Open in de app Alle boeken Job ← 32 34 → Job 33 Elihu: El spreekt door dromen, pijn en een bemiddelaar
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Elihu spreekt Job aan 1 „Maar luister toch, Job, naar mijn woorden en geef gehoor aan al mijn woorden.
מִלָּ֑י
(milay)
mijn woorden
דְּבָרַ֥י
(devaray)
mijn woorden
הַאֲזִֽינָה
(haazina)
geef gehoor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elihu spreekt Job rechtstreeks aan, bij zijn naam (de vrienden deden dat niet).
Zijn onderwerp is: El spreekt wel tot de mens, maar op manieren die de mens niet opmerkt (vers 14): door dromen (15–18), door pijn (19–22) en door een bemiddelaar (23–28).
2 Zie toch, ik open mijn mond, mijn tong spreekt in mijn gehemelte.
פָּתַ֣חְתִּי
(patachti)
ik open
דִּבְּרָ֖ה
(dibera)
spreekt
לְשׁוֹנִ֣י
(leshoni)
mijn tong
בְחִכִּֽי
(bechiki)
in mijn gehemelte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Mijn woorden komen uit een oprecht hart, en wat mijn lippen weten, spreken ze zuiver uit.
אֲמָרָ֑י
(amaray)
mijn woorden
וְדַ֥עַת
(vedaat)
en kennis
שְׂ֝פָתַ֗י
(sefatay)
mijn lippen
מִלֵּֽלוּ
(milelu)
spreken zij uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 De geest van El heeft mij gemaakt, en de adem van Shaddai geeft mij leven.
עָשָׂ֑תְנִי
(asateni)
heeft mij gemaakt
וְנִשְׁמַ֖ת
(venishmat)
en adem van
תְּחַיֵּֽנִי
(techayeni)
geeft mij leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elihu verwijst naar de schepping van de mens uit adem (Gen. 2:7).
Vergelijk Job 32:8 en 34:14–15.
5 Als u kunt, antwoord mij dan; schik u voor mij, ga staan.
הֲשִׁיבֵ֑נִי
(hashiveni)
antwoord mij
לְ֝פָנַ֗י
(lefanay)
voor mij
הִתְיַצָּֽבָה
(hityatsava)
ga staan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Zie, ik ben voor El zoals u: ook ik ben uit klei geknepen.
מֵ֝חֹ֗מֶר
(mechomer)
uit klei
קֹרַ֥צְתִּי
(qoratsti)
geknepen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Uit klei geknepen’: Elihu zegt tegen Job dat hij, net als Job, een geschapen mens is.
Vergelijk Job 10:9 en Gen. 2:7.
7 Zie, de angst voor mij hoeft u niet te verschrikken, en mijn druk zal niet zwaar op u wegen.
אֵ֭מָתִי
(emati)
angst voor mij
תְבַעֲתֶ֑ךָּ
(tevaateka)
zal u verschrikken
וְ֝אַכְפִּ֗י
(veakhpi)
en mijn druk
יִכְבָּֽד
(yikhbad)
zal zwaar zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Wat u zei in mijn oren 8 Maar u hebt in mijn oren gezegd, en ik hoorde het geluid van uw woorden:
בְאָזְנָ֑י
(beazenay)
in mijn oren
וְק֖וֹל
(veqol)
en geluid van
אֶשְׁמָֽע
(eshma)
hoorde ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 ‘Ik ben zuiver, zonder overtreding, rein ben ik en geen schuld is er in mij.
פָ֥שַׁע
(pasha)
overtreding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elihu citeert Job: ‘Ik ben zuiver, zonder overtreding’.
Job zei in 9:21; 10:7; 16:17; 23:10–12; 27:5–6 iets dergelijks, maar niet letterlijk dit; Elihu vat samen en scherpt toe.
10 Zie, Hij vindt aanleidingen tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand.
תְּ֭נוּאוֹת
(tenuot)
aanleidingen
יִמְצָ֑א
(yimtsa)
vindt Hij
יַחְשְׁבֵ֖נִי
(yachsheveni)
houdt mij voor
לְאוֹיֵ֣ב
(leoyev)
een vijand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 Hij legt mijn voeten in de blokken, Hij bewaakt al mijn paden.’
