Elohim Bijbel

Handelingen 27

12345678910111213141516171819202122232425262728

De zeereis naar Italië, de storm en de schipbreuk

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De reis naar Italië begint

1Er werd besloten dat wij naar Italië zouden varen. Zij leverden Paulus en enkele andere gevangenen over aan een hoofdman over honderd, Julius genaamd, van het cohort van Augustus.
Ὡς
(Hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐκρίθη
(ekrithe)
besloten werd
τοῦ
(tou)
om
ἀποπλεῖν
(apoplein)
weg te varen
ἡμᾶς
(hemas)
wij
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἰταλίαν
(Italian)
Italië
παρεδίδουν
(paredidoun)
leverden zij over
τόν
(ton)
(de)
τε
(te)
en
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
καί
(kai)
en
τινας
(tinas)
enkele
ἑτέρους
(heterous)
andere
δεσμώτας
(desmotas)
gevangenen
ἑκατοντάρχῃ
(hekatontarche)
aan een hoofdman over honderd
ὀνόματι
(onomati)
genaamd
Ἰουλίῳ
(Ioulio)
Julius
σπείρης
(speires)
van het cohort
Σεβαστῆς
(Sebastes)
van Augustus
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Italië (vasteland): Italië is het schiereiland waarop Rome ligt.

De omtrek hier is de moderne kustlijn van het vasteland, bij benadering.

Uitleg

ἑκατοντάρχης (hekatontarches), ‘hoofdman over honderd’: een Romeins officier die ongeveer 100 soldaten onder zich had; daarna schrijven wij ‘de hoofdman’ (zoals Luc. 7:2). σπεῖρα (speira), ‘cohort’: een onderdeel van het leger (zie ook Hand. 10:1 en Joh. 18:3). Σεβαστή (Sebaste), ‘van Augustus’, is een eretitel van dit cohort.

2Wij gingen aan boord van een schip uit Adramyttium, dat naar de plaatsen in Asia zou varen, en staken in zee. Aristarchus, een Macedoniër uit Tessalonica, was bij ons.
ἐπιβάντες
(epibantes)
aan boord gegaan
δὲ
(de)
nu
πλοίῳ
(ploio)
op een schip
Ἀδραμυττηνῷ
(Adramytteno)
uit Adramyttium
μέλλοντι
(mellonti)
dat zou
πλεῖν
(plein)
varen
εἰς
(eis)
naar
τοὺς
(tous)
de
κατὰ
(kata)
langs
τὴν
(ten)
de
Ἀσίαν
(Asian)
Asia
τόπους
(topous)
plaatsen
ἀνήχθημεν
(anechthemen)
staken wij in zee
ὄντος
(ontos)
zijnde
σὺν
(syn)
met
ἡμῖν
(hemin)
ons
Ἀριστάρχου
(Aristarchou)
Aristarchus
Μακεδόνος
(Makedonos)
een Macedoniër
Θεσσαλονικέως
(Thessalonikeos)
uit Tessalonica
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Adramyttium (Edremit): Adramyttium lag in het noordwesten van Turkije, aan de Golf van Edremit, tegenover Lesbos.

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Tessalonica (nu Thessaloniki): Tessalonica was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië, aan de Thermaïsche Golf in het noorden van Griekenland.

De stad heet nu Thessaloniki.

Zij lag aan de grote weg van oost naar west, de Via Egnatia.

Uitleg

Ἀδραμυττηνός (Adramyttenos), ‘uit Adramyttium’: een havenstad in het noordwesten van Klein-Azië.

Over Aristarchus, een Macedoniër uit Tessalonica, lezen wij ook in Hand. 19:29 en 20:4.

3De volgende dag legden wij aan in Sidon. Julius behandelde Paulus vriendelijk en stond hem toe naar zijn vrienden te gaan en verzorging te krijgen.
τῇ
(te)
op de
τε
(te)
en
ἑτέρᾳ
(hetera)
volgende dag
κατήχθημεν
(katechthemen)
legden wij aan
εἰς
(eis)
in
Σιδῶνα
(Sidona)
Sidon
φιλανθρώπως
(philanthropos)
vriendelijk
τε
(te)
en
ὁ
(ho)
de
Ἰούλιος
(Ioulios)
Julius
τῷ
(to)
aan
Παύλῳ
(Paulo)
Paulus
χρησάμενος
(chresamenos)
behandelend
ἐπέτρεψεν
(epetrepsen)
stond toe
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
φίλους
(philous)
vrienden
πορευθέντι
(poreuthenti)
gaand
ἐπιμελείας
(epimeleias)
verzorging
τυχεῖν
(tychein)
te krijgen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

4Vandaar staken wij weer in zee en voeren in de luwte van Cyprus langs, omdat de winden tegen waren.
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
ἀναχθέντες
(anachthentes)
in zee gestoken
ὑπεπλεύσαμεν
(hypepleusamen)
voerden wij in de luwte langs
τὴν
(ten)
de
Κύπρον
(Kypron)
Cyprus
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
τοὺς
(tous)
de
ἀνέμους
(anemous)
winden
εἶναι
(einai)
waren
ἐναντίους
(enantious)
tegen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Cyprus: Cyprus is een eiland in het oosten van de Middellandse Zee, voor de kust van Syrië en Zuid-Turkije.

Barnabas kwam er vandaan.

Uitleg

ὑποπλέω (hypopleo), letterlijk ‘eronder varen’: langs het eiland varen aan de kant waar de wind minder sterk is, de luwte.

Dat gebeurt ook in vers 7 bij Kreta.

