Elohim Bijbel

Habakuk 2

123

Het visioen en de vijf wee-roepen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De profeet wacht op antwoord

1Op mijn wachtpost wil ik staan en mij opstellen op de vestingmuur. Ik wil uitkijken om te zien wat Hij tegen mij zal zeggen en wat ik moet antwoorden op mijn bezwaar.
עַל
(al)
op
מִשְׁמַרְתִּ֣י
(mishmarti)
mijn wachtpost
אֶעֱמֹ֔דָה
(eemoda)
wil ik staan
וְאֶֽתְיַצְּבָ֖ה
(veetyatseva)
en wil mij opstellen
עַל
(al)
op
מָצ֑וֹר
(matsor)
de vestingmuur
וַאֲצַפֶּ֗ה
(vaatsape)
en wil uitkijken
לִרְאוֹת֙
(lirot)
om te zien
מַה
(ma)
wat
יְדַבֶּר
(yedaber)
Hij zal spreken
בִּ֔י
(bi)
tegen mij
וּמָ֥ה
(uma)
en wat
אָשִׁ֖יב
(ashiv)
ik moet antwoorden
עַל
(al)
op
תּוֹכַחְתִּֽי
(tokhachti)
mijn bezwaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁמַרְתִּי (mishmarti), ‘mijn wachtpost’ en מָצוֹר (matsor), ‘de vestingmuur’: de profeet doet alsof hij een wachter is op de muur van een stad.

Hij wacht op een antwoord van Yahweh.

Vergelijk Jes. 21:8.

תּוֹכַחְתִּי (tokhachti), ‘mijn bezwaar’: het woord betekent ‘terechtwijzing’ of ‘aanklacht’. Het kan zijn klacht tegen Yahweh zijn (zoals in hoofdstuk 1), maar ook de terechtwijzing die hij zelf ontvangt. Sommige oude vertalingen lezen ‘hun’ of ‘zijn’; wij volgen de Hebreeuwse tekst.

Het antwoord van Yahweh: het visioen

2Yahweh antwoordde mij en zei: „Schrijf het visioen op en maak het duidelijk op tafelen, zodat wie het leest erdoor kan rennen.
וַיַּעֲנֵ֤נִי
(vayaaneni)
en antwoordde mij
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
וַיֹּ֔אמֶר
(vayomer)
en zei
כְּת֣וֹב
(ketov)
schrijf op
חָז֔וֹן
(chazon)
visioen
וּבָאֵ֖ר
(uvaer)
en maak duidelijk
עַל
(al)
op
הַלֻּח֑וֹת
(haluchot)
de tafelen
לְמַ֥עַן
(lemaan)
zodat
יָר֖וּץ
(yaruts)
kan rennen
ק֥וֹרֵא
(qore)
wie leest
בֽוֹ
(bo)
erin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier spreekt Yahweh zelf, tot en met vers 5.

‘Yahweh antwoordde mij en zei’ staat zwart; de rede is rood.

חָזוֹן (chazon), ‘visioen’: het woord van Yahweh dat de profeet te zien kreeg.

הַלֻּחוֹת (haluchot), ‘de tafelen’: vlakke stukken steen of hout om op te schrijven (zoals Exod. 24:12).

יָרוּץ קוֹרֵא בוֹ (yarutz qore bo), ‘zodat wie het leest erdoor kan rennen’: het Hebreeuws kan zijn dat de lezer er snel doorheen kan lezen. Het kan ook zijn dat de lezer ermee wegrent om het te vertellen. Wij laten beide open.

3Want het visioen is nog bestemd voor de vastgestelde tijd. Het snakt naar het einde en liegt niet. Als het draalt, wacht erop, want het komt zeker, het komt niet te laat.
כִּ֣י
(ki)
want
ע֤וֹד
(od)
nog
חָזוֹן֙
(chazon)
visioen
לַמּוֹעֵ֔ד
(lamoed)
voor de vastgestelde tijd
וְיָפֵ֥חַ
(veyafeach)
en het snakt
לַקֵּ֖ץ
(laqets)
naar het einde
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יְכַזֵּ֑ב
(yekhazev)
liegt het
אִם
(im)
als
יִתְמַהְמָהּ֙
(yitmahmah)
het draalt
חַכֵּה
(chake)
wacht
ל֔וֹ
(lo)
erop
כִּֽי
(ki)
want
בֹ֥א
(bo)
komen
יָבֹ֖א
(yavo)
zal het komen
לֹ֥א
(lo)
niet
יְאַחֵֽר
(yeacher)
zal het te laat zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמּוֹעֵד (lamo'ed), ‘voor de vastgestelde tijd’: mo'ed is een tijd die Yahweh bepaalt.

