Het lege graf, de weg naar Emmaüs, de opgestane Yeshua en de hemelvaart
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het lege graf
1Op de eerste dag van de week gingen zij heel vroeg in de morgen naar het graf, met de specerijen die zij klaargemaakt hadden.
τῇ
(te)
op de
δὲ
(de)
maar
μιᾷ
(mia)
eerste
τῶν
(ton)
van de
σαββάτων
(sabbaton)
week
ὄρθρου
(orthrou)
in de vroege morgen
βαθέως
(batheos)
diep
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
het
μνῆμα
(mnema)
graf
ἦλθον
(elthon)
gingen
φέρουσαι
(pherousai)
brengend
ἃ
(ha)
die
ἡτοίμασαν
(hetoimasan)
hadden klaargemaakt
ἀρώματα
(aromata)
specerijen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Graf van Jozef van Arimatea (graf van Yeshua; ligging onzeker): Het graf lag in een rots, buiten Jeruzalem, bij de plek van de kruisiging.
De traditie zoekt het in de Heilig-Grafkerk.
Dit is niet zeker.
Uitleg
τῇ μιᾷ τῶν σαββάτων (te mia ton sabbaton), letterlijk ‘op de eerste van de sabbatten’: de eerste dag van de week, de dag na de sabbat. ἄρωμα (aroma), ‘specerij’: geurige stoffen waarmee men een lichaam verzorgde.
7en zei dat de Mensenzoon moest worden overgeleverd in de handen van zondige mensen, gekruisigd moest worden en op de derde dag moest opstaan.”
λέγων
(legon)
zeggend
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
ὅτι
(hoti)
dat
δεῖ
(dei)
moet
παραδοθῆναι
(paradothenai)
worden overgeleverd
εἰς
(eis)
in
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἀνθρώπων
(anthropon)
van mensen
ἁμαρτωλῶν
(hamartolon)
zondige
καὶ
(kai)
en
σταυρωθῆναι
(staurothenai)
gekruisigd worden
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
op de
τρίτῃ
(trite)
derde
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἀναστῆναι
(anastenai)
opstaan
Bron: SBLGNT
Uitleg
υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: zie 5:24. ἀναστῆναι (anastenai), ‘opstaan’: een ander woord dan ἠγέρθη (egerthe), ‘is opgewekt’ in 24:6.
8Zij herinnerden zich Zijn woorden.
καὶ
(kai)
en
ἐμνήσθησαν
(emnesthesan)
herinnerden zich
τῶν
(ton)
de
ῥημάτων
(rhematon)
woorden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
9Zij keerden terug van het graf en meldden dit alles aan de elf en aan alle anderen.
καὶ
(kai)
en
ὑποστρέψασαι
(hypostrepsasai)
teruggekeerd
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
μνημείου
(mnemeiou)
graf
ἀπήγγειλαν
(apengeilan)
meldden
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
πάντα
(panta)
alle
τοῖς
(tois)
aan de
ἕνδεκα
(hendeka)
elf
καὶ
(kai)
en
πᾶσιν
(pasin)
aan allen
τοῖς
(tois)
de
λοιποῖς
(loipois)
overigen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Graf van Jozef van Arimatea (graf van Yeshua; ligging onzeker): Het graf lag in een rots, buiten Jeruzalem, bij de plek van de kruisiging.
De traditie zoekt het in de Heilig-Grafkerk.
Dit is niet zeker.
10Het waren Maria Magdalena, Johanna, Maria, de moeder van Jakobus, en de overige vrouwen met hen. Zij zeiden dit tegen de apostelen.
ἦσαν
(esan)
waren
δὲ
(de)
en
ἡ
(he)
de
Μαγδαληνὴ
(Magdalene)
Magdalena
Μαρία
(Maria)
Maria
καὶ
(kai)
en
Ἰωάννα
(Ioanna)
Johanna
καὶ
(kai)
en
Μαρία
(Maria)
Maria
ἡ
(he)
de
Ἰακώβου
(Iakobou)
van Jakobus
καὶ
(kai)
en
αἱ
(hai)
de
λοιπαὶ
(loipai)
overige
σὺν
(syn)
met
αὐταῖς
(autais)
hen
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
πρὸς
(pros)
tegen
τοὺς
(tous)
de
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft alleen ‘Maria van Jakobus’; wij vullen ‘de moeder’ aan, zoals in Mark. 16:1.
11Deze woorden kwamen hun voor als onzin, en zij geloofden de vrouwen niet.
καὶ
(kai)
en
ἐφάνησαν
(ephanesan)
verschenen
ἐνώπιον
(enopion)
voor
αὐτῶν
(auton)
hen
ὡσεὶ
(hosei)
als
λῆρος
(leros)
onzin
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
ταῦτα
(tauta)
deze
καὶ
(kai)
en
ἠπίστουν
(epistoun)
geloofden niet
αὐταῖς
(autais)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg
λῆρος (leros), ‘onzin’: een zeldzaam woord voor praat zonder zin. ἀπιστέω (apisteo), ‘niet geloven’.
