Elohim Bijbel

1 Kronieken 19

1234567891011121314151617181920212223242526272829

David en de zonen van Ammon, de oorlog tegen Aram

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Hanun vernedert Davids dienaren

1Daarna stierf Nachasj, de koning van de zonen van Ammon. Zijn zoon werd koning in zijn plaats.
וַיְהִי֙
(vayhi)
en het was
אַחֲרֵי
(acharei)
na
כֵ֔ן
(ken)
zo
וַיָּ֕מָת
(vayamat)
en stierf
נָחָ֖שׁ
(nachash)
Nachasj
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
בְּנֵי
(benei)
zonen van
עַמּ֑וֹן
(amon)
Ammon
וַיִּמְלֹ֥ךְ
(vayimlokh)
en werd koning
בְּנ֖וֹ
(beno)
zijn zoon
תַּחְתָּֽיו
(tachtav)
in zijn plaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Ammon is het land van de zonen van Ammon, ten oosten van de Jordaan.

De hoofdstad was Rabba, het huidige Amman (Jordanië).

Dat is zeker.

Uitleg

Dit hoofdstuk loopt parallel met 2 Sam. 10.

Hier staat de naam van de koning: Nachasj.

In 2 Sam. 10:1 staat alleen ‘de koning van de zonen van Ammon’.

2David zei: „Ik zal Hanun, de zoon van Nachasj, trouw bewijzen, want zijn vader heeft mij trouw bewezen.” David stuurde boden om hem te troosten over zijn vader. De dienaren van David kwamen in het land van de zonen van Ammon, bij Hanun, om hem te troosten.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
דָּוִ֜יד
(david)
David
אֶֽעֱשֶׂה
(eese)
ik zal doen
חֶ֣סֶד
(chesed)
trouw
עִם
(im)
met
חָנ֣וּן
(chanun)
Hanun
בֶּן
(ben)
zoon van
נָחָ֗שׁ
(nachash)
Nachasj
כִּֽי
(ki)
want
עָשָׂ֨ה
(asa)
deed
אָבִ֤יו
(aviv)
zijn vader
עִמִּי֙
(imi)
met mij
חֶ֔סֶד
(chesed)
trouw
וַיִּשְׁלַ֥ח
(vayishlach)
en stuurde
דָּוִ֛יד
(david)
David
מַלְאָכִ֖ים
(malakhim)
boden
לְנַחֲמ֣וֹ
(lenachamo)
om hem te troosten
עַל
(al)
over
אָבִ֑יו
(aviv)
zijn vader
וַיָּבֹאוּ֩
(vayavou)
en kwamen
עַבְדֵ֨י
(avdei)
dienaren van
דָוִ֜יד
(david)
David
אֶל
(el)
naar
אֶ֧רֶץ
(erets)
het land van
בְּנֵי
(benei)
zonen van
עַמּ֛וֹן
(amon)
Ammon
אֶל
(el)
naar
חָנ֖וּן
(chanun)
Hanun
לְנַחֲמֽוֹ
(lenachamo)
om hem te troosten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: vriendschap die zich in daden toont.

In 2 Sam. 10:2 staat hetzelfde.

Wat Nachasj voor David heeft gedaan, wordt niet verteld.

3De leiders van de zonen van Ammon zeiden tegen Hanun: „Denk jij dat David je vader eert, omdat hij troosters naar je toe heeft gestuurd? Zijn zijn dienaren niet bij je gekomen om het land te onderzoeken, het om te keren en het uit te spioneren?”
וַיֹּאמְרוּ֩
(vayomru)
en zeiden
שָׂרֵ֨י
(sarei)
leiders van
בְנֵי
(benei)
zonen van
עַמּ֜וֹן
(amon)
Ammon
לְחָנ֗וּן
(lechanun)
aan Hanun
הַֽמְכַבֵּ֨ד
(hamkhabed)
eert
דָּוִ֤יד
(david)
David
אֶת
(et)
(obj.)
אָבִ֨יךָ֙
(avikha)
je vader
בְּעֵינֶ֔יךָ
(beeineikha)
in jouw ogen
כִּֽי
(ki)
dat
שָׁלַ֥ח
(shalach)
hij heeft gestuurd
לְךָ֖
(lekha)
naar jou
מְנַחֲמִ֑ים
(menachamim)
troosters
הֲלֹ֡א
(halo)
niet
בַּ֠עֲבוּר
(baavur)
omwille van
לַחְקֹ֨ר
(lachqor)
om te onderzoeken
וְלַהֲפֹ֤ךְ
(velahafokh)
en om om te keren
וּלְרַגֵּל֙
(uleragel)
en om uit te spioneren
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
בָּ֥אוּ
(bau)
kwamen
עֲבָדָ֖יו
(avadav)
zijn dienaren
אֵלֶֽיךָ
(eleikha)
naar jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

