Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Woorden van Agur
1Woorden van Agur, de zoon van Jake, de godsspraak. Uitspraak van de man tot Ithiël, tot Ithiël en Ukal.
דִּבְרֵ֤י
(divrei)
woorden van
אָג֥וּר
(agur)
Agur
בִּן
(bin)
zoon van
יָקֶ֗ה
(yaqe)
Jake
הַמַּ֫שָּׂ֥א
(hamasa)
de godsspraak
נְאֻ֣ם
(neum)
uitspraak van
הַ֭גֶּבֶר
(hagever)
de man
לְאִֽיתִיאֵ֑ל
(leitiel)
tot Ithiël
לְאִ֖יתִיאֵ֣ל
(leitiel)
tot Ithiël
וְאֻכָֽל
(veukhal)
en Ukal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַמַּשָּׂא (hammassa), ‘de godsspraak’: het woord kan ook een plaatsnaam zijn, ‘Massa’ (zie Gen. 25:14).
Wij vertalen ‘de godsspraak’, zoals in Spr. 31:1.
אִיתִיאֵל (Iti’el) en אֻכָל (Ukal): dit kunnen namen zijn van twee mannen tot wie Agur spreekt, of woorden met een betekenis. Wij laten ze als namen staan; de betekenis is onzeker.
4Wie is naar de hemel opgestegen en weer neergedaald? Wie heeft de wind verzameld in zijn handpalmen? Wie heeft het water in een mantel gebonden? Wie heeft alle einden van de aarde vastgesteld? Wat is zijn naam, en wat is de naam van zijn zoon, als je het weet?
מִ֤י
(mi)
wie
עָלָֽה
(ala)
is opgestegen
שָׁמַ֨יִם
(shamayim)
naar de hemel
וַיֵּרַ֡ד
(vayerad)
en is neergedaald
מִ֤י
(mi)
wie
אָֽסַף
(asaf)
heeft verzameld
ר֨וּחַ
(ruach)
de wind
בְּחָפְנָ֡יו
(bechafenav)
in zijn handpalmen
מִ֤י
(mi)
wie
צָֽרַר
(tsarar)
heeft gebonden
מַ֨יִם
(mayim)
water
בַּשִּׂמְלָ֗ה
(basimla)
in een mantel
מִ֭י
(mi)
wie
הֵקִ֣ים
(heqim)
heeft vastgesteld
כָּל
(kal)
alle
אַפְסֵי
(afsei)
einden van
אָ֑רֶץ
(arets)
de aarde
מַה
(ma)
wat
שְּׁמ֥וֹ
(shemo)
is zijn naam
וּמַֽה
(uma)
en wat
שֶּׁם
(shem)
is de naam van
בְּ֝נ֗וֹ
(beno)
zijn zoon
כִּ֣י
(ki)
als
תֵדָֽע
(teda)
je weet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Deze vragen lijken op de vragen die Yahweh aan Job stelt (Job 38:4–5).
Het vers noemt geen antwoord.
Wij laten ‘zijn’ en ‘zijn zoon’ met kleine letter staan; het Hebreeuws zegt niet wie bedoeld is.
רוּחַ (ruach), ‘wind’: hier de wind, niet de geest.
בְּחָפְנָיו (bechofnav), ‘in zijn handpalmen’: in de holle handen.
17Het oog dat de vader bespot en de gehoorzaamheid aan een moeder veracht. De raven van het beekdal zullen het uitpikken, en de jonge arenden zullen het opeten.
עַ֤יִן
(ayin)
oog
תִּֽלְעַ֣ג
(tilag)
dat bespot
לְאָב֮
(leav)
een vader
וְתָב֪וּז
(vetavuz)
en veracht
לִֽיקֲּהַ֫ת
(liqahat)
gehoorzaamheid aan
אֵ֥ם
(em)
een moeder
יִקְּר֥וּהָ
(yiqeruha)
zullen het uitpikken
עֹרְבֵי
(orevei)
raven van
נַ֑חַל
(nachal)
het beekdal
וְֽיֹאכְל֥וּהָ
(veyokhluha)
en zullen het opeten
בְנֵי
(benei)
jongen van
נָֽשֶׁר
(nasher)
de arend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יִקְּהַת (yiqqehat), ‘gehoorzaamheid’: hetzelfde woord als in Gen. 49:10.
De betekenis is niet helemaal zeker.
עֹרְבֵי נַחַל (‘orevei nachal), ‘raven van het beekdal’: een nachal is een dal waar alleen in het regenseizoen water stroomt.
31de strijdhaan, of de bok, en een koning tegen wie niemand opstaat.
זַרְזִ֣יר
(zarzir)
omgord
מָתְנַ֣יִם
(matenayim)
van de lenden
אוֹ
(o)
of
תָ֑יִשׁ
(tayish)
bok
וּ֝מֶ֗לֶךְ
(umelekh)
en koning
אַלְק֥וּם
(alqum)
niemand staat op
עִמּֽוֹ
(imo)
bij hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זַרְזִיר מָתְנַיִם (zarzir motnayim), letterlijk ‘omgord van de lenden’: een dier dat wij niet zeker kunnen bepalen.
‘Strijdhaan’, ‘windhond’ en ‘strijdros’ zijn voorstellen.
אַלְקוּם (alqum): het woord komt alleen hier voor. Wij lezen het als אַל קוּם (al qum), ‘niet opstaan’: een koning tegen wie niemand opstaat. Andere voorstellen zijn mogelijk; de tekst blijft moeilijk.