Elohim Bijbel

Openbaring 22

12345678910111213141516171819202122

De rivier van het water van het leven, de boom van het leven, de engel weigert dat Johannes zich neerbuigt, ‘Ik kom spoedig’ en de slotwoorden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De rivier van het water van het leven

1En hij toonde mij een rivier van water van het leven, glanzend als kristal, uitgaand van de troon van Elohim en van het Lam.
Καὶ
(Kai)
En
ἔδειξέν
(edeixen)
toonde
μοι
(moi)
mij
ποταμὸν
(potamon)
rivier
ὕδατος
(hydatos)
van water
ζωῆς
(zoes)
van leven
λαμπρὸν
(lampron)
glanzend
ὡς
(hos)
als
κρύσταλλον
(krystallon)
kristal
ἐκπορευόμενον
(ekporeuomenon)
uitgaand
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποταμὸς ὕδατος ζωῆς (potamos hydatos zoes), ‘een rivier van water van leven’: het water van het leven, zoals in 21:6 en 7:17. λαμπρός (lampros), ‘glanzend’; κρύσταλλος (krystallos), ‘kristal’.

De rivier komt uit de troon van Elohim en van het Lam: één troon (zie vers 3).

Vergelijk Ezech. 47:1–12; Zach. 14:8; Gen. 2:10.

Zie ook Gen. 2:10; Ezech. 47:1; Zach. 14:8; Openb. 7:17; Openb. 21:6.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ποταμὸν (potamon), ‘rivier’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

2In het midden van haar straat, en aan deze en gene kant van de rivier, is een boom van het leven, die 12 vruchten voortbrengt en elke maand zijn vrucht oplevert. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de volken.
ἐν
(en)
in
μέσῳ
(meso)
midden
τῆς
(tes)
van de
πλατείας
(plateias)
straat
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van de
ποταμοῦ
(potamou)
rivier
ἐντεῦθεν
(enteuthen)
aan deze kant
καὶ
(kai)
en
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
aan gene kant
ξύλον
(xylon)
boom
ζωῆς
(zoes)
van leven
ποιοῦν
(poioun)
voortbrengend
καρποὺς
(karpous)
vruchten
δώδεκα
(dodeka)
12
κατὰ
(kata)
per
μῆνα
(mena)
maand
ἕκαστον
(hekaston)
elke
ἀποδιδοῦν
(apodidoun)
opleverend
τὸν
(ton)
de
καρπὸν
(karpon)
vrucht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
φύλλα
(phylla)
bladeren
τοῦ
(tou)
van de
ξύλου
(xylou)
boom
εἰς
(eis)
tot
θεραπείαν
(therapeian)
genezing
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks is moeilijk te ordenen: ‘in het midden van haar straat, en van de rivier aan deze kant en aan gene kant’.

De boom staat dus ofwel in het midden van de straat, met de rivier aan beide zijden, ofwel aan beide oevers van de rivier.

Wij laten dat zoals het Grieks het laat. ξύλον ζωῆς (xylon zoes), ‘boom van het leven’: ξύλον is eigenlijk ‘hout’ of ‘boom’; zie Gen. 2:9 en Gen. 3:22.

Het Grieks heeft ‘12 vruchten’ en voegt toe dat de boom ‘elke maand’ zijn vrucht oplevert; het zegt niet dat het om 12 soorten gaat. θεραπεία (therapeia), ‘genezing’.

Vergelijk Ezech. 47:12.

