Elohim Bijbel

Job 34

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142

Elihu: El is rechtvaardig

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Elihu roept de wijzen op

1Elihu antwoordde en zei:
וַיַּ֥עַן
(vayaan)
en antwoordde
אֱלִיה֗וּא
(elihu)
Elihu
וַיֹּאמַֽר
(vayomar)
en zei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu spreekt in vier gedeelten (hoofdstukken 32–33, 34, 35 en 36–37).

Hij verwijt Job dat deze Elohim onrecht aandoet (34:5–9), en betoogt dat Elohim rechtvaardig is en alles ziet.

2„Hoor mijn woorden, wijzen, en geef gehoor, kenners.
שִׁמְע֣וּ
(shimu)
hoort
חֲכָמִ֣ים
(chakhamim)
wijzen
מִלָּ֑י
(milay)
mijn woorden
וְ֝יֹדְעִ֗ים
(veyodeim)
en kenners
הַאֲזִ֥ינוּ
(haazinu)
geef gehoor
לִֽי
(li)
mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Want het oor beproeft woorden, zoals het gehemelte proeft om te eten.
כִּי
(ki)
want
אֹ֭זֶן
(ozen)
het oor
מִלִּ֣ין
(milin)
woorden
תִּבְחָ֑ן
(tivchan)
beproeft
וְ֝חֵ֗ךְ
(vechekh)
en gehemelte
יִטְעַ֥ם
(yitam)
proeft
לֶאֱכֹֽל
(leekhol)
om te eten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Laten wij het recht voor ons kiezen, laten wij onder ons weten wat goed is.
מִשְׁפָּ֥ט
(mishpat)
het recht
נִבְחֲרָה
(nivchara)
laten wij kiezen
לָּ֑נוּ
(lanu)
voor ons
נֵדְעָ֖ה
(nedea)
laten wij weten
בֵינֵ֣ינוּ
(beineinu)
onder ons
מַה
(ma)
wat
טּֽוֹב
(tov)
goed is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Wat Job zegt

5Want Job heeft gezegd: ‘Ik ben rechtvaardig, maar El heeft mijn recht weggenomen.
כִּֽי
(ki)
want
אָ֭מַר
(amar)
zei
אִיּ֣וֹב
(iyov)
Job
צָדַ֑קְתִּי
(tsadaqti)
ik ben rechtvaardig
וְ֝אֵ֗ל
(veel)
en El
הֵסִ֥יר
(hesir)
nam weg
מִשְׁפָּטִֽי
(mishpati)
mijn recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Tegen mijn recht word ik een leugenaar genoemd; mijn wond is ongeneeslijk, hoewel ik niet heb overtreden.’
עַל
(al)
over
מִשְׁפָּטִ֥י
(mishpati)
mijn recht
אֲכַזֵּ֑ב
(akhazev)
ik word een leugenaar genoemd
אָנ֖וּשׁ
(anush)
ongeneeslijk
חִצִּ֣י
(chitsi)
mijn pijl (wond)
בְלִי
(beli)
zonder
פָֽשַׁע
(pasha)
overtreding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

חִצִּי (chitsi), letterlijk ‘mijn pijl’.

Job zelf spreekt over de pijlen van Shaddai in 6:4 en 16:13.

Elihu citeert hem: de wond (de pijl) is ongeneeslijk, hoewel Job niets heeft misdaan.

Wij vertalen daarom ‘mijn wond’.

7Welke man is als Job, die spot drinkt als water,
מִי
(mi)
wie
גֶ֥בֶר
(gever)
man
כְּאִיּ֑וֹב
(keiyov)
zoals Job
יִֽשְׁתֶּה
(yishte)
drinkt
לַּ֥עַג
(laag)
spot
כַּמָּֽיִם
(kamayim)
als water
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8die in gezelschap optrekt met wie onrecht doen en wandelt met mannen van goddeloosheid?
וְאָרַ֣ח
(vearach)
en hij gaat
לְ֭חֶבְרָה
(lechevra)
in gezelschap
עִם
(im)
met
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
werkers van
אָ֑וֶן
(aven)
onrecht
וְ֝לָלֶ֗כֶת
(velalekhet)
en wandelt
עִם
(im)
met
אַנְשֵׁי
(anshei)
mannen van
רֶֽשַׁע
(resha)
goddeloosheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Want hij heeft gezegd: ‘Het baat een man niet als hij welgevallen heeft aan Elohim.’
כִּֽי
(ki)
want
אָ֭מַר
(amar)
hij zei
לֹ֣א
(lo)
niet
יִסְכָּן
(yiskan)
baat
גָּ֑בֶר
(gaver)
een man
בִּ֝רְצֹת֗וֹ
(birtsoto)
in zijn welgevallen te hebben
עִם
(im)
met
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Verre zij het van El goddeloos te handelen

