Elohim Bijbel

1 Korintiërs 6

12345678910111213141516

Rechtszaken, de onrechtvaardigen en het lichaam voor de Heer

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Rechtszaken tussen broers

1Durft iemand van jullie die een zaak heeft tegen de ander, zich te laten oordelen bij de onrechtvaardigen en niet bij de heiligen?
Τολμᾷ
(Tolma)
durft
τις
(tis)
iemand
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
πρᾶγμα
(pragma)
een zaak
ἔχων
(echon)
hebbend
πρὸς
(pros)
tegen
τὸν
(ton)
de
ἕτερον
(heteron)
ander
κρίνεσθαι
(krinesthai)
zich te laten oordelen
ἐπὶ
(epi)
bij
τῶν
(ton)
de
ἀδίκων
(adikon)
onrechtvaardigen
καὶ
(kai)
en
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἐπὶ
(epi)
bij
τῶν
(ton)
de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τολμάω (tolmao), ‘durven’: een verwijtend woord, alsof iemand zich iets vermeet. ἄδικοι (adikoi), ‘onrechtvaardigen’: hier mensen buiten de gemeente, de rechters van de volken; hetzelfde woord staat in vers 9. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de leden van de gemeente, de voor Elohim afgezonderden. πρᾶγμα (pragma), ‘zaak’: een geschil. Ἕτερος (heteros), ‘de ander’: de andere partij, een medelid van de gemeente (vers 6).

2Of weten jullie niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als de wereld door jullie geoordeeld wordt, zijn jullie dan onwaardig voor de allerkleinste rechtbanken?
ἢ
(e)
of
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οἱ
(hoi)
de
ἅγιοι
(hagioi)
heiligen
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
κρινοῦσιν
(krinousin)
zullen oordelen
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ἐν
(en)
door
ὑμῖν
(hymin)
jullie
κρίνεται
(krinetai)
geoordeeld wordt
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
ἀνάξιοί
(anaxioi)
onwaardig
ἐστε
(este)
zijn jullie
κριτηρίων
(kriterion)
voor rechtbanken
ἐλαχίστων
(elachiston)
allerkleinste
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft de toekomstige tijd: ‘de heiligen zullen de wereld oordelen’.

Vergelijk Dan. 7:22, waar het gericht aan de heiligen van de Hoogste wordt gegeven. κριτήριον (kriterion), ‘rechtbank, rechtszaak’: ook de plaats of het geschil waarover recht gesproken wordt; ἐλάχιστος (elachistos), ‘allerkleinst’.

Het Grieks heeft ἐν ὑμῖν (en hymin), ‘in/onder/door jullie’: wij vertalen ‘door jullie’.

Zie ook Dan. 7:22; Matt. 19:28.

3Weten jullie niet dat wij engelen zullen oordelen, laat staan zaken van dit leven?
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
κρινοῦμεν
(krinoumen)
wij zullen oordelen
μήτιγε
(metige)
laat staan
βιωτικά
(biotika)
zaken van dit leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄγγελοι (angeloi), ‘engelen’: het Grieks zegt niet welke; Paulus noemt alleen dat de gelovigen over hen zullen oordelen. βιωτικά (biotika), ‘zaken van dit leven’: van βίος (bios), ‘leven’, het gewone dagelijkse bestaan. μήτιγε (metige), ‘laat staan’.

4Als jullie dus rechtszaken over zaken van dit leven hebben, zetten jullie dan hen neer die in de gemeente verachtelijk worden geacht?
βιωτικὰ
(biotika)
zaken van dit leven
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
κριτήρια
(kriteria)
rechtszaken
ἐὰν
(ean)
als
ἔχητε
(echete)
jullie hebben
τοὺς
(tous)
hen die
ἐξουθενημένους
(exouthenemenous)
verachtelijk worden geacht
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
τούτους
(toutous)
hen
καθίζετε
(kathizete)
zetten jullie neer
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zin kan op twee manieren gelezen worden: als vraag (‘zetten jullie dan hen neer…?’) of als bevel (‘zet dan hen neer die… !’).

Wij houden de vraag. καθίζω (kathizo), ‘neerzetten’: hier als rechters aanstellen.