Zie ook Gen. 2:9; Gen. 3:22; Ezech. 47:12; Spr. 3:18; Openb. 2:7.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἀποδιδοῦν (apodidoun), ‘opleverend’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

3En er zal geen vervloeking meer zijn. En de troon van Elohim en van het Lam zal in haar zijn, en Zijn knechten zullen Hem dienen,
καὶ
(kai)
en
πᾶν
(pan)
elke
κατάθεμα
(katathema)
vervloeking
οὐκ
(ouk)
niet
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἔτι
(eti)
meer
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
θρόνος
(thronos)
troon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
ἔσται
(estai)
zal zijn
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
δοῦλοι
(douloi)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
λατρεύσουσιν
(latreusousin)
zullen dienen
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατάθεμα (katathema), ‘vervloeking’: iets of iemand die onder de ban valt; vergelijk Zach. 14:11, ‘de ban zal er niet meer zijn’. λατρεύω (latreuo), ‘dienen’ (met eerbied, als in de eredienst); zie ook 7:15.

‘Zijn knechten’ (δοῦλοι, douloi): zoals in 1:1.

Zie ook Zach. 14:11; Openb. 1:1; Openb. 7:15.

4en zij zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn naam zal op hun voorhoofden zijn.
καὶ
(kai)
en
ὄψονται
(opsontai)
zullen zien
τὸ
(to)
het
πρόσωπον
(prosopon)
aangezicht
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐπὶ
(epi)
op
τῶν
(ton)
de
μετώπων
(metopon)
voorhoofden
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Zij zullen Zijn aangezicht zien’: vergelijk Ps. 17:15; Matt. 5:8.

‘Zijn naam op hun voorhoofden’: tegenover het merkteken van het beest (13:16) en het zegel van Elohim (7:3, 14:1).

Zie ook Ps. 17:15; Matt. 5:8; Openb. 3:12; Openb. 7:3; Openb. 13:16; Openb. 14:1.

5En er zal geen nacht meer zijn, en zij hebben geen licht van een lamp nodig, en geen licht van de zon, want Yahweh Elohim zal over hen schijnen. En zij zullen regeren tot in de eeuwen van de eeuwen.
καὶ
(kai)
en
νὺξ
(nyx)
nacht
οὐκ
(ouk)
niet
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἔτι
(eti)
meer
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
hebben
χρείαν
(chreian)
behoefte
φωτὸς
(photos)
aan licht
λύχνου
(lychnou)
van lamp
καὶ
(kai)
en
φῶς
(phos)
licht
ἡλίου
(heliou)
van zon
ὅτι
(hoti)
want
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
φωτίσει
(photisei)
zal verlichten
ἐπ’
(ep’)
over
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
βασιλεύσουσιν
(basileusousin)
zullen regeren
εἰς
(eis)
tot in
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Er zal geen nacht meer zijn’: vergelijk 21:25. φωτίζω (fotizo), ‘verlichten’: zoals in 21:23.

‘Zullen regeren tot in de eeuwen van de eeuwen’: vergelijk 20:4–6 en Dan. 7:18.

‘Yahweh Elohim’ (κύριος ὁ θεός, kyrios ho theos): zoals in 21:22.

Zie ook Jes. 60:19; Dan. 7:18; Openb. 20:4; Openb. 21:23; Openb. 21:25.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ἔτι (eti), ‘meer’; de woorden οὐκ ἔχουσιν χρείαν (ouk echousin chreian), ‘niet hebben behoefte’; φωτὸς (fotos), ‘aan licht’; φῶς (fos), ‘licht’ en ἐπ’ (ep), ‘over’.

Wij volgen de SBLGNT.

De slotwoorden: ‘Ik kom spoedig’

6En hij zei tot mij: „Deze woorden zijn trouw en waar. En Yahweh Elohim van de geesten van de profeten heeft Zijn engel gezonden om aan Zijn knechten te tonen wat spoedig moet gebeuren.”
Καὶ
(Kai)
En
εἶπέν
(eipen)
zei
μοι
(moi)
tot mij
Οὗτοι
(Houtoi)
deze
οἱ
(hoi)
de
λόγοι
(logoi)
woorden
πιστοὶ
(pistoi)
trouw
καὶ
(kai)
en
ἀληθινοί
(alethinoi)
waar
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῶν
(ton)
van de
πνευμάτων
(pneumaton)
geesten
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
τὸν
(ton)
de
ἄγγελον
(angelon)
engel
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
δεῖξαι
(deixai)
om te tonen
τοῖς
(tois)
aan de
δούλοις
(doulois)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἃ
(ha)
wat
δεῖ
(dei)
moet
γενέσθαι
(genesthai)
gebeuren
ἐν
(en)
in
τάχει
(tachei)
haast
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Deze woorden zijn trouw en waar’: zoals in 21:5.

