Elohim Bijbel

Handelingen 5

12345678910111213141516171819202122232425262728

Ananias en Saffira, de apostelen voor de Raad en het advies van Gamaliël

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Ananias en Saffira

1Een man met de naam Ananias verkocht, samen met zijn vrouw Saffira, een bezit.
Ἀνὴρ
(Aner)
een man
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
zekere
Ἁνανίας
(Hananias)
Ananias
ὀνόματι
(onomati)
met de naam
σὺν
(syn)
samen met
Σαπφίρῃ
(Sapphire)
Saffira
τῇ
(te)
de
γυναικὶ
(gynaiki)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπώλησεν
(epolesen)
verkocht
κτῆμα
(ktema)
een bezit
Bron: SBLGNT
2Hij hield een deel van de prijs achter, met medeweten van zijn vrouw. Hij bracht een deel en legde het aan de voeten van de apostelen neer.
καὶ
(kai)
en
ἐνοσφίσατο
(enosphisato)
hield achter
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
τιμῆς
(times)
prijs
συνειδυίης
(syneiduies)
wetend
καὶ
(kai)
ook
τῆς
(tes)
de
γυναικός
(gynaikos)
vrouw
καὶ
(kai)
en
ἐνέγκας
(enenkas)
brengend
μέρος
(meros)
een deel
τι
(ti)
zeker
παρὰ
(para)
naast
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
τῶν
(ton)
van de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
ἔθηκεν
(etheken)
legde neer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνοσφίσατο (enosphisato), ‘achterhouden’: iets voor zichzelf houden wat voor een ander bestemd is.

Vergelijk Joz. 7:1, waar Achan iets van de ban nam.

Het neerleggen ‘aan de voeten van de apostelen’ staat ook in Hand. 4:34–37.

Zie ook Joz. 7:1; Hand. 4:34–37.

3Petrus zei: „Ananias, waarom heeft Satan je hart gevuld om tegen de Heilige Geest te liegen en iets van de prijs van het stuk grond achter te houden?
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
Ἁνανία
(Hanania)
Ananias
διὰ
(dia)
om
τί
(ti)
wat
ἐπλήρωσεν
(eplerosen)
vulde
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
σου
(sou)
jouw
ψεύσασθαί
(pseusasthai)
te liegen
σε
(se)
jou
τὸ
(to)
tegen de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
καὶ
(kai)
en
νοσφίσασθαι
(nosphisasthai)
achter te houden
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
τιμῆς
(times)
prijs
τοῦ
(tou)
van het
χωρίου
(choriou)
stuk grond
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: zie Luc. 22:3, waar Satan ook in iemand ‘binnengaat’.

In vers 3 liegt Ananias tegen de Heilige Geest, in vers 4 tegen Elohim. χωρίον (chorion), ‘stuk grond’: het bezit uit vers 1.

Zie ook Luc. 22:3.

4Bleef het, zolang het er was, niet van jou? En stond het, toen het verkocht was, niet onder jouw gezag? Hoe komt het dat je deze zaak in je hart hebt gelegd? Je hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen Elohim.”
οὐχὶ
(ouchi)
niet
μένον
(menon)
blijvend
σοὶ
(soi)
voor jou
ἔμενεν
(emenen)
bleef het
καὶ
(kai)
en
πραθὲν
(prathen)
verkocht
ἐν
(en)
onder
τῇ
(te)
het
σῇ
(se)
jouw
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
ὑπῆρχεν
(hyperchen)
stond het
τί
(ti)
hoe
ὅτι
(hoti)
komt het dat
ἔθου
(ethou)
je legde
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
καρδίᾳ
(kardia)
hart
σου
(sou)
jouw
τὸ
(to)
de
πρᾶγμα
(pragma)
zaak
τοῦτο
(touto)
deze
οὐκ
(ouk)
niet
ἐψεύσω
(epseuso)
loog je
ἀνθρώποις
(anthropois)
tegen mensen
ἀλλὰ
(alla)
maar
τῷ
(to)
tegen
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: de beschikking over iets.

Petrus zegt dat het bezit en het geld van Ananias zelf waren.

5Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en blies zijn laatste adem uit. Er kwam grote vrees over allen die het hoorden.
ἀκούων
(akouon)
horend
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
Ἁνανίας
(Hananias)
Ananias
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τούτους
(toutous)
deze
πεσὼν
(peson)
vallend
ἐξέψυξεν
(exepsyxen)
blies zijn laatste adem uit
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
φόβος
(phobos)
vrees
μέγας
(megas)
grote
ἐπὶ
(epi)
over
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
ἀκούοντας
(akouontas)
hoorden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξέψυξεν (exepsyxen), ‘zijn laatste adem uitblazen’: het werkwoord betekent letterlijk ‘de adem uitblazen’ en dus ‘sterven’.

Zo ook in vers 10.

