Elohim Bijbel

Openbaring 4

12345678910111213141516171819202122

De geopende deur, de troon in de hemel, de 24 ouderen en de vier levende wezens

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De geopende deur in de hemel

1Hierna zag ik, en zie, er was een geopende deur in de hemel. De eerste stem die ik gehoord had, als van een bazuin, sprak met mij en zei: „Kom hierheen omhoog, en Ik zal je tonen wat hierna moet gebeuren.”
Μετὰ
(Meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
εἶδον
(eidon)
zag ik
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
θύρα
(thyra)
een deur
ἠνεῳγμένη
(eneogmene)
geopende
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
φωνὴ
(phone)
stem
ἡ
(he)
de
πρώτη
(prote)
eerste
ἣν
(hen)
die
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
ὡς
(hos)
als van
σάλπιγγος
(salpingos)
een bazuin
λαλούσης
(lalouses)
die sprak
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
mij
λέγων
(legon)
zeggend
Ἀνάβα
(Anaba)
kom omhoog
ὧδε
(hode)
hierheen
καὶ
(kai)
en
δείξω
(deixo)
zal Ik tonen
σοι
(soi)
je
ἃ
(ha)
wat
δεῖ
(dei)
moet
γενέσθαι
(genesthai)
gebeuren
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

μετὰ ταῦτα (meta tauta), ‘hierna’: zoals in 1:19.

De ‘eerste stem’ is de stem uit 1:10–11 die ‘als van een bazuin’ sprak; daar sprak Yeshua.

Daarom staat ‘Kom hierheen omhoog …’ rood.

Het Grieks heeft ‘zeggend’ in de mannelijke vorm bij het vrouwelijke ‘stem’; wij vertalen naar de zin.

‘Ik zal je tonen wat hierna moet gebeuren’ herhaalt 1:19.

Een geopende deur in de hemel: zie ook 3:8, waar Yeshua een geopende deur geeft.

De troon en Hij die erop zit

2Meteen kwam ik in de Geest, en zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand.
εὐθέως
(eutheos)
meteen
ἐγενόμην
(egenomen)
kwam ik
ἐν
(en)
in
πνεύματι
(pneumati)
Geest
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
θρόνος
(thronos)
een troon
ἔκειτο
(ekeito)
stond
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
θρόνον
(thronon)
troon
καθήμενος
(kathemenos)
zat Iemand
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: zie de Uitleg bij 1:10.

De tekst noemt Hem die op de troon zit niet bij naam; de lofzangen in 4:8–11 richten zich tot Yahweh Elohim.

Wij schrijven ‘Iemand’ met hoofdletter.

Zie ook Jes. 6:1; Ez. 1:26.

Lezing

De SBLGNT markeert bij εὐθέως (‘meteen’) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJes 6:1
3En Hij die zat, was in aanblik gelijk aan de steen jaspis en aan sardius. Rondom de troon was een regenboog, in aanblik gelijk aan smaragd.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
Hij die
καθήμενος
(kathemenos)
zat
ὅμοιος
(homoios)
gelijk
ὁράσει
(horasei)
in aanblik
λίθῳ
(litho)
aan een steen
ἰάσπιδι
(iaspidi)
jaspis
καὶ
(kai)
en
σαρδίῳ
(sardio)
sardius
καὶ
(kai)
en
ἶρις
(iris)
een regenboog
κυκλόθεν
(kyklothen)
rondom
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
ὅμοιος
(homoios)
gelijk
ὁράσει
(horasei)
in aanblik
σμαραγδίνῳ
(smaragdino)
aan smaragd
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἴασπις (iaspis), ‘jaspis’, en σάρδιον (sardion), ‘sardius’ zijn edelstenen; de tekst zegt niet wat hun kleur voorstelt. ἶρις (iris), ‘regenboog’: een boog rondom de troon; vergelijk Ez. 1:28.

Het Grieks heeft hier een mannelijke vorm bij het vrouwelijke ‘regenboog’; wij vertalen naar de zin. σμαράγδινος (smaragdinos), ‘van smaragd’.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καὶ ὁ καθήμενος (‘en Hij die zat’) en ὅμοιος ὁράσει σμαραγδίνῳ (‘gelijk in aanblik aan smaragd’).

