Elohim Bijbel

1 Korintiërs 11

12345678910111213141516

Het hoofd en de bedekking, verdeeldheid bij de maaltijd en de instelling van het avondmaal van de Heer

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Navolgers van de Messias

1Wees mijn navolgers, zoals ook ik van de Messias ben.
μιμηταί
(mimetai)
navolgers
μου
(mou)
van mij
γίνεσθε
(ginesthe)
wees
καθὼς
(kathos)
zoals
κἀγὼ
(kago)
ook ik
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

μιμητής (mimetes), ‘navolger’.

Het vers sluit aan op 10:33: Paulus zoekt niet zijn eigen voordeel, en volgt daarin de Messias.

Zie ook 1 Kor. 4:16; Fil. 3:17.

Het hoofd en de bedekking bij gebed en profetie

2Ik prijs jullie dat jullie in alles aan mij denken en de overleveringen vasthouden zoals ik ze aan jullie heb doorgegeven.
Ἐπαινῶ
(Epaino)
prijs ik
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πάντα
(panta)
in alles
μου
(mou)
mij
μέμνησθε
(memnesthe)
gedenken jullie
καὶ
(kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
παρέδωκα
(paredoka)
ik doorgaf
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
τὰς
(tas)
de
παραδόσεις
(paradoseis)
overleveringen
κατέχετε
(katechete)
houden jullie vast
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπαινέω (epaineo), ‘prijzen’. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: wat doorgegeven is, zoals onderricht en gewoonten; hetzelfde werkwoord παραδίδωμι (paradidomi), ‘doorgeven’, staat in vers 23.

Zie ook 2 Tess. 2:15.

3Ik wil dat jullie weten dat de Messias het hoofd is van ieder man, de man het hoofd van de vrouw, en Elohim het hoofd van de Messias.
θέλω
(thelo)
wil ik
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
εἰδέναι
(eidenai)
weten
ὅτι
(hoti)
dat
παντὸς
(pantos)
van ieder
ἀνδρὸς
(andros)
man
ἡ
(he)
het
κεφαλὴ
(kephale)
hoofd
ὁ
(ho)
de
Χριστός
(Christos)
Messias
ἐστιν
(estin)
is
κεφαλὴ
(kephale)
hoofd
δὲ
(de)
maar
γυναικὸς
(gynaikos)
van de vrouw
ὁ
(ho)
de
ἀνήρ
(aner)
man
κεφαλὴ
(kephale)
hoofd
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

κεφαλή (kefale), ‘hoofd’: het Griekse woord kan figuurlijk ook ‘bron, oorsprong’ betekenen en ‘leider, gezagsdrager’; wij houden ‘hoofd’ en laten de betekenis open. ἀνήρ (aner), ‘man’, en γυνή (gyne), ‘vrouw’: beide woorden betekenen ook ‘echtgenoot’ en ‘echtgenote’; in dit hoofdstuk kan het gaan om vrouwen en mannen in het algemeen of om echtparen.

Het Grieks heeft alleen in het eerste deel een werkwoord (ἐστίν); in ‘de man het hoofd van de vrouw’ en ‘Elohim het hoofd van de Messias’ laten wij het, net als het Grieks, weg.

Zie ook 1 Kor. 15:27–28; Gal. 3:28.

4Iedere man die bidt of profeteert terwijl hij iets over het hoofd heeft, maakt zijn hoofd te schande.
πᾶς
(pas)
ieder
ἀνὴρ
(aner)
man
προσευχόμενος
(proseuchomenos)
biddend
ἢ
(e)
of
προφητεύων
(propheteuon)
profeterend
κατὰ
(kata)
naar beneden
κεφαλῆς
(kephales)
van het hoofd
ἔχων
(echon)
hebbend
καταισχύνει
(kataischynei)
maakt te schande
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
αὐτοῦ
(autou)
van hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσεύχομαι (proseuchomai), ‘bidden’; προφητεύω (profeteuo), ‘profeteren’. κατὰ κεφαλῆς ἔχων (kata kefales echon), ‘iets over het hoofd hebbend’: het Grieks noemt niet wat dat is; wij vullen ‘iets’ aan. καταισχύνω (kataischyno), ‘te schande maken’.

