Elohim Bijbel

Openbaring 13

12345678910111213141516171819202122

Het beest uit de zee en het beest uit de aarde

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het beest uit de zee

1En ik zag een beest uit de zee opkomen. Het had 10 hoorns en 7 koppen, en op zijn hoorns 10 diademen en op zijn koppen namen van lastering.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
θηρίον
(therion)
beest
ἀναβαῖνον
(anabainon)
opkomend
ἔχον
(echon)
hebbend
κέρατα
(kerata)
hoorns
δέκα
(deka)
10
καὶ
(kai)
en
κεφαλὰς
(kephalas)
koppen
ἑπτά
(hepta)
7
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τῶν
(ton)
de
κεράτων
(keraton)
hoorns
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δέκα
(deka)
10
διαδήματα
(diademata)
diademen
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὰς
(tas)
de
κεφαλὰς
(kephalas)
koppen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὀνόματα
(onomata)
namen
βλασφημίας
(blasphemias)
van lastering
Bron: SBLGNT
Uitleg

θηρίον (therion), ‘beest’: een wild dier. διάδημα (diadema), ‘diadeem’: een koningsband, iets anders dan de στέφανος (stephanos), ‘kroon’ van de overwinnaar.

Zie ook Dan. 7:3; Openb. 12:3.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὀνόματα (onomata), ‘namen’, een variant.

2Het beest dat ik zag, was gelijk aan een luipaard. Zijn voeten waren als die van een beer en zijn mond als de mond van een leeuw. De draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en groot gezag.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
ὃ
(ho)
dat
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἦν
(en)
was
ὅμοιον
(homoion)
gelijk
παρδάλει
(pardalei)
aan een luipaard
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πόδες
(podes)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὡς
(hos)
als
ἄρκου
(arkou)
van een beer
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὡς
(hos)
als
στόμα
(stoma)
mond
λέοντος
(leontos)
van een leeuw
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
δράκων
(drakon)
draak
τὴν
(ten)
de
δύναμιν
(dynamin)
kracht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
θρόνον
(thronon)
troon
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
μεγάλην
(megalen)
groot
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het beest heeft trekken van de drie dieren uit Dan. 7:4–6: de leeuw, de beer en de luipaard.

De draak is die van Openb. 12.

3Eén van zijn koppen was als tot de dood toe geslacht, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En heel de aarde verwonderde zich en volgde het beest.
καὶ
(kai)
en
μίαν
(mian)
één
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
κεφαλῶν
(kephalon)
koppen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὡς
(hos)
als
ἐσφαγμένην
(esphagmenen)
geslacht
εἰς
(eis)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
πληγὴ
(plege)
wond
τοῦ
(tou)
van de
θανάτου
(thanatou)
dood
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐθεραπεύθη
(etherapeuthe)
werd genezen
καὶ
(kai)
en
ἐθαυμάσθη
(ethaumasthe)
verwonderde zich
ὅλη
(hole)
heel
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
ὀπίσω
(opiso)
achter
τοῦ
(tou)
het
θηρίου
(theriou)
beest
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐσφαγμένην (esphagmenen), ‘geslacht’, is hetzelfde woord als bij het Lam in 5:6.

Het Grieks heeft hier geen werkwoord; wij vullen ‘was’ aan.

ἐθαυμάσθη ὀπίσω (ethaumasthe opiso) staat er letterlijk als ‘verwonderde zich achter het beest aan’. Wij vertalen dat als ‘verwonderde zich en volgde’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὡς (hos), ‘als’, bij ἐθαυμάσθη (ethaumasthe), ‘verwonderde zich’, en bij de woorden ὅλη ἡ γῆ (hole he ge), ‘heel de aarde’, een variant.

