Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Wat beter is
1Een naam is beter dan goede olie, en de dag van de dood dan de dag van zijn geboorte.
ט֥וֹב
(tov)
goed is
שֵׁ֖ם
(shem)
een naam
מִשֶּׁ֣מֶן
(mishemen)
dan olie
ט֑וֹב
(tov)
goede
וְי֣וֹם
(veyom)
en de dag van
הַמָּ֔וֶת
(hamavet)
de dood
מִיּ֖וֹם
(miyom)
dan de dag van
הִוָּלְדֽוֹ
(hivaledo)
zijn geboorte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֵׁם (shem), ‘naam’: een goede naam, een goede faam bij de mensen.
Het Hebreeuws speelt met שֵׁם (shem), ‘naam’, en שֶׁמֶן (shemen), ‘olie’.
Zie ook Spr. 22:1.
הִוָּלְדוֹ (hivvaldo), ‘zijn geboorte’: letterlijk ‘dat hij geboren wordt’.
2Het is beter te gaan naar een huis van rouw dan te gaan naar een huis van feestmaal. Want dat is het einde van ieder mens, en wie leeft, neemt het ter harte.
ט֞וֹב
(tov)
goed is
לָלֶ֣כֶת
(lalekhet)
om te gaan
אֶל
(el)
naar
בֵּֽית
(beit)
het huis van
אֵ֗בֶל
(evel)
rouw
מִלֶּ֨כֶת֙
(milekhet)
dan om te gaan
אֶל
(el)
naar
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
מִשְׁתֶּ֔ה
(mishte)
feestmaal
בַּאֲשֶׁ֕ר
(baasher)
omdat
ה֖וּא
(hu)
dat
ס֣וֹף
(sof)
het einde van
כָּל
(kal)
heel
הָאָדָ֑ם
(haadam)
de mens
וְהַחַ֖י
(vehachay)
en de levende
יִתֵּ֥ן
(yiten)
geeft
אֶל
(el)
aan
לִבּֽוֹ
(libo)
zijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִשְׁתֶּה (mishteh), ‘feestmaal’: letterlijk een drinkmaal of gastmaal.
14Op een dag van goeds, wees in het goede. Op een dag van kwaad, zie: ook het ene heeft Elohim naast het andere gemaakt, opdat de mens niets vindt van wat na hem komt.
בְּי֤וֹם
(beyom)
op de dag van
טוֹבָה֙
(tova)
goeds
הֱיֵ֣ה
(heye)
wees
בְט֔וֹב
(betov)
in het goede
וּבְי֥וֹם
(uveyom)
en op de dag van
רָעָ֖ה
(raa)
kwaad
רְאֵ֑ה
(ree)
zie
גַּ֣ם
(gam)
ook
אֶת
(et)
(obj.)
זֶ֤ה
(ze)
dit
לְעֻמַּת
(leumat)
naast
זֶה֙
(ze)
dat
עָשָׂ֣ה
(asa)
heeft gemaakt
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
Elohim
עַל
(al)
met het oog op
דִּבְרַ֗ת
(divrat)
de zaak
שֶׁלֹּ֨א
(shelo)
dat niet
יִמְצָ֧א
(yimtsa)
zal vinden
הָֽאָדָ֛ם
(haadam)
de mens
אַחֲרָ֖יו
(acharav)
na hem
מְאֽוּמָה
(meuma)
iets
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Dit alles heb ik gezien in de dagen van mijn damp. Er is een rechtvaardige die vergaat in zijn gerechtigheid, en er is een goddeloze die lang leeft in zijn kwaad.
אֶת
(et)
(obj.)
הַכֹּ֥ל
(hakol)
alles
רָאִ֖יתִי
(raiti)
heb ik gezien
בִּימֵ֣י
(bimei)
in de dagen van
הֶבְלִ֑י
(hevli)
mijn damp
יֵ֤שׁ
(yesh)
er is
צַדִּיק֙
(tsadiq)
een rechtvaardige
אֹבֵ֣ד
(oved)
die vergaat
בְּצִדְק֔וֹ
(betsidqo)
in zijn gerechtigheid
וְיֵ֣שׁ
(veyesh)
en er is
רָשָׁ֔ע
(rasha)
een goddeloze
מַאֲרִ֖יךְ
(maarikh)
die verlengt
בְּרָעָתֽוֹ
(beraato)
in zijn kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Bij ‘die lang leeft’ (מַאֲרִיךְ, ma’arikh) staat in het Hebreeuws niet wat langer wordt.