Zie ookHand 27:7
5Wij voeren over de open zee langs Cilicië en Pamfylië en kwamen aan in Myra in Lycië.
τό
(to)
de
τε
(te)
en
πέλαγος
(pelagos)
open zee
τὸ
(to)
die
κατὰ
(kata)
langs
τὴν
(ten)
de
Κιλικίαν
(Kilikian)
Cilicië
καὶ
(kai)
en
Παμφυλίαν
(Pamphylian)
Pamfylië
διαπλεύσαντες
(diapleusantes)
overgevaren
κατήλθομεν
(katelthomen)
kwamen wij aan
εἰς
(eis)
in
Μύρα
(Myra)
Myra
τῆς
(tes)
van
Λυκίας
(Lykias)
Lycië
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Cilicië (ongeveer): Cilicië was de kuststreek in het zuidoosten van het huidige Turkije, met Tarsus als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Pamfylië (ongeveer): Pamfylië was de kuststreek in het zuiden van het huidige Turkije, rond de baai van Antalya.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Myra: Myra (bij het huidige Demre) was een havenstad in Lycië, aan de zuidkust van Turkije.

Zie Lycië (ongeveer): Lycië was de streek in het zuidwesten van het huidige Turkije.

De grenzen zijn bij benadering.

6Daar vond de hoofdman een schip uit Alexandrië dat naar Italië voer. Hij liet ons daarin instappen.
κἀκεῖ
(kakei)
en daar
εὑρὼν
(heuron)
vindend
ὁ
(ho)
de
ἑκατοντάρχης
(hekatontarches)
hoofdman
πλοῖον
(ploion)
schip
Ἀλεξανδρῖνον
(Alexandrinon)
uit Alexandrië
πλέον
(pleon)
varend
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Ἰταλίαν
(Italian)
Italië
ἐνεβίβασεν
(enebibasen)
liet instappen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
εἰς
(eis)
in
αὐτό
(auto)
het
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Alexandrië: Alexandrië lag aan de Middellandse Zee, aan de westkant van de Nijldelta.

Het was de grootste stad van Egypte en had een grote Joodse gemeenschap.

Zie Italië (vasteland): Italië is het schiereiland waarop Rome ligt.

De omtrek hier is de moderne kustlijn van het vasteland, bij benadering.

7Vele dagen lang voeren wij langzaam en kwamen met moeite ter hoogte van Knidus. Omdat de wind ons niet verder liet gaan, voeren wij in de luwte van Kreta langs, ter hoogte van Salmone.
ἐν
(en)
gedurende
ἱκαναῖς
(hikanais)
vele
δὲ
(de)
nu
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
βραδυπλοοῦντες
(bradyploountes)
langzaam varend
καὶ
(kai)
en
μόλις
(molis)
met moeite
γενόμενοι
(genomenoi)
aangekomen
κατὰ
(kata)
ter hoogte van
τὴν
(ten)
de
Κνίδον
(Knidon)
Knidus
μὴ
(me)
niet
προσεῶντος
(proseontos)
toelatend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
τοῦ
(tou)
de
ἀνέμου
(anemou)
wind
ὑπεπλεύσαμεν
(hypepleusamen)
voerden wij in de luwte langs
τὴν
(ten)
de
Κρήτην
(Kreten)
Kreta
κατὰ
(kata)
ter hoogte van
Σαλμώνην
(Salmonen)
Salmone
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Knidus: Knidus lag op de punt van het schiereiland Datça, in het zuidwesten van het huidige Turkije.

Zie Kreta: Kreta is het grote eiland ten zuiden van de Egeïsche Zee, ongeveer 250 km lang.

Paulus voer er langs op weg naar Rome (Handelingen 27).

Zie Salmone (Kaap Sidero): Salmone is de oostpunt van Kreta, bij Kaap Sidero.

Dit is waarschijnlijk.

8Met moeite voeren wij langs de kust ervan en kwamen op een plaats die Goede Havens genoemd wordt. Daar dichtbij lag de stad Lasea.
μόλις
(molis)
met moeite
τε
(te)
en
παραλεγόμενοι
(paralegomenoi)
langs de kust varend
αὐτὴν
(auten)
die
ἤλθομεν
(elthomen)
kwamen wij
εἰς
(eis)
naar
τόπον
(topon)
plaats
τινὰ
(tina)
een
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemd
Καλοὺς
(Kalous)
Goede
Λιμένας
(Limenas)
Havens
ᾧ
(ho)
bij welke
ἐγγὺς
(engys)
dichtbij
ἦν
(en)
was
πόλις
(polis)
stad
Λασαία
(Lasaia)
Lasea
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Goede Havens (ligging ongeveer): Goede Havens (Kaloi Limenes) is een baai aan de zuidkust van Kreta.

Het schip van Paulus legde hier aan, maar de haven was niet geschikt om te overwinteren.

Zie Lasea (ligging onzeker): Lasea lag aan de zuidkust van Kreta, in de buurt van Goede Havens.

De ligging is niet zeker.

