Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Onderdrukking zonder troost
1Ik keerde mij weer om en zag al de onderdrukkingen die onder de zon gebeuren. Zie, de tranen van de onderdrukten, en zij hebben niemand die troost. Uit de hand van hun onderdrukkers komt macht, en zij hebben niemand die troost.
וְשַׁ֣בְתִּֽי
(veshavti)
en ik keerde terug
אֲנִ֗י
(ani)
ik
וָאֶרְאֶה֙
(vaere)
en ik zag
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הָ֣עֲשֻׁקִ֔ים
(haashuqim)
de onderdrukkingen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
נַעֲשִׂ֖ים
(naasim)
worden gedaan
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
וְהִנֵּ֣ה
(vehine)
en zie
דִּמְעַ֣ת
(dimat)
de tranen van
הָעֲשֻׁקִ֗ים
(haashuqim)
de onderdrukten
וְאֵ֤ין
(veein)
en niet is er
לָהֶם֙
(lahem)
voor hen
מְנַחֵ֔ם
(menachem)
een trooster
וּמִיַּ֤ד
(umiyad)
en uit de hand van
עֹֽשְׁקֵיהֶם֙
(osheqeihem)
hun onderdrukkers
כֹּ֔חַ
(koach)
macht
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is er
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
מְנַחֵֽם
(menachem)
een trooster
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֲשֻׁקִים (ashuqim), ‘onderdrukkingen’ en ‘onderdrukten’: het Hebreeuws gebruikt hetzelfde woord voor beide.
Wij vertalen het de eerste keer als de daden (‘onderdrukkingen’) en de tweede keer als de mensen (‘onderdrukten’).
כֹּחַ (koach), ‘macht’: er staat geen werkwoord. Wij laten het zo staan: de macht ligt bij de onderdrukkers.
4Ik zag al het zwoegen en al het succes van het werk: het is de naijver van de een op de ander. Ook dit is damp en najagen van wind.
וְרָאִ֨יתִֽי
(veraiti)
en ik zag
אֲנִ֜י
(ani)
ik
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
עָמָ֗ל
(amal)
het zwoegen
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
al
כִּשְׁר֣וֹן
(kishron)
het succes van
הַֽמַּעֲשֶׂ֔ה
(hamaase)
het werk
כִּ֛י
(ki)
dat
הִ֥יא
(hi)
het
קִנְאַת
(qinat)
naijver van
אִ֖ישׁ
(ish)
een man
מֵרֵעֵ֑הוּ
(mereehu)
op zijn naaste
גַּם
(gam)
ook
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
וּרְע֥וּת
(ureut)
en najagen van
רֽוּחַ
(ruach)
wind
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הֶבֶל (hevel), ‘damp’: letterlijk adem of damp, iets wat verdwijnt en niet te vatten is.
Wij vertalen overal ‘damp’.
רְעוּת רוּחַ (re’ut ruach), ‘najagen van wind’: רְעוּת komt van een werkwoord dat ‘weiden’ of ‘najagen’ kan betekenen; רוּחַ (ruach) is ‘wind’ of ‘geest’.
עָמָל (amal), ‘zwoegen’: vermoeiend werk met weinig opbrengst.
כִּשְׁרוֹן (kishron), ‘succes’: bekwaamheid die tot slagen leidt. Het woord komt ook voor in Pred. 2:21 en 5:10.
8Er is er één, en een tweede is er niet. Ook zoon of broer heeft hij niet. Aan al zijn zwoegen is geen einde. Ook zijn ogen worden niet verzadigd van rijkdom. „Voor wie zwoeg ik en laat ik mijn ziel het goede missen?” Ook dit is damp, en het is een kwade bezigheid.
יֵ֣שׁ
(yesh)
er is
אֶחָד֩
(echad)
een
וְאֵ֨ין
(veein)
en niet is
שֵׁנִ֜י
(sheni)
een tweede
גַּ֣ם
(gam)
ook
בֵּ֧ן
(ben)
zoon
וָאָ֣ח
(vaach)
en broer
אֵֽין
(ein)
niet is
ל֗וֹ
(lo)
voor hem
וְאֵ֥ין
(veein)
en niet is
קֵץ֙
(qets)
einde
לְכָל
(lekhal)
aan al
עֲמָל֔וֹ
(amalo)
zijn zwoegen
גַּם
(gam)
ook
עֵינ֖וֹ
(eino)
zijn ogen
לֹא
(lo)
niet
תִשְׂבַּ֣ע
(tisba)
worden verzadigd
עֹ֑שֶׁר
(osher)
van rijkdom
וּלְמִ֣י
(ulemi)
en voor wie
אֲנִ֣י
(ani)
ik
עָמֵ֗ל
(amel)
zwoeg
וּמְחַסֵּ֤ר
(umechaser)
en laat ontberen
אֶת
(et)
(obj.)