וְיָפֵחַ (veyafeach), ‘het snakt’: een zeldzaam werkwoord; het is eigenlijk ‘hijgen’ of ‘blazen’. Het visioen verlangt naar zijn vervulling.

לַקֵּץ (laqetz), ‘naar het einde’: qets is het einde van de tijd van wachten.

בֹא יָבֹא (bo yavo), ‘het komt zeker’: een nadrukkelijke vorm, letterlijk ‘komen zal het komen’. Hebr. 10:37 haalt dit aan.

4Zie, opgeblazen, niet recht is zijn ziel in hem. Maar de rechtvaardige zal leven door zijn trouw.
הִנֵּ֣ה
(hine)
zie
עֻפְּלָ֔ה
(upela)
opgeblazen
לֹא
(lo)
niet
יָשְׁרָ֥ה
(yashera)
is recht
נַפְשׁ֖וֹ
(nafsho)
zijn ziel
בּ֑וֹ
(bo)
in hem
וְצַדִּ֖יק
(vetsadiq)
maar de rechtvaardige
בֶּאֱמוּנָת֥וֹ
(beemunato)
door zijn trouw
יִחְיֶֽה
(yichye)
zal leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֻפְּלָה (uphelah), ‘opgeblazen’: een zeldzame vorm, afgeleid van het werkwoord afal, ‘opzwellen’.

Zo wordt de trotse beschreven die zich boven recht en zwakte verheft.

Vergelijk Num. 14:44.

בֶּאֱמוּנָתוֹ (be'emunato), ‘door zijn trouw’: emunah betekent vastheid en betrouwbaarheid. Het is een trouw die blijft staan, ook als de tijd lang wordt. Wij vertalen ‘trouw’. De vrijheid van de rechtvaardige ligt in het vasthouden aan Yahweh. Sommige oude vertalingen lezen hier anders. Het Nieuwe Testament haalt dit vers aan (Rom. 1:17; Gal. 3:11; Hebr. 10:38).

יִחְיֶה (yichyeh), ‘zal leven’: ook ‘zal in leven blijven’.

5Ook is de wijn trouweloos: een hoogmoedige man blijft niet rustig. Hij sperrt zijn keel wijd open als de Sjeol, en hij is als de dood en wordt niet verzadigd. Hij verzamelt alle volken bij zich en brengt alle volkeren bij zich bijeen.”
וְאַף֙
(veaf)
en ook
כִּֽי
(ki)
want
הַיַּ֣יִן
(hayayin)
de wijn
בּוֹגֵ֔ד
(boged)
is trouweloos
גֶּ֥בֶר
(gever)
man
יָהִ֖יר
(yahir)
hoogmoedig
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִנְוֶ֑ה
(yinve)
blijft rustig
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
הִרְחִ֨יב
(hirchiv)
sperrt wijd open
כִּשְׁא֜וֹל
(kishol)
als de Sjeol
נַפְשׁ֗וֹ
(nafsho)
zijn keel
וְה֤וּא
(vehu)
en hij
כַמָּ֨וֶת֙
(kamavet)
als de dood
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִשְׂבָּ֔ע
(yisba)
wordt verzadigd
וַיֶּאֱסֹ֤ף
(vayeesof)
en verzamelt
אֵלָיו֙
(elav)
bij zich
כָּל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֔ם
(hagoyim)
de volken
וַיִּקְבֹּ֥ץ
(vayiqbots)
en brengt bijeen
אֵלָ֖יו
(elav)
bij zich
כָּל
(kal)
alle
הָעַמִּֽים
(haamim)
de volkeren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַיַּיִן בּוֹגֵד (hayayin boged), ‘de wijn is trouweloos’: sommige oude vertalingen lezen anders, namelijk ‘rijkdom’ in plaats van ‘wijn’.