‘Zijn hoofd’ kan het lichaamsdeel zijn of, volgens vers 3, degene die zijn hoofd is, de Messias; het Grieks laat dat open.

Zie ook1 Kor 11:3
5Maar iedere vrouw die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, maakt haar hoofd te schande. Want het is één en hetzelfde als een kaalgeschoren vrouw.
πᾶσα
(pasa)
iedere
δὲ
(de)
maar
γυνὴ
(gyne)
vrouw
προσευχομένη
(proseuchomene)
biddend
ἢ
(e)
of
προφητεύουσα
(propheteuousa)
profeterend
ἀκατακαλύπτῳ
(akatakalypto)
met onbedekt
τῇ
(te)
het
κεφαλῇ
(kephale)
hoofd
καταισχύνει
(kataischynei)
maakt te schande
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
αὐτῆς
(autes)
van haar
ἓν
(hen)
één
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
τῇ
(te)
met de
ἐξυρημένῃ
(exyremene)
kaalgeschoren vrouw
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀκατακάλυπτος (akatakalyptos), ‘onbedekt’.

Het Grieks noemt niet waarmee het hoofd bedekt wordt: een doek, een sluier of het haar zelf (zie vers 15). ἐξυρημένη (exyremene), ‘kaalgeschoren (vrouw)’: een vrouw bij wie het haar is afgeschoren.

Vrouwen die bidden en profeteren in de samenkomst: Paulus gaat ervan uit dat dit gebeurt.

Zie ook Hand. 21:9.

6Want als een vrouw zich niet bedekt, laat ze zich dan ook knippen. Maar als het voor een vrouw schandelijk is zich te laten knippen of zich te laten scheren, laat ze zich dan bedekken.
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
οὐ
(ou)
niet
κατακαλύπτεται
(katakalyptetai)
bedekt zich
γυνή
(gyne)
vrouw
καὶ
(kai)
ook
κειράσθω
(keirastho)
laat ze zich knippen
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
αἰσχρὸν
(aischron)
schandelijk
γυναικὶ
(gynaiki)
voor een vrouw
τὸ
(to)
het
κείρασθαι
(keirasthai)
zich te laten knippen
ἢ
(e)
of
ξυρᾶσθαι
(xyrasthai)
zich te laten scheren
κατακαλυπτέσθω
(katakalyptestho)
laat ze zich bedekken
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατακαλύπτω (katakalypto), ‘bedekken’; de vorm hier is ‘zich bedekken’. κείρω (keiro), ‘scheren, knippen’: het haar kort maken; ξυράομαι (xyraomai), ‘zich laten scheren’: kaal scheren.

7Want een man behoort zijn hoofd niet te bedekken, omdat hij beeld en heerlijkheid van Elohim is. Maar de vrouw is de heerlijkheid van de man.
ἀνὴρ
(aner)
man
μὲν
(men)
wel
γὰρ
(gar)
want
οὐκ
(ouk)
niet
ὀφείλει
(opheilei)
behoort
κατακαλύπτεσθαι
(katakalyptesthai)
zich te bedekken
τὴν
(ten)
het
κεφαλήν
(kephalen)
hoofd
εἰκὼν
(eikon)
beeld
καὶ
(kai)
en
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
δὲ
(de)
maar
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
ἀνδρός
(andros)
van de man
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰκών (eikon), ‘beeld’; δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’: ook ‘eer’.

Paulus verwijst naar de schepping van de mens; ons Genesis zegt in Gen. 1:27 dat Elohim de mens naar Zijn beeld schiep en ‘hen’ mannelijk en vrouwelijk schiep. ὀφείλω (ofeilo), ‘behoren, verplicht zijn’.

Zie ook Gen. 1:26–27.

8Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man.
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
ἀνὴρ
(aner)
man
ἐκ
(ek)
uit
γυναικός
(gynaikos)
vrouw
ἀλλὰ
(alla)
maar
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἐξ
(ex)
uit
ἀνδρός
(andros)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus verwijst naar de schepping van de vrouw uit de man.

In ons Genesis bouwt Yahweh Elohim de vrouw uit de rib die Hij uit Adam genomen had, en Adam zegt: ‘uit de man is zij genomen’.

