Elohim Bijbel

1 Timotheüs 2

123456

Gebed voor allen, één Elohim en één bemiddelaar, en aanwijzingen voor mannen en vrouwen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Gebed voor alle mensen

1Ik spoor dan aan, eerst en vooral, smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen,
Παρακαλῶ
(Parakalo)
ik spoor aan
οὖν
(oun)
dan
πρῶτον
(proton)
eerst
πάντων
(panton)
van alles
ποιεῖσθαι
(poieisthai)
te doen
δεήσεις
(deeseis)
smekingen
προσευχάς
(proseuchas)
gebeden
ἐντεύξεις
(enteuxeis)
voorbeden
εὐχαριστίας
(eucharistias)
dankzeggingen
ὑπὲρ
(hyper)
voor
πάντων
(panton)
alle
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: ook ‘vragen, bemoedigen’; zo ook in 1:3 en 5:1.

De vier woorden voor gebed zijn δέησις (deesis), ‘smeking’: een dringende vraag om hulp; προσευχή (proseuche), ‘gebed’; ἔντευξις (enteuxis), ‘voorbede’: een gebed voor een ander, eigenlijk ‘een verzoek bij iemand indienen’; εὐχαριστία (eucharistia), ‘dankzegging’.

Paulus noemt ze naast elkaar zonder verschil uit te leggen.

2voor koningen en allen die een hoge positie hebben, opdat wij een rustig en stil leven leiden in alle vroomheid en waardigheid.
ὑπὲρ
(hyper)
voor
βασιλέων
(basileon)
koningen
καὶ
(kai)
en
πάντων
(panton)
allen
τῶν
(ton)
die
ἐν
(en)
in
ὑπεροχῇ
(hyperoche)
hoge positie
ὄντων
(onton)
zijn
ἵνα
(hina)
opdat
ἤρεμον
(eremon)
rustig
καὶ
(kai)
en
ἡσύχιον
(hesychion)
stil
βίον
(bion)
leven
διάγωμεν
(diagomen)
wij leiden
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
εὐσεβείᾳ
(eusebeia)
vroomheid
καὶ
(kai)
en
σεμνότητι
(semnoteti)
waardigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

βασιλεῖς (basileis), ‘koningen’: in het Grieks ook ‘heersers’. ὑπεροχή (yperoche), ‘hoge positie’: gezag, voorrang. ἤρεμος (eremos), ‘rustig’; ἡσύχιος (hesychios), ‘stil’; εὐσέβεια (eusebeia), ‘vroomheid’: eerbied voor Elohim en een leven dat daarbij past; het woord is kenmerkend voor deze brieven (3:16; 4:7–8; 6:3–6; 6:11). σεμνότης (semnotes), ‘waardigheid’.

Zie ook 1 Tim. 3:16; 4:7–8; 6:3–6; Tit. 1:1.

3Dit is goed en aanvaardbaar in het oog van Elohim, onze Redder,
τοῦτο
(touto)
dit
καλὸν
(kalon)
goed
καὶ
(kai)
en
ἀπόδεκτον
(apodekton)
aanvaardbaar
ἐνώπιον
(enopion)
in het oog
τοῦ
(tou)
van de
σωτῆρος
(soteros)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόδεκτος (apodektos), ‘aanvaardbaar’: wat Elohim kan aannemen; hetzelfde woord staat in 5:4. σωτήρ (soter), ‘Redder’: hier weer van Elohim, zoals in 1:1.

Zie ook 1 Tim. 1:1; 1 Tim. 5:4.

Lezing

Bij ‘dit’ (τοῦτο) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

4die wil dat alle mensen gered worden en tot volle kennis van de waarheid komen.
ὃς
(hos)
die
πάντας
(pantas)
alle
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
θέλει
(thelei)
wil
σωθῆναι
(sothenai)
gered worden
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
ἐπίγνωσιν
(epignosin)
volle kennis
ἀληθείας
(aletheias)
van waarheid
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
Bron: SBLGNT
Uitleg

θέλει (thelei), ‘wil’: de Griekse tegenwoordige tijd noemt Elohims wil, niet het resultaat. ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: kennis die tot herkenning en erkenning leidt, zoals in Kol. 1:9; 1:10.

Zie ook Kol. 1:9–10; 1 Tim. 4:3; 2 Tim. 2:25; 3:7; Tit. 1:1.