Paulus waarschuwt voor de vaart

9Er was veel tijd verstreken en de vaart was al gevaarlijk, omdat ook het vasten al voorbij was. Paulus waarschuwde.
Ἱκανοῦ
(Hikanou)
aanzienlijke
δὲ
(de)
nu
χρόνου
(chronou)
tijd
διαγενομένου
(diagenomenou)
verstreken
καὶ
(kai)
en
ὄντος
(ontos)
zijnde
ἤδη
(ede)
al
ἐπισφαλοῦς
(episphalous)
gevaarlijk
τοῦ
(tou)
de
πλοὸς
(ploos)
vaart
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
καὶ
(kai)
ook
τὴν
(ten)
het
νηστείαν
(nesteian)
vasten
ἤδη
(ede)
al
παρεληλυθέναι
(parelelythenai)
voorbij was
παρῄνει
(parenei)
waarschuwde
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
Bron: SBLGNT
Uitleg

νηστεία (nesteia), ‘het vasten’: waarschijnlijk de Verzoendag, op de tiende dag van de zevende maand (Lev. 16:29–31; 23:27–32).

Dat is omstreeks september of oktober.

10Hij zei tegen hen: „Mannen, ik zie dat de vaart zal verlopen met geweld en veel schade. Niet alleen voor de lading en het schip, maar ook voor onze levens.”
λέγων
(legon)
zeggend
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
θεωρῶ
(theoro)
ik zie
ὅτι
(hoti)
dat
μετὰ
(meta)
met
ὕβρεως
(hybreos)
geweld
καὶ
(kai)
en
πολλῆς
(polles)
veel
ζημίας
(zemias)
schade
οὐ
(ou)
niet
μόνον
(monon)
alleen
τοῦ
(tou)
van de
φορτίου
(phortiou)
lading
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
πλοίου
(ploiou)
schip
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τῶν
(ton)
van de
ψυχῶν
(psychon)
levens
ἡμῶν
(hemon)
onze
μέλλειν
(mellein)
gaat
ἔσεσθαι
(esesthai)
te zijn
τὸν
(ton)
de
πλοῦν
(ploun)
vaart
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὕβρις (hybris), letterlijk ‘overmoed, geweld’: hier het geweld van de storm. ζημία (zemia), ‘schade’. ψυχή (psyche), letterlijk ‘ziel’: hier ‘leven’ (ook in vers 22).

Zie ookHand 27:22
11Maar de hoofdman luisterde meer naar de stuurman en de scheepseigenaar dan naar wat Paulus zei.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἑκατοντάρχης
(hekatontarches)
hoofdman
τῷ
(to)
aan de
κυβερνήτῃ
(kybernete)
stuurman
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan de
ναυκλήρῳ
(nauklero)
scheepseigenaar
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἐπείθετο
(epeitheto)
luisterde
ἢ
(e)
dan
τοῖς
(tois)
aan wat
ὑπὸ
(hypo)
door
Παύλου
(Paulou)
Paulus
λεγομένοις
(legomenois)
gezegd werd
Bron: SBLGNT
Uitleg

κυβερνήτης (kybernetes), ‘stuurman’. ναύκληρος (nauklēros), ‘scheepseigenaar’; het kan ook de kapitein zijn.

12Omdat de haven niet geschikt was om te overwinteren, besloot de meerderheid vandaar weer in zee te steken. Zij hoopten Fenix te bereiken en daar te overwinteren, een haven van Kreta die uitkijkt op het zuidwesten en het noordwesten.
ἀνευθέτου
(aneuthetou)
ongeschikt
δὲ
(de)
nu
τοῦ
(tou)
de
λιμένος
(limenos)
haven
ὑπάρχοντος
(hyparchontos)
zijnde
πρὸς
(pros)
voor
παραχειμασίαν
(paracheimasian)
overwintering
οἱ
(hoi)
de
πλείονες
(pleiones)
meesten
ἔθεντο
(ethento)
namen
βουλὴν
(boulen)
besluit
ἀναχθῆναι
(anachthenai)
in zee te steken
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
vandaar
εἴ
(ei)
of
πως
(pos)
misschien
δύναιντο
(dynainto)
zij konden
καταντήσαντες
(katantesantes)
aangekomen
εἰς
(eis)
in
Φοίνικα
(Phoinika)
Fenix
παραχειμάσαι
(paracheimasai)
te overwinteren
λιμένα
(limena)
haven
τῆς
(tes)
van
Κρήτης
(Kretes)
Kreta
βλέποντα
(bleponta)
uitkijkend
κατὰ
(kata)
op
λίβα
(liba)
zuidwestenwind
καὶ
(kai)
en
κατὰ
(kata)
op
χῶρον
(choron)
noordwestenwind
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Fenix (ligging ongeveer): Fenix was een haven aan de zuidwestkust van Kreta, volgens de tekst met een opening naar het zuidwesten en het noordwesten.

Het wordt meestal gezocht bij het huidige Loutro.

Zie Kreta: Kreta is het grote eiland ten zuiden van de Egeïsche Zee, ongeveer 250 km lang.

Paulus voer er langs op weg naar Rome (Handelingen 27).

Uitleg

Φοῖνιξ (Foinix), ‘Fenix’: een haven op de zuidkant van Kreta. λίψ (lips) is de zuidwestenwind en χῶρος (choros) de noordwestenwind.

Het Grieks kan betekenen dat de haven naar het zuidwesten en noordwesten ligt, of dat zij uitkijkt in de richting waarheen die winden waaien (dus naar het noordoosten en zuidoosten).

De ligging is onzeker.

De storm

13Toen er een zachte zuidenwind opstak, meenden zij hun plan in handen te hebben. Zij braken op en voeren dicht langs de kust van Kreta.
Ὑποπνεύσαντος
(Hypopneusantos)
zacht waaiend
δὲ
(de)
nu
νότου
(notou)
zuidenwind
δόξαντες
(doxantes)
menend
τῆς
(tes)
van het
προθέσεως
(protheseos)
plan
κεκρατηκέναι
(kekratekenai)
meester te zijn
ἄραντες
(arantes)
opgebroken
ἆσσον
(asson)
dichterbij
παρελέγοντο
(parelegonto)
voerden langs de kust
τὴν
(ten)
de
Κρήτην
(Kreten)
Kreta
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kreta: Kreta is het grote eiland ten zuiden van de Egeïsche Zee, ongeveer 250 km lang.

