Elohim Bijbel

1 Korintiërs 3

12345678910111213141516

Kinderen in de Messias; planten en water geven; het fundament; het heiligdom van Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Nog kinderen: melk en geen vast voedsel

1Ook ik, broers, kon niet tot jullie spreken als tot geestelijke mensen, maar als tot mensen van vlees, als tot kleine kinderen in de Messias.
Κἀγώ
(Kago)
en ik
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οὐκ
(ouk)
niet
ἠδυνήθην
(edynethen)
kon
λαλῆσαι
(lalesai)
spreken
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
ὡς
(hos)
als tot
πνευματικοῖς
(pneumatikois)
geestelijken
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
als tot
σαρκίνοις
(sarkinois)
mensen van vlees
ὡς
(hos)
als tot
νηπίοις
(nepiois)
kleine kinderen
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

σαρκίνοις (sarkinois), ‘van vlees’, en in vers 3 σαρκικοί (sarkikoi), ‘vleselijk’: twee verwante woorden voor mensen die nog door het ‘vlees’, de zwakke menselijke natuur, worden bepaald. νήπιος (nepios), ‘klein kind’: een kind dat nog niet kan spreken of vast voedsel eten; zo noemt hij zijn lezers hier, anders dan de ‘volmaakten’ van 2:6. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: zie 2:15.

Zie ook 1 Kor. 2:6; 1 Kor. 2:15.

2Melk heb ik jullie te drinken gegeven, geen vast voedsel. Want jullie konden het nog niet. Maar ook nu kunnen jullie het nog niet.
γάλα
(gala)
melk
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐπότισα
(epotisa)
gaf te drinken ik
οὐ
(ou)
niet
βρῶμα
(broma)
voedsel
οὔπω
(oupo)
nog niet
γὰρ
(gar)
want
ἐδύνασθε
(edynasthe)
konden jullie
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐδὲ
(oude)
ook niet
ἔτι
(eti)
nog
νῦν
(nyn)
nu
δύνασθε
(dynasthe)
kunnen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

γάλα (gala), ‘melk’, en βρῶμα (broma), ‘vast voedsel’: de beeldspraak van het kind dat nog melk drinkt. ποτίζω (potizo), ‘te drinken geven’.

3Want jullie zijn nog vleselijk. Waar naijver en twist onder jullie zijn, zijn jullie dan niet vleselijk en wandelen jullie niet naar menselijke maat?
ἔτι
(eti)
nog
γὰρ
(gar)
want
σαρκικοί
(sarkikoi)
vleselijk
ἐστε
(este)
zijn jullie
ὅπου
(hopou)
waar
γὰρ
(gar)
want
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ζῆλος
(zelos)
naijver
καὶ
(kai)
en
ἔρις
(eris)
twist
οὐχὶ
(ouchi)
toch niet
σαρκικοί
(sarkikoi)
vleselijk
ἐστε
(este)
zijn jullie
καὶ
(kai)
en
κατὰ
(kata)
naar
ἄνθρωπον
(anthropon)
menselijke maat
περιπατεῖτε
(peripateite)
wandelen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’: bepaald door het ‘vlees’, de zwakke menselijke natuur (zie Gal. 3:3). ζῆλος (zelos), ‘naijver’, zoals in Gal. 5:20; ἔρις (eris), ‘twist’. κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: zoals mensen onder elkaar doen, zoals in Gal. 1:11 en 3:15. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven, zich gedragen.

Zie ook Gal. 3:3; Gal. 1:11.

4Want wanneer iemand zegt: „Ik ben van Paulus”, en een ander: „Ik van Apollos”, zijn jullie dan niet gewoon mensen?
ὅταν
(hotan)
wanneer
γὰρ
(gar)
want
λέγῃ
(lege)
zegt
τις
(tis)
iemand
Ἐγὼ
(Ego)
ik
μέν
(men)
wel
εἰμι
(eimi)
ben
Παύλου
(Paulou)
van Paulus
ἕτερος
(heteros)
een ander
δέ
(de)
maar
Ἐγὼ
(Ego)
ik
Ἀπολλῶ
(Apollo)
van Apollos
οὐκ
(ouk)
niet
ἄνθρωποί
(anthropoi)
mensen
ἐστε
(este)
zijn jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk 1:12.

