Elohim Bijbel

2 Samuël 4

123456789101112131415161718192021222324

De moord op Is-Bosjet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Is-Bosjet hoort over de dood van Abner

1De zoon van Saul hoorde dat Abner in Hebron gestorven was. Zijn handen werden slap en heel Israël schrok.
וַיִּשְׁמַ֣ע
(vayishma)
en hoorde
בֶּן
(ben)
de zoon van
שָׁא֗וּל
(shaul)
Saul
כִּ֣י
(ki)
dat
מֵ֤ת
(met)
was gestorven
אַבְנֵר֙
(avner)
Abner
בְּחֶבְר֔וֹן
(bechevron)
in Hebron
וַיִּרְפּ֖וּ
(vayirpu)
en werden slap
יָדָ֑יו
(yadav)
zijn handen
וְכָל
(vekhal)
en heel
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
נִבְהָֽלוּ
(nivhalu)
werd verschrikt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

Uitleg

‘De zoon van Saul’ is Is-Bosjet (2 Sam. 2:8).

Hij is koning over Israël, nu Abner dood is.

2De zoon van Saul had twee mannen als aanvoerders van plunderbenden. De naam van de een was Baäna en de naam van de ander Rechab. Zij waren zonen van Rimmon uit Beërot, uit de zonen van Benjamin. Want ook Beërot werd tot Benjamin gerekend.
וּשְׁנֵ֣י
(ushenei)
en twee
אֲנָשִׁ֣ים
(anashim)
mannen
שָׂרֵֽי
(sarei)
aanvoerders van
גְדוּדִ֣ים
(gedudim)
plunderbenden
הָי֪וּ
(hayu)
waren
בֶן
(ben)
de zoon van
שָׁא֟וּל
(shaul)
Saul
שֵׁם֩
(shem)
naam
הָאֶחָ֨ד
(haechad)
de een
בַּֽעֲנָ֜ה
(baana)
Baäna
וְשֵׁ֧ם
(veshem)
en naam van
הַשֵּׁנִ֣י
(hasheni)
de ander
רֵכָ֗ב
(rekhav)
Rechab
בְּנֵ֛י
(benei)
zonen van
רִמּ֥וֹן
(rimon)
Rimmon
הַבְּאֶֽרֹתִ֖י
(habeeroti)
de Beërotiet
מִבְּנֵ֣י
(mibenei)
van de zonen van
בִנְיָמִ֑ן
(binyamin)
Benjamin
כִּ֚י
(ki)
want
גַּם
(gam)
ook
בְּאֵר֔וֹת
(beerot)
Beërot
תֵּחָשֵׁ֖ב
(techashev)
werd gerekend
עַל
(al)
tot
בִּנְיָמִֽן
(binyamin)
Benjamin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Beërot lag in het gebied van Benjamin, ten noorden van Jeruzalem.

De ligging is niet zeker; el-Bireh wordt voorgesteld.

Zie ook Joz. 9:17.

Uitleg

גְּדוּד (gedud), ‘plunderbende’: een groep strijders die op strooptocht gaat.

Zie ook 2 Sam. 3:22.

3De Beërotieten waren gevlucht naar Gittaïm. Zij wonen daar als vreemdelingen tot op deze dag.
וַיִּבְרְח֥וּ
(vayivrechu)
en zij vluchtten
הַבְּאֵרֹתִ֖ים
(habeerotim)
de Beërotieten
גִּתָּ֑יְמָה
(gitayema)
naar Gittaïm
וַֽיִּהְיוּ
(vayihyu)
en zij waren
שָׁ֣ם
(sham)
daar
גָּרִ֔ים
(garim)
vreemdelingen
עַ֖ד
(ad)
tot
הַיּ֥וֹם
(hayom)
de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Gittaïm lag waarschijnlijk in het gebied van Benjamin.

De plek is onzeker.

Zie ook Neh. 11:33.

