De onrechtvaardige beheerder, de wet en het koninkrijk van Elohim, de rijke man en Lazarus
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De gelijkenis van de onrechtvaardige beheerder
1Hij zei ook tegen de leerlingen: „Er was een rijk man die een beheerder had. Deze werd bij hem aangeklaagd als iemand die zijn bezittingen verspilde.
Ἔλεγεν
(Elegen)
Hij zei
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
μαθητάς
(mathetas)
leerlingen
Ἄνθρωπός
(Anthropos)
mens
τις
(tis)
zekere
ἦν
(en)
was
πλούσιος
(plousios)
rijk
ὃς
(hos)
die
εἶχεν
(eichen)
had
οἰκονόμον
(oikonomon)
beheerder
καὶ
(kai)
en
οὗτος
(houtos)
deze
διεβλήθη
(dieblethe)
werd aangeklaagd
αὐτῷ
(auto)
bij hem
ὡς
(hos)
als
διασκορπίζων
(diaskorpizon)
verspillend
τὰ
(ta)
de
ὑπάρχοντα
(hyparchonta)
bezittingen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
οἰκονόμος (oikonomos), ‘beheerder’: iemand die het bezit en de zaken van zijn heer beheert; οἰκονομία (oikonomia) is zijn ‘beheer’.
In Matt. 20:8 staat een ander woord, ἐπίτροπος (epitropos), ‘rentmeester’.
διασκορπίζω (diaskorpizo), ‘verspillen’: letterlijk ‘verstrooien’, zoals in Matt. 25:24.
2Hij riep hem en zei tegen hem: ‘Wat is dit dat ik over je hoor? Leg rekenschap af van je beheer, want je kunt niet langer beheerder zijn.’
καὶ
(kai)
en
φωνήσας
(phonesas)
roepend
αὐτὸν
(auton)
hem
εἶπεν
(eipen)
hij zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Τί
(Ti)
wat
τοῦτο
(touto)
dit
ἀκούω
(akouo)
ik hoor
περὶ
(peri)
over
σοῦ
(sou)
jou
ἀπόδος
(apodos)
geef terug
τὸν
(ton)
de
λόγον
(logon)
rekenschap
τῆς
(tes)
van het
οἰκονομίας
(oikonomias)
beheer
σου
(sou)
jouw
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
δύνῃ
(dyne)
je kunt
ἔτι
(eti)
langer
οἰκονομεῖν
(oikonomein)
beheren
Bron: SBLGNT
3De beheerder zei bij zichzelf: ‘Wat zal ik doen, nu mijn heer het beheer van mij afneemt? Om te graven ben ik niet sterk genoeg, om te bedelen schaam ik mij.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
bij
ἑαυτῷ
(heauto)
zichzelf
ὁ
(ho)
de
οἰκονόμος
(oikonomos)
beheerder
Τί
(Ti)
wat
ποιήσω
(poieso)
zal ik doen
ὅτι
(hoti)
omdat
ὁ
(ho)
de
κύριός
(kyrios)
heer
μου
(mou)
mijn
ἀφαιρεῖται
(aphaireitai)
neemt af
τὴν
(ten)
het
οἰκονομίαν
(oikonomian)
beheer
ἀπ’
(ap’)
van
ἐμοῦ
(emou)
mij
σκάπτειν
(skaptein)
te graven
οὐκ
(ouk)
niet
ἰσχύω
(ischyo)
ben ik sterk genoeg
ἐπαιτεῖν
(epaitein)
te bedelen
αἰσχύνομαι
(aischynomai)
ik schaam mij
Bron: SBLGNT
4Ik weet wat ik zal doen, zodat zij mij in hun huizen ontvangen wanneer ik uit het beheer ben gezet.’
