Elohim Bijbel

Judas 1

1

Strijden voor het geloof; waarschuwing tegen de indringers

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aanhef

1Judas, knecht van Yeshua de Messias en broer van Jakobus, aan de geroepenen, die geliefd zijn in Elohim de Vader en bewaard zijn voor Yeshua de Messias:
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
δὲ
(de)
en
Ἰακώβου
(Iakobou)
van Jakobus
τοῖς
(tois)
aan de
ἐν
(en)
in
θεῷ
(theo)
Elohim
πατρὶ
(patri)
de Vader
ἠγαπημένοις
(egapemenois)
geliefden
καὶ
(kai)
en
Ἰησοῦ
(Iesou)
voor Yeshua
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
τετηρημένοις
(teteremenois)
bewaarden
κλητοῖς
(kletois)
geroepenen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰούδας (Ioudas), ‘Judas’: dezelfde naam als Juda, de zoon van Jakob.

Dit is niet Judas Iskariot; vergelijk Joh. 14:22, ‘Judas, niet de Iskariot’.

De brief noemt de schrijver ‘broer van Jakobus’; welke Jakobus, zegt de tekst niet.

In Matt. 13:55 en Mark. 6:3 staan Jakobus en Judas onder de broers van Yeshua. δοῦλος (doulos), ‘knecht’; κλητοί (kletoi), ‘geroepenen’.

τετηρημένοις (teteremenois), ‘bewaarden’: bewaard of bewaakt, hetzelfde werkwoord τηρέω (tereo) als in 1 Joh. 2:3 ‘onderhouden’; in vers 6, 13 en 21 ‘bewaren’. De datief Ἰησοῦ Χριστῷ kan ‘door’ of ‘voor’ Yeshua de Messias betekenen.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘geliefd’ (ἠγαπημένοις); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 14:22; Matt. 13:55; Mark. 6:3.

2Moge barmhartigheid, vrede en liefde bij jullie toenemen.
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
ὑμῖν
(hymin)
bij jullie
καὶ
(kai)
en
εἰρήνη
(eirene)
vrede
καὶ
(kai)
en
ἀγάπη
(agape)
liefde
πληθυνθείη
(plethyntheie)
moge toenemen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πληθυνθείη (plethyntheie), ‘moge toenemen’ (letterlijk ‘moge vermenigvuldigd worden’): een wens, zoals in 1 Petr. 1:2 en 2 Petr. 1:2. ἔλεος (eleos), ‘barmhartigheid’.

Zie ook 1 Petr. 1:2; 2 Petr. 1:2.

Strijden voor het geloof

3Geliefden, ik deed er alle moeite voor om jullie te schrijven over onze gemeenschappelijke redding. Toch moest ik jullie schrijven om jullie aan te sporen te strijden voor het geloof dat eens voor altijd aan de heiligen is overgeleverd.
Ἀγαπητοί
(Agapetoi)
geliefden
πᾶσαν
(pasan)
alle
σπουδὴν
(spouden)
moeite
ποιούμενος
(poioumenos)
doende
γράφειν
(graphein)
te schrijven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
κοινῆς
(koines)
gemeenschappelijke
ἡμῶν
(hemon)
onze
σωτηρίας
(soterias)
redding
ἀνάγκην
(ananken)
noodzaak
ἔσχον
(eschon)
ik had
γράψαι
(grapsai)
te schrijven
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
παρακαλῶν
(parakalon)
aansporend
ἐπαγωνίζεσθαι
(epagonizesthai)
te strijden
τῇ
(te)
voor het
ἅπαξ
(hapax)
eens voor altijd
παραδοθείσῃ
(paradotheise)
overgeleverde
τοῖς
(tois)
aan de
ἁγίοις
(hagiois)
heiligen
πίστει
(pistei)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

σωτηρία (soteria), ‘redding’. κοινῆς σωτηρίας (koines soterias), ‘gemeenschappelijke redding’: de redding die allen delen. ἐπαγωνίζομαι (epagonizomai), ‘strijden’: zoals een atleet in een wedstrijd. ἅπαξ (hapax), ‘eens voor altijd’: eenmalig. ἀνάγκην ἔσχον (anagken eschon), ‘ik moest’: letterlijk ‘ik had noodzaak’. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de gelovigen.

De brief verandert van onderwerp: de schrijver wilde over de redding schrijven, maar de situatie dwingt tot een waarschuwing.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘onze’ (ἡμῶν); wij volgen de SBLGNT.

