Elohim Bijbel

Exodus 30

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940

Het wierookaltaar, het verzoengeld, het wasbekken, de zalfolie en de wierook

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het wierookaltaar

1Maak een altaar om wierook op te laten opgaan; van acaciahout moet je het maken.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
מִזְבֵּ֖חַ
(mizbeach)
een altaar
מִקְטַ֣ר
(miqtar)
om te laten opgaan
קְטֹ֑רֶת
(qetoret)
wierook
עֲצֵ֥י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֖ים
(shitim)
acacia
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
zul je maken
אֹתֽוֹ
(oto)
het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit wierookaltaar staat in het heilige, voor de voorhang (vers 6).

Het is een el lang en breed en twee el hoog, ongeveer 45 bij 45 bij 90 cm.

2Het is een el lang en een el breed, vierkant, en twee el hoog; zijn hoorns moeten er één geheel mee vormen.
אַמָּ֨ה
(ama)
een el
אָרְכּ֜וֹ
(arko)
zijn lengte
וְאַמָּ֤ה
(veama)
en een el
רָחְבּוֹ֙
(rachbo)
zijn breedte
רָב֣וּעַ
(ravua)
vierkant
יִהְיֶ֔ה
(yihye)
zal zijn
וְאַמָּתַ֖יִם
(veamatayim)
en twee el
קֹמָת֑וֹ
(qomato)
zijn hoogte
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
uit hem
קַרְנֹתָֽיו
(qarnotav)
zijn hoorns
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookEx 27:2
3Bekleed het met zuiver goud: zijn bovenvlak, zijn wanden rondom en zijn hoorns, en maak er rondom een gouden rand aan.
וְצִפִּיתָ֨
(vetsipita)
en bekleed
אֹת֜וֹ
(oto)
het
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
טָה֗וֹר
(tahor)
zuiver
אֶת
(et)
(obj.)
גַּגּ֧וֹ
(gago)
zijn bovenvlak
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
קִירֹתָ֛יו
(qirotav)
zijn wanden
סָבִ֖יב
(saviv)
rondom
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
קַרְנֹתָ֑יו
(qarnotav)
zijn hoorns
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
לּ֛וֹ
(lo)
voor het
זֵ֥ר
(zer)
een rand
זָהָ֖ב
(zahav)
goud
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Maak er twee gouden ringen voor, onder zijn rand, aan zijn twee zijden. Aan beide kanten moet je ze maken, als houders voor de draagstokken waarmee men het draagt.
וּשְׁתֵּי֩
(ushtei)
en twee
טַבְּעֹ֨ת
(tabeot)
ringen van
זָהָ֜ב
(zahav)
goud
תַּֽעֲשֶׂה
(taase)
zul je maken
לּ֣וֹ
(lo)
voor het
מִתַּ֣חַת
(mitachat)
onder
לְזֵר֗וֹ
(lezero)
zijn rand
עַ֚ל
(al)
aan
שְׁתֵּ֣י
(shetei)
twee
צַלְעֹתָ֔יו
(tsalotav)
zijn zijden
תַּעֲשֶׂ֖ה
(taase)
zul je maken
עַל
(al)
aan
שְׁנֵ֣י
(shenei)
twee
צִדָּ֑יו
(tsidav)
zijn kanten
וְהָיָה֙
(vehaya)
en zal zijn
לְבָתִּ֣ים
(levatim)
als houders
לְבַדִּ֔ים
(levadim)
voor draagstokken
לָשֵׂ֥את
(laset)
om te dragen
אֹת֖וֹ
(oto)
het
בָּהֵֽמָּה
(bahema)
met hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Maak de draagstokken van acaciahout en bekleed ze met goud.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּדִּ֖ים
(habadim)
de draagstokken
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֑ים
(shitim)
acacia
וְצִפִּיתָ֥
(vetsipita)
en bekleed
אֹתָ֖ם
(otam)
ze
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Zet het voor de voorhang die voor de ark van het getuigenis hangt, voor het verzoendeksel dat boven het getuigenis ligt, waar Ik je zal ontmoeten.
וְנָתַתָּ֤ה
(venatata)
en zet
אֹתוֹ֙
(oto)
het
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
הַפָּרֹ֔כֶת
(haparokhet)
de voorhang
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
voor
אֲרֹ֣ן
(aron)
ark van
הָעֵדֻ֑ת
(haedut)
het getuigenis
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
הַכַּפֹּ֗רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
אֲשֶׁר֙
(asher)
dat
עַל
(al)
op
הָ֣עֵדֻ֔ת
(haedut)
het getuigenis
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
waar
אִוָּעֵ֥ד
(ivaed)
Ik ontmoet
לְךָ֖
(lekha)
jou
שָֽׁמָּה
(shama)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Aäron moet daarop elke morgen welriekende wierook laten opgaan, wanneer hij de lampen in orde brengt.
וְהִקְטִ֥יר
(vehiqtir)
en laat opgaan
עָלָ֛יו
(alav)
erop
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
קְטֹ֣רֶת
(qetoret)
wierook van
סַמִּ֑ים
(samim)
specerijen
בַּבֹּ֣קֶר
(baboqer)
elke morgen
בַּבֹּ֗קֶר
(baboqer)
elke morgen
בְּהֵיטִיב֛וֹ
(beheitivo)
wanneer hij in orde brengt
אֶת
(et)
(obj.)
הַנֵּרֹ֖ת
(hanerot)
de lampen
יַקְטִירֶֽנָּה
(yaqtirena)
zal hij ze laten opgaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De wierook gaat elke morgen en elke avond op, bij het in orde brengen van de lampen (27:20–21).