‘Yahweh Elohim van de geesten van de profeten’ (ὁ κύριος ὁ θεὸς τῶν πνευμάτων τῶν προφητῶν): ‘geesten’ is hier de geesten die de profeten bewogen hebben; vergelijk 1 Kor. 14:32 (‘de geesten van de profeten’).

‘Wat spoedig moet gebeuren’ (ἃ δεῖ γενέσθαι ἐν τάχει): zoals in 1:1.

Het Grieks heeft geen aanhalingstekens; wij laten de engel spreken tot en met vers 6.

Zie ook 1 Kor. 14:32; Openb. 1:1; Openb. 21:5.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij εἶπέν (eipen), ‘zei’ en ὁ (ho), ‘de’.

Wij volgen de SBLGNT.

7„En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.”
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἔρχομαι
(erchomai)
Ik kom
ταχύ
(tachy)
spoedig
μακάριος
(makarios)
gelukkig
ὁ
(ho)
hij die
τηρῶν
(teron)
bewaart
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τῆς
(tes)
van de
προφητείας
(propheteias)
profetie
τοῦ
(tou)
van het
βιβλίου
(bibliou)
boek
τούτου
(toutou)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks geeft niet aan wie spreekt.

De woorden ‘Ik kom spoedig’ zijn in vers 12 en vers 20 van Yeshua; wij zetten ze daarom ook hier in het rood.

‘Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart’: zoals in 1:3. τηρέω (tereo), ‘bewaren’.

Vergelijk 3:11.

Zie ook Openb. 1:3; Openb. 3:11; Openb. 22:12; Openb. 22:20.

De engel weigert dat Johannes zich neerbuigt

8En ik, Johannes, ben degene die dit hoort en ziet. En toen ik het hoorde en zag, viel ik neer om mij neer te buigen voor de voeten van de engel die mij dit toonde.
Κἀγὼ
(Kago)
En ik
Ἰωάννης
(Ioannes)
Johannes
ὁ
(ho)
de
ἀκούων
(akouon)
horende
καὶ
(kai)
en
βλέπων
(blepon)
ziende
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
καὶ
(kai)
en
ὅτε
(hote)
toen
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
καὶ
(kai)
en
ἔβλεψα
(eblepsa)
ik zag
ἔπεσα
(epesa)
ik viel
προσκυνῆσαι
(proskynesai)
om neer te buigen
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τῶν
(ton)
de
ποδῶν
(podon)
voeten
τοῦ
(tou)
van de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
τοῦ
(tou)
die
δεικνύοντός
(deiknyontos)
toonde
μοι
(moi)
mij
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Ik, Johannes’: zoals in 1:9. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: ook Johannes buigt zich neer; vergelijk 19:10, waar hetzelfde gebeurt.

De engel weigert in vers 9.

Zie ook Openb. 1:9; Openb. 19:10.

9En hij zegt tegen mij: „Doe het niet! Ik ben een medeknecht van jou en van je broers, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren. Buig je neer voor Elohim!”
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt
μοι
(moi)
mij
Ὅρα
(Hora)
zie toe
μή
(me)
niet
σύνδουλός
(syndoulos)
medeknecht
σού
(sou)
van jou
εἰμι
(eimi)
ik ben
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
σου
(sou)
van jou
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
τηρούντων
(terounton)
bewarenden
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τοῦ
(tou)
van het
βιβλίου
(bibliou)
boek
τούτου
(toutou)
dit
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
προσκύνησον
(proskyneson)
buig je neer
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅρα μή (hora me), ‘doe het niet!’: letterlijk ‘pas op, niet’. σύνδουλος (syndoulos), ‘medeknecht’.