Wie ‘hen die verachtelijk worden geacht’ zijn, zegt het Grieks niet: het kunnen de onbelangrijkste leden van de gemeente zijn, of de rechters van buiten de gemeente. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘verachten’. κριτήρια (kriteria), ‘rechtszaken’: hetzelfde woord als κριτήριον in vers 2, daar ‘rechtbank’.

Zie ook1 Kor 6:2
5Tot jullie schaamte zeg ik dit. Is er onder jullie zo niemand wijs die zal kunnen beslissen tussen zijn broer en een ander?
πρὸς
(pros)
tot
ἐντροπὴν
(entropen)
schaamte
ὑμῖν
(hymin)
jullie
λέγω
(lego)
ik zeg
οὕτως
(houtos)
zo
οὐκ
(ouk)
niet
ἔνι
(eni)
is er
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
σοφὸς
(sophos)
wijs
ὃς
(hos)
die
δυνήσεται
(dynesetai)
zal kunnen
διακρῖναι
(diakrinai)
beslissen
ἀνὰ
(ana)
tussen
μέσον
(meson)
midden
τοῦ
(tou)
van de
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐντροπή (entrope), ‘schaamte’.

De Griekse zin eindigt met ‘tussen zijn broer’, zonder ‘en de ander’; wij vullen ‘en een ander’ aan. διακρίνω (diakrino), ‘beslissen, onderscheid maken’.

6Maar een broer gaat met een broer naar de rechter, en dat bij ongelovigen?
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
μετὰ
(meta)
met
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
κρίνεται
(krinetai)
gaat naar de rechter
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dat
ἐπὶ
(epi)
bij
ἀπίστων
(apiston)
ongelovigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίνομαι (krinomai), ‘geoordeeld worden’: hier voor de rechter komen. ἄπιστοι (apistoi), ‘ongelovigen’: letterlijk ‘zonder geloof’, de mensen buiten de gemeente.

7Het is al helemaal een nederlaag voor jullie dat jullie rechtszaken met elkaar hebben. Waarom laten jullie je niet liever onrecht aandoen? Waarom laten jullie je niet liever beroven?
ἤδη
(ede)
al
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
ὅλως
(holos)
helemaal
ἥττημα
(hettema)
nederlaag
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
ἐστιν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
dat
κρίματα
(krimata)
rechtszaken
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
μεθ’
(meth’)
met
ἑαυτῶν
(heauton)
elkaar
διὰ
(dia)
om
τί
(ti)
wat
οὐχὶ
(ouchi)
niet
μᾶλλον
(mallon)
liever
ἀδικεῖσθε
(adikeisthe)
laten jullie je onrecht aandoen
διὰ
(dia)
om
τί
(ti)
wat
οὐχὶ
(ouchi)
niet
μᾶλλον
(mallon)
liever
ἀποστερεῖσθε
(apostereisthe)
laten jullie je beroven
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἥττημα (hettema), ‘nederlaag’: een verlies, een tekort; het Grieks zegt dat het al een nederlaag is dat zij rechtszaken hebben. κρίμα (krima), ‘rechtszaak, oordeel’. ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’ (hier lijdend: ‘onrecht laten aandoen’); ἀποστερέω (apostereo), ‘beroven, iets onthouden’ (hier lijdend: ‘laten beroven’).

8Maar jullie doen zelf onrecht en beroven, en dat nog wel aan broers.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἀδικεῖτε
(adikeite)
doen onrecht
καὶ
(kai)
en
ἀποστερεῖτε
(apostereite)
beroven
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dat
ἀδελφούς
(adelphous)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks is kort: ‘en dat broers’; het Nederlands heeft ‘aan’ nodig.

Nu draaien zij de rollen om: zij doen zelf onrecht en beroven hun broers.