4Want er zijn enkele mensen heimelijk binnengeslopen, die al lang tevoren voor dit oordeel zijn opgetekend. Het zijn goddelozen die de genade van onze Elohim veranderen in losbandigheid en onze enige Heerser en Heer, Yeshua de Messias, verloochenen.
παρεισέδυσαν
(pareisedysan)
zijn binnengeslopen
γάρ
(gar)
want
τινες
(tines)
sommige
ἄνθρωποι
(anthropoi)
mensen
οἱ
(hoi)
die
πάλαι
(palai)
al lang
προγεγραμμένοι
(progegrammenoi)
tevoren opgetekend
εἰς
(eis)
voor
τοῦτο
(touto)
dit
τὸ
(to)
het
κρίμα
(krima)
oordeel
ἀσεβεῖς
(asebeis)
goddelozen
τὴν
(ten)
de
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
χάριτα
(charita)
genade
μετατιθέντες
(metatithentes)
veranderend
εἰς
(eis)
in
ἀσέλγειαν
(aselgeian)
losbandigheid
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
μόνον
(monon)
enige
δεσπότην
(despoten)
Heerser
καὶ
(kai)
en
κύριον
(kyrion)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
ἀρνούμενοι
(arnoumenoi)
verloochenend
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρεισδύνω (pareisdyno), ‘heimelijk binnensluipen’. προγράφω (prographo), ‘tevoren opgetekend’: eerder opgeschreven, in de Schrift of in een boek van het oordeel; de tekst zegt niet waar. ἀσεβής (asebes), ‘goddeloos’: wij vertalen zo ook in 2 Petr. 2. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’. δεσπότης (despotes), ‘Heerser’: iemand met volledig gezag, anders dan κύριος (kyrios), ‘Heer’.

Wij houden ‘Heerser’ zoals in 2 Petr. 2:1; ook in Luc. 2:29 en Hand. 4:24 staat dit woord, daar voor Elohim.

Het Grieks heeft één lidwoord voor ‘Heerser en Heer’; de zin kan daarom één persoon bedoelen, Yeshua de Messias. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: zoals in 2 Petr. 2:1.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘Heerser’ (δεσπότην); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 2 Petr. 2:1–3.

Voorbeelden van oordeel

5Ik wil jullie eraan herinneren, hoewel jullie alles eens voor altijd weten: Yeshua heeft een volk uit het land Egypte gered. Daarna heeft Hij degenen vernietigd die niet geloofden.
Ὑπομνῆσαι
(Hypomnesai)
herinneren
δὲ
(de)
echter
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
βούλομαι
(boulomai)
ik wil
εἰδότας
(eidotas)
wetend
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἅπαξ
(hapax)
eens voor altijd
πάντα
(panta)
alles
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λαὸν
(laon)
volk
ἐκ
(ek)
uit
γῆς
(ges)
land
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
van Egypte
σώσας
(sosas)
gered hebbend
τὸ
(to)
het
δεύτερον
(deuteron)
tweede
τοὺς
(tous)
hen
μὴ
(me)
niet
πιστεύσαντας
(pisteusantas)
die geloofden
ἀπώλεσεν
(apolesen)
heeft vernietigd
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Ἰησοῦς (Iesous), ‘Yeshua’: dezelfde naam als Jozua (Hebr.

Yehoshua).

De SBLGNT schrijft hier Ἰησοῦς en markeert een variant.

De tekst zegt niet of Jozua of Yeshua de Messias bedoeld wordt; wij vertalen de naam zoals de SBLGNT hem geeft.

Het ‘daarna’ (τὸ δεύτερον, to deuteron) is letterlijk ‘het tweede’ of ‘de tweede maal’.

Het verhaal van wie niet geloofde, staat in Num. 14:26–35.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘jullie eens voor altijd’, bij het woord ‘alles’ en bij het woord ‘Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Exod. 14:30; Num. 14:29.

6En engelen die hun eigen heerschappij niet bewaard hebben, maar hun eigen woning verlaten hebben, heeft Hij in eeuwige boeien onder diepe duisternis bewaard voor het oordeel van de grote dag.
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
τε
(te)
en
τοὺς
(tous)
die
μὴ
(me)
niet
τηρήσαντας
(teresantas)
bewaard hebben
τὴν
(ten)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
eigen
ἀρχὴν
(archen)
heerschappij
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀπολιπόντας
(apolipontas)
verlaten hebbend
τὸ
(to)
de
ἴδιον
(idion)
eigen
οἰκητήριον
(oiketerion)
woning
εἰς
(eis)
voor
κρίσιν
(krisin)
oordeel
μεγάλης
(megales)
van de grote
ἡμέρας
(hemeras)
dag
δεσμοῖς
(desmois)
in boeien
ἀϊδίοις
(aidiois)
eeuwige
ὑπὸ
(hypo)
onder
ζόφον
(zophon)
diepe duisternis
τετήρηκεν
(tetereken)
Hij heeft bewaard
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχή (arche), ‘heerschappij’: wij houden de weergave van Ef. 1:21; het woord kan ook ‘begin’ of ‘oorspronkelijke staat’ betekenen. οἰκητήριον (oiketerion), ‘woning’. δεσμοῖς ἀϊδίοις (desmois aidiois), ‘in eeuwige boeien’: ἀΐδιος is een ander woord dan αἰώνιος (aionios), ‘eeuwig’ in vers 7. ζόφος (zofos), ‘diepe duisternis’: zoals in 2 Petr. 2:4.

