Elohim Bijbel

1 Kronieken 25

1234567891011121314151617181920212223242526272829

De zangers en muzikanten in de dienst

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

David zondert de zangers af

1David en de legeroversten zonderden voor de dienst de zonen van Asaf, Heman en Jedutun af. Zij profeteerden met lieren, harpen en bekkens. Dit was het aantal van de mannen die het werk deden, naar hun dienst:
וַיַּבְדֵּ֣ל
(vayavdel)
en zonderde af
דָּוִיד֩
(david)
David
וְשָׂרֵ֨י
(vesarei)
en de oversten van
הַצָּבָ֜א
(hatsava)
het leger
לַעֲבֹדָ֗ה
(laavoda)
voor de dienst
לִבְנֵ֤י
(livnei)
van de zonen van
אָסָף֙
(asaf)
Asaf
וְהֵימָ֣ן
(veheiman)
en Heman
וִֽידוּת֔וּן
(vidutun)
en Jedutun
הַֽנִּבְּאִ֛ים
(hanibeim)
die profeteerden
בְּכִנֹּר֥וֹת
(bekhinorot)
met lieren
בִּנְבָלִ֖ים
(binvalim)
met harpen
וּבִמְצִלְתָּ֑יִם
(uvimtsiltayim)
en met bekkens
וַֽיְהִי֙
(vayhi)
en was
מִסְפָּרָ֔ם
(misparam)
hun aantal
אַנְשֵׁ֥י
(anshei)
mannen van
מְלָאכָ֖ה
(melakha)
werk
לַעֲבֹדָתָֽם
(laavodatam)
naar hun dienst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִבָּא (nibba), ‘profeteren’: hier is het profeteren verbonden met muziek en lofzang, zoals in vers 3.

Vergelijk 1 Sam. 10:5, waar een groep profeten met muziek profeteert.

כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’; נֶבֶל (nevel), ‘harp’; מְצִלְתַּיִם (metsiltayim), ‘bekkens’: dezelfde instrumenten als in 2 Sam. 6:5.

Lezing

Geschreven staat הַנְּבִיאִים (hannevi’im), ‘de profeten’.

Gelezen wordt הַנִּבְּאִים (hannibbe’im), ‘die profeteren’.

Wij volgen de gelezen vorm.

De zonen van Asaf

2Van de zonen van Asaf: Zakkur, Josef, Netanja en Asarela. Dit zijn zonen van Asaf, onder leiding van Asaf. Hij profeteerde onder leiding van de koning.
לִבְנֵ֣י
(livnei)
van de zonen van
אָסָ֗ף
(asaf)
Asaf
זַכּ֧וּר
(zakur)
Zakkur
וְיוֹסֵ֛ף
(veyosef)
en Josef
וּנְתַנְיָ֥ה
(unetanya)
en Netanja
וַאֲשַׂרְאֵ֖לָה
(vaasarela)
en Asarela
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
אָסָ֑ף
(asaf)
Asaf
עַ֚ל
(al)
onder
יַד
(yad)
hand van
אָסָ֔ף
(asaf)
Asaf
הַנִּבָּ֖א
(haniba)
die profeteerde
עַל
(al)
onder
יְדֵ֥י
(yedei)
handen van
הַמֶּֽלֶךְ
(hamelekh)
de koning
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַל יַד (al yad), ‘onder leiding van’: letterlijk ‘onder de hand van’.

Wij vertalen zo ook in vers 3 en 6.

De zonen van Jedutun

3Van Jedutun, de zonen van Jedutun: Gedalja, Tseri, Jesaja, Chasabja en Mattitja, zes, onder leiding van hun vader Jedutun. Hij profeteerde met de lier om Yahweh te danken en te loven.
לִידוּת֑וּן
(lidutun)
van Jedutun
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
יְדוּת֡וּן
(yedutun)
Jedutun
גְּדַלְיָ֡הוּ
(gedalyahu)
Gedalja
וּצְרִ֡י
(utseri)
en Tseri
וִֽ֠ישַׁעְיָהוּ
(vishayahu)
en Jesaja
חֲשַׁבְיָ֨הוּ
(chashavyahu)
Chasabja
וּמַתִּתְיָ֜הוּ
(umatityahu)
en Mattitja
שִׁשָּׁ֗ה
(shisha)
zes
עַל֩
(al)
onder
יְדֵ֨י
(yedei)
handen van
אֲבִיהֶ֤ם
(avihem)
hun vader
יְדוּתוּן֙
(yedutun)
Jedutun
בַּכִּנּ֔וֹר
(bakinor)
met de lier
הַנִּבָּ֕א
(haniba)
die profeteerde
עַל
(al)
om
הֹד֥וֹת
(hodot)
te danken
וְהַלֵּ֖ל
(vehalel)
en te loven
לַיהוָֽה
(laYahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Er staan vijf namen, maar het getal is ‘zes’.

