Open in de app Alle boeken Spreuken ← 20 22 → Spreuken 21 Yahweh weegt de harten
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1 Het hart van een koning is in de hand van Yahweh als waterlopen; Hij buigt het, waarheen Hij maar wil.
פַּלְגֵי
(palgei)
waterlopen van
מֶ֭לֶךְ
(melekh)
een koning
בְּיַד
(beyad)
in de hand van
יַחְפֹּ֣ץ
(yachpots)
Hij wil
יַטֶּֽנּוּ
(yatenu)
buigt Hij het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פַּלְגֵי (palge mayim), ‘waterlopen’: kanalen die de boer naar believen richt.
Zo richt Yahweh het hart van de koning.
יַטֶּנּוּ (yatennu), ‘Hij buigt het’: Hij laat het neigen.
2 Elke weg van een man is recht in zijn eigen ogen, maar Yahweh weegt de harten.
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
וְתֹכֵ֖ן
(vetokhen)
en weegt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְתֹכֵן (vetochen), ‘en weegt’: Yahweh onderzoekt wat er werkelijk in het hart is.
Vergelijk Spr. 16:2.
3 Gerechtigheid en recht doen is voor Yahweh verkieslijker dan een offer.
צְדָקָ֣ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
וּמִשְׁפָּ֑ט
(umishpat)
en recht
נִבְחָ֖ר
(nivchar)
verkozen
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
door Yahweh
מִזָּֽבַח
(mizavach)
boven een offer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’, en וּמִשְׁפָּט (umishpat), ‘recht’.
Vergelijk 1 Sam. 15:22 en Ps. 51:18–19.
4 Hooghartige ogen en een verwaand hart: de lamp van de goddelozen is zonde.
וּרְחַב
(urechav)
en wijdte van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נִר (ner), ‘lamp’: dezelfde medeklinkers kunnen ook ‘ploegland’ (nir) lezen.
Wij volgen ‘lamp’.
De lamp van de goddelozen is hun levenswijze; die is zonde.
5 De plannen van de ijverige leiden alleen tot overvloed, maar ieder die haast heeft, komt alleen tot gebrek.
מַחְשְׁב֣וֹת
(machshevot)
plannen van
חָ֭רוּץ
(charuts)
de ijverige
לְמוֹתָ֑ר
(lemotar)
tot overvloed
לְמַחְסֽוֹר
(lemachsor)
tot gebrek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָרוּץ (charuts), ‘ijverig’: iemand die vlijtig en scherp van geest is; tegenover אָץ (ats), ‘haastig’.
6 Schatten verwerven met een tong van leugen is een weggedreven damp, van mensen die de dood zoeken.
א֭וֹצָרוֹת
(otsarot)
schatten
בִּלְשׁ֣וֹן
(bilshon)
met een tong van
נִ֝דָּ֗ף
(nidaf)
weggedreven
מְבַקְשֵׁי
(mevaqshei)
zoekers van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De spreuk is moeilijk.
הֶבֶל (hevel), ‘damp’: iets dat verdwijnt.
נִדָּף (niddaf), ‘weggedreven’.
Het slot is letterlijk ‘zoekers van de dood’.
Met andere klinkers (moqeshe) kan het ‘valstrikken van de dood’ zijn.
7 Het geweld van de goddelozen sleept hen weg, want zij weigeren recht te doen.
רְשָׁעִ֥ים
(reshaim)
goddelozen
יְגוֹרֵ֑ם
(yegorem)
sleept hen weg
מֵ֝אֲנ֗וּ
(meanu)
zij weigeren
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
te doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֹׁד (shod), ‘geweld’: ook ‘verwoesting’.
Zij worden meegesleept door hun eigen geweld.
8 Kronkelig is de weg van een man, en vreemd; maar wie zuiver is, zijn werk is oprecht.
הֲפַכְפַּ֬ךְ
(hafakhpakh)
kronkelig
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
de weg van
וְ֝זַ֗ךְ
(vezakh)
maar zuiver
פָּעֳלֽוֹ
(paolo)
zijn werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וָזָר (vazar), ‘en vreemd’: het woord kan ook ‘schuldig’ betekenen.
Wij vertalen ‘vreemd’, zoals elders in dit boek bij de ‘vreemde’.