ἔγνων
(egnon)
ik weet
τί
(ti)
wat
ποιήσω
(poieso)
ik zal doen
ἵνα
(hina)
zodat
ὅταν
(hotan)
wanneer
μετασταθῶ
(metastatho)
ik ben verwijderd
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
οἰκονομίας
(oikonomias)
beheer
δέξωνταί
(dexontai)
zij ontvangen
με
(me)
mij
εἰς
(eis)
in
τοὺς
(tous)
de
οἴκους
(oikous)
huizen
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
Bron: SBLGNT
5Hij riep ieder van de schuldenaars van zijn heer bij zich en zei tegen de eerste: ‘Hoeveel ben je mijn heer schuldig?’
καὶ
(kai)
en
προσκαλεσάμενος
(proskalesamenos)
bij zich roepend
ἕνα
(hena)
één
ἕκαστον
(hekaston)
ieder
τῶν
(ton)
van de
χρεοφειλετῶν
(chreopheileton)
schuldenaars
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
heer
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
ἔλεγεν
(elegen)
hij zei
τῷ
(to)
tegen de
πρώτῳ
(proto)
eerste
Πόσον
(Poson)
hoeveel
ὀφείλεις
(opheileis)
ben je schuldig
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
heer
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
6Die zei: ‘100 bat olie.’ Toen zei hij tegen hem: ‘Neem je schuldbrief, ga snel zitten en schrijf 50.’
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἑκατὸν
(Hekaton)
100
βάτους
(batous)
bat
ἐλαίου
(elaiou)
olie
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Δέξαι
(Dexai)
neem
σου
(sou)
jouw
τὰ
(ta)
de
γράμματα
(grammata)
geschriften
καὶ
(kai)
en
καθίσας
(kathisas)
gaan zitten
ταχέως
(tacheos)
snel
γράψον
(grapson)
schrijf
πεντήκοντα
(pentekonta)
50
Bron: SBLGNT
Uitleg
βάτος (batos), ‘bat’: een Hebreeuwse inhoudsmaat (בַּת).
Een bat is even groot als een efa, ongeveer 22 liter (Ezech. 45:10–11); 100 bat olie is dus ongeveer 2200 liter.
γράμματα (grammata), ‘schuldbrief’: letterlijk ‘geschriften’, het stuk waarop de schuld staat.
7Daarna zei hij tegen een ander: ‘En jij, hoeveel ben je schuldig?’ Die zei: ‘100 kor graan.’ Toen zei hij tegen hem: ‘Neem je schuldbrief en schrijf 80.’
ἔπειτα
(epeita)
daarna
ἑτέρῳ
(hetero)
tegen een ander
εἶπεν
(eipen)
hij zei
Σὺ
(Sy)
jij
δὲ
(de)
maar
πόσον
(poson)
hoeveel
ὀφείλεις
(opheileis)
ben je schuldig
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἑκατὸν
(Hekaton)
100
κόρους
(korous)
kor
σίτου
(sitou)
graan
λέγει
(legei)
hij zegt
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Δέξαι
(Dexai)
neem
σου
(sou)
jouw
τὰ
(ta)
de
γράμματα
(grammata)
geschriften
καὶ
(kai)
en
γράψον
(grapson)
schrijf
ὀγδοήκοντα
(ogdoekonta)
80
Bron: SBLGNT
Uitleg
κόρος (koros), ‘kor’: een Hebreeuwse inhoudsmaat (כֹּר), gelijk aan een homer en aan tien bat, ongeveer 220 liter (Ezech. 45:14); 100 kor graan is dus ongeveer 22.000 liter.
8En de heer prees de onrechtvaardige beheerder, omdat hij verstandig had gehandeld. Want de zonen van deze eeuw zijn tegenover hun eigen generatie verstandiger dan de zonen van het licht.
