Elohim Bijbel

Handelingen 4

12345678910111213141516171819202122232425262728

Petrus en Johannes voor de Raad; het gebed en het delen van de gemeente

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Petrus en Johannes worden gevangengezet

1Terwijl zij tot het volk spraken, kwamen de priesters, de bevelhebber van de tempel en de Sadduceeën bij hen staan.
Λαλούντων
(Lalounton)
sprekend
δὲ
(de)
nu
αὐτῶν
(auton)
zij
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
ἐπέστησαν
(epestesan)
kwamen staan
αὐτοῖς
(autois)
bij hen
οἱ
(hoi)
de
ἱερεῖς
(hiereis)
priesters
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
στρατηγὸς
(strategos)
bevelhebber
τοῦ
(tou)
van de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
Σαδδουκαῖοι
(Saddoukaioi)
Sadduceeën
Bron: SBLGNT
Uitleg

στρατηγὸς τοῦ ἱεροῦ (strategos tou hierou), ‘bevelhebber van de tempel’: het hoofd van de tempelwacht.

In Luc. 22:4 en 22:52 staat het meervoud ‘bevelhebbers’. Σαδδουκαῖοι (Saddoukaioi), ‘Sadduceeën’: zij namen de opstanding niet aan (Luc. 20:27).

Zie ook Luc. 22:4; Luc. 20:27.

2Zij waren hevig verontwaardigd omdat Petrus en Johannes het volk onderwezen en in Yeshua de opstanding uit de doden aankondigden.
διαπονούμενοι
(diaponoumenoi)
verontwaardigd
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
διδάσκειν
(didaskein)
onderwijzen
αὐτοὺς
(autous)
zij
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
καὶ
(kai)
en
καταγγέλλειν
(katangellein)
aankondigen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τὴν
(ten)
de
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
τὴν
(ten)
de
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft alleen ‘zij’ (de priesters en hun gezelschap) en ‘zij onderwezen’.

Wij noemen Petrus en Johannes bij naam, zodat duidelijk is wie verontwaardigd is en wie onderwees. διαπονέω (diaponeo), ‘verontwaardigd zijn’: zich hevig ergeren. καταγγέλλω (katangello), ‘aankondigen’.

De Sadduceeën ergeren zich vooral aan ‘de opstanding uit de doden’.

3Zij sloegen de handen aan hen en zetten hen in bewaring tot de volgende dag, want het was al avond.
καὶ
(kai)
en
ἐπέβαλον
(epebalon)
sloegen
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
καὶ
(kai)
en
ἔθεντο
(ethento)
zetten
εἰς
(eis)
in
τήρησιν
(teresin)
bewaring
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
αὔριον
(aurion)
morgen
ἦν
(en)
was
γὰρ
(gar)
want
ἑσπέρα
(hespera)
avond
ἤδη
(ede)
al
Bron: SBLGNT
Uitleg

τήρησις (teresis), ‘bewaring’: gevangenschap, hechtenis.

Omdat het al avond was, hielden zij hen tot de volgende dag vast.

4Velen van hen die het woord gehoord hadden, geloofden. Het aantal van de mannen werd ongeveer 5000.
πολλοὶ
(polloi)
velen
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
van de
ἀκουσάντων
(akousanton)
gehoord hebbenden
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ἐπίστευσαν
(episteusan)
geloofden
καὶ
(kai)
en
ἐγενήθη
(egenethe)
werd
ὁ
(ho)
het
ἀριθμὸς
(arithmos)
aantal
τῶν
(ton)
van de
ἀνδρῶν
(andron)
mannen
ὡς
(hos)
ongeveer
χιλιάδες
(chiliades)
duizendtallen
πέντε
(pente)
vijf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνήρ (aner), ‘man’: de telling van 5000 geldt de mannen.

Vergelijk Hand. 2:41, waar ongeveer 3000 mensen worden toegevoegd.

Zie ookHand 2:41

Petrus en Johannes voor de Raad

5De volgende dag kwamen hun leiders, oudsten en schriftgeleerden in Jeruzalem bijeen.
Ἐγένετο
(Egeneto)
gebeurde
δὲ
(de)
nu
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
αὔριον
(aurion)
morgen
συναχθῆναι
(synachthenai)
bijeen te komen
αὐτῶν
(auton)
hun
τοὺς
(tous)
de
ἄρχοντας
(archontas)
leiders
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πρεσβυτέρους
(presbyterous)
oudsten
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
ἐν
(en)
in
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

ἄρχοντες (archontes), ‘leiders’; πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘oudsten’: hier de oudsten van het volk in de Raad; γραμματεῖς (grammateis), ‘schriftgeleerden’.

