Elohim Bijbel

Prediker 7

123456789101112

Wat beter is, en wat Qohelet zocht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Wat beter is

1Een naam is beter dan goede olie, en de dag van de dood dan de dag van zijn geboorte.
ט֥וֹב
(tov)
goed is
שֵׁ֖ם
(shem)
een naam
מִשֶּׁ֣מֶן
(mishemen)
dan olie
ט֑וֹב
(tov)
goede
וְי֣וֹם
(veyom)
en de dag van
הַמָּ֔וֶת
(hamavet)
de dood
מִיּ֖וֹם
(miyom)
dan de dag van
הִוָּלְדֽוֹ
(hivaledo)
zijn geboorte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֵׁם (shem), ‘naam’: een goede naam, een goede faam bij de mensen.

Het Hebreeuws speelt met שֵׁם (shem), ‘naam’, en שֶׁמֶן (shemen), ‘olie’.

Zie ook Spr. 22:1.

הִוָּלְדוֹ (hivvaldo), ‘zijn geboorte’: letterlijk ‘dat hij geboren wordt’.

2Het is beter te gaan naar een huis van rouw dan te gaan naar een huis van feestmaal. Want dat is het einde van ieder mens, en wie leeft, neemt het ter harte.
ט֞וֹב
(tov)
goed is
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te gaan
אֶל
(el)
naar
בֵּֽית
(beit)
het huis van
אֵ֗בֶל
(evel)
rouw
מִלֶּ֨כֶת֙
(milekhet)
dan om te gaan
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
מִשְׁתֶּ֔ה
(mishte)
feestmaal
בַּאֲשֶׁ֕ר
(baasher)
omdat
ה֖וּא
(hu)
dat
ס֣וֹף
(sof)
het einde van
כָּל
(kal)
heel
הָאָדָ֑ם
(haadam)
de mens
וְהַחַ֖י
(vehachay)
en de levende
יִתֵּ֥ן
(yiten)
geeft
אֶל
(el)
aan
לִבּֽוֹ
(libo)
zijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁתֶּה (mishteh), ‘feestmaal’: letterlijk een drinkmaal of gastmaal.

Zie ook Ps. 90:12 over het tellen van onze dagen.

3Ergernis is beter dan lachen, want bij een droevig gezicht wordt het hart goed.
ט֥וֹב
(tov)
goed is
כַּ֖עַס
(kaas)
ergernis
מִשְּׂחֹ֑ק
(misechoq)
dan lachen
כִּֽי
(ki)
want
בְרֹ֥עַ
(beroa)
bij kwaad van
פָּנִ֖ים
(panim)
gezicht
יִ֥יטַב
(yitav)
wordt goed
לֵֽב
(lev)
het hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כַּעַס (ka’as), ‘ergernis’: het woord betekent ook ‘verdriet’, ‘wrevel’ of ‘boosheid’.

Hier gaat het om het verdriet dat op het gezicht te zien is.

Wij vertalen overal ‘ergernis’, ook in vers 9.

4Het hart van wijzen is in het huis van rouw, maar het hart van dwazen is in het huis van vreugde.
לֵ֤ב
(lev)
het hart van
חֲכָמִים֙
(chakhamim)
wijzen
בְּבֵ֣ית
(beveit)
in het huis van
אֵ֔בֶל
(evel)
rouw
וְלֵ֥ב
(velev)
en het hart van
כְּסִילִ֖ים
(kesilim)
dwazen
בְּבֵ֥ית
(beveit)
in het huis van
שִׂמְחָֽה
(simcha)
vreugde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Het is beter te luisteren naar de bestraffing van een wijze dan dat iemand luistert naar het lied van dwazen.
ט֕וֹב
(tov)
goed is
לִשְׁמֹ֖עַ
(lishmoa)
om te horen
גַּעֲרַ֣ת
(gaarat)
bestraffing van
חָכָ֑ם
(chakham)
een wijze
מֵאִ֕ישׁ
(meish)
dan een man
שֹׁמֵ֖עַ
(shomea)
die hoort
שִׁ֥יר
(shir)
het lied van
כְּסִילִֽים
(kesilim)
dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Want zoals het geknetter van doornen onder de pot, zo is het lachen van de dwaas. Ook dit is damp.
כִּ֣י
(ki)
want
כְק֤וֹל
(keqol)
als het geluid van
הַסִּירִים֙
(hasirim)
de doornen
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הַסִּ֔יר
(hasir)
de pot
כֵּ֖ן
(ken)
zo
שְׂחֹ֣ק
(sechoq)
het lachen van
הַכְּסִ֑יל
(hakesil)
de dwaas
וְגַם
(vegam)
en ook
זֶ֖ה
(ze)
dit
הָֽבֶל
(havel)
damp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֶבֶל (hevel), ‘damp’: ook ‘adem’ of ‘vluchtigheid’.

