Openbaring 13
Het beest uit de zee en het beest uit de aarde
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het beest uit de zee
θηρίον (therion), ‘beest’: een wild dier. διάδημα (diadema), ‘diadeem’: een koningsband, iets anders dan de στέφανος (stephanos), ‘kroon’ van de overwinnaar.
Zie ook Dan. 7:3; Openb. 12:3.
De SBLGNT markeert bij ὀνόματα (onomata), ‘namen’, een variant.
Het beest heeft trekken van de drie dieren uit Dan. 7:4–6: de leeuw, de beer en de luipaard.
De draak is die van Openb. 12.
ἐσφαγμένην (esphagmenen), ‘geslacht’, is hetzelfde woord als bij het Lam in 5:6.
Het Grieks heeft hier geen werkwoord; wij vullen ‘was’ aan.
ἐθαυμάσθη ὀπίσω (ethaumasthe opiso) staat er letterlijk als ‘verwonderde zich achter het beest aan’. Wij vertalen dat als ‘verwonderde zich en volgde’.
De SBLGNT markeert bij ὡς (hos), ‘als’, bij ἐθαυμάσθη (ethaumasthe), ‘verwonderde zich’, en bij de woorden ὅλη ἡ γῆ (hole he ge), ‘heel de aarde’, een variant.
De vraag ‘Wie is aan het beest gelijk?’ lijkt op de vraag over Yahweh in Exod. 15:11 en Ps. 113:5 (‘Wie is als…’).
De vraag wordt door de mensen geroepen die zich neerbuigen; het beest en de draak zelf spreken hier niet.
Wij zetten ze daarom zwart.
De SBLGNT markeert bij de woorden ὅτι ἔδωκεν (hoti edoken), ‘omdat hij gaf’, en bij δύναται (dynatai), ‘kan’, een variant.
ποιῆσαι (poiesai), ‘doen’, heeft geen voorwerp; wij vertalen ‘te handelen’.
Zie Dan. 7:8, 7:20 en 7:25.
De 42 maanden komen ook voor in Openb. 11:2.
De SBLGNT markeert bij βλασφημίας (blasphemias), ‘lasteringen’, bij ἐξουσία (exousia), ‘gezag’, en bij τεσσεράκοντα (tesserakonta), ‘veertig’, een variant.
σκηνή (skene), ‘tent’; σκηνοῦντας (skenountas), ‘die (als in een tent) wonen’.
Het Grieks zet ‘hen die in de hemel wonen’ zonder voegwoord achter ‘Zijn tent’.
Wij laten dat zo staan.
De SBLGNT markeert bij βλασφημίας een variant.
‘Stam, volk, taal en natie’: zie Dan. 7:14 en Openb. 5:9; 7:9; 10:11; 11:9; 14:6.
Zie ook Dan. 7:21.
De woorden ἀπὸ καταβολῆς κόσμου (apo katabolēs kosmou), ‘sinds de grondlegging van de wereld’, kunnen bij ‘geschreven staat’ horen of bij ‘geslacht is’.
Wij houden de woordvolgorde van het Grieks aan; in het Nederlands sluit de uitdrukking daardoor aan bij ‘geslacht’.
In Openb. 17:8 staat de uitdrukking bij ‘geschreven’.
Het boek van het leven: zie Exod. 32:32–33; Ps. 69:29; Dan. 12:1; Openb. 3:5; 17:8; 20:12; 21:27.
De SBLGNT markeert bij αὐτόν (auton), ‘hem’, bij οὗ (hou), ‘wiens’, en bij αὐτοῦ (autou), ‘zijn’, een variant.
Dezelfde oproep staat, in een langere vorm, in de brieven aan de gemeenten (Openb. 2:7).
Het Grieks heeft hier korte, afgebroken zinnen.
‘Gedood te worden’ staat als onbepaalde wijs zonder eigen werkwoord; wij vullen ‘bestemd’ en ‘moet’ aan.
Zie Jer. 15:2 voor een gelijkaardige opsomming.
ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’. Zie ook Openb. 14:12.
De SBLGNT markeert bij de woorden εἰς αἰχμαλωσίαν, εἰς αἰχμαλωσίαν (eis aichmalosian, eis aichmalosian), ‘tot gevangenschap, tot gevangenschap’, en bij ἀποκτανθῆναι (apoktanthenai), ‘gedood te worden’, een variant.
Het beest uit de aarde
ἀρνίον (arnion), ‘lam’, is hetzelfde woord als voor het Lam in 5:6.
Wij schrijven het hier met een kleine letter, omdat het een vergelijking is (‘gelijk aan een lam’).
ποιέω ἵνα (poieo hina) staat hier voor ‘ervoor zorgen dat’. ἐνώπιον (enopion), ‘in de tegenwoordigheid van’.
De SBLGNT markeert bij ποιεῖ (poiei), ‘doet’, en bij προσκυνήσουσιν (proskynesousin), ‘zullen zich neerbuigen’, een variant.
Zie 1 Kon. 18:38 en 2 Kon. 1:10 voor vuur uit de hemel.
Zie ook Deut. 13:2–3 over een teken dat bij een valse profeet hoort.
De SBLGNT markeert de woorden ἵνα καὶ πῦρ ποιῇ (hina kai pyr poie), ‘opdat het ook vuur doet’, en de woorden καταβαίνειν εἰς (katabainein eis), ‘neerdalen naar’, als variant.
πλανάω (planao), ‘misleiden’, zoals in 12:9.
‘Zeggend’ is een zin in de indirecte rede; daarom staan er geen aanhalingstekens.
Het beeld: zie Dan. 3:1–6.
ἔζησεν (ezesen), ‘kwam tot leven’: de enkelvoudige verleden tijd; zie ook 2:8.
De SBLGNT markeert bij τοὺς (tous), ‘hen die’, bij de woorden ὃς ἔχει (hos echei), ‘dat heeft’, en bij de woorden τῆς μαχαίρης καὶ ἔζησεν (tes machaires kai ezesen), ‘van het zwaard en tot leven kwam’, een variant.
πνεῦμα (pneuma), ‘adem’: hetzelfde woord als voor ‘Geest’.
Hier past ‘adem’ bij de context.
Zie ook Ps. 135:15–17 en Dan. 3:5–6.
De SBLGNT markeert bij αὐτῷ (auto), ‘hem’, bij de woorden δοῦναι πνεῦμα (dounai pneuma), ‘adem te geven’, en bij ἵνα (hina), ‘opdat’, een variant.
χάραγμα (charagma), ‘merkteken’: iets dat ingekrast of ingedrukt is. δοῦλος (doulos), ‘knecht’, hier tegenover ‘vrijen’.
Zie ook Openb. 7:3; 14:1; 14:9.
De SBLGNT markeert bij δῶσιν (dosin), ‘zij geven’, en bij χάραγμα, ‘merkteken’, een variant.
Zie Openb. 14:9–11.
De SBLGNT markeert bij δύνηται (dynetai), ‘kan’, een variant.
Het getal van het beest
ψηφίζω (psephizo), ‘berekenen’ (verwant met ψῆφος, psephos, ‘steentje’).
De tekst zegt niet hoe het getal berekend moet worden. ἀριθμὸς ἀνθρώπου (arithmos anthropou) kan ‘het getal van een mens’ of ‘een menselijk getal’ betekenen.
De SBLGNT markeert bij αὐτοῦ (autou), ‘zijn’, en bij de woorden ἑξακόσιοι ἑξήκοντα ἕξ (hexakosioi hexekonta hex), ‘zeshonderd zesenzestig’, een variant.