Openbaring 20
De Satan 1000 jaar gebonden, de eerste opstanding, Gog en Magog, de grote witte troon en het meer van vuur
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De Satan wordt 1000 jaar gebonden
ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’: zoals in 9:1–2, 11:7 en 17:8. κλείς (kleis), ‘sleutel’: ook in 1:18 en 9:1. ἅλυσις (halysis), ‘ketting’.
Zie ook Openb. 1:18; Openb. 9:1; Openb. 11:7; Openb. 17:8.
κρατέω (krateo), ‘grijpen, vastgrijpen’.
‘De draak, de oude slang, die duivel en de Satan is’: zie 12:9. χίλια ἔτη (chilia ete), ‘1000 jaar’: wij vertalen dit letterlijk en nemen geen standpunt in over de manier waarop het getal verstaan wordt; het staat in de verzen 2–7 zesmaal.
Zie ook Openb. 12:9.
De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ὁ ὄφις ὁ ἀρχαῖος (ho ofis ho archaios), ‘de slang de oude’ en bij Σατανᾶς (satanas), ‘Satan’.
Wij volgen de SBLGNT.
Het Grieks heeft ‘sloot en verzegelde boven hem’ zonder voorwerp; wij vullen ‘haar’ aan, de afgrond. σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’. πλανάω (planao), ‘misleiden’: het werk van de draak (12:9). δεῖ (dei), ‘moet’: wat noodzakelijk is, zoals vaak in Openbaring.
‘Een korte tijd’ (μικρὸν χρόνον, mikron chronon).
Zie ook Openb. 12:9; Openb. 20:7–8.
De SBLGNT markeert hier varianten bij πλανήσῃ (planese), ‘hij misleidt’, bij μετὰ (meta), ‘na’ en bij de woorden λυθῆναι αὐτὸν (lythenai auton), ‘losgelaten worden hij’.
Wij volgen de SBLGNT.
De tronen en de 1000 jaar
Het Grieks zegt niet wie op de tronen zit; vergelijk Dan. 7:9, 7:22 en 7:27, waar tronen worden neergezet en het gericht ‘ten gunste van de heiligen’ wordt gegeven. κρίμα (krima), ‘oordeel’. ψυχή (psyche), ‘ziel’: de zielen van 6:9–11. πελεκίζω (pelekizo), ‘met de bijl onthoofden’. μαρτυρία Ἰησοῦ (martyria Iesou), ‘het getuigenis van Yeshua’.
‘Zich neerbuigen’: zie 13:4, 13:15; ‘het merkteken’: zie 13:16–17. ἔζησαν (ezesan), ‘zij leefden’: de verleden tijd kan ook ‘zij kwamen tot leven’ betekenen; wij vertalen ‘leefden’ en kiezen niet. ἐβασίλευσαν (ebasileusan), ‘zij regeerden’: of ‘zij werden koning’.
De 1000 jaar laten wij zoals het Grieks ze noemt.
Zie ook Dan. 7:9; Dan. 7:22; Dan. 7:27; Openb. 6:9; Openb. 13:4; Openb. 13:15; Openb. 13:16.
De SBLGNT markeert bij χίλια (chilia), ‘1000’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
‘De overigen van de doden’: de doden die niet in vers 4 genoemd zijn. οὐκ ἔζησαν (ouk ezesan), ‘leefden niet’: dezelfde werkwoordsvorm als in vers 4. ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’.
‘De eerste opstanding’: de tekst noemt haar hier alleen zo; wij leggen geen schema uit.
Vergelijk Dan. 12:2; Joh. 5:29; Hand. 24:15.
Zie ook Dan. 12:2; Luc. 14:14; Joh. 5:29; Hand. 24:15; Fil. 3:11.
De SBLGNT markeert bij het lidwoord οἱ (hoi), ‘de’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
μακάριος (makarios), ‘gelukkig’; ἅγιος (hagios), ‘heilig’. ἱερεύς (hiereus), ‘priester’: vergelijk Exod. 19:6 (‘een koninkrijk van priesters’) en Jes. 61:6; zie ook 1:6 en 5:10.
‘De tweede dood’: zie 2:11, 20:14 en 21:8.
‘Met Hem’ is met de Messias.
Zie ook Exod. 19:6; Jes. 61:6; Openb. 1:6; Openb. 2:11; Openb. 5:10; Openb. 20:14; Openb. 21:8.
De SBLGNT markeert bij χίλια (chilia), ‘1000’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
De Satan wordt losgelaten: Gog en Magog
λύω (lyo), ‘losmaken, vrijlaten’. φυλακή (fylake), ‘gevangenis’: ook ‘bewaakte plaats’, zoals in 18:2.
Zie ook Openb. 18:2.
