Elohim Bijbel

Genesis 5

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950

Van Adam tot Noach

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het boek van Adams geslachten

1Dit is het boek van de geschiedenis van Adam. Toen Elohim Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van Elohim.
זֶ֣ה
(ze)
dit
סֵ֔פֶר
(sefer)
boek van
תּוֹלְדֹ֖ת
(toledot)
geschiedenis van
אָדָ֑ם
(adam)
Adam
בְּי֗וֹם
(beyom)
op de dag van
בְּרֹ֤א
(bero)
het scheppen van
אֱלֹהִים֙
(Elohim)
Elohim
אָדָ֔ם
(adam)
Adam
בִּדְמ֥וּת
(bidmut)
naar de gelijkenis van
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
עָשָׂ֥ה
(asa)
Hij maakte
אֹתֽוֹ
(oto)
hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹלְדֹת (toledot), ‘geschiedenis, geslachten’, is hetzelfde woord als in 2:4.

Hier loopt de lijn van Adam via Seth tot Noach: tien namen.

In Genesis 11 volgen er weer tien tot Abram.

אָדָם (adam) staat in dit vers twee keer zonder lidwoord.

In ‘het boek van de geschiedenis van Adam’ is het de eerste persoon van de lijn die in vers 3–5 verder gaat, dus de eigennaam.

In ‘Toen Elohim Adam schiep’ staat dezelfde vorm; ook hier is ‘Adam’ gekozen, omdat de Septuaginta hier de naam heeft (zie de voetnoot bij Gen. 2:16).

Het gaat om de mens als soort, zoals in 1:27.

2Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. Hij zegende hen en noemde hun naam: Adam, toen ze geschapen werden.
זָכָ֥ר
(zakhar)
mannelijk
וּנְקֵבָ֖ה
(uneqeva)
en vrouwelijk
בְּרָאָ֑ם
(beraam)
Hij schiep hen
וַיְבָ֣רֶךְ
(vayvarekh)
en Hij zegende
אֹתָ֗ם
(otam)
hen
וַיִּקְרָ֤א
(vayiqra)
en Hij noemde
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שְׁמָם֙
(shemam)
hun naam
אָדָ֔ם
(adam)
Adam
בְּי֖וֹם
(beyom)
op de dag van
הִבָּֽרְאָֽם
(hibaream)
hun geschapen worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָדָם (adam), ‘mens’, is hier de naam voor beiden: Elohim noemt man en vrouw samen ‘Adam’, ‘mens’.

3Adam leefde 130 jaar en kreeg een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld. Hij noemde hem Seth.
וַֽיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
אָדָ֗ם
(adam)
Adam
שְׁלֹשִׁ֤ים
(sheloshim)
dertig
וּמְאַת֙
(umeat)
en honderd
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בִּדְמוּת֖וֹ
(bidmuto)
naar zijn gelijkenis
כְּצַלְמ֑וֹ
(ketsalmo)
als zijn beeld
וַיִּקְרָ֥א
(vayiqra)
en hij noemde
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שְׁמ֖וֹ
(shemo)
zijn naam
שֵֽׁת
(shet)
Seth
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het Hebreeuws staat geen woord voor ‘zoon’; dat is aangevuld.

De Septuaginta en de Samaritaanse Pentateuch hebben in dit hoofdstuk andere getallen.

אָדָם (Adam) is hier de eigennaam: het gaat om één persoon met een leeftijd en kinderen (zie 4:25).

4Na de geboorte van Seth leefde Adam nog 800 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַיִּֽהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
יְמֵי
(yemei)
dagen van
אָדָ֗ם
(adam)
Adam
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שֵׁ֔ת
(shet)
Seth
שְׁמֹנֶ֥ה
(shemone)
acht
מֵאֹ֖ת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּנִים וּבָנוֹת (banim uvanot), ‘zonen en dochters’: Adam had meer kinderen dan Kaïn, Abel en Seth.

Genesis noemt ze niet.

אָדָם (Adam) is hier de eigennaam (zie 4:25).

Aanvullend

Jubileeën 4:8–10 noemen de dochter Azura, Kaïns vrouw Awan (zijn zuster) en negen andere zonen.

Jubileeën 4:11 zegt dat Seth met zijn zuster Azura trouwt.

5Adam werd in totaal 930 jaar oud. Toen stierf hij.
וַיִּֽהְי֞וּ
(vayihyu)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֤י
(yemei)
dagen van
אָדָם֙
(adam)
Adam
אֲשֶׁר
(asher)
die
חַ֔י
(chay)
hij leefde
תְּשַׁ֤ע
(tesha)
negen
מֵאוֹת֙
(meot)
honderd
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיָּמֹת (vayamot), ‘en hij stierf’, is het refrein van dit hoofdstuk, behalve bij Henoch (vers 24).

