Elohim Bijbel

Job 33

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142

Elihu: El spreekt door dromen, pijn en een bemiddelaar

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Elihu spreekt Job aan

1„Maar luister toch, Job, naar mijn woorden en geef gehoor aan al mijn woorden.
וְֽאוּלָ֗ם
(veulam)
maar
שְׁמַֽע
(shema)
hoor
נָ֣א
(na)
toch
אִיּ֣וֹב
(iyov)
Job
מִלָּ֑י
(milay)
mijn woorden
וְֽכָל
(vekhal)
en alle
דְּבָרַ֥י
(devaray)
mijn woorden
הַאֲזִֽינָה
(haazina)
geef gehoor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu spreekt Job rechtstreeks aan, bij zijn naam (de vrienden deden dat niet).

Zijn onderwerp is: El spreekt wel tot de mens, maar op manieren die de mens niet opmerkt (vers 14): door dromen (15–18), door pijn (19–22) en door een bemiddelaar (23–28).

2Zie toch, ik open mijn mond, mijn tong spreekt in mijn gehemelte.
הִנֵּה
(hine)
zie
נָ֭א
(na)
toch
פָּתַ֣חְתִּי
(patachti)
ik open
פִ֑י
(pi)
mijn mond
דִּבְּרָ֖ה
(dibera)
spreekt
לְשׁוֹנִ֣י
(leshoni)
mijn tong
בְחִכִּֽי
(bechiki)
in mijn gehemelte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Mijn woorden komen uit een oprecht hart, en wat mijn lippen weten, spreken ze zuiver uit.
יֹֽשֶׁר
(yosher)
oprecht
לִבִּ֥י
(libi)
mijn hart
אֲמָרָ֑י
(amaray)
mijn woorden
וְדַ֥עַת
(vedaat)
en kennis
שְׂ֝פָתַ֗י
(sefatay)
mijn lippen
בָּר֥וּר
(barur)
zuiver
מִלֵּֽלוּ
(milelu)
spreken zij uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4De geest van El heeft mij gemaakt, en de adem van Shaddai geeft mij leven.
רֽוּחַ
(ruach)
geest van
אֵ֥ל
(el)
El
עָשָׂ֑תְנִי
(asateni)
heeft mij gemaakt
וְנִשְׁמַ֖ת
(venishmat)
en adem van
שַׁדַּ֣י
(shaday)
Shaddai
תְּחַיֵּֽנִי
(techayeni)
geeft mij leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu verwijst naar de schepping van de mens uit adem (Gen. 2:7).

Vergelijk Job 32:8 en 34:14–15.

5Als u kunt, antwoord mij dan; schik u voor mij, ga staan.
אִם
(im)
indien
תּוּכַ֥ל
(tukhal)
u kunt
הֲשִׁיבֵ֑נִי
(hashiveni)
antwoord mij
עֶרְכָ֥ה
(erkha)
schik
לְ֝פָנַ֗י
(lefanay)
voor mij
הִתְיַצָּֽבָה
(hityatsava)
ga staan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Zie, ik ben voor El zoals u: ook ik ben uit klei geknepen.
הֵן
(hen)
zie
אֲנִ֣י
(ani)
ik
כְפִ֣יךָ
(kefikha)
als u
לָאֵ֑ל
(lael)
voor El
מֵ֝חֹ֗מֶר
(mechomer)
uit klei
קֹרַ֥צְתִּי
(qoratsti)
geknepen
גַם
(gam)
ook
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Uit klei geknepen’: Elihu zegt tegen Job dat hij, net als Job, een geschapen mens is.

Vergelijk Job 10:9 en Gen. 2:7.

7Zie, de angst voor mij hoeft u niet te verschrikken, en mijn druk zal niet zwaar op u wegen.
הִנֵּ֣ה
(hine)
zie
אֵ֭מָתִי
(emati)
angst voor mij
לֹ֣א
(lo)
niet
תְבַעֲתֶ֑ךָּ
(tevaateka)
zal u verschrikken
וְ֝אַכְפִּ֗י
(veakhpi)
en mijn druk
עָלֶ֥יךָ
(aleikha)
op u
לֹא
(lo)
niet
יִכְבָּֽד
(yikhbad)
zal zwaar zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Wat u zei in mijn oren