Zie ook Luc. 22:66.

Zie ookLuc 22:66
6Ook Annas, de hogepriester, was er, en Kajafas en Johannes en Alexander en allen die van hogepriesterlijke afkomst waren.
καὶ
(kai)
en
Ἅννας
(Hannas)
Annas
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
καὶ
(kai)
en
Καϊάφας
(Kaiaphas)
Kajafas
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
καὶ
(kai)
en
Ἀλέξανδρος
(Alexandros)
Alexander
καὶ
(kai)
en
ὅσοι
(hosoi)
zovelen
ἦσαν
(esan)
waren
ἐκ
(ek)
uit
γένους
(genous)
geslacht
ἀρχιερατικοῦ
(archieratikou)
hogepriesterlijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

Annas was hogepriester geweest en bleef invloedrijk; zijn schoonzoon Kajafas was de hogepriester van dat jaar (Joh. 18:13).

Het Grieks noemt Annas hier ‘de hogepriester’.

Over Johannes en Alexander weten wij uit de tekst niets. ἐκ γένους ἀρχιερατικοῦ (ek genous archieratikou): uit het geslacht van de hogepriesters.

Zie ook Luc. 3:2; Joh. 18:13.

7Zij zetten hen in het midden en vroegen: „Met welke kracht of in welke naam hebben jullie dit gedaan?”
καὶ
(kai)
en
στήσαντες
(stesantes)
plaatsend
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
μέσῳ
(meso)
midden
ἐπυνθάνοντο
(epynthanonto)
vroegen
Ἐν
(En)
met
ποίᾳ
(poia)
welke
δυνάμει
(dynamei)
kracht
ἢ
(e)
of
ἐν
(en)
in
ποίῳ
(poio)
welke
ὀνόματι
(onomati)
naam
ἐποιήσατε
(epoiesate)
deden
τοῦτο
(touto)
dit
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘In het midden’: de apostelen stonden voor de Raad. δύναμις (dynamis), ‘kracht’; ὄνομα (onoma), ‘naam’.

De Raad vraagt naar gezag: wie heeft dit toegestaan?

Wij spreken de Raad aan met ‘jullie’, zoals tegenover de leiders in de evangeliën.

8Toen zei Petrus, vervuld met de Heilige Geest, tegen hen: „Leiders van het volk en oudsten,
τότε
(tote)
toen
Πέτρος
(Petros)
Petrus
πλησθεὶς
(plestheis)
vervuld
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Ἄρχοντες
(Archontes)
leiders
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
καὶ
(kai)
en
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
oudsten
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Vervuld met de Heilige Geest’: zoals Yeshua beloofd had voor wie voor bestuurders moet staan (Luc. 12:11–12).

Petrus spreekt de Raad aan met ‘jullie’.

Zie ook Luc. 12:11–12; Luc. 21:12–15.

9als wij vandaag ondervraagd worden over een goede daad aan een zieke man, waardoor hij gered is,
εἰ
(ei)
als
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
σήμερον
(semeron)
vandaag
ἀνακρινόμεθα
(anakrinometha)
worden ondervraagd
ἐπὶ
(epi)
over
εὐεργεσίᾳ
(euergesia)
goede daad
ἀνθρώπου
(anthropou)
aan een mens
ἀσθενοῦς
(asthenous)
zieke
ἐν
(en)
in
τίνι
(tini)
wie
οὗτος
(houtos)
deze
σέσωσται
(sesostai)
is gered
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐεργεσία (euergesia), ‘goede daad’: een weldaad. σέσωσται (sesostai), ‘is gered’, van σῴζω (sozo): het werkwoord betekent hier ‘genezen worden’ en ook ‘gered worden’.

In vers 12 staat dezelfde stam in de betekenis ‘redding’; wij vertalen σῴζω overal met ‘redden’.

Zie ookHand 4:12
10dan moet het aan jullie allen en aan heel het volk Israël bekend zijn. In de naam van Yeshua de Messias, de Nazoreeër, staat deze man gezond voor jullie. Jullie hebben Hem gekruisigd, en Elohim heeft Hem uit de doden opgewekt.
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
ἔστω
(esto)
laat zijn
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καὶ
(kai)
en
παντὶ
(panti)
aan heel
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
τοῦ
(tou)
de
Ναζωραίου
(Nazoraiou)
Nazoreeër
ὃν
(hon)
die
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐσταυρώσατε
(estaurosate)
hebben gekruisigd
ὃν
(hon)
die
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἤγειρεν
(egeiren)
wekte op
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
hem
οὗτος
(houtos)
deze
παρέστηκεν
(paresteken)
staat
ἐνώπιον
(enopion)
voor
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὑγιής
(hygies)
gezond
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ναζωραῖος (Nazoraios), ‘Nazoreeër’: zie 2:22. ἐν τούτῳ (en touto), ‘in dit (de naam)’, staat in het Grieks nog eens vlak voor ‘deze man staat gezond’ en verwijst naar de naam.

