Open in de app Alle boeken Job ← 33 35 → Job 34 Elihu: El is rechtvaardig
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Elihu roept de wijzen op 1 Elihu antwoordde en zei:
וַיַּ֥עַן
(vayaan)
en antwoordde
וַיֹּאמַֽר
(vayomar)
en zei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elihu spreekt in vier gedeelten (hoofdstukken 32–33, 34, 35 en 36–37).
Hij verwijt Job dat deze Elohim onrecht aandoet (34:5–9), en betoogt dat Elohim rechtvaardig is en alles ziet.
2 „Hoor mijn woorden, wijzen, en geef gehoor, kenners.
חֲכָמִ֣ים
(chakhamim)
wijzen
מִלָּ֑י
(milay)
mijn woorden
וְ֝יֹדְעִ֗ים
(veyodeim)
en kenners
הַאֲזִ֥ינוּ
(haazinu)
geef gehoor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Want het oor beproeft woorden, zoals het gehemelte proeft om te eten.
תִּבְחָ֑ן
(tivchan)
beproeft
וְ֝חֵ֗ךְ
(vechekh)
en gehemelte
לֶאֱכֹֽל
(leekhol)
om te eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Laten wij het recht voor ons kiezen, laten wij onder ons weten wat goed is.
מִשְׁפָּ֥ט
(mishpat)
het recht
נִבְחֲרָה
(nivchara)
laten wij kiezen
נֵדְעָ֖ה
(nedea)
laten wij weten
בֵינֵ֣ינוּ
(beineinu)
onder ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Wat Job zegt 5 Want Job heeft gezegd: ‘Ik ben rechtvaardig, maar El heeft mijn recht weggenomen.
צָדַ֑קְתִּי
(tsadaqti)
ik ben rechtvaardig
מִשְׁפָּטִֽי
(mishpati)
mijn recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Tegen mijn recht word ik een leugenaar genoemd; mijn wond is ongeneeslijk, hoewel ik niet heb overtreden.’
מִשְׁפָּטִ֥י
(mishpati)
mijn recht
אֲכַזֵּ֑ב
(akhazev)
ik word een leugenaar genoemd
אָנ֖וּשׁ
(anush)
ongeneeslijk
חִצִּ֣י
(chitsi)
mijn pijl (wond)
פָֽשַׁע
(pasha)
overtreding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
חִצִּי (chitsi), letterlijk ‘mijn pijl’.
Job zelf spreekt over de pijlen van Shaddai in 6:4 en 16:13.
Elihu citeert hem: de wond (de pijl) is ongeneeslijk, hoewel Job niets heeft misdaan.
Wij vertalen daarom ‘mijn wond’.
7 Welke man is als Job, die spot drinkt als water,
כְּאִיּ֑וֹב
(keiyov)
zoals Job
כַּמָּֽיִם
(kamayim)
als water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8 die in gezelschap optrekt met wie onrecht doen en wandelt met mannen van goddeloosheid?
וְאָרַ֣ח
(vearach)
en hij gaat
לְ֭חֶבְרָה
(lechevra)
in gezelschap
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
werkers van
וְ֝לָלֶ֗כֶת
(velalekhet)
en wandelt
אַנְשֵׁי
(anshei)
mannen van
רֶֽשַׁע
(resha)
goddeloosheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Want hij heeft gezegd: ‘Het baat een man niet als hij welgevallen heeft aan Elohim.’
בִּ֝רְצֹת֗וֹ
(birtsoto)
in zijn welgevallen te hebben
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Verre zij het van El goddeloos te handelen 10 Daarom, mannen van inzicht, hoor mij: verre zij het dat El goddeloos handelt en dat Shaddai onrecht doet.
אַ֥נֲשֵׁ֥י
(anashei)
mannen van
חָלִ֖לָה
(chalila)
verre zij het
מֵרֶ֗שַׁע
(meresha)
van goddeloosheid
וְשַׁדַּ֥י
(veshaday)
en Shaddai
מֵעָֽוֶל
(meavel)
van onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elihu gebruikt de goddelijke namen El en Shaddai bij zijn kern: Elohim kan geen onrecht doen.
