Elohim Bijbel

Johannes 16

123456789101112131415161718192021

De Helper, verdriet dat vreugde wordt en de overwinning op de wereld

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aankondiging van vervolging

1Dit heb Ik jullie gezegd, opdat jullie niet struikelen.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
λελάληκα
(lelaleka)
heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
σκανδαλισθῆτε
(skandalisthete)
jullie struikelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκανδαλίζω (skandalizo), ‘struikelen’: hier de lijdende vorm, ook ‘aanstoot nemen’ of ‘ten val komen’; zie ook Matt. 26:31.

De toespraak van Yeshua loopt zonder onderbreking door uit het vorige hoofdstuk (vanaf 14:23); zie ook Joh. 15:26–27.

2Zij zullen jullie uit de synagoge zetten. Maar er komt een uur dat iedereen die jullie doodt, zal denken dat hij Elohim een eredienst aanbiedt.
ἀποσυναγώγους
(aposynagogous)
uit de synagoge gezet
ποιήσουσιν
(poiesousin)
zullen maken
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀλλ’
(all’)
maar
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ὥρα
(hora)
uur
ἵνα
(hina)
opdat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
de
ἀποκτείνας
(apokteinas)
die doodt
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
δόξῃ
(doxe)
zal menen
λατρείαν
(latreian)
eredienst
προσφέρειν
(prospherein)
aan te bieden
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποσυνάγωγος (aposynagogos), ‘uit de synagoge gezet’: buitengesloten uit de gemeenschap van de synagoge.

Zie ook Joh. 9:22 en 12:42.

λατρεία (latreia), ‘eredienst’: dienst aan Elohim. Het Grieks heeft δόξῃ (doxe), letterlijk ‘hij mag denken’; wij schrijven ‘zal denken’.

3En dit zullen zij doen, omdat zij de Vader niet gekend hebben, en Mij ook niet.
καὶ
(kai)
en
ταῦτα
(tauta)
dit
ποιήσουσιν
(poiesousin)
zullen doen
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνωσαν
(egnosan)
kenden
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
οὐδὲ
(oude)
noch
ἐμέ
(eme)
Mij
Bron: SBLGNT
4Maar dit heb Ik jullie gezegd, opdat jullie, wanneer hun uur komt, eraan denken dat Ik het jullie gezegd heb. Dit heb Ik jullie niet vanaf het begin gezegd, omdat Ik bij jullie was.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ταῦτα
(tauta)
dit
λελάληκα
(lelaleka)
heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
αὐτῶν
(auton)
hun
μνημονεύητε
(mnemoneuete)
jullie denken aan
αὐτῶν
(auton)
eraan
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
εἶπον
(eipon)
zei
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Ταῦτα
(Tauta)
dit
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐξ
(ex)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
οὐκ
(ouk)
niet
εἶπον
(eipon)
zei
ὅτι
(hoti)
omdat
μεθ’
(meth’)
met
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἤμην
(emen)
was
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft twee keer αὐτῶν (auton): ‘hun uur’ en ‘denk aan hen’.

Wij lezen het tweede als ‘eraan’, dus aan deze dingen.

De komst van de Helper

5Maar nu ga Ik naar Hem die Mij gestuurd heeft. Niemand van jullie vraagt Mij: ‘Waar gaat U heen?’
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
ὑπάγω
(hypago)
ga heen
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
πέμψαντά
(pempsanta)
die gestuurd heeft
με
(me)
Mij
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἐξ
(ex)
uit
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐρωτᾷ
(erota)
vraagt
με
(me)
Mij
Ποῦ
(Pou)
waar
ὑπάγεις
(hypageis)
gaat U heen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk de vragen ‘Waar gaat U heen?’ van Petrus en Tomas in Joh. 13:36 en 14:5.