Zie ookHand 5:10
6De jongere mannen stonden op, wikkelden hem in doeken, droegen hem naar buiten en begroeven hem.
ἀναστάντες
(anastantes)
opgestaan
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
νεώτεροι
(neoteroi)
jongere mannen
συνέστειλαν
(synesteilan)
wikkelden in
αὐτὸν
(auton)
hem
καὶ
(kai)
en
ἐξενέγκαντες
(exenenkantes)
naar buiten dragend
ἔθαψαν
(ethapsan)
begroeven
Bron: SBLGNT
Uitleg

συστέλλω (systello), ‘inwikkelen’: het lichaam werd waarschijnlijk in doeken gewikkeld; het Grieks noemt de doeken niet, wij schrijven ‘in doeken’. νεώτεροι (neoteroi), ‘jongere mannen’: in vers 10 staat een ander woord, νεανίσκοι (neaniskoi), ‘jongemannen’.

Zie ookHand 5:10
7Ongeveer drie uur later kwam zijn vrouw binnen. Zij wist niet wat er gebeurd was.
Ἐγένετο
(Egeneto)
het gebeurde
δὲ
(de)
nu
ὡς
(hos)
ongeveer
ὡρῶν
(horon)
uren
τριῶν
(trion)
drie
διάστημα
(diastema)
tussenruimte
καὶ
(kai)
dat
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μὴ
(me)
niet
εἰδυῖα
(eiduia)
wetend
τὸ
(to)
wat
γεγονὸς
(gegonos)
gebeurd was
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
binnenkwam
Bron: SBLGNT
8Petrus antwoordde haar: „Zeg mij, hebben jullie het stuk grond voor zoveel verkocht?” Zij zei: „Ja, voor zoveel.”
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
δὲ
(de)
nu
πρὸς
(pros)
aan
αὐτὴν
(auten)
haar
Πέτρος
(Petros)
Petrus
Εἰπέ
(Eipe)
zeg
μοι
(moi)
mij
εἰ
(ei)
of
τοσούτου
(tosoutou)
voor zoveel
τὸ
(to)
het
χωρίον
(chorion)
stuk grond
ἀπέδοσθε
(apedosthe)
jullie verkochten
ἡ
(he)
zij
δὲ
(de)
nu
εἶπεν
(eipen)
zei
Ναί
(Nai)
ja
τοσούτου
(tosoutou)
voor zoveel
Bron: SBLGNT
9Petrus zei tegen haar: „Hoe komt het dat jullie het eens zijn geworden om de Geest van Yahweh op de proef te stellen? Zie, de voeten van hen die je man hebben begraven, staan bij de deur. Zij zullen ook jou naar buiten dragen.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτήν
(auten)
haar
Τί
(Ti)
hoe
ὅτι
(hoti)
komt het dat
συνεφωνήθη
(synephonethe)
overeengekomen is
ὑμῖν
(hymin)
door jullie
πειράσαι
(peirasai)
op de proef te stellen
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἰδοὺ
(idou)
zie
οἱ
(hoi)
de
πόδες
(podes)
voeten
τῶν
(ton)
van hen die
θαψάντων
(thapsanton)
begroeven
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
σου
(sou)
jouw
ἐπὶ
(epi)
bij
τῇ
(te)
de
θύρᾳ
(thyra)
deur
καὶ
(kai)
en
ἐξοίσουσίν
(exoisousin)
zullen naar buiten dragen
σε
(se)
jou
Bron: SBLGNT
Uitleg

πνεῦμα κυρίου (pneuma kyriou), ‘Geest van Yahweh’: κυρίου is vertaald als Yahweh, omdat dit een uitdrukking uit het Oude Testament is (1 Kon. 18:12; Ezech. 37:1).

In vers 3 heet Hij ‘de Heilige Geest’. πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’: vergelijk Deut. 6:16, waar Israël Yahweh niet op de proef mag stellen.

Zie ook Deut. 6:16; Exod. 17:7.

10Meteen viel zij neer aan de voeten van Petrus en blies haar laatste adem uit. De jongemannen kwamen binnen en vonden haar dood. Zij droegen haar naar buiten en begroeven haar naast haar man.
ἔπεσεν
(epesen)
viel
δὲ
(de)
nu
παραχρῆμα
(parachrema)
meteen
πρὸς
(pros)
bij
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἐξέψυξεν
(exepsyxen)
blies haar laatste adem uit
εἰσελθόντες
(eiselthontes)
binnengekomen
δὲ
(de)
nu
οἱ
(hoi)
de
νεανίσκοι
(neaniskoi)
jongemannen
εὗρον
(heuron)
vonden
αὐτὴν
(auten)
haar
νεκράν
(nekran)
dood
καὶ
(kai)
en
ἐξενέγκαντες
(exenenkantes)
naar buiten dragend
ἔθαψαν
(ethapsan)
begroeven
πρὸς
(pros)
bij
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘aan zijn voeten’.

Wij lezen de voeten van Petrus, met wie zij sprak (vers 9), en schrijven ‘Petrus’.

