Elohim Bijbel

Openbaring 20

12345678910111213141516171819202122

De Satan 1000 jaar gebonden, de eerste opstanding, Gog en Magog, de grote witte troon en het meer van vuur

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De Satan wordt 1000 jaar gebonden

1En ik zag een engel uit de hemel neerdalen. Hij had de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.
Καὶ
(Kai)
En
εἶδον
(eidon)
ik zag
ἄγγελον
(angelon)
engel
καταβαίνοντα
(katabainonta)
neerdalend
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
τὴν
(ten)
de
κλεῖν
(klein)
sleutel
τῆς
(tes)
van de
ἀβύσσου
(abyssou)
afgrond
καὶ
(kai)
en
ἅλυσιν
(halysin)
ketting
μεγάλην
(megalen)
grote
ἐπὶ
(epi)
in
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄβυσσος (abyssos), ‘afgrond’: zoals in 9:1–2, 11:7 en 17:8. κλείς (kleis), ‘sleutel’: ook in 1:18 en 9:1. ἅλυσις (halysis), ‘ketting’.

Zie ook Openb. 1:18; Openb. 9:1; Openb. 11:7; Openb. 17:8.

2En hij greep de draak, de oude slang, die duivel en de Satan is, en bond hem 1000 jaar.
καὶ
(kai)
en
ἐκράτησεν
(ekratesen)
greep
τὸν
(ton)
de
δράκοντα
(drakonta)
draak
ὁ
(ho)
de
ὄφις
(ophis)
slang
ὁ
(ho)
de
ἀρχαῖος
(archaios)
oude
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
Διάβολος
(Diabolos)
duivel
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
καὶ
(kai)
en
ἔδησεν
(edesen)
bond
αὐτὸν
(auton)
hem
χίλια
(chilia)
1000
ἔτη
(ete)
jaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρατέω (krateo), ‘grijpen, vastgrijpen’.

‘De draak, de oude slang, die duivel en de Satan is’: zie 12:9. χίλια ἔτη (chilia ete), ‘1000 jaar’: wij vertalen dit letterlijk en nemen geen standpunt in over de manier waarop het getal verstaan wordt; het staat in de verzen 2–7 zesmaal.

Zie ook Openb. 12:9.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ὁ ὄφις ὁ ἀρχαῖος (ho ofis ho archaios), ‘de slang de oude’ en bij Σατανᾶς (satanas), ‘Satan’.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookOpenb 12:9
3En hij wierp hem in de afgrond en sloot haar af en verzegelde haar boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de 1000 jaar voltooid zijn. Daarna moet hij een korte tijd losgelaten worden.
καὶ
(kai)
en
ἔβαλεν
(ebalen)
wierp
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
ἄβυσσον
(abysson)
afgrond
καὶ
(kai)
en
ἔκλεισεν
(ekleisen)
sloot af
καὶ
(kai)
en
ἐσφράγισεν
(esphragisen)
verzegelde
ἐπάνω
(epano)
boven
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
πλανήσῃ
(planese)
hij misleidt
ἔτι
(eti)
meer
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
ἄχρι
(achri)
totdat
τελεσθῇ
(telesthe)
voltooid zijn
τὰ
(ta)
de
χίλια
(chilia)
1000
ἔτη
(ete)
jaar
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
δεῖ
(dei)
moet
λυθῆναι
(lythenai)
losgelaten worden
αὐτὸν
(auton)
hij
μικρὸν
(mikron)
kort
χρόνον
(chronon)
tijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘sloot en verzegelde boven hem’ zonder voorwerp; wij vullen ‘haar’ aan, de afgrond. σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’. πλανάω (planao), ‘misleiden’: het werk van de draak (12:9). δεῖ (dei), ‘moet’: wat noodzakelijk is, zoals vaak in Openbaring.

‘Een korte tijd’ (μικρὸν χρόνον, mikron chronon).

Zie ook Openb. 12:9; Openb. 20:7–8.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij πλανήσῃ (planese), ‘hij misleidt’, bij μετὰ (meta), ‘na’ en bij de woorden λυθῆναι αὐτὸν (lythenai auton), ‘losgelaten worden hij’.

Wij volgen de SBLGNT.

