Openbaring 4
De geopende deur, de troon in de hemel, de 24 ouderen en de vier levende wezens
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De geopende deur in de hemel
μετὰ ταῦτα (meta tauta), ‘hierna’: zoals in 1:19.
De ‘eerste stem’ is de stem uit 1:10–11 die ‘als van een bazuin’ sprak; daar sprak Yeshua.
Daarom staat ‘Kom hierheen omhoog …’ rood.
Het Grieks heeft ‘zeggend’ in de mannelijke vorm bij het vrouwelijke ‘stem’; wij vertalen naar de zin.
‘Ik zal je tonen wat hierna moet gebeuren’ herhaalt 1:19.
Een geopende deur in de hemel: zie ook 3:8, waar Yeshua een geopende deur geeft.
De troon en Hij die erop zit
ἐν πνεύματι (en pneumati), ‘in de Geest’: zie de Uitleg bij 1:10.
De tekst noemt Hem die op de troon zit niet bij naam; de lofzangen in 4:8–11 richten zich tot Yahweh Elohim.
Wij schrijven ‘Iemand’ met hoofdletter.
Zie ook Jes. 6:1; Ez. 1:26.
De SBLGNT markeert bij εὐθέως (‘meteen’) een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἴασπις (iaspis), ‘jaspis’, en σάρδιον (sardion), ‘sardius’ zijn edelstenen; de tekst zegt niet wat hun kleur voorstelt. ἶρις (iris), ‘regenboog’: een boog rondom de troon; vergelijk Ez. 1:28.
Het Grieks heeft hier een mannelijke vorm bij het vrouwelijke ‘regenboog’; wij vertalen naar de zin. σμαράγδινος (smaragdinos), ‘van smaragd’.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καὶ ὁ καθήμενος (‘en Hij die zat’) en ὅμοιος ὁράσει σμαραγδίνῳ (‘gelijk in aanblik aan smaragd’).
Wij volgen de SBLGNT.
πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘ouderen’: het Grieks woord voor ouderen of leiders van het volk (in Hand. 15:2 ‘ouderlingen’, in dit boek ‘ouderen’).
De tekst zegt niet wie de 24 ouderen zijn.
Het getal 24 schrijven wij met cijfers, zoals alle getallen vanaf 13.
Zie ook 4:10; 5:8; 11:16; 19:4.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij θρόνοι (‘tronen’), θρόνους (‘tronen’) en ἐν (‘in’).
Wij volgen de SBLGNT.
Bliksemflitsen, stemmen en donderslagen: vergelijk Exod. 19:16 (donderslagen en bliksems bij Sinaï) en zie ook 8:5; 11:19; 16:18. λαμπάδες (lampades), ‘vuurfakkels’.
‘De 7 geesten van Elohim’: zie de Uitleg bij 1:4 en 3:1; vergelijk de 7 lampen van Zach. 4:2.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἅ (‘die’) en τὰ (‘de’).
Wij volgen de SBLGNT.
De vier levende wezens
θάλασσα ὑαλίνη (thalassa hyaline), ‘zee van glas’: vergelijk Exod. 24:10, ‘onder Zijn voeten was iets als een plaveisel van saffier’, en Ez. 1:22.
Zie ook 15:2. ζῷον (zoon), ‘levend wezen’, zoals in Ez. 1:5 en 10:15 in ons bestand. ἐν μέσῳ τοῦ θρόνου καὶ κύκλῳ τοῦ θρόνου (en mesoi tou thronou kai kyklo tou thronou): ‘in het midden van de troon en rondom de troon’; het Grieks zegt niet precies waar de wezens staan.
Zie ook 5:6.
μόσχος (moschos), ‘stier’: letterlijk ‘kalf’, een jong rund; wij schrijven ‘stier’, zoals in ons Ez. 1:10.
Vergelijk de vier gezichten in Ez. 1:10 (mens, leeuw, stier, arend) en Ez. 10:14.
Het Grieks heeft een mannelijke vorm (‘had’) bij het onzijdige ‘levend wezen’; wij vertalen naar de zin.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἔχων (‘had’) en τὸ πρόσωπον ὡς (‘het gezicht als’).
Wij volgen de SBLGNT.
Heilig, heilig, heilig
Vergelijk Jes. 6:2–3: serafs met zes vleugels roepen ‘Heilig, heilig, heilig is Yahweh van de legermachten’.
Het getal ‘zes’ schrijven wij in letters; alleen symboolgetallen en getallen vanaf 13 staan in cijfers.
Vergelijk ook Ez. 1:18 (ogen).
κύριος ὁ θεὸς ὁ παντοκράτωρ (kyrios ho theos ho pantokrator), ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’: zie de Uitleg bij 1:8. De drieslag ὁ ἦν καὶ ὁ ὢν καὶ ὁ ἐρχόμενος (ho en kai ho on kai ho erchomenos), ‘Hij die was en die is en die komt’, heeft hier een andere volgorde dan in 1:4 en 1:8.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij καθ’ ἓν (‘een voor een’), αὐτῶν (‘van hen’) en ἔχων (‘hebbend’).
Wij volgen de SBLGNT.
ὅταν (hotan) met een toekomende tijd: ‘telkens wanneer’.
Het Grieks beschrijft zo een steeds terugkerende handeling; wij houden de toekomende tijd van het Grieks in 4:9–10. εὐχαριστία (eucharistia), ‘dank’.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij δώσουσιν (‘zullen geven’) en τῷ θρόνῳ (‘de troon’).
Wij volgen de SBLGNT.
προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zie 3:9.
De kronen (στέφανοι, stephanoi) die de ouderen neerwerpen, zijn die uit vers 4.
ὁ κύριος καὶ ὁ θεὸς ἡμῶν (ho kyrios kai ho theos hemon), ‘onze Heer en onze Elohim’: hier staat κύριος zonder de Naam; wij schrijven ‘Heer’.
Vergelijk Joh. 20:28, ‘mijn Heer en mijn Elohim’. ἦσαν (esan), ‘waren zij er’: de dingen bestonden door Zijn wil, en werden geschapen. ἔκτισας (ektisas), ‘U hebt geschapen’; vergelijk Gen. 1.
De SBLGNT markeert in dit vers varianten bij ἡμῶν (‘onze’) en τὰ (‘de’).
Wij volgen de SBLGNT.