Zie ookHand 5:9
11Er kwam grote vrees over de hele gemeente en over allen die dit hoorden.
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
φόβος
(phobos)
vrees
μέγας
(megas)
grote
ἐφ’
(eph’)
over
ὅλην
(holen)
hele
τὴν
(ten)
de
ἐκκλησίαν
(ekklesian)
gemeente
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
over
πάντας
(pantas)
allen
τοὺς
(tous)
die
ἀκούοντας
(akouontas)
hoorden
ταῦτα
(tauta)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: letterlijk ‘de bijeengeroepenen’.

Het sluit aan bij het Hebreeuwse קָהָל (qahal), ‘vergadering’ (bijv.

Deut. 9:10, ‘de dag van de vergadering’).

Dit is de eerste keer dat het woord in Handelingen voorkomt.

Zie ook Matt. 16:18.

Tekenen en wonderen door de apostelen

12Door de handen van de apostelen gebeurden veel tekenen en wonderen onder het volk. Zij waren allen eensgezind bij elkaar in de zuilengang van Salomo.
Διὰ
(Dia)
door
δὲ
(de)
nu
τῶν
(ton)
de
χειρῶν
(cheiron)
handen
τῶν
(ton)
van de
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
ἐγίνετο
(egineto)
gebeurden
σημεῖα
(semeia)
tekenen
καὶ
(kai)
en
τέρατα
(terata)
wonderen
πολλὰ
(polla)
vele
ἐν
(en)
onder
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
καὶ
(kai)
en
ἦσαν
(esan)
waren
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
ἅπαντες
(hapantes)
allen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Στοᾷ
(Stoa)
zuilengang
Σολομῶντος
(Solomontos)
van Salomo
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zuilengang van Salomo (ligging ongeveer): De zuilengang van Salomo was een overdekte galerij langs de oostkant van het tempelplein in Jeruzalem.

De precieze plek is niet vast te stellen.

Uitleg

σημεῖα καὶ τέρατα (semeia kai terata), ‘tekenen en wonderen’: zoals in Joh. 4:48. στοά (stoa), ‘zuilengang’: de overdekte gang langs het tempelplein, zoals in Joh. 10:23.

Zie ook Joh. 10:23; Hand. 3:11.

13Van de anderen durfde niemand zich bij hen aan te sluiten, maar het volk prees hen hoog.
τῶν
(ton)
van de
δὲ
(de)
nu
λοιπῶν
(loipon)
anderen
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἐτόλμα
(etolma)
durfde
κολλᾶσθαι
(kollasthai)
zich aan te sluiten
αὐτοῖς
(autois)
bij hen
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐμεγάλυνεν
(emegalynen)
prees hoog
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὁ
(ho)
het
λαός
(laos)
volk
Bron: SBLGNT
14Meer nog: menigten mannen en vrouwen die in de Heer geloofden, kwamen erbij.
μᾶλλον
(mallon)
meer nog
δὲ
(de)
nu
προσετίθεντο
(prosetithento)
werden toegevoegd
πιστεύοντες
(pisteuontes)
gelovend
τῷ
(to)
in de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
πλήθη
(plethe)
menigten
ἀνδρῶν
(andron)
van mannen
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
als
γυναικῶν
(gynaikon)
van vrouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier een titel voor Yeshua.

In Handelingen noemt de verteller Hem vaak zo; wij schrijven ‘Heer’ met hoofdletter, zoals in Luc. 7:13.

Waar Handelingen een uitdrukking uit het Oude Testament gebruikt, schrijven wij ‘Yahweh’, zoals bij ‘engel van Yahweh’ in 5:19.

Zie ookLuc 7:13
15Men droeg de zieken zelfs naar de pleinen en legde hen op bedden en matten. Zo zou, als Petrus langskwam, ten minste zijn schaduw iemand van hen overschaduwen.
ὥστε
(hoste)
zodat
καὶ
(kai)
zelfs
εἰς
(eis)
naar
τὰς
(tas)
de
πλατείας
(plateias)
pleinen
ἐκφέρειν
(ekpherein)
naar buiten te dragen
τοὺς
(tous)
de
ἀσθενεῖς
(astheneis)
zieken
καὶ
(kai)
en
τιθέναι
(tithenai)
te leggen
ἐπὶ
(epi)
op
κλιναρίων
(klinarion)
bedden
καὶ
(kai)
en
κραβάττων
(krabatton)
matten
ἵνα
(hina)
opdat
ἐρχομένου
(erchomenou)
komend
Πέτρου
(Petrou)
Petrus
κἂν
(kan)
ten minste
ἡ
(he)
de
σκιὰ
(skia)
schaduw
ἐπισκιάσῃ
(episkiase)
zou overschaduwen
τινὶ
(tini)
iemand
αὐτῶν
(auton)
van hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπισκιάζω (episkiazo), ‘overschaduwen’: het woord uit Luc. 1:35 en Matt. 17:5.

Hier gaat het om de schaduw van Petrus. κλινάριον (klinarion), ‘bed’; κράβαττος (krabattos), ‘mat’: een eenvoudig leger of draagbed. πλατεῖαι (plateiai), ‘pleinen’: zoals in Luc. 14:21.

16Ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem kwam samen. Zij brachten zieken en mensen die gekweld werden door onreine geesten, en die werden allen genezen.
συνήρχετο
(synercheto)
kwam samen
δὲ
(de)
nu
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
de
πλῆθος
(plethos)
menigte
τῶν
(ton)
van de
πέριξ
(perix)
rondom
πόλεων
(poleon)
steden
Ἰερουσαλήμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
φέροντες
(pherontes)
brengend
ἀσθενεῖς
(astheneis)
zieken
καὶ
(kai)
en
ὀχλουμένους
(ochloumenous)
gekweld
ὑπὸ
(hypo)
door
πνευμάτων
(pneumaton)
geesten
ἀκαθάρτων
(akatharton)
onreine
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐθεραπεύοντο
(etherapeuonto)
werden genezen
ἅπαντες
(hapantes)
allen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

De apostelen in de gevangenis

17De hogepriester en allen die bij hem waren, de partij van de Sadduceeën, stonden op en werden vervuld van jaloezie.
Ἀναστὰς
(Anastas)
opgestaan
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
die
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
hem
ἡ
(he)
de
οὖσα
(ousa)
zijnde
αἵρεσις
(hairesis)
partij
τῶν
(ton)
van de
Σαδδουκαίων
(Saddoukaion)
Sadduceeën
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
ζήλου
(zelou)
van jaloezie
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἵρεσις (hairesis), ‘partij’: eigenlijk ‘keuze’, daarna ‘richting’ of ‘stroming’. ζῆλος (zelos), ‘jaloezie’: het woord kan ook ‘ijver’ betekenen.

18Zij grepen de apostelen en zetten hen in de openbare gevangenis.
καὶ
(kai)
en
ἐπέβαλον
(epebalon)
legden
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἐπὶ
(epi)
op
τοὺς
(tous)
de
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
καὶ
(kai)
en
ἔθεντο
(ethento)
zetten
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τηρήσει
(teresei)
bewaring
δημοσίᾳ
(demosia)
openbare
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιβάλλω τὰς χεῖρας (epiballo tas cheiras), letterlijk ‘de handen opleggen’: hier ‘grijpen’, oppakken. τήρησις (teresis), ‘bewaring’: gevangenhouding; wij schrijven ‘gevangenis’.

19Maar in de nacht opende een engel van Yahweh de deuren van de gevangenis. Hij leidde hen naar buiten en zei:
ἄγγελος
(angelos)
engel
δὲ
(de)
nu
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
διὰ
(dia)
door
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
ἤνοιξε
(enoixe)
opende
τὰς
(tas)
de
θύρας
(thyras)
deuren
τῆς
(tes)
van de
φυλακῆς
(phylakes)
gevangenis
ἐξαγαγών
(exagagon)
naar buiten leidend
τε
(te)
en
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἶπεν
(eipen)
zei
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄγγελος κυρίου (angelos kyriou), ‘engel van Yahweh’: κυρίου is vertaald als Yahweh, naar het Hebreeuwse מַלְאַךְ יְהוָה (malak Yahweh); zie Luc. 1:11.

Zo ook in 8:26.

Zie ook Luc. 1:11.

Zie ookLuc 1:11
20„Ga heen, ga staan en spreek in de tempel tot het volk alle woorden van dit leven.”
Πορεύεσθε
(Poreuesthe)
ga
καὶ
(kai)
en
σταθέντες
(stathentes)
gaan staand
λαλεῖτε
(laleite)
spreek
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
τῷ
(to)
tot het
λαῷ
(lao)
volk
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ῥήματα
(rhemata)
woorden
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
ταύτης
(tautes)
dit
Bron: SBLGNT
21Toen zij dit hoorden, gingen zij bij het ochtendkrieken de tempel binnen en onderwezen. De hogepriester kwam aan, met allen die bij hem waren. Zij riepen de Raad bijeen, en de hele raad van oudsten van de zonen van Israël. Zij zonden naar de gevangenis om hen te laten halen.
ἀκούσαντες
(akousantes)
horend
δὲ
(de)
nu
εἰσῆλθον
(eiselthon)
gingen binnen
ὑπὸ
(hypo)
bij
τὸν
(ton)
het
ὄρθρον
(orthron)
ochtendkrieken
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
de
ἱερὸν
(hieron)
tempel
καὶ
(kai)
en
ἐδίδασκον
(edidaskon)
onderwezen
Παραγενόμενος
(Paragenomenos)
aangekomen
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
hem
συνεκάλεσαν
(synekalesan)
riepen bijeen
τὸ
(to)
de
συνέδριον
(synedrion)
Raad
καὶ
(kai)
en
πᾶσαν
(pasan)
heel
τὴν
(ten)
de
γερουσίαν
(gerousian)
raad van oudsten
τῶν
(ton)
van de
υἱῶν
(huion)
zonen
Ἰσραήλ
(Israel)
Israëls
καὶ
(kai)
en
ἀπέστειλαν
(apesteilan)
zonden
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
de
δεσμωτήριον
(desmoterion)
gevangenis
ἀχθῆναι
(achthenai)
om te laten halen
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνέδριον (synedrion), ‘Raad’; γερουσία (gerousia), ‘raad van oudsten’: de oudsten van het volk.