10Daarom, mannen van inzicht, hoor mij: verre zij het dat El goddeloos handelt en dat Shaddai onrecht doet.
לָכֵ֤ן
(lakhen)
daarom
אַ֥נֲשֵׁ֥י
(anashei)
mannen van
לֵבָ֗ב
(levav)
verstand
שִׁמְע֫וּ
(shimu)
hoort
לִ֥י
(li)
mij
חָלִ֖לָה
(chalila)
verre zij het
לָאֵ֥ל
(lael)
van El
מֵרֶ֗שַׁע
(meresha)
van goddeloosheid
וְשַׁדַּ֥י
(veshaday)
en Shaddai
מֵעָֽוֶל
(meavel)
van onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu gebruikt de goddelijke namen El en Shaddai bij zijn kern: Elohim kan geen onrecht doen.

Vergelijk Gen. 18:25 en Deut. 32:4.

11Want het werk van een mens vergeldt Hij hem, en naar de weg van een man laat Hij het hem vinden.
כִּ֤י
(ki)
want
פֹ֣עַל
(poal)
het werk van
אָ֭דָם
(adam)
een mens
יְשַׁלֶּם
(yeshalem)
vergeldt Hij
ל֑וֹ
(lo)
hem
וּֽכְאֹ֥רַח
(ukheorach)
en naar de weg van
אִ֝֗ישׁ
(ish)
een man
יַמְצִאֶֽנּוּ
(yamtsienu)
doet Hij hem vinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Ja, voorwaar, El handelt niet goddeloos, en Shaddai verdraait het recht niet.
אַף
(af)
ja
אָמְנָ֗ם
(amenam)
voorwaar
אֵ֥ל
(el)
El
לֹֽא
(lo)
niet
יַרְשִׁ֑יעַ
(yarshia)
handelt goddeloos
וְ֝שַׁדַּ֗י
(veshaday)
en Shaddai
לֹֽא
(lo)
niet
יְעַוֵּ֥ת
(yeavet)
verdraait
מִשְׁפָּֽט
(mishpat)
recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Wie heeft Hem de aarde toevertrouwd, en wie heeft de hele wereld gesteld?
מִֽי
(mi)
wie
פָקַ֣ד
(paqad)
gaf opdracht
עָלָ֣יו
(alav)
over Hem
אָ֑רְצָה
(aretsa)
de aarde
וּמִ֥י
(umi)
en wie
שָׂ֝֗ם
(sam)
stelde
תֵּבֵ֥ל
(tevel)
de wereld
כֻּלָּֽהּ
(kulah)
geheel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu zegt: aan niemand is de aarde door Eloah toevertrouwd, want Hij heeft haar zelf gemaakt.

Daarom is Hij aan niemand rekenschap schuldig.

Hij houdt alles in stand door Zijn adem (vers 14–15).

Vergelijk Ps. 104:29–30 en Pred. 12:7.

14Als Hij Zijn hart op Zich richtte en Zijn geest en adem tot Zich terugnam,
אִם
(im)
indien
יָשִׂ֣ים
(yasim)
Hij richtte
אֵלָ֣יו
(elav)
op Zich
לִבּ֑וֹ
(libo)
Zijn hart
רוּח֥וֹ
(rucho)
Zijn geest
וְ֝נִשְׁמָת֗וֹ
(venishmato)
en Zijn adem
אֵלָ֥יו
(elav)
tot Zich
יֶאֱסֹֽף
(yeesof)
terugnam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15dan zou alle vlees tegelijk omkomen en de mens tot stof terugkeren.
יִגְוַ֣ע
(yigva)
zou omkomen
כָּל
(kal)
alle
בָּשָׂ֣ר
(basar)
vlees
יָ֑חַד
(yachad)
tezamen
וְ֝אָדָ֗ם
(veadam)
en de mens
עַל
(al)
tot
עָפָ֥ר
(afar)
stof
יָשֽׁוּב
(yashuv)
keerde terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Veroordeelt u de Rechtvaardige?