De brief zegt niet om welk verhaal het gaat; vergelijk 2 Petr. 2:4.

Gen. 6:1–4 en Henoch 10:4–6 vertellen over hemelse wezens en hun straf; de brief zegt niet dat hij daarnaar verwijst.

Wij kiezen geen uitleg.

Zie ook 2 Petr. 2:4; Gen. 6:1–4; Henoch 10:4–6.

7Zoals Sodom en Gomorra en de steden rondom hen, die op dezelfde manier als dezen ontucht hebben bedreven en achter ander vlees aan zijn gegaan, als voorbeeld voorliggen, terwijl zij de straf van eeuwig vuur ondergaan.
ὡς
(hos)
zoals
Σόδομα
(Sodoma)
Sodom
καὶ
(kai)
en
Γόμορρα
(Gomorra)
Gomorra
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
περὶ
(peri)
rondom
αὐτὰς
(autas)
hen
πόλεις
(poleis)
steden
τὸν
(ton)
op de
ὅμοιον
(homoion)
gelijke
τρόπον
(tropon)
manier
τούτοις
(toutois)
als dezen
ἐκπορνεύσασαι
(ekporneusasai)
ontucht gepleegd hebbend
καὶ
(kai)
en
ἀπελθοῦσαι
(apelthousai)
weggegaan
ὀπίσω
(opiso)
achter
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
ἑτέρας
(heteras)
ander
πρόκεινται
(prokeintai)
liggen voor
δεῖγμα
(deigma)
als voorbeeld
πυρὸς
(pyros)
van vuur
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwig
δίκην
(diken)
straf
ὑπέχουσαι
(hypechousai)
ondergaand
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sodom en Gomorra: De ligging van Sodom en Gomorra is niet met zekerheid bekend; ze worden bij de Dode Zee gezocht.

Uitleg

Σόδομα καὶ Γόμορρα (Sodoma kai Gomorra), ‘Sodom en Gomorra’: het verhaal staat in Gen. 18–19. ἐκπορνεύω (ekporneuo), ‘ontucht bedrijven’. ὀπίσω σαρκὸς ἑτέρας (opiso sarkos heteras), ‘achter ander vlees aan’: ander vlees dan hun eigen soort; het Grieks laat de precieze zin open. δεῖγμα (deigma), ‘voorbeeld’: wat men ter waarschuwing toont. ὡς (hos), ‘zoals’: de zin sluit aan op de voorbeelden van de verzen 5 en 6.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘op de gelijke manier als dezen’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Gen. 19:24–25; 2 Petr. 2:6.

Hun werk en hun einde

8Toch bezoedelen ook dezen evenzo in hun dromen het vlees, verwerpen zij de oppermacht en lasteren zij de heerlijkheden.
Ὁμοίως
(Homoios)
evenzo
μέντοι
(mentoi)
toch
καὶ
(kai)
ook
οὗτοι
(houtoi)
dezen
ἐνυπνιαζόμενοι
(enypniazomenoi)
dromend
σάρκα
(sarka)
vlees
μὲν
(men)
wel
μιαίνουσιν
(miainousin)
bezoedelen zij
κυριότητα
(kyrioteta)
oppermacht
δὲ
(de)
maar
ἀθετοῦσιν
(athetousin)
verwerpen zij
δόξας
(doxas)
heerlijkheden
δὲ
(de)
en
βλασφημοῦσιν
(blasphemousin)
lasteren zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνυπνιάζομαι (enypniazomai), ‘dromen’: de tekst zegt niet of het om visioenen gaat of om een waan. σάρξ (sarx), ‘vlees’. κυριότης (kyriotes), ‘oppermacht’: zoals in Ef. 1:21 en 2 Petr. 2:10. δόξαι (doxai), ‘heerlijkheden’: het Grieks zegt niet wie bedoeld wordt, hemelse wezens of eerbiedwaardige machten; zie 2 Petr. 2:10. βλασφημέω (blasfemeo), ‘lasteren’.

Zie ook 2 Petr. 2:10.