Wij vertalen in het hele boek ‘damp’.

Het Hebreeuws speelt met הַסִּירִים (hasirim), ‘de doornen’, en הַסִּיר (hasir), ‘de pot’.

7Want afpersing maakt een wijze razend, en het laat het hart van een gift verloren gaan.
כִּ֥י
(ki)
want
הָעֹ֖שֶׁק
(haosheq)
de afpersing
יְהוֹלֵ֣ל
(yeholel)
maakt razend
חָכָ֑ם
(chakham)
de wijze
וִֽיאַבֵּ֥ד
(viabed)
en doet verloren gaan
אֶת
(et)
(obj.)
לֵ֖ב
(lev)
het hart van
מַתָּנָֽה
(matana)
een gift
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het tweede deel is moeilijk.

יְהוֹלֵל (yeholel), ‘maakt razend’: van dezelfde wortel als הוֹלֵלוֹת (holelot), ‘razernij’.

Letterlijk staat er: ‘en het laat het hart van een gift verloren gaan’.

Mogelijk gaat het om omkoping: een gift (מַתָּנָה, matanah) kan het hart verdoen.

Wij vertalen letterlijk.

8Het einde van een zaak is beter dan haar begin. Een geduldige geest is beter dan een hoogmoedige geest.
ט֛וֹב
(tov)
goed is
אַחֲרִ֥ית
(acharit)
het einde van
דָּבָ֖ר
(davar)
een zaak
מֵֽרֵאשִׁית֑וֹ
(mereshito)
dan haar begin
ט֥וֹב
(tov)
goed is
אֶֽרֶךְ
(erekh)
geduldig van
ר֖וּחַ
(ruach)
geest
מִגְּבַהּ
(migevah)
dan hoogmoedig van
רֽוּחַ
(ruach)
geest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶרֶךְ רוּחַ (erek ruach), ‘geduldig van geest’, is letterlijk ‘lang van geest’.

גְּבַהּ רוּחַ (gevah ruach), ‘hoogmoedig van geest’, is letterlijk ‘hoog van geest’.

9Haast je niet in je geest om je te ergeren, want ergernis rust in de boezem van dwazen.
אַל
(al)
niet
תְּבַהֵ֥ל
(tevahel)
haast je
בְּרֽוּחֲךָ֖
(beruchakha)
in je geest
לִכְע֑וֹס
(likhos)
om je te ergeren
כִּ֣י
(ki)
want
כַ֔עַס
(kaas)
ergernis
בְּחֵ֥יק
(becheiq)
in de boezem van
כְּסִילִ֖ים
(kesilim)
dwazen
יָנֽוּחַ
(yanuach)
rust ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Zeg niet: „Hoe komt het dat de vroegere dagen beter waren dan deze?” Want niet uit wijsheid heb je hierover gevraagd.
אַל
(al)
niet
תֹּאמַר֙
(tomar)
zeg
מֶ֣ה
(me)
wat
הָיָ֔ה
(haya)
was het
שֶׁ֤הַיָּמִים֙
(shehayamim)
dat de dagen
הָרִ֣אשֹׁנִ֔ים
(harishonim)
de vroegere
הָי֥וּ
(hayu)
waren
טוֹבִ֖ים
(tovim)
beter
מֵאֵ֑לֶּה
(meele)
dan deze
כִּ֛י
(ki)
want
לֹ֥א
(lo)
niet
מֵחָכְמָ֖ה
(mechakhema)
uit wijsheid
שָׁאַ֥לְתָּ
(shaalta)
heb je gevraagd
עַל
(al)
hierover
זֶֽה
(ze)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Wijsheid is goed samen met een erfdeel, en een voordeel voor wie de zon zien.
טוֹבָ֥ה
(tova)
goed is
חָכְמָ֖ה
(chakhema)
wijsheid
עִֽם
(im)
met
נַחֲלָ֑ה
(nachala)
een erfdeel
וְיֹתֵ֖ר
(veyoter)
en een voordeel
לְרֹאֵ֥י
(leroei)
voor wie zien
הַשָּֽׁמֶשׁ
(hashamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עִם (im), ‘met’: ook ‘zoals’.

