Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De last over Nineve
1De last over Nineve. Het boek van het visioen van Nahum, de Elkosjiet.
מַשָּׂ֖א
(masa)
de last
נִֽינְוֵ֑ה
(nineve)
over Nineve
סֵ֧פֶר
(sefer)
het boek van
חֲז֛וֹן
(chazon)
het visioen van
נַח֖וּם
(nachum)
Nahum
הָאֶלְקֹשִֽׁי
(haelqoshi)
de Elkosjiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Nineve: Nineve lag aan de Tigris, bij het huidige Mosul in Irak.
Uitleg
מַשָּׂא (massa), ‘last’: het woord komt van het werkwoord ‘dragen’ of ‘optillen’.
In de profeten staat het boven een zwaar woord van Yahweh over een volk of een stad.
Het kan ook ‘uitspraak’ betekenen.
Wij laten ‘last’ staan en gebruiken ‘godsspraak’ alleen voor de formule ‘godsspraak van Yahweh’ (2:14).
נִינְוֵה (Nineve) was de hoofdstad van Assyrië; zie ook Jon. 1:2.
הָאֶלְקֹשִׁי (ha-Elqoshi), ‘de Elkosjiet’: iemand uit Elkosj. Waar Elkosj lag, weten wij niet. Buiten dit vers wordt de naam niet genoemd.
2Yahweh is een na-ijverige El en Hij neemt wraak. Yahweh neemt wraak; Hij is vol grimmigheid. Yahweh neemt wraak op Zijn tegenstanders, en Hij koestert wrok tegen Zijn vijanden.
אֵ֣ל
(el)
een El
קַנּ֤וֹא
(qano)
na-ijverig
וְנֹקֵם֙
(venoqem)
en neemt wraak
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
נֹקֵ֥ם
(noqem)
neemt wraak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
וּבַ֣עַל
(uvaal)
en vol van
חֵמָ֑ה
(chema)
grimmigheid
נֹקֵ֤ם
(noqem)
neemt wraak
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לְצָרָ֔יו
(letsarav)
op Zijn tegenstanders
וְנוֹטֵ֥ר
(venoter)
en koestert wrok
ה֖וּא
(hu)
Hij
לְאֹיְבָֽיו
(leoyevav)
tegen Zijn vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קַנּוֹא (qanno), ‘na-ijverig’: zoals in Exod. 20:5 en Deut. 4:24.
De El is na-ijverig voor Zijn volk en laat Zijn eer niet aan een ander.
נֹקֵם (noqem), ‘Hij neemt wraak’: in dit vers staat het drie keer. Het gaat om rechtspraak van Yahweh zelf, zoals in Deut. 32:35.
בַּעַל חֵמָה (ba’al chemah), ‘vol grimmigheid’: letterlijk ‘heer van grimmigheid’.
נֹטֵר (noter), ‘wrok koesteren’: hetzelfde werkwoord als in Lev. 19:18, waar het verboden is aan mensen.
Vanaf dit vers lijkt het gedicht gedeeltelijk op een alfabetisch lied: opeenvolgende regels beginnen met opeenvolgende letters van het Hebreeuwse alfabet. De reeks is niet volledig; wij vertalen de tekst zoals hij er staat.
3Yahweh is langzaam tot toorn en groot van kracht. Maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig. Yahweh heeft Zijn weg in wervelwind en storm, en wolken zijn het stof van Zijn voeten.
יְהֹוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶ֤רֶךְ
(erekh)
langzaam
אַפַּ֨יִם֙
(apayim)
tot toorn
וּגְדָל
(ugedal)
en groot van
כֹּ֔חַ
(koach)
kracht
וְנַקֵּ֖ה
(venaqe)
en onschuldig houden
לֹ֣א
(lo)
niet
יְנַקֶּ֑ה
(yenaqe)
zal Hij houden
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּסוּפָ֤ה
(besufa)
in wervelwind
וּבִשְׂעָרָה֙
(uvisara)
en in storm
דַּרְכּ֔וֹ
(darko)
Zijn weg
וְעָנָ֖ן
(veanan)
en wolk
אֲבַ֥ק
(avaq)
stof van
רַגְלָֽיו
(raglav)
Zijn voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Exod. 34:6–7: ‘langzaam tot toorn’ en ‘de schuldige niet onschuldig houden’.