9Maar toen de aartsengel Michaël een geschil had met de duivel en over het lichaam van Mozes redetwistte, durfde hij geen lasterend oordeel uit te spreken. Hij zei echter: „Moge Yahweh je bestraffen.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Μιχαὴλ
(Michael)
Michaël
ὁ
(ho)
de
ἀρχάγγελος
(archangelos)
aartsengel
ὅτε
(hote)
toen
τῷ
(to)
met de
διαβόλῳ
(diabolo)
duivel
διακρινόμενος
(diakrinomenos)
een geschil hebbend
διελέγετο
(dielegeto)
redetwistte hij
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
het
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
σώματος
(somatos)
lichaam
οὐκ
(ouk)
niet
ἐτόλμησεν
(etolmesen)
durfde
κρίσιν
(krisin)
een oordeel
ἐπενεγκεῖν
(epenenkein)
uit te spreken
βλασφημίας
(blasphemias)
lasterend
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἐπιτιμήσαι
(Epitimesai)
moge bestraffen
σοι
(soi)
je
κύριος
(kyrios)
Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg

Μιχαήλ (Michael), ‘Michaël’: zie Dan. 10:13 en Dan. 12:1. ἀρχάγγελος (archangelos), ‘aartsengel’.

Het verhaal over een geschil om het lichaam van Mozes staat niet in onze tekst; Deut. 34:5–6 vertelt alleen van Mozes’ dood en begrafenis.

De brief zegt niet waar het verhaal vandaan komt. διακρίνομαι (diakrinomai), ‘een geschil hebben’: elders ‘twijfelen’ (Jak. 1:6) of ‘onderscheid maken’ (Jak. 2:4). βλασφημία (blasfemia), ‘lastering’.

‘Moge Yahweh je bestraffen’ (ἐπιτιμήσαι σοι κύριος) is de uitdrukking van Zach. 3:2, waar Yahweh tot de satan spreekt.

Daarom schrijven wij ‘Yahweh’ voor κύριος. ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’.

Zie ook Zach. 3:2; Deut. 34:5–6; Dan. 10:13.

10Maar dezen lasteren alles wat zij niet kennen. En alles wat zij van nature begrijpen, zoals de redeloze dieren, daarin vergaan zij.
οὗτοι
(houtoi)
dezen
δὲ
(de)
maar
ὅσα
(hosa)
alles wat
μὲν
(men)
wel
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδασιν
(oidasin)
zij kennen
βλασφημοῦσιν
(blasphemousin)
lasteren zij
ὅσα
(hosa)
alles wat
δὲ
(de)
maar
φυσικῶς
(physikos)
van nature
ὡς
(hos)
zoals
τὰ
(ta)
de
ἄλογα
(aloga)
redeloze
ζῷα
(zoa)
dieren
ἐπίστανται
(epistantai)
zij begrijpen
ἐν
(en)
in
τούτοις
(toutois)
deze dingen
φθείρονται
(phtheirontai)
vergaan zij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅσα … οὐκ οἴδασιν (hosa … ouk oidasin), ‘alles wat zij niet kennen’: zij lasteren wat boven hun verstand gaat. φυσικῶς (fysikos), ‘van nature’: door instinct. ἄλογα ζῷα (aloga zoa), ‘redeloze dieren’: zonder verstand, zoals in 2 Petr. 2:12. φθείρομαι (ftheiromai), ‘vergaan’: zoals in 2 Petr. 2:12.

Zie ook 2 Petr. 2:12.

11Wee hen, want zij zijn de weg van Kaïn gegaan. Zij hebben zich om loon overgegeven aan de dwaling van Bileam, en zij zijn omgekomen in de tegenspraak van Korach.
οὐαὶ
(ouai)
wee
αὐτοῖς
(autois)
hen
ὅτι
(hoti)
omdat
τῇ
(te)
op de
ὁδῷ
(hodo)
weg
τοῦ
(tou)
van
Κάϊν
(Kain)
Kaïn
ἐπορεύθησαν
(eporeuthesan)
zijn zij gegaan
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
in de
πλάνῃ
(plane)
dwaling
τοῦ
(tou)
van
Βαλαὰμ
(Balaam)
Bileam
μισθοῦ
(misthou)
om loon
ἐξεχύθησαν
(exechythesan)
hebben zij zich overgegeven
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
in de
ἀντιλογίᾳ
(antilogia)
tegenspraak
τοῦ
(tou)
van
Κόρε
(Kore)
Korach
ἀπώλοντο
(apolonto)
zijn zij omgekomen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Kaïn: zie Gen. 4:1–16.

Bileam (Βαλαάμ, Balaam): zie Num. 22–24; in Num. 31:16 wordt hij in verband gebracht met de verleiding van Israël. 2 Petr. 2:15 noemt Bileam ook. ἐκχέω (ekcheo), ‘uitstorten’: hier ‘zich overgeven aan’, letterlijk ‘uitgestort worden’.

Korach (Κόρε, Kore): zie Num. 16; de opstand van Korach tegen Mozes en Aäron. ἀντιλογία (antilogia), ‘tegenspraak’.