‘Buig je neer voor Elohim’ (τῷ θεῷ προσκύνησον): zoals in 19:10; wij vertalen προσκυνέω hier niet als ‘aanbidden’ maar als ‘zich neerbuigen’.

De engel noemt zich medeknecht van Johannes, van zijn broers, de profeten, en van wie de woorden van dit boek bewaren.

Zie ook Openb. 19:10; Openb. 22:7.

10En hij zegt tegen mij: „Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij.
Καὶ
(Kai)
En
λέγει
(legei)
zegt
μοι
(moi)
mij
Μὴ
(Me)
niet
σφραγίσῃς
(sphragises)
verzegel
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τῆς
(tes)
van de
προφητείας
(propheteias)
profetie
τοῦ
(tou)
van het
βιβλίου
(bibliou)
boek
τούτου
(toutou)
dit
ὁ
(ho)
de
καιρὸς
(kairos)
tijd
γὰρ
(gar)
want
ἐγγύς
(engys)
nabij
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’: dit boek wordt niet verzegeld; vergelijk Dan. 12:4 (‘verzegel het boek’) en Openb. 10:4. ὁ καιρὸς ἐγγύς (ho kairos eggus), ‘de tijd is nabij’: zoals in 1:3.

Zie ook Dan. 12:4; Openb. 1:3; Openb. 10:4.

11Wie onrecht doet, laat hij nog onrecht doen, en wie vuil is, laat hij nog vuil worden, en wie rechtvaardig is, laat hij nog gerechtigheid doen, en wie heilig is, laat hij nog geheiligd worden.”
ὁ
(ho)
de
ἀδικῶν
(adikon)
onrecht doende
ἀδικησάτω
(adikesato)
laat onrecht doen
ἔτι
(eti)
nog
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ῥυπαρὸς
(rhyparos)
vuile
ῥυπαρευθήτω
(rhypareutheto)
laat vuil worden
ἔτι
(eti)
nog
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
δίκαιος
(dikaios)
rechtvaardige
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
ποιησάτω
(poiesato)
laat doen
ἔτι
(eti)
nog
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἅγιος
(hagios)
heilige
ἁγιασθήτω
(hagiastheto)
laat geheiligd worden
ἔτι
(eti)
nog
Bron: SBLGNT
Uitleg

De opdrachten zijn in het Grieks in de gebiedende wijs van de derde persoon: ‘laat hij nog onrecht doen’. ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’; ῥυπαρός (rhyparos), ‘vuil’; δίκαιος (dikaios), ‘rechtvaardig’; ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’.

Vergelijk Dan. 12:10.

De woorden ‘nog’ (ἔτι, eti) staan bij elk van de vier.

Zie ook Dan. 12:10; Openb. 22:15.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ῥυπαρευθήτω (rhypareutheto), ‘laat vuil worden’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

Yeshua spreekt: ‘Ik kom spoedig’

12„Zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is met Mij, om aan ieder te geven zoals zijn werk is.
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἔρχομαι
(erchomai)
Ik kom
ταχύ
(tachy)
spoedig
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
μισθός
(misthos)
loon
μου
(mou)
Mijn
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἀποδοῦναι
(apodounai)
om te geven
ἑκάστῳ
(hekasto)
aan ieder
ὡς
(hos)
zoals
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
ἐστὶν
(estin)
is
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vanaf hier spreekt Yeshua zelf: ‘Zie, Ik kom spoedig’ (zie vers 7 en vers 20).

‘Mijn loon is met Mij’: vergelijk Jes. 40:10; Jes. 62:11.