Omdat de Nederlandse zin dan twee keer hetzelfde zegt, laten wij het in de tekst weg; in de glosses staat het wel. ἐγείρω, ‘opwekken’: zoals in 3:15. ὑγιής (hygies), ‘gezond’.

11Hij is de steen die door jullie, de bouwers, veracht is en die tot hoeksteen geworden is.
οὗτός
(houtos)
deze
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
λίθος
(lithos)
steen
ὁ
(ho)
die
ἐξουθενηθεὶς
(exouthenetheis)
veracht werd
ὑφ’
(hyph’)
door
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τῶν
(ton)
de
οἰκοδόμων
(oikodomon)
bouwers
ὁ
(ho)
die
γενόμενος
(genomenos)
geworden is
εἰς
(eis)
tot
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
γωνίας
(gonias)
van hoek
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit is Ps. 118:22.

Het Hebreeuws heeft ‘verwierpen’ (מָאַס, ma’as); de Griekse tekst heeft ἐξουθενηθείς (exouthenetheis), ‘veracht’. κεφαλὴ γωνίας (kephale gonias) is letterlijk ‘hoofd van de hoek’: de hoeksteen.

Yeshua zelf haalde dit vers aan in Luc. 20:17.

Zie ook Ps. 118:22; Matt. 21:42; Mark. 12:10–11; Luc. 20:17.

12En in niemand anders is de redding. Want er is ook geen andere naam onder de hemel die onder de mensen gegeven is, waardoor wij gered moeten worden.”
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
ἄλλῳ
(allo)
andere
οὐδενὶ
(oudeni)
niemand
ἡ
(he)
de
σωτηρία
(soteria)
redding
οὐδὲ
(oude)
en niet
γὰρ
(gar)
want
ὄνομά
(onoma)
naam
ἐστιν
(estin)
is
ἕτερον
(heteron)
andere
ὑπὸ
(hypo)
onder
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
τὸ
(to)
die
δεδομένον
(dedomenon)
gegeven is
ἐν
(en)
onder
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
welke
δεῖ
(dei)
het is nodig
σωθῆναι
(sothenai)
gered te worden
ἡμᾶς
(hemas)
wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

σωτηρία (soteria), ‘redding’.

De naam Yeshua betekent ‘Yahweh redt’ (Matt. 1:21).

‘Onder de hemel’ betekent: op aarde, onder alle mensen.

Zie ook Matt. 1:21; Hand. 2:21.

De Raad overlegt

13Toen zij de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en merkten dat het ongeletterde mensen en leken waren, verwonderden zij zich. Zij herkenden hen ook als mensen die bij Yeshua waren geweest.
Θεωροῦντες
(Theorountes)
ziende
δὲ
(de)
nu
τὴν
(ten)
de
τοῦ
(tou)
van de
Πέτρου
(Petrou)
Petrus
παρρησίαν
(parresian)
vrijmoedigheid
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννου
(Ioannou)
van Johannes
καὶ
(kai)
en
καταλαβόμενοι
(katalabomenoi)
begrijpend
ὅτι
(hoti)
dat
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
ἀγράμματοί
(agrammatoi)
ongeletterd
εἰσιν
(eisin)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἰδιῶται
(idiotai)
leken
ἐθαύμαζον
(ethaumazon)
verwonderden zich
ἐπεγίνωσκόν
(epeginoskon)
herkenden
τε
(te)
en
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὅτι
(hoti)
dat
σὺν
(syn)
met
τῷ
(to)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
ἦσαν
(esan)
waren
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: zie 2:29. ἀγράμματος (agrammatos), ‘ongeletterd’: niet opgeleid in de Schriften door een leraar. ἰδιώτης (idiotes), ‘leek’: een gewoon man zonder vakopleiding. ἐπεγίνωσκον (epeginoskon), ‘herkenden’: zij begonnen te beseffen dat zij bij Yeshua geweest waren.

