Openbaring 22
De rivier van het water van het leven, de boom van het leven, de engel weigert dat Johannes zich neerbuigt, ‘Ik kom spoedig’ en de slotwoorden
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De rivier van het water van het leven
ποταμὸς ὕδατος ζωῆς (potamos hydatos zoes), ‘een rivier van water van leven’: het water van het leven, zoals in 21:6 en 7:17. λαμπρός (lampros), ‘glanzend’; κρύσταλλος (krystallos), ‘kristal’.
De rivier komt uit de troon van Elohim en van het Lam: één troon (zie vers 3).
Vergelijk Ezech. 47:1–12; Zach. 14:8; Gen. 2:10.
Zie ook Gen. 2:10; Ezech. 47:1; Zach. 14:8; Openb. 7:17; Openb. 21:6.
De SBLGNT markeert bij ποταμὸν (potamon), ‘rivier’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Het Grieks is moeilijk te ordenen: ‘in het midden van haar straat, en van de rivier aan deze kant en aan gene kant’.
De boom staat dus ofwel in het midden van de straat, met de rivier aan beide zijden, ofwel aan beide oevers van de rivier.
Wij laten dat zoals het Grieks het laat. ξύλον ζωῆς (xylon zoes), ‘boom van het leven’: ξύλον is eigenlijk ‘hout’ of ‘boom’; zie Gen. 2:9 en Gen. 3:22.
Het Grieks heeft ‘12 vruchten’ en voegt toe dat de boom ‘elke maand’ zijn vrucht oplevert; het zegt niet dat het om 12 soorten gaat. θεραπεία (therapeia), ‘genezing’.
Vergelijk Ezech. 47:12.
Zie ook Gen. 2:9; Gen. 3:22; Ezech. 47:12; Spr. 3:18; Openb. 2:7.
De SBLGNT markeert bij ἀποδιδοῦν (apodidoun), ‘opleverend’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
κατάθεμα (katathema), ‘vervloeking’: iets of iemand die onder de ban valt; vergelijk Zach. 14:11, ‘de ban zal er niet meer zijn’. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’ (met eerbied, als in de eredienst); zie ook 7:15.
‘Zijn knechten’ (δοῦλοι, douloi): zoals in 1:1.
Zie ook Zach. 14:11; Openb. 1:1; Openb. 7:15.
‘Zij zullen Zijn aangezicht zien’: vergelijk Ps. 17:15; Matt. 5:8.
‘Zijn naam op hun voorhoofden’: tegenover het merkteken van het beest (13:16) en het zegel van Elohim (7:3, 14:1).
Zie ook Ps. 17:15; Matt. 5:8; Openb. 3:12; Openb. 7:3; Openb. 13:16; Openb. 14:1.
‘Er zal geen nacht meer zijn’: vergelijk 21:25. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: zoals in 21:23.
‘Zullen regeren tot in de eeuwen van de eeuwen’: vergelijk 20:4–6 en Dan. 7:18.
‘Yahweh Elohim’ (κύριος ὁ θεός, kyrios ho theos): zoals in 21:22.
Zie ook Jes. 60:19; Dan. 7:18; Openb. 20:4; Openb. 21:23; Openb. 21:25.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ἔτι (eti), ‘meer’; de woorden οὐκ ἔχουσιν χρείαν (ouk echousin chreian), ‘niet hebben behoefte’; φωτὸς (fotos), ‘aan licht’; φῶς (fos), ‘licht’ en ἐπ’ (ep), ‘over’.
Wij volgen de SBLGNT.
De slotwoorden: ‘Ik kom spoedig’
‘Deze woorden zijn trouw en waar’: zoals in 21:5.
‘Yahweh Elohim van de geesten van de profeten’ (ὁ κύριος ὁ θεὸς τῶν πνευμάτων τῶν προφητῶν): ‘geesten’ is hier de geesten die de profeten bewogen hebben; vergelijk 1 Kor. 14:32 (‘de geesten van de profeten’).
‘Wat spoedig moet gebeuren’ (ἃ δεῖ γενέσθαι ἐν τάχει): zoals in 1:1.