καὶ
(kai)
en
ἐπῄνεσεν
(epenesen)
prees
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
heer
τὸν
(ton)
de
οἰκονόμον
(oikonomon)
beheerder
τῆς
(tes)
van het
ἀδικίας
(adikias)
onrecht
ὅτι
(hoti)
omdat
φρονίμως
(phronimos)
verstandig
ἐποίησεν
(epoiesen)
hij handelde
ὅτι
(hoti)
want
οἱ
(hoi)
de
υἱοὶ
(huioi)
zonen
τοῦ
(tou)
van de
αἰῶνος
(aionos)
eeuw
τούτου
(toutou)
deze
φρονιμώτεροι
(phronimoteroi)
verstandiger
ὑπὲρ
(hyper)
dan
τοὺς
(tous)
de
υἱοὺς
(huious)
zonen
τοῦ
(tou)
van het
φωτὸς
(photos)
licht
εἰς
(eis)
ten opzichte van
τὴν
(ten)
de
γενεὰν
(genean)
generatie
τὴν
(ten)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
hun eigen
εἰσιν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁ κύριος (ho kyrios), ‘de heer’: de heer uit de gelijkenis, de meester van de beheerder.
Het Grieks zegt niet of dit de heer uit de gelijkenis is of Yeshua zelf; wij lezen de heer uit de gelijkenis en schrijven ‘heer’ met kleine letter, zoals in 16:3 en 16:5.
τῆς ἀδικίας (tes adikias), ‘onrechtvaardige’: letterlijk ‘van het onrecht’; zo ook in 18:6.
υἱοὶ τοῦ φωτός (huioi tou photos), ‘zonen van het licht’: mensen die bij het licht horen.
9En Ik zeg jullie: maak voor jullie zelf vrienden met behulp van de Mammon van het onrecht, zodat zij jullie, wanneer die opraakt, ontvangen in de eeuwige hutten.
καὶ
(kai)
en
ἐγὼ
(ego)
Ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
λέγω
(lego)
zeg
ἑαυτοῖς
(heautois)
voor jullie zelf
ποιήσατε
(poiesate)
maakt
φίλους
(philous)
vrienden
ἐκ
(ek)
met behulp van
τοῦ
(tou)
de
μαμωνᾶ
(mamona)
Mammon
τῆς
(tes)
van het
ἀδικίας
(adikias)
onrecht
ἵνα
(hina)
zodat
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἐκλίπῃ
(eklipe)
opraakt
δέξωνται
(dexontai)
zij ontvangen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
αἰωνίους
(aionious)
eeuwige
σκηνάς
(skenas)
hutten
Bron: SBLGNT
Uitleg
μαμωνᾶς (mamonas), ‘Mammon’: een Aramees woord voor bezit en rijkdom; zie 16:13.
ἐκλίπῃ (eklipe), ‘opraakt’: het onderwerp is de Mammon. Het Grieks heeft geen onderwerp bij ‘ontvangen’; wij schrijven ‘zij’.
σκηνάς (skenas), ‘hutten’: het Griekse woord betekent ook ‘tent’. Wij vertalen overal ‘hutten’, zoals in Matt. 17:4. ‘De eeuwige hutten’ zijn blijvende verblijfplaatsen.
10Wie trouw is in het kleinste, is ook in veel trouw. En wie onrechtvaardig is in het kleinste, is ook in veel onrechtvaardig.
Ὁ
(Ho)
de
πιστὸς
(pistos)
trouwe
ἐν
(en)
in
ἐλαχίστῳ
(elachisto)
het kleinste
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
πολλῷ
(pollo)
veel
πιστός
(pistos)
trouw
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἐν
(en)
in
ἐλαχίστῳ
(elachisto)
het kleinste
ἄδικος
(adikos)
onrechtvaardige
καὶ
(kai)
ook
ἐν
(en)
in
πολλῷ
(pollo)
veel
ἄδικός
(adikos)
onrechtvaardig
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
11Als jullie dus in de onrechtvaardige Mammon niet trouw zijn geweest, wie zal jullie dan het ware toevertrouwen?