Een zesde zoon, Simeï, staat in vers 17.

De zonen van Heman

4Van Heman, de zonen van Heman: Bukkia, Mattanja, Uzziël, Sjebuël, Jerimot, Chananja, Chanani, Eliata, Giddalti, Romamti-Ezer, Josjbekasja, Malloti, Hotir en Machaziot.
לְהֵימָ֑ן
(leheiman)
van Heman
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
הֵימָ֡ן
(heiman)
Heman
בֻּקִּיָּ֡הוּ
(buqiyahu)
Bukkia
מַתַּנְיָ֡הוּ
(matanyahu)
Mattanja
עֻ֠זִּיאֵל
(uziel)
Uzziël
שְׁבוּאֵ֨ל
(shevuel)
Sjebuël
וִֽירִימ֜וֹת
(virimot)
en Jerimot
חֲנַנְיָ֣ה
(chananya)
Chananja
חֲנָ֗נִי
(chanani)
Chanani
אֱלִיאָ֤תָה
(eliata)
Eliata
גִדַּ֨לְתִּי֙
(gidalti)
Giddalti
וְרֹמַ֣מְתִּי
(veromamti)
en Romamti
עֶ֔זֶר
(ezer)
Ezer
יָשְׁבְּקָ֣שָׁה
(yashbeqasha)
Josjbekasja
מַלּ֔וֹתִי
(maloti)
Malloti
הוֹתִ֖יר
(hotir)
Hotir
מַחֲזִיאֽוֹת
(machaziot)
Machaziot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוֹמַמְתִּי עֵזֶר (romamti ezer), ‘Romamti-Ezer’: één naam van twee woorden.

Letterlijk betekent hij ‘ik heb hulp verheven’.

Heman heeft 14 zonen, zoals vers 5 zegt. Enkele namen staan in vers 9–31 in een iets andere spelling: Uzziël is daar waarschijnlijk Azarel (vers 18) en Sjebuël staat daar als שׁוּבָאֵל (Shuvael, vers 20). Wij schrijven beide keren ‘Sjebuël’.

5Al deze mannen waren zonen van Heman, de ziener van de koning, in de woorden van Elohim, om de hoorn te verheffen. Elohim gaf Heman 14 zonen en drie dochters.
כָּל
(kal)
heel
אֵ֨לֶּה
(ele)
deze
בָנִ֜ים
(banim)
zonen
לְהֵימָ֗ן
(leheiman)
van Heman
חֹזֵ֥ה
(choze)
ziener van
הַמֶּ֛לֶךְ
(hamelekh)
de koning
בְּדִבְרֵ֥י
(bedivrei)
in woorden van
הָאֱלֹהִ֖ים
(haElohim)
Elohim
לְהָרִ֣ים
(leharim)
om te verheffen
קָ֑רֶן
(qaren)
hoorn
וַיִּתֵּ֨ן
(vayiten)
en gaf
הָאֱלֹהִ֜ים
(haElohim)
Elohim
לְהֵימָ֗ן
(leheiman)
aan Heman
בָּנִ֛ים
(banim)
zonen
אַרְבָּעָ֥ה
(arbaa)
vier
עָשָׂ֖ר
(asar)
tien
וּבָנ֥וֹת
(uvanot)
en dochters
שָׁלֽוֹשׁ
(shalosh)
drie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹזֶה (choze), ‘ziener’: iemand die een visioen ziet.

Gad wordt in 2 Sam. 24:11 ook ‘de ziener van David’ genoemd.

קֶרֶן (qeren), ‘hoorn’: een beeld voor kracht en eer. ‘De hoorn verheffen’ is iemand kracht en eer geven.

6Al deze mannen stonden onder leiding van hun vader. Zij zongen in het huis van Yahweh, met bekkens, harpen en lieren, voor de dienst in het huis van Elohim. Asaf, Jedutun en Heman stonden onder leiding van de koning.
כָּל
(kal)
heel
אֵ֣לֶּה
(ele)
deze
עַל
(al)
onder
יְדֵי֩
(yedei)
handen van
אֲבִיהֶ֨ם
(avihem)
hun vader
בַּשִּׁ֜יר
(bashir)
in het lied van
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בִּמְצִלְתַּ֨יִם֙
(bimtsiltayim)
met bekkens
נְבָלִ֣ים
(nevalim)
harpen
וְכִנֹּר֔וֹת
(vekhinorot)
en lieren
לַעֲבֹדַ֖ת
(laavodat)
voor de dienst van
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
עַ֚ל
(al)
onder
יְדֵ֣י
(yedei)
handen van
הַמֶּ֔לֶךְ
(hamelekh)
de koning
אָסָ֥ף
(asaf)
Asaf
וִידוּת֖וּן
(vidutun)
en Jedutun
וְהֵימָֽן
(veheiman)
en Heman
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּשִׁיר בֵּית יְהוָה (beshir bet Yahweh): letterlijk ‘in het lied van het huis van Yahweh’.