6Maar omdat Ik dit jullie gezegd heb, heeft het verdriet jullie hart vervuld.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅτι
(hoti)
omdat
ταῦτα
(tauta)
dit
λελάληκα
(lelaleka)
heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἡ
(he)
het
λύπη
(lype)
verdriet
πεπλήρωκεν
(pepleroken)
heeft vervuld
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
Bron: SBLGNT
7Maar Ik zeg jullie de waarheid: het is beter voor jullie dat Ik wegga. Want als Ik niet wegga, zal de Helper niet naar jullie komen. Maar als Ik ga, zal Ik Hem naar jullie sturen.
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐγὼ
(ego)
Ik
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
συμφέρει
(sympherei)
het is beter
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
ἵνα
(hina)
opdat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἀπέλθω
(apeltho)
wegga
ἐὰν
(ean)
als
γὰρ
(gar)
want
μὴ
(me)
niet
ἀπέλθω
(apeltho)
Ik wegga
ὁ
(ho)
de
παράκλητος
(parakletos)
Helper
οὐ
(ou)
niet
μὴ
(me)
zeker
ἔλθῃ
(elthe)
komt
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
πορευθῶ
(poreutho)
Ik ga
πέμψω
(pempso)
zal sturen
αὐτὸν
(auton)
Hem
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράκλητος (parakletos), ‘Helper’: letterlijk ‘iemand die erbij geroepen is’.

Het woord kan ook ‘pleitbezorger’, ‘bijstand’ of ‘trooster’ betekenen.

Wij vertalen overal ‘de Helper’ (zie ook Joh. 14:16, 14:26 en 15:26).

συμφέρει (sympherei), ‘het is beter’: het is nuttig of voordelig.

8En wanneer Hij gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel:
καὶ
(kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
gekomen
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
ἐλέγξει
(elenxei)
zal overtuigen
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
περὶ
(peri)
over
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
over
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
περὶ
(peri)
over
κρίσεως
(kriseos)
oordeel
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλέγχω (elencho), ‘overtuigen’: iemand van iets overtuigen door het aan het licht te brengen; het kan ook ‘terechtwijzen’ betekenen.

9van zonde, omdat zij niet in Mij geloven;
περὶ
(peri)
over
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
μέν
(men)
enerzijds
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐ
(ou)
niet
πιστεύουσιν
(pisteuousin)
zij geloven
εἰς
(eis)
in
ἐμέ
(eme)
Mij
Bron: SBLGNT
10van gerechtigheid, omdat Ik naar de Vader ga en jullie Mij niet meer zien;
περὶ
(peri)
over
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
gerechtigheid
δέ
(de)
anderzijds
ὅτι
(hoti)
omdat
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ὑπάγω
(hypago)
Ik ga
καὶ
(kai)
en
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
θεωρεῖτέ
(theoreite)
jullie zien
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
11van oordeel, omdat de heerser van deze wereld veroordeeld is.
περὶ
(peri)
over
δὲ
(de)
maar
κρίσεως
(kriseos)
oordeel
ὅτι
(hoti)
omdat
ὁ
(ho)
de
ἄρχων
(archon)
heerser
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
τούτου
(toutou)
deze
κέκριται
(kekritai)
is veroordeeld
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ ἄρχων τοῦ κόσμου τούτου (ho archon tou kosmou toutou), ‘de heerser van deze wereld’: de tekst noemt geen naam.

Zie ook Joh. 12:31 en 14:30.

κέκριται (kekritai), ‘is veroordeeld’: van κρίνω (krino), ‘oordelen’.

12Ik heb jullie nog veel te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet dragen.
Ἔτι
(Eti)
nog
πολλὰ
(polla)
veel
ἔχω
(echo)
heb Ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
λέγειν
(legein)
te zeggen
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐ
(ou)
niet
δύνασθε
(dynasthe)
jullie kunnen
βαστάζειν
(bastazein)
dragen
ἄρτι
(arti)
nu
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαστάζω (bastazo), ‘dragen’: het Grieks heeft hier geen voorwerp; wij schrijven ‘het’.

13Maar wanneer Hij gekomen is, de Geest van de waarheid, zal Hij jullie leiden in de hele waarheid. Want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar wat Hij hoort, zal Hij spreken. En wat komen gaat, zal Hij jullie meedelen.
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
ὁδηγήσει
(hodegesei)
zal leiden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
πάσῃ
(pase)
hele
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
λαλήσει
(lalesei)
zal spreken
ἀφ’
(aph’)
uit
ἑαυτοῦ
(heautou)
Zichzelf
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅσα
(hosa)
wat
ἀκούσει
(akousei)
zal horen
λαλήσει
(lalesei)
zal spreken
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
het
ἐρχόμενα
(erchomena)
komende
ἀναγγελεῖ
(anangelei)
zal meedelen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ πνεῦμα τῆς ἀληθείας (to pneuma tes aletheias), ‘de Geest van de waarheid’: de Heilige Geest; zie ook Joh. 14:17 en 15:26.