Paulus voer er langs op weg naar Rome (Handelingen 27).

14Maar niet lang daarna wierp een stormachtige wind zich op het eiland, de wind die Euraquilo genoemd wordt.
μετ’
(met’)
na
οὐ
(ou)
niet
πολὺ
(poly)
veel
δὲ
(de)
nu
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp zich
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτῆς
(autes)
het
ἄνεμος
(anemos)
wind
τυφωνικὸς
(typhonikos)
stormachtige
ὁ
(ho)
die
καλούμενος
(kaloumenos)
genoemd wordt
Εὐρακύλων
(Eurakylon)
Euraquilo
Bron: SBLGNT
Uitleg

Εὐρακύλων (Eurakylon), ‘Euraquilo’: de naam van een stormwind, waarschijnlijk een noordoostenwind. κατ’ αὐτῆς (kat autes), letterlijk ‘tegen haar’: tegen Kreta (het Griekse woord Κρήτη is vrouwelijk).

15Het schip werd meegesleurd en kon niet tegen de wind in. Wij gaven het op en lieten ons voortdrijven.
συναρπασθέντος
(synarpasthentos)
meegesleurd
δὲ
(de)
nu
τοῦ
(tou)
het
πλοίου
(ploiou)
schip
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
δυναμένου
(dynamenou)
kunnend
ἀντοφθαλμεῖν
(antophthalmein)
tegen te zijn
τῷ
(to)
aan de
ἀνέμῳ
(anemo)
wind
ἐπιδόντες
(epidontes)
opgevend
ἐφερόμεθα
(epherometha)
werden wij voortgedreven
Bron: SBLGNT
16Wij kwamen in de luwte van een eilandje, Kauda genaamd, en konden met moeite de sloep in onze macht krijgen.
νησίον
(nesion)
eilandje
δέ
(de)
nu
τι
(ti)
een
ὑποδραμόντες
(hypodramontes)
onderdoor gevaren
καλούμενον
(kaloumenon)
genoemd
Καῦδα
(Kauda)
Kauda
ἰσχύσαμεν
(ischysamen)
konden wij
μόλις
(molis)
met moeite
περικρατεῖς
(perikrateis)
meester
γενέσθαι
(genesthai)
worden
τῆς
(tes)
van de
σκάφης
(skaphes)
sloep
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kauda (Gavdos): Kauda (nu Gavdos) is een klein eiland ten zuiden van Kreta.

Uitleg

σκάφη (skafe), ‘sloep’: het kleine bootje dat achter het schip aan werd getrokken.

17Zij haalden die binnenboord en gebruikten hulpmiddelen om het schip te omgorden. Uit angst dat zij op de Syrtis zouden stranden, lieten zij de uitrusting zakken en lieten zich zo voortdrijven.
ἣν
(hen)
die
ἄραντες
(arantes)
opgehesen
βοηθείαις
(boetheiais)
hulpmiddelen
ἐχρῶντο
(echronto)
gebruikten zij
ὑποζωννύντες
(hypozonnyntes)
omgordend
τὸ
(to)
het
πλοῖον
(ploion)
schip
φοβούμενοί
(phoboumenoi)
bevreesd
τε
(te)
en
μὴ
(me)
dat niet
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
Σύρτιν
(Syrtin)
Syrtis
ἐκπέσωσιν
(ekpesosin)
zouden stranden
χαλάσαντες
(chalasantes)
laten zakkend
τὸ
(to)
de
σκεῦος
(skeuos)
uitrusting
οὕτως
(houtos)
zo
ἐφέροντο
(epheronto)
werden zij voortgedreven
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Syrtis (ligging ongeveer): De Syrtis (nu de Golf van Sidra) is een grote, ondiepe golf aan de kust van Libië, gevreesd bij zeelieden vanwege zandbanken.

Uitleg

ὑποζωννύντες (hypozonnyntes), ‘omgorden’: touwen of kabels onder het schip doorhalen om het bijeen te houden. σκεῦος (skeuos), ‘uitrusting’: wat precies bedoeld is (een zeil, een drijfanker of ander tuig) is onzeker. Σύρτις (Syrtis): zandbanken voor de kust van Libië, waar zeelieden bang voor waren.

18Omdat wij hevig door de storm geteisterd werden, gooiden zij de volgende dag lading overboord.
σφοδρῶς
(sphodros)
hevig
δὲ
(de)
nu
χειμαζομένων
(cheimazomenon)
door storm geteisterd
ἡμῶν
(hemon)
ons
τῇ
(te)
op de
ἑξῆς
(hexes)
volgende dag
ἐκβολὴν
(ekbolen)
uitwerping
ἐποιοῦντο
(epoiounto)
maakten zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκβολή (ekbole), letterlijk ‘uitwerping’: het overboord gooien van lading.

Het Grieks noemt de lading niet; wij vullen die aan.

19Op de derde dag wierpen zij met eigen handen het tuig van het schip weg.
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
op de
τρίτῃ
(trite)
derde
αὐτόχειρες
(autocheires)
met eigen handen
τὴν
(ten)
het
σκευὴν
(skeuen)
tuig
τοῦ
(tou)
van het
πλοίου
(ploiou)
schip
ἔρριψαν
(erripsan)
wierpen zij weg
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκευή (skeue), ‘tuig’: het scheepstuig.

