Elohim Bijbel

Openbaring 3

12345678910111213141516171819202122

De brieven aan de gemeenten in Sardes, Filadelfia en Laodicea

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aan de gemeente in Sardes

1„En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardes: Dit zegt Hij die de 7 geesten van Elohim heeft en de 7 sterren. Ik ken je werken: je hebt de naam dat je leeft, maar je bent dood.
Καὶ
(Kai)
en
τῷ
(to)
aan de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἐν
(en)
in
Σάρδεσιν
(Sardesin)
Sardes
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
γράψον
(grapson)
schrijf
Τάδε
(Tade)
dit
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
Hij die
ἔχων
(echon)
heeft
τὰ
(ta)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
πνεύματα
(pneumata)
geesten
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
ἀστέρας
(asteras)
sterren
Οἶδά
(Oida)
Ik ken
σου
(sou)
je
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ὅτι
(hoti)
dat
ὄνομα
(onoma)
een naam
ἔχεις
(echeis)
je hebt
ὅτι
(hoti)
dat
ζῇς
(zes)
je leeft
καὶ
(kai)
en
νεκρὸς
(nekros)
dood
εἶ
(ei)
je bent
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sardes (ligging ongeveer): Sardes was de oude hoofdstad van Lydië, in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Sart.

Het was een van de zeven gemeenten in Asia.

Uitleg

De aanhef: zie de Uitleg bij 2:1.

‘De 7 geesten van Elohim’: zie 1:4 en 4:5. ὄνομα ἔχεις ὅτι ζῇς (onoma echeis hoti zes), ‘je hebt de naam dat je leeft’: je staat bekend als levend.

2Wees waakzaam en versterk wat overgebleven is en op het punt stond te sterven. Want Ik heb je werken niet volledig gevonden voor Mijn Elohim.
γίνου
(ginou)
wees
γρηγορῶν
(gregoron)
waakzaam
καὶ
(kai)
en
στήρισον
(sterison)
versterk
τὰ
(ta)
wat
λοιπὰ
(loipa)
overgebleven is
ἃ
(ha)
dat
ἔμελλον
(emellon)
op het punt stond
ἀποθανεῖν
(apothanein)
te sterven
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
εὕρηκά
(heureka)
heb Ik gevonden
σου
(sou)
je
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
πεπληρωμένα
(pepleromena)
volledig
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

γρηγορέω (gregoreo), ‘waakzaam zijn’: letterlijk ‘wakker zijn’, zoals in Matt. 24:42. πεπληρωμένα (pepleromena), ‘volledig’: van πληρόω (plerόo), ‘vol maken, vervullen’.

‘Mijn Elohim’: Yeshua spreekt over Elohim als Zijn Elohim, zoals in 3:12 en in Joh. 20:17.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἔμελλον ἀποθανεῖν (‘op het punt stond te sterven’) en τὰ (‘de’).

Wij volgen de SBLGNT.

3Bedenk dus hoe je het ontvangen en gehoord hebt. Bewaar het en bekeer je. Als je niet waakzaam bent, zal Ik komen als een dief, en je zult beslist niet weten op welk uur Ik over je kom.
μνημόνευε
(mnemoneue)
bedenk
οὖν
(oun)
dus
πῶς
(pos)
hoe
εἴληφας
(eilephas)
je hebt ontvangen
καὶ
(kai)
en
ἤκουσας
(ekousas)
gehoord
καὶ
(kai)
en
τήρει
(terei)
bewaar het
καὶ
(kai)
en
μετανόησον
(metanoeson)
bekeer je
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dus
μὴ
(me)
niet
γρηγορήσῃς
(gregoreses)
je waakzaam bent
ἥξω
(hexo)
zal Ik komen
ὡς
(hos)
als
κλέπτης
(kleptes)
een dief
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
γνῷς
(gnos)
je zult weten
ποίαν
(poian)
welk
ὥραν
(horan)
uur
ἥξω
(hexo)
zal Ik komen
ἐπὶ
(epi)
over
σέ
(se)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

τηρέω (tereo), ‘bewaren’.

‘Als een dief’ komen: zie Matt. 24:42–44; Luc. 12:39–40; 1 Tes. 5:2. ἥξω (hexo), ‘Ik zal komen’.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἥξω (‘zal Ik komen’) en γνῷς (‘je zult weten’).

