Open in de app Alle boeken Job ← 27 29 → Job 28 Lied over de wijsheid
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De mijn: de mens zoekt het verborgene 1 „Want er is een mijn voor zilver en een plaats waar goud wordt gezuiverd.
לַכֶּ֣סֶף
(lakesef)
voor zilver
מוֹצָ֑א
(motsa)
een vindplaats
וּ֝מָק֗וֹם
(umaqom)
en plaats
לַזָּהָ֥ב
(lazahav)
voor goud
יָזֹֽקּוּ
(yazoqu)
waar men zuivert
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit hoofdstuk is een zelfstandig lied over de wijsheid.
Het begint met een beschrijving van mijnbouw (vers 1–11): de mens kan diep in de aarde dringen en schatten vinden, maar de wijsheid vindt hij niet (vers 12–22).
Alleen Elohim kent haar weg (vers 23–27).
Wie spreekt, laat de tekst niet merken; het past bij Job, maar kan ook een dichterlijke tussenstem zijn.
2 IJzer wordt uit de grond gehaald, en uit gesmolten steen wordt koper gegoten.
יֻקָּ֑ח
(yuqach)
wordt genomen
וְ֝אֶ֗בֶן
(veeven)
en steen
יָצ֥וּק
(yatsuq)
wordt gesmolten
נְחוּשָֽׁה
(nechusha)
koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Aan de duisternis maakt men een einde, en tot het uiterste doorzoekt men de steen van donker en diepe schaduw.
לַחֹ֗שֶׁךְ
(lachoshekh)
aan duisternis
וּֽלְכָל
(ulekhal)
en tot elk
תַּ֭כְלִית
(takhlit)
uiterste
וְצַלְמָֽוֶת
(vetsalmavet)
en diepe schaduw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Ver van waar mensen wonen, breekt men een schacht open. Vergeten door de voet hangen ze, ver van mensen zwaaien ze heen en weer.
פָּ֤רַץ
(parats)
hij breekt open
נַ֨חַל
(nachal)
een schacht
הַֽנִּשְׁכָּחִ֥ים
(hanishkachim)
vergeten
מֵאֱנ֣וֹשׁ
(meenosh)
ver van mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Vers 4 is moeilijk.
Wij begrijpen: mijnwerkers laten zich aan touwen in een schacht zakken, ver van bewoonde streken, en hangen heen en weer.
Andere vertalingen lezen de eerste helft als ‘een stroom breekt door ver van de bewoner’.
5 De aarde: daaruit komt brood voort, en daaronder is ze omgewoeld als door vuur.
מִמֶּ֥נָּה
(mimena)
daaruit
וְ֝תַחְתֶּ֗יהָ
(vetachteiha)
en onder haar
נֶהְפַּ֥ךְ
(nehpakh)
is omgewoeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Haar stenen zijn de plaats van saffier, en ze heeft stofgoud.
אֲבָנֶ֑יהָ
(avaneiha)
haar stenen
וְעַפְרֹ֖ת
(veafrot)
en stof van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Een pad dat geen roofvogel kent, en dat het oog van de havik niet heeft gezien.
שְׁ֝זָפַ֗תּוּ
(shezafatu)
heeft gezien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8 De trotse dieren hebben het niet betreden, de leeuw is er niet overheen getrokken.
הִדְרִיכֻ֥הוּ
(hidrikhuhu)
betraden het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9 Hij slaat zijn hand aan de keisteen. Hij keert bergen om bij de wortel.
בַּֽ֭חַלָּמִישׁ
(bachalamish)
aan de keisteen
שָׁלַ֣ח
(shalach)
slaat hij
הָפַ֖ךְ
(hafakh)
hij keert om
מִשֹּׁ֣רֶשׁ
(mishoresh)
bij de wortel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 In de rotsen hakt hij kanalen open, en zijn oog ziet alles wat kostbaar is.
