Elohim Bijbel

Prediker 4

123456789101112

Onderdrukking, zwoegen en samen zijn

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Onderdrukking zonder troost

1Ik keerde mij weer om en zag al de onderdrukkingen die onder de zon gebeuren. Zie, de tranen van de onderdrukten, en zij hebben niemand die troost. Uit de hand van hun onderdrukkers komt macht, en zij hebben niemand die troost.
וְשַׁ֣בְתִּֽי
(veshavti)
en ik keerde terug
אֲנִ֗י
(ani)
ik
וָאֶרְאֶה֙
(vaere)
en ik zag
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הָ֣עֲשֻׁקִ֔ים
(haashuqim)
de onderdrukkingen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
נַעֲשִׂ֖ים
(naasim)
worden gedaan
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
וְהִנֵּ֣ה
(vehine)
en zie
דִּמְעַ֣ת
(dimat)
de tranen van
הָעֲשֻׁקִ֗ים
(haashuqim)
de onderdrukten
וְאֵ֤ין
(veein)
en niet is er
לָהֶם֙
(lahem)
voor hen
מְנַחֵ֔ם
(menachem)
een trooster
וּמִיַּ֤ד
(umiyad)
en uit de hand van
עֹֽשְׁקֵיהֶם֙
(osheqeihem)
hun onderdrukkers
כֹּ֔חַ
(koach)
macht
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is er
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
מְנַחֵֽם
(menachem)
een trooster
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲשֻׁקִים (ashuqim), ‘onderdrukkingen’ en ‘onderdrukten’: het Hebreeuws gebruikt hetzelfde woord voor beide.

Wij vertalen het de eerste keer als de daden (‘onderdrukkingen’) en de tweede keer als de mensen (‘onderdrukten’).

כֹּחַ (koach), ‘macht’: er staat geen werkwoord. Wij laten het zo staan: de macht ligt bij de onderdrukkers.

2Ik prees de doden die al gestorven zijn, meer dan de levenden die nog leven.
וְשַׁבֵּ֧חַ
(veshabeach)
en ik prees
אֲנִ֛י
(ani)
ik
אֶת
(et)
(obj.)
הַמֵּתִ֖ים
(hametim)
de doden
שֶׁכְּבָ֣ר
(shekevar)
die al
מֵ֑תוּ
(metu)
gestorven zijn
מִן
(min)
meer dan
הַ֣חַיִּ֔ים
(hachayim)
de levenden
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
הֵ֥מָּה
(hema)
zij
חַיִּ֖ים
(chayim)
levend
עֲדֶֽנָה
(adena)
nog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Maar beter dan zij beiden is hij die er nog niet is geweest. Hij heeft het kwade werk niet gezien dat onder de zon wordt gedaan.
וְטוֹב֙
(vetov)
en beter
מִשְּׁנֵיהֶ֔ם
(misheneihem)
dan hen beiden
אֵ֥ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁר
(asher)
wie
עֲדֶ֖ן
(aden)
nog niet
לֹ֣א
(lo)
niet
הָיָ֑ה
(haya)
is geweest
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
רָאָה֙
(raa)
heeft gezien
אֶת
(et)
(obj.)
הַמַּעֲשֶׂ֣ה
(hamaase)
het werk
הָרָ֔ע
(hara)
het kwade
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
נַעֲשָׂ֖ה
(naasa)
wordt gedaan
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Zwoegen en naijver

4Ik zag al het zwoegen en al het succes van het werk: het is de naijver van de een op de ander. Ook dit is damp en najagen van wind.
וְרָאִ֨יתִֽי
(veraiti)
en ik zag
אֲנִ֜י
(ani)
ik
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
עָמָ֗ל
(amal)
het zwoegen
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
כִּשְׁר֣וֹן
(kishron)
het succes van
הַֽמַּעֲשֶׂ֔ה
(hamaase)
het werk
כִּ֛י
(ki)
dat
הִ֥יא
(hi)
het
קִנְאַת
(qinat)
naijver van
אִ֖ישׁ
(ish)
een man
מֵרֵעֵ֑הוּ
(mereehu)
op zijn naaste
גַּם
(gam)
ook
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
וּרְע֥וּת
(ureut)
en najagen van
רֽוּחַ
(ruach)
wind
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֶבֶל (hevel), ‘damp’: letterlijk adem of damp, iets wat verdwijnt en niet te vatten is.

Wij vertalen overal ‘damp’.

רְעוּת רוּחַ (re’ut ruach), ‘najagen van wind’: רְעוּת komt van een werkwoord dat ‘weiden’ of ‘najagen’ kan betekenen; רוּחַ (ruach) is ‘wind’ of ‘geest’.