8En wanneer Aäron de lampen tussen de twee avonden aansteekt, moet hij het ook laten opgaan: een voortdurende wierook voor het aangezicht van Yahweh voor al jullie generaties.
וּבְהַעֲלֹ֨ת
(uvehaalot)
en wanneer hij aansteekt
אַהֲרֹ֧ן
(aharon)
Aäron
אֶת
(et)
(obj.)
הַנֵּרֹ֛ת
(hanerot)
de lampen
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
הָעֲרְבַּ֖יִם
(haarbayim)
de twee avonden
יַקְטִירֶ֑נָּה
(yaqtirena)
zal hij ze laten opgaan
קְטֹ֧רֶת
(qetoret)
wierook
תָּמִ֛יד
(tamid)
voortdurend
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לְדֹרֹתֵיכֶֽם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Jullie mogen er geen vreemde wierook op laten opgaan, geen brandoffer en geen graanoffer, en jullie mogen er geen plengoffer op uitgieten.
לֹא
(lo)
niet
תַעֲל֥וּ
(taalu)
zullen jullie laten opgaan
עָלָ֛יו
(alav)
erop
קְטֹ֥רֶת
(qetoret)
wierook
זָרָ֖ה
(zara)
vreemde
וְעֹלָ֣ה
(veola)
en brandoffer
וּמִנְחָ֑ה
(umincha)
en graanoffer
וְנֵ֕סֶךְ
(venesekh)
en plengoffer
לֹ֥א
(lo)
niet
תִסְּכ֖וּ
(tisekhu)
zullen jullie uitgieten
עָלָֽיו
(alav)
erop
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookLev 10:1
10Eenmaal per jaar moet Aäron verzoening doen op zijn hoorns. Met het bloed van het zondoffer van de verzoening moet hij eenmaal per jaar verzoening doen voor al jullie generaties. Het is hoogheilig voor Yahweh.”
וְכִפֶּ֤ר
(vekhiper)
en zal verzoening doen
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
עַל
(al)
op
קַרְנֹתָ֔יו
(qarnotav)
zijn hoorns
אַחַ֖ת
(achat)
eenmaal
בַּשָּׁנָ֑ה
(bashana)
in het jaar
מִדַּ֞ם
(midam)
met bloed van
חַטַּ֣את
(chatat)
zondoffer
הַכִּפֻּרִ֗ים
(hakipurim)
de verzoeningen
אַחַ֤ת
(achat)
eenmaal
בַּשָּׁנָה֙
(bashana)
in het jaar
יְכַפֵּ֤ר
(yekhaper)
zal hij verzoening doen
עָלָיו֙
(alav)
erop
לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
קֹֽדֶשׁ
(qodesh)
heilig van
קָֽדָשִׁ֥ים
(qadashim)
heiligheden
ה֖וּא
(hu)
het is
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Eenmaal per jaar doet de hogepriester verzoening op de hoorns van dit altaar.