8Maar u hebt in mijn oren gezegd, en ik hoorde het geluid van uw woorden:
אַ֭ךְ
(akh)
slechts
אָמַ֣רְתָּ
(amarta)
u zei
בְאָזְנָ֑י
(beazenay)
in mijn oren
וְק֖וֹל
(veqol)
en geluid van
מִלִּ֣ין
(milin)
woorden
אֶשְׁמָֽע
(eshma)
hoorde ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9‘Ik ben zuiver, zonder overtreding, rein ben ik en geen schuld is er in mij.
זַ֥ךְ
(zakh)
zuiver
אֲנִ֗י
(ani)
ik
בְּֽלִ֫י
(beli)
zonder
פָ֥שַׁע
(pasha)
overtreding
חַ֥ף
(chaf)
rein
אָנֹכִ֑י
(anokhi)
ik
וְלֹ֖א
(velo)
en niet
עָוֺ֣ן
(avon)
schuld
לִֽי
(li)
is in mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu citeert Job: ‘Ik ben zuiver, zonder overtreding’.

Job zei in 9:21; 10:7; 16:17; 23:10–12; 27:5–6 iets dergelijks, maar niet letterlijk dit; Elihu vat samen en scherpt toe.

10Zie, Hij vindt aanleidingen tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand.
הֵ֣ן
(hen)
zie
תְּ֭נוּאוֹת
(tenuot)
aanleidingen
עָלַ֣י
(alay)
tegen mij
יִמְצָ֑א
(yimtsa)
vindt Hij
יַחְשְׁבֵ֖נִי
(yachsheveni)
houdt mij voor
לְאוֹיֵ֣ב
(leoyev)
een vijand
לֽוֹ
(lo)
voor Zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Hij legt mijn voeten in de blokken, Hij bewaakt al mijn paden.’
יָשֵׂ֣ם
(yasem)
Hij legt
בַּסַּ֣ד
(basad)
in de blokken
רַגְלָ֑י
(raglay)
mijn voeten
יִ֝שְׁמֹ֗ר
(yishmor)
Hij bewaakt
כָּל
(kal)
alle
אָרְחֹתָֽי
(arechotay)
mijn paden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu citeert Job 13:27 (‘U zet mijn voeten in de blokken’).

De blokken zijn een voetboei van hout (Hand. 16:24).

Eloah is groter dan een mens

12Zie, hierin hebt u geen gelijk. Ik antwoord u: Eloah is groter dan een mens.
הֶן
(hen)
zie
זֹ֣את
(zot)
dit
לֹא
(lo)
niet
צָדַ֣קְתָּ
(tsadaqta)
u hebt gelijk
אֶעֱנֶ֑ךָּ
(eeneka)
ik antwoord u
כִּֽי
(ki)
want
יִרְבֶּ֥ה
(yirbe)
groter is
אֱ֝ל֗וֹהַ
(eloha)
Eloah
מֵאֱנֽוֹשׁ
(meenosh)
dan een mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Waarom hebt u tegen Hem getwist? Want over al Zijn woorden geeft Hij geen antwoord.
מַ֭דּוּעַ
(madua)
waarom
אֵלָ֣יו
(elav)
tegen Hem
רִיב֑וֹתָ
(rivota)
hebt u getwist
כִּ֥י
(ki)
want
כָל
(kal)
alle
דְּ֝בָרָ֗יו
(devarav)
Zijn woorden
לֹ֣א
(lo)
niet
יַעֲנֶֽה
(yaane)
antwoordt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Want El spreekt op één manier, en op twee, maar men let er niet op.
כִּֽי
(ki)
want
בְאַחַ֥ת
(beachat)
in één (manier)
יְדַבֶּר
(yedaber)
spreekt
אֵ֑ל
(el)
El
וּ֝בִשְׁתַּ֗יִם
(uvishtayim)
en in twee
לֹ֣א
(lo)
niet
יְשׁוּרֶֽנָּה
(yeshurena)
men let erop
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het vers luidt letterlijk: ‘Want El spreekt in één (keer), en in twee (keer) – men let er niet op.’

Elihu zegt dus dat El op meerdere wijzen tot de mens spreekt zonder dat men het opmerkt.

Sommigen lezen het als een gezegde ‘één keer, ja twee keer’ (vergelijk 40:5).

