1 Korintiërs 3
Kinderen in de Messias; planten en water geven; het fundament; het heiligdom van Elohim
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Nog kinderen: melk en geen vast voedsel
σαρκίνοις (sarkinois), ‘van vlees’, en in vers 3 σαρκικοί (sarkikoi), ‘vleselijk’: twee verwante woorden voor mensen die nog door het ‘vlees’, de zwakke menselijke natuur, worden bepaald. νήπιος (nepios), ‘klein kind’: een kind dat nog niet kan spreken of vast voedsel eten; zo noemt hij zijn lezers hier, anders dan de ‘volmaakten’ van 2:6. πνευματικός (pneumatikos), ‘geestelijk’: zie 2:15.
Zie ook 1 Kor. 2:6; 1 Kor. 2:15.
γάλα (gala), ‘melk’, en βρῶμα (broma), ‘vast voedsel’: de beeldspraak van het kind dat nog melk drinkt. ποτίζω (potizo), ‘te drinken geven’.
σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’: bepaald door het ‘vlees’, de zwakke menselijke natuur (zie Gal. 3:3). ζῆλος (zelos), ‘naijver’, zoals in Gal. 5:20; ἔρις (eris), ‘twist’. κατὰ ἄνθρωπον (kata anthropon), ‘naar menselijke maat’: zoals mensen onder elkaar doen, zoals in Gal. 1:11 en 3:15. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: leven, zich gedragen.
Zie ook Gal. 3:3; Gal. 1:11.
Vergelijk 1:12.
Paulus herhaalt de leuzen en noemt alleen Paulus en Apollos.
Zie ook 1 Kor. 1:12.
Dienaars van Elohim: planten en water geven
διάκονος (diakonos), ‘dienaar’: iemand die een ander dient.
Paulus en Apollos zijn dienaars door wie de Korintiërs zijn gaan geloven.
‘Zoals de Heer ieder gegeven heeft’: ieder heeft zijn eigen taak van de Heer ontvangen.
De beeldspraak van een akker: planten, water geven, laten groeien.
Paulus kwam het eerst in Korinte, Apollos kwam daarna.
Zie ook Hand. 18:1–11; Hand. 18:27; Hand. 19:1.
συνεργός (synergos), ‘medewerker’. θεοῦ συνεργοί (theou synergoi), ‘medewerkers van Elohim’: het Grieks kan bedoelen ‘medewerkers die voor Elohim werken’ of ‘medewerkers met Elohim’. γεώργιον (georgion), ‘akker’; οἰκοδομή (oikodome), ‘bouwwerk’: de twee beelden van het vervolg.
Het fundament en het bouwwerk
ἀρχιτέκτων (architekton), ‘bouwmeester’: de leider van een bouw. θεμέλιος (themelios), ‘fundament’. ἐποικοδομέω (epoikodomeo), ‘erop voortbouwen’: op het gelegde fundament verder bouwen.
Paulus legde het fundament in Korinte, een ander bouwt erop voort.
Zie ook Hand. 18:1–11.
Het gelegde fundament is Yeshua de Messias, de verkondigde Gekruisigde (2:2).
Zie ook 1 Kor. 2:2.
De zes bouwstoffen: goud, zilver en kostbare stenen zijn bestand tegen vuur; hout, gras en stro verbranden.
De zin loopt door in vers 13.
‘De dag’ (ἡ ἡμέρα, he hemera): in 1:8 ‘de dag van onze Heer Yeshua de Messias’; hier staat alleen ‘de dag’. ἀποκαλύπτω (apokalypto), ‘onthullen’. δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: op echtheid beproeven, zoals goud in het vuur.
Zie ook 1 Kor. 1:8.
μισθός (misthos), ‘loon’: wat iemand voor zijn werk ontvangt, vergelijk vers 8.
Zie ook 1 Kor. 3:8.
κατακαίω (katakaio), ‘verbranden’. ζημιόω (zemioo), ‘schade lijden’: verlies lijden. σῴζω (sozo), ‘redden’.
‘Zo als door vuur heen’: net ontsnapt, zoals iemand uit een brandend huis.
Het heiligdom van Elohim
ναός (naos), ‘heiligdom’: de binnenste plaats van de tempel, waar Elohim woont (anders dan ἱερόν, ‘tempel’ in zijn geheel).
‘Jullie zijn’ staat in het meervoud: de gemeente samen is het heiligdom. οἰκέω (oikeo), ‘wonen’.
Zie ook 1 Kor. 6:19.
φθείρω (ftheiro), ‘verderven’: te gronde richten, bederven.
Hetzelfde woord staat tweemaal: wie het heiligdom verderft, wordt zelf verdorven. ἅγιος (hagios), ‘heilig’: afgezonderd voor Elohim.
Wie wijs wil zijn
ἐξαπατάω (exapatao), ‘bedriegen’. αἰών (aion), ‘eeuw’: deze tijd, zoals in 1:20 en 2:6.
‘Laat hij dwaas worden’: laat hij de wijsheid van deze eeuw loslaten, zoals 1:18–25 beschrijft.
Zie ook 1 Kor. 1:20; 1 Kor. 2:6.
Aanhaling van Job 5:13.
Ons Hebreeuws heeft: ‘die de wijzen vangt in hun eigen list’.
De Griekse tekst heeft: ‘Hij die de wijzen vangt in hun list’. πανουργία (panourgia), ‘list, sluwheid’.
In Job 5 spreekt Elifaz; Paulus haalt de woorden aan als Schrift.
Het citaat staat zwart.
Zie ook Job 5:13.
Aanhaling van Ps. 94:11.
Ons Hebreeuws heeft: ‘Yahweh kent de gedachten van de mens: zij zijn een damp’.
De Griekse tekst heeft ‘van de wijzen’ waar ons Hebreeuws ‘van de mens’ heeft, en μάταιοι (mataioi), ‘ijdel, zonder waarde’, waar ons Hebreeuws ‘damp’ heeft. κύριος is hier Yahweh. διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging’: wat iemand bij zichzelf overlegt.
Het citaat staat zwart.
Zie ook Ps. 94:11.
‘Roemen in mensen’: Paulus stelt dit tegenover 1:31, ‘wie roemt, roeme in Yahweh’. καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’.
Zie ook 1 Kor. 1:31.
Κηφᾶς (Kefas): Aramees voor ‘rots’, de naam van Petrus; zie 1:12. ἐνεστῶτα (enestota), ‘het heden’: wat er nu is. μέλλοντα (mellonta), ‘het komende’.
Deze reeks gaat verder dan de drie leraren: ook wereld, leven en dood zijn van de gelovigen.
Zie ook 1 Kor. 1:12.
Het slot van de redenering: de gelovigen zijn van de Messias, en de Messias is van Elohim.