Zie Lev. 16:18–19 (de verzoendag).

Het verzoengeld

11Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12„Wanneer je de som opneemt van de zonen van Israël, naar hun getelden, dan moet ieder voor zijn leven een losgeld aan Yahweh betalen als je hen telt. Zo komt er geen plaag onder hen wanneer je hen telt.
כִּ֣י
(ki)
wanneer
תִשָּׂ֞א
(tisa)
je opneemt
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֥אשׁ
(rosh)
de som van
בְּנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֘ל
(yisrael)
Israël
לִפְקֻדֵיהֶם֒
(lifqudeihem)
volgens hun getelden
וְנָ֨תְנ֜וּ
(venatenu)
en zij zullen geven
אִ֣ישׁ
(ish)
ieder
כֹּ֧פֶר
(kofer)
losgeld van
נַפְשׁ֛וֹ
(nafsho)
zijn leven
לַיהוָ֖ה
(laYahweh)
aan Yahweh
בִּפְקֹ֣ד
(bifqod)
bij het tellen
אֹתָ֑ם
(otam)
hen
וְלֹא
(velo)
en niet
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
בָהֶ֛ם
(bahem)
onder hen
נֶ֖גֶף
(negef)
plaag
בִּפְקֹ֥ד
(bifqod)
bij het tellen
אֹתָֽם
(otam)
hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’, is de betaling waarmee men zijn leven vrijkoopt.

Bij het tellen van het volk betaalt ieder een gelijke bijdrage, zodat er geen plaag komt.

Zie ook Num. 1:2–3; 2 Kron. 24:6.

13Dit moet ieder geven die onder de getelden komt: een halve sikkel, naar de sikkel van het heiligdom; een sikkel is twintig gera. Een halve sikkel is de heffing voor Yahweh.
זֶ֣ה
(ze)
dit
יִתְּנ֗וּ
(yitenu)
zullen zij geven
כָּל
(kal)
ieder
הָעֹבֵר֙
(haover)
die gaat
עַל
(al)
over
הַפְּקֻדִ֔ים
(hapequdim)
de getelden
מַחֲצִ֥ית
(machatsit)
de helft van
הַשֶּׁ֖קֶל
(hasheqel)
de sikkel
בְּשֶׁ֣קֶל
(besheqel)
naar de sikkel van
הַקֹּ֑דֶשׁ
(haqodesh)
het heiligdom
עֶשְׂרִ֤ים
(esrim)
twintig
גֵּרָה֙
(gera)
gera
הַשֶּׁ֔קֶל
(hasheqel)
de sikkel
מַחֲצִ֣ית
(machatsit)
de helft van
הַשֶּׁ֔קֶל
(hasheqel)
de sikkel
תְּרוּמָ֖ה
(teruma)
heffing
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een sikkel (שֶׁקֶל, sheqel) weegt ongeveer 11,4 gram, een gera (גֵּרָה) ongeveer 0,57 gram.

De halve sikkel is dus ongeveer 5,7 gram zilver.