Wij volgen de SBLGNT.

4Toch heb je enkele namen in Sardes die hun kleren niet bezoedeld hebben. Zij zullen met Mij wandelen in wit, want zij zijn het waard.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἔχεις
(echeis)
je hebt
ὀλίγα
(oliga)
enkele
ὀνόματα
(onomata)
namen
ἐν
(en)
in
Σάρδεσιν
(Sardesin)
Sardes
ἃ
(ha)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐμόλυναν
(emolynan)
hebben bezoedeld
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
kleren
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
περιπατήσουσιν
(peripatesousin)
zullen wandelen
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἐν
(en)
in
λευκοῖς
(leukois)
wit
ὅτι
(hoti)
want
ἄξιοί
(axioi)
waard
εἰσιν
(eisin)
zij zijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sardes (ligging ongeveer): Sardes was de oude hoofdstad van Lydië, in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Sart.

Het was een van de zeven gemeenten in Asia.

Uitleg

ὀνόματα (onomata), ‘namen’: hier mensen, zoals in Hand. 1:15.

‘In wit wandelen’: zie ook 3:5, 3:18; 7:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἔχεις ὀλίγα (‘je hebt enkele’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookHand 1:15
5Wie overwint, zal zo in witte kleren gekleed worden. Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek van het leven, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.
ὁ
(ho)
wie
νικῶν
(nikon)
overwint
οὕτως
(houtos)
zo
περιβαλεῖται
(peribaleitai)
zal gekleed worden
ἐν
(en)
in
ἱματίοις
(himatiois)
kleren
λευκοῖς
(leukois)
witte
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
ἐξαλείψω
(exaleipso)
zal Ik uitwissen
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
βίβλου
(biblou)
boek
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
καὶ
(kai)
en
ὁμολογήσω
(homologeso)
zal Ik belijden
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀγγέλων
(angelon)
engelen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

βίβλος τῆς ζωῆς (biblos tes zoes), ‘boek van het leven’: vergelijk Exod. 32:32–33 en Ps. 69:29 (in de Nederlandse telling 69:28).

Zie ook 13:8; 17:8; 20:12, 20:15; 21:27. ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’, zoals in Matt. 10:32 en Luc. 12:8.

Lezing

De SBLGNT markeert bij οὕτως (‘zo’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

6Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
οὖς
(ous)
oren
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
λέγει
(legei)
zegt
ταῖς
(tais)
tegen de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
Bron: SBLGNT

Aan de gemeente in Filadelfia

7„En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Ware, Hij die de sleutel van David heeft, Hij die opent en niemand zal sluiten, en sluit en niemand opent.
Καὶ
(Kai)
en
τῷ
(to)
aan de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἐν
(en)
in
Φιλαδελφείᾳ
(Philadelpheia)
Filadelfia
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
γράψον
(grapson)
schrijf
Τάδε
(Tade)
dit
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
de
ἅγιος
(hagios)
Heilige
ὁ
(ho)
de
ἀληθινός
(alethinos)
Ware
ὁ
(ho)
Hij die
ἔχων
(echon)
heeft
τὴν
(ten)
de
κλεῖν
(klein)
sleutel
Δαυίδ
(Dauid)
van David
ὁ
(ho)
Hij die
ἀνοίγων
(anoigon)
opent
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
κλείσει
(kleisei)
zal sluiten
καὶ
(kai)
en
κλείων
(kleion)
sluit
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἀνοίγει
(anoigei)
opent
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Filadelfia (nu Alaşehir): Filadelfia lag in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Alaşehir.

Het was een van de zeven gemeenten in Asia.

Het is niet de stad Filadelfia in Amerika, en ook niet Rabba (Filadelfia) in Jordanië.

Uitleg

ὁ ἅγιος ὁ ἀληθινός (ho hagios ho alethinos), ‘de Heilige, de Ware’: titels van Yeshua in deze brief; in 6:10 staan dezelfde woorden bij de aanspreking van de Heerser.

‘De sleutel van David’: vergelijk Jes. 22:22, ‘Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen.

Als hij opent, sluit niemand.