Hier gebeurt wat Yahweh Elohim zei in 2:17.

אָדָם (Adam) is hier de eigennaam (zie 4:25).

Aanvullend

Jubileeën 4:29–30 zegt dat Adam 70 jaar tekortkwam aan 1000 jaar: duizend jaar is als één dag, en zo wordt ‘op de dag dat je eet’ (2:17) gelezen.

Jasher 3:14 zegt dat Seth, Henoch en Metuselach Adam met grote eer begroeven; Genesis vertelt niets over zijn begrafenis.

6Seth leefde 105 jaar en werd de vader van Enosh.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en hij leefde
שֵׁ֕ת
(shet)
Seth
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
שָׁנִ֖ים
(shanim)
jaar
וּמְאַ֣ת
(umeat)
en honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אֱנֽוֹשׁ
(enosh)
Enosh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Na de geboorte van Enosh leefde Seth nog 807 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en hij leefde
שֵׁ֗ת
(shet)
Seth
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אֱנ֔וֹשׁ
(enosh)
Enosh
שֶׁ֣בַע
(sheva)
zeven
שָׁנִ֔ים
(shanim)
jaar
וּשְׁמֹנֶ֥ה
(ushemone)
en acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookHen 37:1
8Seth werd in totaal 912 jaar oud. Toen stierf hij.
וַיִּֽהְיוּ֙
(vayihyu)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵי
(yemei)
dagen van
שֵׁ֔ת
(shet)
Seth
שְׁתֵּ֤ים
(sheteim)
twee
עֶשְׂרֵה֙
(esre)
tien
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּתְשַׁ֥ע
(utesha)
en negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Enosh leefde 90 jaar en werd de vader van Kenan.
וַֽיְחִ֥י
(vaychi)
en hij leefde
אֱנ֖וֹשׁ
(enosh)
Enosh
תִּשְׁעִ֣ים
(tishim)
negentig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
קֵינָֽן
(qeinan)
Kenan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Na de geboorte van Kenan leefde Enosh nog 815 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
אֱנ֗וֹשׁ
(enosh)
Enosh
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
קֵינָ֔ן
(qeinan)
Kenan
חֲמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
עֶשְׂרֵה֙
(esre)
tien
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁמֹנֶ֥ה
(ushemone)
en acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Enosh werd in totaal 905 jaar oud. Toen stierf hij.
וַיִּֽהְיוּ֙
(vayihyu)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
אֱנ֔וֹשׁ
(enosh)
Enosh
חָמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
שָׁנִ֔ים
(shanim)
jaar
וּתְשַׁ֥ע
(utesha)
en negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJas 5:1
12Kenan leefde 70 jaar en werd de vader van Mahalalël.
וַֽיְחִ֥י
(vaychi)
en hij leefde
קֵינָ֖ן
(qeinan)
Kenan
שִׁבְעִ֣ים
(shivim)
zeventig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
מַֽהֲלַלְאֵֽל
(mahalalel)
Mahalalël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Na de geboorte van Mahalalël leefde Kenan nog 840 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
קֵינָ֗ן
(qeinan)
Kenan
אַחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
מַֽהֲלַלְאֵ֔ל
(mahalalel)
Mahalalël
אַרְבָּעִ֣ים
(arbaim)
veertig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁמֹנֶ֥ה
(ushemone)
en acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Kenan werd in totaal 910 jaar oud. Toen stierf hij.
וַיִּֽהְיוּ֙
(vayihyu)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
קֵינָ֔ן
(qeinan)
Kenan
עֶ֣שֶׂר
(eser)
tien
שָׁנִ֔ים
(shanim)
jaar
וּתְשַׁ֥ע
(utesha)
en negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJas 5:2
15Mahalalël leefde 65 jaar en werd de vader van Jered.
וַֽיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
מַֽהֲלַלְאֵ֔ל
(mahalalel)
Mahalalël
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
שָׁנִ֖ים
(shanim)
jaar
וְשִׁשִּׁ֣ים
(veshishim)
en zestig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
יָֽרֶד
(yared)
Jered
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Na de geboorte van Jered leefde Mahalalël nog 830 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
מַֽהֲלַלְאֵ֗ל
(mahalalel)
Mahalalël
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
יֶ֔רֶד
(yered)
Jered
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁמֹנֶ֥ה
(ushemone)
en acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookHen 83:3
17Mahalalël werd in totaal 895 jaar oud. Toen stierf hij.
וַיִּהְיוּ֙
(vayihyu)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
מַהֲלַלְאֵ֔ל
(mahalalel)
Mahalalël
חָמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
וְתִשְׁעִים֙
(vetishim)
en negentig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁמֹנֶ֥ה
(ushemone)
en acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Jered leefde 162 jaar en werd de vader van Henoch.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en hij leefde
יֶ֕רֶד
(yered)
Jered
שְׁתַּ֧יִם
(shetayim)
twee
וְשִׁשִּׁ֛ים
(veshishim)
en zestig
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וּמְאַ֣ת
(umeat)
en honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
חֲנֽוֹךְ
(chanokh)
Henoch
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶרֶד (Jered) komt van יָרַד (yarad), ‘afdalen’.