Zie ook Gen. 2:22–23.

9Want de man is ook niet geschapen omwille van de vrouw, maar de vrouw omwille van de man.
καὶ
(kai)
ook
γὰρ
(gar)
want
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκτίσθη
(ektisthe)
werd geschapen
ἀνὴρ
(aner)
man
διὰ
(dia)
omwille van
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἀλλὰ
(alla)
maar
γυνὴ
(gyne)
vrouw
διὰ
(dia)
omwille van
τὸν
(ton)
de
ἄνδρα
(andra)
man
Bron: SBLGNT
Uitleg

κτίζω (ktizo), ‘scheppen’.

Ook hier verwijst Paulus naar Genesis 2.

Zie ook Gen. 2:18; Gen. 2:22.

10Daarom behoort de vrouw gezag op het hoofd te hebben, omwille van de engelen.
διὰ
(dia)
omwille van
τοῦτο
(touto)
dit
ὀφείλει
(opheilei)
behoort
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ἔχειν
(echein)
te hebben
ἐπὶ
(epi)
op
τῆς
(tes)
het
κεφαλῆς
(kephales)
hoofd
διὰ
(dia)
omwille van
τοὺς
(tous)
de
ἀγγέλους
(angelous)
engelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: het woord betekent ook ‘macht, bevoegdheid, vrijheid, recht’ (zie 1 Kor. 9:4, waar wij ‘recht’ schrijven).

Wat het hier bedoelt, wordt verschillend gelezen: een teken van gezag op haar hoofd (de bedekking), of gezag dat zijzelf heeft.

Wij vertalen ‘gezag’ en kiezen geen van de lezingen.

Wij kiezen per geval de weergave die bij de samenhang past: ‘recht’ bij een bevoegdheid (9:4), ‘zeggenschap’ in 7:37, ‘gezag’ bij macht over iets of iemand.

‘Omwille van de engelen’: het Grieks zegt niet welke engelen worden bedoeld of waarom.

Zie ook1 Kor 9:4
11Echter, in de Heer is de vrouw niet zonder de man en de man niet zonder de vrouw.
πλὴν
(plen)
echter
οὔτε
(oute)
noch
γυνὴ
(gyne)
vrouw
χωρὶς
(choris)
zonder
ἀνδρὸς
(andros)
man
οὔτε
(oute)
noch
ἀνὴρ
(aner)
man
χωρὶς
(choris)
zonder
γυναικὸς
(gynaikos)
vrouw
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλήν (plen), ‘echter, toch’: Paulus zet een tegenwicht tegenover de verzen 8–10. ἐν κυρίῳ (en kyrio), ‘in de Heer’: de Heer is Yeshua.

Zie ook Gal. 3:28.

Zie ookGal 3:28
12Want zoals de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de vrouw. En alles is uit Elohim.
ὥσπερ
(hosper)
zoals
γὰρ
(gar)
want
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
ἀνδρός
(andros)
man
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
ἀνὴρ
(aner)
man
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
γυναικός
(gynaikos)
vrouw
τὰ
(ta)
het
δὲ
(de)
maar
πάντα
(panta)
alles
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκ (ek), ‘uit’; διά (dia), ‘door’.

‘Door de vrouw’: de man wordt geboren uit een vrouw.

‘Alles is uit Elohim’: zie ook 1 Kor. 8:6.

Zie ook 1 Kor. 8:6.

Zie ook1 Kor 8:6
13Oordeel bij jullie zelf: is het gepast dat een vrouw onbedekt tot Elohim bidt?
ἐν
(en)
bij
ὑμῖν
(hymin)
jullie
αὐτοῖς
(autois)
zelf
κρίνατε
(krinate)
oordeelt
πρέπον
(prepon)
gepast
ἐστὶν
(estin)
is het
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἀκατακάλυπτον
(akatakalypton)
onbedekt
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
προσεύχεσθαι
(proseuchesthai)
te bidden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίνω (krino), ‘oordelen’: beoordelen. πρέπον (prepon), ‘gepast, passend’.

