Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het kwaad van Efraïm komt aan het licht
1Wanneer Ik Israël genees, komt de ongerechtigheid van Efraïm aan het licht, en het kwaad van Samaria. Want zij doen bedrog. De dief komt binnen en buiten plundert een bende.
כְּרָפְאִ֣י
(kerafei)
als Ik genees
לְיִשְׂרָאֵ֗ל
(leyisrael)
Israël
וְנִגְלָ֞ה
(venigla)
dan komt aan het licht
עֲוֺ֤ן
(avon)
de ongerechtigheid van
אֶפְרַ֨יִם֙
(efrayim)
Efraïm
וְרָע֣וֹת
(veraot)
en het kwaad van
שֹֽׁמְר֔וֹן
(shomeron)
Samaria
כִּ֥י
(ki)
want
פָעֲל֖וּ
(paalu)
zij doen
שָׁ֑קֶר
(shaqer)
bedrog
וְגַנָּ֣ב
(veganav)
en een dief
יָב֔וֹא
(yavo)
komt binnen
פָּשַׁ֥ט
(pashat)
plundert
גְּד֖וּד
(gedud)
een bende
בַּחֽוּץ
(bachuts)
buiten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Samaria: Samaria is de hoofdstad van het noordrijk Israël, gebouwd door Omri op een heuvel bij het huidige Sebastiya, ten noordwesten van Sichem.
Uitleg
אֶפְרַיִם (Efrayim), ‘Efraïm’: de grootste stam van het Noordrijk.
Hosea gebruikt de naam voor het hele Noordrijk Israël, met Samaria als hoofdstad.
כְּרָפְאִי (kerofi), ‘wanneer Ik genees’: het is een werkwoordsvorm zonder tijd. Het kan ook ‘telkens als Ik wil genezen’ betekenen.
Zodra Yahweh wil genezen, komt de schuld aan het licht. Daarom zeggen wij ‘komt aan het licht’.
Het rood in dit hoofdstuk markeert de woorden waarin Yahweh zelf spreekt, ook als de profeet ze brengt.
5Op de dag van onze koning worden de oversten ziek van de gloed van wijn. Hij steekt zijn hand uit naar de spotters.
י֣וֹם
(yom)
de dag van
מַלְכֵּ֔נוּ
(malkenu)
onze koning
הֶחֱל֥וּ
(hechelu)
worden ziek
שָׂרִ֖ים
(sarim)
oversten
חֲמַ֣ת
(chamat)
van de gloed van
מִיָּ֑יִן
(miyayin)
wijn
מָשַׁ֥ךְ
(mashakh)
hij steekt uit
יָד֖וֹ
(yado)
zijn hand
אֶת
(et)
naar
לֹצְצִֽים
(lotsetsim)
spotters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
הֶחֱלוּ (hechelu), ‘zij worden ziek’: van חָלָה (chalah), ‘ziek worden’.
Het kan ook van חָלַל (chalal) komen, ‘beginnen’.
Wij volgen ‘ziek worden’.
מָשַׁךְ יָדוֹ אֶת (mashach yado et), ‘hij steekt zijn hand uit naar’: de betekenis is onzeker. Het kan ook ‘hij gaat samen met’ betekenen. De koning sluit zich aan bij de spotters.
לֹצְצִים (lotsetsim), ‘spotters’: mensen die niets serieus nemen.
6Want zij brengen hun hart dichtbij als een oven, terwijl zij op de loer liggen. De hele nacht slaapt hun bakker. 's Morgens brandt het als een vlammend vuur.
כִּֽי
(ki)
want
קֵרְב֧וּ
(qerevu)
zij brengen dichtbij
כַתַּנּ֛וּר
(katanur)
als een oven
לִבָּ֖ם
(libam)
hun hart
בְּאָרְבָּ֑ם
(bearbam)
terwijl zij op de loer liggen
כָּל
(kal)
heel
הַלַּ֨יְלָה֙
(halayla)
de nacht
יָשֵׁ֣ן
(yashen)
slaapt
אֹֽפֵהֶ֔ם
(ofehem)
hun bakker
בֹּ֕קֶר
(boqer)
's morgens
ה֥וּא
(hu)
het
בֹעֵ֖ר
(boer)
brandt
כְּאֵ֥שׁ
(keesh)
als een vuur van
לֶהָבָֽה
(lehava)
vlam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּאָרְבָּם (be’orbam), ‘terwijl zij op de loer liggen’: in hun hinderlaag.
De bedoeling is een aanslag in het geheim.
Lezing
אֹפֵהֶם (ofehem), ‘hun bakker’: zo staat het in de tekst.
10De hoogmoed van Israël getuigt hem in het gezicht. Toch zijn zij niet teruggekeerd naar Yahweh, hun Elohim. Zij hebben Hem bij dit alles niet gezocht.