El spreekt in dromen

15In een droom, in een nachtgezicht, wanneer een diepe slaap op mensen valt, tijdens sluimer op het bed,
בַּחֲל֤וֹם
(bachalom)
in een droom
חֶזְי֬וֹן
(chezyon)
gezicht van
לַ֗יְלָה
(layla)
nacht
בִּנְפֹ֣ל
(binfol)
als valt
תַּ֭רְדֵּמָה
(tardema)
diepe slaap
עַל
(al)
op
אֲנָשִׁ֑ים
(anashim)
mensen
בִּ֝תְנוּמ֗וֹת
(bitnumot)
in sluimeringen
עֲלֵ֣י
(alei)
op
מִשְׁכָּֽב
(mishkav)
bed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dromen en nachtgezichten zijn een middel van Elohim (Gen. 20:3; 31:11; Num. 12:6).

Hier is het echter geen openbaring van de toekomst maar een waarschuwing voor het geweten.

Elifaz noemde in 4:13 ook een nachtgezicht.

16dan opent Hij het oor van mensen en bezegelt hun een waarschuwing,
אָ֣ז
(az)
toen
יִ֭גְלֶה
(yigle)
opent Hij
אֹ֣זֶן
(ozen)
oor van
אֲנָשִׁ֑ים
(anashim)
mensen
וּבְמֹ֖סָרָ֣ם
(uvemosaram)
en bij hun waarschuwing
יַחְתֹּֽם
(yachtom)
bezegelt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17om de mens van zijn daad af te brengen en hoogmoed voor de man te bedekken,
לְ֭הָסִיר
(lehasir)
om te doen afwenden
אָדָ֣ם
(adam)
de mens
מַעֲשֶׂ֑ה
(maase)
van een daad
וְגֵוָ֖ה
(vegeva)
en hoogmoed
מִגֶּ֣בֶר
(migever)
van een man
יְכַסֶּֽה
(yekhase)
bedekt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18om zijn ziel van de Groeve terug te houden en zijn leven van het doorgaan door het wapen.
יַחְשֹׂ֣ךְ
(yachsokh)
Hij houdt terug
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
מִנִּי
(mini)
van
שָׁ֑חַת
(shachat)
de Groeve
וְ֝חַיָּת֗וֹ
(vechayato)
en zijn leven
מֵעֲבֹ֥ר
(meavor)
van het doorgaan
בַּשָּֽׁלַח
(bashalach)
door het wapen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Groeve (shachat) is hier een naam voor de onderwereld, Sjeol (zie Job 33:22, 24, 28, 30; Ps. 16:10; 30:10).

‘Door het wapen gaan’ is: door een wapen omkomen.

De betekenis van שֶׁלַח (shelach), ‘wapen’, is niet helemaal zeker.

El spreekt door pijn

19Ook wordt hij getuchtigd met pijn op zijn bed, en de strijd in zijn beenderen is voortdurend,
וְהוּכַ֣ח
(vehukhach)
en hij wordt getuchtigd
בְּ֭מַכְאוֹב
(bemakhov)
met pijn
עַל
(al)
op
מִשְׁכָּב֑וֹ
(mishkavo)
zijn bed
וְר֖וֹב
(verov)
en strijd van
עֲצָמָ֣יו
(atsamav)
zijn beenderen
אֵתָֽן
(etan)
voortdurend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20zodat zijn leven van brood walgt en zijn ziel van lekkere spijs.
וְזִֽהֲמַ֣תּוּ
(vezihamatu)
en walgt van
חַיָּת֣וֹ
(chayato)
zijn leven
לָ֑חֶם
(lachem)
brood
וְ֝נַפְשׁ֗וֹ
(venafsho)
en zijn ziel
מַאֲכַ֥ל
(maakhal)
spijs van
תַּאֲוָֽה
(taava)
verlangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Verteerd is zijn vlees, zodat men het niet meer ziet, en zijn beenderen, die niet gezien werden, steken uit.
יִ֣כֶל
(yikhel)
verteert
בְּשָׂר֣וֹ
(besaro)
zijn vlees
מֵרֹ֑אִי
(meroi)
van het zien
וְשֻׁפּ֥וּ
(veshupu)
en zijn beenderen
עַ֝צְמוֹתָ֗יו
(atsmotav)
niet
לֹ֣א
(lo)
gezien
רֻאּֽוּ
(ruu)
steken uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22En zijn ziel nadert de Groeve en zijn leven de doden.
וַתִּקְרַ֣ב
(vatiqrav)
en nadert
לַשַּׁ֣חַת
(lashachat)
tot de Groeve
נַפְשׁ֑וֹ
(nafsho)
zijn ziel
וְ֝חַיָּת֗וֹ
(vechayato)
en zijn leven
לַֽמְמִתִֽים
(lammitim)
tot de doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De bemiddelaar en het losgeld