Het Grieks noemt beide naast elkaar; of het om dezelfde groep gaat, zegt de tekst niet. ὄρθρος (orthros), ‘ochtendkrieken’: de vroege ochtend.

22Maar de bedienden die er kwamen, vonden hen niet in de gevangenis. Zij keerden terug en brachten verslag uit.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
nu
παραγενόμενοι
(paragenomenoi)
aangekomen
ὑπηρέται
(hyperetai)
bedienden
οὐχ
(ouch)
niet
εὗρον
(heuron)
vonden
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
φυλακῇ
(phylake)
gevangenis
ἀναστρέψαντες
(anastrepsantes)
teruggekeerd
δὲ
(de)
nu
ἀπήγγειλαν
(apengeilan)
berichtten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπηρέτης (hyperetes), ‘bediende’: een dienaar van de leiders; zo vertalen wij het ook in Joh. 7:32.

Zie ookJoh 7:32
23Zij zeiden: „De gevangenis hebben wij volkomen veilig gesloten gevonden, met de bewakers voor de deuren. Maar toen wij open hadden gedaan, vonden wij binnen niemand.”
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Τὸ
(To)
de
δεσμωτήριον
(desmoterion)
gevangenis
εὕρομεν
(heuromen)
wij vonden
κεκλεισμένον
(kekleismenon)
gesloten
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
ἀσφαλείᾳ
(asphaleia)
veiligheid
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
φύλακας
(phylakas)
bewakers
ἑστῶτας
(hestotas)
staand
ἐπὶ
(epi)
voor
τῶν
(ton)
de
θυρῶν
(thyron)
deuren
ἀνοίξαντες
(anoixantes)
geopend hebbend
δὲ
(de)
nu
ἔσω
(eso)
binnen
οὐδένα
(oudena)
niemand
εὕρομεν
(heuromen)
wij vonden
Bron: SBLGNT
24Toen de bevelhebber van de tempel en de hogepriesters deze woorden hoorden, waren zij ten einde raad over hen. Zij vroegen zich af wat dit zou worden.
ὡς
(hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἤκουσαν
(ekousan)
hoorden
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τούτους
(toutous)
deze
ὅ
(ho)
de
τε
(te)
en
στρατηγὸς
(strategos)
bevelhebber
τοῦ
(tou)
van de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
διηπόρουν
(dieporoun)
waren ten einde raad
περὶ
(peri)
over
αὐτῶν
(auton)
hen
τί
(ti)
wat
ἂν
(an)
zou
γένοιτο
(genoito)
worden
τοῦτο
(touto)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

στρατηγὸς τοῦ ἱεροῦ (strategos tou hierou), ‘bevelhebber van de tempel’: de leider van de tempelbewaking; de ‘bevelhebbers’ staan ook in Luc. 22:4. διαπορέω (diaporeo), ‘ten einde raad zijn’.

Zie ookLuc 22:4
25Iemand kwam hun melden: „Zie, de mannen die u in de gevangenis hebt gezet, staan in de tempel en onderwijzen het volk.”
παραγενόμενος
(paragenomenos)
aangekomen
δέ
(de)
nu
τις
(tis)
iemand
ἀπήγγειλεν
(apengeilen)
meldde
αὐτοῖς
(autois)
hun
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
οἱ
(hoi)
de
ἄνδρες
(andres)
mannen
οὓς
(hous)
die
ἔθεσθε
(ethesthe)
jullie zetten
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
φυλακῇ
(phylake)
gevangenis
εἰσὶν
(eisin)
zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
ἑστῶτες
(hestotes)
staand
καὶ
(kai)
en
διδάσκοντες
(didaskontes)
onderwijzend
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
Bron: SBLGNT
26Toen ging de bevelhebber met de bedienden weg en bracht hen mee, zonder geweld, want zij waren bang dat het volk hen zou stenigen.
τότε
(tote)
toen
ἀπελθὼν
(apelthon)
weggegaan
ὁ
(ho)
de
στρατηγὸς
(strategos)
bevelhebber
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
ὑπηρέταις
(hyperetais)
bedienden
ἤγαγεν
(egagen)
bracht
αὐτούς
(autous)
hen
οὐ
(ou)
niet
μετὰ
(meta)
met
βίας
(bias)
geweld
ἐφοβοῦντο
(ephobounto)
zij waren bang
γὰρ
(gar)
want
τὸν
(ton)
voor het
λαόν
(laon)
volk
μὴ
(me)
dat niet
λιθασθῶσιν
(lithasthosin)
zij gestenigd zouden worden
Bron: SBLGNT