Het aantal van de zangers

7Hun aantal, samen met hun broers die geoefend waren in het zingen voor Yahweh, allen die kundig waren, was 288.
וַיְהִ֤י
(vayhi)
en was
מִסְפָּרָם֙
(misparam)
hun aantal
עִם
(im)
met
אֲחֵיהֶ֔ם
(acheihem)
hun broers
מְלֻמְּדֵי
(melumedei)
geoefend in
שִׁ֖יר
(shir)
lied
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
כָּל
(kal)
alle
הַ֨מֵּבִ֔ין
(hamevin)
de kundigen
מָאתַ֖יִם
(matayim)
tweehonderd
שְׁמוֹנִ֥ים
(shemonim)
tachtig
וּשְׁמוֹנָֽה
(ushemona)
en acht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het aantal 288 is 24 groepen van 12 man (vers 9–31).

De loting voor de dienstbeurten

8Zij wierpen loten voor hun dienstbeurt, allen op dezelfde manier: klein en groot, kundige en leerling.
וַיַּפִּ֜ילוּ
(vayapilu)
en wierpen
גּוֹרָל֣וֹת
(goralot)
loten
מִשְׁמֶ֗רֶת
(mishmeret)
dienstbeurt
לְעֻמַּת֙
(leumat)
op dezelfde manier
כַּקָּטֹ֣ן
(kaqaton)
als de kleine
כַּגָּד֔וֹל
(kagadol)
als de grote
מֵבִ֖ין
(mevin)
kundige
עִם
(im)
samen met
תַּלְמִֽיד
(talmid)
leerling
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְעֻמַּת (leummat), ‘op dezelfde manier’: letterlijk ‘tegenover’.

Niemand kreeg een voorrang: klein en groot, kundige en leerling wierpen het lot.

Hetzelfde woord staat in 1 Kron. 26:12 en 26:16.

9Het eerste lot kwam uit voor Asaf, voor Josef. Het tweede kwam uit voor Gedalja: hij, zijn broers en zijn zonen, 12.
וַיֵּצֵ֞א
(vayetse)
en kwam uit
הַגּוֹרָ֧ל
(hagoral)
het lot
הָרִאשׁ֛וֹן
(harishon)
het eerste
לְאָסָ֖ף
(leasaf)
voor Asaf
לְיוֹסֵ֑ף
(leyosef)
voor Josef
גְּדַלְיָ֨הוּ֙
(gedalyahu)
Gedalja
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
het tweede
הֽוּא
(hu)
hij
וְאֶחָ֥יו
(veechav)
en zijn broers
וּבָנָ֖יו
(uvanav)
en zijn zonen
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In het Hebreeuws staat het werkwoord ‘kwam uit’ maar één keer.

Wij vullen het bij het tweede lot aan.

Bij het eerste lot (Josef) staat het getal 12 er niet bij.

Elke andere groep telt 12 (vers 10–31).

10Het derde: Zakkur, zijn zonen en zijn broers, 12.
הַשְּׁלִשִׁ֣י
(hashelishi)
het derde
זַכּ֔וּר
(zakur)
Zakkur
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Het vierde: Jitsri, zijn zonen en zijn broers, 12.
הָרְבִיעִי֙
(harevii)
het vierde
לַיִּצְרִ֔י
(layitsri)
voor Jitsri
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Jitsri (יִצְרִי) is waarschijnlijk dezelfde man als Tseri in vers 3.

12Het vijfde: Netanja, zijn zonen en zijn broers, 12.
הַחֲמִישִׁ֣י
(hachamishi)
het vijfde
נְתַנְיָ֔הוּ
(netanyahu)
Netanja
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Het zesde: Bukkia, zijn zonen en zijn broers, 12.
הַשִּׁשִּׁ֣י
(hashishi)
het zesde
בֻקִּיָּ֔הוּ
(buqiyahu)
Bukkia
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Het zevende: Jesarela, zijn zonen en zijn broers, 12.
הַשְּׁבִעִ֣י
(hashevii)
het zevende
יְשַׂרְאֵ֔לָה
(yesarela)
Jesarela
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Jesarela (יְשַׂרְאֵלָה) is waarschijnlijk dezelfde man als Asarela in vers 2.

