Elohim Bijbel

Spreuken 21

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Yahweh weegt de harten

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Het hart van een koning is in de hand van Yahweh als waterlopen; Hij buigt het, waarheen Hij maar wil.
פַּלְגֵי
(palgei)
waterlopen van
מַ֣יִם
(mayim)
water
לֶב
(lev)
hart van
מֶ֭לֶךְ
(melekh)
een koning
בְּיַד
(beyad)
in de hand van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
עַֽל
(al)
naar
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
wat
יַחְפֹּ֣ץ
(yachpots)
Hij wil
יַטֶּֽנּוּ
(yatenu)
buigt Hij het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּלְגֵי (palge mayim), ‘waterlopen’: kanalen die de boer naar believen richt.

Zo richt Yahweh het hart van de koning.

יַטֶּנּוּ (yatennu), ‘Hij buigt het’: Hij laat het neigen.

2Elke weg van een man is recht in zijn eigen ogen, maar Yahweh weegt de harten.
כָּֽל
(kal)
elke
דֶּרֶךְ
(derekh)
weg van
אִ֭ישׁ
(ish)
een man
יָשָׁ֣ר
(yashar)
recht
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
וְתֹכֵ֖ן
(vetokhen)
en weegt
לִבּ֣וֹת
(libot)
harten
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְתֹכֵן (vetochen), ‘en weegt’: Yahweh onderzoekt wat er werkelijk in het hart is.

Vergelijk Spr. 16:2.

3Gerechtigheid en recht doen is voor Yahweh verkieslijker dan een offer.
עֲ֭שֹׂה
(aso)
doen
צְדָקָ֣ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
וּמִשְׁפָּ֑ט
(umishpat)
en recht
נִבְחָ֖ר
(nivchar)
verkozen
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
door Yahweh
מִזָּֽבַח
(mizavach)
boven een offer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’, en וּמִשְׁפָּט (umishpat), ‘recht’.

Vergelijk 1 Sam. 15:22 en Ps. 51:18–19.

4Hooghartige ogen en een verwaand hart: de lamp van de goddelozen is zonde.
רוּם
(rum)
hoogte van
עֵ֭ינַיִם
(einayim)
ogen
וּרְחַב
(urechav)
en wijdte van
לֵ֑ב
(lev)
hart
נִ֖ר
(nir)
lamp van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
חַטָּֽאת
(chatat)
zonde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִר (ner), ‘lamp’: dezelfde medeklinkers kunnen ook ‘ploegland’ (nir) lezen.

Wij volgen ‘lamp’.

De lamp van de goddelozen is hun levenswijze; die is zonde.

5De plannen van de ijverige leiden alleen tot overvloed, maar ieder die haast heeft, komt alleen tot gebrek.
מַחְשְׁב֣וֹת
(machshevot)
plannen van
חָ֭רוּץ
(charuts)
de ijverige
אַךְ
(akh)
zeker
לְמוֹתָ֑ר
(lemotar)
tot overvloed
וְכָל
(vekhal)
en ieder
אָ֝֗ץ
(ats)
haastige
אַךְ
(akh)
zeker
לְמַחְסֽוֹר
(lemachsor)
tot gebrek
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָרוּץ (charuts), ‘ijverig’: iemand die vlijtig en scherp van geest is; tegenover אָץ (ats), ‘haastig’.

6Schatten verwerven met een tong van leugen is een weggedreven damp, van mensen die de dood zoeken.
פֹּ֣עַל
(poal)
werk van
א֭וֹצָרוֹת
(otsarot)
schatten
בִּלְשׁ֣וֹן
(bilshon)
met een tong van
שָׁ֑קֶר
(shaqer)
leugen
הֶ֥בֶל
(hevel)
damp
נִ֝דָּ֗ף
(nidaf)
weggedreven
מְבַקְשֵׁי
(mevaqshei)
zoekers van
מָֽוֶת
(mavet)
dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreuk is moeilijk.

הֶבֶל (hevel), ‘damp’: iets dat verdwijnt.

נִדָּף (niddaf), ‘weggedreven’.

Het slot is letterlijk ‘zoekers van de dood’.

Met andere klinkers (moqeshe) kan het ‘valstrikken van de dood’ zijn.