Zie ook Gen. 4:1–16; Num. 22:1–24:25; Num. 16:1–35; 2 Petr. 2:15.

12Dezen zijn de klippen bij jullie liefdemaaltijden, terwijl zij zonder vrees meefeesten en zichzelf weiden: wolken zonder water, door winden voortgedreven; herfstbomen zonder vrucht, tweemaal gestorven, ontworteld;
οὗτοί
(houtoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
de
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἀγάπαις
(agapais)
liefdemaaltijden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
σπιλάδες
(spilades)
klippen
συνευωχούμενοι
(syneuochoumenoi)
meefeestend
ἀφόβως
(aphobos)
zonder vrees
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
ποιμαίνοντες
(poimainontes)
weidend
νεφέλαι
(nephelai)
wolken
ἄνυδροι
(anydroi)
zonder water
ὑπὸ
(hypo)
door
ἀνέμων
(anemon)
winden
παραφερόμεναι
(parapheromenai)
voortgedreven
δένδρα
(dendra)
bomen
φθινοπωρινὰ
(phthinoporina)
van de herfst
ἄκαρπα
(akarpa)
zonder vrucht
δὶς
(dis)
tweemaal
ἀποθανόντα
(apothanonta)
gestorven
ἐκριζωθέντα
(ekrizothenta)
ontworteld
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγάπαι (agapai), ‘liefdemaaltijden’: het meervoud van ‘liefde’; waarschijnlijk de gezamenlijke maaltijden van de gemeente; vergelijk 1 Kor. 11:20–22. 2 Petr. 2:13 heeft op dezelfde plaats ἀπάται (apatai), ‘verleidingen’. σπιλάδες (spilades): wij lezen ‘klippen’, rotsen in zee; het kan ook ‘vlekken’ betekenen (vergelijk σπίλοι, spiloi, in 2 Petr. 2:13).

Wij kiezen ‘klippen’. συνευωχέομαι (syneuocheomai), ‘meefeesten’, zoals in 2 Petr. 2:13. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: als herder zorgen; hier alleen voor zichzelf. ἄνυδροι (anydroi), ‘zonder water’: zoals in 2 Petr. 2:17. φθινοπωρινά (ftinoporina), ‘van de herfst’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het lidwoord ‘de’ (οἱ) voor ‘bij jullie liefdemaaltijden’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Kor. 11:20–22; 2 Petr. 2:13; 2 Petr. 2:17.

13wilde golven van de zee die hun eigen schande opschuimen; dwalende sterren, voor wie de diepe duisternis van de duisternis voor eeuwig bewaard is.
κύματα
(kymata)
golven
ἄγρια
(agria)
wilde
θαλάσσης
(thalasses)
van de zee
ἐπαφρίζοντα
(epaphrizonta)
opschuimend
τὰς
(tas)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
eigen
αἰσχύνας
(aischynas)
schanden
ἀστέρες
(asteres)
sterren
πλανῆται
(planetai)
dwalende
οἷς
(hois)
voor wie
ὁ
(ho)
de
ζόφος
(zophos)
diepe duisternis
τοῦ
(tou)
van de
σκότους
(skotous)
duisternis
εἰς
(eis)
voor
αἰῶνα
(aiona)
eeuwig
τετήρηται
(teteretai)
is bewaard
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπαφρίζω (epafrizo), ‘opschuimen’: schuim als schande werpen. ἀστέρες πλανῆται (asteres planetai), ‘dwalende sterren’: sterren zonder vaste baan. ζόφος τοῦ σκότους (zofos tou skotous), ‘de diepe duisternis van de duisternis’: zoals in 2 Petr. 2:17. τετήρηται (teteretai), ‘is bewaard’: zie vers 1.

Zie ook 2 Petr. 2:17.

Henoch heeft het voorzegd

14Ook over dezen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd: „Zie, Yahweh is gekomen met Zijn heilige tienduizendtallen,
Προεφήτευσεν
(Proepheteusen)
heeft geprofeteerd
δὲ
(de)
en
καὶ
(kai)
ook
τούτοις
(toutois)
over dezen
ἕβδομος
(hebdomos)
de zevende
ἀπὸ
(apo)
vanaf
Ἀδὰμ
(Adam)
Adam
Ἑνὼχ
(Henoch)
Henoch
λέγων
(legon)
zeggend
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἦλθεν
(elthen)
is gekomen
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ἐν
(en)
met
ἁγίαις
(hagiais)
heilige
μυριάσιν
(myriasin)
tienduizendtallen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Henoch (Ἑνώχ, Henoch): zie Gen. 5:18–24.

‘De zevende vanaf Adam’: In Gen. 5 is Henoch de zevende in de rij vanaf Adam.