23Als er bij hem een engel is, een bemiddelaar, één uit duizend, om de mens zijn rechtschapenheid te vertellen,
אִם
(im)
indien
יֵ֤שׁ
(yesh)
is
עָלָ֨יו
(alav)
bij hem
מַלְאָ֗ךְ
(malakh)
een engel
מֵלִ֗יץ
(melits)
bemiddelaar
אֶחָ֥ד
(echad)
één
מִנִּי
(mini)
uit
אָ֑לֶף
(alef)
duizend
לְהַגִּ֖יד
(lehagid)
om te vertellen
לְאָדָ֣ם
(leadam)
aan de mens
יָשְׁרֽוֹ
(yashero)
zijn rechtschapenheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

מַלְאָךְ מֵלִיץ (mal’ak melits), ‘een engel, een bemiddelaar’.

Het woord melits kan ook ‘tolk’ of ‘woordvoerder’ betekenen (Gen. 42:23; Jes. 43:27).

Wie of wat dit is, is onzeker: een hemelse bemiddelaar, een engel die voor de zieke pleit, of zelfs een profeet.

Vergelijk 5:1; 9:33 (‘een scheidsrechter’), 16:19–21 en 19:25 (‘mijn Losser’).

Wij vertalen ‘engel’ omdat het Hebreeuwse mal’ak dat betekent.

24dan is Hij hem genadig en zegt: ‘Red hem van het neerdalen in de Groeve; ik heb losgeld gevonden.’
וַיְחֻנֶּ֗נּוּ
(vaychunenu)
en is hem genadig
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en zegt
פְּ֭דָעֵהוּ
(pedaehu)
red hem
מֵרֶ֥דֶת
(meredet)
van het neerdalen
שָׁ֗חַת
(shachat)
in de Groeve
מָצָ֥אתִי
(matsati)
ik heb gevonden
כֹֽפֶר
(kofer)
losgeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’, is de prijs voor de redding van een leven (Ex. 21:30; 30:12; Ps. 49:8–9).

Hier is het onduidelijk wat het losgeld is; de bemiddelaar vindt het, Elohim neemt het aan.

In de christelijke traditie wordt Mark. 10:45 en 1 Tim. 2:5–6 hiermee verbonden.

25Frisser dan in zijn jeugd wordt zijn vlees; hij keert terug naar de dagen van zijn jonge kracht.
רֻֽטֲפַ֣שׁ
(rutafash)
frisser wordt
בְּשָׂר֣וֹ
(besaro)
zijn vlees
מִנֹּ֑עַר
(minoar)
dan in jeugd
יָ֝שׁ֗וּב
(yashuv)
hij keert terug
לִימֵ֥י
(limei)
naar dagen van
עֲלוּמָֽיו
(alumav)
zijn jonge kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Tot Eloah bidt hij, en Hij heeft welgevallen aan hem; hij ziet Zijn aangezicht met gejuich, en Hij geeft de mens zijn gerechtigheid terug.
יֶעְתַּ֤ר
(yetar)
hij bidt
אֶל
(el)
tot
אֱל֨וֹהַּ
(eloha)
Eloah
וַיִּרְצֵ֗הוּ
(vayirtsehu)
en Hij heeft welgevallen aan hem
וַיַּ֣רְא
(vayar)
en hij ziet
פָּ֭נָיו
(panav)
Zijn aangezicht
בִּתְרוּעָ֑ה
(bitrua)
met gejuich
וַיָּ֥שֶׁב
(vayashev)
en Hij geeft terug
לֶ֝אֱנ֗וֹשׁ
(leenosh)
aan de mens
צִדְקָתֽוֹ
(tsidqato)
zijn gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De herstelde zieke ziet het aangezicht van Eloah ‘met gejuich’ (teruah), dat is: hij mag weer de tempel naderen en voor het aangezicht van Elohim komen (Ps. 42:3; 27:4).