16Als u inzicht hebt, hoor dit; luister naar de stem van mijn woorden.
וְאִם
(veim)
en indien
בִּ֥ינָה
(bina)
inzicht
שִׁמְעָה
(shima)
hoor
זֹּ֑את
(zot)
dit
הַ֝אֲזִ֗ינָה
(haazina)
luister
לְק֣וֹל
(leqol)
naar de stem van
מִלָּֽי
(milay)
mijn woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Zou iemand die het recht haat, kunnen regeren? En de Rechtvaardige, de Machtige, wilt u die veroordelen?
הַאַ֬ף
(haaf)
zou zelfs
שׂוֹנֵ֣א
(sone)
een hater van
מִשְׁפָּ֣ט
(mishpat)
recht
יַחֲב֑וֹשׁ
(yachavosh)
regeren
וְאִם
(veim)
en indien
צַדִּ֖יק
(tsadiq)
de Rechtvaardige
כַּבִּ֣יר
(kabir)
de Machtige
תַּרְשִֽׁיעַ
(tarshia)
wilt u veroordelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Als Elohim zelf het recht zou haten, zou Hij de wereld niet kunnen besturen.

Job klaagt in 9:22–24 dat Eloah de onschuldige en de goddeloze samen doet omkomen.

Elihu legt hem de vraag omgekeerd voor: ‘Wilt u de Rechtvaardige, de Machtige, veroordelen?’

18Zegt men tot een koning: ‘Nietswaardige!’, tot edelen: ‘Goddeloze!’?
הַאֲמֹ֣ר
(haamor)
zegt men
לְמֶ֣לֶךְ
(lemelekh)
tot een koning
בְּלִיָּ֑עַל
(beliyaal)
nietswaardige
רָ֝שָׁ֗ע
(rasha)
goddeloze
אֶל
(el)
tot
נְדִיבִֽים
(nedivim)
edelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

בְּלִיַּעַל (beliya‘al) betekent ‘waardeloosheid’, ‘nietswaardige’.

In latere teksten is het een bijnaam geworden voor de boze (2 Kor. 6:15).

Hier is het een scheldwoord voor een nietsnut.

19Hij bevoordeelt vorsten niet en acht de rijke niet hoger dan de arme, want zij allen zijn het werk van Zijn handen.
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
נָשָׂ֨א
(nasa)
aanzag
פְּנֵ֥י
(penei)
het gezicht van
שָׂרִ֗ים
(sarim)
vorsten
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
נִכַּר
(nikar)
kende
שׁ֭וֹעַ
(shoa)
de rijke
לִפְנֵי
(lifnei)
boven
דָ֑ל
(dal)
de arme
כִּֽי
(ki)
want
מַעֲשֵׂ֖ה
(maase)
het werk van
יָדָ֣יו
(yadav)
Zijn handen
כֻּלָּֽם
(kulam)
zij allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20In een ogenblik sterven zij, en midden in de nacht beeft een volk en gaat voorbij, en de machtige wordt zonder hand weggenomen.
רֶ֤גַע
(rega)
in een ogenblik
יָמֻתוּ֮
(yamutu)
sterven zij
וַחֲצ֪וֹת
(vachatsot)
en het midden van
לָ֥יְלָה
(layela)
de nacht
יְגֹעֲשׁ֣וּ
(yegoashu)
beven zij
עָ֣ם
(am)
een volk
וְיַעֲבֹ֑רוּ
(veyaavoru)
en vergaan
וְיָסִ֥ירוּ
(veyasiru)
en men verwijdert
אַ֝בִּ֗יר
(abir)
de machtige
לֹ֣א
(lo)
niet
בְיָֽד
(beyad)
door een hand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Zonder hand’: Elohim hoeft geen menselijke hand te gebruiken; de machtige gaat ten onder zonder dat een mens hem aanraakt.

Vergelijk Dan. 2:34 en 8:25.

Zijn ogen zien alle wegen

21Want Zijn ogen zijn op de wegen van een mens, en al zijn stappen ziet Hij.
כִּי
(ki)
want
עֵ֭ינָיו
(einav)
Zijn ogen
עַל
(al)
op
דַּרְכֵי
(darkhei)
de wegen van
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
וְֽכָל
(vekhal)
en al
צְעָדָ֥יו
(tseadav)
zijn stappen
יִרְאֶֽה
(yire)
ziet Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Er is geen duisternis en geen diepe schaduw waar wie onrecht doen zich kunnen verbergen.
אֵֽין
(ein)
er is niet
חֹ֭שֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is niet
צַלְמָ֑וֶת
(tsalmavet)
diepe schaduw
לְהִסָּ֥תֶר
(lehisater)
om zich te verbergen
שָׁ֝֗ם
(sham)
daar
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
werkers van
אָֽוֶן
(aven)
onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Want Hij hoeft niet nog lang naar een mens te kijken om hem voor El in het gericht te brengen.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
עַל
(al)
over
אִ֭ישׁ
(ish)
een man
יָשִׂ֣ים
(yasim)
stelt Hij
ע֑וֹד
(od)
nog
לַהֲלֹ֥ךְ
(lahalokh)
om te gaan
אֶל
(el)
naar
אֵ֝֗ל
(el)
El
בַּמִּשְׁפָּֽט
(bamishpat)
in het gericht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elohim heeft geen tijd of onderzoek nodig: Hij ziet alles.