14Zij zagen de man die genezen was bij hen staan en hadden niets om tegenin te brengen.
τόν
(ton)
de
τε
(te)
en
ἄνθρωπον
(anthropon)
man
βλέποντες
(blepontes)
ziende
σὺν
(syn)
met
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἑστῶτα
(hestota)
staand
τὸν
(ton)
de
τεθεραπευμένον
(tetherapeumenon)
genezen
οὐδὲν
(ouden)
niets
εἶχον
(eichon)
hadden
ἀντειπεῖν
(anteipein)
tegen te zeggen
Bron: SBLGNT
15Zij bevalen hun de Raad te verlaten en overlegden met elkaar.
κελεύσαντες
(keleusantes)
bevelend
δὲ
(de)
nu
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἔξω
(exo)
buiten
τοῦ
(tou)
de
συνεδρίου
(synedriou)
Raad
ἀπελθεῖν
(apelthein)
weg te gaan
συνέβαλλον
(syneballon)
overlegden
πρὸς
(pros)
met
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνέδριον (synedrion), ‘Raad’: de hoogste Joodse raad in Jeruzalem; wij schrijven ‘Raad’.

De apostelen moesten de zaal verlaten zodat de Raad onder elkaar kon spreken.

16Zij zeiden: „Wat moeten wij doen met deze mensen? Dat er door hen een bekend teken is gebeurd, is voor allen die in Jeruzalem wonen duidelijk, en wij kunnen het niet ontkennen.
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τί
(Ti)
wat
ποιήσωμεν
(poiesomen)
zullen we doen
τοῖς
(tois)
met de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
τούτοις
(toutois)
deze
ὅτι
(hoti)
dat
μὲν
(men)
wel
γὰρ
(gar)
want
γνωστὸν
(gnoston)
bekend
σημεῖον
(semeion)
teken
γέγονεν
(gegonen)
is gebeurd
δι’
(di’)
door
αὐτῶν
(auton)
hen
πᾶσιν
(pasin)
voor allen
τοῖς
(tois)
die
κατοικοῦσιν
(katoikousin)
wonen in
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
φανερόν
(phaneron)
duidelijk
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
δυνάμεθα
(dynametha)
kunnen we
ἀρνεῖσθαι
(arneisthai)
ontkennen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

γνωστὸν σημεῖον (gnoston semeion), ‘een bekend teken’. ἀρνέομαι (arneomai) vertalen wij in 3:13 met ‘verloochenen’; hier, met een zaak als voorwerp, ‘ontkennen’.

17Maar opdat het niet verder onder het volk verspreid wordt, laten wij hen bedreigen, zodat zij in deze naam niet meer met iemand spreken.”
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
ἐπὶ
(epi)
tot
πλεῖον
(pleion)
meer
διανεμηθῇ
(dianemethe)
verspreid wordt
εἰς
(eis)
onder
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
ἀπειλησώμεθα
(apeilesometha)
laten we bedreigen
αὐτοῖς
(autois)
hen
μηκέτι
(meketi)
niet meer
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τούτῳ
(touto)
deze
μηδενὶ
(medeni)
met niemand
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

διανέμω (dianemo), ‘verspreiden’: letterlijk ‘uitdelen, verdelen’. ἀπειλέω (apeileo), ‘bedreigen’.

18Zij riepen hen en gaven hun het bevel helemaal niet meer te spreken of te onderwijzen in de naam van Yeshua.
καὶ
(kai)
en
καλέσαντες
(kalesantes)
roepend
αὐτοὺς
(autous)
hen
παρήγγειλαν
(parengeilan)
geboden
τὸ
(to)
het
καθόλου
(katholou)
helemaal
μὴ
(me)
niet
φθέγγεσθαι
(phthengesthai)
te spreken
μηδὲ
(mede)
noch
διδάσκειν
(didaskein)
te onderwijzen
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

φθέγγομαι (phthengomai), ‘spreken’: een geluid laten horen; verwant aan ἀποφθέγγομαι (apophthengomai) in 2:4 en 2:14.

19Petrus en Johannes antwoordden hun: „Oordeel zelf of het voor Elohim juist is dat wij meer naar jullie luisteren dan naar Elohim.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ἀποκριθέντες
(apokrithentes)
antwoordend
εἶπον
(eipon)
zeiden
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Εἰ
(Ei)
of
δίκαιόν
(dikaion)
juist
ἐστιν
(estin)
is
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἀκούειν
(akouein)
te luisteren
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἢ
(e)
dan
τοῦ
(tou)
naar de
θεοῦ
(theou)
Elohim
κρίνατε
(krinate)
oordeelt zelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

δίκαιος (dikaios), ‘juist’: rechtvaardig in de ogen van Elohim.

Petrus en Johannes noemen Elohim als hoogste gezag.

Wij spreken de Raad aan met ‘jullie’ (zie vers 8).

Zie ook Hand. 5:29.