עָמָל (amal), ‘zwoegen’: vermoeiend werk met weinig opbrengst.

כִּשְׁרוֹן (kishron), ‘succes’: bekwaamheid die tot slagen leidt. Het woord komt ook voor in Pred. 2:21 en 5:10.

5De dwaas vouwt zijn handen en eet zijn lichaam.
הַכְּסִיל֙
(hakesil)
de dwaas
חֹבֵ֣ק
(choveq)
vouwt
אֶת
(et)
(obj.)
יָדָ֔יו
(yadav)
zijn handen
וְאֹכֵ֖ל
(veokhel)
en eet
אֶת
(et)
(obj.)
בְּשָׂרֽוֹ
(besaro)
zijn lichaam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹבֵק אֶת־יָדָיו (chovek et-yadav), ‘hij vouwt zijn handen’: hij doet niets.

בָּשָׂר (basar), ‘lichaam’: letterlijk ‘vlees’.

‘Zijn lichaam eten’ kan betekenen dat hij zichzelf te gronde richt.

6Beter een handpalm vol rust dan twee handenvol zwoegen en najagen van wind.
ט֕וֹב
(tov)
beter
מְלֹ֥א
(melo)
een volle
כַ֖ף
(kaf)
handpalm
נָ֑חַת
(nachat)
rust
מִמְּלֹ֥א
(mimelo)
dan het vol zijn van
חָפְנַ֛יִם
(chafenayim)
twee handen
עָמָ֖ל
(amal)
zwoegen
וּרְע֥וּת
(ureut)
en najagen van
רֽוּחַ
(ruach)
wind
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נַחַת (nachat), ‘rust’.

חָפְנַיִם (chofnayim) zijn de twee holle handen samen; wij vertalen ‘twee handenvol’.

De man alleen

7Ik keerde mij weer om en zag damp onder de zon.
וְשַׁ֧בְתִּי
(veshavti)
en ik keerde terug
אֲנִ֛י
(ani)
ik
וָאֶרְאֶ֥ה
(vaere)
en ik zag
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
תַּ֥חַת
(tachat)
onder
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Er is er één, en een tweede is er niet. Ook zoon of broer heeft hij niet. Aan al zijn zwoegen is geen einde. Ook zijn ogen worden niet verzadigd van rijkdom. „Voor wie zwoeg ik en laat ik mijn ziel het goede missen?” Ook dit is damp, en het is een kwade bezigheid.
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
אֶחָד֩
(echad)
een
וְאֵ֨ין
(veein)
en niet is
שֵׁנִ֜י
(sheni)
een tweede
גַּ֣ם
(gam)
ook
בֵּ֧ן
(ben)
zoon
וָאָ֣ח
(vaach)
en broer
אֵֽין
(ein)
niet is
ל֗וֹ
(lo)
voor hem
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is
קֵץ֙
(qets)
einde
לְכָל
(lekhal)
aan al
עֲמָל֔וֹ
(amalo)
zijn zwoegen
גַּם
(gam)
ook
עֵינ֖וֹ
(eino)
zijn ogen
לֹא
(lo)
niet
תִשְׂבַּ֣ע
(tisba)
worden verzadigd
עֹ֑שֶׁר
(osher)
van rijkdom
וּלְמִ֣י
(ulemi)
en voor wie
אֲנִ֣י
(ani)
ik
עָמֵ֗ל
(amel)
zwoeg
וּמְחַסֵּ֤ר
(umechaser)
en laat ontberen
אֶת
(et)
(obj.)
נַפְשִׁי֙
(nafshi)
mijn ziel
מִטּוֹבָ֔ה
(mitova)
het goede
גַּם
(gam)
ook
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֛בֶל
(hevel)
damp
וְעִנְיַ֥ן
(veinyan)
en bezigheid
רָ֖ע
(ra)
kwaad
הֽוּא
(hu)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie 2:24.

עִנְיָן (inyan), ‘bezigheid’: wat iemand bezighoudt, ook ‘opgave’ of ‘zaak’.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft עֵינָיו (einav), ‘zijn ogen’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft עֵינוֹ (eino), ‘zijn oog’.

Wij volgen de voorgelezen tekst; de betekenis blijft gelijk.