Mefiboset, de zoon van Jonatan

4Jonatan, de zoon van Saul, had een zoon die aan zijn voeten verlamd was. Hij was 5 jaar oud toen het bericht over Saul en Jonatan uit Jizreël kwam. Zijn verzorgster nam hem op en vluchtte. Terwijl zij haastig vluchtte, viel hij en werd hij kreupel. Zijn naam was Mefiboset.
וְלִיהֽוֹנָתָן֙
(velihonatan)
en aan Jonatan
בֶּן
(ben)
zoon van
שָׁא֔וּל
(shaul)
Saul
בֵּ֖ן
(ben)
een zoon
נְכֵ֣ה
(nekhe)
geslagen
רַגְלָ֑יִם
(raglayim)
aan de voeten
בֶּן
(ben)
zoon van
חָמֵ֣שׁ
(chamesh)
vijf
שָׁנִ֣ים
(shanim)
jaar
הָיָ֡ה
(haya)
was
בְּבֹ֣א
(bevo)
toen kwam
שְׁמֻעַת֩
(shemuat)
het bericht over
שָׁא֨וּל
(shaul)
Saul
וִיהֽוֹנָתָ֜ן
(vihonatan)
en Jonatan
מִֽיִּזְרְעֶ֗אל
(miyizreel)
uit Jizreël
וַתִּשָּׂאֵ֤הוּ
(vatisaehu)
en nam hem op
אֹֽמַנְתּוֹ֙
(omanto)
zijn verzorgster
וַתָּנֹ֔ס
(vatanos)
en vluchtte
וַיְהִ֞י
(vayhi)
en het was
בְּחָפְזָ֥הּ
(bechafezah)
bij haar haast
לָנ֛וּס
(lanus)
om te vluchten
וַיִּפֹּ֥ל
(vayipol)
en hij viel
וַיִּפָּסֵ֖חַ
(vayipaseach)
en werd kreupel
וּשְׁמ֥וֹ
(ushemo)
en zijn naam
מְפִיבֹֽשֶׁת
(mefivoshet)
Mefiboset
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Dit Jizreël ligt in het noorden, bij Gilboa.

Daar sneuvelden Saul en Jonatan (1 Sam. 31:1–6).

Uitleg

Dit vers vertelt iets over Mefiboset, de zoon van Jonatan.

Hij komt terug in 2 Sam. 9:1–13.

De naam staat in de Masoretische tekst als ‘Mefibosjet’.

Wij schrijven ‘Mefiboset’.

אֹמֶנֶת (omenet), ‘verzorgster’: een vrouw die voor een klein kind zorgt.

Rechab en Baäna doden Is-Bosjet

5Rechab en Baäna, de zonen van Rimmon uit Beërot, gingen op weg. Zij kwamen in de hitte van de dag bij het huis van Is-Bosjet. Hij hield zijn middagrust.
וַיֵּ֨לְכ֜וּ
(vayelekhu)
en gingen
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
רִמּ֤וֹן
(rimon)
Rimmon
הַבְּאֵֽרֹתִי֙
(habeeroti)
de Beërotiet
רֵכָ֣ב
(rekhav)
Rechab
וּבַעֲנָ֔ה
(uvaana)
en Baäna
וַיָּבֹ֨אוּ֙
(vayavou)
en zij kwamen
כְּחֹ֣ם
(kechom)
in de hitte van
הַיּ֔וֹם
(hayom)
de dag
אֶל
(el)
naar
בֵּ֖ית
(beit)
het huis van
אִ֣ישׁ
(ish)
Is
בֹּ֑שֶׁת
(boshet)
Bosjet
וְה֣וּא
(vehu)
en hij
שֹׁכֵ֔ב
(shokhev)
lag
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
מִשְׁכַּ֥ב
(mishkav)
rustplaats van
הַֽצָּהֳרָֽיִם
(hatsahorayim)
de middag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Beërot (ligging onzeker): Beërot wordt gezocht bij el-Bireh, ten noorden van Jeruzalem.

Dit is niet zeker.