7Het geweld van de goddelozen sleept hen weg, want zij weigeren recht te doen.
שֹׁד
(shod)
geweld van
רְשָׁעִ֥ים
(reshaim)
goddelozen
יְגוֹרֵ֑ם
(yegorem)
sleept hen weg
כִּ֥י
(ki)
want
מֵ֝אֲנ֗וּ
(meanu)
zij weigeren
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
te doen
מִשְׁפָּֽט
(mishpat)
recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֹׁד (shod), ‘geweld’: ook ‘verwoesting’.

Zij worden meegesleept door hun eigen geweld.

8Kronkelig is de weg van een man, en vreemd; maar wie zuiver is, zijn werk is oprecht.
הֲפַכְפַּ֬ךְ
(hafakhpakh)
kronkelig
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
de weg van
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
וָזָ֑ר
(vazar)
en vreemd
וְ֝זַ֗ךְ
(vezakh)
maar zuiver
יָשָׁ֥ר
(yashar)
oprecht
פָּעֳלֽוֹ
(paolo)
zijn werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וָזָר (vazar), ‘en vreemd’: het woord kan ook ‘schuldig’ betekenen.

Wij vertalen ‘vreemd’, zoals elders in dit boek bij de ‘vreemde’.

9Het is beter te wonen op een hoek van het dak dan met een twistzieke vrouw in een gedeeld huis.
ט֗וֹב
(tov)
goed
לָשֶׁ֥בֶת
(lashevet)
om te wonen
עַל
(al)
op
פִּנַּת
(pinat)
de hoek van
גָּ֑ג
(gag)
dak
מֵאֵ֥שֶׁת
(meeshet)
dan een vrouw van
מִ֝דְיָנִ֗ים
(midyanim)
twisten
וּבֵ֥ית
(uveit)
en een huis van
חָֽבֶר
(chaver)
gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dezelfde spreuk als Spr. 25:24.

מִדְיָנִים (midyanim), ‘twisten’, is de gelezen vorm (qere); het geschreven woord (ketiv) is מדונים (midonim).

חָבֶר (chaver), ‘gemeenschap’: een huis dat men met anderen deelt.

10De ziel van een goddeloze verlangt naar het kwaad. Zijn naaste vindt geen gunst in zijn ogen.
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
ziel van
רָ֭שָׁע
(rasha)
een goddeloze
אִוְּתָה
(iveta)
verlangt naar
רָ֑ע
(ra)
kwaad
לֹא
(lo)
niet
יֻחַ֖ן
(yuchan)
vindt gunst
בְּעֵינָ֣יו
(beeinav)
in zijn ogen
רֵעֵֽהוּ
(reehu)
zijn naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’.

יֻחַן (yuchan), ‘vindt gunst’: letterlijk ‘wordt begunstigd’.

Hij heeft geen medelijden met zijn naaste.

11Als een spotter gestraft wordt, wordt de eenvoudige wijs. En als men een wijze doorzicht geeft, ontvangt hij kennis.
בַּעְנָשׁ
(banash)
als wordt gestraft
לֵ֭ץ
(lets)
een spotter
יֶחְכַּם
(yechkam)
wordt wijs
פֶּ֑תִי
(peti)
de eenvoudige
וּבְהַשְׂכִּ֥יל
(uvehaskil)
en als doorzicht krijgt
לְ֝חָכָ֗ם
(lechakham)
een wijze
יִקַּח
(yiqach)
ontvangt hij
דָּֽעַת
(daat)
kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Spr. 19:25.

וּבְהַשְׂכִּיל (uvehaskil), ‘en als men doorzicht geeft’: de wijze neemt kennis aan wanneer men hem iets leert.

12Een rechtvaardige let met doorzicht op het huis van een goddeloze; hij stort goddelozen in het kwaad.
מַשְׂכִּ֣יל
(maskil)
let met doorzicht op
צַ֭דִּיק
(tsadiq)
rechtvaardige
לְבֵ֣ית
(leveit)
het huis van
רָשָׁ֑ע
(rasha)
goddeloze
מְסַלֵּ֖ף
(mesalef)
stort neer
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
לָרָֽע
(lara)
in het kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַשְׂכִּיל צַדִּיק (maskil tsaddiq), ‘een rechtvaardige let met doorzicht op’.

Dit kan ook gelezen worden als de Rechtvaardige, dat is Yahweh, die het huis van de goddeloze doorziet en de goddelozen ten val brengt.