בַּסַּ֣ד
(basad)
in de blokken
רַגְלָ֑י
(raglay)
mijn voeten
יִ֝שְׁמֹ֗ר
(yishmor)
Hij bewaakt
אָרְחֹתָֽי
(arechotay)
mijn paden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Elihu citeert Job 13:27 (‘U zet mijn voeten in de blokken’).
De blokken zijn een voetboei van hout (Hand. 16:24).
Eloah is groter dan een mens 12 Zie, hierin hebt u geen gelijk. Ik antwoord u: Eloah is groter dan een mens.
צָדַ֣קְתָּ
(tsadaqta)
u hebt gelijk
אֶעֱנֶ֑ךָּ
(eeneka)
ik antwoord u
יִרְבֶּ֥ה
(yirbe)
groter is
מֵאֱנֽוֹשׁ
(meenosh)
dan een mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Waarom hebt u tegen Hem getwist? Want over al Zijn woorden geeft Hij geen antwoord.
רִיב֑וֹתָ
(rivota)
hebt u getwist
דְּ֝בָרָ֗יו
(devarav)
Zijn woorden
יַעֲנֶֽה
(yaane)
antwoordt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14 Want El spreekt op één manier, en op twee, maar men let er niet op.
בְאַחַ֥ת
(beachat)
in één (manier)
וּ֝בִשְׁתַּ֗יִם
(uvishtayim)
en in twee
יְשׁוּרֶֽנָּה
(yeshurena)
men let erop
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het vers luidt letterlijk: ‘Want El spreekt in één (keer), en in twee (keer) – men let er niet op.’
Elihu zegt dus dat El op meerdere wijzen tot de mens spreekt zonder dat men het opmerkt.
Sommigen lezen het als een gezegde ‘één keer, ja twee keer’ (vergelijk 40:5).
El spreekt in dromen 15 In een droom, in een nachtgezicht, wanneer een diepe slaap op mensen valt, tijdens sluimer op het bed,
בַּחֲל֤וֹם
(bachalom)
in een droom
חֶזְי֬וֹן
(chezyon)
gezicht van
בִּנְפֹ֣ל
(binfol)
als valt
תַּ֭רְדֵּמָה
(tardema)
diepe slaap
אֲנָשִׁ֑ים
(anashim)
mensen
בִּ֝תְנוּמ֗וֹת
(bitnumot)
in sluimeringen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dromen en nachtgezichten zijn een middel van Elohim (Gen. 20:3; 31:11; Num. 12:6).
Hier is het echter geen openbaring van de toekomst maar een waarschuwing voor het geweten.
Elifaz noemde in 4:13 ook een nachtgezicht.
16 dan opent Hij het oor van mensen en bezegelt hun een waarschuwing,
אֲנָשִׁ֑ים
(anashim)
mensen
וּבְמֹ֖סָרָ֣ם
(uvemosaram)
en bij hun waarschuwing
יַחְתֹּֽם
(yachtom)
bezegelt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17 om de mens van zijn daad af te brengen en hoogmoed voor de man te bedekken,
לְ֭הָסִיר
(lehasir)
om te doen afwenden
מַעֲשֶׂ֑ה
(maase)
van een daad
וְגֵוָ֖ה
(vegeva)
en hoogmoed
מִגֶּ֣בֶר
(migever)
van een man
יְכַסֶּֽה
(yekhase)
bedekt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 om zijn ziel van de Groeve terug te houden en zijn leven van het doorgaan door het wapen.
יַחְשֹׂ֣ךְ
(yachsokh)
Hij houdt terug
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
שָׁ֑חַת
(shachat)
de Groeve
וְ֝חַיָּת֗וֹ
(vechayato)
en zijn leven
מֵעֲבֹ֥ר
(meavor)
van het doorgaan
בַּשָּֽׁלַח
(bashalach)
door het wapen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De Groeve (shachat) is hier een naam voor de onderwereld, Sjeol (zie Job 33:22, 24, 28, 30; Ps. 16:10; 30:10).
‘Door het wapen gaan’ is: door een wapen omkomen.