De apostelen voor de Raad

27Zij brachten hen mee en lieten hen staan voor de Raad. De hogepriester ondervroeg hen
Ἀγαγόντες
(Agagontes)
gebracht hebbend
δὲ
(de)
nu
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἔστησαν
(estesan)
lieten staan
ἐν
(en)
voor
τῷ
(to)
de
συνεδρίῳ
(synedrio)
Raad
καὶ
(kai)
en
ἐπηρώτησεν
(eperotesen)
ondervroeg
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεὺς
(archiereus)
hogepriester
Bron: SBLGNT
28en zei: „Wij hebben jullie uitdrukkelijk bevolen niet te onderwijzen in deze naam. En zie, jullie hebben Jeruzalem met jullie leer vervuld en jullie willen het bloed van deze man over ons brengen.”
λέγων
(legon)
zeggend
Παραγγελίᾳ
(Parangelia)
met een bevel
παρηγγείλαμεν
(parengeilamen)
wij hebben bevolen
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μὴ
(me)
niet
διδάσκειν
(didaskein)
te onderwijzen
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τούτῳ
(touto)
deze
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
πεπληρώκατε
(peplerokate)
jullie hebben vervuld
τὴν
(ten)
de
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
τῆς
(tes)
met de
διδαχῆς
(didaches)
leer
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
βούλεσθε
(boulesthe)
jullie willen
ἐπαγαγεῖν
(epagagein)
brengen
ἐφ’
(eph’)
over
ἡμᾶς
(hemas)
ons
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
man
τούτου
(toutou)
deze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

De hogepriester noemt de naam Yeshua niet: ‘in deze naam’ en ‘deze man’.

Hij verwijst naar het bevel van Hand. 4:17–18.

‘Het bloed over ons brengen’ klinkt als de woorden van het volk in Matt. 27:25.

Zie ook Matt. 27:25; Hand. 4:17–18.

29Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: „Men moet Elohim meer gehoorzamen dan mensen.
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
δὲ
(de)
nu
Πέτρος
(Petros)
Petrus
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀπόστολοι
(apostoloi)
apostelen
εἶπαν
(eipan)
zeiden
Πειθαρχεῖν
(Peitharchein)
gehoorzamen
δεῖ
(dei)
men moet
θεῷ
(theo)
Elohim
μᾶλλον
(mallon)
meer
ἢ
(e)
dan
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
Bron: SBLGNT
30De Elohim van onze vaders heeft Yeshua opgewekt, die jullie hebben gedood door Hem aan een boom op te hangen.
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῶν
(ton)
van de
πατέρων
(pateron)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἤγειρεν
(egeiren)
wekte op
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ὃν
(hon)
die
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
διεχειρίσασθε
(diecheirisasthe)
doodden
κρεμάσαντες
(kremasantes)
ophangend
ἐπὶ
(epi)
aan
ξύλου
(xylou)
een boom
Bron: SBLGNT
Uitleg

ξύλον (xylon), ‘hout’: wij schrijven ‘boom’, zoals in Deut. 21:22–23, waar een gehangene ‘een vervloeking van Elohim’ is.

Petrus bedoelt hiermee de kruisiging. διαχειρίζομαι (diacheirizomai), ‘doden’. ἤγειρεν (egeiren), ‘heeft opgewekt’: ook ‘heeft doen opstaan’.

Zie ook Deut. 21:22–23; Hand. 10:39.

31Hem heeft Elohim als Leidsman en Redder met Zijn rechterhand verhoogd, om aan Israël bekering en vergeving van zonden te geven.
τοῦτον
(touton)
Hem
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀρχηγὸν
(archegon)
als Leidsman
καὶ
(kai)
en
σωτῆρα
(sotera)
Redder
ὕψωσεν
(hypsosen)
verhoogde
τῇ
(te)
met de
δεξιᾷ
(dexia)
rechterhand
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τοῦ
(tou)
om
δοῦναι
(dounai)
te geven
μετάνοιαν
(metanoian)
bekering
τῷ
(to)
aan
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
καὶ
(kai)
en
ἄφεσιν
(aphesin)
vergeving
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
van zonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρχηγός (archegos), ‘Leidsman’: iemand die voorop gaat en anderen meeneemt; het woord kan ook ‘Aanvoerder’ of ‘Oorsprong’ betekenen.

Zo ook in 3:15. σωτήρ (soter), ‘Redder’. ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’. τῇ δεξιᾷ αὐτοῦ (te dexia autou): het Grieks kan ‘met Zijn rechterhand’ of ‘aan Zijn rechterhand’ betekenen; wij schrijven ‘met’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken. ἄφεσις (aphesis), ‘vergeving’.

Zie ook Hand. 2:33.