De onrechtvaardigen en het koninkrijk van Elohim

9Of weten jullie niet dat onrechtvaardigen het koninkrijk van Elohim niet zullen erven? Dwaal niet: noch ontuchtigen, noch afgodendienaars, noch overspeligen, noch weke mensen, noch mannen die bij mannen liggen,
Ἢ
(E)
of
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἄδικοι
(adikoi)
onrechtvaardigen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
οὐ
(ou)
niet
κληρονομήσουσιν
(kleronomesousin)
zullen erven
μὴ
(me)
niet
πλανᾶσθε
(planasthe)
dwaal
οὔτε
(oute)
noch
πόρνοι
(pornoi)
ontuchtigen
οὔτε
(oute)
noch
εἰδωλολάτραι
(eidololatrai)
afgodendienaars
οὔτε
(oute)
noch
μοιχοὶ
(moichoi)
overspeligen
οὔτε
(oute)
noch
μαλακοὶ
(malakoi)
weke mensen
οὔτε
(oute)
noch
ἀρσενοκοῖται
(arsenokoitai)
mannen die bij mannen liggen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄδικοι (adikoi), ‘onrechtvaardigen’; κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. πλανάω (planao), ‘dwalen’, ook ‘misleid worden’: zoals in Gal. 6:7 en Jak. 1:16.

De lijst: πόρνοι (pornoi), ‘ontuchtigen’; εἰδωλολάτραι (eidololatrai), ‘afgodendienaars’; μοιχοί (moichoi), ‘overspeligen’; μαλακοί (malakoi), ‘weke mensen’: het Griekse woord betekent letterlijk ‘zacht, week’ (zoals ‘zachte kleren’ in Matt. 11:8); ἀρσενοκοῖται (arsenokoitai): letterlijk ‘mannen die bij mannen liggen’, samengesteld uit ἄρσην (arsen), ‘man’, en κοίτη (koite), ‘bed’. Het Grieks omschrijft de beide woorden niet verder; wij geven alleen de woordbetekenis.

Zie ook Gal. 5:19–21.

10noch dieven, noch hebzuchtigen, geen dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het koninkrijk van Elohim erven.
οὔτε
(oute)
noch
κλέπται
(kleptai)
dieven
οὔτε
(oute)
noch
πλεονέκται
(pleonektai)
hebzuchtigen
οὐ
(ou)
geen
μέθυσοι
(methysoi)
dronkaards
οὐ
(ou)
geen
λοίδοροι
(loidoroi)
lasteraars
οὐχ
(ouch)
geen
ἅρπαγες
(harpages)
rovers
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
θεοῦ
(theou)
van Elohim
κληρονομήσουσιν
(kleronomesousin)
zullen erven
Bron: SBLGNT
Uitleg

κλέπτης (kleptes), ‘dief’; πλεονέκτης (pleonektes), ‘hebzuchtige’; μέθυσος (methysos), ‘dronkaard’; λοίδορος (loidoros), ‘lasteraar’; ἅρπαξ (harpax), ‘rover’.

De zin loopt door van vers 9: ‘noch… noch… zullen het koninkrijk van Elohim erven’.

Het Grieks heeft in vers 10 driemaal οὐ (‘niet’) in plaats van οὔτε (‘noch’).

Zie ook1 Kor 6:9
11En dit waren sommigen van jullie. Maar jullie zijn afgewassen, maar jullie zijn geheiligd. Maar jullie zijn rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Yeshua en in de Geest van onze Elohim.
καὶ
(kai)
en
ταῦτά
(tauta)
dit
τινες
(tines)
sommigen
ἦτε
(ete)
waren jullie
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀπελούσασθε
(apelousasthe)
jullie zijn afgewassen
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἡγιάσθητε
(hegiasthete)
jullie zijn geheiligd
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐδικαιώθητε
(edikaiothete)
jullie zijn rechtvaardig verklaard
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πνεύματι
(pneumati)
Geest
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
van ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπολούομαι (apolouomai), ‘zich laten afwassen’ (een vorm die ‘laten’ of ‘zelf’ kan uitdrukken): schoongewassen worden. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’; het sluit aan bij de ‘onrechtvaardigen’ (ἄδικοι) van vers 9–10.

‘In de naam van de Heer Yeshua en in de Geest van onze Elohim’: de naam en de Geest zijn de bron van de verandering.