Twee zijn beter dan één

9Twee zijn beter dan één, omdat zij een goed loon hebben voor hun zwoegen.
טוֹבִ֥ים
(tovim)
goed
הַשְּׁנַ֖יִם
(hashenayim)
de twee
מִן
(min)
boven
הָאֶחָ֑ד
(haechad)
de een
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
omdat
יֵשׁ
(yesh)
er is
לָהֶ֛ם
(lahem)
voor hen
שָׂכָ֥ר
(sakhar)
loon
ט֖וֹב
(tov)
goed
בַּעֲמָלָֽם
(baamalam)
in hun zwoegen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Want als zij vallen, richt de een zijn gezel op. Maar wee de eenling die valt en geen tweede heeft om hem op te richten.
כִּ֣י
(ki)
want
אִם
(im)
als
יִפֹּ֔לוּ
(yipolu)
zij vallen
הָאֶחָ֖ד
(haechad)
de een
יָקִ֣ים
(yaqim)
richt op
אֶת
(et)
(obj.)
חֲבֵר֑וֹ
(chavero)
zijn gezel
וְאִ֣יל֗וֹ
(veilo)
en wee
הָֽאֶחָד֙
(haechad)
de een
שֶׁיִּפּ֔וֹל
(sheyipol)
die valt
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is er
שֵׁנִ֖י
(sheni)
een tweede
לַהֲקִימֽוֹ
(lahaqimo)
om hem op te richten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְאִילוֹ (ve’ilo), ‘maar wee hem’: een uitroep van medeleven of waarschuwing.

11Ook als twee samen liggen, hebben zij het warm. Maar hoe kan een eenling het warm krijgen?
גַּ֛ם
(gam)
ook
אִם
(im)
als
יִשְׁכְּב֥וּ
(yishkevu)
zij liggen
שְׁנַ֖יִם
(shenayim)
twee
וְחַ֣ם
(vecham)
dan is het warm
לָהֶ֑ם
(lahem)
voor hen
וּלְאֶחָ֖ד
(uleechad)
en voor een alleen
אֵ֥יךְ
(eikh)
hoe
יֵחָֽם
(yecham)
wordt hij warm
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12En als iemand de een overmeestert, kunnen de twee tegen hem standhouden. Het drievoudige koord wordt niet snel verbroken.
וְאִֽם
(veim)
en als
יִתְקְפוֹ֙
(yitqefo)
overmeestert hem
הָאֶחָ֔ד
(haechad)
de een
הַשְּׁנַ֖יִם
(hashenayim)
de twee
יַעַמְד֣וּ
(yaamdu)
zullen standhouden
נֶגְדּ֑וֹ
(negdo)
tegenover hem
וְהַחוּט֙
(vehachut)
en het koord
הַֽמְשֻׁלָּ֔שׁ
(hamshulash)
het driedubbele
לֹ֥א
(lo)
niet
בִמְהֵרָ֖ה
(bimhera)
snel
יִנָּתֵֽק
(yinateq)
wordt verbroken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִתְקְפוֹ (yitqefo), ‘hij overmeestert hem’: het Hebreeuws zegt niet duidelijk wie wie overmeestert.

Wij lezen: iemand overvalt de een, en de twee kunnen zich verweren.

De tekst kan ook betekenen: ‘als één hem overmeestert, kunnen twee standhouden’.

De behoeftige jongen en de oude koning

13Beter een behoeftige maar wijze jongen dan een oude maar dwaze koning, die zich niet meer laat waarschuwen.
ט֛וֹב
(tov)
beter
יֶ֥לֶד
(yeled)
een jongen
מִסְכֵּ֖ן
(misken)
behoeftig
וְחָכָ֑ם
(vechakham)
en wijs
מִמֶּ֤לֶךְ
(mimelekh)
dan een koning
זָקֵן֙
(zaqen)
oud
וּכְסִ֔יל
(ukhesil)
en dwaas
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
die
לֹא
(lo)
niet
יָדַ֥ע
(yada)
weet
לְהִזָּהֵ֖ר
(lehizaher)
zich te laten waarschuwen
עֽוֹד
(od)
nog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִסְכֵּן (misken), ‘behoeftig’: iemand die weinig bezit.

Het woord komt alleen in Prediker voor.

14Want uit het huis van de gevangenen is hij uitgegaan om koning te worden, ook al is hij in zijn koningschap als berooide geboren.
כִּֽי
(ki)
want
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
הָסוּרִ֖ים
(hasurim)
de gevangenen
יָצָ֣א
(yatsa)
is hij uitgegaan
לִמְלֹ֑ךְ
(limlokh)
om koning te zijn
כִּ֛י
(ki)
want
גַּ֥ם
(gam)
ook
בְּמַלְכוּת֖וֹ
(bemalkhuto)
in zijn koningschap
נוֹלַ֥ד
(nolad)
is geboren
רָֽשׁ
(rash)
een berooide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָסוּרִים (hasurim), ‘de gevangenen’: de tekst heeft de medeklinkers van ‘de gebondenen’.