12Maar Petrus stond op en rende naar het graf. Hij bukte zich, zag alleen de linnen doeken liggen en ging weg, bij zichzelf verwonderd over wat er gebeurd was.
Ὁ
(Ho)
de
δὲ
(de)
maar
Πέτρος
(Petros)
Petrus
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
ἔδραμεν
(edramen)
rende
ἐπὶ
(epi)
naar
τὸ
(to)
het
μνημεῖον
(mnemeion)
graf
καὶ
(kai)
en
παρακύψας
(parakypsas)
bukkend
βλέπει
(blepei)
ziet
τὰ
(ta)
de
ὀθόνια
(othonia)
linnen doeken
μόνα
(mona)
alleen
καὶ
(kai)
en
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
πρὸς
(pros)
bij
αὑτὸν
(hauton)
zichzelf
θαυμάζων
(thaumazon)
verwonderd
τὸ
(to)
het
γεγονός
(gegonos)
gebeurde
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Graf van Jozef van Arimatea (graf van Yeshua; ligging onzeker): Het graf lag in een rots, buiten Jeruzalem, bij de plek van de kruisiging.
De traditie zoekt het in de Heilig-Grafkerk.
Dit is niet zeker.
Uitleg
πρὸς ἑαυτόν (pros heauton), ‘bij zichzelf’: het kan ook ‘naar huis’ betekenen.
De twee herkennen Hem niet (24:16); daarom spreken zij Hem aan met ‘u’ in kleine letter.
19Hij zei tegen hen: „Wat voor dingen?” Zij zeiden tegen Hem: „Wat er met Yeshua de Nazarener gebeurd is. Hij was een man, een profeet, machtig in daad en woord voor Elohim en voor het hele volk.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ποῖα
(Poia)
wat voor
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
εἶπαν
(eipan)
zeiden
αὐτῷ
(auto)
tegen Hem
Τὰ
(Ta)
de
περὶ
(peri)
over
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τοῦ
(tou)
de
Ναζαρηνοῦ
(Nazarenou)
Nazarener
ὃς
(hos)
die
ἐγένετο
(egeneto)
werd
ἀνὴρ
(aner)
man
προφήτης
(prophetes)
profeet
δυνατὸς
(dynatos)
machtig
ἐν
(en)
in
ἔργῳ
(ergo)
daad
καὶ
(kai)
en
λόγῳ
(logo)
woord
ἐναντίον
(enantion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
παντὸς
(pantos)
heel
τοῦ
(tou)
het
λαοῦ
(laou)
volk
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ναζαρηνός (Nazarenos), ‘Nazarener’: iemand uit Nazaret; vergelijk Mark. 14:67.
35Ook zij vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij het breken van het brood.
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἐξηγοῦντο
(exegounto)
vertelden
τὰ
(ta)
de dingen
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ὁδῷ
(hodo)
weg
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
hoe
ἐγνώσθη
(egnosthe)
werd herkend
αὐτοῖς
(autois)
door hen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
κλάσει
(klasei)
breken
τοῦ
(tou)
van het
ἄρτου
(artou)
brood
Bron: SBLGNT
Yeshua verschijnt aan de leerlingen
36Terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
δὲ
(de)
maar
αὐτῶν
(auton)
zij
λαλούντων
(lalounton)
sprekend
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
ἔστη
(este)
stond
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie ook Joh. 20:19–23; Mark. 16:14.
Lezing
In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) volgen hier de woorden ‘En Hij zei tegen hen: Vrede voor jullie’ (vergelijk Joh. 20:19); de SBLGNT heeft ze niet.
37Zij schrokken en werden bang, en dachten een geest te zien.
πτοηθέντες
(ptoethentes)
verschrikt
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
en
ἔμφοβοι
(emphoboi)
bevreesd
γενόμενοι
(genomenoi)
geworden
ἐδόκουν
(edokoun)
dachten
πνεῦμα
(pneuma)
geest
θεωρεῖν
(theorein)
te zien
Bron: SBLGNT
Uitleg
πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: hier de geest van een gestorvene, geen Heilige Geest; daarom met kleine letter.
38Hij zei tegen hen: „Waarom zijn jullie ontsteld, en waarom komen er twijfels in jullie hart op?
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Τί
(Ti)
waarom
τεταραγμένοι
(tetaragmenoi)
ontsteld
ἐστέ
(este)
zijn jullie
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
om
τί
(ti)
wat
διαλογισμοὶ
(dialogismoi)
overwegingen
ἀναβαίνουσιν
(anabainousin)
komen op
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
διαλογισμός (dialogismos), ‘overweging’: wat iemand bij zichzelf overlegt; hier gaat het om twijfel.