Hij die komt, wordt in het Grieks met ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Die’, aangeduid; wij schrijven ‘Hij’.

ὁδηγέω (hodegeo), ‘leiden’: de weg wijzen.

ἀναγγέλλω (anangello), ‘meedelen’: bekendmaken wat er is of komt.

14Hij zal Mij verheerlijken, omdat Hij van het Mijne zal nemen en het jullie zal meedelen.
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
ἐμὲ
(eme)
Mij
δοξάσει
(doxasei)
zal verheerlijken
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ἐμοῦ
(emou)
Mijne
λήμψεται
(lempsetai)
zal nemen
καὶ
(kai)
en
ἀναγγελεῖ
(anangelei)
zal meedelen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
15Alles wat de Vader heeft, is van Mij. Daarom heb Ik gezegd dat Hij van het Mijne neemt en het jullie zal meedelen.
πάντα
(panta)
alles
ὅσα
(hosa)
wat
ἔχει
(echei)
heeft
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἐμά
(ema)
Mijn
ἐστιν
(estin)
is
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
εἶπον
(eipon)
zei Ik
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ἐμοῦ
(emou)
Mijne
λαμβάνει
(lambanei)
neemt
καὶ
(kai)
en
ἀναγγελεῖ
(anangelei)
zal meedelen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT

Een korte tijd

16Een korte tijd, en jullie zien Mij niet meer. En weer een korte tijd, en jullie zullen Mij zien.”
Μικρὸν
(Mikron)
een korte tijd
καὶ
(kai)
en
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
θεωρεῖτέ
(theoreite)
jullie zien
με
(me)
Mij
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
weer
μικρὸν
(mikron)
een korte tijd
καὶ
(kai)
en
ὄψεσθέ
(opsesthe)
jullie zullen zien
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

μικρόν (mikron), ‘een korte tijd’: letterlijk ‘een kleine’.

Er staan twee Griekse woorden voor ‘zien’: θεωρέω (theoreo) en ὁράω (horao); wij vertalen beide met ‘zien’.

Lezing

In sommige latere handschriften staan aan het eind van dit vers ook de woorden ‘omdat Ik naar de Vader ga’ (vergelijk 16:17).

De SBLGNT heeft ze hier niet.

17Daarom zeiden sommigen van Zijn leerlingen tegen elkaar: „Wat is dit dat Hij ons zegt: ‘Een korte tijd, en jullie zien Mij niet, en weer een korte tijd, en jullie zullen Mij zien’? En: ‘Omdat Ik naar de Vader ga’?”
εἶπαν
(eipan)
zeiden
οὖν
(oun)
dus
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
μαθητῶν
(matheton)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
πρὸς
(pros)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Τί
(Ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is
τοῦτο
(touto)
dit
ὃ
(ho)
wat
λέγει
(legei)
Hij zegt
ἡμῖν
(hemin)
ons
Μικρὸν
(Mikron)
een korte tijd
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
θεωρεῖτέ
(theoreite)
jullie zien
με
(me)
Mij
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
weer
μικρὸν
(mikron)
een korte tijd
καὶ
(kai)
en
ὄψεσθέ
(opsesthe)
jullie zullen zien
με
(me)
Mij
καί
(kai)
en
Ὅτι
(Hoti)
omdat
ὑπάγω
(hypago)
Ik ga
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

De leerlingen halen de woorden van Yeshua aan uit 16:16 en 16:10.

Wij zetten die aanhalingen rood.