14Ieder die onder de getelden komt, van twintig jaar en ouder, moet de heffing voor Yahweh geven.
כֹּ֗ל
(kol)
ieder
הָעֹבֵר֙
(haover)
die gaat
עַל
(al)
over
הַפְּקֻדִ֔ים
(hapequdim)
de getelden
מִבֶּ֛ן
(miben)
van zoon van
עֶשְׂרִ֥ים
(esrim)
twintig
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וָמָ֑עְלָה
(vamaela)
en ouder
יִתֵּ֖ן
(yiten)
zal geven
תְּרוּמַ֥ת
(terumat)
heffing van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15De rijke mag niet meer geven en de arme niet minder dan een halve sikkel, wanneer jullie de heffing voor Yahweh geven om voor jullie leven verzoening te doen.
הֶֽעָשִׁ֣יר
(heashir)
de rijke
לֹֽא
(lo)
niet
יַרְבֶּ֗ה
(yarbe)
zal meer geven
וְהַדַּל֙
(vehadal)
en de arme
לֹ֣א
(lo)
niet
יַמְעִ֔יט
(yamit)
zal minder geven
מִֽמַּחֲצִ֖ית
(mimachatsit)
dan de helft van
הַשָּׁ֑קֶל
(hashaqel)
de sikkel
לָתֵת֙
(latet)
om te geven
אֶת
(et)
(obj.)
תְּרוּמַ֣ת
(terumat)
heffing van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְכַפֵּ֖ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עַל
(al)
voor
נַפְשֹׁתֵיכֶֽם
(nafshoteikhem)
jullie levens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Rijk en arm betalen hetzelfde: voor Yahweh is het leven van ieder evenveel waard.

16Neem het verzoengeld van de zonen van Israël aan en besteed het aan de dienst van de tent van samenkomst. Het zal voor de zonen van Israël een gedachtenis zijn voor het aangezicht van Yahweh, om voor jullie leven verzoening te doen.”
וְלָקַחְתָּ֞
(velaqachta)
en neem
אֶת
(et)
(obj.)
כֶּ֣סֶף
(kesef)
geld van
הַכִּפֻּרִ֗ים
(hakipurim)
de verzoeningen
מֵאֵת֙
(meet)
van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְנָתַתָּ֣
(venatata)
en geef
אֹת֔וֹ
(oto)
het
עַל
(al)
voor
עֲבֹדַ֖ת
(avodat)
dienst van
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וְהָיָה֩
(vehaya)
en het zal zijn
לִבְנֵ֨י
(livnei)
voor de zonen van
יִשְׂרָאֵ֤ל
(yisrael)
Israël
לְזִכָּרוֹן֙
(lezikaron)
tot gedachtenis
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לְכַפֵּ֖ר
(lekhaper)
om verzoening te doen
עַל
(al)
voor
נַפְשֹׁתֵיכֶֽם
(nafshoteikhem)
jullie levens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het zilver dient voor de dienst van de tent (zie 38:25–28).

Het wasbekken

17Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18„Maak een wasbekken van koper met een koperen voetstuk, om je in te wassen. Zet het tussen de tent van samenkomst en het altaar en doe er water in.
וְעָשִׂ֜יתָ
(veasita)
en maak
כִּיּ֥וֹר
(kiyor)
een wasbekken van
נְחֹ֛שֶׁת
(nechoshet)
koper
וְכַנּ֥וֹ
(vekhano)
en zijn voetstuk
נְחֹ֖שֶׁת
(nechoshet)
koper
לְרָחְצָ֑ה
(lerachetsa)
om te wassen
וְנָתַתָּ֣
(venatata)
en zet
אֹת֗וֹ
(oto)
het
בֵּֽין
(bein)
tussen
אֹ֤הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵד֙
(moed)
samenkomst
וּבֵ֣ין
(uvein)
en tussen
הַמִּזְבֵּ֔חַ
(hamizbeach)
het altaar
וְנָתַתָּ֥
(venatata)
en doe
שָׁ֖מָּה
(shama)
daarin
מָֽיִם
(mayim)
water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּיּוֹר (kiyyor) is een wasbekken of -bak van koper, bij het heiligdom.