Wij volgen de SBLGNT.

4Rondom de troon waren 24 tronen, en op de tronen zag ik 24 ouderen zitten, gekleed in witte kleren, en op hun hoofden hadden zij gouden kronen.
καὶ
(kai)
en
κυκλόθεν
(kyklothen)
rondom
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
θρόνοι
(thronoi)
tronen
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
τέσσαρες
(tessares)
vier
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
θρόνους
(thronous)
tronen
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
τέσσαρας
(tessaras)
vier
πρεσβυτέρους
(presbyterous)
ouderen
καθημένους
(kathemenous)
zittend
περιβεβλημένους
(peribeblemenous)
gekleed
ἐν
(en)
in
ἱματίοις
(himatiois)
kleren
λευκοῖς
(leukois)
witte
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὰς
(tas)
de
κεφαλὰς
(kephalas)
hoofden
αὐτῶν
(auton)
hun
στεφάνους
(stephanous)
kronen
χρυσοῦς
(chrysous)
gouden
Bron: SBLGNT
Uitleg

πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderen’: het Grieks woord voor ouderen of leiders van het volk (in Hand. 15:2 ‘ouderlingen’, in dit boek ‘ouderen’).

De tekst zegt niet wie de 24 ouderen zijn.

Het getal 24 schrijven wij met cijfers, zoals alle getallen vanaf 13.

Zie ook 4:10; 5:8; 11:16; 19:4.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij θρόνοι (‘tronen’), θρόνους (‘tronen’) en ἐν (‘in’).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookHand 15:2
5Uit de troon komen bliksemflitsen, stemmen en donderslagen. Voor de troon branden 7 vuurfakkels, die de 7 geesten van Elohim zijn.
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
ἐκπορεύονται
(ekporeuontai)
komen
ἀστραπαὶ
(astrapai)
bliksemflitsen
καὶ
(kai)
en
φωναὶ
(phonai)
stemmen
καὶ
(kai)
en
βρονταί
(brontai)
donderslagen
καὶ
(kai)
en
ἑπτὰ
(hepta)
7
λαμπάδες
(lampades)
vuurfakkels
πυρὸς
(pyros)
van vuur
καιόμεναι
(kaiomenai)
brandend
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
ἅ
(ha)
die
εἰσιν
(eisin)
zijn
τὰ
(ta)
de
ἑπτὰ
(hepta)
7
πνεύματα
(pneumata)
geesten
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

Bliksemflitsen, stemmen en donderslagen: vergelijk Exod. 19:16 (donderslagen en bliksems bij Sinaï) en zie ook 8:5; 11:19; 16:18. λαμπάδες (lampades), ‘vuurfakkels’.

‘De 7 geesten van Elohim’: zie de Uitleg bij 1:4 en 3:1; vergelijk de 7 lampen van Zach. 4:2.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἅ (‘die’) en τὰ (‘de’).

Wij volgen de SBLGNT.

De vier levende wezens

6Voor de troon was als het ware een zee van glas, gelijk aan kristal. In het midden van de troon en rondom de troon waren vier levende wezens, vol ogen aan de voorkant en aan de achterkant.
καὶ
(kai)
en
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
ὡς
(hos)
als
θάλασσα
(thalassa)
een zee
ὑαλίνη
(hyaline)
van glas
ὁμοία
(homoia)
gelijk aan
κρυστάλλῳ
(krystallo)
kristal
Καὶ
(Kai)
en
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
het midden
τοῦ
(tou)
van de
θρόνου
(thronou)
troon
καὶ
(kai)
en
κύκλῳ
(kyklo)
rondom
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
τέσσαρα
(tessara)
vier
ζῷα
(zoa)
levende wezens
γέμοντα
(gemonta)
vol
ὀφθαλμῶν
(ophthalmon)
ogen
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
aan de voorkant
καὶ
(kai)
en
ὄπισθεν
(opisthen)
aan de achterkant
Bron: SBLGNT
Uitleg

θάλασσα ὑαλίνη (thalassa hyaline), ‘zee van glas’: vergelijk Exod. 24:10, ‘onder Zijn voeten was iets als een plaveisel van saffier’, en Ez. 1:22.