Dan staat er ‘Wijsheid is goed, zoals een erfdeel’.

12Want in de schaduw van de wijsheid, in de schaduw van het geld. Maar het voordeel van kennis is dit: de wijsheid laat haar bezitters leven.
כִּ֛י
(ki)
want
בְּצֵ֥ל
(betsel)
in de schaduw van
הַֽחָכְמָ֖ה
(hachakhema)
de wijsheid
בְּצֵ֣ל
(betsel)
in de schaduw van
הַכָּ֑סֶף
(hakasef)
het geld
וְיִתְר֣וֹן
(veyitron)
en het voordeel van
דַּ֔עַת
(daat)
kennis
הַֽחָכְמָ֖ה
(hachakhema)
de wijsheid
תְּחַיֶּ֥ה
(techaye)
doet leven
בְעָלֶֽיהָ
(bealeiha)
haar bezitters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De eerste helft heeft geen werkwoord.

Het beeld is: wijsheid en geld geven allebei beschutting, zoals de schaduw van een boom.

Wij laten het werkwoord weg zoals in het Hebreeuws.

13Zie het werk van Elohim. Want wie kan recht maken wat Hij krom heeft gemaakt?
רְאֵ֖ה
(ree)
zie
אֶת
(et)
(obj.)
מַעֲשֵׂ֣ה
(maase)
het werk van
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
Elohim
כִּ֣י
(ki)
want
מִ֤י
(mi)
wie
יוּכַל֙
(yukhal)
kan
לְתַקֵּ֔ן
(letaqen)
recht maken
אֵ֖ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
עִוְּתֽוֹ
(iveto)
Hij krom heeft gemaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Op een dag van goeds, wees in het goede. Op een dag van kwaad, zie: ook het ene heeft Elohim naast het andere gemaakt, opdat de mens niets vindt van wat na hem komt.
בְּי֤וֹם
(beyom)
op de dag van
טוֹבָה֙
(tova)
goeds
הֱיֵ֣ה
(heye)
wees
בְט֔וֹב
(betov)
in het goede
וּבְי֥וֹם
(uveyom)
en op de dag van
רָעָ֖ה
(raa)
kwaad
רְאֵ֑ה
(ree)
zie
גַּ֣ם
(gam)
ook
אֶת
(et)
(obj.)
זֶ֤ה
(ze)
dit
לְעֻמַּת
(leumat)
naast
זֶה֙
(ze)
dat
עָשָׂ֣ה
(asa)
heeft gemaakt
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
עַל
(al)
met het oog op
דִּבְרַ֗ת
(divrat)
de zaak
שֶׁלֹּ֨א
(shelo)
dat niet
יִמְצָ֧א
(yimtsa)
zal vinden
הָֽאָדָ֛ם
(haadam)
de mens
אַחֲרָ֖יו
(acharav)
na hem
מְאֽוּמָה
(meuma)
iets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַחֲרָיו (acharav), ‘na hem’: letterlijk ‘na hem’.

Het gaat om wat na het leven van de mens komt, of om wat na dit alles komt.

Zo ook 9:3.

לְעֻמַּת (le’ummat), ‘naast’: het ene staat tegenover het andere.

Rechtvaardigheid en wijsheid met maat

15Dit alles heb ik gezien in de dagen van mijn damp. Er is een rechtvaardige die vergaat in zijn gerechtigheid, en er is een goddeloze die lang leeft in zijn kwaad.
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּ֥ל
(hakol)
alles
רָאִ֖יתִי
(raiti)
heb ik gezien
בִּימֵ֣י
(bimei)
in de dagen van
הֶבְלִ֑י
(hevli)
mijn damp
יֵ֤שׁ
(yesh)
er is
צַדִּיק֙
(tsadiq)
een rechtvaardige
אֹבֵ֣ד
(oved)
die vergaat
בְּצִדְק֔וֹ
(betsidqo)
in zijn gerechtigheid
וְיֵ֣שׁ
(veyesh)
en er is
רָשָׁ֔ע
(rasha)
een goddeloze
מַאֲרִ֖יךְ
(maarikh)
die verlengt
בְּרָעָתֽוֹ
(beraato)
in zijn kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Bij ‘die lang leeft’ (מַאֲרִיךְ, ma’arikh) staat in het Hebreeuws niet wat langer wordt.

