1 Korintiërs 6
Rechtszaken, de onrechtvaardigen en het lichaam voor de Heer
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Rechtszaken tussen broers
τολμάω (tolmao), ‘durven’: een verwijtend woord, alsof iemand zich iets vermeet. ἄδικοι (adikoi), ‘onrechtvaardigen’: hier mensen buiten de gemeente, de rechters van de volken; hetzelfde woord staat in vers 9. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de leden van de gemeente, de voor Elohim afgezonderden. πρᾶγμα (pragma), ‘zaak’: een geschil. Ἕτερος (heteros), ‘de ander’: de andere partij, een medelid van de gemeente (vers 6).
Het Grieks heeft de toekomstige tijd: ‘de heiligen zullen de wereld oordelen’.
Vergelijk Dan. 7:22, waar het gericht aan de heiligen van de Hoogste wordt gegeven. κριτήριον (kriterion), ‘rechtbank, rechtszaak’: ook de plaats of het geschil waarover recht gesproken wordt; ἐλάχιστος (elachistos), ‘allerkleinst’.
Het Grieks heeft ἐν ὑμῖν (en hymin), ‘in/onder/door jullie’: wij vertalen ‘door jullie’.
Zie ook Dan. 7:22; Matt. 19:28.
ἄγγελοι (angeloi), ‘engelen’: het Grieks zegt niet welke; Paulus noemt alleen dat de gelovigen over hen zullen oordelen. βιωτικά (biotika), ‘zaken van dit leven’: van βίος (bios), ‘leven’, het gewone dagelijkse bestaan. μήτιγε (metige), ‘laat staan’.
De zin kan op twee manieren gelezen worden: als vraag (‘zetten jullie dan hen neer…?’) of als bevel (‘zet dan hen neer die… !’).
Wij houden de vraag. καθίζω (kathizo), ‘neerzetten’: hier als rechters aanstellen.
Wie ‘hen die verachtelijk worden geacht’ zijn, zegt het Grieks niet: het kunnen de onbelangrijkste leden van de gemeente zijn, of de rechters van buiten de gemeente. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘verachten’. κριτήρια (kriteria), ‘rechtszaken’: hetzelfde woord als κριτήριον in vers 2, daar ‘rechtbank’.
ἐντροπή (entrope), ‘schaamte’.
De Griekse zin eindigt met ‘tussen zijn broer’, zonder ‘en de ander’; wij vullen ‘en een ander’ aan. διακρίνω (diakrino), ‘beslissen, onderscheid maken’.
κρίνομαι (krinomai), ‘geoordeeld worden’: hier voor de rechter komen. ἄπιστοι (apistoi), ‘ongelovigen’: letterlijk ‘zonder geloof’, de mensen buiten de gemeente.
ἥττημα (hettema), ‘nederlaag’: een verlies, een tekort; het Grieks zegt dat het al een nederlaag is dat zij rechtszaken hebben. κρίμα (krima), ‘rechtszaak, oordeel’. ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’ (hier lijdend: ‘onrecht laten aandoen’); ἀποστερέω (apostereo), ‘beroven, iets onthouden’ (hier lijdend: ‘laten beroven’).
Het Grieks is kort: ‘en dat broers’; het Nederlands heeft ‘aan’ nodig.
Nu draaien zij de rollen om: zij doen zelf onrecht en beroven hun broers.
De onrechtvaardigen en het koninkrijk van Elohim
ἄδικοι (adikoi), ‘onrechtvaardigen’; κληρονομέω (kleronomeo), ‘erven’. πλανάω (planao), ‘dwalen’, ook ‘misleid worden’: zoals in Gal. 6:7 en Jak. 1:16.
De lijst: πόρνοι (pornoi), ‘ontuchtigen’; εἰδωλολάτραι (eidololatrai), ‘afgodendienaars’; μοιχοί (moichoi), ‘overspeligen’; μαλακοί (malakoi), ‘weke mensen’: het Griekse woord betekent letterlijk ‘zacht, week’ (zoals ‘zachte kleren’ in Matt. 11:8); ἀρσενοκοῖται (arsenokoitai): letterlijk ‘mannen die bij mannen liggen’, samengesteld uit ἄρσην (arsen), ‘man’, en κοίτη (koite), ‘bed’. Het Grieks omschrijft de beide woorden niet verder; wij geven alleen de woordbetekenis.
Zie ook Gal. 5:19–21.
κλέπτης (kleptes), ‘dief’; πλεονέκτης (pleonektes), ‘hebzuchtige’; μέθυσος (methysos), ‘dronkaard’; λοίδορος (loidoros), ‘lasteraar’; ἅρπαξ (harpax), ‘rover’.