Wij volgen de gewone lezing.

כִּי גַם (ki gam), ‘ook al’: het Hebreeuws kan ook betekenen ‘want ook’. Het is niet duidelijk of ‘hij’ de jongen of de koning is. Wij vertalen letterlijk en laten dat open.

15Ik zag al de levenden die onder de zon rondgaan, met de tweede jongen die in zijn plaats opstaat.
רָאִ֨יתִי֙
(raiti)
ik zag
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַ֣חַיִּ֔ים
(hachayim)
de levenden
הַֽמְהַלְּכִ֖ים
(hamhalekhim)
die rondgaan
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
עִ֚ם
(im)
met
הַיֶּ֣לֶד
(hayeled)
de jongen
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יַעֲמֹ֖ד
(yaamod)
zal opstaan
תַּחְתָּֽיו
(tachtav)
in zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Wie ‘de tweede jongen’ is, zegt de tekst niet.

Waarschijnlijk is het de jongere die de oude koning opvolgt.

Zie ook2 Sam 15:6
16Er is geen einde aan heel het volk, aan allen die er vóór hen waren. Ook de latere mensen zullen zich niet in hem verheugen. Want ook dit is damp en najagen van wind.
אֵֽין
(ein)
niet is
קֵ֣ץ
(qets)
einde
לְכָל
(lekhal)
aan al
הָעָ֗ם
(haam)
het volk
לְכֹ֤ל
(lekhol)
aan allen
אֲשֶׁר
(asher)
die
הָיָה֙
(haya)
waren
לִפְנֵיהֶ֔ם
(lifneihem)
vóór hen
גַּ֥ם
(gam)
ook
הָאַחֲרוֹנִ֖ים
(haacharonim)
de latere
לֹ֣א
(lo)
niet
יִשְׂמְחוּ
(yismechu)
zullen zich verheugen
ב֑וֹ
(bo)
in hem
כִּֽי
(ki)
want
גַם
(gam)
ook
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
וְרַעְי֥וֹן
(verayon)
en streven naar
רֽוּחַ
(ruach)
wind
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְפָנֵיהֶם (lifneihem), ‘vóór hen’: ook te lezen als ‘aan wier hoofd hij stond’.

Wij houden de letterlijke vertaling.

רַעְיוֹן רוּחַ (ra’yon ruach), ‘najagen van wind’: een ander woord dan in vers 4, ook ‘streven naar wind’. Wij vertalen beide als ‘najagen van wind’.

Bij het huis van Elohim

17Bewaak je voet wanneer je naar het huis van Elohim gaat. Dichtbij zijn om te luisteren, meer dan het offer geven van de dwazen. Want zij weten niet dat zij kwaad doen.
שְׁמֹ֣ר
(shemor)
bewaak
רַגְלְךָ֗
(raglekha)
je voet
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
wanneer
תֵּלֵךְ֙
(telekh)
je gaat
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הָאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
וְקָר֣וֹב
(veqarov)
en dichtbij zijn
לִשְׁמֹ֔עַ
(lishmoa)
om te luisteren
מִתֵּ֥ת
(mitet)
meer dan het geven van
הַכְּסִילִ֖ים
(hakesilim)
de dwazen
זָ֑בַח
(zavach)
offer
כִּֽי
(ki)
want
אֵינָ֥ם
(einam)
niet zij
יוֹדְעִ֖ים
(yodeim)
weten
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
te doen
רָֽע
(ra)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is dit vers 4:17.

Nederlandse bijbels tellen het als Pred. 5:1.

Hebreeuws 5:1–19 is dus Nederlands 5:2–20.

De app zet de kruisverwijzingen zelf om.

זֶבַח (zevach), ‘offer’: een slachtoffer waarvan men een deel eet. Het vers is kort en zonder werkwoord: ‘dichtbij zijn om te luisteren, meer dan…’ Wij laten dat zo staan.

לַעֲשׂוֹת רָע (la’asot ra), ‘kwaad doen’: ‘zij weten niet dat zij kwaad doen’. Het kan ook betekenen: zij weten niet hoe zij goed moeten handelen.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft רַגְלֶיךָ (raglekha), ‘je voeten’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft רַגְלְךָ (raglkha), ‘je voet’.

Wij volgen de voorgelezen tekst.