‘De vier hoeken van de aarde’: het Grieks noemt de uiterste uithoeken; vergelijk 7:1. Γὼγ καὶ Μαγώγ (Gog kai Magog): in Ezech. 38:2 en 39:6 is Gog de vorst van het land Magog; hier staan ‘Gog en Magog’ als namen van de volken die de Satan misleidt.
Wij vertalen de woorden letterlijk en kiezen niet.
‘Als het zand van de zee’: een beeld voor een onoverzienbaar aantal (Gen. 22:17; Joz. 11:4; Richt. 7:12). πόλεμος (polemos), ‘oorlog’: zie 16:14, 16:16 en 19:19.
Zie ook Ezech. 38:2; Ezech. 39:6; Gen. 22:17; Openb. 7:1; Openb. 16:14; Openb. 19:19.
De SBLGNT markeert hier varianten bij καί (kai), ‘en’, en bij αὐτῶν (auton), ‘hun’.
Wij volgen de SBLGNT.
πλάτος (platos), ‘breedte’: over heel het oppervlak van de aarde. παρεμβολή (parembole), ‘legerkamp’.
‘De geliefde stad’ (ἡ πόλις ἡ ἠγαπημένη): het Grieks noemt de stad niet bij naam; vergelijk ‘de heilige stad’ in 11:2 en 21:2.
‘Vuur kwam neer uit de hemel’ en verslond hen: vergelijk Ezech. 38:22 en Ezech. 39:6, en 2 Kon. 1:10.
Zie ook Ezech. 38:22; Ezech. 39:6; 2 Kon. 1:10; Openb. 11:2; Openb. 21:2.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐκύκλευσαν (ekykleusan), ‘omsingelden’, en bij de woorden ἐκ τοῦ οὐρανοῦ (ek tou ouranou), ‘uit de hemel’.
Wij volgen de SBLGNT.
De duivel in het meer van vuur
λίμνη τοῦ πυρὸς καὶ θείου (limne tou pyros kai theiou), ‘het meer van vuur en zwavel’: zie 19:20. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: zoals in 14:10–11.
Het Grieks heeft bij ‘het beest en de valse profeet’ geen werkwoord; wij vullen ‘zijn’ aan.
‘Zullen gekweld worden’ staat in het meervoud: de duivel, het beest en de valse profeet.
Zie ook Openb. 14:10; Openb. 14:11; Openb. 19:20.
De grote witte troon en het oordeel over de doden
‘Hem die erop zit’: het Grieks noemt Hem niet bij naam; vergelijk ‘Hij die op de troon zit’ in 4:2–3 en 5:1. ἔφυγεν (efygen), ‘vluchtte’: het werkwoord staat in het enkelvoud bij twee onderwerpen, ‘de aarde en de hemel’; wij vertalen het meervoud.
Vergelijk 6:14, 16:20 en 21:1.
Zie ook Openb. 4:2; Openb. 6:14; Openb. 16:20; Openb. 21:1.
De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ἐπ᾽ αὐτοῦ (ep autou), ‘op hem’, en bij het lidwoord τοῦ (tou) vóór ‘aangezicht’.
Wij volgen de SBLGNT.
‘Boeken werden geopend’ klinkt als Dan. 7:10. βιβλίον (biblion), ‘boek’: hier meervoud ‘boeken’, daarnaast ‘een ander boek’, het boek van het leven (zie 3:5, 13:8, 17:8). ἔργα (erga), ‘werken’: het oordeel is ‘naar hun werken’; vergelijk Ps. 62:13, Jer. 17:10, Spr. 24:12 en Rom. 2:6.
Zie ook Dan. 7:10; Ps. 62:13; Jer. 17:10; Spr. 24:12; Rom. 2:6; Openb. 3:5; Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 22:12.
ᾅδης (hades), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden, het Hebreeuwse Sheol.
‘De dood en het dodenrijk’ staan ook samen in 1:18 en 6:8.
Het Grieks heeft ‘de zee … de doden die in haar waren’: ook zij die in zee omkwamen.
Zie ook Openb. 1:18; Openb. 6:8.
‘Dit is de tweede dood: het meer van vuur’: zie 2:11, 20:6 en 21:8.
Zie ook Openb. 2:11; Openb. 20:6; Openb. 21:8.
De SBLGNT markeert hier de woorden θάνατος … δεύτερός (thanatos … deuteros), ‘dood … tweede’, als variant.
Wij volgen de SBLGNT.
βίβλος (biblos), ‘boek’: hier hetzelfde ‘boek van het leven’ als in vers 12.
Vergelijk Exod. 32:32; Ps. 69:29; Dan. 12:1.
Zie ook Exod. 32:32; Ps. 69:29; Dan. 12:1; Openb. 3:5; Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 21:27.
De SBLGNT markeert bij de woorden τῇ βίβλῳ (te biblo), ‘het boek’, een variant.
Wij volgen de SBLGNT.