Vergelijk Gen. 18:21, waar Hij toch afdaalt om te zien.

24Hij verplettert machtigen zonder onderzoek en stelt anderen in hun plaats.
יָרֹ֣עַ
(yaroa)
Hij verplettert
כַּבִּירִ֣ים
(kabirim)
machtigen
לֹא
(lo)
zonder
חֵ֑קֶר
(cheqer)
onderzoek
וַיַּעֲמֵ֖ד
(vayaamed)
en stelt
אֲחֵרִ֣ים
(acherim)
anderen
תַּחְתָּֽם
(tachtam)
in hun plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Daarom kent Hij hun daden, keert de nacht om en zij worden verpletterd.
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
יַ֭כִּיר
(yakir)
kent Hij
מַעְבָּֽדֵיהֶ֑ם
(mabadeihem)
hun daden
וְהָ֥פַךְ
(vehafakh)
en Hij keert om
לַ֝֗יְלָה
(layla)
de nacht
וְיִדַּכָּֽאוּ
(veyidakau)
en zij worden verpletterd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Als goddelozen slaat Hij hen, op de plaats waar men het ziet,
תַּֽחַת
(tachat)
als
רְשָׁעִ֥ים
(reshaim)
goddelozen
סְפָקָ֗ם
(sefaqam)
slaat Hij hen
בִּמְק֥וֹם
(bimqom)
op de plaats van
רֹאִֽים
(roim)
de zienden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27omdat zij van Hem zijn afgeweken en geen van Zijn wegen hebben begrepen,
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
omdat
עַל
(al)
op
כֵּ֭ן
(ken)
zo
סָ֣רוּ
(saru)
zij weken
מֵֽאַחֲרָ֑יו
(meacharav)
van achter Hem
וְכָל
(vekhal)
en alle
דְּ֝רָכָ֗יו
(derakhav)
Zijn wegen
לֹ֣א
(lo)
niet
הִשְׂכִּֽילוּ
(hiskilu)
begrepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28zodat zij het geschrei van de arme tot Hem brachten en Hij het geschrei van de armen hoorde.
לְהָבִ֣יא
(lehavi)
om te brengen
עָ֭לָיו
(alav)
tot Hem
צַֽעֲקַת
(tsaaqat)
het geschrei van
דָּ֑ל
(dal)
de arme
וְצַעֲקַ֖ת
(vetsaaqat)
en het geschrei van
עֲנִיִּ֣ים
(aniyim)
de armen
יִשְׁמָֽע
(yishma)
hoorde Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Als Hij rust geeft, wie kan dan veroordelen? Als Hij Zijn gezicht verbergt, wie kan Hem dan zien, of het nu een volk is of een mens?
וְה֤וּא
(vehu)
en Hij
יַשְׁקִ֨ט
(yashqit)
geeft rust
וּמִ֥י
(umi)
en wie
יַרְשִׁ֗עַ
(yarshia)
kan veroordelen
וְיַסְתֵּ֣ר
(veyaster)
en verbergt
פָּ֭נִים
(panim)
het aangezicht
וּמִ֣י
(umi)
en wie
יְשׁוּרֶ֑נּוּ
(yeshurenu)
kan Hem zien
וְעַל
(veal)
en over
גּ֖וֹי
(goy)
een volk
וְעַל
(veal)
en over
אָדָ֣ם
(adam)
een mens
יָֽחַד
(yachad)
tezamen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Dit vers is moeilijk.

Wij nemen het zo op dat Elohim de vrijheid heeft rust te geven of Zijn gezicht te verbergen, zonder dat iemand Hem daarover kan veroordelen.