Wij vullen ‘leeft’ aan, zoals in 8:12.

16Wees niet al te rechtvaardig, en maak jezelf niet al te wijs. Waarom zou je jezelf verwoesten?
אַל
(al)
niet
תְּהִ֤י
(tehi)
wees
צַדִּיק֙
(tsadiq)
rechtvaardig
הַרְבֵּ֔ה
(harbe)
veel
וְאַל
(veal)
en niet
תִּתְחַכַּ֖ם
(titchakam)
maak jezelf wijs
יוֹתֵ֑ר
(yoter)
te veel
לָ֖מָּה
(lama)
waarom
תִּשּׁוֹמֵֽם
(tishomem)
zou je jezelf verwoesten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Wees niet al te goddeloos, en wees niet dom. Waarom zou je sterven vóór je tijd?
אַל
(al)
niet
תִּרְשַׁ֥ע
(tirsha)
wees goddeloos
הַרְבֵּ֖ה
(harbe)
veel
וְאַל
(veal)
en niet
תְּהִ֣י
(tehi)
wees
סָכָ֑ל
(sakhal)
dom
לָ֥מָּה
(lama)
waarom
תָמ֖וּת
(tamut)
zou je sterven
בְּלֹ֥א
(belo)
zonder
עִתֶּֽךָ
(itekha)
je tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סָכָל (sakal), ‘dom’, en in vers 25 סִכְלוּת (siklut), ‘domheid’: een ander woord dan כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’, en dan כֶּסֶל (kesel), ‘dwaasheid’ (vers 25).

Wij houden ze onderscheiden; zie 1:17.

18Het is goed dat je het ene vasthoudt en ook het andere niet loslaat, want wie Elohim vreest, komt met beide uit.
ט֚וֹב
(tov)
goed is
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
תֶּאֱחֹ֣ז
(teechoz)
je vasthoudt
בָּזֶ֔ה
(baze)
aan dit
וְגַם
(vegam)
en ook
מִזֶּ֖ה
(mize)
aan dat
אַל
(al)
niet
תַּנַּ֣ח
(tanach)
laat los
אֶת
(et)
(obj.)
יָדֶ֑ךָ
(yadekha)
je hand
כִּֽי
(ki)
want
יְרֵ֥א
(yere)
wie vreest
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
יֵצֵ֥א
(yetse)
komt uit
אֶת
(et)
(obj.)
כֻּלָּֽם
(kulam)
hen allen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֶת־כֻּלָּם (et-kullam), ‘met hen allen’: wij vertalen ‘met beide’, omdat het gaat om de twee dingen uit de eerste helft.

Wat precies bedoeld is, blijft open: ‘aan alles ontkomen’ of ‘met alles uitkomen’.

19De wijsheid maakt de wijze sterker dan tien heersers die in de stad zijn.
הַֽחָכְמָ֖ה
(hachakhema)
de wijsheid
תָּעֹ֣ז
(taoz)
maakt sterk
לֶחָכָ֑ם
(lechakham)
de wijze
מֵֽעֲשָׂרָה֙
(measara)
meer dan tien
שַׁלִּיטִ֔ים
(shalitim)
heersers
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
הָי֖וּ
(hayu)
zijn
בָּעִֽיר
(bair)
in de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Want er is geen rechtvaardige mens op aarde die goed doet en niet zondigt.
כִּ֣י
(ki)
want
אָדָ֔ם
(adam)
een mens
אֵ֥ין
(ein)
er is niet
צַדִּ֖יק
(tsadiq)
een rechtvaardige
בָּאָ֑רֶץ
(baarets)
op de aarde
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יַעֲשֶׂה
(yaase)
doet
טּ֖וֹב
(tov)
goed
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יֶחֱטָֽא
(yecheta)
zondigt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Richt je hart ook niet op alle woorden die men spreekt, zodat je niet hoort hoe je dienaar je vervloekt.
גַּ֤ם
(gam)
ook
לְכָל
(lekhal)
op alle
הַדְּבָרִים֙
(hadevarim)
de woorden
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יְדַבֵּ֔רוּ
(yedaberu)
men spreekt
אַל
(al)
niet
תִּתֵּ֖ן
(titen)
richt
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
opdat
לֹֽא
(lo)
niet
תִשְׁמַ֥ע
(tishma)
je hoort
אֶֽת
(et)
(obj.)
עַבְדְּךָ֖
(avdekha)
je dienaar
מְקַלְלֶֽךָ
(meqallekha)
die je vervloekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Want je hart weet ook: vele keren heb ook jij anderen vervloekt.
כִּ֛י
(ki)
want
גַּם
(gam)
ook
פְּעָמִ֥ים
(peamim)
keren
רַבּ֖וֹת
(rabot)
vele
יָדַ֣ע
(yada)
weet
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
גַּם
(gam)
ook
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
קִלַּ֥לְתָּ
(qilalta)
hebt vervloekt
אֲחֵרִֽים
(acherim)
anderen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft אַתְּ (at), een oude vorm van ‘jij’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft אַתָּה (attah), ‘jij’.

