Het wierookaltaar, het verzoengeld, het wasbekken, de zalfolie en de wierook
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het wierookaltaar
1Maak een altaar om wierook op te laten opgaan; van acaciahout moet je het maken.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
מִזְבֵּ֖חַ
(mizbeach)
een altaar
מִקְטַ֣ר
(miqtar)
om te laten opgaan
קְטֹ֑רֶת
(qetoret)
wierook
עֲצֵ֥י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֖ים
(shitim)
acacia
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
zul je maken
אֹתֽוֹ
(oto)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit wierookaltaar staat in het heilige, voor de voorhang (vers 6).
Het is een el lang en breed en twee el hoog, ongeveer 45 bij 45 bij 90 cm.
4Maak er twee gouden ringen voor, onder zijn rand, aan zijn twee zijden. Aan beide kanten moet je ze maken, als houders voor de draagstokken waarmee men het draagt.
וּשְׁתֵּי֩
(ushtei)
en twee
טַבְּעֹ֨ת
(tabeot)
ringen van
זָהָ֜ב
(zahav)
goud
תַּֽעֲשֶׂה
(taase)
zul je maken
לּ֣וֹ
(lo)
voor het
מִתַּ֣חַת
(mitachat)
onder
לְזֵר֗וֹ
(lezero)
zijn rand
עַ֚ל
(al)
aan
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
צַלְעֹתָ֔יו
(tsalotav)
zijn zijden
תַּעֲשֶׂ֖ה
(taase)
zul je maken
עַל
(al)
aan
שְׁנֵ֣י
(shenei)
twee
צִדָּ֑יו
(tsidav)
zijn kanten
וְהָיָה֙
(vehaya)
en zal zijn
לְבָתִּ֣ים
(levatim)
als houders
לְבַדִּ֔ים
(levadim)
voor draagstokken
לָשֵׂ֥את
(laset)
om te dragen
אֹת֖וֹ
(oto)
het
בָּהֵֽמָּה
(bahema)
met hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8En wanneer Aäron de lampen tussen de twee avonden aansteekt, moet hij het ook laten opgaan: een voortdurende wierook voor het aangezicht van Yahweh voor al jullie generaties.
וּבְהַעֲלֹ֨ת
(uvehaalot)
en wanneer hij aansteekt
אַהֲרֹ֧ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
הַנֵּרֹ֛ת
(hanerot)
de lampen
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הָעֲרְבַּ֖יִם
(haarbayim)
de twee avonden
יַקְטִירֶ֑נָּה
(yaqtirena)
zal hij ze laten opgaan
קְטֹ֧רֶת
(qetoret)
wierook
תָּמִ֛יד
(tamid)
voortdurend
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לְדֹרֹתֵיכֶֽם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Eenmaal per jaar moet Aäron verzoening doen op zijn hoorns. Met het bloed van het zondoffer van de verzoening moet hij eenmaal per jaar verzoening doen voor al jullie generaties. Het is hoogheilig voor Yahweh.”
וְכִפֶּ֤ר
(vekhiper)
en zal verzoening doen
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
עַל
(al)
op
קַרְנֹתָ֔יו
(qarnotav)
zijn hoorns
אַחַ֖ת
(achat)
eenmaal
בַּשָּׁנָ֑ה
(bashana)
in het jaar
מִדַּ֞ם
(midam)
met bloed van
חַטַּ֣את
(chatat)
zondoffer
הַכִּפֻּרִ֗ים
(hakipurim)
de verzoeningen
אַחַ֤ת
(achat)
eenmaal
בַּשָּׁנָה֙
(bashana)
in het jaar
יְכַפֵּ֤ר
(yekhaper)
zal hij verzoening doen
עָלָיו֙
(alav)
erop
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
קֹֽדֶשׁ
(qodesh)
heilig van
קָֽדָשִׁ֥ים
(qadashim)
heiligheden
ה֖וּא
(hu)
het is
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Eenmaal per jaar doet de hogepriester verzoening op de hoorns van dit altaar.
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12„Wanneer je de som opneemt van de zonen van Israël, naar hun getelden, dan moet ieder voor zijn leven een losgeld aan Yahweh betalen als je hen telt. Zo komt er geen plaag onder hen wanneer je hen telt.
כִּ֣י
(ki)
wanneer
תִשָּׂ֞א
(tisa)
je opneemt
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de som van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֘ל
(yisrael)
Israël
לִפְקֻדֵיהֶם֒
(lifqudeihem)
volgens hun getelden
וְנָ֨תְנ֜וּ
(venatenu)
en zij zullen geven
אִ֣ישׁ
(ish)
ieder
כֹּ֧פֶר
(kofer)
losgeld van
נַפְשׁ֛וֹ
(nafsho)
zijn leven
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
aan Yahweh
בִּפְקֹ֣ד
(bifqod)
bij het tellen
אֹתָ֑ם
(otam)
hen
וְלֹא
(velo)
en niet
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
בָהֶ֛ם
(bahem)
onder hen
נֶ֖גֶף
(negef)
plaag
בִּפְקֹ֥ד
(bifqod)
bij het tellen
אֹתָֽם
(otam)
hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’, is de betaling waarmee men zijn leven vrijkoopt.