Zie ook 15:2. ζῷον (zoon), ‘levend wezen’, zoals in Ez. 1:5 en 10:15 in ons bestand. ἐν μέσῳ τοῦ θρόνου καὶ κύκλῳ τοῦ θρόνου (en mesoi tou thronou kai kyklo tou thronou): ‘in het midden van de troon en rondom de troon’; het Grieks zegt niet precies waar de wezens staan.

Zie ook 5:6.

Zie ookEx 24:10
7Het eerste levende wezen was gelijk aan een leeuw en het tweede levende wezen gelijk aan een stier. Het derde levende wezen had een gezicht als van een mens, en het vierde levende wezen was gelijk aan een vliegende arend.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ζῷον
(zoon)
levend wezen
τὸ
(to)
het
πρῶτον
(proton)
eerste
ὅμοιον
(homoion)
gelijk
λέοντι
(leonti)
aan een leeuw
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
δεύτερον
(deuteron)
tweede
ζῷον
(zoon)
levend wezen
ὅμοιον
(homoion)
gelijk
μόσχῳ
(moscho)
aan een stier
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τρίτον
(triton)
derde
ζῷον
(zoon)
levend wezen
ἔχων
(echon)
had
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
ὡς
(hos)
als
ἀνθρώπου
(anthropou)
van een mens
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τέταρτον
(tetarton)
vierde
ζῷον
(zoon)
levend wezen
ὅμοιον
(homoion)
gelijk
ἀετῷ
(aeto)
aan een arend
πετομένῳ
(petomeno)
vliegende
Bron: SBLGNT
Uitleg

μόσχος (moschos), ‘stier’: letterlijk ‘kalf’, een jong rund; wij schrijven ‘stier’, zoals in ons Ez. 1:10.

Vergelijk de vier gezichten in Ez. 1:10 (mens, leeuw, stier, arend) en Ez. 10:14.

Het Grieks heeft een mannelijke vorm (‘had’) bij het onzijdige ‘levend wezen’; wij vertalen naar de zin.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἔχων (‘had’) en τὸ πρόσωπον ὡς (‘het gezicht als’).

Wij volgen de SBLGNT.

Heilig, heilig, heilig

8De vier levende wezens hebben elk zes vleugels en zijn rondom en van binnen vol ogen. Zij hebben geen rust, dag en nacht, terwijl zij zeggen: „Heilig, heilig, heilig is Yahweh Elohim, de Almachtige, Hij die was en die is en die komt.”
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέσσαρα
(tessara)
vier
ζῷα
(zoa)
levende wezens
ἓν
(hen)
elk
καθ’
(kath’)
een voor
ἓν
(hen)
een
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἔχων
(echon)
hebbend
ἀνὰ
(ana)
elk
πτέρυγας
(pterygas)
vleugels
ἕξ
(hex)
zes
κυκλόθεν
(kyklothen)
rondom
καὶ
(kai)
en
ἔσωθεν
(esothen)
van binnen
γέμουσιν
(gemousin)
zijn vol
ὀφθαλμῶν
(ophthalmon)
ogen
καὶ
(kai)
en
ἀνάπαυσιν
(anapausin)
rust
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
hebben zij
ἡμέρας
(hemeras)
dag
καὶ
(kai)
en
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἅγιος
(Hagios)
heilig
ἅγιος
(hagios)
heilig
ἅγιος
(hagios)
heilig
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
(de)
θεός
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
de
παντοκράτωρ
(pantokrator)
Almachtige
ὁ
(ho)
die
ἦν
(en)
was
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
ὢν
(on)
is
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
die
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komt
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Jes. 6:2–3: serafs met zes vleugels roepen ‘Heilig, heilig, heilig is Yahweh van de legermachten’.

Het getal ‘zes’ schrijven wij in letters; alleen symboolgetallen en getallen vanaf 13 staan in cijfers.

Vergelijk ook Ez. 1:18 (ogen).