εἰ
(ei)
als
οὖν
(oun)
dus
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἀδίκῳ
(adiko)
onrechtvaardige
μαμωνᾷ
(mamona)
Mammon
πιστοὶ
(pistoi)
trouw
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγένεσθε
(egenesthe)
jullie zijn geweest
τὸ
(to)
het
ἀληθινὸν
(alethinon)
ware
τίς
(tis)
wie
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πιστεύσει
(pisteusei)
zal toevertrouwen
Bron: SBLGNT
12En als jullie in wat van een ander is niet trouw zijn geweest, wie zal jullie dan geven wat van jullie is?
καὶ
(kai)
en
εἰ
(ei)
als
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
wat
ἀλλοτρίῳ
(allotrio)
van een ander is
πιστοὶ
(pistoi)
trouw
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγένεσθε
(egenesthe)
jullie zijn geweest
τὸ
(to)
wat
ὑμέτερον
(hymeteron)
van jullie is
τίς
(tis)
wie
δώσει
(dosei)
zal geven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
13Geen huisknecht kan twee heren dienen. Want hij zal of de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een vasthouden en de ander verachten. Jullie kunnen niet Elohim dienen en Mammon.”
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
οἰκέτης
(oiketes)
huisknecht
δύναται
(dynatai)
kan
δυσὶ
(dysi)
twee
κυρίοις
(kyriois)
heren
δουλεύειν
(douleuein)
dienen
ἢ
(e)
of
γὰρ
(gar)
want
τὸν
(ton)
de
ἕνα
(hena)
één
μισήσει
(misesei)
zal haten
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
ἕτερον
(heteron)
ander
ἀγαπήσει
(agapesei)
zal liefhebben
ἢ
(e)
of
ἑνὸς
(henos)
aan één
ἀνθέξεται
(anthexetai)
zal zich vasthouden
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
de
ἑτέρου
(heterou)
ander
καταφρονήσει
(kataphronesei)
zal verachten
οὐ
(ou)
niet
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
θεῷ
(theo)
Elohim
δουλεύειν
(douleuein)
dienen
καὶ
(kai)
en
μαμωνᾷ
(mamona)
Mammon
Bron: SBLGNT
Uitleg
οἰκέτης (oiketes), ‘huisknecht’: een knecht die tot het huis behoort.
Het gewone woord voor ‘knecht’ is δοῦλος (doulos). δουλεύω (douleuo), ‘dienen’: dienen als een knecht.
14Dit alles hoorden de Farizeeën, die van geld hielden, en zij lachten Hem uit.
Ἤκουον
(Ekouon)
zij hoorden
δὲ
(de)
maar
ταῦτα
(tauta)
dit
πάντα
(panta)
alles
οἱ
(hoi)
de
Φαρισαῖοι
(Pharisaioi)
Farizeeën
φιλάργυροι
(philargyroi)
geldlievend
ὑπάρχοντες
(hyparchontes)
zijnde
καὶ
(kai)
en
ἐξεμυκτήριζον
(exemykterizon)
zij lachten uit
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐκμυκτηρίζω (ekmykterizo), ‘uitlachen’: letterlijk ‘de neus voor iemand optrekken’, een teken van spot. φιλάργυρος (philargyros), ‘die van geld houdt’: letterlijk ‘zilverliefhebber’.
15Hij zei tegen hen: „Jullie zijn degenen die zichzelf rechtvaardig verklaren voor de mensen. Maar Elohim kent jullie harten. Want wat onder mensen hoog is, is een gruwel voor Elohim.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
ἐστε
(este)
zijn
οἱ
(hoi)
degenen die
δικαιοῦντες
(dikaiountes)
rechtvaardig verklaren
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
θεὸς
(theos)
Elohim
γινώσκει
(ginoskei)
kent
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὅτι
(hoti)
want
τὸ
(to)
wat
ἐν
(en)
onder
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
ὑψηλὸν
(hypselon)
hoog is
βδέλυγμα
(bdelygma)
gruwel
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg
δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: wij vertalen het zo ook in 18:14 en in Matt. 12:37. βδέλυγμα (bdelygma), ‘gruwel’: iets wat Elohim verafschuwt.