4Hanun nam de dienaren van David. Hij liet hen scheren. Hij sneed hun kleren in het midden af, tot aan hun billen. Daarna stuurde hij hen weg.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
חָנ֜וּן
(chanun)
Hanun
אֶת
(et)
(obj.)
עַבְדֵ֤י
(avdei)
dienaren van
דָוִיד֙
(david)
David
וַֽיְגַלְּחֵ֔ם
(vaygalechem)
en liet hen scheren
וַיִּכְרֹ֧ת
(vayikhrot)
en sneed af
אֶת
(et)
(obj.)
מַדְוֵיהֶ֛ם
(madveihem)
hun kleren
בַּחֵ֖צִי
(bachetsi)
in het midden
עַד
(ad)
tot
הַמִּפְשָׂעָ֑ה
(hamifsaa)
de billen
וַֽיְשַׁלְּחֵֽם
(vayshalechem)
en stuurde hen weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיְגַלְּחֵם (wayegallechem), ‘hij liet hen scheren’: hier staat niet dat het maar om de helft van de baard ging.

In 2 Sam. 10:4 staat ‘de helft van hun baard’.

מִפְשָׂעָה (mifsa’ah), ‘billen’: het onderste deel van het lichaam, boven de benen.

5Zij gingen en meldden het aan David, over de mannen. Hij stuurde mensen om hen op te vangen, want de mannen waren zeer beschaamd. De koning zei: „Blijf in Jericho tot jullie baard gegroeid is. Keer dan terug.”
וַיֵּלְכוּ֩
(vayelekhu)
en gingen
וַיַּגִּ֨ידוּ
(vayagidu)
en meldden
לְדָוִ֤יד
(ledavid)
aan David
עַל
(al)
over
הָֽאֲנָשִׁים֙
(haanashim)
de mannen
וַיִּשְׁלַ֣ח
(vayishlach)
en hij stuurde
לִקְרָאתָ֔ם
(liqratam)
hen tegemoet
כִּי
(ki)
want
הָי֥וּ
(hayu)
waren
הָאֲנָשִׁ֖ים
(haanashim)
de mannen
נִכְלָמִ֣ים
(nikhlamim)
beschaamd
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
וַיֹּ֤אמֶר
(vayomer)
en zei
הַמֶּ֨לֶךְ֙
(hamelekh)
de koning
שְׁב֣וּ
(shevu)
blijf
בִֽירֵח֔וֹ
(birecho)
in Jericho
עַ֛ד
(ad)
totdat
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יְצַמַּ֥ח
(yetsamach)
groeit
זְקַנְכֶ֖ם
(zeqankhem)
jullie baard
וְשַׁבְתֶּֽם
(veshavtem)
en keer terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jericho ligt bij Tel es-Sultan, in het Jordaandal (Westelijke Jordaanoever).

Dat is zeker.

Uitleg

Het Hebreeuws noemt niet wie ‘gingen’ en het meldden.

Wij laten het onderwerp zoals het staat.

De zonen van Ammon huren wagens en ruiters

6De zonen van Ammon zagen dat zij een stank voor David waren geworden. Hanun en de zonen van Ammon stuurden 1.000 talent zilver om wagens en ruiters te huren, uit Aram-Naharaim, uit Aram-Maächa en uit Tsoba.
וַיִּרְאוּ֙
(vayiru)
en zagen
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
עַמּ֔וֹן
(amon)
Ammon
כִּ֥י
(ki)
dat
הִֽתְבָּאֲשׁ֖וּ
(hitbaashu)
zij stonken
עִם
(im)
bij
דָּוִ֑יד
(david)
David
וַיִּשְׁלַ֣ח
(vayishlach)
en stuurde
חָ֠נוּן
(chanun)
Hanun
וּבְנֵ֨י
(uvenei)
en zonen van
עַמּ֜וֹן
(amon)
Ammon
אֶ֣לֶף
(elef)
duizend
כִּכַּר
(kikar)
talent
כֶּ֗סֶף
(kesef)
zilver
לִשְׂכֹּ֣ר
(liskor)
om te huren
לָ֠הֶם
(lahem)
voor zich
מִן
(min)
uit
אֲרַ֨ם
(aram)
Aram
נַהֲרַ֜יִם
(naharayim)
Naharaim
וּמִן
(umin)
en uit
אֲרַ֤ם
(aram)
Aram
מַעֲכָה֙
(maakha)
Maächa
וּמִצּוֹבָ֔ה
(umitsova)
en uit Tsoba
רֶ֖כֶב
(rekhev)
wagens
וּפָרָשִֽׁים
(ufarashim)
en ruiters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Aram-Naharaim (‘Aram van de twee rivieren’) ligt in het noorden van Mesopotamië, tussen de Eufraat en de Tigris (Syrië, Turkije en Irak).