De tronen en de 1000 jaar

4En ik zag tronen, en zij gingen erop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die met de bijl onthoofd waren vanwege het getuigenis van Yeshua en vanwege het woord van Elohim, en degenen die zich niet voor het beest en zijn beeld neerbogen en het merkteken niet ontvingen op hun voorhoofd en hun hand. En zij leefden en regeerden met de Messias 1000 jaar.
Καὶ
(Kai)
En
εἶδον
(eidon)
ik zag
θρόνους
(thronous)
tronen
καὶ
(kai)
en
ἐκάθισαν
(ekathisan)
gingen zitten
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
κρίμα
(krima)
oordeel
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
zielen
τῶν
(ton)
van hen die
πεπελεκισμένων
(pepelekismenon)
met de bijl onthoofd waren
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
vanwege
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
οἵτινες
(hoitines)
wie
οὐ
(ou)
niet
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
zich neerbogen voor
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
οὐδὲ
(oude)
noch
τὴν
(ten)
het
εἰκόνα
(eikona)
beeld
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔλαβον
(elabon)
ontvingen
τὸ
(to)
het
χάραγμα
(charagma)
merkteken
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
μέτωπον
(metopon)
voorhoofd
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
de
χεῖρα
(cheira)
hand
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἔζησαν
(ezesan)
leefden
καὶ
(kai)
en
ἐβασίλευσαν
(ebasileusan)
regeerden
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
χριστοῦ
(christou)
Messias
χίλια
(chilia)
1000
ἔτη
(ete)
jaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt niet wie op de tronen zit; vergelijk Dan. 7:9, 7:22 en 7:27, waar tronen worden neergezet en het gericht ‘ten gunste van de heiligen’ wordt gegeven. κρίμα (krima), ‘oordeel’. ψυχή (psyche), ‘ziel’: de zielen van 6:9–11. πελεκίζω (pelekizo), ‘met de bijl onthoofden’. μαρτυρία Ἰησοῦ (martyria Iesou), ‘het getuigenis van Yeshua’.

‘Zich neerbuigen’: zie 13:4, 13:15; ‘het merkteken’: zie 13:16–17. ἔζησαν (ezesan), ‘zij leefden’: de verleden tijd kan ook ‘zij kwamen tot leven’ betekenen; wij vertalen ‘leefden’ en kiezen niet. ἐβασίλευσαν (ebasileusan), ‘zij regeerden’: of ‘zij werden koning’.

De 1000 jaar laten wij zoals het Grieks ze noemt.

Zie ook Dan. 7:9; Dan. 7:22; Dan. 7:27; Openb. 6:9; Openb. 13:4; Openb. 13:15; Openb. 13:16.

Lezing

De SBLGNT markeert bij χίλια (chilia), ‘1000’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

5De overigen van de doden leefden niet, totdat de 1000 jaar voltooid zijn. Dit is de eerste opstanding.
οἱ
(hoi)
de
λοιποὶ
(loipoi)
overigen
τῶν
(ton)
van de
νεκρῶν
(nekron)
doden
οὐκ
(ouk)
niet
ἔζησαν
(ezesan)
leefden
ἄχρι
(achri)
totdat
τελεσθῇ
(telesthe)
voltooid zijn
τὰ
(ta)
de
χίλια
(chilia)
1000
ἔτη
(ete)
jaar
αὕτη
(haute)
dit
ἡ
(he)
de
ἀνάστασις
(anastasis)
opstanding
ἡ
(he)
de
πρώτη
(prote)
eerste
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De overigen van de doden’: de doden die niet in vers 4 genoemd zijn. οὐκ ἔζησαν (ouk ezesan), ‘leefden niet’: dezelfde werkwoordsvorm als in vers 4. ἀνάστασις (anastasis), ‘opstanding’.

‘De eerste opstanding’: de tekst noemt haar hier alleen zo; wij leggen geen schema uit.

Vergelijk Dan. 12:2; Joh. 5:29; Hand. 24:15.

Zie ook Dan. 12:2; Luc. 14:14; Joh. 5:29; Hand. 24:15; Fil. 3:11.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het lidwoord οἱ (hoi), ‘de’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

6Gelukkig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over dezen heeft de tweede dood geen gezag, maar zij zullen priesters zijn van Elohim en van de Messias, en zij zullen met Hem regeren 1000 jaar.
μακάριος
(makarios)
gelukkig
καὶ
(kai)
en
ἅγιος
(hagios)
heilig
ὁ
(ho)
hij die
ἔχων
(echon)
heeft
μέρος
(meros)
deel
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀναστάσει
(anastasei)
opstanding
τῇ
(te)
de
πρώτῃ
(prote)
eerste
ἐπὶ
(epi)
over
τούτων
(touton)
dezen
ὁ
(ho)
de
δεύτερος
(deuteros)
tweede
θάνατος
(thanatos)
dood
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἀλλ’
(all’)
maar
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
ἱερεῖς
(hiereis)
priesters
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
χριστοῦ
(christou)
Messias
καὶ
(kai)
en
βασιλεύσουσιν
(basileusousin)
zullen regeren
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
Hem
χίλια
(chilia)
1000
ἔτη
(ete)
jaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