20Want wij kunnen niet zwijgen over wat wij gezien en gehoord hebben.”
οὐ
(ou)
niet
δυνάμεθα
(dynametha)
kunnen
γὰρ
(gar)
want
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἃ
(ha)
wat
εἴδαμεν
(eidamen)
zagen
καὶ
(kai)
en
ἠκούσαμεν
(ekousamen)
hoorden
μὴ
(me)
niet
λαλεῖν
(lalein)
spreken
Bron: SBLGNT
21Zij bedreigden hen nog eens en lieten hen gaan. Zij vonden niets om hen te straffen, vanwege het volk, want allen verheerlijkten Elohim om wat er gebeurd was.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
προσαπειλησάμενοι
(prosapeilesamenoi)
verder bedreigd hebbend
ἀπέλυσαν
(apelysan)
lieten gaan
αὐτούς
(autous)
hen
μηδὲν
(meden)
niets
εὑρίσκοντες
(heuriskontes)
vindend
τὸ
(to)
het
πῶς
(pos)
hoe
κολάσωνται
(kolasontai)
zouden straffen
αὐτούς
(autous)
hen
διὰ
(dia)
vanwege
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
ὅτι
(hoti)
omdat
πάντες
(pantes)
allen
ἐδόξαζον
(edoxazon)
verheerlijkten
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐπὶ
(epi)
over
τῷ
(to)
het
γεγονότι
(gegonoti)
gebeurde
Bron: SBLGNT
Uitleg

κολάζω (kolazo), ‘straffen’. δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: zoals in 3:13.

‘Om wat er gebeurd was’: de genezing van de lamme man.

22Want de man bij wie dit teken van genezing gebeurd was, was meer dan 40 jaar oud.
ἐτῶν
(eton)
van jaren
γὰρ
(gar)
want
ἦν
(en)
was
πλειόνων
(pleionon)
meer
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
veertig
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἐφ’
(eph’)
bij
ὃν
(hon)
wie
γεγόνει
(gegonei)
was gebeurd
τὸ
(to)
het
σημεῖον
(semeion)
teken
τοῦτο
(touto)
dit
τῆς
(tes)
van de
ἰάσεως
(iaseos)
genezing
Bron: SBLGNT
Uitleg

De man was meer dan 40 jaar oud: dat maakte duidelijk dat zijn lamheid niet van korte duur was (zie 3:2). ἴασις (iasis), ‘genezing’.

Het gebed van de gemeente

23Nadat zij vrijgelaten waren, gingen zij naar de hunnen en meldden alles wat de hogepriesters en de oudsten tegen hen gezegd hadden.
Ἀπολυθέντες
(Apolythentes)
vrijgelaten zijnde
δὲ
(de)
nu
ἦλθον
(elthon)
kwamen
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
ἰδίους
(idious)
eigen mensen
καὶ
(kai)
en
ἀπήγγειλαν
(apengeilan)
meldden
ὅσα
(hosa)
alles wat
πρὸς
(pros)
tot
αὐτοὺς
(autous)
hen
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
oudsten
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἱ ἴδιοι (hoi idioi), ‘de hunnen’: hun eigen mensen, de andere leerlingen.

Vergelijk Joh. 1:11, ‘de Zijnen’.

Zie ookJoh 1:11
24Toen zij dit hoorden, verhieven zij eensgezind hun stem tot Elohim. Zij zeiden: „Heerser, U die de hemel en de aarde en de zee en alles wat daarin is gemaakt hebt,
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
ἦραν
(eran)
verhieven
φωνὴν
(phonen)
stem
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
καὶ
(kai)
en
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Δέσποτα
(Despota)
Heerser
σὺ
(sy)
U
ὁ
(ho)
die
ποιήσας
(poiesas)
gemaakt hebt
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
θάλασσαν
(thalassan)
zee
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
daarin
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμοθυμαδόν (homothymadon), ‘eensgezind’: zie 1:14. δεσπότης (despotes), ‘Heerser’: een aanspreking voor Elohim als hoogste gezagsdrager, zoals in Luc. 2:29.

De schepping van hemel, aarde en zee en alles daarin lijkt op Exod. 20:11 en Ps. 146:6; vergelijk ook Neh. 9:6.

Zie ook Exod. 20:11; Ps. 146:6; Neh. 9:6.