Zie ookHand 2:33
32Wij zijn getuigen van deze woorden, en ook de Heilige Geest, die Elohim gegeven heeft aan hen die Hem gehoorzamen.”
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐσμεν
(esmen)
zijn
μάρτυρες
(martyres)
getuigen
τῶν
(ton)
van de
ῥημάτων
(rhematon)
woorden
τούτων
(touton)
deze
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
ὃ
(ho)
die
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τοῖς
(tois)
aan hen die
πειθαρχοῦσιν
(peitharchousin)
gehoorzamen
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
33Toen zij dit hoorden, werden zij razend en wilden zij hen doden.
Οἱ
(Hoi)
de
δὲ
(de)
nu
ἀκούσαντες
(akousantes)
horend
διεπρίοντο
(dieprionto)
werden razend
καὶ
(kai)
en
ἐβούλοντο
(eboulonto)
wilden
ἀνελεῖν
(anelein)
doden
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαπρίω (diaprio), letterlijk ‘doorzagen’: ‘razend worden’; zo ook in 7:54.

Het advies van Gamaliël

34Maar iemand in de Raad stond op, een Farizeeër met de naam Gamaliël, een wetsleraar die bij heel het volk in aanzien stond. Hij beval de mensen even buiten te zetten
ἀναστὰς
(anastas)
opgestaan
δέ
(de)
nu
τις
(tis)
iemand
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
συνεδρίῳ
(synedrio)
Raad
Φαρισαῖος
(Pharisaios)
Farizeeër
ὀνόματι
(onomati)
met de naam
Γαμαλιήλ
(Gamaliel)
Gamaliël
νομοδιδάσκαλος
(nomodidaskalos)
wetsleraar
τίμιος
(timios)
in aanzien
παντὶ
(panti)
bij heel
τῷ
(to)
het
λαῷ
(lao)
volk
ἐκέλευσεν
(ekeleusen)
beval
ἔξω
(exo)
buiten
βραχὺ
(brachy)
even
τοὺς
(tous)
de
ἀνθρώπους
(anthropous)
mensen
ποιῆσαι
(poiesai)
te zetten
Bron: SBLGNT
Uitleg

νομοδιδάσκαλος (nomodidaskalos), ‘wetsleraar’: zoals in Luc. 5:17.

‘De mensen’ die buiten gezet worden, zijn de apostelen (vergelijk vers 35, ‘deze mensen’).

35en zei tegen hen: „Mannen van Israël, let goed op wat jullie met deze mensen van plan zijn te doen.
εἶπέν
(eipen)
zei
τε
(te)
en
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
Ἰσραηλῖται
(Israelitai)
van Israël
προσέχετε
(prosechete)
let op
ἑαυτοῖς
(heautois)
jullie zelf
ἐπὶ
(epi)
wat betreft
τοῖς
(tois)
de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
τούτοις
(toutois)
deze
τί
(ti)
wat
μέλλετε
(mellete)
jullie van plan zijn
πράσσειν
(prassein)
te doen
Bron: SBLGNT
36Want vóór deze dagen is Theudas opgestaan. Hij zei dat hij iemand was, en een aantal van ongeveer 400 mannen sloot zich bij hem aan. Hij werd gedood, en allen die zich door hem lieten overtuigen, werden uiteengedreven en kwamen tot niets.
πρὸ
(pro)
vóór
γὰρ
(gar)
want
τούτων
(touton)
deze
τῶν
(ton)
de
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
ἀνέστη
(aneste)
stond op
Θευδᾶς
(Theudas)
Theudas
λέγων
(legon)
zeggend
εἶναί
(einai)
te zijn
τινα
(tina)
iemand
ἑαυτόν
(heauton)
hijzelf
ᾧ
(ho)
bij wie
προσεκλίθη
(proseklithe)
zich aansloot
ἀνδρῶν
(andron)
van mannen
ἀριθμὸς
(arithmos)
een aantal
ὡς
(hos)
ongeveer
τετρακοσίων
(tetrakosion)
400
ὃς
(hos)
hij
ἀνῃρέθη
(anerethe)
werd gedood
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
ὅσοι
(hosoi)
die
ἐπείθοντο
(epeithonto)
zich lieten overtuigen
αὐτῷ
(auto)
door hem
διελύθησαν
(dielythesan)
werden uiteengedreven
καὶ
(kai)
en
ἐγένοντο
(egenonto)
werden
εἰς
(eis)
tot
οὐδέν
(ouden)
niets
Bron: SBLGNT
Uitleg

Θευδᾶς (Theudas): buiten dit vers noemt de Bijbel hem niet. λέγων εἶναί τινα ἑαυτόν (legon einai tina heauton), ‘zeggend dat hij iemand was’: iemand van betekenis.

Het getal 400 staat in het Grieks als ‘ongeveer 400’.