19Aäron en zijn zonen moeten daaruit hun handen en voeten wassen.
וְרָחֲצ֛וּ
(verachatsu)
en wassen
אַהֲרֹ֥ן
(aharon)
Aäron
וּבָנָ֖יו
(uvanav)
en zijn zonen
מִמֶּ֑נּוּ
(mimenu)
daaruit
אֶת
(et)
(obj.)
יְדֵיהֶ֖ם
(yedeihem)
hun handen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רַגְלֵיהֶֽם
(ragleihem)
hun voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Wanneer zij de tent van samenkomst binnengaan, moeten zij zich met water wassen, zodat zij niet sterven; of wanneer zij het altaar naderen om te dienen en een vuuroffer voor Yahweh in rook te laten opgaan.
בְּבֹאָ֞ם
(bevoam)
bij hun binnenkomen
אֶל
(el)
in
אֹ֧הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֛ד
(moed)
samenkomst
יִרְחֲצוּ
(yirchatsu)
zullen zij wassen
מַ֖יִם
(mayim)
water
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָמֻ֑תוּ
(yamutu)
sterven zij
א֣וֹ
(o)
of
בְגִשְׁתָּ֤ם
(begishtam)
bij hun naderen
אֶל
(el)
tot
הַמִּזְבֵּ֨חַ֙
(hamizbeach)
het altaar
לְשָׁרֵ֔ת
(lesharet)
om te dienen
לְהַקְטִ֥יר
(lehaqtir)
om in rook te laten opgaan
אִשֶּׁ֖ה
(ishe)
vuuroffer
לַֽיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De priesters wassen handen en voeten voordat zij naderen, ‘zodat zij niet sterven’.

21Zij moeten hun handen en voeten wassen, zodat zij niet sterven. Dit is een eeuwig voorschrift voor hem en voor zijn nageslacht, voor hun generaties.”
וְרָחֲצ֛וּ
(verachatsu)
en zij zullen wassen
יְדֵיהֶ֥ם
(yedeihem)
hun handen
וְרַגְלֵיהֶ֖ם
(veragleihem)
en hun voeten
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יָמֻ֑תוּ
(yamutu)
sterven zij
וְהָיְתָ֨ה
(vehayeta)
en het zal zijn
לָהֶ֧ם
(lahem)
voor hen
חָק
(chaq)
een voorschrift van
עוֹלָ֛ם
(olam)
eeuwigheid
ל֥וֹ
(lo)
voor hem
וּלְזַרְע֖וֹ
(ulezaro)
en voor zijn nageslacht
לְדֹרֹתָֽם
(ledorotam)
voor hun generaties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De heilige zalfolie

22Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23„Neem voor jezelf de beste specerijen: vijfhonderd van vloeibare mirre, de helft daarvan, tweehonderdvijftig, van welriekende kaneel, en tweehonderdvijftig van welriekende kalmoes,
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en jij
קַח
(qach)
neem
לְךָ֮
(lekha)
voor jezelf
בְּשָׂמִ֣ים
(besamim)
specerijen van
רֹאשׁ֒
(rosh)
beste
מָר
(mar)
mirre van
דְּרוֹר֙
(deror)
vloeiende
חֲמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֔וֹת
(meot)
honderd
וְקִנְּמָן
(veqineman)
en kaneel
בֶּ֥שֶׂם
(besem)
welriekend
מַחֲצִית֖וֹ
(machatsito)
de helft ervan
חֲמִשִּׁ֣ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתָ֑יִם
(umatayim)
en tweehonderd
וּקְנֵה
(uqene)
en kalmoes
בֹ֖שֶׂם
(bosem)
welriekend
חֲמִשִּׁ֥ים
(chamishim)
vijftig
וּמָאתָֽיִם
(umatayim)
en tweehonderd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָר דְּרוֹר (mor deror), ‘vloeibare mirre’, is de beste soort mirre.