Uitleg

מִשְׁכַּב הַצָּהֳרַיִם (mishkav hatsohorayim), ‘de middagrust’: in de hitte van de dag rustte men.

6Zie, zij kwamen tot in het midden van het huis, alsof zij tarwe wilden halen. Zij staken hem in de buik. Toen ontkwamen Rechab en Baäna, zijn broer.
וְ֠הֵנָּה
(vehena)
en zie
בָּ֜אוּ
(bau)
zij kwamen
עַד
(ad)
tot
תּ֤וֹךְ
(tokh)
het midden van
הַבַּ֨יִת֙
(habayit)
het huis
לֹקְחֵ֣י
(loqechei)
halers van
חִטִּ֔ים
(chitim)
tarwe
וַיַּכֻּ֖הוּ
(vayakuhu)
en zij staken hem
אֶל
(el)
in
הַחֹ֑מֶשׁ
(hachomesh)
de buik
וְרֵכָ֛ב
(verekhav)
en Rechab
וּבַעֲנָ֥ה
(uvaana)
en Baäna
אָחִ֖יו
(achiv)
zijn broer
נִמְלָֽטוּ
(nimlatu)
ontkwamen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Dit vers is in het Hebreeuws moeilijk.

Letterlijk staat er: ‘zie, zij kwamen tot het midden van het huis, halers van tarwe’.

Wij vertalen: alsof zij tarwe wilden halen.

De Masoretische tekst is hier mogelijk beschadigd.

Zie ook 2 Sam. 2:23 voor ‘de buik’.

7Zij kwamen het huis binnen terwijl hij op zijn bed lag, in zijn slaapkamer. Zij sloegen hem en doodden hem. Zij hakten zijn hoofd af en namen zijn hoofd mee. Zij liepen de hele nacht langs de weg door de Araba.
וַיָּבֹ֣אוּ
(vayavou)
en zij kwamen
הַבַּ֗יִת
(habayit)
het huis
וְהֽוּא
(vehu)
en hij
שֹׁכֵ֤ב
(shokhev)
lag
עַל
(al)
op
מִטָּתוֹ֙
(mitato)
zijn bed
בַּחֲדַ֣ר
(bachadar)
in de kamer van
מִשְׁכָּב֔וֹ
(mishkavo)
zijn rustplaats
וַיַּכֻּ֨הוּ֙
(vayakuhu)
en zij sloegen hem
וַיְמִתֻ֔הוּ
(vaymituhu)
en zij doodden hem
וַיָּסִ֖ירוּ
(vayasiru)
en zij verwijderden
אֶת
(et)
(obj.)
רֹאשׁ֑וֹ
(rosho)
zijn hoofd
וַיִּקְחוּ֙
(vayiqchu)
en zij namen
אֶת
(et)
(obj.)
רֹאשׁ֔וֹ
(rosho)
zijn hoofd
וַיֵּֽלְכ֛וּ
(vayelekhu)
en zij gingen
דֶּ֥רֶךְ
(derekh)
de weg van
הָעֲרָבָ֖ה
(haarava)
de Araba
כָּל
(kal)
heel
הַלָּֽיְלָה
(halayela)
de nacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיָּסִירוּ (vayasiru), ‘zij verwijderden’: zij haalden het hoofd weg, dus zij hakten het af.