13Wie zijn oor sluit voor de noodkreet van een geringe, ook hij zal roepen en niet verhoord worden.
אֹטֵ֣ם
(otem)
sluit
אָ֭זְנוֹ
(azeno)
zijn oor
מִזַּעֲקַת
(mizaaqat)
voor de noodkreet van
דָּ֑ל
(dal)
een geringe
גַּֽם
(gam)
ook
ה֥וּא
(hu)
hij
יִ֝קְרָ֗א
(yiqra)
zal roepen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יֵעָנֶֽה
(yeane)
zal verhoord worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִזַּעֲקַת (mize’aqat), ‘noodkreet’: de schreeuw van wie in nood zit.

Zie ook Exod. 22:21–22.

14Een gift in het verborgene dooft toorn, en een steekpenning in de boezem een hevige woede.
מַתָּ֣ן
(matan)
gift
בַּ֭סֵּתֶר
(baseter)
in het verborgene
יִכְפֶּה
(yikhpe)
dooft
אָ֑ף
(af)
toorn
וְשֹׁ֥חַד
(veshochad)
en een steekpenning
בַּ֝חֵ֗ק
(bacheq)
in de boezem
חֵמָ֥ה
(chema)
woede
עַזָּֽה
(aza)
hevige
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְשֹׁחַד (veshochad), ‘en een steekpenning’: zoals in Spr. 17:8 en 17:23.

Het eerste woord, מַתָּן (mattan), is ‘gift’, zoals in 18:16 en 19:6.

בַּחֵק (bachek), ‘in de boezem’: in de plooi van het kleed, waar men het geschenk verbergt.

15Recht doen is vreugde voor een rechtvaardige, maar een verschrikking voor wie onheil bedrijven.
שִׂמְחָ֣ה
(simcha)
vreugde
לַ֭צַּדִּיק
(latsadiq)
voor een rechtvaardige
עֲשׂ֣וֹת
(asot)
te doen
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
וּ֝מְחִתָּ֗ה
(umechita)
en verschrikking
לְפֹ֣עֲלֵי
(lefoalei)
voor de werkers van
אָֽוֶן
(aven)
onheil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Een mens die van de weg van het doorzicht dwaalt, rust in de vergadering van de schimmen.
אָדָ֗ם
(adam)
een mens
תּ֭וֹעֶה
(toe)
die dwaalt
מִדֶּ֣רֶךְ
(miderekh)
van de weg van
הַשְׂכֵּ֑ל
(haskel)
doorzicht
בִּקְהַ֖ל
(biqhal)
in de vergadering van
רְפָאִ֣ים
(refaim)
schimmen
יָנֽוּחַ
(yanuach)
rust
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְפָאִים (refa’im), ‘schimmen’: de doden in het dodenrijk.

Zie ook Job 26:5 en Ps. 88:11.

Wie van de weg van doorzicht afdwaalt, komt bij de doden terecht.

17Wie vreugde liefheeft, is een man van gebrek. Wie wijn en olie liefheeft, wordt niet rijk.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
מַ֭חְסוֹר
(machsor)
gebrek
אֹהֵ֣ב
(ohev)
wie liefheeft
שִׂמְחָ֑ה
(simcha)
vreugde
אֹהֵ֥ב
(ohev)
wie liefheeft
יַֽיִן
(yayin)
wijn
וָ֝שֶׁ֗מֶן
(vashemen)
en olie
לֹ֣א
(lo)
niet
יַעֲשִֽׁיר
(yaashir)
wordt rijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׂמְחָה (simchah), ‘vreugde’: hier het genot van feesten en vermaak.

18De goddeloze is een losgeld voor de rechtvaardige, en de trouweloze komt in de plaats van de oprechten.
כֹּ֣פֶר
(kofer)
losgeld
לַצַּדִּ֣יק
(latsadiq)
voor de rechtvaardige
רָשָׁ֑ע
(rasha)
de goddeloze
וְתַ֖חַת
(vetachat)
en in de plaats van
יְשָׁרִ֣ים
(yesharim)
de oprechten
בּוֹגֵֽד
(boged)
de trouweloze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’: de prijs waarmee een leven vrijgekocht wordt.

De goddeloze neemt de plaats in van de rechtvaardige.

Zie ook Spr. 11:8.