Het Hebreeuws zegt hier alleen ‘onschuldig houden zal Hij niet onschuldig houden’.
Wij vullen ‘de schuldige’ aan, zoals in Exod. 34:7.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is וגדול (ug’dol), ‘en groot is’.
Het voorgelezen woord (qere) is וּגְדָל (ug’dal), ‘en groot van’.
6Wie kan standhouden voor Zijn verbolgenheid? Wie kan opstaan tegenover de gloed van Zijn toorn? Zijn grimmigheid wordt uitgegoten als vuur, en de rotsen worden door Hem afgebroken.
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor
זַעְמוֹ֙
(zamo)
Zijn verbolgenheid
מִ֣י
(mi)
wie
יַֽעֲמ֔וֹד
(yaamod)
kan standhouden
וּמִ֥י
(umi)
en wie
יָק֖וּם
(yaqum)
kan opstaan
בַּחֲר֣וֹן
(bacharon)
in de gloed van
אַפּ֑וֹ
(apo)
Zijn toorn
חֲמָתוֹ֙
(chamato)
Zijn grimmigheid
נִתְּכָ֣ה
(nitekha)
wordt uitgegoten
כָאֵ֔שׁ
(kaesh)
als vuur
וְהַצֻּרִ֖ים
(vehatsurim)
en de rotsen
נִתְּצ֥וּ
(nitetsu)
worden afgebroken
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
door Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Met een overstromende vloed maakt Hij een volslagen einde aan haar plaats, en Zijn vijanden jaagt Hij de duisternis in.
וּבְשֶׁ֣טֶף
(uveshetef)
en met een vloed van
עֹבֵ֔ר
(over)
overstromende
כָּלָ֖ה
(kala)
een volslagen einde
יַעֲשֶׂ֣ה
(yaase)
maakt Hij
מְקוֹמָ֑הּ
(meqomah)
haar plaats
וְאֹיְבָ֖יו
(veoyevav)
en Zijn vijanden
יְרַדֶּף
(yeradef)
jaagt Hij na
חֹֽשֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws zegt ‘haar plaats’.
Wie of wat met ‘haar’ bedoeld wordt, laat het vers open; in dit gedicht gaat het over Nineve en de vijanden van Yahweh.
יְרַדֶּף חֹשֶׁךְ (yeraddef choshekh), ‘jaagt Hij de duisternis in’: letterlijk ‘duisternis jaagt Hij na’. De zin is moeilijk. Een andere lezing is: ‘duisternis zal hen achtervolgen’.
9Wat bedenken jullie tegen Yahweh? Hij maakt een volslagen einde. De benauwdheid zal geen tweede keer opkomen.
מַה
(ma)
wat
תְּחַשְּׁבוּן֙
(techashevun)
bedenken jullie
אֶל
(el)
tegen
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
כָּלָ֖ה
(kala)
een volslagen einde
ה֣וּא
(hu)
Hij
עֹשֶׂ֑ה
(ose)
maakt
לֹֽא
(lo)
niet
תָק֥וּם
(taqum)
zal opkomen
פַּעֲמַ֖יִם
(paamayim)
tweemaal
צָרָֽה
(tsara)
benauwdheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vanaf dit vers richt de profeet zich tot de vijanden van Yahweh.
Het meervoud ‘jullie’ is hier de aangesproken groep.
לֹא תָקוּם פַּעֲמַיִם צָרָה (lo taqum pa’amayim tsarah), ‘de benauwdheid zal geen tweede keer opkomen’: de ramp is zo volledig dat ze niet nog een keer nodig is.