Rechab en Baäna bij David

8Zij brachten het hoofd van Is-Bosjet naar David in Hebron. Zij zeiden tegen de koning: „Zie, het hoofd van Is-Bosjet, de zoon van Saul, uw vijand, die uw leven zocht. Yahweh heeft mijn heer, de koning, vandaag wraak gegeven op Saul en op zijn nageslacht.”
וַ֠יָּבִאוּ
(vayaviu)
en zij brachten
אֶת
(et)
(obj.)
רֹ֨אשׁ
(rosh)
het hoofd van
אִֽישׁ
(ish)
Is
בֹּ֥שֶׁת
(boshet)
Bosjet
אֶל
(el)
naar
דָּוִד֮
(david)
David
חֶבְרוֹן֒
(chevron)
Hebron
וַיֹּֽאמְרוּ֙
(vayomru)
en zij zeiden
אֶל
(el)
tot
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
הִנֵּֽה
(hine)
zie
רֹ֣אשׁ
(rosh)
het hoofd van
אִֽישׁ
(ish)
Is
בֹּ֗שֶׁת
(boshet)
Bosjet
בֶּן
(ben)
zoon van
שָׁאוּל֙
(shaul)
Saul
אֹֽיִבְךָ֔
(oyivkha)
uw vijand
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בִּקֵּ֖שׁ
(biqesh)
zocht
אֶת
(et)
(obj.)
נַפְשֶׁ֑ךָ
(nafshekha)
uw leven
וַיִּתֵּ֣ן
(vayiten)
en gaf
יְ֠הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לַֽאדֹנִ֨י
(ladoni)
aan mijn heer
הַמֶּ֤לֶךְ
(hamelekh)
de koning
נְקָמוֹת֙
(neqamot)
wraak
הַיּ֣וֹם
(hayom)
vandaag
הַזֶּ֔ה
(haze)
deze
מִשָּׁא֖וּל
(mishaul)
van Saul
וּמִזַּרְעֽוֹ
(umizaro)
en van zijn nageslacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

David straft de moordenaars

9David antwoordde Rechab en zijn broer Baäna, de zonen van Rimmon uit Beërot. Hij zei tegen hen: „Zo waar Yahweh leeft, die mijn leven uit alle nood verlost heeft:
וַיַּ֨עַן
(vayaan)
en antwoordde
דָּוִ֜ד
(david)
David
אֶת
(et)
(obj.)
רֵכָ֣ב
(rekhav)
Rechab
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בַּעֲנָ֣ה
(baana)
Baäna
אָחִ֗יו
(achiv)
zijn broer
בְּנֵ֛י
(benei)
zonen van
רִמּ֥וֹן
(rimon)
Rimmon
הַבְּאֵֽרֹתִ֖י
(habeeroti)
de Beërotiet
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
לָהֶ֑ם
(lahem)
tot hen
חַי
(chay)
levend
יְהוָ֕ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁר
(asher)
die
פָּדָ֥ה
(pada)
heeft verlost
אֶת
(et)
(obj.)
נַפְשִׁ֖י
(nafshi)
mijn leven
מִכָּל
(mikal)
uit alle
צָרָֽה
(tsara)
nood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Beërot (ligging onzeker): Beërot wordt gezocht bij el-Bireh, ten noorden van Jeruzalem.

Dit is niet zeker.

Uitleg

‘Zo waar Yahweh leeft’ is een eed.

Zie ook 1 Kon. 1:29, waar David bijna dezelfde woorden gebruikt.

10Iemand vertelde mij: ‘Zie, Saul is dood.’ Hij dacht zelf dat hij goed nieuws bracht. Ik greep hem en doodde hem in Siklag. Dat was het loon dat ik hem gaf voor zijn nieuws.
כִּ֣י
(ki)
want
הַמַּגִּיד֩
(hamagid)
die vertelde
לִ֨י
(li)
mij
לֵאמֹ֜ר
(lemor)
zeggende
הִנֵּה
(hine)
zie
מֵ֣ת
(met)
is gestorven
שָׁא֗וּל
(shaul)
Saul
וְהֽוּא
(vehu)
en hij
הָיָ֤ה
(haya)
was
כִמְבַשֵּׂר֙
(kimvaser)
als een brenger van goed nieuws
בְּעֵינָ֔יו
(beeinav)
in zijn ogen
וָאֹחֲזָ֣ה
(vaochaza)
en ik greep
ב֔וֹ
(bo)
hem
וָאֶהְרְגֵ֖הוּ
(vaehregehu)
en ik doodde hem
בְּצִֽקְלָ֑ג
(betsiqlag)
in Siklag
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לְתִתִּי
(letiti)
om te geven
ל֖וֹ
(lo)
hem
בְּשֹׂרָֽה
(besora)
loon voor het nieuws
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Siklag (ligging onzeker): Siklag lag in de Negev.