25die door de Heilige Geest, door de mond van onze vader David, Uw knecht, gezegd hebt: ‘Waarom woedden de volken en bedachten de volksstammen iets zinloos?
ὁ
(ho)
die
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
διὰ
(dia)
door
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
στόματος
(stomatos)
mond
Δαυὶδ
(Dauid)
David
παιδός
(paidos)
knecht
σου
(sou)
Uw
εἰπών
(eipon)
zeggend
Ἱνατί
(Hinati)
waarom
ἐφρύαξαν
(ephryaxan)
woedden
ἔθνη
(ethne)
volken
καὶ
(kai)
en
λαοὶ
(laoi)
stammen
ἐμελέτησαν
(emeletesan)
bedachten
κενά
(kena)
iets zinloos
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse zin is hier moeilijk: de woorden staan in een ongebruikelijke volgorde.

Wij volgen de woordvolgorde zo dicht mogelijk.

Het citaat is Ps. 2:1–2.

In het Hebreeuws staan ‘de volken’ (גּוֹיִם, goyim) en ‘de naties’ (לְאֻמִּים, le’ummim); de Griekse tekst heeft ἔθνη (ethne), ‘volken’, en λαοί (laoi), het meervoud van ‘volk’, hier ‘volksstammen’ zoals in vers 27. ἐφρύαξαν (ephryaxan), ‘woedden’: Ps. 2:1 heeft in het Hebreeuws de tegenwoordige tijd. κενά (kena), ‘iets zinloos’: leegte.

David heet hier ‘Uw knecht’ (παῖς, pais, zie 3:13).

Zie ook Ps. 2:1–2.

26De koningen van de aarde stelden zich op en de leiders kwamen samen tegen Yahweh en tegen Zijn Messias.’
παρέστησαν
(parestesan)
stelden zich op
οἱ
(hoi)
de
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἄρχοντες
(archontes)
leiders
συνήχθησαν
(synechthesan)
kwamen samen
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
καὶ
(kai)
en
κατὰ
(kata)
tegen
τοῦ
(tou)
de
χριστοῦ
(christou)
Messias
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ps. 2:2. κύριος (kyrios) is hier vertaald als Yahweh, naar het Hebreeuwse יהוה. χριστός (christos), ‘Messias’: het Hebreeuws heeft ‘Zijn gezalfde’ (מְשִׁיחוֹ, meshicho).

In vers 27 wordt dit op Yeshua toegepast.

Zie ook Ps. 2:2.

27Want werkelijk, in deze stad zijn Herodes en Pontius Pilatus, samen met de volken en de volksstammen van Israël, samengekomen tegen Uw heilige Knecht Yeshua, die U gezalfd hebt,
συνήχθησαν
(synechthesan)
kwamen samen
γὰρ
(gar)
want
ἐπ’
(ep’)
in
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
πόλει
(polei)
stad
ταύτῃ
(taute)
deze
ἐπὶ
(epi)
tegen
τὸν
(ton)
de
ἅγιον
(hagion)
heilige
παῖδά
(paida)
Knecht
σου
(sou)
Uw
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ὃν
(hon)
die
ἔχρισας
(echrisas)
zalfde
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
τε
(te)
en
καὶ
(kai)
ook
Πόντιος
(Pontios)
Pontius
Πιλᾶτος
(Pilatos)
Pilatus
σὺν
(syn)
met
ἔθνεσιν
(ethnesin)
volken
καὶ
(kai)
en
λαοῖς
(laois)
stammen
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

Herodes is Herodes Antipas (Luc. 23:6–12); Pontius Pilatus: Luc. 23:1–25. λαοὶ Ἰσραήλ (laoi Israel) is een meervoud: ‘de volksstammen van Israël’. ἔχρισας (echrisas), ‘U hebt gezalfd’: van χρίω (chrio), verwant aan χριστός (‘gezalfde’); vergelijk Luc. 4:18. παῖς (pais), ‘Knecht’: zie 3:13. ἐπ’ ἀληθείας (ep aletheias): ‘werkelijk’, zoals in Luc. 22:59.

Zie ook Luc. 4:18; Luc. 23:1–12.

28om te doen wat Uw hand en Uw plan van tevoren bepaald hadden dat zou gebeuren.
ποιῆσαι
(poiesai)
te doen
ὅσα
(hosa)
alles wat
ἡ
(he)
de
χείρ
(cheir)
hand
σου
(sou)
Uw
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
het
βουλὴ
(boule)
plan
προώρισεν
(proorisen)
bepaalde van tevoren
γενέσθαι
(genesthai)
te gebeuren
Bron: SBLGNT
Uitleg

προορίζω (proorizo), ‘van tevoren bepalen’.

‘Uw hand en Uw plan’: wat Elohim besloten had en deed, niet wat de mensen zelf wilden; vergelijk 2:23, ‘het vastgestelde plan’.