19Het is beter te wonen in een woestijnland dan met een twistzieke vrouw en ergernis.
ט֗וֹב
(tov)
goed
שֶׁ֥בֶת
(shevet)
wonen
בְּאֶֽרֶץ
(beerets)
in een land van
מִדְבָּ֑ר
(midbar)
woestijn
מֵאֵ֖שֶׁת
(meeshet)
dan een vrouw van
מִדְיָנִ֣ים
(midyanim)
twisten
וָכָֽעַס
(vakhaas)
en ergernis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Spr. 21:9.

מִדְיָנִים (midyanim), ‘twisten’; het geschreven woord (ketiv) is מדונים (midonim).

20Een kostbare schat en olie zijn er in de woning van een wijze, maar een dwaze mens verslindt ze.
אוֹצָ֤ר
(otsar)
schat
נֶחְמָ֣ד
(nechmad)
kostbare
וָ֭שֶׁמֶן
(vashemen)
en olie
בִּנְוֵ֣ה
(binve)
in de woning van
חָכָ֑ם
(chakham)
een wijze
וּכְסִ֖יל
(ukhesil)
en een dwaas van
אָדָ֣ם
(adam)
een mens
יְבַלְּעֶֽנּוּ
(yevaleenu)
verslindt het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Wie gerechtigheid en trouw najaagt, vindt leven, gerechtigheid en eer.
רֹ֭דֵף
(rodef)
wie najaagt
צְדָקָ֣ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
וָחָ֑סֶד
(vachased)
en trouw
יִמְצָ֥א
(yimtsa)
vindt
חַ֝יִּ֗ים
(chayim)
leven
צְדָקָ֥ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
וְכָבֽוֹד
(vekhavod)
en eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’, en וָחָסֶד (vachesed), ‘en trouw’.

וְכָבוֹד (vechavod), ‘en eer’: de eer van een mens.

22Een wijze beklimt de stad van helden en haalt de sterkte neer waarop zij vertrouwt.
עִ֣יר
(ir)
stad van
גִּ֭בֹּרִים
(giborim)
helden
עָלָ֣ה
(ala)
beklimt
חָכָ֑ם
(chakham)
een wijze
וַ֝יֹּ֗רֶד
(vayored)
en haalt neer
עֹ֣ז
(oz)
sterkte van
מִבְטֶחָֽה
(mivtecha)
haar vertrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גִּבֹּרִים (gibborim), ‘helden’: sterke krijgers.

De wijze wint door verstand wat de krijgers met kracht niet winnen.

Zie ook Spr. 24:5.

23Wie zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn leven voor benauwdheden.
שֹׁמֵ֣ר
(shomer)
wie bewaart
פִּ֭יו
(piv)
zijn mond
וּלְשׁוֹנ֑וֹ
(uleshono)
en zijn tong
שֹׁמֵ֖ר
(shomer)
bewaart
מִצָּר֣וֹת
(mitsarot)
voor benauwdheden
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
zijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24De overmoedige, de aanmatigende: spotter is zijn naam. Hij handelt in de razernij van overmoed.
זֵ֣ד
(zed)
overmoedige
יָ֭הִיר
(yahir)
aanmatigende
לֵ֣ץ
(lets)
spotter
שְׁמ֑וֹ
(shemo)
zijn naam
ע֝וֹשֶׂ֗ה
(ose)
die handelt
בְּעֶבְרַ֥ת
(beevrat)
in de razernij van
זָדֽוֹן
(zadon)
overmoed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זֵד (zed), ‘overmoedige’; יָהִיר (yahir), ‘aanmatigende’; לֵץ (letz), ‘spotter’.

Wie zo leeft, noemt men een spotter.

25Het verlangen van een luiaard doodt hem, want zijn handen weigeren te werken.
תַּאֲוַ֣ת
(taavat)
verlangen van
עָצֵ֣ל
(atsel)
een luiaard
תְּמִיתֶ֑נּוּ
(temitenu)
doodt hem
כִּֽי
(ki)
want
מֵאֲנ֖וּ
(meanu)
weigeren
יָדָ֣יו
(yadav)
zijn handen
לַעֲשֽׂוֹת
(laasot)
te werken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26De hele dag begeert hij gretig, maar een rechtvaardige geeft en houdt niet terug.
כָּל
(kal)
heel
הַ֭יּוֹם
(hayom)
de dag
הִתְאַוָּ֣ה
(hitava)
hij begeert
תַאֲוָ֑ה
(taava)
begeerte
וְצַדִּ֥יק
(vetsadiq)
en een rechtvaardige
יִ֝תֵּ֗ן
(yiten)
geeft
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יַחְשֹֽׂךְ
(yachsokh)
houdt terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreuk is kort en moeilijk.