Het is een ander woord dan σκεῦος (skeuos) in vers 17.

Zie ookHand 27:17
20Meerdere dagen lang waren noch de zon noch de sterren te zien, en een zware storm bleef op ons drukken. Ten slotte werd alle hoop dat wij gered zouden worden, weggenomen.
μήτε
(mete)
noch
δὲ
(de)
nu
ἡλίου
(heliou)
zon
μήτε
(mete)
noch
ἄστρων
(astron)
sterren
ἐπιφαινόντων
(epiphainonton)
verschijnend
ἐπὶ
(epi)
gedurende
πλείονας
(pleionas)
meer
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
χειμῶνός
(cheimonos)
storm
τε
(te)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ὀλίγου
(oligou)
gering
ἐπικειμένου
(epikeimenou)
drukkend
λοιπὸν
(loipon)
ten slotte
περιῃρεῖτο
(periereito)
werd weggenomen
ἐλπὶς
(elpis)
hoop
πᾶσα
(pasa)
alle
τοῦ
(tou)
om
σῴζεσθαι
(sozesthai)
gered te worden
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT

Paulus spreekt de opvarenden moed in

21Er was al lange tijd niet gegeten. Toen ging Paulus in hun midden staan en zei: „Mannen, jullie hadden naar mij moeten luisteren en niet uit Kreta moeten vertrekken. Dan was dit geweld en deze schade jullie bespaard gebleven.
Πολλῆς
(Polles)
veel
τε
(te)
en
ἀσιτίας
(asitias)
onthouding van voedsel
ὑπαρχούσης
(hyparchouses)
zijnde
τότε
(tote)
toen
σταθεὶς
(statheis)
gaan staan
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
αὐτῶν
(auton)
van hen
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἔδει
(Edei)
het was nodig
μέν
(men)
wel
ὦ
(o)
o
ἄνδρες
(andres)
mannen
πειθαρχήσαντάς
(peitharchesantas)
luisterend
μοι
(moi)
naar mij
μὴ
(me)
niet
ἀνάγεσθαι
(anagesthai)
in zee te steken
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
Κρήτης
(Kretes)
Kreta
κερδῆσαί
(kerdesai)
te besparen
τε
(te)
en
τὴν
(ten)
het
ὕβριν
(hybrin)
geweld
ταύτην
(tauten)
dit
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
ζημίαν
(zemian)
schade
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kreta: Kreta is het grote eiland ten zuiden van de Egeïsche Zee, ongeveer 250 km lang.

Paulus voer er langs op weg naar Rome (Handelingen 27).

Uitleg

κερδῆσαι (kerdesai), letterlijk ‘winnen’: hier ‘bespaard blijven’.

22Maar nu raad ik jullie aan goede moed te houden. Want geen enkel leven van jullie zal verloren gaan, alleen het schip.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
νῦν
(nyn)
nu
παραινῶ
(paraino)
raad ik aan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εὐθυμεῖν
(euthymein)
goede moed te hebben
ἀποβολὴ
(apobole)
verlies
γὰρ
(gar)
want
ψυχῆς
(psyches)
van leven
οὐδεμία
(oudemia)
geen enkel
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πλὴν
(plen)
behalve
τοῦ
(tou)
van het
πλοίου
(ploiou)
schip
Bron: SBLGNT
23Want vannacht stond er een engel bij mij van Elohim, aan wie ik toebehoor en die ik dien.
παρέστη
(pareste)
stond bij
γάρ
(gar)
want
μοι
(moi)
mij
ταύτῃ
(taute)
deze
τῇ
(te)
de
νυκτὶ
(nykti)
nacht
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὗ
(hou)
van wie
εἰμι
(eimi)
ben ik
ᾧ
(ho)
wie
καὶ
(kai)
ook
λατρεύω
(latreuo)
dien ik
ἄγγελος
(angelos)
engel
Bron: SBLGNT
24De engel zei: ‘Wees niet bang, Paulus. Je moet voor de keizer staan. En zie, Elohim heeft jou allen geschonken die met je meevaren.’
λέγων
(legon)
zeggend
Μὴ
(Me)
niet
φοβοῦ
(phobou)
wees bang
Παῦλε
(Paule)
Paulus
Καίσαρί
(Kaisari)
voor de keizer
σε
(se)
je
δεῖ
(dei)
het is nodig
παραστῆναι
(parastenai)
te staan
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
κεχάρισταί
(kecharistai)
heeft geschonken
σοι
(soi)
aan je
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
πλέοντας
(pleontas)
varen
μετὰ
(meta)
met
σοῦ
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft hier alleen ‘zeggend’ (λέγων, legon); voor de duidelijkheid schrijven wij ‘De engel zei’.

De woorden van een engel staan zwart.

Vergelijk Hand. 23:11, waar de Heer zelf Paulus bemoedigt.

κεχάρισταί (kecharistai), ‘geschonken’: van χαρίζομαι (charizomai), verwant aan χάρις (charis), ‘gunst’ (zie ook Hand. 25:11). Elohim schenkt Paulus het leven van allen die meevaren.