12Zo zegt Yahweh: „Al zijn zij in volle sterkte en zo talrijk, toch worden zij afgemaaid en gaan zij voorbij. Ik heb je verdrukt. Ik zal je niet meer verdrukken.
כֹּ֣ה
(ko)
zo
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אִם
(im)
al
שְׁלֵמִים֙
(shelemim)
in volle sterkte
וְכֵ֣ן
(vekhen)
en zo
רַבִּ֔ים
(rabim)
talrijk
וְכֵ֥ן
(vekhen)
en zo
נָגֹ֖זּוּ
(nagozu)
worden afgemaaid
וְעָבָ֑ר
(veavar)
en zij gaan voorbij
וְעִ֨נִּתִ֔ךְ
(veinitikh)
en Ik heb je verdrukt
לֹ֥א
(lo)
niet
אֲעַנֵּ֖ךְ
(aanekh)
zal Ik je verdrukken
עֽוֹד
(od)
meer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Zo zegt Yahweh’ is hier verhalend en staat zwart.
Wat Yahweh daarna zegt, staat rood tot en met vers 14.
Aangesproken wordt in vers 12–13 vrouwelijk (‘je’): waarschijnlijk Juda.
In vers 14 is de aangesprokene mannelijk: waarschijnlijk de koning van Assyrië.
De tekst noemt geen namen; wij houden ‘je’ aan.
נִגֹּזּוּ (niggozzu), ‘afgemaaid’: letterlijk ‘geschoren’, zoals een schaap wordt geschoren of gras wordt gemaaid.
עִנִּיתִךְ (initikh), ‘Ik heb je verdrukt’: van het werkwoord עָנָה (anah), ‘verdrukken’: zoals in Gen. 15:13 en Exod. 1:11–12.
14Yahweh heeft over jou geboden: Van jouw naam zal geen nageslacht meer gezaaid worden. Uit het huis van je goden roei Ik het gesneden beeld en het gegoten beeld uit. Ik maak je graf, want je bent verachtelijk.”
וְצִוָּ֤ה
(vetsiva)
en heeft geboden
עָלֶ֨יךָ֙
(aleikha)
over jou
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לֹֽא
(lo)
niet
יִזָּרַ֥ע
(yizara)
zal gezaaid worden
מִשִּׁמְךָ֖
(mishimkha)
van jouw naam
ע֑וֹד
(od)
meer
מִבֵּ֨ית
(mibeit)
uit het huis van
אֱלֹהֶ֜יךָ
(eloheikha)
je goden
אַכְרִ֨ית
(akhrit)
roei Ik uit
פֶּ֧סֶל
(pesel)
gesneden beeld
וּמַסֵּכָ֛ה
(umasekha)
en gegoten beeld
אָשִׂ֥ים
(asim)
maak Ik
קִבְרֶ֖ךָ
(qivrekha)
je graf
כִּ֥י
(ki)
want
קַלּֽוֹתָ
(qalota)
je bent verachtelijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְצִוָּה (vetsivvah), ‘heeft geboden’: Yahweh heeft een bevel gegeven; wat Hij gebiedt volgt direct.
Dit gedeelte is Yahweh’s eigen toespraak.
Daarom staat ook het woord over Hem in de derde persoon rood, zoals in Hos. 1:7.
לֹא יִזָּרַע מִשִּׁמְךָ עוֹד (lo yizzara mishimkha od), ‘van jouw naam zal geen nageslacht meer gezaaid worden’: letterlijk ‘er wordt niet meer gezaaid van jouw naam’. Het huis van de aangesprokene zal geen nageslacht meer hebben.
אֱלֹהֶיךָ (elohekha), ‘je goden’: hier staat het meervoud van Elohim voor de afgoden van de aangesprokene.
פֶּסֶל (pesel), ‘gesneden beeld’, en מַסֵּכָה (massekhah), ‘gegoten beeld’.
קַלּוֹתָ (qallota), ‘je bent verachtelijk’: letterlijk ‘je bent licht’. Het kan ook ‘je bent gering’ betekenen.