5Want er is één Elohim, en één bemiddelaar tussen Elohim en mensen, de mens Yeshua de Messias,
εἷς
(heis)
één
γὰρ
(gar)
want
θεός
(theos)
Elohim
εἷς
(heis)
één
καὶ
(kai)
ook
μεσίτης
(mesites)
bemiddelaar
θεοῦ
(theou)
tussen Elohim
καὶ
(kai)
en
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

De tekst begint met een belijdenis: ‘één Elohim’ (vergelijk Deut. 6:4; Rom. 3:30). μεσίτης (mesites), ‘bemiddelaar’: iemand die tussen twee partijen staat.

In Gal. 3:19–20 staat hetzelfde Griekse woord, daar weergegeven met ‘middelaar’.

Yeshua de Messias is hier ‘de mens’ (ἄνθρωπος, anthropos).

Zie ook Deut. 6:4; Gal. 3:19–20; Hebr. 8:6; Hebr. 9:15; Hebr. 12:24.

6die Zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, het getuigenis op de eigen tijden.
ὁ
(ho)
die
δοὺς
(dous)
gaf
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
ἀντίλυτρον
(antilytron)
losgeld
ὑπὲρ
(hyper)
voor
πάντων
(panton)
allen
τὸ
(to)
het
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
καιροῖς
(kairois)
op tijden
ἰδίοις
(idiois)
eigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀντίλυτρον (antilytron), ‘losgeld’: een prijs die in de plaats van een ander betaald wordt; het woord is verwant met λύτρον (lytron), ‘losgeld’, in Matt. 20:28 en Mark. 10:45. τὸ μαρτύριον καιροῖς ἰδίοις (to martyrion kairois idiois): ‘het getuigenis op de eigen tijden’.

Het Grieks heeft geen werkwoord; wij laten de bijstelling staan: het getuigenis is op de daarvoor bestemde tijden gegeven.

Zie ook Matt. 20:28; Mark. 10:45; Tit. 1:3.

7Daarvoor ben ik aangesteld als heraut en apostel (ik zeg de waarheid, ik lieg niet), als leraar van de volken in geloof en waarheid.
εἰς
(eis)
tot
ὃ
(ho)
wat
ἐτέθην
(etethen)
ben aangesteld
ἐγὼ
(ego)
ik
κῆρυξ
(keryx)
heraut
καὶ
(kai)
en
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
λέγω
(lego)
ik zeg
οὐ
(ou)
niet
ψεύδομαι
(pseudomai)
ik lieg
διδάσκαλος
(didaskalos)
leraar
ἐθνῶν
(ethnon)
van de volken
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
καὶ
(kai)
en
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

κῆρυξ (keryx), ‘heraut’: iemand die een boodschap uitroept; verwant met κηρύσσω (kerysso), ‘verkondigen’. ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’.

De woorden ‘ik zeg de waarheid, ik lieg niet’ zijn een tussenzin; wij zetten ze tussen haakjes. διδάσκαλος ἐθνῶν (didaskalos ethnon), ‘leraar van de volken’.

Zie ook Rom. 9:1; Gal. 1:20; 2 Tim. 1:11.

Lezing

Bij ‘ik zeg’ (λέγω) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Mannen en vrouwen

8Ik wil dus dat de mannen overal bidden, met toegewijde handen opgeheven, zonder toorn en twijfel.
Βούλομαι
(Boulomai)
ik wil
οὖν
(oun)
dus
προσεύχεσθαι
(proseuchesthai)
bidden
τοὺς
(tous)
de
ἄνδρας
(andras)
mannen
ἐν
(en)
op
παντὶ
(panti)
elke
τόπῳ
(topo)
plaats
ἐπαίροντας
(epairontas)
opheffend
ὁσίους
(hosious)
toegewijde
χεῖρας
(cheiras)
handen
χωρὶς
(choris)
zonder
ὀργῆς
(orges)
toorn
καὶ
(kai)
en
διαλογισμοῦ
(dialogismou)
twijfel
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅσιος (hosios), ‘toegewijd’: wat aan Elohim gewijd is; het woord staat in Tit. 1:8 bij de opziener.

De houding van de handen opheffen bij het gebed vindt men ook in Ps. 28:2 en Ps. 134:2. διαλογισμός (dialogismos), ‘twijfel’: letterlijk ‘overweging, redenering’; het woord wordt ook verstaan als ‘twist’ of ‘onenigheid’.

Wij kiezen ‘twijfel’ en noemen de andere mogelijkheden.

Zie ook Ps. 28:2; Ps. 134:2; Tit. 1:8.