14Leert niet eens de natuur zelf jullie dat het voor een man een schande is als hij lang haar draagt,
οὐδὲ
(oude)
niet eens
ἡ
(he)
de
φύσις
(physis)
natuur
αὐτὴ
(aute)
zelf
διδάσκει
(didaskei)
leert
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἀνὴρ
(aner)
man
μὲν
(men)
wel
ἐὰν
(ean)
als
κομᾷ
(koma)
lang haar draagt
ἀτιμία
(atimia)
schande
αὐτῷ
(auto)
voor hem
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

φύσις (fysis), ‘natuur’: wat van nature of gewoonlijk zo is. κομάω (komao), ‘lang haar dragen’. ἀτιμία (atimia), ‘schande, oneer’.

De vraag uit vers 14 loopt door in vers 15.

15maar dat het voor een vrouw, als zij lang haar draagt, haar heerlijkheid is? Want de haardos is haar als omhulsel gegeven.
γυνὴ
(gyne)
vrouw
δὲ
(de)
maar
ἐὰν
(ean)
als
κομᾷ
(koma)
lang haar draagt
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
αὐτῇ
(aute)
voor haar
ἐστιν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
want
ἡ
(he)
de
κόμη
(kome)
haardos
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
περιβολαίου
(peribolaiou)
omhulsel
δέδοται
(dedotai)
is gegeven
Bron: SBLGNT
Uitleg

κόμη (kome), ‘haardos’. περιβόλαιον (peribolaion), ‘omhulsel’: een mantel of doek die om iets heen wordt geslagen. ἀντί (anti), ‘in plaats van, als’. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’, zoals in vers 7.

Het vers laat het verschil met een bedekking in vers 5–6 open: het haar kan zelf de bedekking zijn, of een teken ervan.

16Maar als iemand meent twistziek te zijn: wij hebben zulk een gewoonte niet, en de gemeenten van Elohim ook niet.
εἰ
(ei)
als
δέ
(de)
maar
τις
(tis)
iemand
δοκεῖ
(dokei)
meent
φιλόνεικος
(philoneikos)
twistziek
εἶναι
(einai)
te zijn
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
τοιαύτην
(toiauten)
zulk een
συνήθειαν
(synetheian)
gewoonte
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχομεν
(echomen)
hebben
οὐδὲ
(oude)
ook niet
αἱ
(hai)
de
ἐκκλησίαι
(ekklesiai)
gemeenten
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

φιλόνεικος (filoneikos), ‘twistziek, twistgraag’. συνήθεια (syntheia), ‘gewoonte’: ook ‘omgang, gebruik’.

Het Grieks laat open of ‘zo’n gewoonte’ het twisten bedoelt of de gewoonte dat vrouwen onbedekt bidden.

Verdeeldheid bij het avondmaal van de Heer

17Maar nu ik dit gebied, prijs ik jullie niet, omdat jullie niet tot het betere samenkomen, maar tot het mindere.
Τοῦτο
(Touto)
dit
δὲ
(de)
maar
παραγγέλλων
(parangellon)
gebiedend
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπαινῶ
(epaino)
prijs ik
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
κρεῖσσον
(kreisson)
betere
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ἧσσον
(hesson)
mindere
συνέρχεσθε
(synerchesthe)
komen jullie samen
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραγγέλλω (parangello), ‘gebieden’: ook ‘opdragen, een bevel geven’; zie 1 Kor. 7:10.

Het Griekse ‘dit’ kan wijzen op wat voorafgaat (verzen 2–16) of op wat volgt (verzen 17–34). κρεῖσσον (kreisson), ‘beter’; ἧσσον (hesson), ‘minder’.

Zie ook1 Kor 7:10
18Want in de eerste plaats hoor ik dat er scheuringen onder jullie zijn wanneer jullie in de gemeente samenkomen. En voor een deel geloof ik het.
πρῶτον
(proton)
eerst
μὲν
(men)
wel
γὰρ
(gar)
want
συνερχομένων
(synerchomenon)
samenkomend
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐν
(en)
in
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
ἀκούω
(akouo)
hoor ik
σχίσματα
(schismata)
scheuringen
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὑπάρχειν
(hyparchein)
zijn
καὶ
(kai)
en
μέρος
(meros)
deel
τι
(ti)
een
πιστεύω
(pisteuo)
geloof ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

σχίσμα (schisma), ‘scheuring’, zoals in 1 Kor. 1:10. ἐν ἐκκλησίᾳ (en ekklesia), ‘in de gemeente’: ἐκκλησία betekent hier de bijeenkomst van de gemeente. μέρος τι (meros ti), ‘voor een deel’.

