De magiërs, de vlucht naar Egypte en de terugkeer naar Nazaret
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Magiërs zoeken de koning van de Joden
1Toen Yeshua geboren was in Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie: magiërs uit het oosten kwamen aan in Jeruzalem.
Τοῦ
(Tou)
(de)
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
γεννηθέντος
(gennethentos)
geboren zijnde
ἐν
(en)
in
Βηθλέεμ
(Bethleem)
Betlehem
τῆς
(tes)
(de)
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
ἐν
(en)
in
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Ἡρῴδου
(Herodou)
van Herodes
τοῦ
(tou)
(de)
βασιλέως
(basileos)
koning
ἰδοὺ
(idou)
zie
μάγοι
(magoi)
magiërs
ἀπὸ
(apo)
uit
ἀνατολῶν
(anatolon)
het oosten
παρεγένοντο
(paregenonto)
kwamen aan
εἰς
(eis)
in
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
Uitleg
μάγοι (magoi), ‘magiërs’: in die tijd geleerden uit het oosten die de sterren en dromen bestudeerden.
Het Grieks noemt geen aantal en geen namen.
Ἡρῴδης (Herodes) is de koning over Judea in de tijd van Yeshua’s geboorte.
2Zij zeiden: „Waar is de koning van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster gezien in het oosten, en wij zijn gekomen om ons voor Hem neer te buigen.”
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ποῦ
(Pou)
waar
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
τεχθεὶς
(techtheis)
geboren
βασιλεὺς
(basileus)
koning
τῶν
(ton)
van de
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
εἴδομεν
(eidomen)
wij zagen
γὰρ
(gar)
want
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὸν
(ton)
de
ἀστέρα
(astera)
ster
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ἀνατολῇ
(anatole)
oosten
καὶ
(kai)
en
ἤλθομεν
(elthomen)
wij kwamen
προσκυνῆσαι
(proskynesai)
om neer te buigen
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀνατολή (anatole) betekent ‘oosten’ en ook ‘opkomst’.
De magiërs kunnen dus bedoelen ‘Zijn ster bij zijn opkomst’ of ‘Zijn ster in het oosten’.
Wij vertalen ‘in het oosten’, zoals in 2:1 en 2:9.
προσκυνῆσαι (proskynesai), ‘zich neerbuigen’: zich diep buigen voor iemand. Het woord drukt eerbied voor een koning uit, maar ook aanbidding van Elohim. Het komt overeen met het Hebreeuwse הִשְׁתַּחֲוָה (hishtachavah), ‘zich neerbuigen’, zoals in onze vertaling van het Oude Testament. Wij vertalen het overal zo (2:8, 2:11, 4:9–10).
3Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij van streek, en heel Jeruzalem met hem.
ἀκούσας
(akousas)
horend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
βασιλεὺς
(basileus)
koning
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
ἐταράχθη
(etarachthe)
raakte van streek
καὶ
(kai)
en
πᾶσα
(pasa)
heel
Ἱεροσόλυμα
(Hierosolyma)
Jeruzalem
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
4Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en vroeg hun waar de Messias geboren wordt.
καὶ
(kai)
en
συναγαγὼν
(synagagon)
bijeenroepend
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
ἐπυνθάνετο
(epynthaneto)
hij vroeg
παρ’
(par’)
bij
αὐτῶν
(auton)
hen
ποῦ
(pou)
waar
ὁ
(ho)
de
χριστὸς
(christos)
Messias
γεννᾶται
(gennatai)
wordt geboren
Bron: SBLGNT
5Zij zeiden tegen hem: „In Betlehem in Judea. Want zo staat het geschreven door de profeet:
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
εἶπαν
(eipan)
zeiden
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Ἐν
(En)
in
Βηθλέεμ
(Bethleem)
Betlehem
τῆς
(tes)
(de)
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
οὕτως
(houtos)
zo
γὰρ
(gar)
want
γέγραπται
(gegraptai)
is geschreven
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
6‘En jij, Betlehem, land van Juda, bent geenszins de kleinste onder de leiders van Juda. Want uit jou zal een leider voortkomen, die Mijn volk Israël zal weiden.’”
Καὶ
(Kai)
en
σύ
(sy)
jij
Βηθλέεμ
(Bethleem)
Betlehem
γῆ
(ge)
land
Ἰούδα
(Iouda)
van Juda
οὐδαμῶς
(oudamos)
geenszins
ἐλαχίστη
(elachiste)
kleinste
εἶ
(ei)
ben je
ἐν
(en)
onder
τοῖς
(tois)
de
ἡγεμόσιν
(hegemosin)
leiders
Ἰούδα
(Iouda)
van Juda
ἐκ
(ek)
uit
σοῦ
(sou)
jou
γὰρ
(gar)
want
ἐξελεύσεται
(exeleusetai)
zal voortkomen
ἡγούμενος
(hegoumenos)
leider
ὅστις
(hostis)
die
ποιμανεῖ
(poimanei)
zal weiden
τὸν
(ton)
de
λαόν
(laon)
volk
μου
(mou)
Mijn
τὸν
(ton)
de
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Uitleg
Het citaat volgt Micha 5:1 (Hebreeuwse telling), met aan het slot woorden uit 2 Sam. 5:2 (‘Jij zult Mijn volk Israël weiden’).