25Houd daarom goede moed, mannen, want ik geloof Elohim dat het zal gaan zoals tegen mij gezegd is.
διὸ
(dio)
daarom
εὐθυμεῖτε
(euthymeite)
houd goede moed
ἄνδρες
(andres)
mannen
πιστεύω
(pisteuo)
ik geloof
γὰρ
(gar)
want
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
οὕτως
(houtos)
zo
ἔσται
(estai)
het zal zijn
καθ’
(kath’)
op
ὃν
(hon)
welke
τρόπον
(tropon)
manier
λελάληταί
(lelaletai)
gezegd is
μοι
(moi)
aan mij
Bron: SBLGNT
26Wij moeten stranden op een eiland.”
εἰς
(eis)
op
νῆσον
(neson)
eiland
δέ
(de)
maar
τινα
(tina)
een
δεῖ
(dei)
het is nodig
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐκπεσεῖν
(ekpesein)
te stranden
Bron: SBLGNT

De veertiende nacht

27Het was de veertiende nacht en wij dreven over de Adria. Rond middernacht vermoedden de zeelieden dat zij een of ander land naderden.
Ὡς
(Hos)
toen
δὲ
(de)
nu
τεσσαρεσκαιδεκάτη
(tessareskaidekate)
veertiende
νὺξ
(nyx)
nacht
ἐγένετο
(egeneto)
was gekomen
διαφερομένων
(diapheromenon)
ronddrijvend
ἡμῶν
(hemon)
wij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἀδρίᾳ
(Adria)
Adria
κατὰ
(kata)
omstreeks
μέσον
(meson)
midden
τῆς
(tes)
van de
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
ὑπενόουν
(hypenooun)
vermoedden
οἱ
(hoi)
de
ναῦται
(nautai)
zeelieden
προσάγειν
(prosagein)
te naderen
τινὰ
(tina)
enig
αὐτοῖς
(autois)
hun
χώραν
(choran)
land
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Adria (ligging ongeveer): Met de Adria bedoelt de tekst hier het open water tussen Griekenland, Italië, Malta en Kreta, dus niet alleen de huidige Adriatische Zee.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

Ἀδρίας (Adrias), ‘Adria’: in die tijd de naam van een groter zeegebied dan de huidige Adriatische Zee.

Waar het schip precies dreef, is niet vast te stellen.

28Zij peilden de diepte en vonden 20 vadem. Een eindje verder peilden zij opnieuw en vonden 15 vadem.
καὶ
(kai)
en
βολίσαντες
(bolisantes)
gepeild hebbend
εὗρον
(heuron)
vonden zij
ὀργυιὰς
(orguias)
vadem
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
βραχὺ
(brachy)
een eindje
δὲ
(de)
nu
διαστήσαντες
(diastesantes)
verder gegaan
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
opnieuw
βολίσαντες
(bolisantes)
gepeild hebbend
εὗρον
(heuron)
vonden zij
ὀργυιὰς
(orguias)
vadem
δεκαπέντε
(dekapente)
vijftien
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀργυιά (orguia), ‘vadem’: de afstand tussen de uitgestrekte armen, ongeveer 1,8 meter. 20 vadem is dus ongeveer 37 meter, 15 vadem ongeveer 28 meter.

29Uit angst dat wij ergens op rotsachtige plaatsen zouden stranden, wierpen zij vier ankers uit het achterschip en baden dat het dag zou worden.
φοβούμενοί
(phoboumenoi)
bevreesd
τε
(te)
en
μή
(me)
dat niet
που
(pou)
ergens
κατὰ
(kata)
op
τραχεῖς
(tracheis)
ruwe
τόπους
(topous)
plaatsen
ἐκπέσωμεν
(ekpesomen)
wij zouden stranden
ἐκ
(ek)
vanaf
πρύμνης
(prymnes)
het achterschip
ῥίψαντες
(rhipsantes)
werpend
ἀγκύρας
(ankyras)
ankers
τέσσαρας
(tessaras)
vier
ηὔχοντο
(eychonto)
baden zij
ἡμέραν
(hemeran)
dag
γενέσθαι
(genesthai)
te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

τραχεῖς (tracheis), letterlijk ‘ruw’: wij vertalen ‘rotsachtig’.

30De zeelieden probeerden uit het schip te vluchten. Zij lieten de sloep in de zee zakken, onder het voorwendsel dat zij ankers vanaf het voorschip wilden uitwerpen.
τῶν
(ton)
de
δὲ
(de)
nu
ναυτῶν
(nauton)
zeelieden
ζητούντων
(zetounton)
zoekend
φυγεῖν
(phygein)
te vluchten
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
πλοίου
(ploiou)
schip
καὶ
(kai)
en
χαλασάντων
(chalasanton)
neerlatend
τὴν
(ten)
de
σκάφην
(skaphen)
sloep
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
προφάσει
(prophasei)
onder voorwendsel
ὡς
(hos)
alsof
ἐκ
(ek)
vanaf
πρῴρης
(prores)
het voorschip
ἀγκύρας
(ankyras)
ankers
μελλόντων
(mellonton)
zij van plan waren
ἐκτείνειν
(ekteinein)
uit te werpen
Bron: SBLGNT
31Paulus zei tegen de hoofdman en de soldaten: „Als deze mannen niet in het schip blijven, kunnen jullie niet gered worden.”
εἶπεν
(eipen)
zei
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
τῷ
(to)
aan de
ἑκατοντάρχῃ
(hekatontarche)
hoofdman
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
στρατιώταις
(stratiotais)
soldaten
Ἐὰν
(Ean)
als
μὴ
(me)
niet
οὗτοι
(houtoi)
deze
μείνωσιν
(meinosin)
blijven
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
πλοίῳ
(ploio)
schip
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
σωθῆναι
(sothenai)
gered te worden
οὐ
(ou)
niet
δύνασθε
(dynasthe)
kunnen
Bron: SBLGNT
32Toen sneden de soldaten de touwen van de sloep door en lieten haar vallen.
τότε
(tote)
toen
ἀπέκοψαν
(apekopsan)
hieuwen af
οἱ
(hoi)
de
στρατιῶται
(stratiotai)
soldaten
τὰ
(ta)
de
σχοινία
(schoinia)
touwen
τῆς
(tes)
van de
σκάφης
(skaphes)
sloep
καὶ
(kai)
en
εἴασαν
(eiasan)
lieten
αὐτὴν
(auten)
haar
ἐκπεσεῖν
(ekpesein)
vallen
Bron: SBLGNT