Als hij sluit, opent niemand’.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij Δαυίδ (‘van David’), καὶ κλείων (‘en sluit’) en ἀνοίγει (‘opent’).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJes 22:22
8Ik ken je werken (zie, Ik heb voor je een geopende deur gegeven, die niemand kan sluiten): dat je weinig kracht hebt en toch Mijn woord bewaard en Mijn naam niet verloochend hebt.
Οἶδά
(Oida)
Ik ken
σου
(sou)
je
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ἰδοὺ
(idou)
zie
δέδωκα
(dedoka)
heb Ik gegeven
ἐνώπιόν
(enopion)
voor
σου
(sou)
je
θύραν
(thyran)
een deur
ἠνεῳγμένην
(eneogmenen)
geopende
ἣν
(hen)
die
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
δύναται
(dynatai)
kan
κλεῖσαι
(kleisai)
sluiten
αὐτήν
(auten)
haar
ὅτι
(hoti)
dat
μικρὰν
(mikran)
weinig
ἔχεις
(echeis)
je hebt
δύναμιν
(dynamin)
kracht
καὶ
(kai)
en
ἐτήρησάς
(eteresas)
je hebt bewaard
μου
(mou)
Mijn
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἠρνήσω
(erneso)
je hebt verloochend
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

θύρα ἠνεῳγμένη (thyra aneogmene), ‘een geopende deur’: de tekst zegt niet waartoe de deur toegang geeft. δύναμις (dynamis), ‘kracht’.

9Zie, Ik geef uit de synagoge van de Satan hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen. Zie, Ik zal maken dat zij komen en zich neerbuigen voor je voeten, en dat zij erkennen dat Ik jou heb liefgehad.
ἰδοὺ
(idou)
zie
διδῶ
(dido)
geef Ik
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
συναγωγῆς
(synagoges)
synagoge
τοῦ
(tou)
van de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
τῶν
(ton)
hen die
λεγόντων
(legonton)
zeggen
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
Ἰουδαίους
(Ioudaious)
Joden
εἶναι
(einai)
te zijn
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσὶν
(eisin)
zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
ψεύδονται
(pseudontai)
zij liegen
ἰδοὺ
(idou)
zie
ποιήσω
(poieso)
zal Ik maken
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἵνα
(hina)
dat
ἥξουσιν
(hexousin)
zij zullen komen
καὶ
(kai)
en
προσκυνήσουσιν
(proskynesousin)
zich zullen neerbuigen
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τῶν
(ton)
de
ποδῶν
(podon)
voeten
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
γνῶσιν
(gnosin)
zij zullen erkennen
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἠγάπησά
(egapesa)
heb liefgehad
σε
(se)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie de Uitleg bij 2:9 over ‘die zeggen dat zij Joden zijn’. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’; vergelijk Jes. 45:14; 49:23; 60:14, waar volken zich buigen voor Israël.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij διδῶ (‘geef Ik’), ἥξουσιν καὶ προσκυνήσουσιν (‘zij zullen komen en zich zullen neerbuigen’) en ἐγὼ (‘Ik’).

Wij volgen de SBLGNT.

10Omdat je het woord van Mijn volharding bewaard hebt, zal ook Ik jou bewaren uit het uur van de beproeving dat over heel de bewoonde wereld gaat komen, om hen die op de aarde wonen op de proef te stellen.
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐτήρησας
(eteresas)
je hebt bewaard
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τῆς
(tes)
van de
ὑπομονῆς
(hypomones)
volharding
μου
(mou)
Mijn
κἀγώ
(kago)
ook Ik
σε
(se)
jou
τηρήσω
(tereso)
zal bewaren
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
ὥρας
(horas)
uur
τοῦ
(tou)
van de
πειρασμοῦ
(peirasmou)
beproeving
τῆς
(tes)
die
μελλούσης
(mellouses)
gaat
ἔρχεσθαι
(erchesthai)
komen
ἐπὶ
(epi)
over
τῆς
(tes)
de
οἰκουμένης
(oikoumenes)
bewoonde wereld
ὅλης
(holes)
hele
πειράσαι
(peirasai)
om op de proef te stellen
τοὺς
(tous)
hen
κατοικοῦντας
(katoikountas)
die wonen
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

λόγον τῆς ὑπομονῆς μου (logon tes hypomones mou), ‘het woord van Mijn volharding’: het woord over Mijn volharding of het woord dat volharding vraagt; het Grieks laat beide toe. ἐκ (ek), ‘uit’: wij vertalen letterlijk. πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: ook ‘verzoeking’, zoals in Jak. 1:2. οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’.