15Het achtste: Jesaja, zijn zonen en zijn broers, 12.
הַשְּׁמִינִ֣י
(hashemini)
het achtste
יְשַֽׁעְיָ֔הוּ
(yeshayahu)
Jesaja
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Het negende: Mattanja, zijn zonen en zijn broers, 12.
הַתְּשִׁיעִ֣י
(hateshii)
het negende
מַתַּנְיָ֔הוּ
(matanyahu)
Mattanja
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Het tiende: Simeï, zijn zonen en zijn broers, 12.
הָעֲשִׂירִ֣י
(haasiri)
het tiende
שִׁמְעִ֔י
(shimi)
Simeï
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Simeï (שִׁמְעִי) is niet genoemd in vers 3.

Hij is waarschijnlijk de zesde zoon van Jedutun.

18Het elfde: Azarel, zijn zonen en zijn broers, 12.
עַשְׁתֵּֽי
(ashtei)
het elfde
עָשָׂ֣ר
(asar)
(tien)
עֲזַרְאֵ֔ל
(azarel)
Azarel
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Azarel (עֲזַרְאֵל) is waarschijnlijk dezelfde man als Uzziël in vers 4.

19Het twaalfde: Chasabja, zijn zonen en zijn broers, 12.
הַשְּׁנֵ֤ים
(hasheneim)
het twaalfde
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
לַחֲשַׁבְיָ֔ה
(lachashavya)
voor Chasabja
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Het dertiende: Sjebuël, zijn zonen en zijn broers, 12.
לִשְׁלֹשָׁ֤ה
(lishlosha)
voor het dertiende
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
שֽׁוּבָאֵ֔ל
(shuvael)
Sjebuël
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שׁוּבָאֵל (Shuvael), ‘Sjebuël’: dezelfde man als שְׁבוּאֵל (Shevuel) in vers 4, in een andere Hebreeuwse spelling.

21Het veertiende: Mattitja, zijn zonen en zijn broers, 12.
לְאַרְבָּעָ֤ה
(learbaa)
voor het veertiende
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
מַתִּתְיָ֔הוּ
(matityahu)
Mattitja
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Het vijftiende: Jerimot, zijn zonen en zijn broers, 12.
לַחֲמִשָּׁ֤ה
(lachamisha)
voor het vijftiende
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
לִֽירֵמ֔וֹת
(liremot)
voor Jerimot
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Het zestiende: Chananja, zijn zonen en zijn broers, 12.
לְשִׁשָּׁ֤ה
(leshisha)
voor het zestiende
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
לַחֲנַנְיָ֔הוּ
(lachananyahu)
voor Chananja
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Het zeventiende: Josjbekasja, zijn zonen en zijn broers, 12.
לְשִׁבְעָ֤ה
(leshiva)
voor het zeventiende
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
לְיָשְׁבְּקָ֔שָׁה
(leyashbeqasha)
voor Josjbekasja
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Het achttiende: Chanani, zijn zonen en zijn broers, 12.
לִשְׁמוֹנָ֤ה
(lishmona)
voor het achttiende
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
לַחֲנָ֔נִי
(lachanani)
voor Chanani
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Het negentiende: Malloti, zijn zonen en zijn broers, 12.
לְתִשְׁעָ֤ה
(letisha)
voor het negentiende
עָשָׂר֙
(asar)
(tien)
לְמַלּ֔וֹתִי
(lemaloti)
voor Malloti
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27Het twintigste: Eliata, zijn zonen en zijn broers, 12.
לְעֶשְׂרִים֙
(leesrim)
voor het twintigste
לֶֽאֱלִיָּ֔תָה
(leeliyata)
voor Eliata
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Het eenentwintigste: Hotir, zijn zonen en zijn broers, 12.
לְאֶחָ֤ד
(leechad)
voor het eerste
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintigste
לְהוֹתִ֔יר
(lehotir)
voor Hotir
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Het tweeëntwintigste: Giddalti, zijn zonen en zijn broers, 12.
לִשְׁנַ֤יִם
(lishnayim)
voor het tweede
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintigste
לְגִדַּ֔לְתִּי
(legidalti)
voor Giddalti
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Het drieëntwintigste: Machaziot, zijn zonen en zijn broers, 12.
לִשְׁלֹשָׁ֤ה
(lishlosha)
voor het derde
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintigste
לְמַ֣חֲזִיא֔וֹת
(lemachaziot)
voor Machaziot
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Het vierentwintigste: Romamti-Ezer, zijn zonen en zijn broers, 12.
לְאַרְבָּעָ֤ה
(learbaa)
voor het vierde
וְעֶשְׂרִים֙
(veesrim)
en twintigste
לְרוֹמַ֣מְתִּי
(leromamti)
voor Romamti
עָ֔זֶר
(azer)
Ezer
בָּנָ֥יו
(banav)
zijn zonen
וְאֶחָ֖יו
(veechav)
en zijn broers
שְׁנֵ֥ים
(sheneim)
twee
עָשָֽׂר
(asar)
tien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is het laatste van de 24 loten.

Samen zijn het 288 mannen (vers 7).