Bij het tellen van het volk betaalt ieder een gelijke bijdrage, zodat er geen plaag komt.
13Dit moet ieder geven die onder de getelden komt: een halve sikkel, naar de sikkel van het heiligdom; een sikkel is twintig gera. Een halve sikkel is de heffing voor Yahweh.
זֶ֣ה
(ze)
dit
יִתְּנ֗וּ
(yitenu)
zullen zij geven
כָּל
(kal)
ieder
הָעֹבֵר֙
(haover)
die gaat
עַל
(al)
over
הַפְּקֻדִ֔ים
(hapequdim)
de getelden
מַחֲצִ֥ית
(machatsit)
de helft van
הַשֶּׁ֖קֶל
(hasheqel)
de sikkel
בְּשֶׁ֣קֶל
(besheqel)
naar de sikkel van
הַקֹּ֑דֶשׁ
(haqodesh)
het heiligdom
עֶשְׂרִ֤ים
(esrim)
twintig
גֵּרָה֙
(gera)
gera
הַשֶּׁ֔קֶל
(hasheqel)
de sikkel
מַחֲצִ֣ית
(machatsit)
de helft van
הַשֶּׁ֔קֶל
(hasheqel)
de sikkel
תְּרוּמָ֖ה
(teruma)
heffing
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Een sikkel (שֶׁקֶל, sheqel) weegt ongeveer 11,4 gram, een gera (גֵּרָה) ongeveer 0,57 gram.
15De rijke mag niet meer geven en de arme niet minder dan een halve sikkel, wanneer jullie de heffing voor Yahweh geven om voor jullie leven verzoening te doen.
הֶֽעָשִׁ֣יר
(heashir)
de rijke
לֹֽא
(lo)
niet
יַרְבֶּ֗ה
(yarbe)
zal meer geven
וְהַדַּל֙
(vehadal)
en de arme
לֹ֣א
(lo)
niet
יַמְעִ֔יט
(yamit)
zal minder geven
מִֽמַּחֲצִ֖ית
(mimachatsit)
dan de helft van
הַשָּׁ֑קֶל
(hashaqel)
de sikkel
לָתֵת֙
(latet)
om te geven
אֶת
(et)
(obj.)
תְּרוּמַ֣ת
(terumat)
heffing van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְכַפֵּ֖ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עַל
(al)
voor
נַפְשֹׁתֵיכֶֽם
(nafshoteikhem)
jullie levens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Rijk en arm betalen hetzelfde: voor Yahweh is het leven van ieder evenveel waard.
16Neem het verzoengeld van de zonen van Israël aan en besteed het aan de dienst van de tent van samenkomst. Het zal voor de zonen van Israël een gedachtenis zijn voor het aangezicht van Yahweh, om voor jullie leven verzoening te doen.”
וְלָקַחְתָּ֞
(velaqachta)
en neem
אֶת
(et)
(obj.)
כֶּ֣סֶף
(kesef)
geld van
הַכִּפֻּרִ֗ים
(hakipurim)
de verzoeningen
מֵאֵת֙
(meet)
van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְנָתַתָּ֣
(venatata)
en geef
אֹת֔וֹ
(oto)
het
עַל
(al)
voor
עֲבֹדַ֖ת
(avodat)
dienst van
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וְהָיָה֩
(vehaya)
en het zal zijn
לִבְנֵ֨י
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵ֤ל
(yisrael)
Israël
לְזִכָּרוֹן֙
(lezikaron)
tot gedachtenis
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְכַפֵּ֖ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עַל
(al)
voor
נַפְשֹׁתֵיכֶֽם
(nafshoteikhem)
jullie levens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het zilver dient voor de dienst van de tent (zie 38:25–28).
20Wanneer zij de tent van samenkomst binnengaan, moeten zij zich met water wassen, zodat zij niet sterven; of wanneer zij het altaar naderen om te dienen en een vuuroffer voor Yahweh in rook te laten opgaan.
בְּבֹאָ֞ם
(bevoam)
bij hun binnenkomen
אֶל
(el)
in
אֹ֧הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֛ד
(moed)
samenkomst
יִרְחֲצוּ
(yirchatsu)
zullen zij wassen
מַ֖יִם
(mayim)
water
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָמֻ֑תוּ
(yamutu)
sterven zij
א֣וֹ
(o)
of
בְגִשְׁתָּ֤ם
(begishtam)
bij hun naderen
אֶל
(el)
tot
הַמִּזְבֵּ֨חַ֙
(hamizbeach)
het altaar
לְשָׁרֵ֔ת
(lesharet)
om te dienen
לְהַקְטִ֥יר
(lehaqtir)
om in rook te laten opgaan
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
vuuroffer
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De priesters wassen handen en voeten voordat zij naderen, ‘zodat zij niet sterven’.