9 Het is beter te wonen op een hoek van het dak dan met een twistzieke vrouw in een gedeeld huis.
לָשֶׁ֥בֶת
(lashevet)
om te wonen
פִּנַּת
(pinat)
de hoek van
מֵאֵ֥שֶׁת
(meeshet)
dan een vrouw van
מִ֝דְיָנִ֗ים
(midyanim)
twisten
וּבֵ֥ית
(uveit)
en een huis van
חָֽבֶר
(chaver)
gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dezelfde spreuk als Spr. 25:24.
מִדְיָנִים (midyanim), ‘twisten’, is de gelezen vorm (qere); het geschreven woord (ketiv) is מדונים (midonim).
חָבֶר (chaver), ‘gemeenschap’: een huis dat men met anderen deelt.
10 De ziel van een goddeloze verlangt naar het kwaad. Zijn naaste vindt geen gunst in zijn ogen.
רָ֭שָׁע
(rasha)
een goddeloze
אִוְּתָה
(iveta)
verlangt naar
יֻחַ֖ן
(yuchan)
vindt gunst
בְּעֵינָ֣יו
(beeinav)
in zijn ogen
רֵעֵֽהוּ
(reehu)
zijn naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’.
יֻחַן (yuchan), ‘vindt gunst’: letterlijk ‘wordt begunstigd’.
Hij heeft geen medelijden met zijn naaste.
11 Als een spotter gestraft wordt, wordt de eenvoudige wijs. En als men een wijze doorzicht geeft, ontvangt hij kennis.
בַּעְנָשׁ
(banash)
als wordt gestraft
יֶחְכַּם
(yechkam)
wordt wijs
פֶּ֑תִי
(peti)
de eenvoudige
וּבְהַשְׂכִּ֥יל
(uvehaskil)
en als doorzicht krijgt
לְ֝חָכָ֗ם
(lechakham)
een wijze
יִקַּח
(yiqach)
ontvangt hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Spr. 19:25.
וּבְהַשְׂכִּיל (uvehaskil), ‘en als men doorzicht geeft’: de wijze neemt kennis aan wanneer men hem iets leert.
12 Een rechtvaardige let met doorzicht op het huis van een goddeloze; hij stort goddelozen in het kwaad.
מַשְׂכִּ֣יל
(maskil)
let met doorzicht op
צַ֭דִּיק
(tsadiq)
rechtvaardige
לְבֵ֣ית
(leveit)
het huis van
מְסַלֵּ֖ף
(mesalef)
stort neer
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַשְׂכִּיל צַדִּיק (maskil tsaddiq), ‘een rechtvaardige let met doorzicht op’.
Dit kan ook gelezen worden als de Rechtvaardige, dat is Yahweh, die het huis van de goddeloze doorziet en de goddelozen ten val brengt.
13 Wie zijn oor sluit voor de noodkreet van een geringe, ook hij zal roepen en niet verhoord worden.
מִזַּעֲקַת
(mizaaqat)
voor de noodkreet van
יִ֝קְרָ֗א
(yiqra)
zal roepen
יֵעָנֶֽה
(yeane)
zal verhoord worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִזַּעֲקַת (mize’aqat), ‘noodkreet’: de schreeuw van wie in nood zit.
Zie ook Exod. 22:21–22.
14 Een gift in het verborgene dooft toorn, en een steekpenning in de boezem een hevige woede.
בַּ֭סֵּתֶר
(baseter)
in het verborgene
וְשֹׁ֥חַד
(veshochad)
en een steekpenning
בַּ֝חֵ֗ק
(bacheq)
in de boezem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְשֹׁחַד (veshochad), ‘en een steekpenning’: zoals in Spr. 17:8 en 17:23.
Het eerste woord, מַתָּן (mattan), is ‘gift’, zoals in 18:16 en 19:6.
בַּחֵק (bachek), ‘in de boezem’: in de plooi van het kleed, waar men het geschenk verbergt.
15 Recht doen is vreugde voor een rechtvaardige, maar een verschrikking voor wie onheil bedrijven.
לַ֭צַּדִּיק
(latsadiq)
voor een rechtvaardige
וּ֝מְחִתָּ֗ה
(umechita)
en verschrikking
לְפֹ֣עֲלֵי
(lefoalei)
voor de werkers van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16 Een mens die van de weg van het doorzicht dwaalt, rust in de vergadering van de schimmen.