De grenzen zijn niet vast te stellen.

Maächa lag aan de voet van de Hermon, op de Golanhoogte (Syrië).

Dat is waarschijnlijk.

Tsoba is een Arameese staat ten noorden van Damascus (Syrië).

De precieze ligging is onzeker.

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

Zie Soba (Tsoba, ligging onzeker): Soba (Tsoba) was een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus, in het huidige Syrië en Libanon.

De precieze ligging is niet vast te stellen.

Uitleg

Een talent (כִּכָּר, kikkar) is ongeveer 34 kilogram. 1.000 talent zilver is dus ongeveer 34.000 kilogram.

In 2 Sam. 10:6 huren zij 20.000 man te voet van Aram, 1.000 man van de koning van Maächa en 12.000 man van Tob. Hier staan wagens en ruiters, en Tob wordt niet genoemd.

7Zij huurden voor zich 32.000 wagens, en de koning van Maächa met zijn volk. Zij kwamen en sloegen hun kamp op voor Medeba. De zonen van Ammon werden verzameld uit hun steden en kwamen ten strijde.
וַיִּשְׂכְּר֣וּ
(vayiskeru)
en huurden
לָהֶ֡ם
(lahem)
voor zich
שְׁנַיִם֩
(shenayim)
twee
וּשְׁלֹשִׁ֨ים
(usheloshim)
en dertig
אֶ֜לֶף
(elef)
duizend
רֶ֗כֶב
(rekhev)
wagens
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
מַעֲכָה֙
(maakha)
Maächa
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
עַמּ֔וֹ
(amo)
zijn volk
וַיָּבֹ֕אוּ
(vayavou)
en kwamen
וַֽיַּחֲנ֖וּ
(vayachanu)
en legerden zich
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
מֵידְבָ֑א
(meideva)
Medeba
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en zonen van
עַמּ֗וֹן
(amon)
Ammon
נֶאֶסְפוּ֙
(neesfu)
werden verzameld
מֵעָ֣רֵיהֶ֔ם
(meareihem)
uit hun steden
וַיָּבֹ֖אוּ
(vayavou)
en kwamen
לַמִּלְחָמָֽה
(lamilchama)
ten strijde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Medeba is het huidige Madaba (Jordanië).

Dat is zeker.

Het lag ten zuiden van Rabba, in het oude gebied van Moab (Num. 21:30).

Zie Maächa (ligging onzeker): Maächa was een klein Aramees koninkrijk aan de voet van de Hermon, ten noordoosten van het meer van Galilea.

De precieze plaats is niet bekend.

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

Lezing

Het getal 32.000 wagens verschilt van 2 Sam. 10:6, waar 20.000 man te voet, 1.000 man en 12.000 man staan.

Wij volgen de Kronieken-tekst letterlijk.

Joab stelt het leger op

8David hoorde het. Hij stuurde Joab en heel het leger van de helden.
וַיִּשְׁמַ֖ע
(vayishma)
en hoorde
דָּוִ֑יד
(david)
David
וַיִּשְׁלַח֙
(vayishlach)
en stuurde
אֶת
(et)
(obj.)
יוֹאָ֔ב
(yoav)
Joab
וְאֵ֥ת
(veet)
en (obj.)
כָּל
(kal)
heel
צָבָ֖א
(tsava)
het leger van
הַגִּבּוֹרִֽים
(hagiborim)
de helden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַגִּבּוֹרִים (haggibborim), ‘de helden’: de vaste kern van Davids krijgers (2 Sam. 23:8–39).

Zo ook in 2 Sam. 10:7.