Het Hebreeuws heeft ‘Betlehem Efrata, klein om onder de geslachten van Juda te zijn’; de Griekse tekst heeft ‘land van Juda’ en ‘geenszins de kleinste onder de leiders van Juda’.
ἡγεμών (hegemon) en ἡγούμενος (hegoumenos): ‘leider’.
7Toen riep Herodes in het geheim de magiërs en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verscheen.
Τότε
(Tote)
toen
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
λάθρᾳ
(lathra)
in het geheim
καλέσας
(kalesas)
roepend
τοὺς
(tous)
de
μάγους
(magous)
magiërs
ἠκρίβωσεν
(ekribosen)
hij vroeg na
παρ’
(par’)
bij
αὐτῶν
(auton)
hen
τὸν
(ton)
de
χρόνον
(chronon)
tijd
τοῦ
(tou)
van de
φαινομένου
(phainomenou)
verschijnende
ἀστέρος
(asteros)
ster
Bron: SBLGNT
8Hij stuurde hen naar Betlehem en zei: „Ga en onderzoek nauwkeurig naar het kind. Als jullie Hem gevonden hebben, laat het mij weten, zodat ook ik kan komen om mij voor Hem neer te buigen.”
καὶ
(kai)
en
πέμψας
(pempsas)
sturend
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
naar
Βηθλέεμ
(Bethleem)
Betlehem
εἶπεν
(eipen)
hij zei
Πορευθέντες
(Poreuthentes)
gegaan zijnde
ἐξετάσατε
(exetasate)
onderzoek
ἀκριβῶς
(akribos)
nauwkeurig
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
het
παιδίου
(paidiou)
kind
ἐπὰν
(epan)
als
δὲ
(de)
maar
εὕρητε
(heurete)
jullie vinden
ἀπαγγείλατέ
(apangeilate)
meld
μοι
(moi)
mij
ὅπως
(hopos)
opdat
κἀγὼ
(kago)
ook ik
ἐλθὼν
(elthon)
komend
προσκυνήσω
(proskyneso)
ik zal neerbuigen
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
De ster wijst de weg naar het kind
9Zij hoorden de koning aan en gingen op weg. En zie: de ster die zij in het oosten hadden gezien, ging voor hen uit tot hij boven de plaats kwam waar het kind was. Daar bleef hij staan.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ἀκούσαντες
(akousantes)
gehoord hebbend
τοῦ
(tou)
de
βασιλέως
(basileos)
koning
ἐπορεύθησαν
(eporeuthesan)
gingen
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ὁ
(ho)
de
ἀστὴρ
(aster)
ster
ὃν
(hon)
die
εἶδον
(eidon)
zij zagen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
ἀνατολῇ
(anatole)
oosten
προῆγεν
(proegen)
ging voor
αὐτούς
(autous)
hen
ἕως
(heos)
tot
ἐλθὼν
(elthon)
komend
ἐστάθη
(estathe)
bleef staan
ἐπάνω
(epano)
boven
οὗ
(hou)
waar
ἦν
(en)
was
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
Bron: SBLGNT
10Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.
ἰδόντες
(idontes)
ziende
δὲ
(de)
maar
τὸν
(ton)
de
ἀστέρα
(astera)
ster
ἐχάρησαν
(echaresan)
verheugden zich
χαρὰν
(charan)
vreugde
μεγάλην
(megalen)
grote
σφόδρα
(sphodra)
zeer
Bron: SBLGNT
11Zij gingen het huis in en zagen het kind met Maria, Zijn moeder. Zij vielen neer en bogen zich voor Hem neer. Zij openden hun schatkisten en boden Hem geschenken aan: goud, wierook en mirre.
καὶ
(kai)
en
ἐλθόντες
(elthontes)
komend
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
εἶδον
(eidon)
zagen
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
μετὰ
(meta)
met
Μαρίας
(Marias)
Maria
τῆς
(tes)
de
μητρὸς
(metros)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
πεσόντες
(pesontes)
neergevallen
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
bogen zich neer
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
καὶ
(kai)
en
ἀνοίξαντες
(anoixantes)
openend
τοὺς
(tous)
de
θησαυροὺς
(thesaurous)
schatkisten
αὐτῶν
(auton)
hun
προσήνεγκαν
(prosenenkan)
brachten aan
αὐτῷ
(auto)
Hem
δῶρα
(dora)
geschenken
χρυσὸν
(chryson)
goud
καὶ
(kai)
en
λίβανον
(libanon)
wierook
καὶ
(kai)
en
σμύρναν
(smyrnan)
mirre
Bron: SBLGNT
Uitleg
λίβανος (libanos), ‘wierook’, en σμύρνα (smyrna), ‘mirre’, zijn geurige harsen.