De wijn staat hier voor het genot waarmee de machtige zich verdooft.

יִנְוֶה (yinveh), ‘blijft rustig’: het werkwoord navah betekent ‘thuis blijven’ of ‘rustig wonen’. De betekenis is hier niet zeker.

הִרְחִיב כִּשְׁאוֹל נַפְשׁוֹ (hirchiv kisheol nafsho), ‘hij sperrt zijn keel wijd open als de Sjeol’: nefesh is hier ‘keel’ of ‘begeerte’. De Sjeol, het dodenrijk, krijgt nooit genoeg (Spr. 27:20; 30:16).

Hiermee eindigt de rode rede.

Wee-roepen over de onderdrukker

6Zullen al deze niet een spotvers over hem aanheffen, een spotlied met raadsels over hem? Zij zeggen: „Wee wie opstapelt wat niet van hem is, hoelang nog, en zich laadt met pandgoed!
הֲלוֹא
(halo)
niet
אֵ֣לֶּה
(ele)
dezen
כֻלָּ֗ם
(kulam)
allen
עָלָיו֙
(alav)
over hem
מָשָׁ֣ל
(mashal)
spotvers
יִשָּׂ֔אוּ
(yisau)
zullen aanheffen
וּמְלִיצָ֖ה
(umelitsa)
en spotlied
חִיד֣וֹת
(chidot)
raadsels
ל֑וֹ
(lo)
op hem
וְיֹאמַ֗ר
(veyomar)
en zegt
ה֚וֹי
(hoy)
wee
הַמַּרְבֶּ֣ה
(hamarbe)
wie vermeerdert
לֹּא
(lo)
niet
ל֔וֹ
(lo)
van hem
עַד
(ad)
tot
מָתַ֕י
(matay)
wanneer
וּמַכְבִּ֥יד
(umakhbid)
en zich beladen
עָלָ֖יו
(alav)
op zich
עַבְטִֽיט
(avtit)
pandgoed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vanaf hier begint het spotvers over de onderdrukker, tot en met vers 19.

Er zijn vijf wee-roepen: vers 6, 9, 12, 15 en 19.

Wij zetten de verzen zwart.

Het Hebreeuws zegt niet uitdrukkelijk wie het spotvers uitspreekt: de volken, de profeet of Yahweh.

מָשָׁל (mashal), ‘spotvers’ en וּמְלִיצָה (melitsah), ‘spotlied’: een spreekwoordelijke spotrede. חִידוֹת (chidot), ‘raadsels’: scherpe, verborgen woorden.

הוֹי (hoy), ‘wee’: een roep die klaagt en aanklaagt. Zie ook Jes. 5:8–23.

עַבְטִיט (avtit), ‘pandgoed’: een zeldzaam woord, dat elders niet voorkomt. De betekenis is onzeker. Het kan ‘zware pandgoederen’ of ‘schuld’ zijn.

7Zullen je bijters niet plotseling opstaan, en zij die je wakker schudden ontwaken? Dan word je hun buit.
הֲל֣וֹא
(halo)
niet
פֶ֗תַע
(peta)
plotseling
יָק֨וּמוּ֙
(yaqumu)
staan op
נֹשְׁכֶ֔יךָ
(noshekheikha)
je bijters
וְיִקְצ֖וּ
(veyiqtsu)
en ontwaken
מְזַעְזְעֶ֑יךָ
(mezazeeikha)
zij die je wakker schudden
וְהָיִ֥יתָ
(vehayita)
en je wordt
לִמְשִׁסּ֖וֹת
(limshisot)
een buit
לָֽמוֹ
(lamo)
voor hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֹשְׁכֶיךָ (noshekha), ‘je bijters’: het werkwoord nashach betekent ‘bijten’.

Het woord is verwant aan neshech, ‘rente’ (Deut. 23:20; NL 23:19).

Het gaat om schuldeisers die toebijten.