Het citaat in de verzen 14–15 komt overeen met Henoch 1:9; de brief citeert dit woord van Henoch. ἦλθεν κύριος (elthen kyrios), ‘Yahweh is gekomen’: het Grieks heeft de verleden tijd; dat kan een profetische verleden tijd zijn, voor iets dat zo zeker is alsof het al gebeurd is.

Wij schrijven ‘Yahweh’ voor κύριος: het citaat gaat over de komst van Elohim voor het oordeel; vergelijk Zach. 14:5. μυριάς (myrias), ‘tienduizendtal’: een heel groot aantal.

Zie ook Henoch 1:9; Gen. 5:18–24.

15om het oordeel uit te voeren over allen en alle goddelozen te overtuigen van al hun werken van goddeloosheid, waarmee zij goddeloos gehandeld hebben, en van alle harde woorden die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.”
ποιῆσαι
(poiesai)
uit te voeren
κρίσιν
(krisin)
oordeel
κατὰ
(kata)
over
πάντων
(panton)
allen
καὶ
(kai)
en
ἐλέγξαι
(elenxai)
te overtuigen
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
ἀσεβεῖς
(asebeis)
goddelozen
περὶ
(peri)
van
πάντων
(panton)
al
τῶν
(ton)
de
ἔργων
(ergon)
werken
ἀσεβείας
(asebeias)
van goddeloosheid
αὐτῶν
(auton)
hun
ὧν
(hon)
waarmee
ἠσέβησαν
(esebesan)
zij goddeloos gehandeld hebben
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
van
πάντων
(panton)
al
τῶν
(ton)
de
σκληρῶν
(skleron)
harde woorden
ὧν
(hon)
die
ἐλάλησαν
(elalesan)
zij gesproken hebben
κατ’
(kat’)
tegen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἁμαρτωλοὶ
(hamartoloi)
zondaars
ἀσεβεῖς
(asebeis)
goddeloze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλέγχω (elencho), ‘overtuigen’: iemand van schuld overtuigen, zoals in Jak. 2:9. ἀσεβής (asebes), ‘goddeloos’, en ἀσέβεια (asebeia), ‘goddeloosheid’: het woord komt met verwante vormen vier keer in dit vers voor, ook in ‘zondaars, goddelozen’ aan het slot.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘alle goddelozen’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Henoch 1:9.

16Dezen zijn mopperaars die over hun lot klagen en hun begeerten volgen. Hun mond spreekt opgeblazen woorden, en zij bewonderen mensen om er voordeel van te hebben.
οὗτοί
(houtoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
γογγυσταί
(gongystai)
mopperaars
μεμψίμοιροι
(mempsimoiroi)
die klagen over hun lot
κατὰ
(kata)
naar
τὰς
(tas)
de
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerten
αὐτῶν
(auton)
hun
πορευόμενοι
(poreuomenoi)
gaand
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
στόμα
(stoma)
mond
αὐτῶν
(auton)
hun
λαλεῖ
(lalei)
spreekt
ὑπέρογκα
(hyperonka)
opgeblazen woorden
θαυμάζοντες
(thaumazontes)
bewonderend
πρόσωπα
(prosopa)
gezichten
ὠφελείας
(opheleias)
van voordeel
χάριν
(charin)
omwille van
Bron: SBLGNT
Uitleg

γογγυστής (gongystes), ‘mopperaar’: iemand die zachtjes klaagt, zoals het volk in de woestijn (vergelijk Num. 14:27). μεμψίμοιρος (mempsimoiros), ‘die over zijn lot klaagt’: iemand die steeds over zijn lot of zijn deel klaagt. ὑπέρογκα (hyperonka), ‘opgeblazen woorden’: zoals in 2 Petr. 2:18. θαυμάζοντες πρόσωπα (thaumazontes prosopa), ‘gezichten bewonderen’: mensen vleien om iets te krijgen; vergelijk ‘aanzien van personen’ in Jak. 2:1.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘hun’ (αὐτῶν); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 2 Petr. 2:18; Jak. 2:1.

Hou vol in de liefde

17Maar jullie, geliefden, denk terug aan de woorden die tevoren gesproken zijn door de apostelen van onze Heer Yeshua de Messias,
Ὑμεῖς
(Hymeis)
jullie
δέ
(de)
echter
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
μνήσθητε
(mnesthete)
denk terug aan
τῶν
(ton)
de
ῥημάτων
(rhematon)
woorden
τῶν
(ton)
die
προειρημένων
(proeiremenon)
tevoren gesproken zijn
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

μνήσθητε (mnestheite), ‘denk terug aan’: herinner jullie. ῥῆμα (rema), ‘woord’.

‘Tevoren gesproken’: de apostelen hebben dit eerder gezegd; vergelijk 2 Petr. 3:2.