Paulus herhaalt de leuzen en noemt alleen Paulus en Apollos.

Zie ook 1 Kor. 1:12.

Zie ook1 Kor 1:12

Dienaars van Elohim: planten en water geven

5Wat is Apollos dan? En wat is Paulus? Dienaars door wie jullie zijn gaan geloven, en ieder zoals de Heer hem gegeven heeft.
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐστιν
(estin)
is
Ἀπολλῶς
(Apollos)
Apollos
τί
(ti)
wat
δέ
(de)
maar
ἐστιν
(estin)
is
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
διάκονοι
(diakonoi)
dienaars
δι’
(di’)
door
ὧν
(hon)
wie
ἐπιστεύσατε
(episteusate)
jullie geloofden
καὶ
(kai)
en
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
ὡς
(hos)
zoals
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
Bron: SBLGNT
Uitleg

διάκονος (diakonos), ‘dienaar’: iemand die een ander dient.

Paulus en Apollos zijn dienaars door wie de Korintiërs zijn gaan geloven.

‘Zoals de Heer ieder gegeven heeft’: ieder heeft zijn eigen taak van de Heer ontvangen.

6Ik plantte, Apollos gaf water, maar Elohim liet groeien.
ἐγὼ
(ego)
ik
ἐφύτευσα
(ephyteusa)
plantte
Ἀπολλῶς
(Apollos)
Apollos
ἐπότισεν
(epotisen)
gaf water
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ηὔξανεν
(eyxanen)
liet groeien
Bron: SBLGNT
Uitleg

De beeldspraak van een akker: planten, water geven, laten groeien.

Paulus kwam het eerst in Korinte, Apollos kwam daarna.

Zie ook Hand. 18:1–11; Hand. 18:27; Hand. 19:1.

7Zo is wie plant niets en wie water geeft niets, maar Elohim die laat groeien.
ὥστε
(hoste)
zodat
οὔτε
(oute)
noch
ὁ
(ho)
de
φυτεύων
(phyteuon)
plantende
ἐστίν
(estin)
is
τι
(ti)
iets
οὔτε
(oute)
noch
ὁ
(ho)
de
ποτίζων
(potizon)
water gevende
ἀλλ’
(all’)
maar
ὁ
(ho)
de
αὐξάνων
(auxanon)
groei gevende
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
8Wie plant en wie water geeft zijn één, en ieder zal zijn eigen loon ontvangen naar zijn eigen arbeid.
ὁ
(ho)
de
φυτεύων
(phyteuon)
plantende
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ποτίζων
(potizon)
water gevende
ἕν
(hen)
één
εἰσιν
(eisin)
zijn
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
het
ἴδιον
(idion)
eigen
μισθὸν
(misthon)
loon
λήμψεται
(lempsetai)
zal ontvangen
κατὰ
(kata)
naar
τὸν
(ton)
de
ἴδιον
(idion)
eigen
κόπον
(kopon)
arbeid
Bron: SBLGNT
9Want wij zijn medewerkers van Elohim. Jullie zijn de akker van Elohim, het bouwwerk van Elohim.
θεοῦ
(theou)
van Elohim
γάρ
(gar)
want
ἐσμεν
(esmen)
zijn wij
συνεργοί
(synergoi)
medewerkers
θεοῦ
(theou)
van Elohim
γεώργιον
(georgion)
akker
θεοῦ
(theou)
van Elohim
οἰκοδομή
(oikodome)
bouwwerk
ἐστε
(este)
zijn jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνεργός (synergos), ‘medewerker’. θεοῦ συνεργοί (theou synergoi), ‘medewerkers van Elohim’: het Grieks kan bedoelen ‘medewerkers die voor Elohim werken’ of ‘medewerkers met Elohim’. γεώργιον (georgion), ‘akker’; οἰκοδομή (oikodome), ‘bouwwerk’: de twee beelden van het vervolg.