4Zij bogen zich neer voor de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven. En zij bogen zich neer voor het beest en zeiden: „Wie is aan het beest gelijk? En wie kan oorlog tegen hem voeren?”
καὶ
(kai)
en
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
bogen zich neer
τῷ
(to)
voor de
δράκοντι
(drakonti)
draak
ὅτι
(hoti)
omdat
ἔδωκεν
(edoken)
hij gaf
τὴν
(ten)
het
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
τῷ
(to)
aan het
θηρίῳ
(therio)
beest
καὶ
(kai)
en
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
bogen zich neer
τῷ
(to)
voor het
θηρίῳ
(therio)
beest
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τίς
(Tis)
wie
ὅμοιος
(homoios)
gelijk
τῷ
(to)
aan het
θηρίῳ
(therio)
beest
καὶ
(kai)
en
τίς
(tis)
wie
δύναται
(dynatai)
kan
πολεμῆσαι
(polemesai)
oorlog voeren
μετ’
(met’)
tegen
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

De vraag ‘Wie is aan het beest gelijk?’ lijkt op de vraag over Yahweh in Exod. 15:11 en Ps. 113:5 (‘Wie is als…’).

De vraag wordt door de mensen geroepen die zich neerbuigen; het beest en de draak zelf spreken hier niet.

Wij zetten ze daarom zwart.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden ὅτι ἔδωκεν (hoti edoken), ‘omdat hij gaf’, en bij δύναται (dynatai), ‘kan’, een variant.

5Hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak, en hem werd gezag gegeven om 42 maanden te handelen.
Καὶ
(Kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
hem
στόμα
(stoma)
mond
λαλοῦν
(laloun)
sprekend
μεγάλα
(megala)
grote dingen
καὶ
(kai)
en
βλασφημίας
(blasphemias)
lasteringen
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐξουσία
(exousia)
gezag
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
μῆνας
(menas)
maanden
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
δύο
(dyo)
twee
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποιῆσαι (poiesai), ‘doen’, heeft geen voorwerp; wij vertalen ‘te handelen’.

Zie Dan. 7:8, 7:20 en 7:25.

De 42 maanden komen ook voor in Openb. 11:2.

Lezing

De SBLGNT markeert bij βλασφημίας (blasphemias), ‘lasteringen’, bij ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, en bij τεσσεράκοντα (tesserakonta), ‘veertig’, een variant.

6Het opende zijn mond tot lasteringen tegen Elohim, om Zijn naam en Zijn tent te lasteren, hen die in de hemel wonen.
καὶ
(kai)
en
ἤνοιξε
(enoixe)
opende
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰς
(eis)
tot
βλασφημίας
(blasphemias)
lasteringen
πρὸς
(pros)
tegen
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
βλασφημῆσαι
(blasphemesai)
te lasteren
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
σκηνὴν
(skenen)
tent
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τοὺς
(tous)
hen die
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
σκηνοῦντας
(skenountas)
wonen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκηνή (skene), ‘tent’; σκηνοῦντας (skenountas), ‘die (als in een tent) wonen’.

Het Grieks zet ‘hen die in de hemel wonen’ zonder voegwoord achter ‘Zijn tent’.

Wij laten dat zo staan.

Lezing

De SBLGNT markeert bij βλασφημίας een variant.

7Hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen. En hem werd gezag gegeven over elke stam, elk volk, elke taal en elke natie.
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
hem
ποιῆσαι
(poiesai)
te voeren
πόλεμον
(polemon)
oorlog
μετὰ
(meta)
tegen
τῶν
(ton)
de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
καὶ
(kai)
en
νικῆσαι
(nikesai)
te overwinnen
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐξουσία
(exousia)
gezag
ἐπὶ
(epi)
over
πᾶσαν
(pasan)
elke
φυλὴν
(phylen)
stam
καὶ
(kai)
en
λαὸν
(laon)
volk
καὶ
(kai)
en
γλῶσσαν
(glossan)
taal
καὶ
(kai)
en
ἔθνος
(ethnos)
natie
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Stam, volk, taal en natie’: zie Dan. 7:14 en Openb. 5:9; 7:9; 10:11; 11:9; 14:6.

Zie ook Dan. 7:21.

8En allen die op de aarde wonen, zullen zich voor hem neerbuigen, ieder wiens naam niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam dat geslacht is sinds de grondlegging van de wereld.
καὶ
(kai)
en
προσκυνήσουσιν
(proskynesousin)
zullen zich neerbuigen
αὐτὸν
(auton)
voor hem
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
die
κατοικοῦντες
(katoikountes)
wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
οὗ
(hou)
wiens
οὐ
(ou)
niet
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
βιβλίῳ
(biblio)
boek
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
τοῦ
(tou)
van het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
τοῦ
(tou)
dat
ἐσφαγμένου
(esphagmenou)
geslacht is
ἀπὸ
(apo)
sinds
καταβολῆς
(kataboles)
grondlegging
κόσμου
(kosmou)
van de wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden ἀπὸ καταβολῆς κόσμου (apo katabolēs kosmou), ‘sinds de grondlegging van de wereld’, kunnen bij ‘geschreven staat’ horen of bij ‘geslacht is’.