Tel Sera en Tel Halif zijn voorgesteld; dit is niet zeker.

Lezing

Het Hebreeuws zegt letterlijk: ‘hem aan wie ik loon voor het nieuws had moeten geven’.

Dat is een bittere ironie.

Wij vertalen: ‘Dat was het loon dat ik hem gaf voor zijn nieuws.’

Zie ook 2 Sam. 1:15–16.

11Hoeveel te meer nu goddeloze mannen een rechtvaardig man in zijn eigen huis, op zijn bed, hebben gedood! Zal ik nu niet zijn bloed van jullie hand eisen? Zal ik jullie niet uit het land wegvagen?”
אַ֞ף
(af)
ook
כִּֽי
(ki)
hoeveel meer
אֲנָשִׁ֣ים
(anashim)
mannen
רְשָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddeloze
הָרְג֧וּ
(haregu)
hebben gedood
אֶת
(et)
(obj.)
אִישׁ
(ish)
een man
צַדִּ֛יק
(tsadiq)
rechtvaardige
בְּבֵית֖וֹ
(beveito)
in zijn huis
עַל
(al)
op
מִשְׁכָּב֑וֹ
(mishkavo)
zijn bed
וְעַתָּ֗ה
(veata)
en nu
הֲל֨וֹא
(halo)
niet
אֲבַקֵּ֤שׁ
(avaqesh)
zal ik eisen
אֶת
(et)
(obj.)
דָּמוֹ֙
(damo)
zijn bloed
מִיֶּדְכֶ֔ם
(miyedkhem)
van jullie hand
וּבִעַרְתִּ֥י
(uviarti)
en ik zal wegvagen
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
מִן
(min)
uit
הָאָֽרֶץ
(haarets)
het land
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בִּעַרְתִּי (bi'arti), ‘wegvagen’: letterlijk ‘uitroeien’, zoals bij het wegdoen van onschuldig bloed uit het land.

Zie ook Deut. 19:13.

12David gaf bevel aan de jongens. Zij doodden hen, hakten hun handen en voeten af en hingen hen op bij de vijver in Hebron. Het hoofd van Is-Bosjet namen zij en begroeven zij in het graf van Abner in Hebron.
וַיְצַו֩
(vaytsav)
en beval
דָּוִ֨ד
(david)
David
אֶת
(et)
(obj.)
הַנְּעָרִ֜ים
(hanearim)
de jongens
וַיַּהַרְג֗וּם
(vayahargum)
en zij doodden hen
וַֽיְקַצְּצ֤וּ
(vayqatsetsu)
en zij hakten af
אֶת
(et)
(obj.)
יְדֵיהֶם֙
(yedeihem)
hun handen
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רַגְלֵיהֶ֔ם
(ragleihem)
hun voeten
וַיִּתְל֥וּ
(vayitlu)
en zij hingen op
עַל
(al)
bij
הַבְּרֵכָ֖ה
(haberekha)
de vijver
בְּחֶבְר֑וֹן
(bechevron)
in Hebron
וְאֵ֨ת
(veet)
en (obj.)
רֹ֤אשׁ
(rosh)
het hoofd van
אִֽישׁ
(ish)
Is
בֹּ֨שֶׁת֙
(boshet)
Bosjet
לָקָ֔חוּ
(laqachu)
namen zij
וַיִּקְבְּר֥וּ
(vayiqberu)
en zij begroeven
בְקֶֽבֶר
(beqever)
in het graf van
אַבְנֵ֖ר
(avner)
Abner
בְּחֶבְרֽוֹן
(bechevron)
in Hebron
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

Uitleg

Het ophangen van een dode bij de vijver was een openbare schande.

Zie ook Deut. 21:22–23.