‘Zij die op de aarde wonen’ is in dit boek een vaste uitdrukking (ook 6:10; 8:13; 11:10; 13:8, 13:12, 13:14).

Zie ookJak 1:2
11Ik kom spoedig. Houd vast wat je hebt, zodat niemand je kroon neemt.
ἔρχομαι
(erchomai)
kom Ik
ταχύ
(tachy)
spoedig
κράτει
(kratei)
houd vast
ὃ
(ho)
wat
ἔχεις
(echeis)
je hebt
ἵνα
(hina)
opdat
μηδεὶς
(medeis)
niemand
λάβῃ
(labe)
neemt
τὸν
(ton)
de
στέφανόν
(stephanon)
kroon
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
12Wie overwint, hem zal Ik maken tot een pilaar in het heiligdom van Mijn Elohim, en hij zal er beslist niet meer uit gaan. Ik zal op hem de naam van Mijn Elohim schrijven en de naam van de stad van Mijn Elohim, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt van Mijn Elohim, en Mijn nieuwe naam.
ὁ
(ho)
wie
νικῶν
(nikon)
overwint
ποιήσω
(poieso)
zal Ik maken
αὐτὸν
(auton)
hem
στῦλον
(stylon)
tot een pilaar
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ναῷ
(nao)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
ἔξω
(exo)
buiten
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
beslist
ἐξέλθῃ
(exelthe)
zal hij uitgaan
ἔτι
(eti)
meer
καὶ
(kai)
en
γράψω
(grapso)
zal Ik schrijven
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτὸν
(auton)
hem
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
τῆς
(tes)
van de
πόλεως
(poleos)
stad
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μου
(mou)
Mijn
τῆς
(tes)
het
καινῆς
(kaines)
nieuwe
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
ἡ
(he)
die
καταβαίνουσα
(katabainousa)
neerdaalt
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
τὸ
(to)
de
καινόν
(kainon)
nieuwe
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda; de berg Sion wordt van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Let op: in Hebreeën 12:22 en Openbaring 3:12 en 21 gaat het om het hemelse of nieuwe Jeruzalem; het kaartpunt is het aardse Jeruzalem.

Uitleg

ναός (naos), ‘heiligdom’. στῦλος (stylos), ‘pilaar’.

‘Het nieuwe Jeruzalem’: zie 21:2.

De naam van Elohim, van de stad en Yeshua’s nieuwe naam worden op de overwinnaar geschreven; vergelijk 14:1 en 22:4.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καταβαίνουσα (‘neerdaalt’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
οὖς
(ous)
oren
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
λέγει
(legei)
zegt
ταῖς
(tais)
tegen de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
Bron: SBLGNT

Aan de gemeente in Laodicea

14„En schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen, de trouwe en ware getuige, het begin van de schepping van Elohim.
Καὶ
(Kai)
en
τῷ
(to)
aan de
ἀγγέλῳ
(angelo)
engel
τῆς
(tes)
van de
ἐν
(en)
in
Λαοδικείᾳ
(Laodikeia)
Laodicea
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
γράψον
(grapson)
schrijf
Τάδε
(Tade)
dit
λέγει
(legei)
zegt
ὁ
(ho)
de
Ἀμήν
(Amen)
Amen
ὁ
(ho)
de
μάρτυς
(martys)
getuige
ὁ
(ho)
de
πιστὸς
(pistos)
trouwe
καὶ
(kai)
en
ἀληθινός
(alethinos)
ware
ἡ
(he)
het
ἀρχὴ
(arche)
begin
τῆς
(tes)
van de
κτίσεως
(ktiseos)
schepping
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Laodicea (ligging ongeveer): Laodicea lag in de vallei van de Lycus in het westen van het huidige Turkije, bij het huidige Denizli.

Het was een rijke handelsstad.

De ligging is bij benadering.

Uitleg

ὁ Ἀμήν (ho Amen): Hebreeuws אָמֵן, ‘waarlijk, betrouwbaar’.