21Zij moeten hun handen en voeten wassen, zodat zij niet sterven. Dit is een eeuwig voorschrift voor hem en voor zijn nageslacht, voor hun generaties.”
וְרָחֲצ֛וּ
(verachatsu)
en zij zullen wassen
יְדֵיהֶ֥ם
(yedeihem)
hun handen
וְרַגְלֵיהֶ֖ם
(veragleihem)
en hun voeten
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָמֻ֑תוּ
(yamutu)
sterven zij
וְהָיְתָ֨ה
(vehayeta)
en het zal zijn
לָהֶ֧ם
(lahem)
voor hen
חָק
(chaq)
een voorschrift van
עוֹלָ֛ם
(olam)
eeuwigheid
ל֥וֹ
(lo)
voor hem
וּלְזַרְע֖וֹ
(ulezaro)
en voor zijn nageslacht
לְדֹרֹתָֽם
(ledorotam)
voor hun generaties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23„Neem voor jezelf de beste specerijen: vijfhonderd van vloeibare mirre, de helft daarvan, tweehonderdvijftig, van welriekende kaneel, en tweehonderdvijftig van welriekende kalmoes,
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en jij
קַח
(qach)
neem
לְךָ֮
(lekha)
voor jezelf
בְּשָׂמִ֣ים
(besamim)
specerijen van
רֹאשׁ֒
(rosh)
beste
מָר
(mar)
mirre van
דְּרוֹר֙
(deror)
vloeiende
חֲמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֔וֹת
(meot)
honderd
וְקִנְּמָן
(veqineman)
en kaneel
בֶּ֥שֶׂם
(besem)
welriekend
מַחֲצִית֖וֹ
(machatsito)
de helft ervan
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתָ֑יִם
(umatayim)
en tweehonderd
וּקְנֵה
(uqene)
en kalmoes
בֹ֖שֶׂם
(bosem)
welriekend
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתָֽיִם
(umatayim)
en tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מָר דְּרוֹר (mor deror), ‘vloeibare mirre’, is de beste soort mirre.
קִנָּמוֹן (qinnamon) is kaneel, קְנֵה־בֹשֶׂם (qeneh-bosem) is een soort riet of kalmoes, קִדָּה (qiddah) is kassia (kaneelbast).
De tekst noemt hier geen maat.
Uit vers 24 (‘naar de sikkel van het heiligdom’) volgt dat het sikkels zijn: 500 sikkels is ongeveer 5,7 kilo en 250 sikkels ongeveer 2,85 kilo.
32Op het lichaam van een mens mag ze niet worden uitgegoten, en naar haar samenstelling mogen jullie niets maken wat op haar lijkt. Zij is heilig, heilig moet zij voor jullie zijn.
עַל
(al)
op
בְּשַׂ֤ר
(besar)
vlees van
אָדָם֙
(adam)
mens
לֹ֣א
(lo)
niet
יִיסָ֔ךְ
(yisakh)
wordt uitgegoten
וּבְמַ֨תְכֻּנְתּ֔וֹ
(uvematkunto)
en naar haar samenstelling
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֖וּ
(taasu)
zullen jullie maken
כָּמֹ֑הוּ
(kamohu)
zoals zij
קֹ֣דֶשׁ
(qodesh)
heilig
ה֔וּא
(hu)
zij is
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heilig
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De zalfolie is alleen voor de heilige dienst; ze mag niet voor gewoon gebruik worden gemaakt.
34Yahweh zei tot Mozes: „Neem specerijen: balsemhars, onyx-schelp, galbanum, specerijen, en zuivere wierook, van elk evenveel.
וַיֹּאמֶר֩
(vayomer)
en zei
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
קַח
(qach)
neem
לְךָ֣
(lekha)
voor jezelf
סַמִּ֗ים
(samim)
specerijen
נָטָ֤ף
(nataf)
druppel
וּשְׁחֵ֨לֶת֙
(ushechelet)
en onychesschelp
וְחֶלְבְּנָ֔ה
(vechelbena)
en galbanum
סַמִּ֖ים
(samim)
specerijen
וּלְבֹנָ֣ה
(ulevona)
en wierook
זַכָּ֑ה
(zaka)
zuivere
בַּ֥ד
(bad)
afzonderlijk
בְּבַ֖ד
(bevad)
afzonderlijk
יִהְיֶֽה
(yihye)
zal zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De namen van de specerijen zijn lastig te herkennen: נָטָף (nataf) is balsemhars of storax, שְׁחֵלֶת (shecheleth) waarschijnlijk de ‘onyxschelp’ (een geurig stuk van een zeeslak) en חֶלְבְּנָה (chelbenah) galbanum.