Zie ook 1 Kor. 1:10.

Zie ook1 Kor 1:10
19Want er moeten ook partijschappen onder jullie zijn, opdat ook de goedgekeurden onder jullie openbaar worden.
δεῖ
(dei)
moet
γὰρ
(gar)
want
καὶ
(kai)
ook
αἱρέσεις
(haireseis)
partijschappen
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
εἶναι
(einai)
zijn
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
δόκιμοι
(dokimoi)
goedgekeurden
φανεροὶ
(phaneroi)
openbaar
γένωνται
(genontai)
worden
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἵρεσις (hairesis), ‘partij, richting’: een groep die zich afscheidt; in Gal. 5:20 ‘partijschappen’. δόκιμος (dokimos), ‘goedgekeurd’: wie de toets heeft doorstaan; het tegenovergestelde ἀδόκιμος, ‘afgekeurd’, staat in 1 Kor. 9:27. φανερός (faneros), ‘openbaar’.

Zie ook Gal. 5:20.

20Als jullie dus samenkomen, is het niet het avondmaal van de Heer dat jullie eten.
συνερχομένων
(synerchomenon)
samenkomend
οὖν
(oun)
dus
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
αὐτὸ
(auto)
zelfde
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is het
κυριακὸν
(kyriakon)
van de Heer
δεῖπνον
(deipnon)
avondmaal
φαγεῖν
(phagein)
te eten
Bron: SBLGNT
Uitleg

κυριακὸν δεῖπνον (kyriakon deipnon), ‘avondmaal van de Heer’: κυριακός (kyriakos) betekent ‘van de Heer’, δεῖπνον (deipnon) ‘avondmaal, hoofdmaaltijd’. ἐπὶ τὸ αὐτό (epi to auto), ‘samen, bijeen’.

In vers 21 heeft δεῖπνον de gewone betekenis ‘maaltijd’.

De zin kan ook gelezen worden als ‘dan is het niet mogelijk het avondmaal van de Heer te eten’.

21Want bij het eten neemt ieder zijn eigen maaltijd vooraf: de een heeft honger, de ander is dronken.
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
γὰρ
(gar)
want
τὸ
(to)
het
ἴδιον
(idion)
eigen
δεῖπνον
(deipnon)
maaltijd
προλαμβάνει
(prolambanei)
neemt vooraf
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
φαγεῖν
(phagein)
eten
καὶ
(kai)
en
ὃς
(hos)
de een
μὲν
(men)
wel
πεινᾷ
(peina)
heeft honger
ὃς
(hos)
de ander
δὲ
(de)
maar
μεθύει
(methyei)
is dronken
Bron: SBLGNT
Uitleg

προλαμβάνω (prolambano), ‘vooraf nemen’: zijn eigen maaltijd nemen voordat de anderen er zijn of zonder te delen. πεινάω (peinao), ‘honger hebben’; μεθύω (methyo), ‘dronken zijn’.

22Hebben jullie dan geen huizen om te eten en te drinken? Of minachten jullie de gemeente van Elohim en maken jullie hen te schande die niets hebben? Wat zal ik tegen jullie zeggen? Zal ik jullie prijzen? Hierin prijs ik jullie niet.
μὴ
(me)
niet
γὰρ
(gar)
want
οἰκίας
(oikias)
huizen
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
εἰς
(eis)
om
τὸ
(to)
te
ἐσθίειν
(esthiein)
eten
καὶ
(kai)
en
πίνειν
(pinein)
te drinken
ἢ
(e)
of
τῆς
(tes)
de
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeente
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καταφρονεῖτε
(kataphroneite)
minachten jullie
καὶ
(kai)
en
καταισχύνετε
(kataischynete)
maken te schande
τοὺς
(tous)
hen
μὴ
(me)
die niet
ἔχοντας
(echontas)
hebben
τί
(ti)
wat
εἴπω
(eipo)
zal ik zeggen
ὑμῖν
(hymin)
tegen jullie
ἐπαινέσω
(epaineso)
zal ik prijzen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπαινῶ
(epaino)
prijs ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

οἰκία (oikia), ‘huis’. καταφρονέω (katafroneo), ‘minachten’.