9De zonen van Ammon trokken uit en stelden zich op voor de strijd, bij de ingang van de stad. De koningen die gekomen waren, stonden apart in het open veld.
וַיֵּצְאוּ֙
(vayetseu)
en trokken uit
בְּנֵ֣י
(benei)
zonen van
עַמּ֔וֹן
(amon)
Ammon
וַיַּֽעַרְכ֥וּ
(vayaarkhu)
en stelden op
מִלְחָמָ֖ה
(milchama)
strijd
פֶּ֣תַח
(petach)
ingang van
הָעִ֑יר
(hair)
de stad
וְהַמְּלָכִ֣ים
(vehamelakhim)
en de koningen
אֲשֶׁר
(asher)
die
בָּ֔אוּ
(bau)
waren gekomen
לְבַדָּ֖ם
(levadam)
alleen
בַּשָּׂדֶֽה
(basade)
in het veld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

Uitleg

פֶּתַח הָעִיר (petach ha’ir), ‘de ingang van de stad’: 2 Sam. 10:8 heeft ‘de ingang van de poort’.

De koningen stonden apart van de zonen van Ammon.

10Joab zag dat de strijd van voren en van achteren tegen hem gericht was. Hij koos uit alle uitgelezen mannen in Israël en stelde hen op tegenover Aram.
וַיַּ֣רְא
(vayar)
en zag
יוֹאָ֗ב
(yoav)
Joab
כִּֽי
(ki)
dat
הָיְתָ֧ה
(hayeta)
was
פְנֵי
(penei)
front van
הַמִּלְחָמָ֛ה
(hamilchama)
de strijd
אֵלָ֖יו
(elav)
naar hem
פָּנִ֣ים
(panim)
voor
וְאָח֑וֹר
(veachor)
en achter
וַיִּבְחַ֗ר
(vayivchar)
en koos
מִכָּל
(mikal)
uit alle
בָּחוּר֙
(bachur)
uitgelezenen
בְּיִשְׂרָאֵ֔ל
(beyisrael)
in Israël
וַֽיַּעֲרֹ֖ךְ
(vayaarokh)
en stelde op
לִקְרַ֥את
(liqrat)
tegenover
אֲרָֽם
(aram)
Aram
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië.

11De rest van het volk vertrouwde hij toe aan Abisai, zijn broer. Zij stelden zich op tegenover de zonen van Ammon.
וְאֵת֙
(veet)
en (obj.)
יֶ֣תֶר
(yeter)
rest van
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
נָתַ֕ן
(natan)
gaf
בְּיַ֖ד
(beyad)
in de hand van
אַבְשַׁ֣י
(avshay)
Abisai
אָחִ֑יו
(achiv)
zijn broer
וַיַּ֣עַרְכ֔וּ
(vayaarkhu)
en stelden zich op
לִקְרַ֖את
(liqrat)
tegenover
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
עַמּֽוֹן
(amon)
Ammon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

Uitleg

Het werkwoord ‘zij stelden zich op’ staat in het meervoud.

Abisai en zijn mannen stellen zich op.

In 2 Sam. 10:10 staat het enkelvoud ‘hij stelde hen op’.

12Hij zei: „Als Aram sterker is dan ik, word jij mijn redding. En als de zonen van Ammon sterker zijn dan jij, dan zal ik jou redden.
וַיֹּ֗אמֶר
(vayomer)
en zei
אִם
(im)
als
תֶּחֱזַ֤ק
(techezaq)
is sterker
מִמֶּ֨נִּי֙
(mimeni)
dan ik
אֲרָ֔ם
(aram)
Aram
וְהָיִ֥יתָ
(vehayita)
dan word je
לִּ֖י
(li)
voor mij
לִתְשׁוּעָ֑ה
(litshua)
tot redding
וְאִם
(veim)
en als
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
עַמּ֛וֹן
(amon)
Ammon
יֶֽחֶזְק֥וּ
(yechezqu)
sterker zijn
מִמְּךָ֖
(mimekha)
dan jij
וְהוֹשַׁעְתִּֽיךָ
(vehoshatikha)
dan zal ik je redden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

13Wees sterk! Laten wij ons sterk tonen voor ons volk en voor de steden van onze Elohim. Yahweh zal doen wat goed is in Zijn ogen.”
חֲזַ֤ק
(chazaq)
wees sterk
וְנִֽתְחַזְּקָה֙
(venitchazeqa)
en laten wij ons sterk tonen
בְּעַד
(bead)
voor
עַמֵּ֔נוּ
(amenu)
ons volk
וּבְעַ֖ד
(uvead)
en voor
עָרֵ֣י
(arei)
steden van
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
וַֽיהוָ֔ה
(vaYahweh)
en Yahweh
הַטּ֥וֹב
(hatov)
het goede
בְּעֵינָ֖יו
(beeinav)
in Zijn ogen
יַעֲשֶֽׂה
(yaase)
zal doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Joab spreekt hier tot Abisai.

