Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Voor alles is er een tijd
1Voor alles is er een vaste tijd, en een tijd voor elke zaak onder de hemel.
לַכֹּ֖ל
(lakol)
voor alles
זְמָ֑ן
(zeman)
een vaste tijd
וְעֵ֥ת
(veet)
en een tijd
לְכָל
(lekhal)
voor elke
חֵ֖פֶץ
(chefets)
zaak
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁמָֽיִם
(hashamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זְמָן (zeman), ‘vaste tijd’, en עֵת (et), ‘tijd’: twee woorden voor tijd.
Het eerste is een bepaald tijdstip, het tweede het geschikte moment.
In het Nederlands zeggen wij steeds ‘tijd’.
חֵפֶץ (chefets), ‘zaak’: wat iemand wil of bezighoudt. Het woord kan ook ‘voornemen’ of ‘genoegen’ betekenen.
11Alles heeft Hij mooi gemaakt op zijn tijd. Ook de eeuwigheid heeft Hij in hun hart gelegd. Zo kan de mens het werk dat Elohim gedaan heeft niet vinden, van het begin tot het einde.
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּ֥ל
(hakol)
alles
עָשָׂ֖ה
(asa)
heeft Hij gemaakt
יָפֶ֣ה
(yafe)
mooi
בְעִתּ֑וֹ
(beito)
op zijn tijd
גַּ֤ם
(gam)
ook
אֶת
(et)
(obj.)
הָעֹלָם֙
(haolam)
de eeuwigheid
נָתַ֣ן
(natan)
heeft Hij gegeven
בְּלִבָּ֔ם
(belibam)
in hun hart
מִבְּלִ֞י
(mibeli)
zonder
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
יִמְצָ֣א
(yimtsa)
vindt
הָאָדָ֗ם
(haadam)
de mens
אֶת
(et)
(obj.)
הַֽמַּעֲשֶׂ֛ה
(hamaase)
het werk
אֲשֶׁר
(asher)
dat
עָשָׂ֥ה
(asa)
heeft gedaan
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
Elohim
מֵרֹ֥אשׁ
(merosh)
van het begin
וְעַד
(vead)
en tot
סֽוֹף
(sof)
einde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Door een andere klinker (הָעֵלֶם, ha’elem) kan het ‘het verborgene’ of ‘onwetendheid’ betekenen.
Wij volgen de Masoretische klinkers.
מִבְּלִי אֲשֶׁר לֹא (mibbeli asher lo), ‘zo ... niet’: letterlijk ‘zonder dat niet’. Wij beginnen hier een nieuwe zin. Het kan ook ‘behalve dat’ of ‘omdat’ betekenen.
14Ik weet dat alles wat Elohim doet, voor eeuwig zal zijn. Daaraan valt niets toe te voegen en daarvan valt niets weg te nemen. Elohim heeft het zo gemaakt, opdat zij vrezen voor Zijn aangezicht.
יָדַ֗עְתִּי
(yadati)
ik weet
כִּ֠י
(ki)
dat
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
wat
יַעֲשֶׂ֤ה
(yaase)
zal doen
הָאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
ה֚וּא
(hu)
het
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לְעוֹלָ֔ם
(leolam)
voor eeuwig
עָלָיו֙
(alav)
daaraan
אֵ֣ין
(ein)
er is niets
לְהוֹסִ֔יף
(lehosif)
om toe te voegen
וּמִמֶּ֖נּוּ
(umimenu)
en daarvan
אֵ֣ין
(ein)
er is niets
לִגְרֹ֑עַ
(ligroa)
om weg te nemen
וְהָאֱלֹהִ֣ים
(vehaelohim)
en Elohim
עָשָׂ֔ה
(asa)
heeft gemaakt
שֶׁיִּֽרְא֖וּ
(sheyiru)
opdat zij vrezen
מִלְּפָנָֽיו
(milefanav)
voor Zijn aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֶׁיִּרְאוּ מִלְּפָנָיו (sheyire’u milfanav), ‘opdat zij vrezen voor Zijn aangezicht’: het werkwoord יָרֵא (yare) betekent ‘vrezen’ en omvat ontzag.
Vergelijk Deut. 4:2, waar staat dat men niets mag toevoegen aan of afnemen van het woord.
19Want het lot van de mensenkinderen en het lot van het dier is één lot voor hen. Zoals de één sterft, zo sterft de ander, en zij hebben allen één geest. De voorrang van de mens boven het dier is niets, want alles is damp.
כִּי֩
(ki)
want
מִקְרֶ֨ה
(miqre)
het lot van
בְֽנֵי
(benei)
de kinderen van
הָאָדָ֜ם
(haadam)
de mens
וּמִקְרֶ֣ה
(umiqre)
en het lot van
הַבְּהֵמָ֗ה
(habehema)
het dier
וּמִקְרֶ֤ה
(umiqre)
en een lot
אֶחָד֙
(echad)
één
לָהֶ֔ם
(lahem)
voor hen
כְּמ֥וֹת
(kemot)
zoals de dood van
זֶה֙
(ze)
dit
כֵּ֣ן
(ken)
zo
מ֣וֹת
(mot)
de dood van
זֶ֔ה
(ze)
dit
וְר֥וּחַ
(veruach)
en een geest
אֶחָ֖ד
(echad)
één
לַכֹּ֑ל
(lakol)
voor allen
וּמוֹתַ֨ר
(umotar)
en de voorrang van
הָאָדָ֤ם
(haadam)
de mens
מִן
(min)
boven
הַבְּהֵמָה֙
(habehema)
het dier
אָ֔יִן
(ayin)
niets
כִּ֥י
(ki)
want
הַכֹּ֖ל
(hakol)
alles
הָֽבֶל
(havel)
damp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רוּחַ (ruach), ‘geest’: het kan ook ‘adem’ betekenen.
22Zo zag ik dat er niets beters is dan dat de mens zich verheugt in zijn werken, want dat is zijn deel. Want wie brengt hem ertoe te zien wat er na hem zal zijn?
וְרָאִ֗יתִי
(veraiti)
en ik zag
כִּ֣י
(ki)
dat
אֵ֥ין
(ein)
er is niet
טוֹב֙
(tov)
goed
מֵאֲשֶׁ֨ר
(measher)
dan dat
יִשְׂמַ֤ח
(yismach)
zich verheugt
הָאָדָם֙
(haadam)
de mens
בְּֽמַעֲשָׂ֔יו
(bemaasav)
in zijn werken
כִּי
(ki)
want
ה֖וּא
(hu)
dat
חֶלְק֑וֹ
(chelqo)
zijn deel
כִּ֣י
(ki)
want
מִ֤י
(mi)
wie
יְבִיאֶ֨נּוּ֙
(yevienu)
brengt hem
לִרְא֔וֹת
(lirot)
om te zien
בְּמֶ֖ה
(beme)
in wat
שֶׁיִּהְיֶ֥ה
(sheyihye)
zal zijn
אַחֲרָֽיו
(acharav)
na hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)