מְזַעְזְעֶיךָ (meza'ze'ekha), ‘zij die je wakker schudden’: het werkwoord zua betekent ‘beven’ en ‘doen beven’.

לִמְשִׁסּוֹת (limshissot), ‘een buit’: wie geplunderd wordt.

8Omdat jij veel volken hebt geplunderd, zullen alle overigen van de volkeren jou plunderen. Dat is wegens het bloed van mensen en het geweld aan het land, de stad en al haar bewoners.
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֤ה
(ata)
jij
שַׁלּ֨וֹתָ֙
(shalota)
hebt geplunderd
גּוֹיִ֣ם
(goyim)
volken
רַבִּ֔ים
(rabim)
veel
יְשָׁלּ֖וּךָ
(yeshalukha)
zullen jou plunderen
כָּל
(kal)
alle
יֶ֣תֶר
(yeter)
overigen van
עַמִּ֑ים
(amim)
volkeren
מִדְּמֵ֤י
(midemei)
om het bloed van
אָדָם֙
(adam)
mensen
וַחֲמַס
(vachamas)
en geweld aan
אֶ֔רֶץ
(erets)
het land
קִרְיָ֖ה
(qirya)
de stad
וְכָל
(vekhal)
en alle
יֹ֥שְׁבֵי
(yoshevei)
bewoners van
בָֽהּ
(bah)
haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶתֶר עַמִּים (yeter ammim), ‘de overigen van de volkeren’: de volken die overblijven na de plundering.

De slotwoorden van dit vers staan gelijk in vers 17.

9Wee wie kwade winst maakt voor zijn huis, om zijn nest hoog te zetten, om zich te ontrukken aan de greep van het kwaad!
ה֗וֹי
(hoy)
wee
בֹּצֵ֛עַ
(botsea)
wie winst maakt
בֶּ֥צַע
(betsa)
winst
רָ֖ע
(ra)
kwaad
לְבֵית֑וֹ
(leveito)
voor zijn huis
לָשׂ֤וּם
(lasum)
om te zetten
בַּמָּרוֹם֙
(bamarom)
op de hoogte
קִנּ֔וֹ
(qino)
zijn nest
לְהִנָּצֵ֖ל
(lehinatsel)
om zich te ontrukken
מִכַּף
(mikaf)
aan de greep van
רָֽע
(ra)
het kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֶּצַע רָע (betsa ra), ‘kwade winst’: winst die ten koste van anderen gaat.

קִנּוֹ (qinno), ‘zijn nest’: het beeld van de hoogte komt ook voor in Obad. 4 en Jer. 49:16, waar Edom zijn nest hoog maakt en toch wordt neergehaald.

מִכַּף רָע (mikkaf ra), ‘aan de greep van het kwaad’: letterlijk ‘uit de palm van het kwaad’.

10Je hebt schande beraamd voor je huis door veel volkeren te vernietigen, en je hebt tegen jezelf gezondigd.
יָעַ֥צְתָּ
(yaatsta)
je hebt beraamd
בֹּ֖שֶׁת
(boshet)
schande
לְבֵיתֶ֑ךָ
(leveitekha)
voor je huis
קְצוֹת
(qetsot)
vernietigen van
עַמִּ֥ים
(amim)
volkeren
רַבִּ֖ים
(rabim)
veel
וְחוֹטֵ֥א
(vechote)
en zondigen
נַפְשֶֽׁךָ
(nafshekha)
tegen jezelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָעַצְתָּ (ya'atsta), ‘je hebt beraamd’: van etsah, ‘raad’.

Een etsah van mensen vertalen wij met ‘raad’; hier is het werkwoord ‘beramen’.

קְצוֹת (qetsot), ‘vernietigen’: letterlijk ‘afsnijden’.

נַפְשֶׁךָ (nafshekha), ‘jezelf’: letterlijk ‘je ziel’.

11Want de steen roept vanuit de muur, en de balk uit het hout antwoordt hem.
כִּי
(ki)
want
אֶ֖בֶן
(even)
steen
מִקִּ֣יר
(miqir)
uit de muur
תִּזְעָ֑ק
(tizaq)
roept
וְכָפִ֖יס
(vekhafis)
en balk
מֵעֵ֥ץ
(meets)
uit hout
יַעֲנֶֽנָּה
(yaanena)
antwoordt hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְכָפִיס (kafis), ‘balk’: een zeldzaam woord, dat nergens anders voorkomt.