וְעָנָ֥ה
(veana)
en getuigt
גְאֽוֹן
(geon)
de hoogmoed van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
בְּפָנָ֑יו
(befanav)
in zijn gezicht
וְלֹֽא
(velo)
en niet
שָׁ֨בוּ֙
(shavu)
zij zijn teruggekeerd
אֶל
(el)
naar
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹֽהֵיהֶ֔ם
(eloheihem)
hun Elohim
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
בִקְשֻׁ֖הוּ
(biqshuhu)
zij hebben Hem gezocht
בְּכָל
(bekhal)
bij al
זֹֽאת
(zot)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In dit vers en in vers 11 spreekt de profeet over Yahweh in de derde persoon (‘Yahweh, hun Elohim’).
Daarom staan deze twee verzen niet rood.
Vanaf vers 12 spreekt Yahweh weer zelf.
וְעָנָה (ve’anah), ‘en getuigt’: letterlijk ‘en antwoordt’. De hoogmoed van Israël getuigt tegen hem.
12„Terwijl zij gaan, spreid Ik Mijn net over hen uit. Zoals vogels van de hemel haal Ik hen omlaag. Ik tuchtig hen volgens het bericht aan hun gemeenschap.
כַּאֲשֶׁ֣ר
(kaasher)
terwijl
יֵלֵ֗כוּ
(yelekhu)
zij gaan
אֶפְר֤וֹשׂ
(efros)
Ik spreid uit
עֲלֵיהֶם֙
(aleihem)
over hen
רִשְׁתִּ֔י
(rishti)
Mijn net
כְּע֥וֹף
(keof)
zoals vogels van
הַשָּׁמַ֖יִם
(hashamayim)
de hemel
אֽוֹרִידֵ֑ם
(oridem)
Ik haal hen omlaag
אַיְסִרֵ֕ם
(aysirem)
Ik tuchtig hen
כְּשֵׁ֖מַע
(keshema)
volgens het bericht
לַעֲדָתָֽם
(laadatam)
aan hun gemeenschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כְּשֵׁמַע לַעֲדָתָם (keshema la’adatam), ‘volgens het bericht aan hun gemeenschap’: de betekenis is onzeker.
Het kan verwijzen naar wat de gemeenschap eerder heeft gehoord over de gevolgen van ontrouw.
אַיְסִרֵם (aysirem), ‘Ik tuchtig hen’: het woord betekent ook ‘onderwijzen’ en ‘terechtwijzen’.
13Wee hen, want zij zijn van Mij weggedwaald. Verwoesting over hen, want zij zijn tegen Mij in opstand gekomen. Ik zou hen vrijkopen, maar zij spreken leugens over Mij.
א֤וֹי
(oy)
wee
לָהֶם֙
(lahem)
hun
כִּֽי
(ki)
want
נָדְד֣וּ
(nadedu)
zij zijn weggedwaald
מִמֶּ֔נִּי
(mimeni)
van Mij
שֹׁ֥ד
(shod)
verwoesting
לָהֶ֖ם
(lahem)
hun
כִּֽי
(ki)
want
פָ֣שְׁעוּ
(pasheu)
zij zijn in opstand gekomen
בִ֑י
(bi)
tegen Mij
וְאָנֹכִ֣י
(veanokhi)
en Ik
אֶפְדֵּ֔ם
(efdem)
zou hen vrijkopen
וְהֵ֕מָּה
(vehema)
maar zij
דִּבְּר֥וּ
(diberu)
spreken
עָלַ֖י
(alay)
over Mij
כְּזָבִֽים
(kezavim)
leugens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶפְדֵּם (efdem), ‘Ik zou hen vrijkopen’: פָּדָה (padah) is vrijkopen, zoals een slaaf of een eerstgeborene wordt vrijgekocht.
Yahweh wil hen vrijkopen, maar zij spreken leugens over Hem.
16Zij keren terug, maar niet omhoog. Zij zijn als een bedrieglijke boog. Hun oversten vallen door het zwaard, vanwege de woede van hun tong. Dit is hun spot in het land Egypte.”
יָשׁ֣וּבוּ
(yashuvu)
zij keren terug
לֹ֣א
(lo)
niet
עָ֗ל
(al)
omhoog
הָיוּ֙
(hayu)
zij zijn geworden
כְּקֶ֣שֶׁת
(keqeshet)
als een boog
רְמִיָּ֔ה
(remiya)
van bedrog
יִפְּל֥וּ
(yipelu)
vallen
בַחֶ֛רֶב
(bacherev)
door het zwaard
שָׂרֵיהֶ֖ם
(sareihem)
hun oversten
מִזַּ֣עַם
(mizaam)
vanwege de woede van
לְשׁוֹנָ֑ם
(leshonam)
hun tong
ז֥וֹ
(zo)
dit
לַעְגָּ֖ם
(lagam)
hun spot
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land
מִצְרָֽיִם
(mitsrayim)
Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
לֹא עָל (lo al), ‘niet omhoog’: de betekenis is onzeker.
Het kan ‘niet naar de Allerhoogste’ betekenen, of ‘niet omhoog’.
קֶשֶׁת רְמִיָּה (qeshet remiyyah), ‘bedrieglijke boog’: een boog die het doel mist.