Vergelijk Jes. 65:16, ‘de Elohim van de waarheid’ (Hebreeuws Elohim van de Amen). μάρτυς (martys), ‘getuige’. ἀρχή (arche), ‘begin’: het kan ook ‘oorsprong’ of ‘heerser’ betekenen; wij houden ‘begin’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καὶ (‘en’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJes 65:16
15Ik ken je werken: je bent niet koud en niet heet. Was je maar koud of heet!
Οἶδά
(Oida)
Ik ken
σου
(sou)
je
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
ὅτι
(hoti)
dat
οὔτε
(oute)
noch
ψυχρὸς
(psychros)
koud
εἶ
(ei)
je bent
οὔτε
(oute)
noch
ζεστός
(zestos)
heet
ὄφελον
(ophelon)
was maar
ψυχρὸς
(psychros)
koud
ἦς
(es)
je was
ἢ
(e)
of
ζεστός
(zestos)
heet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὄφελον (ophelon), ‘was je maar’: een wens.

Het Grieks geeft niet aan waarvoor ‘koud’ en ‘heet’ staan.

16Zo, omdat je lauw bent en niet heet en niet koud, sta Ik op het punt je uit Mijn mond uit te spuwen.
οὕτως
(houtos)
zo
ὅτι
(hoti)
omdat
χλιαρὸς
(chliaros)
lauw
εἶ
(ei)
je bent
καὶ
(kai)
en
οὔτε
(oute)
noch
ζεστὸς
(zestos)
heet
οὔτε
(oute)
noch
ψυχρός
(psychros)
koud
μέλλω
(mello)
sta Ik op het punt
σε
(se)
je
ἐμέσαι
(emesai)
uit te spuwen
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματός
(stomatos)
mond
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

χλιαρός (chliaros), ‘lauw’. ἐμέσαι (emesai), ‘uitspuwen’: letterlijk ‘braken’. μέλλω (mello), ‘Ik sta op het punt’: Yeshua heeft het nog niet gedaan.

Lezing

De SBLGNT markeert bij οὔτε (‘noch’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

17Want je zegt: ‘Ik ben rijk, ik ben rijk geworden en ik heb niets nodig’, en je weet niet dat jij de ellendige bent, de erbarmelijke, de arme, de blinde en de naakte.
ὅτι
(hoti)
want
λέγεις
(legeis)
je zegt
ὅτι
(hoti)
dat
Πλούσιός
(Plousios)
rijk
εἰμι
(eimi)
ben ik
καὶ
(kai)
en
πεπλούτηκα
(peplouteka)
ben rijk geworden
καὶ
(kai)
en
οὐδὲν
(ouden)
niets
χρείαν
(chreian)
nodig
ἔχω
(echo)
heb ik
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
οἶδας
(oidas)
je weet
ὅτι
(hoti)
dat
σὺ
(sy)
jij
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
ταλαίπωρος
(talaiporos)
ellendige
καὶ
(kai)
en
ἐλεεινὸς
(eleeinos)
erbarmelijke
καὶ
(kai)
en
πτωχὸς
(ptochos)
arme
καὶ
(kai)
en
τυφλὸς
(typhlos)
blinde
καὶ
(kai)
en
γυμνός
(gymnos)
naakte
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταλαίπωρος (talaiporos), ‘ellendig’, ἐλεεινός (eleeinos), ‘erbarmelijk’: de twee woorden staan samen met ‘arm, blind en naakt’.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ὅτι (‘dat’), οὐδὲν (‘niets’) en καὶ (‘en’).

Wij volgen de SBLGNT.

18Ik raad je aan van Mij goud te kopen dat in het vuur gelouterd is, zodat je rijk wordt. Koop ook witte kleren om je mee te kleden, zodat de schande van je naaktheid niet zichtbaar wordt, en oogzalf om je ogen mee te zalven, zodat je ziet.
συμβουλεύω
(symbouleuo)
raad Ik aan
σοι
(soi)
je
ἀγοράσαι
(agorasai)
te kopen
παρ’
(par’)
van
ἐμοῦ
(emou)
Mij
χρυσίον
(chrysion)
goud
πεπυρωμένον
(pepyromenon)
gelouterd
ἐκ
(ek)
in
πυρὸς
(pyros)
vuur
ἵνα
(hina)
opdat
πλουτήσῃς
(plouteses)
je rijk wordt
καὶ
(kai)
en
ἱμάτια
(himatia)
kleren
λευκὰ
(leuka)
witte
ἵνα
(hina)
opdat
περιβάλῃ
(peribale)
je je kleedt
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
φανερωθῇ
(phanerothe)
zichtbaar wordt
ἡ
(he)
de
αἰσχύνη
(aischyne)
schande
τῆς
(tes)
van de
γυμνότητός
(gymnotetos)
naaktheid
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
κολλούριον
(kollourion)
oogzalf
ἐγχρῖσαι
(enchrisai)
om te zalven
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμούς
(ophthalmous)
ogen
σου
(sou)
je
ἵνα
(hina)
opdat
βλέπῃς
(blepes)
je ziet
Bron: SBLGNT
Uitleg

κολλούριον (kollourion), ‘oogzalf’. ἱμάτια λευκά (himatia leuka), ‘witte kleren’: vergelijk 3:4–5.