Zie ook 2 Petr. 3:2.

Zie ook2 Petr 3:2
18dat zij tegen jullie zeiden: „In de laatste tijd zullen er spotters zijn, die hun eigen begeerten van goddeloosheid volgen.”
ὅτι
(hoti)
dat
ἔλεγον
(elegon)
zij zeiden
ὑμῖν
(hymin)
tegen jullie
Ἐπ’
(Ep’)
in
ἐσχάτου
(eschatou)
de laatste
χρόνου
(chronou)
tijd
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
ἐμπαῖκται
(empaiktai)
spotters
κατὰ
(kata)
naar
τὰς
(tas)
de
ἑαυτῶν
(heauton)
eigen
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerten
πορευόμενοι
(poreuomenoi)
gaand
τῶν
(ton)
van de
ἀσεβειῶν
(asebeion)
goddeloosheden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμπαίκτης (empaiktes), ‘spotter’: zoals in 2 Petr. 3:3.

Vergelijk 2 Petr. 3:3, dat bijna dezelfde woorden heeft.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘jullie’ (ὑμῖν) en bij de woorden ‘in de laatste tijd’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 2 Petr. 3:3.

Zie ook2 Petr 3:3
19Dezen zijn het die scheiding maken: natuurlijke mensen, die geen Geest hebben.
οὗτοί
(houtoi)
dezen
εἰσιν
(eisin)
zijn
οἱ
(hoi)
zij die
ἀποδιορίζοντες
(apodiorizontes)
scheiding maken
ψυχικοί
(psychikoi)
natuurlijke mensen
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
μὴ
(me)
niet
ἔχοντες
(echontes)
hebbend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποδιορίζω (apodiorizo), ‘scheiding maken’: afbakenen, groepen vormen. ψυχικός (psychikos), ‘natuurlijk’: de mens zonder de Geest, zoals in 1 Kor. 2:14. πνεῦμα μὴ ἔχοντες (pneuma me echontes), ‘geen Geest hebbend’: zonder lidwoord; het kan de Geest van Elohim zijn of ‘geest’ in het algemeen.

Wij schrijven ‘Geest’.

Zie ook 1 Kor. 2:14.

Zie ook1 Kor 2:14
20Maar jullie, geliefden: bouw jullie zelf op in jullie allerheiligste geloof, bid in de Heilige Geest,
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δέ
(de)
echter
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
ἐποικοδομοῦντες
(epoikodomountes)
opbouwend
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
τῇ
(te)
op het
ἁγιωτάτῃ
(hagiotate)
allerheiligste
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πίστει
(pistei)
geloof
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἁγίῳ
(hagio)
Heilige
προσευχόμενοι
(proseuchomenoi)
biddend
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 20–21 bevatten één gebod, τηρήσατε (teresate), ‘bewaar’, in vers 21, met drie deelwoorden: ‘opbouwend’, ‘biddend’ en ‘verwachtend’.

Wij vertalen de eerste twee als gebod en laten het derde als deelwoord. ἁγιωτάτῃ (hagiotate), ‘allerheiligste’: de overtreffende trap van ‘heilig’. ἐν πνεύματι ἁγίῳ (en pneumati hagio), ‘in de Heilige Geest’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘bouwend op jullie allerheiligste geloof’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJud 1:21
21bewaar jullie zelf in de liefde van Elohim, terwijl jullie de barmhartigheid van onze Heer Yeshua de Messias verwachten tot eeuwig leven.
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
θεοῦ
(theou)
van Elohim
τηρήσατε
(teresate)
bewaar
προσδεχόμενοι
(prosdechomenoi)
verwachtend
τὸ
(to)
de
ἔλεος
(eleos)
barmhartigheid
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
εἰς
(eis)
tot
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

τηρέω (tereo), ‘bewaren’: zie vers 1. ἀγάπη θεοῦ (agape theou), ‘liefde van Elohim’: de liefde van Elohim voor ons of onze liefde voor Elohim; vergelijk 1 Joh. 2:5.

Het ‘verwachten’ van de barmhartigheid kan wijzen naar de komst van de Heer; de tekst zegt het niet.

In de verzen 20–21 staan de Heilige Geest, Elohim en onze Heer Yeshua de Messias naast elkaar.

22En ontferm jullie over sommigen die twijfelen;
καὶ
(kai)
en
οὓς
(hous)
sommigen
μὲν
(men)
wel
ἐλεᾶτε
(eleate)
ontferm
διακρινομένους
(diakrinomenous)
twijfelend
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 22–23 bestaan uit drie groepen (‘sommigen … anderen … weer anderen’).