18Zij zeiden dus: „Wat is dit, wat Hij zegt: ‘Een korte tijd’? Wij weten niet wat Hij zegt.”
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
οὖν
(oun)
dus
Τί
(Ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is
τοῦτο
(touto)
dit
ὃ
(ho)
wat
λέγει
(legei)
Hij zegt
μικρόν
(mikron)
een korte tijd
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
τί
(ti)
wat
λαλεῖ
(lalei)
Hij zegt
Bron: SBLGNT
19Yeshua wist dat zij Hem wilden vragen. Hij zei tegen hen: „Zoeken jullie hierover onder elkaar, omdat Ik gezegd heb: ‘Een korte tijd, en jullie zien Mij niet, en weer een korte tijd, en jullie zullen Mij zien’?
ἔγνω
(egno)
wist
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὅτι
(hoti)
dat
ἤθελον
(ethelon)
zij wilden
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἐρωτᾶν
(erotan)
vragen
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
Περὶ
(Peri)
over
τούτου
(toutou)
dit
ζητεῖτε
(zeteite)
jullie zoeken
μετ’
(met’)
met
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
ὅτι
(hoti)
omdat
εἶπον
(eipon)
Ik zei
Μικρὸν
(Mikron)
een korte tijd
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
θεωρεῖτέ
(theoreite)
jullie zien
με
(me)
Mij
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
weer
μικρὸν
(mikron)
een korte tijd
καὶ
(kai)
en
ὄψεσθέ
(opsesthe)
jullie zullen zien
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐρωτάω (erotao), ‘vragen’: een vraag stellen aan iemand.

Verdriet wordt vreugde

20Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: jullie zullen huilen en weeklagen, maar de wereld zal zich verheugen. Jullie zullen bedroefd worden, maar jullie verdriet zal vreugde worden.
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
κλαύσετε
(klausete)
jullie zullen huilen
καὶ
(kai)
en
θρηνήσετε
(threnesete)
zullen weeklagen
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
κόσμος
(kosmos)
wereld
χαρήσεται
(charesetai)
zal zich verheugen
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
λυπηθήσεσθε
(lypethesesthe)
zullen bedroefd worden
ἀλλ’
(all’)
maar
ἡ
(he)
het
λύπη
(lype)
verdriet
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
tot
χαρὰν
(charan)
vreugde
γενήσεται
(genesetai)
zal worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀμὴν ἀμήν (amen amen), ‘voorwaar, voorwaar’: een plechtige beklemtoning; Johannes laat het woord altijd dubbel klinken.

κλαίω (klaio), ‘huilen’, en θρηνέω (threneo), ‘weeklagen’: luid klagen en rouwen.

21Een vrouw heeft verdriet wanneer zij baart, omdat haar uur gekomen is. Maar wanneer zij het kind gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de verdrukking, vanwege de vreugde dat een mens in de wereld geboren is.
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ὅταν
(hotan)
wanneer
τίκτῃ
(tikte)
zij baart
λύπην
(lypen)
verdriet
ἔχει
(echei)
heeft
ὅτι
(hoti)
omdat
ἦλθεν
(elthen)
gekomen is
ἡ
(he)
het
ὥρα
(hora)
uur
αὐτῆς
(autes)
haar
ὅταν
(hotan)
wanneer
δὲ
(de)
maar
γεννήσῃ
(gennese)
zij gebaard heeft
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
μνημονεύει
(mnemoneuei)
zij denkt aan
τῆς
(tes)
de
θλίψεως
(thlipseos)
verdrukking
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
χαρὰν
(charan)
vreugde
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγεννήθη
(egennethe)
geboren is
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk het beeld van de barende vrouw in Jes. 26:17–18 en Jes. 66:7–9.

θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: nood, benauwdheid; hetzelfde woord als in 16:33.

22Ook jullie hebben dus nu verdriet. Maar Ik zal jullie weer zien, en jullie hart zal zich verheugen, en niemand neemt jullie vreugde van jullie weg.
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οὖν
(oun)
dus
νῦν
(nyn)
nu
μὲν
(men)
enerzijds
λύπην
(lypen)
verdriet
ἔχετε
(echete)
hebben
πάλιν
(palin)
weer
δὲ
(de)
maar
ὄψομαι
(opsomai)
Ik zal zien
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
χαρήσεται
(charesetai)
zal zich verheugen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
χαρὰν
(charan)
vreugde
ὑμῶν
(hymon)
jullie
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
αἴρει
(airei)
neemt weg
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Jes. 66:14: ‘jullie hart zal zich verheugen’.