Lezing

Bij ‘twijfel’ (διαλογισμοῦ) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

9Zo ook dat vrouwen zich versieren in ordelijke kleding, met schroom en bezonnenheid, niet met vlechten, goud, parels of kostbare kleding,
ὡσαύτως
(hosautos)
evenzo
καὶ
(kai)
ook
γυναῖκας
(gynaikas)
vrouwen
ἐν
(en)
in
καταστολῇ
(katastole)
kleding
κοσμίῳ
(kosmio)
ordelijke
μετὰ
(meta)
met
αἰδοῦς
(aidous)
schroom
καὶ
(kai)
en
σωφροσύνης
(sophrosynes)
bezonnenheid
κοσμεῖν
(kosmein)
zich te versieren
ἑαυτάς
(heautas)
zichzelf
μὴ
(me)
niet
ἐν
(en)
met
πλέγμασιν
(plegmasin)
vlechten
καὶ
(kai)
en
χρυσίῳ
(chrysio)
goud
ἢ
(e)
of
μαργαρίταις
(margaritais)
parels
ἢ
(e)
of
ἱματισμῷ
(himatismo)
kleding
πολυτελεῖ
(polytelei)
kostbare
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers loopt grammaticaal door vanuit vers 8; ‘ik wil’ blijft de hoofdzin. καταστολή (katastole), ‘kleding’: ook ‘houding, voorkomen’. αἰδώς (aidos), ‘schroom’: bescheidenheid, het zich ontzien. σωφροσύνη (sofrosyne), ‘bezonnenheid’: zelfbeheersing, gezond verstand. κοσμέω (kosmeo), ‘versieren’; κόσμιος (kosmios), ‘ordelijk’: in 3:2 gezegd van de opziener. πλέγμα (plegma), ‘vlecht’: gevlochten haar.

Vergelijk 1 Petr. 3:3.

Zie ook 1 Petr. 3:3; 1 Tim. 3:2.

Lezing

Bij ‘ook’ (καί) en bij ‘en goud’ (καὶ χρυσίῳ) markeert de SBLGNT varianten.

Wij volgen de SBLGNT.

10maar, zoals het past bij vrouwen die ontzag voor Elohim belijden, met goede werken.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὃ
(ho)
wat
πρέπει
(prepei)
past
γυναιξὶν
(gynaixin)
bij vrouwen
ἐπαγγελλομέναις
(epangellomenais)
die belijden
θεοσέβειαν
(theosebeian)
ontzag voor Elohim
δι’
(di’)
door
ἔργων
(ergon)
werken
ἀγαθῶν
(agathon)
goede
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεοσέβεια (theosebeia), ‘ontzag voor Elohim’: samengesteld uit θεός (theos), ‘Elohim’, en σέβομαι (sebomai), ‘eerbied hebben’; verwant met εὐσέβεια, ‘vroomheid’ (vers 2). ἐπαγγέλλομαι (epangellomai), ‘belijden’: hier ‘zich beroepen op, openlijk uitspreken’; in 6:21 staat hetzelfde werkwoord.

Zie ook 1 Tim. 6:21.

Leren in stilte

11Laat een vrouw leren in stilte, in alle onderschikking.
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἐν
(en)
in
ἡσυχίᾳ
(hesychia)
stilte
μανθανέτω
(manthaneto)
leer
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
ὑποταγῇ
(hypotage)
onderschikking
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 11–15 zijn moeilijk; wij vertalen zo letterlijk als het Nederlands toelaat en geven de woorden mee. γυνή (gyne), ‘vrouw’: ook ‘echtgenote’; het Griekse woord heeft beide betekenissen, zo ook in vers 12 en 14. ἡσυχία (hesychia), ‘stilte’: ook ‘rust’; hetzelfde woord staat in vers 12. ὑποταγή (hypotage), ‘onderschikking’: verwant met ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderschikken’.

Het Grieks zegt niet aan wie of wat de vrouw zich onderschikt.

Vergelijk 1 Kor. 14:34–35 en Tit. 2:5.

Zie ook 1 Kor. 14:34–35; Ef. 5:22; Tit. 2:5.