De SBLGNT markeert in de verzen 22–23 varianten. διακρίνομαι (diakrinomai), ‘twijfelen’: zoals in Jak. 1:6; in vers 9 ‘een geschil hebben’. ἐλεάω (eleao), ‘zich ontfermen’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘ontferm’ (ἐλεᾶτε) en een variant bij het hele stuk van ‘twijfelend’ in vers 22 tot ‘vrees’ in vers 23; wij volgen de SBLGNT.

23red anderen door hen uit het vuur te rukken; en ontferm jullie in vrees over weer anderen, terwijl jullie zelfs het door het vlees bevlekte onderkleed haten.
οὓς
(hous)
anderen
δὲ
(de)
maar
σῴζετε
(sozete)
red
ἐκ
(ek)
uit
πυρὸς
(pyros)
vuur
ἁρπάζοντες
(harpazontes)
wegrukkend
οὓς
(hous)
anderen
δὲ
(de)
maar
ἐλεᾶτε
(eleate)
ontferm
ἐν
(en)
in
φόβῳ
(phobo)
vrees
μισοῦντες
(misountes)
hatend
καὶ
(kai)
zelfs
τὸν
(ton)
het
ἀπὸ
(apo)
door
τῆς
(tes)
het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
ἐσπιλωμένον
(espilomenon)
bevlekte
χιτῶνα
(chitona)
onderkleed
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκ πυρὸς ἁρπάζοντες (ek pyros harpazontes), ‘uit het vuur rukken’: vergelijk Zach. 3:2, ‘een brandhout, uit het vuur bevrijd’, en Amos 4:11. χιτών (chiton), ‘onderkleed’: het kledingstuk dat direct op het lichaam wordt gedragen.

Bevlekt door het vlees: het beeld van besmetting.

Vergelijk Zach. 3:3, waar Jozua vuile kleren draagt.

Lezing

De SBLGNT sluit hier het stuk af dat bij vers 22 begint (‘twijfelend’ tot ‘vrees’); zie de Lezing bij vers 22.

Zie ook Zach. 3:2; Zach. 3:3; Amos 4:11.

Slotlofprijs

24Aan Hem nu die in staat is jullie zonder struikelen te behoeden en jullie smetteloos en met jubel voor Zijn heerlijkheid te stellen,
Τῷ
(To)
aan Hem
δὲ
(de)
nu
δυναμένῳ
(dynameno)
die in staat is
φυλάξαι
(phylaxai)
te behoeden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀπταίστους
(aptaistous)
zonder struikelen
καὶ
(kai)
en
στῆσαι
(stesai)
te stellen
κατενώπιον
(katenopion)
voor
τῆς
(tes)
de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀμώμους
(amomous)
smetteloos
ἐν
(en)
met
ἀγαλλιάσει
(agalliasei)
jubel
Bron: SBLGNT
Uitleg

φυλάσσω (fylasso), ‘behoeden’. ἄπταιστος (aptaistos), ‘zonder struikelen’: zie πταίω in Jak. 2:10. ἄμωμος (amomos), ‘smetteloos’: zonder gebrek. ἀγαλλίασις (agalliasis), ‘jubel’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘jullie’ (ὑμᾶς); wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJak 2:10
25aan de enige Elohim, onze Redder, door Yeshua de Messias, onze Heer: heerlijkheid, majesteit, macht en gezag, vóór alle tijd, nu en tot in alle eeuwigheden. Amen.
μόνῳ
(mono)
aan de enige
θεῷ
(theo)
Elohim
σωτῆρι
(soteri)
Redder
ἡμῶν
(hemon)
onze
διὰ
(dia)
door
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
μεγαλωσύνη
(megalosyne)
majesteit
κράτος
(kratos)
macht
καὶ
(kai)
en
ἐξουσία
(exousia)
gezag
πρὸ
(pro)
vóór
παντὸς
(pantos)
alle
τοῦ
(tou)
de
αἰῶνος
(aionos)
tijd
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
tot
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwigheden
ἀμήν
(amen)
Amen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft geen werkwoord: ‘aan de enige Elohim, onze Redder … heerlijkheid, majesteit, macht en gezag’.

Wij vullen niets aan. σωτήρ (soter), ‘Redder’. μεγαλωσύνη (megalosyne), ‘majesteit’. κράτος (kratos), ‘macht’. ἐξουσία (exousia), ‘gezag’. πρὸ παντὸς τοῦ αἰῶνος (pro pantos tou aionos), ‘vóór alle tijd’: letterlijk ‘voor heel de eeuw’. ἀμήν (amen), ‘amen’: zie Rom. 16:27.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘de enige’ (μόνῳ), ‘door Yeshua de Messias, onze Heer’, ‘heerlijkheid’ (δόξα) en ‘vóór alle tijd’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Rom. 16:27.

Zie ookRom 16:27