Het lichaam is voor de Heer

12‘Alles is mij toegestaan’, maar niet alles is nuttig. ‘Alles is mij toegestaan’, maar ik zal niet onder het gezag van iets worden gebracht.
Πάντα
(Panta)
alles
μοι
(moi)
mij
ἔξεστιν
(exestin)
is toegestaan
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐ
(ou)
niet
πάντα
(panta)
alles
συμφέρει
(sympherei)
is nuttig
πάντα
(panta)
alles
μοι
(moi)
mij
ἔξεστιν
(exestin)
is toegestaan
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐξουσιασθήσομαι
(exousiasthesomai)
zal onder gezag worden gebracht
ὑπό
(hypo)
door
τινος
(tinos)
iets
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus lijkt hier een leus van de Korintiërs aan te halen en er een kanttekening bij te plaatsen; het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij zetten enkele aanhalingstekens ‘…’ om dit zichtbaar te maken, zoals bij de andere leuzen in de brief (6:13; 7:1; 8:1; 8:4). ἔξεστιν (exestin), ‘het is toegestaan’. συμφέρει (sympherei), ‘het is nuttig’. ἐξουσιάζω (exousiazo), ‘gezag uitoefenen over’ (hier lijdend: ‘onder gezag gebracht worden’): er is een woordspeling met ἔξεστιν en ἐξουσία, ‘gezag’.

Het Grieks heeft ὑπό τινος (hypo tinos), ‘door iets/iemand’.

13‘De spijzen zijn voor de buik en de buik voor de spijzen.’ Maar Elohim zal zowel deze als die buiten werking stellen. Het lichaam is niet voor de ontucht maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.
τὰ
(ta)
de
βρώματα
(bromata)
spijzen
τῇ
(te)
voor de
κοιλίᾳ
(koilia)
buik
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
κοιλία
(koilia)
buik
τοῖς
(tois)
voor de
βρώμασιν
(bromasin)
spijzen
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
zowel
ταύτην
(tauten)
deze
καὶ
(kai)
als
ταῦτα
(tauta)
die
καταργήσει
(katargesei)
zal buiten werking stellen
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
maar
σῶμα
(soma)
lichaam
οὐ
(ou)
niet
τῇ
(te)
voor de
πορνείᾳ
(porneia)
ontucht
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῷ
(to)
voor de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
τῷ
(to)
voor het
σώματι
(somati)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ook hier lijkt Paulus een leus aan te halen (‘de spijzen voor de buik en de buik voor de spijzen’), en zijn antwoord begint bij ‘Maar’.

Wij zetten ook deze woorden tussen enkele aanhalingstekens. κοιλία (koilia), ‘buik’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 5:4.

Zie ookGal 5:4
14Elohim heeft de Heer opgewekt en zal ook ons opwekken door Zijn kracht.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
zowel
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἤγειρεν
(egeiren)
heeft opgewekt
καὶ
(kai)
en
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐξεγερεῖ
(exegerei)
zal opwekken
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
δυνάμεως
(dynameos)
kracht
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’ (uit de dood): hier ‘heeft opgewekt’; ἐξεγείρω (exegeiro), ‘opwekken’: de toekomst.

Zie ook 1 Kor. 15:12–20.

15Weten jullie niet dat jullie lichamen ledematen van de Messias zijn? Zal ik dan de ledematen van de Messias wegnemen en er ledematen van een hoer van maken? Dat nooit!
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
τὰ
(ta)
de
σώματα
(somata)
lichamen
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
μέλη
(mele)
ledematen
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
ἐστιν
(estin)
zijn
ἄρας
(aras)
wegnemend
οὖν
(oun)
dus
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
ledematen
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ποιήσω
(poieso)
zal ik maken
πόρνης
(pornes)
van een hoer
μέλη
(mele)
ledematen
μὴ
(me)
dat
γένοιτο
(genoito)
nooit
Bron: SBLGNT
Uitleg

μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’: een deel van het lichaam. ἄρας (aras) is ‘wegnemend’: de ledematen van de Messias worden als het ware weggenomen. πόρνη (porne), ‘hoer’. μὴ γένοιτο (me genoito), ‘dat nooit!’: letterlijk ‘moge het niet gebeuren’, zoals in Gal. 2:17.

Zie ook Gal. 2:17.