17Wees niet al te goddeloos, en wees niet dom. Waarom zou je sterven vóór je tijd?
אַל
(al)
niet
תִּרְשַׁ֥ע
(tirsha)
wees goddeloos
הַרְבֵּ֖ה
(harbe)
veel
וְאַל
(veal)
en niet
תְּהִ֣י
(tehi)
wees
סָכָ֑ל
(sakhal)
dom
לָ֥מָּה
(lama)
waarom
תָמ֖וּת
(tamut)
zou je sterven
בְּלֹ֥א
(belo)
zonder
עִתֶּֽךָ
(itekha)
je tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סָכָל (sakal), ‘dom’, en in vers 25 סִכְלוּת (siklut), ‘domheid’: een ander woord dan כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’, en dan כֶּסֶל (kesel), ‘dwaasheid’ (vers 25).
25Ik wendde mij, ik en mijn hart, om te weten, te verkennen en te zoeken: wijsheid en berekening. En om te weten: de goddeloosheid van de dwaasheid, en de domheid, razernij.
סַבּ֨וֹתִֽי
(saboti)
ik wendde mij
אֲנִ֤י
(ani)
ik
וְלִבִּי֙
(velibi)
en mijn hart
לָדַ֣עַת
(ladaat)
om te weten
וְלָת֔וּר
(velatur)
en te verkennen
וּבַקֵּ֥שׁ
(uvaqesh)
en te zoeken
חָכְמָ֖ה
(chakhema)
wijsheid
וְחֶשְׁבּ֑וֹן
(vecheshbon)
en berekening
וְלָדַ֨עַת֙
(veladaat)
en om te weten
רֶ֣שַׁע
(resha)
goddeloosheid van
כֶּ֔סֶל
(kesel)
dwaasheid
וְהַסִּכְל֖וּת
(vehasikhlut)
en de domheid
הוֹלֵלֽוֹת
(holelot)
razernij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חֶשְׁבּוֹן (cheshbon), ‘berekening’: ook ‘rekenschap’ of ‘de uitkomst van de som’.
Wij gebruiken overal ‘berekening’.
רֶשַׁע כֶּסֶל (resha kesel), ‘de goddeloosheid van de dwaasheid’, en הַסִּכְלוּת הוֹלֵלוֹת (hassiklut holelot), ‘de domheid, razernij’: de tweede uitdrukking heeft geen werkwoord. Zij is moeilijk te verstaan. Wij vertalen letterlijk.
26En ik vind dit bitterder dan de dood: de vrouw wier hart vangnetten en visnetten is en wier handen boeien zijn. Wie goed is voor het aangezicht van Elohim, ontkomt aan haar; maar de zondaar wordt door haar gevangen.
וּמוֹצֶ֨א
(umotse)
en bevindend
אֲנִ֜י
(ani)
ik
מַ֣ר
(mar)
bitter
מִמָּ֗וֶת
(mimavet)
dan de dood
אֶת
(et)
(obj.)
הָֽאִשָּׁה֙
(haisha)
de vrouw
אֲשֶׁר
(asher)
die
הִ֨יא
(hi)
zij
מְצוֹדִ֧ים
(metsodim)
vangnetten
וַחֲרָמִ֛ים
(vacharamim)
en visnetten
לִבָּ֖הּ
(libah)
haar hart
אֲסוּרִ֣ים
(asurim)
boeien
יָדֶ֑יהָ
(yadeiha)
haar handen
ט֞וֹב
(tov)
goed
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
הָאֱלֹהִים֙
(haElohim)
Elohim
יִמָּלֵ֣ט
(yimalet)
zal ontkomen
מִמֶּ֔נָּה
(mimena)
aan haar
וְחוֹטֵ֖א
(vechote)
en de zondaar
יִלָּ֥כֶד
(yilakhed)
wordt gevangen
בָּֽהּ
(bah)
in haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws zegt: ‘de vrouw die zij vangnetten en visnetten is, haar hart’.
Wij vertalen ‘wier hart ... is’.
De tekst noemt alleen ‘de vrouw’.
Wij geven er geen verdere uitleg bij.
מְצוֹדִים (metsodim), ‘vangnetten’ voor jacht, en חֲרָמִים (charamim), ‘visnetten’.