De zin loopt door van vers 9: ‘noch… noch… zullen het koninkrijk van Elohim erven’.
Het Grieks heeft in vers 10 driemaal οὐ (‘niet’) in plaats van οὔτε (‘noch’).
ἀπολούομαι (apolouomai), ‘zich laten afwassen’ (een vorm die ‘laten’ of ‘zelf’ kan uitdrukken): schoongewassen worden. ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’: afzonderen voor Elohim. δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: het Griekse werkwoord is rechterlijk, ‘vrijspreken’; het sluit aan bij de ‘onrechtvaardigen’ (ἄδικοι) van vers 9–10.
‘In de naam van de Heer Yeshua en in de Geest van onze Elohim’: de naam en de Geest zijn de bron van de verandering.
Het lichaam is voor de Heer
Paulus lijkt hier een leus van de Korintiërs aan te halen en er een kanttekening bij te plaatsen; het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij zetten enkele aanhalingstekens ‘…’ om dit zichtbaar te maken, zoals bij de andere leuzen in de brief (6:13; 7:1; 8:1; 8:4). ἔξεστιν (exestin), ‘het is toegestaan’. συμφέρει (sympherei), ‘het is nuttig’. ἐξουσιάζω (exousiazo), ‘gezag uitoefenen over’ (hier lijdend: ‘onder gezag gebracht worden’): er is een woordspeling met ἔξεστιν en ἐξουσία, ‘gezag’.
Het Grieks heeft ὑπό τινος (hypo tinos), ‘door iets/iemand’.
Ook hier lijkt Paulus een leus aan te halen (‘de spijzen voor de buik en de buik voor de spijzen’), en zijn antwoord begint bij ‘Maar’.
Wij zetten ook deze woorden tussen enkele aanhalingstekens. κοιλία (koilia), ‘buik’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 5:4.
ἐγείρω (egeiro), ‘opwekken’ (uit de dood): hier ‘heeft opgewekt’; ἐξεγείρω (exegeiro), ‘opwekken’: de toekomst.
Zie ook 1 Kor. 15:12–20.
μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’: een deel van het lichaam. ἄρας (aras) is ‘wegnemend’: de ledematen van de Messias worden als het ware weggenomen. πόρνη (porne), ‘hoer’. μὴ γένοιτο (me genoito), ‘dat nooit!’: letterlijk ‘moge het niet gebeuren’, zoals in Gal. 2:17.
Zie ook Gal. 2:17.
κολλάομαι (kollaomai), ‘zich hechten’: letterlijk ‘lijmen’; hetzelfde woord staat in vers 17.
Het citaat is Gen. 2:24: ‘… worden zij tot één vlees’.
In ons Hebreeuws staat ‘worden zij tot één vlees’; de Griekse tekst heeft ‘de twee zullen tot één vlees zijn’ (οἱ δύο, hoi dyo, ‘de twee’).
Het Grieks zegt niet wie ‘hij’ is: φησίν (phesin), ‘zegt hij’.
In Genesis zijn dit woorden van de verteller, niet van Elohim.
Zie ook Gen. 2:24; Matt. 19:5; Mark. 10:8.
‘Eén geest’: het Grieks zegt niet of dit de geest van de gelovige is of de Geest van de Heer.
Wij schrijven ‘geest’ met kleine letter.
φεύγω (pheugo), ‘vluchten’. πορνεύω (porneuo), ‘ontucht plegen’.
De tweede helft staat tegenover de eerste: elke andere zonde is ‘buiten het lichaam’, maar ontucht is een zonde ‘tegen het eigen lichaam’.
Het Grieks zegt niet of ook de eerste helft een leus van de Korintiërs is.
ναός (naos), ‘heiligdom’: het binnenste van de tempel, de plaats waar Elohim woont; niet het tempelterrein (ἱερόν).
‘Jullie lichaam’ staat in het Grieks in het enkelvoud: het lichaam van de gemeente of van ieder van hen.
De Heilige Geest ‘in jullie’ is van Elohim ontvangen.
ἀγοράζω (agorazo), ‘kopen’: een beeld van het slavenhuis (vergelijk 7:23). τιμή (time), ‘prijs’: Paulus noemt niet welke. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’.
Zie ook 1 Kor. 7:23.
De SBLGNT markeert aan het slot van het vers het woord ‘ὑμῶν’ (hymon), ‘jullie’: in sommige handschriften staat hier een andere lezing.
Wij volgen de SBLGNT.