De betekenis ‘balk’ of ‘dwarsbalk’ is niet zeker.

De stenen en balken van het gebouw getuigen tegen de bouwer. Het onrecht zit in de muren.

12Wee wie een stad bouwt met bloed en een stad grondvest met onrecht!
ה֛וֹי
(hoy)
wee
בֹּנֶ֥ה
(bone)
die bouwt
עִ֖יר
(ir)
stad
בְּדָמִ֑ים
(bedamim)
met bloed
וְכוֹנֵ֥ן
(vekhonen)
en die grondvest
קִרְיָ֖ה
(qirya)
stad
בְּעַוְלָֽה
(beavla)
met onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּדָמִים (bedamim), ‘met bloed’: bloedvergieten.

בְּעַוְלָה (be'avlah), ‘met onrecht’: avlah is onrecht.

Vergelijk Jer. 22:13 en Micha 3:10.

13Zie, komt dit niet van Yahweh van de legermachten? Volken sloven zich af voor het vuur, en natiën raken uitgeput voor niets.
הֲל֣וֹא
(halo)
niet
הִנֵּ֔ה
(hine)
zie
מֵאֵ֖ת
(meet)
van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֑וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
וְיִֽיגְע֤וּ
(veyigeu)
en sloven zich af
עַמִּים֙
(amim)
volken
בְּדֵי
(bedei)
voor
אֵ֔שׁ
(esh)
vuur
וּלְאֻמִּ֖ים
(uleumim)
en natiën
בְּדֵי
(bedei)
voor
רִ֥יק
(riq)
niets
יִעָֽפוּ
(yiafu)
raken uitgeput
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְהוָה צְבָאוֹת (Yahweh Tsevaot): tsevaot betekent ‘legers’ of ‘heerscharen’.

Wij vertalen Tsevaot overal als ‘legermachten’.

Zie ook Ps. 24:10 en Jes. 1:9.

וְיִיגְעוּ עַמִּים בְּדֵי אֵשׁ וּלְאֻמִּים בְּדֵי רִיק יִעָפוּ (vayyig'u amim bedei esh ule'ummim bedei rik ya'afu), ‘volken sloven zich af voor het vuur, en natiën raken uitgeput voor niets’: dezelfde woorden staan, in omgekeerde volgorde, in Jer. 51:58.

14Want de aarde zal vol worden van de kennis van de heerlijkheid van Yahweh, zoals de wateren de zee bedekken.
כִּ֚י
(ki)
want
תִּמָּלֵ֣א
(timale)
zal vol worden
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
de aarde
לָדַ֖עַת
(ladaat)
van kennis
אֶת
(et)
(obj.)
כְּב֣וֹד
(kevod)
heerlijkheid van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כַּמַּ֖יִם
(kamayim)
zoals wateren
יְכַסּ֥וּ
(yekhasu)
bedekken
עַל
(al)
over
יָֽם
(yam)
zee
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers lijkt op Jes. 11:9, ‘de aarde is vol van de kennis van Yahweh, zoals de wateren de zee bedekken’.

Hier staat ‘de kennis van de heerlijkheid van Yahweh’ (kavod Yahweh).

Zie ook Num. 14:21.

Het vers staat tegenover de vijand die zich verheft: uiteindelijk bedekt de heerlijkheid van Yahweh de aarde.

15Wee wie zijn naaste te drinken geeft, wie zijn grimmigheid erbij uitstort en hem ook dronken maakt, om naar hun naaktheid te kijken!
ה֚וֹי
(hoy)
wee
מַשְׁקֵ֣ה
(mashqe)
die te drinken geeft
רֵעֵ֔הוּ
(reehu)
zijn naaste
מְסַפֵּ֥חַ
(mesapeach)
die erbij uitstort
חֲמָתְךָ֖
(chamatekha)
je grimmigheid
וְאַ֣ף
(veaf)
en ook
שַׁכֵּ֑ר
(shaker)
maakt dronken
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
הַבִּ֖יט
(habit)
kijken
עַל
(al)
naar
מְעוֹרֵיהֶֽם
(meoreihem)
hun naaktheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְסַפֵּחַ (mesapeach), ‘wie erbij uitstort’: een zeldzame vorm van het werkwoord safach.