קִנָּמוֹן (qinnamon) is kaneel, קְנֵה־בֹשֶׂם (qeneh-bosem) is een soort riet of kalmoes, קִדָּה (qiddah) is kassia (kaneelbast).

De tekst noemt hier geen maat.

Uit vers 24 (‘naar de sikkel van het heiligdom’) volgt dat het sikkels zijn: 500 sikkels is ongeveer 5,7 kilo en 250 sikkels ongeveer 2,85 kilo.

24vijfhonderd van kassia, naar de sikkel van het heiligdom, en een hin olijfolie.
וְקִדָּ֕ה
(veqida)
en kassia
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
בְּשֶׁ֣קֶל
(besheqel)
naar de sikkel van
הַקֹּ֑דֶשׁ
(haqodesh)
het heiligdom
וְשֶׁ֥מֶן
(veshemen)
en olie van
זַ֖יִת
(zayit)
olijf
הִֽין
(hin)
een hin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een hin is ongeveer 3,7 liter.

25Maak daarvan een heilige zalfolie, een mengsel gemaakt door een zalfbereider; een heilige zalfolie zal het zijn.
וְעָשִׂ֣יתָ
(veasita)
en maak
אֹת֗וֹ
(oto)
het
שֶׁ֚מֶן
(shemen)
olie van
מִשְׁחַת
(mishchat)
zalving
קֹ֔דֶשׁ
(qodesh)
heilig
רֹ֥קַח
(roqach)
mengsel
מִרְקַ֖חַת
(mirqachat)
gemaakt door een bereider
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
werk van
רֹקֵ֑חַ
(roqeach)
een zalfbereider
שֶׁ֥מֶן
(shemen)
olie van
מִשְׁחַת
(mishchat)
zalving
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heilig
יִהְיֶֽה
(yihye)
zal zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רֹקֵחַ (roqeach) is een bereider van zalven en parfums.