Zie ookJes 66:14

Vragen in Yeshua's naam

23En op die dag zullen jullie Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg jullie: als jullie de Vader om iets vragen, zal Hij het jullie geven in Mijn naam.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἐμὲ
(eme)
Mij
οὐκ
(ouk)
niet
ἐρωτήσετε
(erotesete)
jullie zullen vragen
οὐδέν
(ouden)
niets
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
ἀμὴν
(amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἄν
(an)
als
τι
(ti)
iets
αἰτήσητε
(aitesete)
jullie vragen om
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
δώσει
(dosei)
zal geven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Er staan twee Griekse werkwoorden voor ‘vragen’. ἐρωτάω (erotao) is een vraag stellen: ‘Mij zullen jullie niets vragen’. αἰτέω (aiteo) is ergens om vragen, bidden om: ‘de Vader om iets vragen’.

Wij vertalen αἰτέω met ‘vragen om’.

Lezing

In sommige latere handschriften staan de woorden ‘in Mijn naam’ vóór ‘zal Hij het jullie geven’: ‘als jullie de Vader in Mijn naam om iets vragen’.

De SBLGNT heeft ze erna.

24Tot nu toe hebben jullie in Mijn naam om niets gevraagd. Vraag erom en jullie zullen ontvangen, opdat jullie vreugde vervuld is.
ἕως
(heos)
tot
ἄρτι
(arti)
nu
οὐκ
(ouk)
niet
ᾐτήσατε
(etesate)
jullie vroegen om
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
αἰτεῖτε
(aiteite)
vraag erom
καὶ
(kai)
en
λήμψεσθε
(lempsesthe)
jullie zullen ontvangen
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
χαρὰ
(chara)
vreugde
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ᾖ
(e)
is
πεπληρωμένη
(pepleromene)
vervuld
Bron: SBLGNT

Openlijk over de Vader

25Dit heb Ik jullie in beeldspraak gezegd. Er komt een uur dat Ik niet meer in beeldspraak tot jullie zal spreken, maar jullie openlijk over de Vader zal vertellen.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ἐν
(en)
in
παροιμίαις
(paroimiais)
beeldspraken
λελάληκα
(lelaleka)
heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ὥρα
(hora)
uur
ὅτε
(hote)
wanneer
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἐν
(en)
in
παροιμίαις
(paroimiais)
beeldspraken
λαλήσω
(laleso)
Ik zal spreken
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
ἀλλὰ
(alla)
maar
παρρησίᾳ
(parresia)
openlijk
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
Vader
ἀπαγγελῶ
(apangelo)
zal vertellen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

παροιμία (paroimia), ‘beeldspraak’: verhullende taal, een gezegde of raadselachtige spreuk.

Zie ook 16:29.

26Op die dag zullen jullie in Mijn naam erom vragen. En Ik zeg jullie niet dat Ik de Vader voor jullie zal vragen.
ἐν
(en)
in
ἐκείνῃ
(ekeine)
die
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
αἰτήσεσθε
(aitesesthe)
jullie zullen vragen om
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐρωτήσω
(eroteso)
zal vragen
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
περὶ
(peri)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐρωτάω (erotao) is hier ‘vragen’ in de zin van een verzoek doen; zie 16:23.

27Want de Vader zelf heeft jullie lief, omdat jullie Mij liefgehad hebben en geloofd hebben dat Ik van Elohim ben uitgegaan.
αὐτὸς
(autos)
zelf
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
φιλεῖ
(philei)
heeft lief
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὅτι
(hoti)
omdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐμὲ
(eme)
Mij
πεφιλήκατε
(pephilekate)
liefgehad hebben
καὶ
(kai)
en
πεπιστεύκατε
(pepisteukate)
geloofd hebben
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐξῆλθον
(exelthon)
ben uitgegaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιλέω (phileo), ‘liefhebben’: het Grieks heeft hier niet ἀγαπάω (agapao).

Wij vertalen beide met ‘liefhebben’ (zie ook de voetnoot bij Joh. 21:15–17).

παρὰ τοῦ θεοῦ (para tou theou), ‘van Elohim’: letterlijk ‘van bij Elohim’.

28Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen. Weer verlaat Ik de wereld en ga Ik naar de Vader.”
ἐξῆλθον
(exelthon)
Ik ben uitgegaan
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
Vader
καὶ
(kai)
en
ἐλήλυθα
(elelytha)
Ik ben gekomen
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
πάλιν
(palin)
weer
ἀφίημι
(aphiemi)
Ik verlaat
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
καὶ
(kai)
en
πορεύομαι
(poreuomai)
Ik ga
πρὸς
(pros)
naar
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
Bron: SBLGNT

Geloof en verstrooiing

29Zijn leerlingen zeiden: „Zie, nu spreekt U openlijk, en U gebruikt geen enkele beeldspraak.
Λέγουσιν
(Legousin)
zeggen
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἴδε
(Ide)
zie
νῦν
(nyn)
nu
ἐν
(en)
in
παρρησίᾳ
(parresia)
openlijkheid
λαλεῖς
(laleis)
U spreekt
καὶ
(kai)
en
παροιμίαν
(paroimian)
beeldspraak
οὐδεμίαν
(oudemian)
geen enkele
λέγεις
(legeis)
U gebruikt
Bron: SBLGNT
30Nu weten wij dat U alles weet en niet nodig hebt dat iemand U iets vraagt. Hierdoor geloven wij dat U van Elohim bent uitgegaan.”
νῦν
(nyn)
nu
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
οἶδας
(oidas)
U weet
πάντα
(panta)
alles
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχεις
(echeis)
U hebt
ἵνα
(hina)
opdat
τίς
(tis)
iemand
σε
(se)
U
ἐρωτᾷ
(erota)
vraagt
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
πιστεύομεν
(pisteuomen)
wij geloven
ὅτι
(hoti)
dat
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐξῆλθες
(exelthes)
U bent uitgegaan
Bron: SBLGNT
31Yeshua antwoordde hun: „Geloven jullie nu?
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
αὐτοῖς
(autois)
hun
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Ἄρτι
(Arti)
nu
πιστεύετε
(pisteuete)
geloven jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks kan een vraag zijn (‘Geloven jullie nu?’) of een vaststelling (‘Nu geloven jullie’).

Wij lezen het als vraag, omdat Yeshua daarna aankondigt dat zij Hem zullen verlaten.

32Zie, er komt een uur, en het is al gekomen, dat jullie verstrooid worden, ieder naar zijn eigen huis, en Mij alleen achterlaten. En Ik ben niet alleen, want de Vader is met Mij.
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἔρχεται
(erchetai)
komt
ὥρα
(hora)
uur
καὶ
(kai)
en
ἐλήλυθεν
(elelythen)
is gekomen
ἵνα
(hina)
opdat
σκορπισθῆτε
(skorpisthete)
jullie verstrooid worden
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
het
ἴδια
(idia)
eigene
κἀμὲ
(kame)
en Mij
μόνον
(monon)
alleen
ἀφῆτε
(aphete)
jullie achterlaten
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
εἰμὶ
(eimi)
Ik ben
μόνος
(monos)
alleen
ὅτι
(hoti)
omdat
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰς τὰ ἴδια (eis ta idia), ‘naar het eigene’: naar zijn eigen huis of plaats; zie ook Joh. 19:27.

Vergelijk Zach. 13:7 en de parallel in Matt. 26:31 en Mark. 14:27.

Vrede en overwinning

33Dit heb Ik jullie gezegd, opdat jullie in Mij vrede hebben. In de wereld hebben jullie verdrukking, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.”
ταῦτα
(tauta)
dit
λελάληκα
(lelaleka)
heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
ἔχητε
(echete)
jullie hebben
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
θλῖψιν
(thlipsin)
verdrukking
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
ἀλλὰ
(alla)
maar
θαρσεῖτε
(tharseite)
houd moed
ἐγὼ
(ego)
Ik
νενίκηκα
(nenikeka)
heb overwonnen
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: zie 16:21. νικάω (nikao), ‘overwinnen’.

Lezing

In sommige latere handschriften staat de toekomende tijd: ‘in de wereld zullen jullie verdrukking hebben’.

De SBLGNT heeft de tegenwoordige tijd.