חֲמָתְךָ (chamatkha), ‘je grimmigheid’: het woord chamah betekent ‘woede’.

Sommigen lezen hier chemet, ‘waterzak’: ‘die je waterzak uitgiet’.

Wij volgen ‘grimmigheid’.

מְעוֹרֵיהֶם (me'oreihem), ‘hun naaktheid’: zoals Noach dronken werd en bloot lag (Gen. 9:21–22).

16Je bent verzadigd van schande in plaats van eer. Drink ook jij en toon je voorhuid. De beker in de rechterhand van Yahweh keert zich naar je toe, en walgelijke schande komt over je eer.
שָׂבַ֤עְתָּ
(savata)
je bent verzadigd
קָלוֹן֙
(qalon)
van schande
מִכָּב֔וֹד
(mikavod)
in plaats van eer
שְׁתֵ֥ה
(shete)
drink
גַם
(gam)
ook
אַ֖תָּה
(ata)
jij
וְהֵֽעָרֵ֑ל
(vehearel)
en toon je voorhuid
תִּסּ֣וֹב
(tisov)
keert zich
עָלֶ֗יךָ
(aleikha)
naar je toe
כּ֚וֹס
(kos)
beker van
יְמִ֣ין
(yemin)
de rechterhand van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְקִיקָל֖וֹן
(veqiqalon)
en walgelijke schande
עַל
(al)
over
כְּבוֹדֶֽךָ
(kevodekha)
je eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְהֵעָרֵל (vehe'arel), ‘en toon je voorhuid’: de onbesneden.

Sommige oude vertalingen lezen anders, namelijk ‘en waggel’.

Beide passen bij de dronkenschap.

כּוֹס יְמִין יְהוָה (kos yemin Yahweh), ‘de beker in de rechterhand van Yahweh’: de beker van Yahweh’s toorn (Jer. 25:15; Ps. 75:9, NL 75:8).

וְקִיקָלוֹן (veqiqalon), ‘walgelijke schande’: een zeldzaam woord, dat elders niet voorkomt. De betekenis is niet zeker; mogelijk gaat het om braaksel.

17Want het geweld aan Libanon overdekt je, en de verwoesting van de dieren doet hen schrikken. Dat is wegens het bloed van mensen en het geweld aan het land, de stad en al haar bewoners.
כִּ֣י
(ki)
want
חֲמַ֤ס
(chamas)
geweld aan
לְבָנוֹן֙
(levanon)
Libanon
יְכַסֶּ֔ךָּ
(yekhaseka)
zal je overdekken
וְשֹׁ֥ד
(veshod)
en verwoesting van
בְּהֵמ֖וֹת
(behemot)
dieren
יְחִיתַ֑ן
(yechitan)
doet hen schrikken
מִדְּמֵ֤י
(midemei)
om het bloed van
אָדָם֙
(adam)
mensen
וַחֲמַס
(vachamas)
en geweld aan
אֶ֔רֶץ
(erets)
het land
קִרְיָ֖ה
(qirya)
de stad
וְכָל
(vekhal)
en alle
יֹ֥שְׁבֵי
(yoshevei)
bewoners van
בָֽהּ
(bah)
haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְבָנוֹן (Levanon), ‘Libanon’: het gebergte met zijn cederbossen, dat door de Chaldeeën werd geplunderd (zie ook Jes. 14:8).

Het kan ook gaan om de tempel, die van Libanons hout was gebouwd.

De betekenis is niet zeker.

יְחִיתַן (yechitan), ‘doet hen schrikken’: van chatat, ‘ontzet zijn’. De dieren schrikken van wie hen verwoest.

De laatste woorden staan gelijk in vers 8.