Goud, kleren en zalf zijn tegenbeelden van rijkdom, naaktheid en blindheid in vers 17.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij παρ’ ἐμοῦ χρυσίον (‘van Mij goud’) en ἐγχρῖσαι (‘om te zalven’).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookOpenb 3:17
19Allen die Ik liefheb, wijs Ik terecht en voed Ik op. Wees dus ijverig en bekeer je.
ἐγὼ
(ego)
Ik
ὅσους
(hosous)
allen die
ἐὰν
(ean)
(ἐάν)
φιλῶ
(philo)
liefheb
ἐλέγχω
(elencho)
wijs Ik terecht
καὶ
(kai)
en
παιδεύω
(paideuo)
voed Ik op
ζήλευε
(zeleue)
wees ijverig
οὖν
(oun)
dus
καὶ
(kai)
en
μετανόησον
(metanoeson)
bekeer je
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιλέω (phileo), ‘liefhebben’, zoals in Joh. 21:15–17 (daar ook ἀγαπάω, ‘liefhebben’). ἐλέγχω (elencho), ‘terechtwijzen’, παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’.

Vergelijk Spr. 3:12 (‘Yahweh wijst terecht wie Hij liefheeft’) en Hebr. 12:6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ζήλευε (‘wees ijverig’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

20Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, dan zal Ik bij hem binnengaan en met hem eten, en hij met Mij.
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἕστηκα
(hesteka)
sta Ik
ἐπὶ
(epi)
aan
τὴν
(ten)
de
θύραν
(thyran)
deur
καὶ
(kai)
en
κρούω
(krouo)
klop Ik
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἀκούσῃ
(akouse)
hoort
τῆς
(tes)
de
φωνῆς
(phones)
stem
μου
(mou)
Mijn
καὶ
(kai)
en
ἀνοίξῃ
(anoixe)
opent
τὴν
(ten)
de
θύραν
(thyran)
deur
καὶ
(kai)
en
εἰσελεύσομαι
(eiseleusomai)
zal Ik binnengaan
πρὸς
(pros)
naar
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
δειπνήσω
(deipneso)
zal Ik eten
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
hij
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

δειπνέω (deipneo), ‘eten’: de avondmaaltijd gebruiken.

Vergelijk Hoogl. 5:2, ‘Een stem!

Mijn geliefde klopt’.

Zie ook Luc. 12:36.

Lezing

De SBLGNT markeert bij καὶ (‘en’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

21Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb en met Mijn Vader ben gaan zitten op Zijn troon.
ὁ
(ho)
wie
νικῶν
(nikon)
overwint
δώσω
(doso)
zal Ik geven
αὐτῷ
(auto)
hem
καθίσαι
(kathisai)
te zitten
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἐν
(en)
op
τῷ
(to)
de
θρόνῳ
(throno)
troon
μου
(mou)
Mijn
ὡς
(hos)
zoals
κἀγὼ
(kago)
ook Ik
ἐνίκησα
(enikesa)
overwon
καὶ
(kai)
en
ἐκάθισα
(ekathisa)
ging zitten
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
ἐν
(en)
op
τῷ
(to)
de
θρόνῳ
(throno)
troon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook 2:26–27.

‘Mijn Vader’ (3:5, 3:21): Yeshua over Elohim.

Er staan twee tronen: ‘Mijn troon’ (van Yeshua) en ‘Zijn troon’ (van de Vader).

Zie ook 5:6; 22:1.

22Wie oren heeft, laat hem horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
ὁ
(ho)
wie
ἔχων
(echon)
heeft
οὖς
(ous)
oren
ἀκουσάτω
(akousato)
laat horen
τί
(ti)
wat
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
λέγει
(legei)
zegt
ταῖς
(tais)
tegen de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
Bron: SBLGNT