Vergelijk Gen. 18:25 en Deut. 32:4.
11 Want het werk van een mens vergeldt Hij hem, en naar de weg van een man laat Hij het hem vinden.
יְשַׁלֶּם
(yeshalem)
vergeldt Hij
וּֽכְאֹ֥רַח
(ukheorach)
en naar de weg van
יַמְצִאֶֽנּוּ
(yamtsienu)
doet Hij hem vinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 Ja, voorwaar, El handelt niet goddeloos, en Shaddai verdraait het recht niet.
יַרְשִׁ֑יעַ
(yarshia)
handelt goddeloos
וְ֝שַׁדַּ֗י
(veshaday)
en Shaddai
יְעַוֵּ֥ת
(yeavet)
verdraait
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Wie heeft Hem de aarde toevertrouwd, en wie heeft de hele wereld gesteld?
פָקַ֣ד
(paqad)
gaf opdracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elihu zegt: aan niemand is de aarde door Eloah toevertrouwd, want Hij heeft haar zelf gemaakt.
Daarom is Hij aan niemand rekenschap schuldig.
Hij houdt alles in stand door Zijn adem (vers 14–15).
Vergelijk Ps. 104:29–30 en Pred. 12:7.
14 Als Hij Zijn hart op Zich richtte en Zijn geest en adem tot Zich terugnam,
יָשִׂ֣ים
(yasim)
Hij richtte
וְ֝נִשְׁמָת֗וֹ
(venishmato)
en Zijn adem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 dan zou alle vlees tegelijk omkomen en de mens tot stof terugkeren.
יִגְוַ֣ע
(yigva)
zou omkomen
וְ֝אָדָ֗ם
(veadam)
en de mens
יָשֽׁוּב
(yashuv)
keerde terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Veroordeelt u de Rechtvaardige? 16 Als u inzicht hebt, hoor dit; luister naar de stem van mijn woorden.
הַ֝אֲזִ֗ינָה
(haazina)
luister
לְק֣וֹל
(leqol)
naar de stem van
מִלָּֽי
(milay)
mijn woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17 Zou iemand die het recht haat, kunnen regeren? En de Rechtvaardige, de Machtige, wilt u die veroordelen?
שׂוֹנֵ֣א
(sone)
een hater van
יַחֲב֑וֹשׁ
(yachavosh)
regeren
צַדִּ֖יק
(tsadiq)
de Rechtvaardige
כַּבִּ֣יר
(kabir)
de Machtige
תַּרְשִֽׁיעַ
(tarshia)
wilt u veroordelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Als Elohim zelf het recht zou haten, zou Hij de wereld niet kunnen besturen.
Job klaagt in 9:22–24 dat Eloah de onschuldige en de goddeloze samen doet omkomen.
Elihu legt hem de vraag omgekeerd voor: ‘Wilt u de Rechtvaardige, de Machtige, veroordelen?’
18 Zegt men tot een koning: ‘Nietswaardige!’, tot edelen: ‘Goddeloze!’?
לְמֶ֣לֶךְ
(lemelekh)
tot een koning
בְּלִיָּ֑עַל
(beliyaal)
nietswaardige
נְדִיבִֽים
(nedivim)
edelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
בְּלִיַּעַל (beliya‘al) betekent ‘waardeloosheid’, ‘nietswaardige’.
In latere teksten is het een bijnaam geworden voor de boze (2 Kor. 6:15).
Hier is het een scheldwoord voor een nietsnut.
19 Hij bevoordeelt vorsten niet en acht de rijke niet hoger dan de arme, want zij allen zijn het werk van Zijn handen.
פְּנֵ֥י
(penei)
het gezicht van
מַעֲשֵׂ֖ה
(maase)
het werk van
יָדָ֣יו
(yadav)
Zijn handen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 In een ogenblik sterven zij, en midden in de nacht beeft een volk en gaat voorbij, en de machtige wordt zonder hand weggenomen.