30Zodat een goddeloos mens niet regeert en het volk niet in strikken valt.
מִ֭מְּלֹךְ
(mimelokh)
opdat niet regeert
אָדָ֥ם
(adam)
een mens
חָנֵ֗ף
(chanef)
goddeloos
מִמֹּ֥קְשֵׁי
(mimoqeshei)
uit de strikken van
עָֽם
(am)
het volk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Job spreekt zonder inzicht

31Want heeft iemand tot El gezegd: ‘Ik heb gedragen, ik zal niet meer verderf brengen;
כִּֽי
(ki)
want
אֶל
(el)
tot
אֵ֭ל
(el)
El
הֶאָמַ֥ר
(heamar)
heeft iemand gezegd
נָשָׂ֗אתִי
(nasati)
ik droeg
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶחְבֹּֽל
(echbol)
zal ik verderf brengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32wat ik niet zie, leer U mij; als ik onrecht heb gedaan, zal ik het niet meer doen’?
בִּלְעֲדֵ֣י
(biladei)
buiten mij
אֶ֭חֱזֶה
(echeze)
zie ik
אַתָּ֣ה
(ata)
U
הֹרֵ֑נִי
(horeni)
leer mij
אִֽם
(im)
indien
עָ֥וֶל
(avel)
onrecht
פָּ֝עַ֗לְתִּי
(paalti)
ik deed
לֹ֣א
(lo)
niet
אֹסִֽיף
(osif)
zal ik herhalen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Zou Hij het naar uw mening vergelden, omdat u verwerpt? Want u kiest, niet ik; zeg dan wat u weet!
הַֽמֵעִמְּךָ֬
(hameimekha)
zou van u (naar uw mening)
יְשַׁלְמֶ֨נָּה
(yeshalmena)
Hij het vergelden
כִּֽי
(ki)
omdat
מָאַ֗סְתָּ
(maasta)
u verwerpt
כִּי
(ki)
omdat
אַתָּ֣ה
(ata)
u
תִבְחַ֣ר
(tivchar)
kiest
וְלֹא
(velo)
en niet
אָ֑נִי
(ani)
ik
וּֽמַה
(uma)
en wat
יָדַ֥עְתָּ
(yadata)
u weet
דַבֵּֽר
(daber)
spreek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws van dit vers is zeer moeilijk.

De betekenis is ongeveer: Zou Elohim, volgens uw eigen maatstaf, vergelden omdat u Zijn werk verwerpt?

Want de keuze ligt bij u, niet bij mij; zeg dan wat u weet.

34Mannen van inzicht zullen tot mij zeggen, en een wijs man die naar mij luistert:
אַנְשֵׁ֣י
(anshei)
mannen van
לֵ֭בָב
(levav)
verstand
יֹ֣אמְרוּ
(yomru)
zeggen
לִ֑י
(li)
tot mij
וְגֶ֥בֶר
(vegever)
en een man
חָ֝כָ֗ם
(chakham)
wijs
שֹׁמֵ֥עַֽ
(shomea)
die hoort
לִֽי
(li)
mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35‘Job spreekt zonder kennis, en zijn woorden zijn zonder inzicht.’
אִ֭יּוֹב
(iyov)
Job
לֹא
(lo)
niet
בְדַ֣עַת
(bedaat)
met kennis
יְדַבֵּ֑ר
(yedaber)
spreekt
וּ֝דְבָרָ֗יו
(udevarav)
en zijn woorden
לֹ֣א
(lo)
niet
בְהַשְׂכֵּֽיל
(behaskeil)
met inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Och, mocht Job tot het einde beproefd worden vanwege zijn antwoorden die bij mannen van onrecht passen!
אָבִ֗י
(avi)
och dat
יִבָּחֵ֣ן
(yibachen)
worde beproefd
אִיּ֣וֹב
(iyov)
Job
עַד
(ad)
tot
נֶ֑צַח
(netsach)
het einde
עַל
(al)
vanwege
תְּ֝שֻׁבֹ֗ת
(teshuvot)
antwoorden
בְּאַנְשֵׁי
(beanshei)
onder mannen van
אָֽוֶן
(aven)
onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

אָבִי (avi) is hier de uitroep ‘och, dat’ (verwant aan het werkwoord ‘willen’).

Sommigen lezen ‘mijn vader’.

Wij kiezen ‘och, dat’.

37Want hij voegt overtreding toe aan zijn zonde; onder ons klapt hij in de handen en vermenigvuldigt hij zijn woorden tegen El.”
כִּ֥י
(ki)
want
יֹ֘סִ֤יף
(yosif)
hij voegt toe
עַֽל
(al)
aan
חַטָּאת֣וֹ
(chatato)
zijn zonde
פֶ֭שַׁע
(pesha)
overtreding
בֵּינֵ֣ינוּ
(beineinu)
onder ons
יִסְפּ֑וֹק
(yispoq)
klapt hij in de handen
וְיֶ֖רֶב
(veyerev)
en vermenigvuldigt
אֲמָרָ֣יו
(amarav)
zijn woorden
לָאֵֽל
(lael)
tegen El
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘In de handen klappen’ is een gebaar van spot of verwerping (Job 27:23).

Elihu verwijt Job opstandigheid tegen El.