De betekenis van שֶׁלַח (shelach), ‘wapen’, is niet helemaal zeker.
El spreekt door pijn 19 Ook wordt hij getuchtigd met pijn op zijn bed, en de strijd in zijn beenderen is voortdurend,
וְהוּכַ֣ח
(vehukhach)
en hij wordt getuchtigd
בְּ֭מַכְאוֹב
(bemakhov)
met pijn
מִשְׁכָּב֑וֹ
(mishkavo)
zijn bed
וְר֖וֹב
(verov)
en strijd van
עֲצָמָ֣יו
(atsamav)
zijn beenderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 zodat zijn leven van brood walgt en zijn ziel van lekkere spijs.
וְזִֽהֲמַ֣תּוּ
(vezihamatu)
en walgt van
חַיָּת֣וֹ
(chayato)
zijn leven
וְ֝נַפְשׁ֗וֹ
(venafsho)
en zijn ziel
מַאֲכַ֥ל
(maakhal)
spijs van
תַּאֲוָֽה
(taava)
verlangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21 Verteerd is zijn vlees, zodat men het niet meer ziet, en zijn beenderen, die niet gezien werden, steken uit.
בְּשָׂר֣וֹ
(besaro)
zijn vlees
מֵרֹ֑אִי
(meroi)
van het zien
וְשֻׁפּ֥וּ
(veshupu)
en zijn beenderen
עַ֝צְמוֹתָ֗יו
(atsmotav)
niet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22 En zijn ziel nadert de Groeve en zijn leven de doden.
וַתִּקְרַ֣ב
(vatiqrav)
en nadert
לַשַּׁ֣חַת
(lashachat)
tot de Groeve
נַפְשׁ֑וֹ
(nafsho)
zijn ziel
וְ֝חַיָּת֗וֹ
(vechayato)
en zijn leven
לַֽמְמִתִֽים
(lammitim)
tot de doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De bemiddelaar en het losgeld 23 Als er bij hem een engel is, een bemiddelaar, één uit duizend, om de mens zijn rechtschapenheid te vertellen,
מַלְאָ֗ךְ
(malakh)
een engel
מֵלִ֗יץ
(melits)
bemiddelaar
לְהַגִּ֖יד
(lehagid)
om te vertellen
לְאָדָ֣ם
(leadam)
aan de mens
יָשְׁרֽוֹ
(yashero)
zijn rechtschapenheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
מַלְאָךְ מֵלִיץ (mal’ak melits), ‘een engel, een bemiddelaar’.
Het woord melits kan ook ‘tolk’ of ‘woordvoerder’ betekenen (Gen. 42:23; Jes. 43:27).
Wie of wat dit is, is onzeker: een hemelse bemiddelaar, een engel die voor de zieke pleit, of zelfs een profeet.
Vergelijk 5:1; 9:33 (‘een scheidsrechter’), 16:19–21 en 19:25 (‘mijn Losser’).
Wij vertalen ‘engel’ omdat het Hebreeuwse mal’ak dat betekent.
24 dan is Hij hem genadig en zegt: ‘Red hem van het neerdalen in de Groeve; ik heb losgeld gevonden.’
וַיְחֻנֶּ֗נּוּ
(vaychunenu)
en is hem genadig
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en zegt
פְּ֭דָעֵהוּ
(pedaehu)
red hem
מֵרֶ֥דֶת
(meredet)
van het neerdalen
שָׁ֗חַת
(shachat)
in de Groeve
מָצָ֥אתִי
(matsati)
ik heb gevonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’, is de prijs voor de redding van een leven (Ex. 21:30; 30:12; Ps. 49:8–9).
Hier is het onduidelijk wat het losgeld is; de bemiddelaar vindt het, Elohim neemt het aan.
In de christelijke traditie wordt Mark. 10:45 en 1 Tim. 2:5–6 hiermee verbonden.