Het fundament en het bouwwerk

10Overeenkomstig de genade van Elohim die mij gegeven is, heb ik als een wijze bouwmeester een fundament gelegd, en een ander bouwt erop voort. Maar ieder moet opletten hoe hij erop voortbouwt.
Κατὰ
(Kata)
naar
τὴν
(ten)
de
χάριν
(charin)
genade
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τὴν
(ten)
die
δοθεῖσάν
(dotheisan)
gegeven is
μοι
(moi)
aan mij
ὡς
(hos)
als
σοφὸς
(sophos)
wijze
ἀρχιτέκτων
(architekton)
bouwmeester
θεμέλιον
(themelion)
fundament
ἔθηκα
(etheka)
legde ik
ἄλλος
(allos)
een ander
δὲ
(de)
maar
ἐποικοδομεῖ
(epoikodomei)
bouwt erop voort
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
δὲ
(de)
maar
βλεπέτω
(blepeto)
laat opletten
πῶς
(pos)
hoe
ἐποικοδομεῖ
(epoikodomei)
hij bouwt erop voort
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχιτέκτων (architekton), ‘bouwmeester’: de leider van een bouw. θεμέλιος (themelios), ‘fundament’. ἐποικοδομέω (epoikodomeo), ‘erop voortbouwen’: op het gelegde fundament verder bouwen.

Paulus legde het fundament in Korinte, een ander bouwt erop voort.

Zie ook Hand. 18:1–11.

11Want niemand kan een ander fundament leggen dan het gelegde, dat is Yeshua de Messias.
θεμέλιον
(themelion)
fundament
γὰρ
(gar)
want
ἄλλον
(allon)
ander
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
δύναται
(dynatai)
kan
θεῖναι
(theinai)
leggen
παρὰ
(para)
naast
τὸν
(ton)
het
κείμενον
(keimenon)
gelegde
ὅς
(hos)
dat
ἐστιν
(estin)
is
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστός
(Christos)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het gelegde fundament is Yeshua de Messias, de verkondigde Gekruisigde (2:2).

Zie ook 1 Kor. 2:2.

Zie ook1 Kor 2:2
12Als iemand op het fundament bouwt met goud, zilver, kostbare stenen, hout, gras of stro,
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
ἐποικοδομεῖ
(epoikodomei)
bouwt erop voort
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
het
θεμέλιον
(themelion)
fundament
χρυσόν
(chryson)
goud
ἄργυρον
(argyron)
zilver
λίθους
(lithous)
stenen
τιμίους
(timious)
kostbare
ξύλα
(xyla)
hout
χόρτον
(chorton)
gras
καλάμην
(kalamen)
stro
Bron: SBLGNT
Uitleg

De zes bouwstoffen: goud, zilver en kostbare stenen zijn bestand tegen vuur; hout, gras en stro verbranden.

De zin loopt door in vers 13.

Zie ook1 Kor 3:13
13dan zal het werk van ieder zichtbaar worden. De dag zal het tonen, want het wordt door vuur onthuld. En het vuur zelf zal toetsen hoe het werk van ieder is.
ἑκάστου
(hekastou)
van ieder
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
φανερὸν
(phaneron)
zichtbaar
γενήσεται
(genesetai)
zal worden
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
ἡμέρα
(hemera)
dag
δηλώσει
(delosei)
zal aantonen
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
πυρὶ
(pyri)
vuur
ἀποκαλύπτεται
(apokalyptetai)
wordt onthuld
καὶ
(kai)
en
ἑκάστου
(hekastou)
van ieder
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
ὁποῖόν
(hopoion)
hoedanig
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
πῦρ
(pyr)
vuur
αὐτὸ
(auto)
zelf
δοκιμάσει
(dokimasei)
zal toetsen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De dag’ (ἡ ἡμέρα, he hemera): in 1:8 ‘de dag van onze Heer Yeshua de Messias’; hier staat alleen ‘de dag’. ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: op echtheid beproeven, zoals goud in het vuur.

Zie ook 1 Kor. 1:8.