Genesis zegt dat niet.

Aanvullend

Henoch 6:6 laat de wachters afdalen op de berg Hermon; Henoch 106:13 plaatst die overtreding ‘in het geslacht van Jered’.

19Na de geboorte van Henoch leefde Jered nog 800 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en hij leefde
יֶ֗רֶד
(yered)
Jered
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
חֲנ֔וֹךְ
(chanokh)
Henoch
שְׁמֹנֶ֥ה
(shemone)
acht
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookHen 93:3
20Jered werd in totaal 962 jaar oud. Toen stierf hij.
וַיִּֽהְיוּ֙
(vayihyu)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵי
(yemei)
dagen van
יֶ֔רֶד
(yered)
Jered
שְׁתַּ֤יִם
(shetayim)
twee
וְשִׁשִּׁים֙
(veshishim)
en zestig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּתְשַׁ֥ע
(utesha)
en negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Henoch wandelt met Elohim

21Henoch leefde 65 jaar en werd de vader van Metuselach.
וַֽיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
חֲנ֔וֹךְ
(chanokh)
Henoch
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
וְשִׁשִּׁ֖ים
(veshishim)
en zestig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
מְתוּשָֽׁלַח
(metushalach)
Metuselach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Na de geboorte van Metuselach wandelde Henoch 300 jaar met Elohim. Hij kreeg zonen en dochters.
וַיִּתְהַלֵּ֨ךְ
(vayithalekh)
en hij wandelde
חֲנ֜וֹךְ
(chanokh)
Henoch
אֶת
(et)
met
הָֽאֱלֹהִ֗ים
(haElohim)
Elohim
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
מְתוּשֶׁ֔לַח
(metushelach)
Metuselach
שְׁלֹ֥שׁ
(shelosh)
drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Henoch werd in totaal 365 jaar oud.
וַיְהִ֖י
(vayhi)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
חֲנ֑וֹךְ
(chanokh)
Henoch
חָמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
וְשִׁשִּׁים֙
(veshishim)
en zestig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁלֹ֥שׁ
(ushelosh)
en drie
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָֽה
(shana)
jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Henoch wandelde met Elohim, en hij was er niet meer, want Elohim nam hem weg.
וַיִּתְהַלֵּ֥ךְ
(vayithalekh)
en hij wandelde
חֲנ֖וֹךְ
(chanokh)
Henoch
אֶת
(et)
met
הָֽאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
וְאֵינֶ֕נּוּ
(veeinenu)
en niet hij
כִּֽי
(ki)
want
לָקַ֥ח
(laqach)
Hij nam
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיִּתְהַלֵּךְ (vayithalekh), ‘en hij wandelde’, is hetzelfde werkwoord als in 3:8, waar Yahweh Elohim door de tuin wandelt.

וְאֵינֶנּוּ (we’enennu) is ‘en hij was er niet meer’, כִּי־לָקַח אֹתוֹ אֱלֹהִים (ki laqach oto Elohim) ‘want Elohim nam hem’.

Henoch sterft niet: Heb. 11:5.

Dat staat niet in Genesis.

Aanvullend

Jubileeën 4:17–19 noemt Henoch de eerste die schreef en 4:21–23 vertelt over zijn verblijf bij de engelen en zijn opneming naar de tuin van Eden; ook Henoch 12:1 en 70:1–2 spreken daarover.

Volgens Jasher 3–4 regeerde hij als koning en werd hij na 365 jaar naar de hemel opgenomen.

25Metuselach leefde 187 jaar en werd de vader van Lemech.
וַיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
מְתוּשֶׁ֔לַח
(metushelach)
Metuselach
שֶׁ֧בַע
(sheva)
zeven
וּשְׁמֹנִ֛ים
(ushemonim)
en tachtig
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וּמְאַ֣ת
(umeat)
en honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
לָֽמֶךְ
(lamekh)
Lemech
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Na de geboorte van Lemech leefde Metuselach nog 782 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִ֣י
(vaychi)
en hij leefde
מְתוּשֶׁ֗לַח
(metushelach)
Metuselach
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
לֶ֔מֶךְ
(lemekh)
Lemech
שְׁתַּ֤יִם
(shetayim)
twee
וּשְׁמוֹנִים֙
(ushemonim)
en tachtig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁבַ֥ע
(usheva)
en zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Metuselach werd in totaal 969 jaar oud. Toen stierf hij.
וַיִּהְיוּ֙
(vayihyu)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
מְתוּשֶׁ֔לַח
(metushelach)
Metuselach
תֵּ֤שַׁע
(tesha)
negen
וְשִׁשִּׁים֙
(veshishim)
en zestig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּתְשַׁ֥ע
(utesha)
en negen
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Met 969 jaar is Metuselach de oudste in de Schrift.