16De wet en de profeten gelden tot Johannes. Sinds die tijd wordt de goede boodschap van het koninkrijk van Elohim gebracht, en ieder dringt er met kracht in.
Ὁ
(Ho)
de
νόμος
(nomos)
wet
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
προφῆται
(prophetai)
profeten
μέχρι
(mechri)
tot
Ἰωάννου
(Ioannou)
Johannes
ἀπὸ
(apo)
sinds
τότε
(tote)
die tijd
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
εὐαγγελίζεται
(euangelizetai)
wordt als goede boodschap gebracht
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
ieder
εἰς
(eis)
in
αὐτὴν
(auten)
het
βιάζεται
(biazetai)
dringt met kracht
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft bij ‘de wet en de profeten’ geen werkwoord; wij vullen ‘gelden’ aan. εὐαγγελίζεται (euangelizetai): letterlijk ‘wordt als goede boodschap gebracht’.
βιάζεται (biazetai) kan lijdend zijn (‘lijdt geweld’, zoals wij kiezen in Matt. 11:12) of betekenen ‘dringt met kracht’. Omdat hier ‘in haar’ volgt, kiezen wij ‘dringt er met kracht in’.
23In het dodenrijk sloeg hij zijn ogen op, terwijl hij in kwellingen verkeerde, en zag Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ᾅδῃ
(hade)
dodenrijk
ἐπάρας
(eparas)
opslaand
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
ἐν
(en)
in
βασάνοις
(basanois)
kwellingen
ὁρᾷ
(hora)
ziet
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ἀπὸ
(apo)
van
μακρόθεν
(makrothen)
ver
καὶ
(kai)
en
Λάζαρον
(Lazaron)
Lazarus
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
κόλποις
(kolpois)
schoot
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
ᾅδης (hades), ‘dodenrijk’: het Hebreeuwse שְׁאוֹל (Sjeol), zoals in Matt. 11:23 en 16:18. βάσανος (basanos), ‘kwelling’: van βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’, zoals in Matt. 8:29.
24Toen riep hij en zei: ‘Vader Abraham, ontferm u over mij. Stuur Lazarus, zodat hij de top van zijn vinger in water indoopt en mijn tong verkoelt. Want ik lijd pijn in deze vlam.’
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij
φωνήσας
(phonesas)
roepend
εἶπεν
(eipen)
zei
Πάτερ
(Pater)
vader
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
ἐλέησόν
(eleeson)
ontferm u
με
(me)
over mij
καὶ
(kai)
en
πέμψον
(pempson)
stuur
Λάζαρον
(Lazaron)
Lazarus
ἵνα
(hina)
zodat
βάψῃ
(bapse)
hij indoopt
τὸ
(to)
het
ἄκρον
(akron)
uiteinde
τοῦ
(tou)
van de
δακτύλου
(daktylou)
vinger
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ὕδατος
(hydatos)
in water
καὶ
(kai)
en
καταψύξῃ
(katapsyxe)
hij verkoelt
τὴν
(ten)
de
γλῶσσάν
(glossan)
tong
μου
(mou)
mijn
ὅτι
(hoti)
want
ὀδυνῶμαι
(odynomai)
ik lijd pijn
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
φλογὶ
(phlogi)
vlam
ταύτῃ
(taute)
deze
Bron: SBLGNT
25Abraham zei: ‘Kind, denk eraan dat jij je goede dingen hebt ontvangen in je leven, en Lazarus evenzo de slechte. Nu wordt hij hier getroost, maar jij lijdt pijn.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
Τέκνον
(Teknon)
kind
μνήσθητι
(mnestheti)
denk eraan
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπέλαβες
(apelabes)
je hebt ontvangen
τὰ
(ta)
de
ἀγαθά
(agatha)
goede dingen
σου
(sou)
jouw
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ζωῇ
(zoe)
leven
σου
(sou)
jouw
καὶ
(kai)
en
Λάζαρος
(Lazaros)
Lazarus
ὁμοίως
(homoios)
evenzo
τὰ
(ta)
de
κακά
(kaka)
slechte dingen
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
ὧδε
(hode)
hier
παρακαλεῖται
(parakaleitai)
wordt getroost
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
ὀδυνᾶσαι
(odynasai)
lijdt pijn
Bron: SBLGNT
26En bij dit alles is tussen ons en jullie een grote kloof vastgelegd. Zo kunnen zij die vanaf hier naar jullie willen oversteken, dat niet, en kunnen zij ook niet vandaar naar ons overkomen.’