Het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij laten de engel spreken tot en met vers 6.
Zie ook 1 Kor. 14:32; Openb. 1:1; Openb. 21:5.
De SBLGNT markeert hier varianten bij εἶπέν (eipen), ‘zei’ en ὁ (ho), ‘de’.
Wij volgen de SBLGNT.
Het Grieks geeft niet aan wie spreekt.
De woorden ‘Ik kom spoedig’ zijn in vers 12 en vers 20 van Yeshua; wij zetten ze daarom ook hier in het rood.
‘Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart’: zoals in 1:3. τηρέω (tereo), ‘bewaren’.
Vergelijk 3:11.
Zie ook Openb. 1:3; Openb. 3:11; Openb. 22:12; Openb. 22:20.
De engel weigert dat Johannes zich neerbuigt
‘Ik, Johannes’: zoals in 1:9. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: ook Johannes buigt zich neer; vergelijk 19:10, waar hetzelfde gebeurt.
De engel weigert in vers 9.
Zie ook Openb. 1:9; Openb. 19:10.
ὅρα μή (hora me), ‘doe het niet!’: letterlijk ‘pas op, niet’. σύνδουλος (syndoulos), ‘medeknecht’.
‘Buig je neer voor Elohim’ (τῷ θεῷ προσκύνησον): zoals in 19:10; wij vertalen προσκυνέω hier niet als ‘aanbidden’ maar als ‘zich neerbuigen’.
De engel noemt zich medeknecht van Johannes, van zijn broers, de profeten, en van wie de woorden van dit boek bewaren.
Zie ook Openb. 19:10; Openb. 22:7.
σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’: dit boek wordt niet verzegeld; vergelijk Dan. 12:4 (‘verzegel het boek’) en Openb. 10:4. ὁ καιρὸς ἐγγύς (ho kairos eggus), ‘de tijd is nabij’: zoals in 1:3.
Zie ook Dan. 12:4; Openb. 1:3; Openb. 10:4.
De opdrachten zijn in het Grieks in de gebiedende wijs van de derde persoon: ‘laat hij nog onrecht doen’. ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’; ῥυπαρός (rhyparos), ‘vuil’; δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’; ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’.
Vergelijk Dan. 12:10.
De woorden ‘nog’ (ἔτι, eti) staan bij elk van de vier.
Zie ook Dan. 12:10; Openb. 22:15.
De SBLGNT markeert bij ῥυπαρευθήτω (rhypareutheto), ‘laat vuil worden’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
Yeshua spreekt: ‘Ik kom spoedig’
Vanaf hier spreekt Yeshua zelf: ‘Zie, Ik kom spoedig’ (zie vers 7 en vers 20).
‘Mijn loon is met Mij’: vergelijk Jes. 40:10; Jes. 62:11.
‘Aan ieder te geven zoals zijn werk is’: vergelijk Ps. 62:13; Spr. 24:12; Jer. 17:10; Rom. 2:6 en Openb. 20:12–13.
De aanhaling loopt door in vers 13.
Zie ook Jes. 40:10; Jes. 62:11; Ps. 62:13; Spr. 24:12; Jer. 17:10; Rom. 2:6; Openb. 20:12; Openb. 22:7.
De SBLGNT markeert bij ἐστὶν (estin), ‘is’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
‘Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde’: zie 1:8, 1:17, 2:8 en 21:6.
Vergelijk Jes. 44:6 en Jes. 48:12.
Zie ook Jes. 44:6; Jes. 48:12; Openb. 1:8; Openb. 1:17; Openb. 2:8; Openb. 21:6.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ἡ (he), ‘het’ en τὸ (to), ‘het’.
Wij volgen de SBLGNT.
πλύνω (plyno), ‘wassen’; στολή (stole), ‘gewaad, lang kleed’.
Vergelijk 7:14, waar zij hun gewaden hebben gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. ἐξουσία (exousia), ‘recht, gezag’: het recht op de boom van het leven, zie vers 2.
‘De poorten’: zie 21:12–13, 21:21 en 21:25.
Zie ook Openb. 2:7; Openb. 7:14; Openb. 21:12; Openb. 21:25.