18Wat baat een gesneden beeld, dat zijn maker heeft uitgehouwen, een gegoten beeld en een leraar van leugen? Want de maker vertrouwt op wat hij zelf maakte, door stomme nietige goden te maken.
מָֽה
(ma)
wat
הוֹעִ֣יל
(hoil)
baat
פֶּ֗סֶל
(pesel)
gesneden beeld
כִּ֤י
(ki)
dat
פְסָלוֹ֙
(pesalo)
heeft uitgehouwen
יֹֽצְר֔וֹ
(yotsero)
zijn maker
מַסֵּכָ֖ה
(masekha)
gegoten beeld
וּמ֣וֹרֶה
(umore)
en leraar van
שָּׁ֑קֶר
(shaqer)
leugen
כִּ֣י
(ki)
want
בָטַ֞ח
(batach)
vertrouwt
יֹצֵ֤ר
(yotser)
de maker
יִצְרוֹ֙
(yitsro)
van zijn maaksel
עָלָ֔יו
(alav)
daarop
לַעֲשׂ֖וֹת
(laasot)
om te maken
אֱלִילִ֥ים
(elilim)
nietige goden
אִלְּמִֽים
(ilemim)
stomme
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פֶּסֶל (fesel), ‘gesneden beeld’ en מַסֵּכָה (massekhah), ‘gegoten beeld’: afgodsbeelden, uit hout gesneden of uit metaal gegoten.

וּמוֹרֶה שָּׁקֶר (moreh sheqer), ‘leraar van leugen’: het beeld leert niets dan leugen.

אֱלִילִים אִלְּמִים (elilim illemim), ‘stomme nietige goden’: elil is een ‘nietig god’. Het woord illem betekent ‘stom’; het beeld kan niet spreken.

19Wee wie tegen hout zegt: ‘Word wakker!’ en tegen een zwijgende steen: ‘Sta op!’ Zou die onderwijzen? Zie, hij is met goud en zilver overtrokken, maar er is helemaal geen adem in zijn binnenste.”
ה֣וֹי
(hoy)
wee
אֹמֵ֤ר
(omer)
die zegt
לָעֵץ֙
(laets)
tegen hout
הָקִ֔יצָה
(haqitsa)
word wakker
ע֖וּרִי
(uri)
word wakker
לְאֶ֣בֶן
(leeven)
tegen steen
דּוּמָ֑ם
(dumam)
zwijgende
ה֣וּא
(hu)
die
יוֹרֶ֔ה
(yore)
onderwijst
הִנֵּה
(hine)
zie
ה֗וּא
(hu)
die
תָּפוּשׂ֙
(tafus)
overtrokken
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
וָכֶ֔סֶף
(vakhesef)
en zilver
וְכָל
(vekhal)
en alle
ר֖וּחַ
(ruach)
adem
אֵ֥ין
(ein)
er is niet
בְּקִרְבּֽוֹ
(beqirbo)
in zijn binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יוֹרֶה (hu yoreh), ‘zou die onderwijzen?’: letterlijk ‘hij zal onderwijzen’.

Het is een retorische vraag; het beeld leert niets (vers 18).

תָּפוּשׂ (tafus), ‘overtrokken’: het hout of de steen heeft een laag goud en zilver.

רוּחַ (ruach), ‘adem’: er is geen levensadem in. Vergelijk Ps. 135:17.

Yahweh in Zijn heilige tempel

20Maar Yahweh is in Zijn heilige tempel. Wees stil voor Zijn aangezicht, heel de aarde.
וַֽיהוָ֖ה
(vaYahweh)
maar Yahweh
בְּהֵיכַ֣ל
(beheikhal)
in tempel van
קָדְשׁ֑וֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
הַ֥ס
(has)
wees stil
מִפָּנָ֖יו
(mipanav)
voor Zijn aangezicht
כָּל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיהוָה בְּהֵיכַל קָדְשׁוֹ (veYahweh beheikhal qodsho), ‘maar Yahweh is in Zijn heilige tempel’: tegenover de beelden die niets zijn, is Yahweh aanwezig.

Het kan de tempel in Jeruzalem zijn, maar ook de hemel (Ps. 11:4).

הַס (has), ‘wees stil’: een roep tot zwijgen, als voor een koning. Zie ook Zef. 1:7 en Zach. 2:17 (NL 2:13).