מִדֶּ֣רֶךְ
(miderekh)
van de weg van
הַשְׂכֵּ֑ל
(haskel)
doorzicht
בִּקְהַ֖ל
(biqhal)
in de vergadering van
רְפָאִ֣ים
(refaim)
schimmen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רְפָאִים (refa’im), ‘schimmen’: de doden in het dodenrijk.
Zie ook Job 26:5 en Ps. 88:11.
Wie van de weg van doorzicht afdwaalt, komt bij de doden terecht.
17 Wie vreugde liefheeft, is een man van gebrek. Wie wijn en olie liefheeft, wordt niet rijk.
אֹהֵ֣ב
(ohev)
wie liefheeft
אֹהֵ֥ב
(ohev)
wie liefheeft
וָ֝שֶׁ֗מֶן
(vashemen)
en olie
יַעֲשִֽׁיר
(yaashir)
wordt rijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שִׂמְחָה (simchah), ‘vreugde’: hier het genot van feesten en vermaak.
18 De goddeloze is een losgeld voor de rechtvaardige, en de trouweloze komt in de plaats van de oprechten.
לַצַּדִּ֣יק
(latsadiq)
voor de rechtvaardige
רָשָׁ֑ע
(rasha)
de goddeloze
וְתַ֖חַת
(vetachat)
en in de plaats van
יְשָׁרִ֣ים
(yesharim)
de oprechten
בּוֹגֵֽד
(boged)
de trouweloze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’: de prijs waarmee een leven vrijgekocht wordt.
De goddeloze neemt de plaats in van de rechtvaardige.
Zie ook Spr. 11:8.
19 Het is beter te wonen in een woestijnland dan met een twistzieke vrouw en ergernis.
בְּאֶֽרֶץ
(beerets)
in een land van
מִדְבָּ֑ר
(midbar)
woestijn
מֵאֵ֖שֶׁת
(meeshet)
dan een vrouw van
מִדְיָנִ֣ים
(midyanim)
twisten
וָכָֽעַס
(vakhaas)
en ergernis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Spr. 21:9.
מִדְיָנִים (midyanim), ‘twisten’; het geschreven woord (ketiv) is מדונים (midonim).
20 Een kostbare schat en olie zijn er in de woning van een wijze, maar een dwaze mens verslindt ze.
נֶחְמָ֣ד
(nechmad)
kostbare
וָ֭שֶׁמֶן
(vashemen)
en olie
בִּנְוֵ֣ה
(binve)
in de woning van
וּכְסִ֖יל
(ukhesil)
en een dwaas van
יְבַלְּעֶֽנּוּ
(yevaleenu)
verslindt het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21 Wie gerechtigheid en trouw najaagt, vindt leven, gerechtigheid en eer.
צְדָקָ֣ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
וָחָ֑סֶד
(vachased)
en trouw
צְדָקָ֥ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
וְכָבֽוֹד
(vekhavod)
en eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’, en וָחָסֶד (vachesed), ‘en trouw’.
וְכָבוֹד (vechavod), ‘en eer’: de eer van een mens.
22 Een wijze beklimt de stad van helden en haalt de sterkte neer waarop zij vertrouwt.
גִּ֭בֹּרִים
(giborim)
helden
וַ֝יֹּ֗רֶד
(vayored)
en haalt neer
מִבְטֶחָֽה
(mivtecha)
haar vertrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גִּבֹּרִים (gibborim), ‘helden’: sterke krijgers.
De wijze wint door verstand wat de krijgers met kracht niet winnen.
Zie ook Spr. 24:5.
23 Wie zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn leven voor benauwdheden.
שֹׁמֵ֣ר
(shomer)
wie bewaart
וּלְשׁוֹנ֑וֹ
(uleshono)
en zijn tong
מִצָּר֣וֹת
(mitsarot)
voor benauwdheden
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24 De overmoedige, de aanmatigende: spotter is zijn naam. Hij handelt in de razernij van overmoed.