26Zalf daarmee de tent van samenkomst en de ark van het getuigenis,
וּמָשַׁחְתָּ֥
(umashachta)
en zalf
ב֖וֹ
(bo)
daarmee
אֶת
(et)
(obj.)
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
אֲר֥וֹן
(aron)
ark van
הָעֵדֻֽת
(haedut)
het getuigenis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27de tafel met al zijn voorwerpen, de kandelaar met haar voorwerpen, het wierookaltaar,
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַשֻּׁלְחָן֙
(hashulchan)
de tafel
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
כֵּלָ֔יו
(kelav)
zijn voorwerpen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַמְּנֹרָ֖ה
(hamenora)
de kandelaar
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כֵּלֶ֑יהָ
(keleiha)
haar voorwerpen
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
מִזְבַּ֥ח
(mizbach)
altaar van
הַקְּטֹֽרֶת
(haqetoret)
het wierook
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28het brandofferaltaar met al zijn voorwerpen, en het wasbekken met zijn voetstuk.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִזְבַּ֥ח
(mizbach)
altaar van
הָעֹלָ֖ה
(haola)
het brandoffer
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
כֵּלָ֑יו
(kelav)
zijn voorwerpen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכִּיֹּ֖ר
(hakiyor)
het wasbekken
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
כַּנּֽוֹ
(kano)
zijn voetstuk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Heilig ze, dan zullen ze hoogheilig zijn; al wat ze aanraakt, wordt heilig.
וְקִדַּשְׁתָּ֣
(veqidashta)
en heilig
אֹתָ֔ם
(otam)
ze
וְהָי֖וּ
(vehayu)
en zullen zijn
קֹ֣דֶשׁ
(qodesh)
heilig van
קָֽדָשִׁ֑ים
(qadashim)
heiligheden
כָּל
(kal)
alles
הַנֹּגֵ֥עַ
(hanogea)
wat aanraakt
בָּהֶ֖ם
(bahem)
hen
יִקְדָּֽשׁ
(yiqdash)
zal heilig zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Aäron en zijn zonen moet je zalven en heiligen, zodat zij Mij als priesters dienen.
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אַהֲרֹ֥ן
(aharon)
Aäron
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בָּנָ֖יו
(banav)
zijn zonen
תִּמְשָׁ֑ח
(timshach)
zalf
וְקִדַּשְׁתָּ֥
(veqidashta)
en heilig
אֹתָ֖ם
(otam)
hen
לְכַהֵ֥ן
(lekhahen)
om priester te zijn
לִֽי
(li)
voor Mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Tot de zonen van Israël moet je zeggen: ‘Dit zal voor al jullie generaties Mijn heilige zalfolie zijn.
וְאֶל
(veel)
en tot
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
תְּדַבֵּ֣ר
(tedaber)
zul je spreken
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
om te zeggen
שֶׁ֠מֶן
(shemen)
olie van
מִשְׁחַת
(mishchat)
zalving
קֹ֨דֶשׁ
(qodesh)
heilig
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
זֶ֛ה
(ze)
deze
לִ֖י
(li)
voor Mij
לְדֹרֹתֵיכֶֽם
(ledoroteikhem)
voor jullie generaties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Op het lichaam van een mens mag ze niet worden uitgegoten, en naar haar samenstelling mogen jullie niets maken wat op haar lijkt. Zij is heilig, heilig moet zij voor jullie zijn.
עַל
(al)
op
בְּשַׂ֤ר
(besar)
vlees van
אָדָם֙
(adam)
mens
לֹ֣א
(lo)
niet
יִיסָ֔ךְ
(yisakh)
wordt uitgegoten
וּבְמַ֨תְכֻּנְתּ֔וֹ
(uvematkunto)
en naar haar samenstelling
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֖וּ
(taasu)
zullen jullie maken
כָּמֹ֑הוּ
(kamohu)
zoals zij
קֹ֣דֶשׁ
(qodesh)
heilig
ה֔וּא
(hu)
zij is
קֹ֖דֶשׁ
(qodesh)
heilig
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal zijn
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zalfolie is alleen voor de heilige dienst; ze mag niet voor gewoon gebruik worden gemaakt.

33Wie iets zoals zij samenstelt of ervan op een vreemde doet, wordt uit zijn volk uitgeroeid.’”
אִ֚ישׁ
(ish)
man
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יִרְקַ֣ח
(yirqach)
samenstelt
כָּמֹ֔הוּ
(kamohu)
zoals zij
וַאֲשֶׁ֥ר
(vaasher)
en die
יִתֵּ֛ן
(yiten)
doet
מִמֶּ֖נּוּ
(mimenu)
ervan
עַל
(al)
op
זָ֑ר
(zar)
een vreemde
וְנִכְרַ֖ת
(venikhrat)
en wordt uitgeroeid
מֵעַמָּֽיו
(meamav)
uit zijn volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De heilige wierook

34Yahweh zei tot Mozes: „Neem specerijen: balsemhars, onyx-schelp, galbanum, specerijen, en zuivere wierook, van elk evenveel.
וַיֹּאמֶר֩
(vayomer)
en zei
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֜ה
(moshe)
Mozes
קַח
(qach)
neem
לְךָ֣
(lekha)
voor jezelf
סַמִּ֗ים
(samim)
specerijen
נָטָ֤ף
(nataf)
druppel
וּשְׁחֵ֨לֶת֙
(ushechelet)
en onychesschelp
וְחֶלְבְּנָ֔ה
(vechelbena)
en galbanum
סַמִּ֖ים
(samim)
specerijen
וּלְבֹנָ֣ה
(ulevona)
en wierook
זַכָּ֑ה
(zaka)
zuivere
בַּ֥ד
(bad)
afzonderlijk
בְּבַ֖ד
(bevad)
afzonderlijk
יִהְיֶֽה
(yihye)
zal zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De namen van de specerijen zijn lastig te herkennen: נָטָף (nataf) is balsemhars of storax, שְׁחֵלֶת (shecheleth) waarschijnlijk de ‘onyxschelp’ (een geurig stuk van een zeeslak) en חֶלְבְּנָה (chelbenah) galbanum.

