphaia), ‘zwaard’: een groot zwaard. διαλογισμοί (dialogismoi), ‘gedachten’: wat mensen bij zichzelf overleggen.
Anna de profetes
36Er was ook een profetes, Anna, dochter van Fanuël, uit de stam van Aser. Zij was al op hoge leeftijd. Vanaf haar maagdelijkheid had zij zeven jaar met een man geleefd,
Καὶ
(Kai)
en
ἦν
(en)
was
Ἅννα
(Hanna)
Anna
προφῆτις
(prophetis)
profetes
θυγάτηρ
(thygater)
dochter
Φανουήλ
(Phanouel)
van Fanuël
ἐκ
(ek)
uit
φυλῆς
(phyles)
stam
Ἀσήρ
(Aser)
van Aser
αὕτη
(haute)
zij
προβεβηκυῖα
(probebekuia)
gevorderd
ἐν
(en)
in
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
πολλαῖς
(pollais)
vele
ζήσασα
(zesasa)
geleefd hebbende
μετὰ
(meta)
met
ἀνδρὸς
(andros)
man
ἔτη
(ete)
jaren
ἑπτὰ
(hepta)
zeven
ἀπὸ
(apo)
vanaf
τῆς
(tes)
de
παρθενίας
(parthenias)
maagdelijkheid
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἅννα (Anna) is de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam Hanna. Φανουήλ (Phanouel) is de Griekse vorm van Penuël (1 Kron. 4:4).
Aser is een van de twaalf stammen van Israël (Gen. 30:13). προφῆτις (prophetis), ‘profetes’: een vrouw die namens Elohim spreekt.
42Toen Hij twaalf jaar oud was, gingen zij omhoog volgens het gebruik van het feest.
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἐγένετο
(egeneto)
werd
ἐτῶν
(eton)
jaren
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
ἀναβαινόντων
(anabainonton)
opgaand
αὐτῶν
(auton)
zij
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
ἔθος
(ethos)
gebruik
τῆς
(tes)
van het
ἑορτῆς
(heortes)
feest
Bron: SBLGNT
43Toen de dagen voorbij waren en zij terugkeerden, bleef de jongen Yeshua achter in Jeruzalem. Zijn ouders wisten het niet.
καὶ
(kai)
en
τελειωσάντων
(teleiosanton)
voltooid hebbende
τὰς
(tas)
de
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
ὑποστρέφειν
(hypostrephein)
terugkeren
αὐτοὺς
(autous)
zij
ὑπέμεινεν
(hypemeinen)
bleef achter
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὁ
(ho)
de
παῖς
(pais)
jongen
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνωσαν
(egnosan)
wisten
οἱ
(hoi)
de
γονεῖς
(goneis)
ouders
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
παῖς (pais), ‘jongen’: het woord kan ook ‘kind’ of ‘knecht’ betekenen; in 1:54 en 1:69 is het ‘knecht’.
Hier gaat het om de twaalfjarige Yeshua, daarom ‘jongen’.
44Zij dachten dat Hij in het reisgezelschap was, legden een dagreis af en zochten Hem onder de familieleden en bekenden.
νομίσαντες
(nomisantes)
denkend
δὲ
(de)
nu
αὐτὸν
(auton)
Hem
εἶναι
(einai)
te zijn
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
συνοδίᾳ
(synodia)
reisgezelschap
ἦλθον
(elthon)
gingen
ἡμέρας
(hemeras)
van een dag
ὁδὸν
(hodon)
reis
καὶ
(kai)
en
ἀνεζήτουν
(anezetoun)
zochten
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
συγγενεῦσιν
(syngeneusin)
familieleden
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
de
γνωστοῖς
(gnostois)
bekenden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἡμέρας ὁδόν (hemeras hodon), ‘een dagreis’: de afstand die men in één dag aflegt, ongeveer 20 tot 30 kilometer. συνοδία (synodia), ‘reisgezelschap’: de groep pelgrims die samen reisde. γνωστοί (gnostoi), ‘bekenden’.
45Toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem en zochten Hem.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
εὑρόντες
(heurontes)
vindend
ὑπέστρεψαν
(hypestrepsan)
keerden terug
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ἀναζητοῦντες
(anazetountes)
zoekend
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
46Na drie dagen vonden zij Hem in de tempel. Hij zat te midden van de leraren, luisterde naar hen en stelde hun vragen.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
μετὰ
(meta)
na
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τρεῖς
(treis)
drie
εὗρον
(heuron)
vonden
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
καθεζόμενον
(kathezomenon)
zittend
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
τῶν
(ton)
van de
διδασκάλων
(didaskalon)
leraren
καὶ
(kai)
en
ἀκούοντα
(akouonta)
luisterend
αὐτῶν
(auton)
naar hen
καὶ
(kai)
en
ἐπερωτῶντα
(eperotonta)
vragend
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’: iemand die de Schrift onderwijst. ἱερόν: zie vers 27.
47Allen die naar Hem luisterden, waren buiten zichzelf van verbazing over Zijn inzicht en Zijn antwoorden.
ἐξίσταντο
(existanto)
stonden buiten zichzelf
δὲ
(de)
nu
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
de
ἀκούοντες
(akouontes)
hoorders
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
het
συνέσει
(synesei)
inzicht
καὶ
(kai)
en
ταῖς
(tais)
de
ἀποκρίσεσιν
(apokrisesin)
antwoorden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
48Toen zij Hem zagen, stonden zij versteld. Zijn moeder zei tegen Hem: „Kind, waarom heb je ons zo behandeld? Zie, je vader en ik hebben je met pijn gezocht.”
καὶ
(kai)
en
ἰδόντες
(idontes)
ziende
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐξεπλάγησαν
(exeplagesan)
stonden versteld
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἡ
(he)
de
μήτηρ
(meter)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Τέκνον
(Teknon)
kind
τί
(ti)
wat
ἐποίησας
(epoiesas)
deed je
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
οὕτως
(houtos)
zo
ἰδοὺ
(idou)
zie
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
vader
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
ἐγὼ
(ego)
ik
ὀδυνώμενοι
(odynomenoi)
met pijn
ἐζητοῦμέν
(ezetoumen)
zochten
σε
(se)
je
Bron: SBLGNT
49Hij zei tegen hen: „Waarom zochten jullie Mij? Wisten jullie niet dat Ik moet zijn in wat van Mijn Vader is?”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Τί
(Ti)
wat
ὅτι
(hoti)
dat
ἐζητεῖτέ
(ezeteite)
zochten jullie
με
(me)
Mij
οὐκ
(ouk)
niet
ᾔδειτε
(edeite)
wisten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de dingen
τοῦ
(tou)
van
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
δεῖ
(dei)
het is nodig
εἶναί
(einai)
zijn
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐν τοῖς τοῦ πατρός μου (en tois tou patros mou) is letterlijk ‘in de (dingen) van Mijn Vader’.
Dat kan betekenen: ‘in het huis van Mijn Vader’ of ‘bij de zaken van Mijn Vader’.
Wij vertalen letterlijk.
Dit zijn de eerste woorden van Yeshua in dit evangelie; Hij noemt Elohim Zijn Vader, tegenover ‘je vader’ in vers 48. δεῖ (dei), ‘het is nodig, het moet’.