12Ik sta een vrouw niet toe te onderwijzen, en ook niet om gezag uit te oefenen over een man, maar in stilte te zijn.
διδάσκειν
(didaskein)
te onderwijzen
δὲ
(de)
maar
γυναικὶ
(gynaiki)
aan een vrouw
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπιτρέπω
(epitrepo)
sta ik toe
οὐδὲ
(oude)
noch
αὐθεντεῖν
(authentein)
gezag uit te oefenen
ἀνδρός
(andros)
over een man
ἀλλ’
(all’)
maar
εἶναι
(einai)
te zijn
ἐν
(en)
in
ἡσυχίᾳ
(hesychia)
stilte
Bron: SBLGNT
Uitleg

De vorm οὐκ ἐπιτρέπω (ouk epitrepo), ‘ik sta niet toe’, staat in de tegenwoordige tijd. αὐθεντέω (authenteo), ‘gezag uitoefenen’: dit werkwoord staat in de door ons vertaalde hoofdstukken alleen hier, en de betekenis wordt verschillend opgegeven.

De zin is ook verstaan als ‘een vrouw niet toestaan te onderwijzen en ook niet gezag over een man uit te oefenen’ en als één samenhangend verbod.

Wij geven de woorden en kiezen geen betekenis. ἀνδρός (andros) is ‘man’ of ‘echtgenoot’.

Lezing

Bij ‘onderwijzen’ (διδάσκειν) en ‘vrouw’ (γυναικί) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13Want Adam is eerst gevormd, daarna Eva.
Ἀδὰμ
(Adam)
Adam
γὰρ
(gar)
want
πρῶτος
(protos)
eerst
ἐπλάσθη
(eplasthe)
is gevormd
εἶτα
(eita)
daarna
Εὕα
(Heua)
Eva
Bron: SBLGNT
Uitleg

Adam en Eva: zie Gen. 2:7; 2:18–23. πλάσσω (plasso), ‘vormen’.

De volgorde waarin Adam en Eva gevormd zijn, wordt hier als reden genoemd.

Zie ook Gen. 2:7; Gen. 2:21–22; 1 Kor. 11:8–9.

14En Adam is niet misleid, maar de vrouw is volledig misleid en in overtreding terechtgekomen.
καὶ
(kai)
en
Ἀδὰμ
(Adam)
Adam
οὐκ
(ouk)
niet
ἠπατήθη
(epatethe)
is misleid
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
maar
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἐξαπατηθεῖσα
(exapatetheisa)
volledig misleid
ἐν
(en)
in
παραβάσει
(parabasei)
overtreding
γέγονεν
(gegonen)
is terechtgekomen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπατάω (apatao), ‘misleiden’; ἐξαπατάω (exapatao), ‘volledig misleiden’: hetzelfde woord als in 2 Kor. 11:3, waar wij ‘misleidde’ hebben (‘de slang misleidde Eva’). παράβασις (parabasis), ‘overtreding’: het overschrijden van een gebod; vergelijk Rom. 5:14. γέγονεν (gegonen), ‘is geworden, is gekomen’: een voltooide tijd; de gevolgen duren voort.

Het Grieks noemt Eva niet bij naam: ‘de vrouw’.

Zie ook Gen. 3:1–6, 13; 2 Kor. 11:3; Rom. 5:14.

Lezing

Bij ‘volledig misleid’ (ἐξαπατηθεῖσα) markeert de SBLGNT een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15Maar zij zal gered worden door het baren van kinderen, als zij blijven in geloof, liefde en heiliging, met bezonnenheid.
σωθήσεται
(sothesetai)
zij zal gered worden
δὲ
(de)
maar
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
het
τεκνογονίας
(teknogonias)
baren van kinderen
ἐὰν
(ean)
als
μείνωσιν
(meinosin)
zij blijven
ἐν
(en)
in
πίστει
(pistei)
geloof
καὶ
(kai)
en
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
καὶ
(kai)
en
ἁγιασμῷ
(hagiasmo)
heiliging
μετὰ
(meta)
met
σωφροσύνης
(sophrosynes)
bezonnenheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het vers is grammaticaal en inhoudelijk moeilijk. σῴζω (sozo), ‘redden’: ook ‘in veiligheid brengen, behouden’. τεκνογονία (teknogonia) is ‘het baren van kinderen’; het Grieks heeft hier het lidwoord: ‘het baren’.

Wat bedoeld wordt, wordt verschillend verstaan: bewaring tijdens de bevalling, de rol als moeder, of het kind dat Eva zou baren (vergelijk Gen. 3:15); de tekst zegt het niet.

Het enkelvoud ‘zij zal gered worden’ gaat over in het meervoud ‘zij blijven’. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’.

Vergelijk 1 Tim. 5:14.

Zie ook Gen. 3:15–16; 1 Tim. 5:14.