39Kijk naar Mijn handen en Mijn voeten: Ik ben het zelf. Raak Mij aan en kijk, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals jullie zien dat Ik die heb.”
40Nadat Hij dit gezegd had, liet Hij hun Zijn handen en Zijn voeten zien.
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dit
εἰπὼν
(eipon)
gezegd hebbend
ἔδειξεν
(edeixen)
liet zien
αὐτοῖς
(autois)
hun
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
Bron: SBLGNT
Lezing
De SBLGNT zet dit vers tussen rechte haken.
In sommige oude handschriften ontbreekt het.
Wij vertalen het.
41Terwijl zij van vreugde nog steeds niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tegen hen: „Hebben jullie hier iets te eten?”
ἔτι
(eti)
nog
δὲ
(de)
maar
ἀπιστούντων
(apistounton)
ongelovig zijnd
αὐτῶν
(auton)
zij
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
χαρᾶς
(charas)
vreugde
καὶ
(kai)
en
θαυμαζόντων
(thaumazonton)
zich verwonderend
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Ἔχετέ
(Echete)
hebben jullie
τι
(ti)
iets
βρώσιμον
(brosimon)
eetbaars
ἐνθάδε
(enthade)
hier
Bron: SBLGNT
Uitleg
χαρά (chara), ‘vreugde’: ook in 24:52.
42Zij gaven Hem een stuk gebraden vis.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
ἐπέδωκαν
(epedokan)
gaven
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἰχθύος
(ichthyos)
van vis
ὀπτοῦ
(optou)
gebraden
μέρος
(meros)
stuk
Bron: SBLGNT
43Hij nam het en at het voor hun ogen.
καὶ
(kai)
en
λαβὼν
(labon)
nemend
ἐνώπιον
(enopion)
voor
αὐτῶν
(auton)
hun ogen
ἔφαγεν
(ephagen)
at
Bron: SBLGNT
De opdracht en de belofte
44Hij zei tegen hen: „Dit zijn Mijn woorden die Ik tot jullie sprak toen Ik nog bij jullie was. Alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes, de profeten en de psalmen, moet vervuld worden.”
Εἶπεν
(Eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Οὗτοι
(Houtoi)
dit
οἱ
(hoi)
de
λόγοι
(logoi)
woorden
μου
(mou)
Mijn
οὓς
(hous)
die
ἐλάλησα
(elalesa)
sprak Ik
πρὸς
(pros)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἔτι
(eti)
nog
ὢν
(on)
zijnde
σὺν
(syn)
met
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
δεῖ
(dei)
moet
πληρωθῆναι
(plerothenai)
vervuld worden
πάντα
(panta)
alles
τὰ
(ta)
het
γεγραμμένα
(gegrammena)
geschrevene
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νόμῳ
(nomo)
wet
Μωϋσέως
(Moyseos)
van Mozes
καὶ
(kai)
en
προφήταις
(prophetais)
profeten
καὶ
(kai)
en
ψαλμοῖς
(psalmois)
psalmen
περὶ
(peri)
over
ἐμοῦ
(emou)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
Hier staan de drie delen van de Schriften van Israël naast elkaar: de wet (Torah), de profeten en de psalmen.
45Toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen.
τότε
(tote)
toen
διήνοιξεν
(dienoixen)
opende
αὐτῶν
(auton)
hun
τὸν
(ton)
het
νοῦν
(noun)
verstand
τοῦ
(tou)
om
συνιέναι
(synienai)
te begrijpen
τὰς
(tas)
de
γραφάς
(graphas)
Schriften
Bron: SBLGNT
Uitleg
νοῦς (nous), ‘verstand’: het vermogen om te begrijpen.
46Hij zei tegen hen: „Zo staat geschreven dat de Messias zou lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan,
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
ὅτι
(hoti)
dat
οὕτως
(houtos)
zo
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
παθεῖν
(pathein)
lijden
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
καὶ
(kai)
en
ἀναστῆναι
(anastenai)
opstaan
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
τῇ
(te)
op de
τρίτῃ
(trite)
derde
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
Bron: SBLGNT
47en dat in Zijn naam bekering en vergeving van zonden verkondigd zou worden aan alle volken, te beginnen in Jeruzalem.
καὶ
(kai)
en
κηρυχθῆναι
(kerychthenai)
verkondigd worden
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
μετάνοιαν
(metanoian)
bekering
καὶ
(kai)
en
ἄφεσιν
(aphesin)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
εἰς
(eis)
tot
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἀρξάμενοι
(arxamenoi)
beginnend
ἀπὸ
(apo)
vanaf
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
Zie ook Matt. 28:19–20; Mark. 16:15. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: zie 3:3. ἀρξάμενοι (arxamenoi), ‘te beginnen’: de vorm is meervoud en kan bij ‘jullie’ in 24:48 horen (‘jullie, beginnend in Jeruzalem, zijn getuigen’).