Paulus zet allen aan tot eten

33Tot het dag zou worden, vroeg Paulus allen dringend iets te eten. Hij zei: „Vandaag is het de veertiende dag dat jullie afwachtend zonder eten blijven. Jullie hebben niets tot je genomen.
Ἄχρι
(Achri)
tot
δὲ
(de)
nu
οὗ
(hou)
wanneer
ἡμέρα
(hemera)
dag
ἤμελλεν
(emellen)
op het punt stond
γίνεσθαι
(ginesthai)
te worden
παρεκάλει
(parekalei)
vroeg dringend
ὁ
(ho)
de
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἅπαντας
(hapantas)
allen
μεταλαβεῖν
(metalabein)
deel te nemen
τροφῆς
(trophes)
aan voedsel
λέγων
(legon)
zeggend
Τεσσαρεσκαιδεκάτην
(Tessareskaidekaten)
veertiende
σήμερον
(semeron)
vandaag
ἡμέραν
(hemeran)
dag
προσδοκῶντες
(prosdokontes)
afwachtend
ἄσιτοι
(asitoi)
zonder eten
διατελεῖτε
(diateleite)
blijven jullie
μηθὲν
(methen)
niets
προσλαβόμενοι
(proslabomenoi)
genomen hebbend
Bron: SBLGNT
34Daarom vraag ik jullie dringend iets te eten, want dit dient tot jullie redding. Van niemand van jullie zal een haar van het hoofd verloren gaan.”
διὸ
(dio)
daarom
παρακαλῶ
(parakalo)
vraag ik dringend
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
μεταλαβεῖν
(metalabein)
deel te nemen
τροφῆς
(trophes)
aan voedsel
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
πρὸς
(pros)
tot
τῆς
(tes)
van de
ὑμετέρας
(hymeteras)
jullie
σωτηρίας
(soterias)
redding
ὑπάρχει
(hyparchei)
is
οὐδενὸς
(oudenos)
van niemand
γὰρ
(gar)
want
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
θρὶξ
(thrix)
haar
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
het
κεφαλῆς
(kephales)
hoofd
ἀπολεῖται
(apoleitai)
zal verloren gaan
Bron: SBLGNT
35Nadat hij dit gezegd had, nam hij brood, dankte Elohim voor aller ogen, brak het en begon te eten.
εἴπας
(eipas)
gezegd hebbend
δὲ
(de)
nu
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
καὶ
(kai)
en
λαβὼν
(labon)
nemend
ἄρτον
(arton)
brood
εὐχαρίστησεν
(eucharistesen)
dankte
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐνώπιον
(enopion)
voor de ogen
πάντων
(panton)
van allen
καὶ
(kai)
en
κλάσας
(klasas)
brekend
ἤρξατο
(erxato)
begon hij
ἐσθίειν
(esthiein)
te eten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dezelfde handelingen (brood nemen, danken of de zegen uitspreken, breken) staan in Luc. 22:19 en 24:30.

36Allen kregen weer moed en namen zelf ook voedsel.
εὔθυμοι
(euthymoi)
vol moed
δὲ
(de)
nu
γενόμενοι
(genomenoi)
geworden
πάντες
(pantes)
allen
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
προσελάβοντο
(proselabonto)
namen
τροφῆς
(trophes)
voedsel
Bron: SBLGNT
37In het schip waren wij met zijn allen 276 personen.
ἤμεθα
(emetha)
waren
δὲ
(de)
nu
αἱ
(hai)
de
πᾶσαι
(pasai)
alle
ψυχαὶ
(psychai)
personen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
πλοίῳ
(ploio)
schip
διακόσιαι
(diakosiai)
tweehonderd
ἑβδομήκοντα
(hebdomekonta)
zeventig
ἕξ
(hex)
zes
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), letterlijk ‘ziel’: hier ‘persoon’.

38Toen zij verzadigd waren, maakten zij het schip lichter door het graan in de zee te gooien.
κορεσθέντες
(koresthentes)
verzadigd
δὲ
(de)
nu
τροφῆς
(trophes)
van voedsel
ἐκούφιζον
(ekouphizon)
maakten lichter
τὸ
(to)
het
πλοῖον
(ploion)
schip
ἐκβαλλόμενοι
(ekballomenoi)
werpend
τὸν
(ton)
het
σῖτον
(siton)
graan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
Bron: SBLGNT