κύριος ὁ θεὸς ὁ παντοκράτωρ (kyrios ho theos ho pantokrator), ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’: zie de Uitleg bij 1:8. De drieslag ὁ ἦν καὶ ὁ ὢν καὶ ὁ ἐρχόμενος (ho en kai ho on kai ho erchomenos), ‘Hij die was en die is en die komt’, heeft hier een andere volgorde dan in 1:4 en 1:8.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καθ’ ἓν (‘een voor een’), αὐτῶν (‘van hen’) en ἔχων (‘hebbend’).

Wij volgen de SBLGNT.

9En telkens wanneer de levende wezens heerlijkheid, eer en dank zullen geven aan Hem die op de troon zit, aan Hem die leeft tot in de eeuwen van de eeuwen,
καὶ
(kai)
en
ὅταν
(hotan)
telkens wanneer
δώσουσιν
(dosousin)
zullen geven
τὰ
(ta)
de
ζῷα
(zoa)
levende wezens
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
τιμὴν
(timen)
eer
καὶ
(kai)
en
εὐχαριστίαν
(eucharistian)
dank
τῷ
(to)
aan Hem die
καθημένῳ
(kathemeno)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
τῷ
(to)
de
θρόνῳ
(throno)
troon
τῷ
(to)
aan Hem die
ζῶντι
(zonti)
leeft
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅταν (hotan) met een toekomende tijd: ‘telkens wanneer’.

Het Grieks beschrijft zo een steeds terugkerende handeling; wij houden de toekomende tijd van het Grieks in 4:9–10. εὐχαριστία (eucharistia), ‘dank’.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij δώσουσιν (‘zullen geven’) en τῷ θρόνῳ (‘de troon’).

Wij volgen de SBLGNT.

10zullen de 24 ouderen neervallen voor Hem die op de troon zit, en zij zullen zich neerbuigen voor Hem die leeft tot in de eeuwen van de eeuwen. Zij zullen hun kronen voor de troon neerwerpen en zeggen:
πεσοῦνται
(pesountai)
zullen neervallen
οἱ
(hoi)
de
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
τέσσαρες
(tessares)
vier
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderen
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
Hem die
καθημένου
(kathemenou)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
καὶ
(kai)
en
προσκυνήσουσιν
(proskynesousin)
zullen zich neerbuigen
τῷ
(to)
voor Hem die
ζῶντι
(zonti)
leeft
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
καὶ
(kai)
en
βαλοῦσιν
(balousin)
zullen neerwerpen
τοὺς
(tous)
de
στεφάνους
(stephanous)
kronen
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zie 3:9.

De kronen (στέφανοι, stephanoi) die de ouderen neerwerpen, zijn die uit vers 4.

Zie ookOpenb 4:4
11„U bent waardig, onze Heer en onze Elohim, de heerlijkheid, de eer en de kracht te ontvangen, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil waren zij er en zijn zij geschapen.”
Ἄξιος
(Axios)
waardig
εἶ
(ei)
bent U
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
λαβεῖν
(labein)
te ontvangen
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
τιμὴν
(timen)
eer
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
δύναμιν
(dynamin)
kracht
ὅτι
(hoti)
want
σὺ
(sy)
U
ἔκτισας
(ektisas)
hebt geschapen
τὰ
(ta)
de
πάντα
(panta)
alle dingen
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
door
τὸ
(to)
de
θέλημά
(thelema)
wil
σου
(sou)
Uw
ἦσαν
(esan)
waren zij er
καὶ
(kai)
en
ἐκτίσθησαν
(ektisthesan)
zijn geschapen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ κύριος καὶ ὁ θεὸς ἡμῶν (ho kyrios kai ho theos hemon), ‘onze Heer en onze Elohim’: hier staat κύριος zonder de Naam; wij schrijven ‘Heer’.

Vergelijk Joh. 20:28, ‘mijn Heer en mijn Elohim’. ἦσαν (esan), ‘waren zij er’: de dingen bestonden door Zijn wil, en werden geschapen. ἔκτισας (ektisas), ‘U hebt geschapen’; vergelijk Gen. 1.

Lezing

De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἡμῶν (‘onze’) en τὰ (‘de’).

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookJoh 20:28