Wij houden de woordvolgorde van het Grieks aan; in het Nederlands sluit de uitdrukking daardoor aan bij ‘geslacht’.

In Openb. 17:8 staat de uitdrukking bij ‘geschreven’.

Het boek van het leven: zie Exod. 32:32–33; Ps. 69:29; Dan. 12:1; Openb. 3:5; 17:8; 20:12; 21:27.

Lezing

De SBLGNT markeert bij αὐτόν (auton), ‘hem’, bij οὗ (hou), ‘wiens’, en bij αὐτοῦ (autou), ‘zijn’, een variant.

9Als iemand een oor heeft, laat hij horen.
Εἴ
(Ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἔχει
(echei)
heeft
οὖς
(ous)
oor
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dezelfde oproep staat, in een langere vorm, in de brieven aan de gemeenten (Openb. 2:7).

Zie ookOpenb 2:7
10Wie voor gevangenschap bestemd is, gaat de gevangenschap in. Wie met het zwaard gedood moet worden, moet met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
εἰς
(eis)
tot
αἰχμαλωσίαν
(aichmalosian)
gevangenschap
εἰς
(eis)
tot
αἰχμαλωσίαν
(aichmalosian)
gevangenschap
ὑπάγει
(hypagei)
gaat
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἐν
(en)
met
μαχαίρῃ
(machaire)
zwaard
ἀποκτανθῆναι
(apoktanthenai)
gedood te worden
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐν
(en)
met
μαχαίρῃ
(machaire)
zwaard
ἀποκτανθῆναι
(apoktanthenai)
gedood te worden
ὧδέ
(hode)
hier
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ὑπομονὴ
(hypomone)
volharding
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
πίστις
(pistis)
geloof
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier korte, afgebroken zinnen.

‘Gedood te worden’ staat als onbepaalde wijs zonder eigen werkwoord; wij vullen ‘bestemd’ en ‘moet’ aan.

Zie Jer. 15:2 voor een gelijkaardige opsomming.

ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’. Zie ook Openb. 14:12.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden εἰς αἰχμαλωσίαν, εἰς αἰχμαλωσίαν (eis aichmalosian, eis aichmalosian), ‘tot gevangenschap, tot gevangenschap’, en bij ἀποκτανθῆναι (apoktanthenai), ‘gedood te worden’, een variant.

Het beest uit de aarde

11En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen. Het had twee hoorns, gelijk aan een lam, en het sprak als een draak.
Καὶ
(Kai)
en
εἶδον
(eidon)
zag ik
ἄλλο
(allo)
een ander
θηρίον
(therion)
beest
ἀναβαῖνον
(anabainon)
opkomend
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
εἶχεν
(eichen)
had
κέρατα
(kerata)
hoorns
δύο
(dyo)
twee
ὅμοια
(homoia)
gelijk
ἀρνίῳ
(arnio)
aan een lam
καὶ
(kai)
en
ἐλάλει
(elalei)
sprak
ὡς
(hos)
als
δράκων
(drakon)
een draak
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρνίον (arnion), ‘lam’, is hetzelfde woord als voor het Lam in 5:6.

Wij schrijven het hier met een kleine letter, omdat het een vergelijking is (‘gelijk aan een lam’).