μακάριος (makarios), ‘gelukkig’; ἅγιος (hagios), ‘heilig’. ἱερεύς (hiereus), ‘priester’: vergelijk Exod. 19:6 (‘een koninkrijk van priesters’) en Jes. 61:6; zie ook 1:6 en 5:10.

‘De tweede dood’: zie 2:11, 20:14 en 21:8.

‘Met Hem’ is met de Messias.

Zie ook Exod. 19:6; Jes. 61:6; Openb. 1:6; Openb. 2:11; Openb. 5:10; Openb. 20:14; Openb. 21:8.

Lezing

De SBLGNT markeert bij χίλια (chilia), ‘1000’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

De Satan wordt losgelaten: Gog en Magog

7En wanneer de 1000 jaar voltooid zijn, zal de Satan uit zijn gevangenis losgelaten worden.
Καὶ
(Kai)
En
ὅταν
(hotan)
wanneer
τελεσθῇ
(telesthe)
voltooid zijn
τὰ
(ta)
de
χίλια
(chilia)
1000
ἔτη
(ete)
jaar
λυθήσεται
(lythesetai)
zal losgelaten worden
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
φυλακῆς
(phylakes)
gevangenis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

λύω (lyo), ‘losmaken, vrijlaten’. φυλακή (fylake), ‘gevangenis’: ook ‘bewaakte plaats’, zoals in 18:2.

Zie ook Openb. 18:2.

Zie ookOpenb 18:2
8En hij zal uitgaan om de volken in de vier hoeken van de aarde te misleiden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. Hun getal is als het zand van de zee.
καὶ
(kai)
en
ἐξελεύσεται
(exeleusetai)
zal uitgaan
πλανῆσαι
(planesai)
om te misleiden
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
τὰ
(ta)
die
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
τέσσαρσι
(tessarsi)
vier
γωνίαις
(goniais)
hoeken
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
τὸν
(ton)
de
Γὼγ
(Gon)
Gog
καὶ
(kai)
en
Μαγώγ
(Magon)
Magog
συναγαγεῖν
(synagagein)
om te verzamelen
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
πόλεμον
(polemon)
oorlog
ὧν
(hon)
van wie
ὁ
(ho)
het
ἀριθμὸς
(arithmos)
getal
αὐτῶν
(auton)
hun
ὡς
(hos)
als
ἡ
(he)
het
ἄμμος
(ammos)
zand
τῆς
(tes)
van de
θαλάσσης
(thalasses)
zee
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De vier hoeken van de aarde’: het Grieks noemt de uiterste uithoeken; vergelijk 7:1. Γὼγ καὶ Μαγώγ (Gog kai Magog): in Ezech. 38:2 en 39:6 is Gog de vorst van het land Magog; hier staan ‘Gog en Magog’ als namen van de volken die de Satan misleidt.

Wij vertalen de woorden letterlijk en kiezen niet.

‘Als het zand van de zee’: een beeld voor een onoverzienbaar aantal (Gen. 22:17; Joz. 11:4; Richt. 7:12). πόλεμος (polemos), ‘oorlog’: zie 16:14, 16:16 en 19:19.

Zie ook Ezech. 38:2; Ezech. 39:6; Gen. 22:17; Openb. 7:1; Openb. 16:14; Openb. 19:19.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij καί (kai), ‘en’, en bij αὐτῶν (auton), ‘hun’.

Wij volgen de SBLGNT.

9En zij trokken op over de breedte van de aarde en omsingelden het legerkamp van de heiligen en de geliefde stad. En vuur kwam uit de hemel neer en verslond hen.
καὶ
(kai)
en
ἀνέβησαν
(anebesan)
trokken op
ἐπὶ
(epi)
over
τὸ
(to)
de
πλάτος
(platos)
breedte
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
ἐκύκλευσαν
(ekykleusan)
omsingelden
τὴν
(ten)
het
παρεμβολὴν
(parembolen)
legerkamp
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
τὴν
(ten)
de
ἠγαπημένην
(egapemenen)
geliefde
καὶ
(kai)
en
κατέβη
(katebe)
kwam neer
πῦρ
(pyr)
vuur
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καὶ
(kai)
en
κατέφαγεν
(katephagen)
verslond
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλάτος (platos), ‘breedte’: over heel het oppervlak van de aarde. παρεμβολή (parembole), ‘legerkamp’.