יָ֭הִיר
(yahir)
aanmatigende
ע֝וֹשֶׂ֗ה
(ose)
die handelt
בְּעֶבְרַ֥ת
(beevrat)
in de razernij van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זֵד (zed), ‘overmoedige’; יָהִיר (yahir), ‘aanmatigende’; לֵץ (letz), ‘spotter’.
Wie zo leeft, noemt men een spotter.
25 Het verlangen van een luiaard doodt hem, want zijn handen weigeren te werken.
תַּאֲוַ֣ת
(taavat)
verlangen van
תְּמִיתֶ֑נּוּ
(temitenu)
doodt hem
יָדָ֣יו
(yadav)
zijn handen
לַעֲשֽׂוֹת
(laasot)
te werken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26 De hele dag begeert hij gretig, maar een rechtvaardige geeft en houdt niet terug.
הִתְאַוָּ֣ה
(hitava)
hij begeert
וְצַדִּ֥יק
(vetsadiq)
en een rechtvaardige
יַחְשֹֽׂךְ
(yachsokh)
houdt terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De spreuk is kort en moeilijk.
הִתְאַוָּה (hit’avvah), ‘hij begeert’, kan ook ‘de gretige’ betekenen.
Wij nemen het zo: de luiaard (vers 25) begeert de hele dag; de rechtvaardige geeft en houdt niet terug.
27 Het offer van de goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer als hij het brengt met een schandelijk plan.
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
בְזִמָּ֥ה
(bezima)
met een schandelijk plan
יְבִיאֶֽנּוּ
(yevienu)
brengt hij het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Spr. 15:8.
בְזִמָּה (bezimmah), ‘met een schandelijk plan’ (zimmah, zie Spr. 10:23): met een slecht plan, bijvoorbeeld om zijn onrecht goed te maken.
28 Een getuige van leugens komt om, maar een man die luistert, zal blijvend spreken.
כְּזָבִ֥ים
(kezavim)
leugens
וְאִ֥ישׁ
(veish)
en een man
שׁ֝וֹמֵ֗עַ
(shomea)
die luistert
לָנֶ֥צַח
(lanetsach)
blijvend
יְדַבֵּֽר
(yedaber)
zal spreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De tweede helft is moeilijk.
לָנֶצַח (lanetsach), ‘blijvend’: ook ‘voor altijd’ of ‘met succes’.
Wij nemen het zo: wat een luisteraar zegt, blijft bestaan, tegenover de leugenaar die omkomt.
Zie ook Spr. 19:5 en 19:9.
29 Een goddeloze man maakt zijn gezicht hard, maar een oprechte begrijpt zijn weg.
בְּפָנָ֑יו
(befanav)
zijn gezicht
וְ֝יָשָׁ֗ר
(veyashar)
maar een oprechte
דַּרְכּֽוֹ
(darko)
zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is יָכִין (yachin), ‘hij maakt vast’, en דְּרָכָיו (derakhav), ‘zijn wegen’.
De gelezen vorm (qere) is יָבִין (yavin), ‘hij begrijpt’, en דַּרְכּוֹ (darko), ‘zijn weg’.
Wij volgen het qere.
30 Er is geen wijsheid, er is geen verstand en er is geen raad tegenover Yahweh.
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is niet
תְּבוּנָ֑ה
(tevuna)
verstand
וְאֵ֥ין
(veein)
en er is niet
לְנֶ֣גֶד
(leneged)
tegenover
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָכְמָה (chokhmah), ‘wijsheid’; תְּבוּנָה (tevunah), ‘verstand’; עֵצָה (etsah), ‘raad’.
Tegenover Yahweh houdt geen menselijk plan stand.
31 Het paard wordt gereedgemaakt voor de dag van de oorlog, maar de redding is van Yahweh.
מ֭וּכָן
(mukhan)
gereedgemaakt
לְי֣וֹם
(leyom)
voor de dag van
מִלְחָמָ֑ה
(milchama)
oorlog
וְ֝לַֽיהוָ֗ה
(velaYahweh)
maar van Yahweh
הַתְּשׁוּעָֽה
(hateshua)
de redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הַתְּשׁוּעָה (hateshu’ah), ‘de redding’.
Vergelijk Ps. 33:16–17 en Ps. 20:8.