הִתְאַוָּה (hit’avvah), ‘hij begeert’, kan ook ‘de gretige’ betekenen.

Wij nemen het zo: de luiaard (vers 25) begeert de hele dag; de rechtvaardige geeft en houdt niet terug.

27Het offer van de goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer als hij het brengt met een schandelijk plan.
זֶ֣בַח
(zevach)
offer van
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
תּוֹעֵבָ֑ה
(toeva)
gruwel
אַ֝֗ף
(af)
hoeveel
כִּֽי
(ki)
te meer
בְזִמָּ֥ה
(bezima)
met een schandelijk plan
יְבִיאֶֽנּוּ
(yevienu)
brengt hij het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Spr. 15:8.

בְזִמָּה (bezimmah), ‘met een schandelijk plan’ (zimmah, zie Spr. 10:23): met een slecht plan, bijvoorbeeld om zijn onrecht goed te maken.

28Een getuige van leugens komt om, maar een man die luistert, zal blijvend spreken.
עֵד
(ed)
een getuige van
כְּזָבִ֥ים
(kezavim)
leugens
יֹאבֵ֑ד
(yoved)
komt om
וְאִ֥ישׁ
(veish)
en een man
שׁ֝וֹמֵ֗עַ
(shomea)
die luistert
לָנֶ֥צַח
(lanetsach)
blijvend
יְדַבֵּֽר
(yedaber)
zal spreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tweede helft is moeilijk.

לָנֶצַח (lanetsach), ‘blijvend’: ook ‘voor altijd’ of ‘met succes’.

Wij nemen het zo: wat een luisteraar zegt, blijft bestaan, tegenover de leugenaar die omkomt.

Zie ook Spr. 19:5 en 19:9.

29Een goddeloze man maakt zijn gezicht hard, maar een oprechte begrijpt zijn weg.
הֵעֵ֬ז
(heez)
maakt hard
אִ֣ישׁ
(ish)
een man
רָשָׁ֣ע
(rasha)
goddeloze
בְּפָנָ֑יו
(befanav)
zijn gezicht
וְ֝יָשָׁ֗ר
(veyashar)
maar een oprechte
ה֤וּא
(hu)
hij
יָבִ֬ין
(yavin)
begrijpt
דַּרְכּֽוֹ
(darko)
zijn weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יָכִין (yachin), ‘hij maakt vast’, en דְּרָכָיו (derakhav), ‘zijn wegen’.

De gelezen vorm (qere) is יָבִין (yavin), ‘hij begrijpt’, en דַּרְכּוֹ (darko), ‘zijn weg’.

Wij volgen het qere.

30Er is geen wijsheid, er is geen verstand en er is geen raad tegenover Yahweh.
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
חָ֭כְמָה
(chakhema)
wijsheid
וְאֵ֣ין
(veein)
en er is niet
תְּבוּנָ֑ה
(tevuna)
verstand
וְאֵ֥ין
(veein)
en er is niet
עֵ֝צָ֗ה
(etsa)
raad
לְנֶ֣גֶד
(leneged)
tegenover
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָכְמָה (chokhmah), ‘wijsheid’; תְּבוּנָה (tevunah), ‘verstand’; עֵצָה (etsah), ‘raad’.

Tegenover Yahweh houdt geen menselijk plan stand.

31Het paard wordt gereedgemaakt voor de dag van de oorlog, maar de redding is van Yahweh.
ס֗וּס
(sus)
een paard
מ֭וּכָן
(mukhan)
gereedgemaakt
לְי֣וֹם
(leyom)
voor de dag van
מִלְחָמָ֑ה
(milchama)
oorlog
וְ֝לַֽיהוָ֗ה
(velaYahweh)
maar van Yahweh
הַתְּשׁוּעָֽה
(hateshua)
de redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַתְּשׁוּעָה (hateshu’ah), ‘de redding’.

Vergelijk Ps. 33:16–17 en Ps. 20:8.