‘Ons volk’ en ‘de steden van onze Elohim’ zijn Israël en zijn steden.

Dezelfde woorden staan in 2 Sam. 10:12.

14Joab en het volk dat bij hem was, rukten op tegen Aram voor de strijd. Zij vluchtten voor hem.
וַיִּגַּ֨שׁ
(vayigash)
en rukte op
יוֹאָ֜ב
(yoav)
Joab
וְהָעָ֧ם
(vehaam)
en het volk
אֲשֶׁר
(asher)
dat
עִמּ֛וֹ
(imo)
met hem
לִפְנֵ֥י
(lifnei)
voor
אֲרָ֖ם
(aram)
Aram
לַמִּלְחָמָ֑ה
(lamilchama)
ten strijde
וַיָּנ֖וּסוּ
(vayanusu)
en zij vluchtten
מִפָּנָֽיו
(mipanav)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15De zonen van Ammon zagen dat Aram vluchtte. Ook zij vluchtten voor Abisai, zijn broer, en gingen de stad in. Joab kwam in Jeruzalem.
וּבְנֵ֨י
(uvenei)
en zonen van
עַמּ֤וֹן
(amon)
Ammon
רָאוּ֙
(rau)
zagen
כִּי
(ki)
dat
נָ֣ס
(nas)
vluchtte
אֲרָ֔ם
(aram)
Aram
וַיָּנ֣וּסוּ
(vayanusu)
en vluchtten
גַם
(gam)
ook
הֵ֗ם
(hem)
zij
מִפְּנֵי֙
(mipenei)
voor
אַבְשַׁ֣י
(avshay)
Abisai
אָחִ֔יו
(achiv)
zijn broer
וַיָּבֹ֖אוּ
(vayavou)
en kwamen
הָעִ֑ירָה
(haira)
naar de stad
וַיָּבֹ֥א
(vayavo)
en kwam
יוֹאָ֖ב
(yoav)
Joab
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Aram wordt opnieuw verslagen

16Aram zag dat het voor Israël verslagen was. Zij stuurden boden en lieten Aram van de overkant van de Rivier uittrekken. Sofach, de legeraanvoerder van Hadadezer, trok voor hen uit.
וַיַּ֣רְא
(vayar)
en zag
אֲרָ֗ם
(aram)
Aram
כִּ֣י
(ki)
dat
נִגְּפוּ֮
(nigefu)
zij verslagen waren
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
יִשְׂרָאֵל֒
(yisrael)
Israël
וַֽיִּשְׁלְחוּ֙
(vayishlechu)
en zonden
מַלְאָכִ֔ים
(malakhim)
boden
וַיּוֹצִ֣יאוּ
(vayotsiu)
en lieten uittrekken
אֶת
(et)
(obj.)
אֲרָ֔ם
(aram)
Aram
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
dat
מֵעֵ֣בֶר
(meever)
van over
הַנָּהָ֑ר
(hanahar)
de Rivier
וְשׁוֹפַ֛ךְ
(veshofakh)
en Sofach
שַׂר
(sar)
aanvoerder van
צְבָ֥א
(tseva)
het leger van
הֲדַדְעֶ֖זֶר
(hadadezer)
Hadadezer
לִפְנֵיהֶֽם
(lifneihem)
voor hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Eufraat: De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf.

Uitleg

‘De Rivier’ (הַנָּהָר, hannahar) is de Eufraat (Gen. 15:18).

Lezing

De naam Sofach (שׁוֹפַךְ, Shofach) staat hier met een פ.

In 2 Sam. 10:16 en 18 staat Sobach (שׁוֹבָךְ) met een ב.

Wij houden in elk boek de eigen spelling aan.

In 2 Sam. 10:16 staat dat de Arameeërs naar Chelam kwamen. Dat ontbreekt hier.