רֶ֤גַע
(rega)
in een ogenblik
יָמֻתוּ֮
(yamutu)
sterven zij
וַחֲצ֪וֹת
(vachatsot)
en het midden van
יְגֹעֲשׁ֣וּ
(yegoashu)
beven zij
וְיַעֲבֹ֑רוּ
(veyaavoru)
en vergaan
וְיָסִ֥ירוּ
(veyasiru)
en men verwijdert
אַ֝בִּ֗יר
(abir)
de machtige
בְיָֽד
(beyad)
door een hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Zonder hand’: Elohim hoeft geen menselijke hand te gebruiken; de machtige gaat ten onder zonder dat een mens hem aanraakt.
Vergelijk Dan. 2:34 en 8:25.
Zijn ogen zien alle wegen 21 Want Zijn ogen zijn op de wegen van een mens, en al zijn stappen ziet Hij.
דַּרְכֵי
(darkhei)
de wegen van
צְעָדָ֥יו
(tseadav)
zijn stappen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22 Er is geen duisternis en geen diepe schaduw waar wie onrecht doen zich kunnen verbergen.
חֹ֭שֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is niet
צַלְמָ֑וֶת
(tsalmavet)
diepe schaduw
לְהִסָּ֥תֶר
(lehisater)
om zich te verbergen
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
werkers van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23 Want Hij hoeft niet nog lang naar een mens te kijken om hem voor El in het gericht te brengen.
לַהֲלֹ֥ךְ
(lahalokh)
om te gaan
בַּמִּשְׁפָּֽט
(bamishpat)
in het gericht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elohim heeft geen tijd of onderzoek nodig: Hij ziet alles.
Vergelijk Gen. 18:21, waar Hij toch afdaalt om te zien.
24 Hij verplettert machtigen zonder onderzoek en stelt anderen in hun plaats.
יָרֹ֣עַ
(yaroa)
Hij verplettert
כַּבִּירִ֣ים
(kabirim)
machtigen
וַיַּעֲמֵ֖ד
(vayaamed)
en stelt
אֲחֵרִ֣ים
(acherim)
anderen
תַּחְתָּֽם
(tachtam)
in hun plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25 Daarom kent Hij hun daden, keert de nacht om en zij worden verpletterd.
מַעְבָּֽדֵיהֶ֑ם
(mabadeihem)
hun daden
וְהָ֥פַךְ
(vehafakh)
en Hij keert om
וְיִדַּכָּֽאוּ
(veyidakau)
en zij worden verpletterd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26 Als goddelozen slaat Hij hen, op de plaats waar men het ziet,
רְשָׁעִ֥ים
(reshaim)
goddelozen
סְפָקָ֗ם
(sefaqam)
slaat Hij hen
בִּמְק֥וֹם
(bimqom)
op de plaats van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27 omdat zij van Hem zijn afgeweken en geen van Zijn wegen hebben begrepen,
מֵֽאַחֲרָ֑יו
(meacharav)
van achter Hem
דְּ֝רָכָ֗יו
(derakhav)
Zijn wegen
הִשְׂכִּֽילוּ
(hiskilu)
begrepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28 zodat zij het geschrei van de arme tot Hem brachten en Hij het geschrei van de armen hoorde.
לְהָבִ֣יא
(lehavi)
om te brengen
צַֽעֲקַת
(tsaaqat)
het geschrei van
וְצַעֲקַ֖ת
(vetsaaqat)
en het geschrei van
עֲנִיִּ֣ים
(aniyim)
de armen
יִשְׁמָֽע
(yishma)
hoorde Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29 Als Hij rust geeft, wie kan dan veroordelen? Als Hij Zijn gezicht verbergt, wie kan Hem dan zien, of het nu een volk is of een mens?