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
bij
πᾶσι
(pasi)
alles
τούτοις
(toutois)
dit
μεταξὺ
(metaxy)
tussen
ἡμῶν
(hemon)
ons
καὶ
(kai)
en
ὑμῶν
(hymon)
jullie
χάσμα
(chasma)
kloof
μέγα
(mega)
grote
ἐστήρικται
(esteriktai)
is vastgelegd
ὅπως
(hopos)
zodat
οἱ
(hoi)
zij die
θέλοντες
(thelontes)
willen
διαβῆναι
(diabenai)
oversteken
ἔνθεν
(enthen)
vanaf hier
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
μὴ
(me)
niet
δύνωνται
(dynontai)
kunnen
μηδὲ
(mede)
noch
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
vandaar
πρὸς
(pros)
naar
ἡμᾶς
(hemas)
ons
διαπερῶσιν
(diaperosin)
zij overkomen
Bron: SBLGNT
27Toen zei hij: ‘Ik vraag u dan, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt,
εἶπεν
(eipen)
hij zei
δέ
(de)
maar
Ἐρωτῶ
(Eroto)
ik vraag
σε
(se)
u
οὖν
(oun)
dan
πάτερ
(pater)
vader
ἵνα
(hina)
dat
πέμψῃς
(pempses)
u stuurt
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
vader
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
28want ik heb 5 broers, zodat hij hen waarschuwt, opdat ook zij niet op deze plaats van kwelling komen.’
ἔχω
(echo)
ik heb
γὰρ
(gar)
want
πέντε
(pente)
5
ἀδελφούς
(adelphous)
broers
ὅπως
(hopos)
zodat
διαμαρτύρηται
(diamartyretai)
hij waarschuwt
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἔλθωσιν
(elthosin)
komen
εἰς
(eis)
op
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
τοῦτον
(touton)
deze
τῆς
(tes)
van de
βασάνου
(basanou)
kwelling
Bron: SBLGNT
Uitleg
διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘waarschuwen’: letterlijk ‘nadrukkelijk getuigen’, zodat iemand moet luisteren.
29Abraham zei: ‘Zij hebben Mozes en de profeten. Laten zij naar hen luisteren.’
λέγει
(legei)
hij zegt
δὲ
(de)
maar
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
Ἔχουσι
(Echousi)
zij hebben
Μωϋσέα
(Moysea)
Mozes
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
προφήτας
(prophetas)
profeten
ἀκουσάτωσαν
(akousatosan)
laten zij luisteren
αὐτῶν
(auton)
naar hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘Mozes en de profeten’ zijn de Schriften van Israël, ‘de wet en de profeten’ van 16:16.
30Maar die zei: ‘Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe gaat, zullen zij zich bekeren.’
ὁ
(ho)
die
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐχί
(Ouchi)
nee
πάτερ
(pater)
vader
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἀπὸ
(apo)
van
νεκρῶν
(nekron)
doden
πορευθῇ
(poreuthe)
gaat
πρὸς
(pros)
naar
αὐτοὺς
(autous)
hen
μετανοήσουσιν
(metanoesousin)
zij zullen zich bekeren
Bron: SBLGNT
31Toen zei hij tegen hem: ‘Als zij niet luisteren naar Mozes en de profeten, zullen zij zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat.’”