‘Aan ieder te geven zoals zijn werk is’: vergelijk Ps. 62:13; Spr. 24:12; Jer. 17:10; Rom. 2:6 en Openb. 20:12–13.

De aanhaling loopt door in vers 13.

Zie ook Jes. 40:10; Jes. 62:11; Ps. 62:13; Spr. 24:12; Jer. 17:10; Rom. 2:6; Openb. 20:12; Openb. 22:7.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐστὶν (estin), ‘is’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde.”
ἐγὼ
(ego)
Ik
τὸ
(to)
de
Ἄλφα
(Alpha)
Alfa
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
Ὦ
(O)
Omega
ὁ
(ho)
de
πρῶτος
(protos)
eerste
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
ἔσχατος
(eschatos)
laatste
ἡ
(he)
het
ἀρχὴ
(arche)
begin
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde’: zie 1:8, 1:17, 2:8 en 21:6.

Vergelijk Jes. 44:6 en Jes. 48:12.

Zie ook Jes. 44:6; Jes. 48:12; Openb. 1:8; Openb. 1:17; Openb. 2:8; Openb. 21:6.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ἡ (he), ‘het’ en τὸ (to), ‘het’.

Wij volgen de SBLGNT.

14Gelukkig zij die hun gewaden wassen, opdat zij recht zullen hebben op de boom van het leven en door de poorten de stad mogen binnengaan.
Μακάριοι
(Makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
zij die
πλύνοντες
(plynontes)
wassen
τὰς
(tas)
de
στολὰς
(stolas)
gewaden
αὐτῶν
(auton)
hun
ἵνα
(hina)
opdat
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἡ
(he)
het
ἐξουσία
(exousia)
recht
αὐτῶν
(auton)
hun
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
de
ξύλον
(xylon)
boom
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
πυλῶσιν
(pylosin)
poorten
εἰσέλθωσιν
(eiselthosin)
zij binnengaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλύνω (plyno), ‘wassen’; στολή (stole), ‘gewaad, lang kleed’.

Vergelijk 7:14, waar zij hun gewaden hebben gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. ἐξουσία (exousia), ‘recht, gezag’: het recht op de boom van het leven, zie vers 2.

‘De poorten’: zie 21:12–13, 21:21 en 21:25.

Zie ook Openb. 2:7; Openb. 7:14; Openb. 21:12; Openb. 21:25.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden πλύνοντες τὰς στολὰς αὐτῶν (plynontes tas stolas auton), ‘wassen de gewaden hun’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15Buiten zijn de honden en de tovenaars en de ontuchtplegers en de moordenaars en de afgodendienaars en ieder die een leugen liefheeft en doet.
ἔξω
(exo)
buiten
οἱ
(hoi)
de
κύνες
(kynes)
honden
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
φάρμακοι
(pharmakoi)
tovenaars
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πόρνοι
(pornoi)
ontuchtplegers
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
φονεῖς
(phoneis)
moordenaars
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
εἰδωλολάτραι
(eidololatrai)
afgodendienaars
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
ieder
φιλῶν
(philon)
liefhebbend
καὶ
(kai)
en
ποιῶν
(poion)
doend
ψεῦδος
(pseudos)
leugen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύων (kyon), ‘hond’: een scheldwoord voor wie onrein is; vergelijk Deut. 23:19 en Fil. 3:2.

De opsomming lijkt op 21:8 en 21:27: ‘tovenaars, ontuchtplegers, moordenaars, afgodendienaars’.

‘Een leugen liefhebben en doen’ (φιλῶν καὶ ποιῶν ψεῦδος, filon kai poion pseudos).

Zie ook Deut. 23:19; Fil. 3:2; Openb. 21:8; Openb. 21:27.