35Maak daarvan een wierookmengsel, bereid door een zalfbereider, gezouten, zuiver en heilig.
וְעָשִׂ֤יתָ
(veasita)
en maak
אֹתָהּ֙
(otah)
het
קְטֹ֔רֶת
(qetoret)
wierook
רֹ֖קַח
(roqach)
mengsel
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
werk van
רוֹקֵ֑חַ
(roqeach)
een zalfbereider
מְמֻלָּ֖ח
(memulach)
gezouten
טָה֥וֹר
(tahor)
zuiver
קֹֽדֶשׁ
(qodesh)
heilig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De wierook is ‘gezouten’ (מְמֻלָּח, memullach): met zout vermengd, naar het zout van het verbond (Lev. 2:13).

36Maal een deel ervan fijn en leg het voor het getuigenis in de tent van samenkomst, waar Ik je zal ontmoeten. Hoogheilig moet het voor jullie zijn.
וְשָֽׁחַקְתָּ֣
(veshachaqta)
en maal
מִמֶּנָּה֮
(mimena)
ervan
הָדֵק֒
(hadeq)
fijn
וְנָתַתָּ֨ה
(venatata)
en leg
מִמֶּ֜נָּה
(mimena)
ervan
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor
הָעֵדֻת֙
(haedut)
het getuigenis
בְּאֹ֣הֶל
(beohel)
in de tent van
מוֹעֵ֔ד
(moed)
samenkomst
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
waar
אִוָּעֵ֥ד
(ivaed)
Ik ontmoet
לְךָ֖
(lekha)
jou
שָׁ֑מָּה
(shama)
daar
קֹ֥דֶשׁ
(qodesh)
heilig van
קָֽדָשִׁ֖ים
(qadashim)
heiligheden
תִּהְיֶ֥ה
(tihye)
zal zijn
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37De wierook die je maakt, mogen jullie niet voor jezelf maken met dezelfde samenstelling; heilig moet ze voor je zijn, voor Yahweh.
וְהַקְּטֹ֨רֶת֙
(vehaqetoret)
en de wierook
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
תַּעֲשֶׂ֔ה
(taase)
je zult maken
בְּמַ֨תְכֻּנְתָּ֔הּ
(bematkuntah)
naar haar samenstelling
לֹ֥א
(lo)
niet
תַעֲשׂ֖וּ
(taasu)
zullen jullie maken
לָכֶ֑ם
(lakhem)
voor jezelf
קֹ֛דֶשׁ
(qodesh)
heilig
תִּהְיֶ֥ה
(tihye)
zal zijn
לְךָ֖
(lekha)
voor jou
לַיהוָֽה
(laYahweh)
voor Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38Wie zoiets maakt om eraan te ruiken, wordt uit zijn volk uitgeroeid.”
אִ֛ישׁ
(ish)
man
אֲשֶׁר
(asher)
die
יַעֲשֶׂ֥ה
(yaase)
maakt
כָמ֖וֹהָ
(kamoha)
zoals zij
לְהָרִ֣יחַ
(lehariach)
om te ruiken
בָּ֑הּ
(bah)
eraan
וְנִכְרַ֖ת
(venikhrat)
en wordt uitgeroeid
מֵעַמָּֽיו
(meamav)
uit zijn volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De heilige wierook is voor Yahweh alleen en mag niet voor privégebruik worden nagemaakt.

Zie ookEx 30:33