12Het oefent al het gezag van het eerste beest uit in zijn tegenwoordigheid. Ook zorgt het ervoor dat de aarde en hen die daarin wonen zich neerbuigen voor het eerste beest, wiens dodelijke wond genezen werd.
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
het
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
τοῦ
(tou)
van het
πρώτου
(protou)
eerste
θηρίου
(theriou)
beest
πᾶσαν
(pasan)
geheel
ποιεῖ
(poiei)
oefent uit
ἐνώπιον
(enopion)
in aanwezigheid van
αὐτοῦ
(autou)
hem
καὶ
(kai)
en
ποιεῖ
(poiei)
laat
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
hen die
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
κατοικοῦντας
(katoikountas)
wonen
ἵνα
(hina)
opdat
προσκυνήσουσιν
(proskynesousin)
zij zullen zich neerbuigen
τὸ
(to)
voor het
θηρίον
(therion)
beest
τὸ
(to)
het
πρῶτον
(proton)
eerste
οὗ
(hou)
wiens
ἐθεραπεύθη
(etherapeuthe)
werd genezen
ἡ
(he)
de
πληγὴ
(plege)
wond
τοῦ
(tou)
van de
θανάτου
(thanatou)
dood
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποιέω ἵνα (poieo hina) staat hier voor ‘ervoor zorgen dat’. ἐνώπιον (enopion), ‘in de tegenwoordigheid van’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ποιεῖ (poiei), ‘doet’, en bij προσκυνήσουσιν (proskynesousin), ‘zullen zich neerbuigen’, een variant.

13Het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel op de aarde laat neerdalen voor de ogen van de mensen.
καὶ
(kai)
en
ποιεῖ
(poiei)
doet
σημεῖα
(semeia)
tekenen
μεγάλα
(megala)
grote
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
πῦρ
(pyr)
vuur
ποιῇ
(poie)
het doet
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καταβαίνειν
(katabainein)
neerdalen
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie 1 Kon. 18:38 en 2 Kon. 1:10 voor vuur uit de hemel.

Zie ook Deut. 13:2–3 over een teken dat bij een valse profeet hoort.

Lezing

De SBLGNT markeert de woorden ἵνα καὶ πῦρ ποιῇ (hina kai pyr poie), ‘opdat het ook vuur doet’, en de woorden καταβαίνειν εἰς (katabainein eis), ‘neerdalen naar’, als variant.

14Het misleidt hen die op de aarde wonen door de tekenen die hem gegeven werden te doen voor het beest. Het zegt tegen hen die op de aarde wonen dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard heeft en tot leven kwam.
καὶ
(kai)
en
πλανᾷ
(plana)
misleidt
τοὺς
(tous)
hen die
κατοικοῦντας
(katoikountas)
wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
διὰ
(dia)
vanwege
τὰ
(ta)
de
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἃ
(ha)
die
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
hem
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
het
θηρίου
(theriou)
beest
λέγων
(legon)
zeggend
τοῖς
(tois)
aan hen die
κατοικοῦσιν
(katoikousin)
wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
ποιῆσαι
(poiesai)
te maken
εἰκόνα
(eikona)
beeld
τῷ
(to)
voor het
θηρίῳ
(therio)
beest
ὃς
(hos)
dat
ἔχει
(echei)
heeft
τὴν
(ten)
de
πληγὴν
(plegen)
wond
τῆς
(tes)
van het
μαχαίρης
(machaires)
zwaard
καὶ
(kai)
en
ἔζησεν
(ezesen)
tot leven kwam
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλανάω (planao), ‘misleiden’, zoals in 12:9.

‘Zeggend’ is een zin in de indirecte rede; daarom staan er geen aanhalingstekens.

Het beeld: zie Dan. 3:1–6.

ἔζησεν (ezesen), ‘kwam tot leven’: de enkelvoudige verleden tijd; zie ook 2:8.

Lezing

De SBLGNT markeert bij τοὺς (tous), ‘hen die’, bij de woorden ὃς ἔχει (hos echei), ‘dat heeft’, en bij de woorden τῆς μαχαίρης καὶ ἔζησεν (tes machaires kai ezesen), ‘van het zwaard en tot leven kwam’, een variant.

15Hem werd gegeven adem te geven aan het beeld van het beest, zodat het beeld ook zal spreken en ervoor zal zorgen dat allen die zich niet voor dat beeld neerbuigen, gedood worden.
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
hem
δοῦναι
(dounai)
te geven
πνεῦμα
(pneuma)
adem
τῇ
(te)
aan het
εἰκόνι
(eikoni)
beeld
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
λαλήσῃ
(lalese)
zal spreken
ἡ
(he)
het
εἰκὼν
(eikon)
beeld
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
καὶ
(kai)
en
ποιήσῃ
(poiese)
zal doen
ἵνα
(hina)
dat
ὅσοι
(hosoi)
allen die
ἐὰν
(ean)
indien
μὴ
(me)
niet
προσκυνήσωσιν
(proskynesosin)
zich neerbuigen
τῇ
(te)
voor het
εἰκόνι
(eikoni)
beeld
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
ἀποκτανθῶσιν
(apoktanthosin)
gedood worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμα (pneuma), ‘adem’: hetzelfde woord als voor ‘Geest’.