Yeshua, de morgenster

16„Ik, Yeshua, heb Mijn engel gezonden om jullie deze dingen te getuigen over de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de stralende morgenster.”
Ἐγὼ
(Ego)
Ik
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἔπεμψα
(epempsa)
zond
τὸν
(ton)
de
ἄγγελόν
(angelon)
engel
μου
(mou)
Mijn
μαρτυρῆσαι
(martyresai)
om te getuigen
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
ἐπὶ
(epi)
over
ταῖς
(tais)
de
ἐκκλησίαις
(ekklesiais)
gemeenten
ἐγώ
(ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
ἡ
(he)
de
ῥίζα
(rhiza)
wortel
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
γένος
(genos)
geslacht
Δαυίδ
(Dauid)
van David
ὁ
(ho)
de
ἀστὴρ
(aster)
ster
ὁ
(ho)
de
λαμπρός
(lampros)
stralende
ὁ
(ho)
de
πρωϊνός
(proinos)
vroege
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Ik, Yeshua’: Hij noemt zichzelf bij de naam.

‘De gemeenten’ (ἐκκλησίαι, ekklesiai): de 7 gemeenten van hoofdstuk 2–3. ῥίζα (rhiza), ‘wortel’, en γένος (genos), ‘geslacht’: ‘de wortel en het geslacht van David’; vergelijk 5:5 en Jes. 11:1, 11:10. ἀστὴρ ὁ λαμπρὸς ὁ πρωϊνός (aster ho lampros ho proinos), ‘de stralende morgenster’: vergelijk 2:28 en Num. 24:17.

Zie ook Num. 24:17; Jes. 11:1; Jes. 11:10; Openb. 2:28; Openb. 5:5.

17En de Geest en de bruid zeggen: „Kom!” En wie hoort, laat hem zeggen: „Kom!” En wie dorst heeft, laat hij komen; wie wil, laat hij het water van het leven nemen, om niet.
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
νύμφη
(nymphe)
bruid
λέγουσιν
(legousin)
zeggen
Ἔρχου
(Erchou)
kom
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
hij die
ἀκούων
(akouon)
hoort
εἰπάτω
(eipato)
laat zeggen
Ἔρχου
(Erchou)
kom
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
hij die
διψῶν
(dipson)
dorst
ἐρχέσθω
(erchestho)
laat komen
ὁ
(ho)
hij die
θέλων
(thelon)
wil
λαβέτω
(labeto)
laat nemen
ὕδωρ
(hydor)
water
ζωῆς
(zoes)
van leven
δωρεάν
(dorean)
om niet
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De Geest en de bruid’: de bruid is de stad uit 21:2 en 21:9. ἔρχου (erchou), ‘kom’: de oproep richt zich tot Yeshua (vers 20), maar het Grieks zegt niet tot wie.

Het tweede ‘kom’ komt van wie het hoort.

‘Wie dorst heeft … het water van het leven … om niet’: zoals in 21:6.

Vergelijk Jes. 55:1.

Zie ook Jes. 55:1; Openb. 21:2; Openb. 21:6; Openb. 21:9; Openb. 22:20.

Een waarschuwing bij dit boek

18Ik getuig tegenover ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort. Als iemand aan deze dingen toevoegt, zal Elohim aan hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven staan.
Μαρτυρῶ
(Martyro)
getuig
ἐγὼ
(ego)
ik
παντὶ
(panti)
aan ieder
τῷ
(to)
die
ἀκούοντι
(akouonti)
hoort
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τῆς
(tes)
van de
προφητείας
(propheteias)
profetie
τοῦ
(tou)
van het
βιβλίου
(bibliou)
boek
τούτου
(toutou)
dit
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἐπιθῇ
(epithe)
toevoegt
ἐπ’
(ep’)
aan
αὐτά
(auta)
deze dingen
ἐπιθήσει
(epithesei)
zal toevoegen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐπ’
(ep’)
aan
αὐτὸν
(auton)
hem
τὰς
(tas)
de
πληγὰς
(plegas)
plagen
τὰς
(tas)
die
γεγραμμένας
(gegrammenas)
geschreven zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
βιβλίῳ
(biblio)
boek
τούτῳ
(touto)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt niet wie hier spreekt (‘ik getuig’).