29En nu, Heer, zie neer op hun dreigementen en geef aan Uw knechten om met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken,
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
νῦν
(nyn)
nu
κύριε
(kyrie)
Heer
ἔπιδε
(epide)
zie neer
ἐπὶ
(epi)
op
τὰς
(tas)
de
ἀπειλὰς
(apeilas)
dreigementen
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
δὸς
(dos)
geef
τοῖς
(tois)
aan de
δούλοις
(doulois)
knechten
σου
(sou)
Uw
μετὰ
(meta)
met
παρρησίας
(parresias)
vrijmoedigheid
πάσης
(pases)
alle
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔπιδε (epide), ‘zie neer’: kijk met zorg naar iets; zoals Luc. 1:25. δοῦλος (doulos), ‘knecht’: wij vertalen dit woord overal zo. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: zie 2:29. κύριε (kyrie), ‘Heer’ is hier de aanspreking van Elohim.

Zie ookLuc 1:25
30terwijl U Uw hand uitstrekt tot genezing en er tekenen en wonderen gebeuren door de naam van Uw heilige Knecht Yeshua.”
ἐν
(en)
terwijl
τῷ
(to)
het
τὴν
(ten)
de
χεῖρά
(cheira)
hand
σου
(sou)
Uw
ἐκτείνειν
(ekteinein)
uitstrekken
σε
(se)
U
εἰς
(eis)
tot
ἴασιν
(iasin)
genezing
καὶ
(kai)
en
σημεῖα
(semeia)
tekenen
καὶ
(kai)
en
τέρατα
(terata)
wonderen
γίνεσθαι
(ginesthai)
gebeuren
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματος
(onomatos)
naam
τοῦ
(tou)
van de
ἁγίου
(hagiou)
heilige
παιδός
(paidos)
Knecht
σου
(sou)
Uw
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἴασις (iasis), ‘genezing’.

‘Tekenen en wonderen’: dezelfde woorden als in 2:19 en 2:22, hier in omgekeerde volgorde zoals het Grieks heeft.

De bidders vragen dat de naam van Yeshua krachtig blijft werken.

31Toen zij gebeden hadden, werd de plaats waar zij bijeen waren, door elkaar geschud. Allen werden vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord van Elohim met vrijmoedigheid.
καὶ
(kai)
en
δεηθέντων
(deethenton)
gebeden hebbend
αὐτῶν
(auton)
zij
ἐσαλεύθη
(esaleuthe)
werd geschud
ὁ
(ho)
de
τόπος
(topos)
plaats
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
waar
ἦσαν
(esan)
waren
συνηγμένοι
(synegmenoi)
verzameld
καὶ
(kai)
en
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
ἅπαντες
(hapantes)
allen
τοῦ
(tou)
van de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
καὶ
(kai)
en
ἐλάλουν
(elaloun)
spraken
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
μετὰ
(meta)
met
παρρησίας
(parresias)
vrijmoedigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐσαλεύθη (esalleuthe), ‘werd geschud’: vergelijk Jes. 6:4, waar de drempels trillen van de stem van wie riep.

‘Vervuld met de Heilige Geest’: zoals in 2:4.

Zie ook Jes. 6:4; Hand. 2:4.

De gemeente deelt alles

32De menigte van hen die geloofden, had één hart en één ziel. Niemand zei dat iets van wat hij bezat, zijn eigen bezit was, maar zij hadden alles gemeenschappelijk.
Τοῦ
(Tou)
van de
δὲ
(de)
nu
πλήθους
(plethous)
menigte
τῶν
(ton)
van de
πιστευσάντων
(pisteusanton)
geloofd hebbenden
ἦν
(en)
was
καρδία
(kardia)
hart
καὶ
(kai)
en
ψυχὴ
(psyche)
ziel
μία
(mia)
één
καὶ
(kai)
en
οὐδὲ
(oude)
niet
εἷς
(heis)
één
τι
(ti)
iets
τῶν
(ton)
van de
ὑπαρχόντων
(hyparchonton)
bezittingen
αὐτῷ
(auto)
van hem
ἔλεγεν
(elegen)
zei
ἴδιον
(idion)
eigen
εἶναι
(einai)
te zijn
ἀλλ’
(all’)
maar
ἦν
(en)
was
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
πάντα
(panta)
alles
κοινά
(koina)
gemeenschappelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Eén hart en één ziel’ betekent: volkomen eensgezind. ψυχή (psyche), ‘ziel’.

Zie ook Hand. 2:44–45.