יַשְׁקִ֨ט
(yashqit)
geeft rust
יַרְשִׁ֗עַ
(yarshia)
kan veroordelen
וְיַסְתֵּ֣ר
(veyaster)
en verbergt
פָּ֭נִים
(panim)
het aangezicht
יְשׁוּרֶ֑נּוּ
(yeshurenu)
kan Hem zien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Dit vers is moeilijk.
Wij nemen het zo op dat Elohim de vrijheid heeft rust te geven of Zijn gezicht te verbergen, zonder dat iemand Hem daarover kan veroordelen.
30 Zodat een goddeloos mens niet regeert en het volk niet in strikken valt.
מִ֭מְּלֹךְ
(mimelokh)
opdat niet regeert
מִמֹּ֥קְשֵׁי
(mimoqeshei)
uit de strikken van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Job spreekt zonder inzicht 31 Want heeft iemand tot El gezegd: ‘Ik heb gedragen, ik zal niet meer verderf brengen;
הֶאָמַ֥ר
(heamar)
heeft iemand gezegd
נָשָׂ֗אתִי
(nasati)
ik droeg
אֶחְבֹּֽל
(echbol)
zal ik verderf brengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32 wat ik niet zie, leer U mij; als ik onrecht heb gedaan, zal ik het niet meer doen’?
בִּלְעֲדֵ֣י
(biladei)
buiten mij
פָּ֝עַ֗לְתִּי
(paalti)
ik deed
אֹסִֽיף
(osif)
zal ik herhalen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33 Zou Hij het naar uw mening vergelden, omdat u verwerpt? Want u kiest, niet ik; zeg dan wat u weet!
הַֽמֵעִמְּךָ֬
(hameimekha)
zou van u (naar uw mening)
יְשַׁלְמֶ֨נָּה
(yeshalmena)
Hij het vergelden
מָאַ֗סְתָּ
(maasta)
u verwerpt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het Hebreeuws van dit vers is zeer moeilijk.
De betekenis is ongeveer: Zou Elohim, volgens uw eigen maatstaf, vergelden omdat u Zijn werk verwerpt?
Want de keuze ligt bij u, niet bij mij; zeg dan wat u weet.
34 Mannen van inzicht zullen tot mij zeggen, en een wijs man die naar mij luistert:
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
mannen van
וְגֶ֥בֶר
(vegever)
en een man
שֹׁמֵ֥עַֽ
(shomea)
die hoort
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35 ‘Job spreekt zonder kennis, en zijn woorden zijn zonder inzicht.’
בְדַ֣עַת
(bedaat)
met kennis
יְדַבֵּ֑ר
(yedaber)
spreekt
וּ֝דְבָרָ֗יו
(udevarav)
en zijn woorden
בְהַשְׂכֵּֽיל
(behaskeil)
met inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36 Och, mocht Job tot het einde beproefd worden vanwege zijn antwoorden die bij mannen van onrecht passen!
יִבָּחֵ֣ן
(yibachen)
worde beproefd
תְּ֝שֻׁבֹ֗ת
(teshuvot)
antwoorden
בְּאַנְשֵׁי
(beanshei)
onder mannen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
אָבִי (avi) is hier de uitroep ‘och, dat’ (verwant aan het werkwoord ‘willen’).
Sommigen lezen ‘mijn vader’.
Wij kiezen ‘och, dat’.
37 Want hij voegt overtreding toe aan zijn zonde; onder ons klapt hij in de handen en vermenigvuldigt hij zijn woorden tegen El.”
יֹ֘סִ֤יף
(yosif)
hij voegt toe
חַטָּאת֣וֹ
(chatato)
zijn zonde
פֶ֭שַׁע
(pesha)
overtreding
בֵּינֵ֣ינוּ
(beineinu)
onder ons
יִסְפּ֑וֹק
(yispoq)
klapt hij in de handen
וְיֶ֖רֶב
(veyerev)
en vermenigvuldigt
אֲמָרָ֣יו
(amarav)
zijn woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘In de handen klappen’ is een gebaar van spot of verwerping (Job 27:23).
Elihu verwijt Job opstandigheid tegen El.