Wij nemen Johannes aan, die in vers 8 ook ‘ik’ zei, en zetten de woorden zwart; het kan ook Yeshua zijn, die in vers 20 ‘Hij die dit getuigt’ heet. ἐπιτίθημι (epitithemi), ‘toevoegen, erop leggen’: wie iets toevoegt aan dit boek, krijgt de plagen die erin staan.

Vergelijk Deut. 4:2 en Deut. 13:1 (Hebr. telling; NL 12:32).

Wij vertalen letterlijk.

Zie ook Deut. 4:2; Deut. 13:1.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐπιθήσει (epithesei), ‘zal toevoegen’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

19En als iemand iets wegneemt van de woorden van het boek van deze profetie, zal Elohim zijn deel wegnemen van de boom van het leven en uit de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven staan.
καὶ
(kai)
en
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἀφέλῃ
(aphele)
wegneemt
ἀπὸ
(apo)
van
τῶν
(ton)
de
λόγων
(logon)
woorden
τοῦ
(tou)
van het
βιβλίου
(bibliou)
boek
τῆς
(tes)
van de
προφητείας
(propheteias)
profetie
ταύτης
(tautes)
deze
ἀφελεῖ
(aphelei)
zal wegnemen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τὸ
(to)
het
μέρος
(meros)
deel
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
ξύλου
(xylou)
boom
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
τῆς
(tes)
de
ἁγίας
(hagias)
heilige
τῶν
(ton)
van de
γεγραμμένων
(gegrammenon)
geschreven dingen
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
βιβλίῳ
(biblio)
boek
τούτῳ
(touto)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφαιρέω (afaireo), ‘wegnemen’.

Het Grieks zegt dat Elohim zijn deel wegneemt ‘van de boom van het leven en uit de heilige stad’, dat is: van de dingen die in dit boek geschreven staan.

Vergelijk Deut. 4:2 en Deut. 13:1 (Hebr. telling; NL 12:32).

Wij vertalen letterlijk.

Zie ook Deut. 4:2; Deut. 13:1; Openb. 22:2; Openb. 22:14.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἀφελεῖ (afelei), ‘zal wegnemen’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

‘Ja, Ik kom spoedig’

20Hij die dit getuigt, zegt: „Ja, Ik kom spoedig.” Amen, kom, Heer Yeshua!
Λέγει
(Legei)
zegt
ὁ
(ho)
hij die
μαρτυρῶν
(martyron)
getuigt
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
Ναί
(Nai)
ja
ἔρχομαι
(erchomai)
Ik kom
ταχύ
(tachy)
spoedig
Ἀμήν
(Amen)
amen
ἔρχου
(erchou)
kom
κύριε
(kyrie)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Hij die dit getuigt’ is Yeshua (zie 1:5 en 3:14: ‘de trouwe getuige’).

‘Ja, Ik kom spoedig’ is Zijn antwoord op de oproep van vers 17.

‘Amen, kom, Heer Yeshua’: de woorden van Johannes; vergelijk het Aramese ‘Maranatha’ in 1 Kor. 16:22.

Hier is κύριε (kyrie) ‘Heer’, de aanspreking van Yeshua.

Zie ook 1 Kor. 16:22; Openb. 1:5; Openb. 3:14; Openb. 22:7; Openb. 22:12.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἔρχου (erchou), ‘kom’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

21De genade van de Heer Yeshua zij met allen.
Ἡ
(He)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
μετὰ
(meta)
met
πάντων
(panton)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De genade van de Heer Yeshua’: zoals de slotgroet van de brieven, bijvoorbeeld Rom. 16:20 en Rom. 16:24.

Zie ook Rom. 16:20.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij Ἰησοῦ (iesou), ‘Yeshua’ en πάντων (panton), ‘allen’.

Wij volgen de SBLGNT.