Het Grieks heeft ‘hen die niet hebben’ zonder voorwerp; wij vullen ‘niets’ aan. καταισχύνω (kataischyno), ‘te schande maken’, zoals in vers 4.

De vragen zijn retorisch.

Zie ook1 Kor 11:4

Wat de Heer Zelf heeft doorgegeven

23Want ik heb van de Heer ontvangen wat ik ook aan jullie heb doorgegeven. In de nacht waarin de Heer Yeshua werd overgeleverd, nam Hij brood.
Ἐγὼ
(Ego)
ik
γὰρ
(gar)
want
παρέλαβον
(parelabon)
ontving
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ὃ
(ho)
wat
καὶ
(kai)
ook
παρέδωκα
(paredoka)
ik doorgaf
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
νυκτὶ
(nykti)
nacht
ᾗ
(he)
waarin
παρεδίδετο
(paredideto)
werd overgeleverd
ἔλαβεν
(elaben)
nam
ἄρτον
(arton)
brood
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραλαμβάνω (paralambano), ‘ontvangen’; παραδίδωμι (paradidomi), ‘doorgeven’ en ook ‘overleveren, uitleveren’: hetzelfde werkwoord staat bij ‘werd overgeleverd’ en kan ook ‘verraden’ betekenen. ἀπὸ τοῦ κυρίου (apo tou kyriou), ‘van de Heer’: de Heer is Yeshua.

Het Grieks heeft ‘dat de Heer Yeshua in de nacht … brood nam’ als bijzin; wij maken er twee zinnen van.

De verzen 23–25 geven de instelling van het avondmaal; de woorden van Yeshua staan rood.

Zie ook Matt. 26:26–29; Mark. 14:22–25; Luc. 22:19–20.

24Hij dankte, brak het en zei: „Dit is Mijn lichaam, dat voor jullie is. Doe dit tot Mijn gedachtenis.”
καὶ
(kai)
en
εὐχαριστήσας
(eucharistesas)
dankend
ἔκλασεν
(eklasen)
brak
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Τοῦτό
(Touto)
dit
μού
(mou)
Mijn
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τὸ
(to)
dat
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τοῦτο
(touto)
dit
ποιεῖτε
(poieite)
doe
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ἐμὴν
(emen)
Mijn
ἀνάμνησιν
(anamnesin)
gedachtenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐχαριστέω (eucharisteo), ‘danken’. κλάω (klao), ‘breken’.

Het Grieks heeft bij ‘brak’ geen voorwerp; wij vullen ‘het’ aan.

Het Grieks heeft bij ‘dat voor jullie is’ geen werkwoord; Luc. 22:19 heeft ‘dat voor jullie wordt gegeven’. ἀνάμνησις (anamnesis), ‘gedachtenis’: herinnering. ποιεῖτε (poieite), ‘doe’: de Griekse vorm is een gebod aan allen, ‘doe dit’.

Zie ook Matt. 26:26; Mark. 14:22; Luc. 22:19.

25Op dezelfde manier nam Hij na de maaltijd ook de beker. Hij zei: „Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dit, zo vaak als jullie drinken, tot Mijn gedachtenis.”
ὡσαύτως
(hosautos)
op dezelfde manier
καὶ
(kai)
ook
τὸ
(to)
de
ποτήριον
(poterion)
beker
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
δειπνῆσαι
(deipnesai)
maaltijd eten
λέγων
(legon)
zeggend
Τοῦτο
(Touto)
deze
τὸ
(to)
de
ποτήριον
(poterion)
beker
ἡ
(he)
het
καινὴ
(kaine)
nieuwe
διαθήκη
(diatheke)
verbond
ἐστὶν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
ἐμῷ
(emo)
Mijn
αἵματι
(haimati)
bloed
τοῦτο
(touto)
dit
ποιεῖτε
(poieite)
doe
ὁσάκις
(hosakis)
zo vaak als
ἐὰν
(ean)
ook
πίνητε
(pinete)
jullie drinken
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ἐμὴν
(emen)
Mijn
ἀνάμνησιν
(anamnesin)
gedachtenis
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὡσαύτως (hosautos), ‘op dezelfde manier’. δειπνέω (deipneo), ‘het avondmaal eten, de maaltijd houden’.