Het schip loopt vast

39Toen het dag werd, herkenden zij het land niet. Wel zagen zij een baai met een strand. Daarop overlegden zij of zij het schip aan land konden zetten.
Ὅτε
(Hote)
toen
δὲ
(de)
nu
ἡμέρα
(hemera)
dag
ἐγένετο
(egeneto)
werd
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπεγίνωσκον
(epeginoskon)
herkenden zij
κόλπον
(kolpon)
baai
δέ
(de)
maar
τινα
(tina)
een
κατενόουν
(katenooun)
zagen zij
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
αἰγιαλὸν
(aigialon)
strand
εἰς
(eis)
op
ὃν
(hon)
welke
ἐβουλεύοντο
(ebouleuonto)
overlegden zij
εἰ
(ei)
of
δύναιντο
(dynainto)
zij konden
ἐξῶσαι
(exosai)
te drijven
τὸ
(to)
het
πλοῖον
(ploion)
schip
Bron: SBLGNT
40Zij maakten de ankers los en lieten ze in de zee. Tegelijk maakten zij de bindtouwen van de roeren los. Zij hesen het zeil voor de wind en hielden koers naar het strand.
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ἀγκύρας
(ankyras)
ankers
περιελόντες
(perielontes)
losgemaakt
εἴων
(eion)
lieten zij
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
ἅμα
(hama)
tegelijk
ἀνέντες
(anentes)
losgelaten hebbend
τὰς
(tas)
de
ζευκτηρίας
(zeukterias)
bindtouwen
τῶν
(ton)
van de
πηδαλίων
(pedalion)
roeren
καὶ
(kai)
en
ἐπάραντες
(eparantes)
gehesen hebbend
τὸν
(ton)
het
ἀρτέμωνα
(artemona)
zeil
τῇ
(te)
voor de
πνεούσῃ
(pneouse)
waaiende wind
κατεῖχον
(kateichon)
hielden zij koers
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
het
αἰγιαλόν
(aigialon)
strand
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρτέμων (artemon): een klein zeil, waarschijnlijk aan de voorkant van het schip; zeker is dat niet. πηδάλιον (pedalion), ‘roer’: schepen hadden grote stuurriemen, die tijdens het voor anker liggen waren opgebonden (de bindtouwen).

41Zij kwamen op een plek waar twee zeeën samenkwamen en liepen met het schip aan de grond. Het voorschip zat vast en bleef onbeweeglijk, maar het achterschip begon door de kracht uit elkaar te vallen.
περιπεσόντες
(peripesontes)
terechtgekomen
δὲ
(de)
nu
εἰς
(eis)
op
τόπον
(topon)
een plaats
διθάλασσον
(dithalasson)
tussen twee zeeën
ἐπέκειλαν
(epekeilan)
lieten zij aanlopen
τὴν
(ten)
het
ναῦν
(naun)
schip
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
μὲν
(men)
wel
πρῷρα
(prora)
voorschip
ἐρείσασα
(ereisasa)
vastgelopen
ἔμεινεν
(emeinen)
bleef
ἀσάλευτος
(asaleutos)
onbeweeglijk
ἡ
(he)
het
δὲ
(de)
maar
πρύμνα
(prymna)
achterschip
ἐλύετο
(elyeto)
werd losgemaakt
ὑπὸ
(hypo)
door
τῆς
(tes)
de
βίας
(bias)
kracht
Bron: SBLGNT
Uitleg

τόπος διθάλασσος (topos dithalassos), letterlijk ‘plaats met twee zeeën’: waarschijnlijk een zandbank of landtong waar twee zeeën of stromingen samenkomen.

Het plan om de gevangenen te doden

42De soldaten maakten het plan de gevangenen te doden, zodat niemand zou wegzwemmen en ontsnappen.
τῶν
(ton)
van de
δὲ
(de)
nu
στρατιωτῶν
(stratioton)
soldaten
βουλὴ
(boule)
plan
ἐγένετο
(egeneto)
was
ἵνα
(hina)
opdat
τοὺς
(tous)
de
δεσμώτας
(desmotas)
gevangenen
ἀποκτείνωσιν
(apokteinosin)
zij doden
μή
(me)
opdat niet
τις
(tis)
iemand
ἐκκολυμβήσας
(ekkolymbesas)
weggezwommen
διαφύγῃ
(diaphyge)
ontsnapt
Bron: SBLGNT
43Maar de hoofdman wilde Paulus redden en hield hen van hun plan af. Hij beval dat zij die konden zwemmen, als eersten overboord moesten springen en aan land gaan,
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἑκατοντάρχης
(hekatontarches)
hoofdman
βουλόμενος
(boulomenos)
willend
διασῶσαι
(diasosai)
redden
τὸν
(ton)
(de)
Παῦλον
(Paulon)
Paulus
ἐκώλυσεν
(ekolysen)
verhinderde
αὐτοὺς
(autous)
hen
τοῦ
(tou)
in het
βουλήματος
(boulematos)
plan
ἐκέλευσέν
(ekeleusen)
beval
τε
(te)
en
τοὺς
(tous)
degenen
δυναμένους
(dynamenous)
die konden
κολυμβᾶν
(kolymban)
zwemmen
ἀπορίψαντας
(aporipsantas)
overboord gesprongen
πρώτους
(protous)
als eersten
ἐπὶ
(epi)
naar
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
ἐξιέναι
(exienai)
te gaan
Bron: SBLGNT
44en de overigen, sommigen op planken, anderen op stukken van het schip. Zo gebeurde het dat allen gered aan land kwamen.
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
λοιποὺς
(loipous)
overigen
οὓς
(hous)
sommigen
μὲν
(men)
wel
ἐπὶ
(epi)
op
σανίσιν
(sanisin)
planken
οὓς
(hous)
anderen
δὲ
(de)
maar
ἐπί
(epi)
op
τινων
(tinon)
enkele
τῶν
(ton)
dingen
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
πλοίου
(ploiou)
schip
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde het
πάντας
(pantas)
allen
διασωθῆναι
(diasothenai)
gered te worden
ἐπὶ
(epi)
naar
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
Bron: SBLGNT