33Met grote kracht legden de apostelen getuigenis af van de opstanding van de Heer Yeshua, en grote genade was op hen allen.
καὶ
(kai)
en
δυνάμει
(dynamei)
met kracht
μεγάλῃ
(megale)
grote
ἀπεδίδουν
(apedidoun)
gaven af
τὸ
(to)
het
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
οἱ
(hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
τῆς
(tes)
van de
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
χάρις
(charis)
genade
τε
(te)
en
μεγάλη
(megale)
grote
ἦν
(en)
was
ἐπὶ
(epi)
over
πάντας
(pantas)
allen
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’. χάρις (charis), ‘genade’: het Grieks zegt niet of dit Elohims genade is of de gunst van het volk (vergelijk 2:47).

‘De Heer Yeshua’: zie 1:21.

Zie ook Luc. 24:48.

Zie ookLuc 24:48
34Want niemand onder hen leed gebrek. Allen die eigenaars waren van akkers of huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van wat verkocht werd,
οὐδὲ
(oude)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἐνδεής
(endees)
behoeftig
τις
(tis)
iemand
ἦν
(en)
was
ἐν
(en)
onder
αὐτοῖς
(autois)
hen
ὅσοι
(hosoi)
zovelen
γὰρ
(gar)
want
κτήτορες
(ktetores)
eigenaars
χωρίων
(chorion)
van akkers
ἢ
(e)
of
οἰκιῶν
(oikion)
huizen
ὑπῆρχον
(hyperchon)
waren
πωλοῦντες
(polountes)
verkopend
ἔφερον
(epheron)
brachten
τὰς
(tas)
de
τιμὰς
(timas)
opbrengsten
τῶν
(ton)
van de
πιπρασκομένων
(pipraskomenon)
verkochte dingen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνδεής (endees), ‘behoeftig’.

De woorden doen denken aan Deut. 15:4, ‘er zal geen arme onder jou zijn’. κτήτωρ (ktetor), ‘eigenaar’; τιμή (time), ‘prijs, opbrengst’.

Zie ook Deut. 15:4.

Zie ookDeut 15:4
35en legden die voor de voeten van de apostelen neer. Aan ieder werd uitgedeeld naar wat hij nodig had.
καὶ
(kai)
en
ἐτίθουν
(etithoun)
legden
παρὰ
(para)
bij
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
τῶν
(ton)
van de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
διεδίδετο
(diedideto)
werd uitgedeeld
δὲ
(de)
nu
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
καθότι
(kathoti)
naarmate
ἄν
(an)
maar
τις
(tis)
iemand
χρείαν
(chreian)
behoefte
εἶχεν
(eichen)
had
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Voor de voeten van de apostelen’ leggen betekent: onder hun beheer brengen.

De uitdeling gebeurde naar behoefte (vergelijk 2:45).

Barnabas

36Jozef, die door de apostelen Barnabas genoemd werd, wat vertaald ‘zoon van bemoediging’ betekent, een Leviet, een Cyprioot van geboorte,
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
die
ἐπικληθεὶς
(epikletheis)
bijgenaamd
Βαρναβᾶς
(Barnabas)
Barnabas
ἀπὸ
(apo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
ὅ
(ho)
wat
ἐστιν
(estin)
is
μεθερμηνευόμενον
(methermeneuomenon)
vertaald
υἱὸς
(huios)
zoon
παρακλήσεως
(parakleseos)
van bemoediging
Λευίτης
(Leuites)
Leviet
Κύπριος
(Kyprios)
Cyprioot
τῷ
(to)
naar
γένει
(genei)
geboorte
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Cyprus: Cyprus is een eiland in het oosten van de Middellandse Zee, voor de kust van Syrië en Zuid-Turkije.

Barnabas kwam er vandaan.

Uitleg

Βαρναβᾶς (Barnabas): de apostelen gaven Jozef deze bijnaam. παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’: ook ‘aansporing, troost’. Λευίτης (Leuites), ‘Leviet’: iemand uit de stam Levi, de stam van de tempeldienaren. Κύπριος (Kyprios), ‘Cyprioot’: iemand uit Cyprus.

37had een akker. Hij verkocht die, bracht het geld en legde het voor de voeten van de apostelen neer.
ὑπάρχοντος
(hyparchontos)
zijnde
αὐτῷ
(auto)
aan hem
ἀγροῦ
(agrou)
akker
πωλήσας
(polesas)
verkocht hebbend
ἤνεγκεν
(enenken)
bracht
τὸ
(to)
het
χρῆμα
(chrema)
geld
καὶ
(kai)
en
ἔθηκεν
(etheken)
legde
παρὰ
(para)
bij
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
τῶν
(ton)
van de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρῆμα (chrema), ‘geld’: de opbrengst van de verkoop.

Zie ook Hand. 5:1–2.