Het Grieks heeft geen werkwoord bij ‘de beker’; wij vullen ‘nam Hij’ aan uit vers 23. καινὴ διαθήκη (kaine diatheke), ‘nieuw verbond’: διαθήκη betekent ‘verbond’; het woord klinkt aan op Jer. 31:31, waar ons Hebreeuws ‘een nieuw verbond’ heeft, en op Exod. 24:8, ‘het bloed van het verbond’. ὁσάκις ἐὰν πίνητε (hosakis ean pinete), ‘zo vaak als jullie drinken’.

Zie ook Jer. 31:31; Exod. 24:8; Matt. 26:28; Mark. 14:24; Luc. 22:20.

26Want zo vaak als jullie dit brood eten en de beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.
ὁσάκις
(hosakis)
zo vaak als
γὰρ
(gar)
want
ἐὰν
(ean)
ook
ἐσθίητε
(esthiete)
jullie eten
τὸν
(ton)
het
ἄρτον
(arton)
brood
τοῦτον
(touton)
dit
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ποτήριον
(poterion)
beker
πίνητε
(pinete)
jullie drinken
τὸν
(ton)
de
θάνατον
(thanaton)
dood
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
καταγγέλλετε
(katangellete)
verkondigen jullie
ἄχρι
(achri)
totdat
οὗ
(hou)
wanneer
ἔλθῃ
(elthe)
Hij komt
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers geeft de woorden van Paulus zelf; de aanhaling van Yeshua eindigt bij vers 25. καταγγέλλω (katangello), ‘verkondigen’. ἄχρι οὗ ἔλθῃ (achri hou elthe), ‘totdat Hij komt’: de komst van de Heer.

Zie ook Matt. 26:29.

Onwaardig eten en drinken

27Daarom: wie onwaardig het brood eet of de beker van de Heer drinkt, zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed van de Heer.
Ὥστε
(Hoste)
daarom
ὃς
(hos)
wie
ἂν
(an)
ook
ἐσθίῃ
(esthie)
eet
τὸν
(ton)
het
ἄρτον
(arton)
brood
ἢ
(e)
of
πίνῃ
(pine)
drinkt
τὸ
(to)
de
ποτήριον
(poterion)
beker
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἀναξίως
(anaxios)
onwaardig
ἔνοχος
(enochos)
schuldig
ἔσται
(estai)
zal zijn
τοῦ
(tou)
aan het
σώματος
(somatos)
lichaam
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
aan het
αἵματος
(haimatos)
bloed
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναξίως (anaxios), ‘onwaardig’: op een manier die het maal onwaardig is. ἔνοχος (enochos), ‘schuldig aan’: aansprakelijk voor.

28Laat een mens zichzelf toetsen en zo eten van het brood en drinken uit de beker.
δοκιμαζέτω
(dokimazeto)
laat toetsen
δὲ
(de)
maar
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
ἑαυτόν
(heauton)
zichzelf
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
het
ἄρτου
(artou)
brood
ἐσθιέτω
(esthieto)
eten
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
ποτηρίου
(poteriou)
beker
πινέτω
(pineto)
drinken
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: beproeven en goedkeuren; verwant met δόκιμος in vers 19.

29Want wie eet en drinkt, eet en drinkt een oordeel over zichzelf, als hij het lichaam niet onderscheidt.
ὁ
(ho)
die
γὰρ
(gar)
want
ἐσθίων
(esthion)
eet
καὶ
(kai)
en
πίνων
(pinon)
drinkt
κρίμα
(krima)
oordeel
ἑαυτῷ
(heauto)
over zichzelf
ἐσθίει
(esthiei)
eet
καὶ
(kai)
en
πίνει
(pinei)
drinkt
μὴ
(me)
niet
διακρίνων
(diakrinon)
onderscheidend
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίμα (krima), ‘oordeel’: uitspraak van een rechter, hier een veroordeling. διακρίνω (diakrino), ‘onderscheiden’: het verschil zien; hetzelfde werkwoord is ‘beoordelen’ in vers 31 en in 14:29.