‘De geliefde stad’ (ἡ πόλις ἡ ἠγαπημένη): het Grieks noemt de stad niet bij naam; vergelijk ‘de heilige stad’ in 11:2 en 21:2.

‘Vuur kwam neer uit de hemel’ en verslond hen: vergelijk Ezech. 38:22 en Ezech. 39:6, en 2 Kon. 1:10.

Zie ook Ezech. 38:22; Ezech. 39:6; 2 Kon. 1:10; Openb. 11:2; Openb. 21:2.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ἐκύκλευσαν (ekykleusan), ‘omsingelden’, en bij de woorden ἐκ τοῦ οὐρανοῦ (ek tou ouranou), ‘uit de hemel’.

Wij volgen de SBLGNT.

De duivel in het meer van vuur

10En de duivel, die hen misleidde, werd geworpen in het meer van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn. En zij zullen dag en nacht gekweld worden tot in de eeuwen van de eeuwen.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
διάβολος
(diabolos)
duivel
ὁ
(ho)
die
πλανῶν
(planon)
misleidde
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐβλήθη
(eblethe)
werd geworpen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
λίμνην
(limnen)
meer
τοῦ
(tou)
van het
πυρὸς
(pyros)
vuur
καὶ
(kai)
en
θείου
(theiou)
zwavel
ὅπου
(hopou)
waar
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ψευδοπροφήτης
(pseudoprophetes)
valse profeet
καὶ
(kai)
en
βασανισθήσονται
(basanisthesontai)
zullen gekweld worden
ἡμέρας
(hemeras)
dag
καὶ
(kai)
en
νυκτὸς
(nyktos)
nacht
εἰς
(eis)
tot in
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

λίμνη τοῦ πυρὸς καὶ θείου (limne tou pyros kai theiou), ‘het meer van vuur en zwavel’: zie 19:20. βασανίζω (basanizo), ‘kwellen’: zoals in 14:10–11.

Het Grieks heeft bij ‘het beest en de valse profeet’ geen werkwoord; wij vullen ‘zijn’ aan.

‘Zullen gekweld worden’ staat in het meervoud: de duivel, het beest en de valse profeet.

Zie ook Openb. 14:10; Openb. 14:11; Openb. 19:20.

De grote witte troon en het oordeel over de doden

11En ik zag een grote witte troon en Hem die erop zit, van wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en er werd voor hen geen plaats gevonden.
Καὶ
(Kai)
En
εἶδον
(eidon)
ik zag
θρόνον
(thronon)
troon
μέγαν
(megan)
grote
λευκὸν
(leukon)
witte
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
Hem die
καθήμενον
(kathemenon)
zit
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτοῦ
(autou)
hem
οὗ
(hou)
van wie
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
προσώπου
(prosopou)
aangezicht
ἔφυγεν
(ephygen)
vluchtte
ἡ
(he)
de
γῆ
(ge)
aarde
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
οὐρανός
(ouranos)
hemel
καὶ
(kai)
en
τόπος
(topos)
plaats
οὐχ
(ouch)
niet
εὑρέθη
(heurethe)
werd gevonden
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Hem die erop zit’: het Grieks noemt Hem niet bij naam; vergelijk ‘Hij die op de troon zit’ in 4:2–3 en 5:1. ἔφυγεν (efygen), ‘vluchtte’: het werkwoord staat in het enkelvoud bij twee onderwerpen, ‘de aarde en de hemel’; wij vertalen het meervoud.

Vergelijk 6:14, 16:20 en 21:1.

Zie ook Openb. 4:2; Openb. 6:14; Openb. 16:20; Openb. 21:1.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ἐπ᾽ αὐτοῦ (ep autou), ‘op hem’, en bij het lidwoord τοῦ (tou) vóór ‘aangezicht’.

Wij volgen de SBLGNT.