Wij volgen de voorgelezen tekst; de betekenis blijft gelijk.

Wijsheid blijft ver weg

23Dit alles heb ik beproefd met wijsheid. Ik zei: „Ik wil wijs worden.” Maar zij is ver van mij.
כָּל
(kal)
alles
זֹ֖ה
(zo)
dit
נִסִּ֣יתִי
(nisiti)
heb ik beproefd
בַֽחָכְמָ֑ה
(bachakhema)
met wijsheid
אָמַ֣רְתִּי
(amarti)
ik zei
אֶחְכָּ֔מָה
(echkama)
ik wil wijs worden
וְהִ֖יא
(vehi)
maar zij
רְחוֹקָ֥ה
(rechoqa)
is ver
מִמֶּֽנִּי
(mimeni)
van mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Ver weg is wat er is, en diep, diep. Wie kan het vinden?
רָח֖וֹק
(rachoq)
ver weg
מַה
(ma)
wat
שֶּׁהָיָ֑ה
(shehaya)
dat is geweest
וְעָמֹ֥ק
(veamoq)
en diep
עָמֹ֖ק
(amoq)
diep
מִ֥י
(mi)
wie
יִמְצָאֶֽנּוּ
(yimtsaenu)
kan het vinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁהָיָה (shehayah), ‘wat er is’: letterlijk ‘wat geweest is’.

Het gaat om alles wat bestaat en gebeurd is.

25Ik wendde mij, ik en mijn hart, om te weten, te verkennen en te zoeken: wijsheid en berekening. En om te weten: de goddeloosheid van de dwaasheid, en de domheid, razernij.
סַבּ֨וֹתִֽי
(saboti)
ik wendde mij
אֲנִ֤י
(ani)
ik
וְלִבִּי֙
(velibi)
en mijn hart
לָדַ֣עַת
(ladaat)
om te weten
וְלָת֔וּר
(velatur)
en te verkennen
וּבַקֵּ֥שׁ
(uvaqesh)
en te zoeken
חָכְמָ֖ה
(chakhema)
wijsheid
וְחֶשְׁבּ֑וֹן
(vecheshbon)
en berekening
וְלָדַ֨עַת֙
(veladaat)
en om te weten
רֶ֣שַׁע
(resha)
goddeloosheid van
כֶּ֔סֶל
(kesel)
dwaasheid
וְהַסִּכְל֖וּת
(vehasikhlut)
en de domheid
הוֹלֵלֽוֹת
(holelot)
razernij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶשְׁבּוֹן (cheshbon), ‘berekening’: ook ‘rekenschap’ of ‘de uitkomst van de som’.

Wij gebruiken overal ‘berekening’.

רֶשַׁע כֶּסֶל (resha kesel), ‘de goddeloosheid van de dwaasheid’, en הַסִּכְלוּת הוֹלֵלוֹת (hassiklut holelot), ‘de domheid, razernij’: de tweede uitdrukking heeft geen werkwoord. Zij is moeilijk te verstaan. Wij vertalen letterlijk.