25 Frisser dan in zijn jeugd wordt zijn vlees; hij keert terug naar de dagen van zijn jonge kracht.
רֻֽטֲפַ֣שׁ
(rutafash)
frisser wordt
בְּשָׂר֣וֹ
(besaro)
zijn vlees
מִנֹּ֑עַר
(minoar)
dan in jeugd
יָ֝שׁ֗וּב
(yashuv)
hij keert terug
לִימֵ֥י
(limei)
naar dagen van
עֲלוּמָֽיו
(alumav)
zijn jonge kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26 Tot Eloah bidt hij, en Hij heeft welgevallen aan hem; hij ziet Zijn aangezicht met gejuich, en Hij geeft de mens zijn gerechtigheid terug.
וַיִּרְצֵ֗הוּ
(vayirtsehu)
en Hij heeft welgevallen aan hem
וַיַּ֣רְא
(vayar)
en hij ziet
פָּ֭נָיו
(panav)
Zijn aangezicht
בִּתְרוּעָ֑ה
(bitrua)
met gejuich
וַיָּ֥שֶׁב
(vayashev)
en Hij geeft terug
לֶ֝אֱנ֗וֹשׁ
(leenosh)
aan de mens
צִדְקָתֽוֹ
(tsidqato)
zijn gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De herstelde zieke ziet het aangezicht van Eloah ‘met gejuich’ (teruah), dat is: hij mag weer de tempel naderen en voor het aangezicht van Elohim komen (Ps. 42:3; 27:4).
27 Voor de mensen zingt hij en zegt: ‘Ik heb gezondigd en het rechte verdraaid, maar het is mij niet vergolden.
אֲנָשִׁ֗ים
(anashim)
mensen
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en zegt
חָ֭טָאתִי
(chatati)
ik zondigde
וְיָשָׁ֥ר
(veyashar)
en het rechte
הֶעֱוֵ֗יתִי
(heeveiti)
verdraaide ik
שָׁ֥וָה
(shava)
werd vergolden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28 Hij heeft mijn ziel verlost van het neerdalen in de Groeve, en mijn leven ziet het licht.’
פָּדָ֣ה
(pada)
Hij verloste
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
מֵעֲבֹ֣ר
(meavor)
van het neerdalen
בַּשָּׁ֑חַת
(bashachat)
in de Groeve
וְ֝חַיָּתוֹ
(vechayato)
en zijn leven
בָּא֥וֹר
(baor)
in het licht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
De geschreven tekst heeft hier ‘Hij verloste zijn ziel … en zijn leven ziet het licht’ (ketiv); de te lezen vorm (qere) heeft ‘mijn ziel … mijn leven’.
Wij volgen de qere en laten de zieke zelf zingen (vanaf vers 27).
Volgen wij de geschreven vorm, dan zijn het woorden van Elihu over de zieke.
29 Zie, dit alles doet El, twee, drie keer, met een man,
פַּעֲמַ֖יִם
(paamayim)
tweemaal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30 om zijn ziel terug te halen uit de Groeve, om verlicht te worden met het licht van het leven.
לְהָשִׁ֣יב
(lehashiv)
om terug te halen
נַ֭פְשׁוֹ
(nafsho)
zijn ziel
שָׁ֑חַת
(shachat)
de Groeve
לֵ֝א֗וֹר
(leor)
om verlicht te worden
בְּא֣וֹר
(beor)
met licht van
הַֽחַיִּים
(hachayim)
de levenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Verlicht worden met het licht van de levenden’ (Ps. 56:14).
Het is het tegenovergestelde van de duisternis van de Groeve (vers 28).
Luister, Job 31 Merk op, Job, luister naar mij; zwijg, en ik zal spreken.
הַקְשֵׁ֖ב
(haqshev)
merk op
הַ֝חֲרֵ֗שׁ
(hacharesh)
zwijg
וְאָנֹכִ֥י
(veanokhi)
en ik
אֲדַבֵּֽר
(adaber)
zal spreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32 Als u woorden hebt, antwoord mij; spreek, want ik wens uw gelijk.
הֲשִׁיבֵ֑נִי
(hashiveni)
antwoord mij
חָפַ֥צְתִּי
(chafatsti)
ik wens
צַדְּקֶֽךָּ
(tsadeqeka)
uw gelijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33 Zo niet, luister dan naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.”
הַ֝חֲרֵ֗שׁ
(hacharesh)
zwijg
וַאֲאַלֶּפְךָ֥
(vaaalefkha)
en ik zal u leren
חָכְמָֽה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)