17Men meldde het aan David. Hij verzamelde heel Israël, stak de Jordaan over en kwam bij hen. Hij stelde zich tegenover hen op. David stelde zich op tegenover Aram voor de strijd en zij streden met hem.
וַיֻּגַּ֣ד
(vayugad)
en men meldde
לְדָוִ֗יד
(ledavid)
aan David
וַיֶּאֱסֹ֤ף
(vayeesof)
en verzamelde
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
heel
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וַיַּעֲבֹ֣ר
(vayaavor)
en stak over
הַיַּרְדֵּ֔ן
(hayarden)
de Jordaan
וַיָּבֹ֣א
(vayavo)
en kwam
אֲלֵהֶ֔ם
(alehem)
naar hen
וַֽיַּעֲרֹ֖ךְ
(vayaarokh)
en stelde zich op
אֲלֵהֶ֑ם
(alehem)
tegenover hen
וַיַּעֲרֹ֨ךְ
(vayaarokh)
en stelde op
דָּוִ֜יד
(david)
David
לִקְרַ֤את
(liqrat)
tegenover
אֲרָם֙
(aram)
Aram
מִלְחָמָ֔ה
(milchama)
strijd
וַיִּֽלָּחֲמ֖וּ
(vayilachamu)
en zij streden
עִמּֽוֹ
(imo)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië.

Uitleg

In het Hebreeuws staat ‘hij stelde zich op’ twee keer vlak na elkaar (eerst ‘tegenover hen’, dan ‘David tegenover Aram’).

Wij laten de herhaling staan.

18Aram vluchtte voor Israël. David doodde van Aram de mannen van 7.000 strijdwagens en 40.000 man te voet. Ook doodde hij Sofach, de legeraanvoerder.
וַיָּ֣נָס
(vayanas)
en vluchtte
אֲרָם֮
(aram)
Aram
מִלִּפְנֵ֣י
(milifnei)
voor het aangezicht van
יִשְׂרָאֵל֒
(yisrael)
Israël
וַיַּהֲרֹ֨ג
(vayaharog)
en doodde
דָּוִ֜יד
(david)
David
מֵאֲרָ֗ם
(mearam)
van Aram
שִׁבְעַ֤ת
(shivat)
zeven
אֲלָפִים֙
(alafim)
duizend
רֶ֔כֶב
(rekhev)
wagens
וְאַרְבָּעִ֥ים
(vearbaim)
en veertig
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
אִ֣ישׁ
(ish)
man
רַגְלִ֑י
(ragli)
te voet
וְאֵ֛ת
(veet)
en (obj.)
שׁוֹפַ֥ךְ
(shofakh)
Sofach
שַֽׂר
(sar)
aanvoerder van
הַצָּבָ֖א
(hatsava)
het leger
הֵמִֽית
(hemit)
doodde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Hier staan ‘7.000 strijdwagens’ en ‘40.000 man te voet’.

In 2 Sam. 10:18 staan ‘700 strijdwagens’ en ‘40.000 ruiters’.

Wij volgen de Masoretische tekst van Kronieken.

In 2 Sam. 10:18 wordt Sobach neergeslagen en sterft hij daar. Hier staat dat David hem doodde.

19De dienaren van Hadadezer zagen dat zij voor Israël verslagen waren. Zij sloten vrede met David en dienden hem. Aram was niet bereid de zonen van Ammon nog te redden.
וַיִּרְא֞וּ
(vayiru)
en zagen
עַבְדֵ֣י
(avdei)
dienaren van
הֲדַדְעֶ֗זֶר
(hadadezer)
Hadadezer
כִּ֤י
(ki)
dat
נִגְּפוּ֙
(nigefu)
zij verslagen waren
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וַיַּשְׁלִ֥ימוּ
(vayashlimu)
en sloten vrede
עִם
(im)
met
דָּוִ֖יד
(david)
David
וַיַּֽעַבְדֻ֑הוּ
(vayaavduhu)
en dienden hem
וְלֹא
(velo)
en niet
אָבָ֣ה
(ava)
was bereid
אֲרָ֔ם
(aram)
Aram
לְהוֹשִׁ֥יעַ
(lehoshia)
om te redden
אֶת
(et)
(obj.)
בְּנֵי
(benei)
zonen van
עַמּ֖וֹן
(amon)
Ammon
עֽוֹד
(od)
nog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

Uitleg

Hier staat dat Aram niet bereid was de zonen van Ammon nog te redden.

In 2 Sam. 10:19 staat dat Aram bang was om dat te doen.