Wat bitterder is dan de dood

26En ik vind dit bitterder dan de dood: de vrouw wier hart vangnetten en visnetten is en wier handen boeien zijn. Wie goed is voor het aangezicht van Elohim, ontkomt aan haar; maar de zondaar wordt door haar gevangen.
וּמוֹצֶ֨א
(umotse)
en bevindend
אֲנִ֜י
(ani)
ik
מַ֣ר
(mar)
bitter
מִמָּ֗וֶת
(mimavet)
dan de dood
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽאִשָּׁה֙
(haisha)
de vrouw
אֲשֶׁר
(asher)
die
הִ֨יא
(hi)
zij
מְצוֹדִ֧ים
(metsodim)
vangnetten
וַחֲרָמִ֛ים
(vacharamim)
en visnetten
לִבָּ֖הּ
(libah)
haar hart
אֲסוּרִ֣ים
(asurim)
boeien
יָדֶ֑יהָ
(yadeiha)
haar handen
ט֞וֹב
(tov)
goed
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
הָאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
יִמָּלֵ֣ט
(yimalet)
zal ontkomen
מִמֶּ֔נָּה
(mimena)
aan haar
וְחוֹטֵ֖א
(vechote)
en de zondaar
יִלָּ֥כֶד
(yilakhed)
wordt gevangen
בָּֽהּ
(bah)
in haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws zegt: ‘de vrouw die zij vangnetten en visnetten is, haar hart’.

Wij vertalen ‘wier hart ... is’.

De tekst noemt alleen ‘de vrouw’.

Wij geven er geen verdere uitleg bij.

מְצוֹדִים (metsodim), ‘vangnetten’ voor jacht, en חֲרָמִים (charamim), ‘visnetten’.

27Zie, dit heb ik gevonden, zegt Qohelet, de ene bij de andere, om de berekening te vinden.
רְאֵה֙
(ree)
zie
זֶ֣ה
(ze)
dit
מָצָ֔אתִי
(matsati)
heb ik gevonden
אָמְרָ֖ה
(amera)
zei
קֹהֶ֑לֶת
(qohelet)
Qohelet
אַחַ֥ת
(achat)
één
לְאַחַ֖ת
(leachat)
bij één
לִמְצֹ֥א
(limtso)
om te vinden
חֶשְׁבּֽוֹן
(cheshbon)
berekening
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹהֶלֶת (Qohelet): zie 1:1.

Hier, zoals in 1:1 en 12:8–10, wordt over hem in de derde persoon gesproken.

Het werkwoord אָמְרָה (amerah), ‘zegt’, is vrouwelijk, net als de vorm Qohelet.

חֶשְׁבּוֹן (cheshbon), ‘berekening’: zie vers 25.

28Wat mijn ziel nog zocht en ik niet vond: één mens uit duizend heb ik gevonden. Maar een vrouw onder al deze heb ik niet gevonden.
אֲשֶׁ֛ר
(asher)
wat
עוֹד
(od)
nog
בִּקְשָׁ֥ה
(biqsha)
zocht
נַפְשִׁ֖י
(nafshi)
mijn ziel
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
מָצָ֑אתִי
(matsati)
heb ik gevonden
אָדָ֞ם
(adam)
een mens
אֶחָ֤ד
(echad)
een
מֵאֶ֨לֶף֙
(meelef)
uit duizend
מָצָ֔אתִי
(matsati)
heb ik gevonden
וְאִשָּׁ֥ה
(veisha)
maar een vrouw
בְכָל
(bekhal)
onder al
אֵ֖לֶּה
(ele)
deze
לֹ֥א
(lo)
niet
מָצָֽאתִי
(matsati)
heb ik gevonden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie 2:24.

אָדָם (adam), ‘mens’, en אִשָּׁה (ishah), ‘vrouw’: wij vertalen letterlijk. De uitspraak is moeilijk te verstaan en wij duiden haar niet.

29Alleen dit heb ik gevonden: Elohim heeft de mens oprecht gemaakt, maar zij hebben vele berekeningen gezocht.
לְבַד֙
(levad)
alleen
רְאֵה
(ree)
zie
זֶ֣ה
(ze)
dit
מָצָ֔אתִי
(matsati)
heb ik gevonden
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
עָשָׂ֧ה
(asa)
heeft gemaakt
הָאֱלֹהִ֛ים
(haElohim)
Elohim
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָדָ֖ם
(haadam)
de mens
יָשָׁ֑ר
(yashar)
oprecht
וְהֵ֥מָּה
(vehema)
maar zij
בִקְשׁ֖וּ
(biqshu)
hebben gezocht
חִשְּׁבֹנ֥וֹת
(chishevonot)
berekeningen
רַבִּֽים
(rabim)
vele
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָשָׁר (yashar), ‘oprecht’.

חִשְּׁבֹנוֹת (chishbonot), ‘berekeningen’: ook ‘bedenksels’ of ‘uitvindingen’.