37Na hem stond Judas de Galileeër op, in de dagen van de inschrijving, en hij trok volk achter zich aan. Ook hij kwam om, en allen die zich door hem lieten overtuigen, werden verstrooid.
μετὰ
(meta)
na
τοῦτον
(touton)
hem
ἀνέστη
(aneste)
stond op
Ἰούδας
(Ioudas)
Judas
ὁ
(ho)
de
Γαλιλαῖος
(Galilaios)
Galileeër
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
τῆς
(tes)
van de
ἀπογραφῆς
(apographes)
inschrijving
καὶ
(kai)
en
ἀπέστησε
(apestese)
trok weg
λαὸν
(laon)
volk
ὀπίσω
(opiso)
achter
αὐτοῦ
(autou)
zich
κἀκεῖνος
(kakeinos)
ook die
ἀπώλετο
(apoleto)
kwam om
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
ὅσοι
(hosoi)
die
ἐπείθοντο
(epeithonto)
zich lieten overtuigen
αὐτῷ
(auto)
door hem
διεσκορπίσθησαν
(dieskorpisthesan)
werden verstrooid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπογραφή (apographe), ‘inschrijving’: de volkstelling; zo vertalen wij het ook in Luc. 2:2. ἀφίστημι (aphistemi), ‘wegtrekken’: iemand achter zich aan doen gaan, hier in een opstand.

Zie ook Luc. 2:1–2.

38En nu zeg ik jullie: houd afstand van deze mensen en laat hen gaan. Want als dit plan of dit werk uit mensen is, zal het teniet gedaan worden.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
νῦν
(nyn)
nu
λέγω
(lego)
zeg ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀπόστητε
(apostete)
houd afstand
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
τούτων
(touton)
deze
καὶ
(kai)
en
ἄφετε
(aphete)
laat gaan
αὐτούς
(autous)
hen
ὅτι
(hoti)
want
ἐὰν
(ean)
als
ᾖ
(e)
is
ἐξ
(ex)
uit
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἡ
(he)
het
βουλὴ
(boule)
plan
αὕτη
(haute)
dit
ἢ
(e)
of
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
τοῦτο
(touto)
dit
καταλυθήσεται
(katalythesetai)
zal teniet gedaan worden
Bron: SBLGNT
39Maar als het uit Elohim is, zullen jullie hen niet teniet kunnen doen. Anders blijken jullie nog strijders tegen Elohim te zijn.” Zij lieten zich door hem overtuigen.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἐκ
(ek)
uit
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐστιν
(estin)
het is
οὐ
(ou)
niet
δυνήσεσθε
(dynesesthe)
zullen jullie kunnen
καταλῦσαι
(katalysai)
teniet te doen
αὐτούς
(autous)
hen
μήποτε
(mepote)
anders
καὶ
(kai)
ook
θεομάχοι
(theomachoi)
strijders tegen Elohim
εὑρεθῆτε
(heurethete)
jullie bevonden worden
ἐπείσθησαν
(epeisthesan)
zij lieten zich overtuigen
δὲ
(de)
nu
αὐτῷ
(auto)
door hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεομάχος (theomachos), ‘strijder tegen Elohim’: iemand die tegen Elohim strijdt.

De apostelen worden vrijgelaten

40Zij riepen de apostelen bij zich, sloegen hen, bevalen hun niet te spreken in de naam van Yeshua en lieten hen gaan.
καὶ
(kai)
en
προσκαλεσάμενοι
(proskalesamenoi)
bij zich roepend
τοὺς
(tous)
de
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
δείραντες
(deirantes)
slaand
παρήγγειλαν
(parengeilan)
bevalen zij
μὴ
(me)
niet
λαλεῖν
(lalein)
te spreken
ἐπὶ
(epi)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
καὶ
(kai)
en
ἀπέλυσαν
(apelysan)
lieten gaan
Bron: SBLGNT
41Zij gingen dus verheugd weg van de Raad, omdat zij waardig bevonden waren om ter wille van de Naam onteerd te worden.
οἱ
(hoi)
zij
μὲν
(men)
wel
οὖν
(oun)
dus
ἐπορεύοντο
(eporeuonto)
gingen
χαίροντες
(chairontes)
zich verheugend
ἀπὸ
(apo)
van
προσώπου
(prosopou)
het aangezicht
τοῦ
(tou)
van de
συνεδρίου
(synedriou)
Raad
ὅτι
(hoti)
omdat
κατηξιώθησαν
(katexiothesan)
zij waardig bevonden waren
ὑπὲρ
(hyper)
ter wille van
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματος
(onomatos)
Naam
ἀτιμασθῆναι
(atimasthenai)
onteerd te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ ὄνομα (to onoma), ‘de Naam’: de naam van Yeshua uit vers 40.

Het Grieks heeft hier geen bezittelijk woord; wij schrijven ‘de Naam’ met hoofdletter.

Zie ook Matt. 5:11–12; Luc. 6:22–23.

42Elke dag, in de tempel en aan huis, hielden zij niet op te onderwijzen en de goede boodschap van de Messias, Yeshua, te brengen.
πᾶσάν
(pasan)
elke
τε
(te)
en
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
καὶ
(kai)
en
κατ’
(kat’)
aan
οἶκον
(oikon)
huis
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπαύοντο
(epauonto)
hielden op
διδάσκοντες
(didaskontes)
onderwijzend
καὶ
(kai)
en
εὐαγγελιζόμενοι
(euangelizomenoi)
de goede boodschap brengend
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Bron: SBLGNT