Hier past ‘adem’ bij de context.

Zie ook Ps. 135:15–17 en Dan. 3:5–6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij αὐτῷ (auto), ‘hem’, bij de woorden δοῦναι πνεῦμα (dounai pneuma), ‘adem te geven’, en bij ἵνα (hina), ‘opdat’, een variant.

16Het zorgt ervoor dat men allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de knechten, een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd,
καὶ
(kai)
en
ποιεῖ
(poiei)
laat
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
de
μικροὺς
(mikrous)
kleinen
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
μεγάλους
(megalous)
groten
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πλουσίους
(plousious)
rijken
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πτωχούς
(ptochous)
armen
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ἐλευθέρους
(eleutherous)
vrijen
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
δούλους
(doulous)
knechten
ἵνα
(hina)
opdat
δῶσιν
(dosin)
zij geven
αὐτοῖς
(autois)
hun
χάραγμα
(charagma)
merkteken
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτῶν
(auton)
hun
τῆς
(tes)
de
δεξιᾶς
(dexias)
rechter
ἢ
(e)
of
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
μέτωπον
(metopon)
voorhoofd
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάραγμα (charagma), ‘merkteken’: iets dat ingekrast of ingedrukt is. δοῦλος (doulos), ‘knecht’, hier tegenover ‘vrijen’.

Zie ook Openb. 7:3; 14:1; 14:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij δῶσιν (dosin), ‘zij geven’, en bij χάραγμα, ‘merkteken’, een variant.

17en dat niemand kan kopen of verkopen, tenzij hij het merkteken heeft, de naam van het beest of het getal van zijn naam.
καὶ
(kai)
en
ἵνα
(hina)
opdat
μή
(me)
niet
τις
(tis)
iemand
δύνηται
(dynetai)
kan
ἀγοράσαι
(agorasai)
kopen
ἢ
(e)
of
πωλῆσαι
(polesai)
verkopen
εἰ
(ei)
indien
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
degene
ἔχων
(echon)
hebbend
τὸ
(to)
het
χάραγμα
(charagma)
merkteken
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
ἢ
(e)
of
τὸν
(ton)
het
ἀριθμὸν
(arithmon)
getal
τοῦ
(tou)
van de
ὀνόματος
(onomatos)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie Openb. 14:9–11.

Lezing

De SBLGNT markeert bij δύνηται (dynetai), ‘kan’, een variant.

Het getal van het beest

18Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is het getal van een mens, en zijn getal is 666.
ὧδε
(hode)
hier
ἡ
(he)
de
σοφία
(sophia)
wijsheid
ἐστίν
(estin)
is
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
νοῦν
(noun)
verstand
ψηφισάτω
(psephisato)
laat berekenen
τὸν
(ton)
het
ἀριθμὸν
(arithmon)
getal
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
ἀριθμὸς
(arithmos)
getal
γὰρ
(gar)
want
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
ἐστίν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
ἀριθμὸς
(arithmos)
getal
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἑξακόσιοι
(hexakosioi)
zeshonderd
ἑξήκοντα
(hexekonta)
zestig
ἕξ
(hex)
zes
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψηφίζω (psephizo), ‘berekenen’ (verwant met ψῆφος, psephos, ‘steentje’).

De tekst zegt niet hoe het getal berekend moet worden. ἀριθμὸς ἀνθρώπου (arithmos anthropou) kan ‘het getal van een mens’ of ‘een menselijk getal’ betekenen.

Lezing

De SBLGNT markeert bij αὐτοῦ (autou), ‘zijn’, en bij de woorden ἑξακόσιοι ἑξήκοντα ἕξ (hexakosioi hexekonta hex), ‘zeshonderd zesenzestig’, een variant.