בַּ֭צּוּרוֹת
(batsurot)
in rotsen
בִּקֵּ֑עַ
(biqea)
hakt hij open
יְ֝קָ֗ר
(yeqar)
wat kostbaar is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 De bronnen van de rivieren dicht hij af, en wat verborgen was, brengt hij naar het licht.
מִ֭בְּכִי
(mibekhi)
van de bronnen van
נְהָר֣וֹת
(neharot)
rivieren
חִבֵּ֑שׁ
(chibesh)
dicht hij af
וְ֝תַעֲלֻמָ֗הּ
(vetaalumah)
en wat verborgen is
יֹ֣צִא
(yotsi)
brengt hij uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Waar is de wijsheid te vinden? 12 Maar de wijsheid, waar is die te vinden? En waar is de plaats van het inzicht?
וְֽ֭הַחָכְמָה
(vehachakhema)
en de wijsheid
מֵאַ֣יִן
(meayin)
waar vandaan
תִּמָּצֵ֑א
(timatse)
wordt gevonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het refrein van het lied: ‘Waar is de wijsheid te vinden?’
Het komt terug in vers 20.
Het antwoord is: alleen bij Elohim.
13 De mens kent haar waarde niet, en in het land van de levenden wordt ze niet gevonden.
עֶרְכָּ֑הּ
(erkah)
haar waarde
תִ֝מָּצֵ֗א
(timatse)
wordt ze gevonden
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land van
הַֽחַיִּֽים
(hachayim)
de levenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14 De oerdiepte zegt: ‘Ze is niet in mij’, en de zee zegt: ‘Ze is niet bij mij.’
תְּה֣וֹם
(tehom)
de oerdiepte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּהוֹם (tehom), ‘oerdiepte’, is de diepe oceaan onder de aarde (Gen. 1:2).
Zelfs zij weet niet waar de wijsheid is.
15 Ze is niet te koop voor gezuiverd goud, en zilver wordt niet gewogen als haar prijs.
יֻתַּ֣ן
(yutan)
wordt gegeven
סְג֣וֹר
(segor)
gezuiverd goud
תַּחְתֶּ֑יהָ
(tachteiha)
in ruil voor haar
יִ֝שָּׁקֵ֗ל
(yishaqel)
wordt gewogen
מְחִירָֽהּ
(mechirah)
als haar prijs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16 Ze kan niet worden afgewogen tegen goud van Ofir, tegen kostbare onyx en saffier.
תְ֭סֻלֶּה
(tesule)
kan worden afgewogen
בְּכֶ֣תֶם
(bekhetem)
tegen goud van
בְּשֹׁ֖הַם
(beshoham)
tegen onyx
וְסַפִּֽיר
(vesapir)
en saffier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Ofir (אוֹפִיר ): zie 22:24.
De ligging is onzeker; het land is bekend om het fijnste goud.
17 Goud en glas kunnen haar niet evenaren, en een ruil voor sieraden van fijn goud is niet mogelijk.
יַעַרְכֶ֣נָּה
(yaarkhena)
kunnen haar evenaren
וּזְכוֹכִ֑ית
(uzekhokhit)
en glas
וּתְמ֖וּרָתָ֣הּ
(utemuratah)
en haar ruil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Koraal en kristal worden niet eens genoemd. Het bezit van wijsheid is meer waard dan parels.
וְ֭גָבִישׁ
(vegavish)
en kristal
יִזָּכֵ֑ר
(yizakher)
worden genoemd
וּמֶ֥שֶׁךְ
(umeshekh)
en het bezit van
חָ֝כְמָ֗ה
(chakhema)
wijsheid
מִפְּנִינִֽים
(mipeninim)
meer dan parels
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 De topaas van Kush evenaart haar niet. Met zuiver goud kan ze niet worden afgewogen.
יַ֭עַרְכֶנָּה
(yaarkhena)
evenaart haar
פִּטְדַת
(pitdat)
topaas van
בְּכֶ֥תֶם
(bekhetem)
met goud
תְסֻלֶּֽה
(tesule)
kan ze worden afgewogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Kush (כּוּשׁ ): het gebied ten zuiden van Egypte, het huidige Noord-Soedan (Nubië) en Zuid-Egypte.