De SBLGNT markeert bij de woorden πλύνοντες τὰς στολὰς αὐτῶν (plynontes tas stolas auton), ‘wassen de gewaden hun’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
κύων (kyon), ‘hond’: een scheldwoord voor wie onrein is; vergelijk Deut. 23:19 en Fil. 3:2.
De opsomming lijkt op 21:8 en 21:27: ‘tovenaars, ontuchtplegers, moordenaars, afgodendienaars’.
‘Een leugen liefhebben en doen’ (φιλῶν καὶ ποιῶν ψεῦδος, filon kai poion pseudos).
Zie ook Deut. 23:19; Fil. 3:2; Openb. 21:8; Openb. 21:27.
Yeshua, de morgenster
‘Ik, Yeshua’: Hij noemt zichzelf bij de naam.
‘De gemeenten’ (ἐκκλησίαι, ekklesiai): de 7 gemeenten van hoofdstuk 2–3. ῥίζα (rhiza), ‘wortel’, en γένος (genos), ‘geslacht’: ‘de wortel en het geslacht van David’; vergelijk 5:5 en Jes. 11:1, 11:10. ἀστὴρ ὁ λαμπρὸς ὁ πρωϊνός (aster ho lampros ho proinos), ‘de stralende morgenster’: vergelijk 2:28 en Num. 24:17.
Zie ook Num. 24:17; Jes. 11:1; Jes. 11:10; Openb. 2:28; Openb. 5:5.
‘De Geest en de bruid’: de bruid is de stad uit 21:2 en 21:9. ἔρχου (erchou), ‘kom’: de oproep richt zich tot Yeshua (vers 20), maar het Grieks zegt niet tot wie.
Het tweede ‘kom’ komt van wie het hoort.
‘Wie dorst heeft … het water van het leven … om niet’: zoals in 21:6.
Vergelijk Jes. 55:1.
Zie ook Jes. 55:1; Openb. 21:2; Openb. 21:6; Openb. 21:9; Openb. 22:20.
Een waarschuwing bij dit boek
Het Grieks zegt niet wie hier spreekt (‘ik getuig’).
Wij nemen Johannes aan, die in vers 8 ook ‘ik’ zei, en zetten de woorden zwart; het kan ook Yeshua zijn, die in vers 20 ‘Hij die dit getuigt’ heet. ἐπιτίθημι (epitithemi), ‘toevoegen, erop leggen’: wie iets toevoegt aan dit boek, krijgt de plagen die erin staan.
Vergelijk Deut. 4:2 en Deut. 13:1 (Hebr. telling; NL 12:32).
Wij vertalen letterlijk.
Zie ook Deut. 4:2; Deut. 13:1.
De SBLGNT markeert bij ἐπιθήσει (epithesei), ‘zal toevoegen’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
ἀφαιρέω (afaireo), ‘wegnemen’.
Het Grieks zegt dat Elohim zijn deel wegneemt ‘van de boom van het leven en uit de heilige stad’, dat is: van de dingen die in dit boek geschreven staan.
Vergelijk Deut. 4:2 en Deut. 13:1 (Hebr. telling; NL 12:32).
Wij vertalen letterlijk.
Zie ook Deut. 4:2; Deut. 13:1; Openb. 22:2; Openb. 22:14.
De SBLGNT markeert bij ἀφελεῖ (afelei), ‘zal wegnemen’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.
‘Ja, Ik kom spoedig’
‘Hij die dit getuigt’ is Yeshua (zie 1:5 en 3:14: ‘de trouwe getuige’).
‘Ja, Ik kom spoedig’ is Zijn antwoord op de oproep van vers 17.
‘Amen, kom, Heer Yeshua’: de woorden van Johannes; vergelijk het Aramese ‘Maranatha’ in 1 Kor. 16:22.
Hier is κύριε (kyrie) ‘Heer’, de aanspreking van Yeshua.
Zie ook 1 Kor. 16:22; Openb. 1:5; Openb. 3:14; Openb. 22:7; Openb. 22:12.
De SBLGNT markeert bij ἔρχου (erchou), ‘kom’ een variant.
Wij volgen de SBLGNT.