Reken je de jaren van dit hoofdstuk door, dan sterft hij in het jaar van de vloed; zie 7:11.

Zie ookGen 7:11

Lemech en Noach

28Lemech leefde 182 jaar en kreeg een zoon.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en hij leefde
לֶ֕מֶךְ
(lemekh)
Lemech
שְׁתַּ֧יִם
(shetayim)
twee
וּשְׁמֹנִ֛ים
(ushemonim)
en tachtig
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וּמְאַ֣ת
(umeat)
en honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בֵּֽן
(ben)
zoon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Hij noemde hem Noach en zei: „Deze zal ons troosten in ons werk en in de moeite van onze handen, op de grond die Yahweh vervloekt heeft.”
וַיִּקְרָ֧א
(vayiqra)
en hij noemde
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שְׁמ֛וֹ
(shemo)
zijn naam
נֹ֖חַ
(noach)
Noach
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggend
זֶ֞֠ה
(ze)
deze
יְנַחֲמֵ֤נוּ
(yenachamenu)
hij zal ons troosten
מִֽמַּעֲשֵׂ֨נוּ֙
(mimaasenu)
van ons werk
וּמֵעִצְּב֣וֹן
(umeitsevon)
en van de moeite van
יָדֵ֔ינוּ
(yadeinu)
onze handen
מִן
(min)
van
הָ֣אֲדָמָ֔ה
(haadama)
de grond
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
אֵֽרְרָ֖הּ
(ererah)
vervloekte haar
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֹחַ (Noach), ‘rust’, klinkt aan op יְנַחֲמֵנוּ (yenachamenu), ‘hij zal ons troosten’.

מִן (min) kan ‘van’ of ‘in’ betekenen: troost van het werk, of troost in het werk.

De grond die Yahweh vervloekt heeft, is die van 3:17.

Aanvullend

Jubileeën 4:28 geeft dezelfde woorden van Lemech en noemt zijn vrouw Betenos; Jasher 4:11 noemt haar Ashmua.

Henoch 106 vertelt over Noachs geboorte.

30Na de geboorte van Noach leefde Lemech nog 595 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en hij leefde
לֶ֗מֶךְ
(lemekh)
Lemech
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נֹ֔חַ
(noach)
Noach
חָמֵ֤שׁ
(chamesh)
vijf
וְתִשְׁעִים֙
(vetishim)
en negentig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וַחֲמֵ֥שׁ
(vachamesh)
en vijf
מֵאֹ֖ת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Lemech werd in totaal 777 jaar oud. Toen stierf hij.
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en waren
כָּל
(kal)
alle
יְמֵי
(yemei)
dagen van
לֶ֔מֶךְ
(lemekh)
Lemech
שֶׁ֤בַע
(sheva)
zeven
וְשִׁבְעִים֙
(veshivim)
en zeventig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וּשְׁבַ֥ע
(usheva)
en zeven
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּמֹֽת
(vayamot)
en hij stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Toen Noach 500 jaar oud was, werd hij de vader van Sem, Cham en Jafeth.
וַֽיְהִי
(vayhi)
en hij was
נֹ֕חַ
(noach)
Noach
בֶּן
(ben)
zoon van
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֣וֹלֶד
(vayoled)
en hij verwekte
נֹ֔חַ
(noach)
Noach
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שֵׁ֖ם
(shem)
Sem
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
חָ֥ם
(cham)
Cham
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
יָֽפֶת
(yafet)
Jafeth
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De namen in dit hoofdstuk: אָדָם (Adam) ‘mens’, שֵׁת (Seth) ‘gezet’, אֱנוֹשׁ (Enosh) ‘sterveling’, מַהֲלַלְאֵל (Mahalalël) ‘lof van El’, יֶרֶד (Jered) ‘afdaling’, חֲנוֹךְ (Henoch) ‘ingewijd’, נֹחַ (Noach) ‘rust’, שֵׁם (Sem) ‘naam’, יֶפֶת (Jafeth) ‘ruimte’ (zie 9:27).

De betekenis van קֵינָן (Kenan), מְתוּשֶׁלַח (Metuselach), לֶמֶךְ (Lemech) en חָם (Cham) is onzeker.

Aanvullend

Jubileeën 4:33 noemt Noachs vrouw Emzara; Jasher 5:16 noemt haar Naäma.