Zie ookGal 2:17
16Of weten jullie niet dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam is? Want hij zegt: „De twee zullen tot één vlees zijn.”
ἢ
(e)
of
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
κολλώμενος
(kollomenos)
die zich hecht
τῇ
(te)
aan de
πόρνῃ
(porne)
hoer
ἓν
(hen)
één
σῶμά
(soma)
lichaam
ἐστιν
(estin)
is
Ἔσονται
(Esontai)
zullen zijn
γάρ
(gar)
want
φησίν
(phesin)
zegt hij
οἱ
(hoi)
de
δύο
(dyo)
twee
εἰς
(eis)
tot
σάρκα
(sarka)
vlees
μίαν
(mian)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg

κολλάομαι (kollaomai), ‘zich hechten’: letterlijk ‘lijmen’; hetzelfde woord staat in vers 17.

Het citaat is Gen. 2:24: ‘… worden zij tot één vlees’.

In ons Hebreeuws staat ‘worden zij tot één vlees’; de Griekse tekst heeft ‘de twee zullen tot één vlees zijn’ (οἱ δύο, hoi dyo, ‘de twee’).

Het Grieks zegt niet wie ‘hij’ is: φησίν (phesin), ‘zegt hij’.

In Genesis zijn dit woorden van de verteller, niet van Elohim.

Zie ook Gen. 2:24; Matt. 19:5; Mark. 10:8.

17Maar wie zich aan de Heer hecht, is één geest.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
κολλώμενος
(kollomenos)
die zich hecht
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἓν
(hen)
één
πνεῦμά
(pneuma)
geest
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Eén geest’: het Grieks zegt niet of dit de geest van de gelovige is of de Geest van de Heer.

Wij schrijven ‘geest’ met kleine letter.

18Vlucht voor de ontucht. Elke zonde die een mens ook maar doet, is buiten het lichaam, maar wie ontucht pleegt, zondigt tegen zijn eigen lichaam.
φεύγετε
(pheugete)
vlucht
τὴν
(ten)
de
πορνείαν
(porneian)
ontucht
πᾶν
(pan)
elke
ἁμάρτημα
(hamartema)
zonde
ὃ
(ho)
die
ἐὰν
(ean)
ook maar
ποιήσῃ
(poiese)
doet
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἐκτὸς
(ektos)
buiten
τοῦ
(tou)
het
σώματός
(somatos)
lichaam
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
πορνεύων
(porneuon)
die ontucht pleegt
εἰς
(eis)
tegen
τὸ
(to)
het
ἴδιον
(idion)
eigen
σῶμα
(soma)
lichaam
ἁμαρτάνει
(hamartanei)
zondigt
Bron: SBLGNT
Uitleg

φεύγω (pheugo), ‘vluchten’. πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’.

De tweede helft staat tegenover de eerste: elke andere zonde is ‘buiten het lichaam’, maar ontucht is een zonde ‘tegen het eigen lichaam’.

Het Grieks zegt niet of ook de eerste helft een leus van de Korintiërs is.

19Of weten jullie niet dat jullie lichaam een heiligdom is van de Heilige Geest in jullie, die jullie van Elohim hebben? En jullie zijn niet van jullie zelf.
ἢ
(e)
of
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ναὸς
(naos)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van de
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
πνεύματός
(pneumatos)
Geest
ἐστιν
(estin)
is
οὗ
(hou)
die
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐστὲ
(este)
jullie zijn
ἑαυτῶν
(heauton)
van jullie zelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ναός (naos), ‘heiligdom’: het binnenste van de tempel, de plaats waar Elohim woont; niet het tempelterrein (ἱερόν).

‘Jullie lichaam’ staat in het Grieks in het enkelvoud: het lichaam van de gemeente of van ieder van hen.

De Heilige Geest ‘in jullie’ is van Elohim ontvangen.

20Want jullie zijn gekocht voor een prijs. Verheerlijk dus Elohim in jullie lichaam.
ἠγοράσθητε
(egorasthete)
jullie zijn gekocht
γὰρ
(gar)
want
τιμῆς
(times)
voor een prijs
δοξάσατε
(doxasate)
verheerlijk
δὴ
(de)
dus
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
σώματι
(somati)
lichaam
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγοράζω (agorazo), ‘kopen’: een beeld van het slavenhuis (vergelijk 7:23). τιμή (time), ‘prijs’: Paulus noemt niet welke. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’.

Zie ook 1 Kor. 7:23.

Lezing

De SBLGNT markeert aan het slot van het vers het woord ‘ὑμῶν’ (hymon), ‘jullie’: in sommige handschriften staat hier een andere lezing.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ook1 Kor 7:23