27Voor de mensen zingt hij en zegt: ‘Ik heb gezondigd en het rechte verdraaid, maar het is mij niet vergolden.
יָשֹׁ֤ר
(yashor)
hij zingt
עַל
(al)
over
אֲנָשִׁ֗ים
(anashim)
mensen
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en zegt
חָ֭טָאתִי
(chatati)
ik zondigde
וְיָשָׁ֥ר
(veyashar)
en het rechte
הֶעֱוֵ֗יתִי
(heeveiti)
verdraaide ik
וְלֹא
(velo)
en niet
שָׁ֥וָה
(shava)
werd vergolden
לִֽי
(li)
mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Hij heeft mijn ziel verlost van het neerdalen in de Groeve, en mijn leven ziet het licht.’
פָּדָ֣ה
(pada)
Hij verloste
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
מֵעֲבֹ֣ר
(meavor)
van het neerdalen
בַּשָּׁ֑חַת
(bashachat)
in de Groeve
וְ֝חַיָּתוֹ
(vechayato)
en zijn leven
בָּא֥וֹר
(baor)
in het licht
תִּרְאֶֽה
(tire)
ziet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst heeft hier ‘Hij verloste zijn ziel … en zijn leven ziet het licht’ (ketiv); de te lezen vorm (qere) heeft ‘mijn ziel … mijn leven’.

Wij volgen de qere en laten de zieke zelf zingen (vanaf vers 27).

Volgen wij de geschreven vorm, dan zijn het woorden van Elihu over de zieke.

29Zie, dit alles doet El, twee, drie keer, met een man,
הֶן
(hen)
zie
כָּל
(kal)
alles
אֵ֭לֶּה
(ele)
dit
יִפְעַל
(yifal)
doet
אֵ֑ל
(el)
El
פַּעֲמַ֖יִם
(paamayim)
tweemaal
שָׁל֣וֹשׁ
(shalosh)
drie
עִם
(im)
met
גָּֽבֶר
(gaver)
een man
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30om zijn ziel terug te halen uit de Groeve, om verlicht te worden met het licht van het leven.
לְהָשִׁ֣יב
(lehashiv)
om terug te halen
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
מִנִּי
(mini)
uit
שָׁ֑חַת
(shachat)
de Groeve
לֵ֝א֗וֹר
(leor)
om verlicht te worden
בְּא֣וֹר
(beor)
met licht van
הַֽחַיִּים
(hachayim)
de levenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Verlicht worden met het licht van de levenden’ (Ps. 56:14).

Het is het tegenovergestelde van de duisternis van de Groeve (vers 28).

Luister, Job

31Merk op, Job, luister naar mij; zwijg, en ik zal spreken.
הַקְשֵׁ֖ב
(haqshev)
merk op
אִיּ֥וֹב
(iyov)
Job
שְֽׁמַֽע
(shema)
luister
לִ֑י
(li)
naar mij
הַ֝חֲרֵ֗שׁ
(hacharesh)
zwijg
וְאָנֹכִ֥י
(veanokhi)
en ik
אֲדַבֵּֽר
(adaber)
zal spreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32Als u woorden hebt, antwoord mij; spreek, want ik wens uw gelijk.
אִם
(im)
indien
יֵשׁ
(yesh)
er zijn
מִלִּ֥ין
(milin)
woorden
הֲשִׁיבֵ֑נִי
(hashiveni)
antwoord mij
דַּ֝בֵּ֗ר
(daber)
spreek
כִּֽי
(ki)
want
חָפַ֥צְתִּי
(chafatsti)
ik wens
צַדְּקֶֽךָּ
(tsadeqeka)
uw gelijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Zo niet, luister dan naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.”
אִם
(im)
indien
אַ֭יִן
(ayin)
niet
אַתָּ֥ה
(ata)
u
שְֽׁמַֽע
(shema)
luister
לִ֑י
(li)
naar mij
הַ֝חֲרֵ֗שׁ
(hacharesh)
zwijg
וַאֲאַלֶּפְךָ֥
(vaaalefkha)
en ik zal u leren
חָכְמָֽה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)