נַפְשִׁי֙
(nafshi)
mijn ziel
מִטּוֹבָ֔ה
(mitova)
het goede
גַּם
(gam)
ook
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֛בֶל
(hevel)
damp
וְעִנְיַ֥ן
(veinyan)
en bezigheid
רָ֖ע
(ra)
kwaad
הֽוּא
(hu)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie 2:24.
עִנְיָן (inyan), ‘bezigheid’: wat iemand bezighoudt, ook ‘opgave’ of ‘zaak’.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft עֵינָיו (einav), ‘zijn ogen’.
De voorgelezen tekst (qere) heeft עֵינוֹ (eino), ‘zijn oog’.
Wij volgen de voorgelezen tekst; de betekenis blijft gelijk.
14Want uit het huis van de gevangenen is hij uitgegaan om koning te worden, ook al is hij in zijn koningschap als berooide geboren.
כִּֽי
(ki)
want
מִבֵּ֥ית
(mibeit)
uit het huis van
הָסוּרִ֖ים
(hasurim)
de gevangenen
יָצָ֣א
(yatsa)
is hij uitgegaan
לִמְלֹ֑ךְ
(limlokh)
om koning te zijn
כִּ֛י
(ki)
want
גַּ֥ם
(gam)
ook
בְּמַלְכוּת֖וֹ
(bemalkhuto)
in zijn koningschap
נוֹלַ֥ד
(nolad)
is geboren
רָֽשׁ
(rash)
een berooide
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הָסוּרִים (hasurim), ‘de gevangenen’: de tekst heeft de medeklinkers van ‘de gebondenen’.
Wij volgen de gewone lezing.
כִּי גַם (ki gam), ‘ook al’: het Hebreeuws kan ook betekenen ‘want ook’. Het is niet duidelijk of ‘hij’ de jongen of de koning is. Wij vertalen letterlijk en laten dat open.
16Er is geen einde aan heel het volk, aan allen die er vóór hen waren. Ook de latere mensen zullen zich niet in hem verheugen. Want ook dit is damp en najagen van wind.
אֵֽין
(ein)
niet is
קֵ֣ץ
(qets)
einde
לְכָל
(lekhal)
aan al
הָעָ֗ם
(haam)
het volk
לְכֹ֤ל
(lekhol)
aan allen
אֲשֶׁר
(asher)
die
הָיָה֙
(haya)
waren
לִפְנֵיהֶ֔ם
(lifneihem)
vóór hen
גַּ֥ם
(gam)
ook
הָאַחֲרוֹנִ֖ים
(haacharonim)
de latere
לֹ֣א
(lo)
niet
יִשְׂמְחוּ
(yismechu)
zullen zich verheugen
ב֑וֹ
(bo)
in hem
כִּֽי
(ki)
want
גַם
(gam)
ook
זֶ֥ה
(ze)
dit
הֶ֖בֶל
(hevel)
damp
וְרַעְי֥וֹן
(verayon)
en streven naar
רֽוּחַ
(ruach)
wind
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לְפָנֵיהֶם (lifneihem), ‘vóór hen’: ook te lezen als ‘aan wier hoofd hij stond’.
Wij houden de letterlijke vertaling.
רַעְיוֹן רוּחַ (ra’yon ruach), ‘najagen van wind’: een ander woord dan in vers 4, ook ‘streven naar wind’. Wij vertalen beide als ‘najagen van wind’.
17Bewaak je voet wanneer je naar het huis van Elohim gaat. Dichtbij zijn om te luisteren, meer dan het offer geven van de dwazen. Want zij weten niet dat zij kwaad doen.
שְׁמֹ֣ר
(shemor)
bewaak
רַגְלְךָ֗
(raglekha)
je voet
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
wanneer
תֵּלֵךְ֙
(telekh)
je gaat
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
הָאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
וְקָר֣וֹב
(veqarov)
en dichtbij zijn
לִשְׁמֹ֔עַ
(lishmoa)
om te luisteren
מִתֵּ֥ת
(mitet)
meer dan het geven van
הַכְּסִילִ֖ים
(hakesilim)
de dwazen
זָ֑בַח
(zavach)
offer
כִּֽי
(ki)
want
אֵינָ֥ם
(einam)
niet zij
יוֹדְעִ֖ים
(yodeim)
weten
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
te doen
רָֽע
(ra)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is dit vers 4:17.
Nederlandse bijbels tellen het als Pred. 5:1.
Hebreeuws 5:1–19 is dus Nederlands 5:2–20.
De app zet de kruisverwijzingen zelf om.
זֶבַח (zevach), ‘offer’: een slachtoffer waarvan men een deel eet. Het vers is kort en zonder werkwoord: ‘dichtbij zijn om te luisteren, meer dan…’ Wij laten dat zo staan.
לַעֲשׂוֹת רָע (la’asot ra), ‘kwaad doen’: ‘zij weten niet dat zij kwaad doen’. Het kan ook betekenen: zij weten niet hoe zij goed moeten handelen.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft רַגְלֶיךָ (raglekha), ‘je voeten’.
De voorgelezen tekst (qere) heeft רַגְלְךָ (raglkha), ‘je voet’.