Zie ook1 Kor 1:8
14Als het werk blijft staan dat iemand erop gebouwd heeft, zal hij loon ontvangen.
εἴ
(ei)
als
τινος
(tinos)
van iemand
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
μενεῖ
(menei)
blijft
ὃ
(ho)
wat
ἐποικοδόμησεν
(epoikodomesen)
hij bouwde erop
μισθὸν
(misthon)
loon
λήμψεται
(lempsetai)
zal ontvangen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μισθός (misthos), ‘loon’: wat iemand voor zijn werk ontvangt, vergelijk vers 8.

Zie ook 1 Kor. 3:8.

Zie ook1 Kor 3:8
15Als het werk van iemand verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf zal gered worden, maar zo als door vuur heen.
εἴ
(ei)
als
τινος
(tinos)
van iemand
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
κατακαήσεται
(katakaesetai)
zal verbranden
ζημιωθήσεται
(zemiothesetai)
hij zal schade lijden
αὐτὸς
(autos)
hijzelf
δὲ
(de)
maar
σωθήσεται
(sothesetai)
zal gered worden
οὕτως
(houtos)
zo
δὲ
(de)
maar
ὡς
(hos)
als
διὰ
(dia)
door
πυρός
(pyros)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατακαίω (katakaio), ‘verbranden’. ζημιόω (zemioo), ‘schade lijden’: verlies lijden. σῴζω (sozo), ‘redden’.

‘Zo als door vuur heen’: net ontsnapt, zoals iemand uit een brandend huis.

Het heiligdom van Elohim

16Weten jullie niet dat jullie een heiligdom van Elohim zijn en dat de Geest van Elohim in jullie woont?
Οὐκ
(Ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ναὸς
(naos)
heiligdom
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐστε
(este)
zijn jullie
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οἰκεῖ
(oikei)
woont
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ναός (naos), ‘heiligdom’: de binnenste plaats van de tempel, waar Elohim woont (anders dan ἱερόν, ‘tempel’ in zijn geheel).

‘Jullie zijn’ staat in het meervoud: de gemeente samen is het heiligdom. οἰκέω (oikeo), ‘wonen’.

Zie ook 1 Kor. 6:19.

Zie ook1 Kor 6:19
17Als iemand het heiligdom van Elohim verderft, zal Elohim hem verderven. Want het heiligdom van Elohim is heilig, en dat zijn jullie.
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
τὸν
(ton)
het
ναὸν
(naon)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
φθείρει
(phtheirei)
verderft
φθερεῖ
(phtherei)
zal verderven
τοῦτον
(touton)
hem
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
het
γὰρ
(gar)
want
ναὸς
(naos)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἅγιός
(hagios)
heilig
ἐστιν
(estin)
is
οἵτινές
(hoitines)
wie
ἐστε
(este)
zijn
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

φθείρω (ftheiro), ‘verderven’: te gronde richten, bederven.

Hetzelfde woord staat tweemaal: wie het heiligdom verderft, wordt zelf verdorven. ἅγιος (hagios), ‘heilig’: afgezonderd voor Elohim.

Wie wijs wil zijn

18Niemand bedriege zichzelf. Als iemand onder jullie meent wijs te zijn in deze eeuw, laat hij dwaas worden, zodat hij wijs wordt.
Μηδεὶς
(Medeis)
niemand
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
ἐξαπατάτω
(exapatato)
laat bedriegen
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
δοκεῖ
(dokei)
meent
σοφὸς
(sophos)
wijs
εἶναι
(einai)
te zijn
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
αἰῶνι
(aioni)
eeuw
τούτῳ
(touto)
deze
μωρὸς
(moros)
dwaas
γενέσθω
(genestho)
laat worden
ἵνα
(hina)
opdat
γένηται
(genetai)
hij wordt
σοφός
(sophos)
wijs
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξαπατάω (exapatao), ‘bedriegen’. αἰών (aion), ‘eeuw’: deze tijd, zoals in 1:20 en 2:6.

‘Laat hij dwaas worden’: laat hij de wijsheid van deze eeuw loslaten, zoals 1:18–25 beschrijft.

Zie ook 1 Kor. 1:20; 1 Kor. 2:6.

19Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij Elohim. Er staat immers geschreven: „Hij die de wijzen vangt in hun list.”
ἡ
(he)
de
γὰρ
(gar)
want
σοφία
(sophia)
wijsheid
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
τούτου
(toutou)
deze
μωρία
(moria)
dwaasheid
παρὰ
(para)
bij
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐστιν
(estin)
is
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
γάρ
(gar)
want
Ὁ
(Ho)
die
δρασσόμενος
(drassomenos)
vangt
τοὺς
(tous)
de
σοφοὺς
(sophous)
wijzen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
πανουργίᾳ
(panourgia)
list
αὐτῶν
(auton)
van hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Job 5:13.

Ons Hebreeuws heeft: ‘die de wijzen vangt in hun eigen list’.

De Griekse tekst heeft: ‘Hij die de wijzen vangt in hun list’. πανουργία (panourgia), ‘list, sluwheid’.

In Job 5 spreekt Elifaz; Paulus haalt de woorden aan als Schrift.

Het citaat staat zwart.

Zie ook Job 5:13.

Zie ookJob 5:13
20En weer: „Yahweh kent de overwegingen van de wijzen: zij zijn ijdel.”
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
opnieuw
Κύριος
(Kyrios)
Yahweh
γινώσκει
(ginoskei)
kent
τοὺς
(tous)
de
διαλογισμοὺς
(dialogismous)
overwegingen
τῶν
(ton)
van de
σοφῶν
(sophon)
wijzen
ὅτι
(hoti)
dat
εἰσὶν
(eisin)
zijn
μάταιοι
(mataioi)
ijdel
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 94:11.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Yahweh kent de gedachten van de mens: zij zijn een damp’.

De Griekse tekst heeft ‘van de wijzen’ waar ons Hebreeuws ‘van de mens’ heeft, en μάταιοι (mataioi), ‘ijdel, zonder waarde’, waar ons Hebreeuws ‘damp’ heeft. κύριος is hier Yahweh. διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging’: wat iemand bij zichzelf overlegt.

Het citaat staat zwart.

Zie ook Ps. 94:11.

Zie ookPs 94:11
21Laat daarom niemand roemen in mensen. Want alles is van jullie.
ὥστε
(hoste)
zodat
μηδεὶς
(medeis)
niemand
καυχάσθω
(kauchastho)
roeme
ἐν
(en)
in
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
πάντα
(panta)
alles
γὰρ
(gar)
want
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Roemen in mensen’: Paulus stelt dit tegenover 1:31, ‘wie roemt, roeme in Yahweh’. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’.

Zie ook 1 Kor. 1:31.

Zie ook1 Kor 1:31
22Of Paulus, of Apollos, of Kefas, of de wereld, of leven, of dood, of het heden, of de toekomst: alles is van jullie.
εἴτε
(eite)
of
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
εἴτε
(eite)
of
Ἀπολλῶς
(Apollos)
Apollos
εἴτε
(eite)
of
Κηφᾶς
(Kephas)
Kefas
εἴτε
(eite)
of
κόσμος
(kosmos)
wereld
εἴτε
(eite)
of
ζωὴ
(zoe)
leven
εἴτε
(eite)
of
θάνατος
(thanatos)
dood
εἴτε
(eite)
of
ἐνεστῶτα
(enestota)
het heden
εἴτε
(eite)
of
μέλλοντα
(mellonta)
het komende
πάντα
(panta)
alles
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Κηφᾶς (Kefas): Aramees voor ‘rots’, de naam van Petrus; zie 1:12. ἐνεστῶτα (enestota), ‘het heden’: wat er nu is. μέλλοντα (mellonta), ‘het komende’.

Deze reeks gaat verder dan de drie leraren: ook wereld, leven en dood zijn van de gelovigen.

Zie ook 1 Kor. 1:12.

Zie ook1 Kor 1:12
23Maar jullie zijn van de Messias, en de Messias is van Elohim.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
δὲ
(de)
maar
θεοῦ
(theou)
van Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het slot van de redenering: de gelovigen zijn van de Messias, en de Messias is van Elohim.