De topaas van Kush is een kostbare edelsteen.
20 Maar de wijsheid, waar komt ze vandaan? En waar is de plaats van het inzicht?
וְֽ֭הַחָכְמָה
(vehachakhema)
en de wijsheid
מֵאַ֣יִן
(meayin)
waar vandaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21 Ze is verborgen voor de ogen van al wat leeft, en voor de vogels van de hemel verhuld.
וְֽ֭נֶעֶלְמָה
(veneelma)
en ze is verborgen
מֵעֵינֵ֣י
(meeinei)
voor de ogen van
וּמֵע֖וֹף
(umeof)
en voor de vogels van
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
נִסְתָּֽרָה
(nistara)
verhuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22 De Afgrond en de Dood zeggen: ‘Met onze oren hebben we geruchten over haar gehoord.’
אֲבַדּ֣וֹן
(avadon)
Afgrond
בְּ֝אָזְנֵ֗ינוּ
(beazeneinu)
met onze oren
שָׁמַ֥עְנוּ
(shamanu)
hebben wij gehoord
שִׁמְעָֽהּ
(shimah)
haar gerucht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲבַדּוֹן וָמָוֶת (Avaddon vamavet), ‘de Afgrond en de Dood’, zijn de poorten van het dodenrijk (zie 26:6).
Ze kennen de wijsheid alleen van horen zeggen.
Elohim kent haar weg 23 Elohim begrijpt haar weg, en Hij weet haar plaats.
דַּרְכָּ֑הּ
(darkah)
haar weg
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
מְקוֹמָֽהּ
(meqomah)
haar plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Hier wijst Job (of de dichter) van de mens weg naar Elohim: Hij kent de weg van de wijsheid, omdat Hij haar bij de schepping heeft gezien (vers 25–27).
Vergelijk Spr. 8:22–31.
24 Want Hij kijkt tot de einden van de aarde en ziet onder de hele hemel.
לִקְצוֹת
(liqtsot)
tot de einden van
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
de aarde
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25 Toen Hij de wind een gewicht gaf en de wateren met een maat afmat,
לַעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
toen Hij gaf
לָר֣וּחַ
(laruach)
aan de wind
מִשְׁקָ֑ל
(mishqal)
gewicht
וּ֝מַ֗יִם
(umayim)
en wateren
בְּמִדָּֽה
(bemida)
met een maat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26 toen Hij de regen een wet gaf en de bliksemflits een weg,
בַּעֲשֹׂת֣וֹ
(baasoto)
toen Hij gaf
לַמָּטָ֣ר
(lamatar)
aan de regen
וְ֝דֶ֗רֶךְ
(vederekh)
en een weg
לַחֲזִ֥יז
(lachaziz)
aan de flits van
קֹלֽוֹת
(qolot)
donderslagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27 toen zag Hij haar en maakte haar bekend. Hij vestigde haar en doorzocht haar ook.
וַֽיְסַפְּרָ֑הּ
(vaysaperah)
en maakte haar bekend
הֱ֝כִינָ֗הּ
(hekhinah)
vestigde haar
חֲקָרָֽהּ
(chaqarah)
doorzocht haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28 En Hij zei tegen de mens: ‘Zie, ontzag voor Adonai, dat is wijsheid, en het kwaad mijden is inzicht.’”
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en Hij zei
לָֽאָדָ֗ם
(laadam)
tot de mens
יִרְאַ֣ת
(yirat)
ontzag voor
חָכְמָ֑ה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit is de enige plaats in Job waar de naam אֲדֹנָי (Adonai), ‘Heer’, voorkomt.
Een aantal handschriften leest hier יהוה (Yahweh).
De slotzin vat het boek samen: ontzag voor Elohim is de wijsheid (vergelijk 1:1 en 1:8; Spr. 1:7; Ps. 111:10).