Het zelfstandig naamwoord διάκρισις staat in 12:10 (‘onderscheiding’). τὸ σῶμα (to soma), ‘het lichaam’: het lichaam van de Heer (verzen 24 en 27), of de gemeente als lichaam (zie 1 Kor. 10:17; 12:27); het Grieks laat dat open.

Zie ook 1 Kor. 10:17; 1 Kor. 12:27.

30Daarom zijn er onder jullie velen zwak en ziek, en een flink aantal is ontslapen.
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πολλοὶ
(polloi)
velen
ἀσθενεῖς
(astheneis)
zwak
καὶ
(kai)
en
ἄρρωστοι
(arrostoi)
ziek
καὶ
(kai)
en
κοιμῶνται
(koimontai)
zijn ontslapen
ἱκανοί
(hikanoi)
een flink aantal
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσθενής (asthenes), ‘zwak’; ἄρρωστος (arrostos), ‘ziek’; κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’, letterlijk ‘slapen’: een bekende uitdrukking voor sterven. ἱκανοί (hikanoi), ‘een flink aantal’.

31Maar als wij onszelf beoordeelden, zouden wij niet geoordeeld worden.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἑαυτοὺς
(heautous)
onszelf
διεκρίνομεν
(diekrinomen)
wij beoordeelden
οὐκ
(ouk)
niet
ἂν
(an)
zouden
ἐκρινόμεθα
(ekrinometha)
wij geoordeeld worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

διακρίνω (diakrino) is hier ‘beoordelen’, het werkwoord van vers 29 (‘onderscheiden’) en van 14:29; wij kiezen ‘beoordelen’ omdat ‘onszelf onderscheiden’ in het Nederlands niet duidelijk is. κρίνω (krino), ‘oordelen’.

Het Grieks speelt met beide woorden.

32Maar nu wij geoordeeld worden, worden wij door de Heer opgevoed, opdat wij niet samen met de wereld veroordeeld worden.
κρινόμενοι
(krinomenoi)
geoordeeld wordend
δὲ
(de)
maar
ὑπὸ
(hypo)
door
κυρίου
(kyriou)
de Heer
παιδευόμεθα
(paideuometha)
worden wij opgevoed
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
σὺν
(syn)
samen met
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
κατακριθῶμεν
(katakrithomen)
wij veroordeeld worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden’: onderwijzen en terechtwijzen. κατακρίνω (katakrino), ‘veroordelen’. ὑπὸ κυρίου (hypo kyriou), ‘door de Heer’: Yeshua.

Zie ook Spr. 3:11; Hebr. 12:5–11.

Wacht op elkaar

33Daarom, mijn broers: als jullie samenkomen om te eten, wacht op elkaar.
Ὥστε
(Hoste)
daarom
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
μου
(mou)
mijn
συνερχόμενοι
(synerchomenoi)
samenkomend
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
φαγεῖν
(phagein)
eten
ἀλλήλους
(allelous)
op elkaar
ἐκδέχεσθε
(ekdechesthe)
wacht
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκδέχομαι (ekdechomai), ‘wachten op’: ook ‘opnemen, ontvangen’.

34Als iemand honger heeft, laat hij thuis eten, opdat jullie niet tot een oordeel samenkomen. De overige zaken zal ik regelen wanneer ik kom.
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
πεινᾷ
(peina)
honger heeft
ἐν
(en)
in
οἴκῳ
(oiko)
huis
ἐσθιέτω
(esthieto)
laat hij eten
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
εἰς
(eis)
tot
κρίμα
(krima)
oordeel
συνέρχησθε
(synerchesthe)
jullie samenkomen
Τὰ
(Ta)
de
δὲ
(de)
maar
λοιπὰ
(loipa)
overige
ὡς
(hos)
zodra
ἂν
(an)
ook
ἔλθω
(eltho)
ik kom
διατάξομαι
(diataxomai)
zal ik regelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίμα (krima), ‘oordeel’, zoals in vers 29. διατάσσω (diatasso), ‘regelen’. τὰ λοιπά (ta loipa), ‘de overige zaken’: Paulus noemt niet welke.