12En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staan voor de troon. En boeken werden geopend. En een ander boek werd geopend, dat van het leven is. En de doden werden geoordeeld naar wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken.
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
ik zag
τοὺς
(tous)
de
νεκρούς
(nekrous)
doden
τοὺς
(tous)
de
μεγάλους
(megalous)
groten
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
μικρούς
(mikrous)
kleinen
ἑστῶτας
(hestotas)
staande
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
καὶ
(kai)
en
βιβλία
(biblia)
boeken
ἠνοίχθησαν
(enoichthesan)
werden geopend
καὶ
(kai)
en
ἄλλο
(allo)
ander
βιβλίον
(biblion)
boek
ἠνοίχθη
(enoichthe)
werd geopend
ὅ
(ho)
dat
ἐστιν
(estin)
is
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
καὶ
(kai)
en
ἐκρίθησαν
(ekrithesan)
werden geoordeeld
οἱ
(hoi)
de
νεκροὶ
(nekroi)
doden
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
γεγραμμένων
(gegrammenon)
geschreven dingen
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
βιβλίοις
(bibliois)
boeken
κατὰ
(kata)
naar
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Boeken werden geopend’ klinkt als Dan. 7:10. βιβλίον (biblion), ‘boek’: hier meervoud ‘boeken’, daarnaast ‘een ander boek’, het boek van het leven (zie 3:5, 13:8, 17:8). ἔργα (erga), ‘werken’: het oordeel is ‘naar hun werken’; vergelijk Ps. 62:13, Jer. 17:10, Spr. 24:12 en Rom. 2:6.

Zie ook Dan. 7:10; Ps. 62:13; Jer. 17:10; Spr. 24:12; Rom. 2:6; Openb. 3:5; Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 22:12.

13En de zee gaf de doden die erin waren. En de dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren. En zij werden geoordeeld, ieder naar zijn werken.
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
ἡ
(he)
de
θάλασσα
(thalassa)
zee
τοὺς
(tous)
de
νεκροὺς
(nekrous)
doden
τοὺς
(tous)
die
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
θάνατος
(thanatos)
dood
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
ᾅδης
(hades)
dodenrijk
ἔδωκαν
(edokan)
gaven
τοὺς
(tous)
de
νεκροὺς
(nekrous)
doden
τοὺς
(tous)
die
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
καὶ
(kai)
en
ἐκρίθησαν
(ekrithesan)
werden geoordeeld
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
κατὰ
(kata)
naar
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

ᾅδης (hades), ‘dodenrijk’: de plaats van de doden, het Hebreeuwse Sheol.

‘De dood en het dodenrijk’ staan ook samen in 1:18 en 6:8.

Het Grieks heeft ‘de zee … de doden die in haar waren’: ook zij die in zee omkwamen.

Zie ook Openb. 1:18; Openb. 6:8.

14En de dood en het dodenrijk werden geworpen in het meer van vuur. Dit is de tweede dood: het meer van vuur.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
θάνατος
(thanatos)
dood
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
ᾅδης
(hades)
dodenrijk
ἐβλήθησαν
(eblethesan)
werden geworpen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
λίμνην
(limnen)
meer
τοῦ
(tou)
van het
πυρός
(pyros)
vuur
οὗτος
(houtos)
dit
ὁ
(ho)
de
θάνατος
(thanatos)
dood
ὁ
(ho)
de
δεύτερός
(deuteros)
tweede
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
λίμνη
(limne)
meer
τοῦ
(tou)
van het
πυρός
(pyros)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Dit is de tweede dood: het meer van vuur’: zie 2:11, 20:6 en 21:8.

Zie ook Openb. 2:11; Openb. 20:6; Openb. 21:8.

Lezing

De SBLGNT markeert hier de woorden θάνατος … δεύτερός (thanatos … deuteros), ‘dood … tweede’, als variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek van het leven, werd hij geworpen in het meer van vuur.
καὶ
(kai)
en
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
οὐχ
(ouch)
niet
εὑρέθη
(heurethe)
werd gevonden
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
βίβλῳ
(biblo)
boek
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
γεγραμμένος
(gegrammenos)
geschreven
ἐβλήθη
(eblethe)
werd geworpen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
λίμνην
(limnen)
meer
τοῦ
(tou)
van het
πυρός
(pyros)
vuur
Bron: SBLGNT
Uitleg

βίβλος (biblos), ‘boek’: hier hetzelfde ‘boek van het leven’ als in vers 12.

Vergelijk Exod. 32:32; Ps. 69:29; Dan. 12:1.

Zie ook Exod. 32:32; Ps. 69:29; Dan. 12:1; Openb. 3:5; Openb. 13:8; Openb. 17:8; Openb. 21:27.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden τῇ βίβλῳ (te biblo), ‘het boek’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.