Goud en wierook worden samen genoemd in Jes. 60:6; zie ook Ps. 72:10–11.
12In een droom kregen zij de aanwijzing om niet terug te gaan naar Herodes. Zij vertrokken langs een andere weg naar hun land.
καὶ
(kai)
en
χρηματισθέντες
(chrematisthentes)
een aanwijzing gekregen hebbend
κατ’
(kat’)
in
ὄναρ
(onar)
droom
μὴ
(me)
niet
ἀνακάμψαι
(anakampsai)
terug te keren
πρὸς
(pros)
naar
Ἡρῴδην
(Heroden)
Herodes
δι’
(di’)
langs
ἄλλης
(alles)
andere
ὁδοῦ
(hodou)
weg
ἀνεχώρησαν
(anechoresan)
vertrokken
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
χώραν
(choran)
land
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
χρηματισθέντες (chrematisthentes): het werkwoord χρηματίζω (chrematizo) wordt gebruikt voor een mededeling of aanwijzing van Elohim.
Wij vertalen ‘de aanwijzing krijgen’, ook in 2:22.
De vlucht naar Egypte
13Nadat zij vertrokken waren, zie: een engel van Yahweh verscheen aan Jozef in een droom en zei: „Sta op. Neem het kind en Zijn moeder met je mee en vlucht naar Egypte. Blijf daar tot ik het je zeg. Want Herodes gaat het kind zoeken om het om te brengen.”
Ἀναχωρησάντων
(Anachoresanton)
vertrokken zijnde
δὲ
(de)
maar
αὐτῶν
(auton)
zij
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἄγγελος
(angelos)
engel
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
φαίνεται
(phainetai)
verschijnt
κατ’
(kat’)
in
ὄναρ
(onar)
droom
τῷ
(to)
aan de
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
λέγων
(legon)
zeggend
Ἐγερθεὶς
(Egertheis)
opgestaan zijnde
παράλαβε
(paralabe)
neem
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
φεῦγε
(pheuge)
vlucht
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
ἴσθι
(isthi)
wees
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἕως
(heos)
tot
ἂν
(an)
(ooit)
εἴπω
(eipo)
ik zeg
σοι
(soi)
je
μέλλει
(mellei)
staat op het punt
γὰρ
(gar)
want
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
ζητεῖν
(zetein)
te zoeken
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
τοῦ
(tou)
om
ἀπολέσαι
(apolesai)
om te brengen
αὐτό
(auto)
het
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
14Hij stond op, nam ’s nachts het kind en Zijn moeder met zich mee en vertrok naar Egypte.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἐγερθεὶς
(egertheis)
opgestaan zijnde
παρέλαβε
(parelabe)
nam
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
νυκτὸς
(nyktos)
van de nacht
καὶ
(kai)
en
ἀνεχώρησεν
(anechoresen)
vertrok
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
15Daar bleef hij tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden wat Yahweh door de profeet gezegd heeft: „Uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.”
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἕως
(heos)
tot
τῆς
(tes)
de
τελευτῆς
(teleutes)
dood
Ἡρῴδου
(Herodou)
van Herodes
ἵνα
(hina)
opdat
πληρωθῇ
(plerothe)
vervuld wordt
τὸ
(to)
het
ῥηθὲν
(rhethen)
gesprokene
ὑπὸ
(hypo)
door
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
διὰ
(dia)
via
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
λέγοντος
(legontos)
zeggend
Ἐξ
(Ex)
uit
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
Egypte
ἐκάλεσα
(ekalesa)
ik riep
τὸν
(ton)
de
υἱόν
(huion)
zoon
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Het citaat is Hos. 11:1.
In Hosea staat ‘Toen Israël een jongen was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen’: Elohim noemt daar het volk Israël Zijn zoon (zie ook Exod. 4:22).
Matteüs past de woorden toe op Yeshua.
Wij schrijven ‘zoon’ met een kleine letter, omdat de woorden in Hosea over Israël gaan.
κυρίου (kyriou), ‘van de Heer’, is vertaald als Yahweh, zoals in 1:22 en 1:20.
16Toen Herodes zag dat de magiërs hem voor de gek hadden gehouden, werd hij zeer woedend. Hij zond mensen uit en liet alle jongens doden die in Betlehem en in heel haar gebied waren, van twee jaar en jonger. Dat was volgens de tijd die hij van de magiërs precies had nagevraagd.
Τότε
(Tote)
toen
Ἡρῴδης
(Herodes)
Herodes
ἰδὼν
(idon)
ziende
ὅτι
(hoti)
dat
ἐνεπαίχθη
(enepaichthe)
hij werd voor de gek gehouden
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
μάγων
(magon)
magiërs
ἐθυμώθη
(ethymothe)
werd woedend
λίαν
(lian)
zeer
καὶ
(kai)
en
ἀποστείλας
(aposteilas)
zendend
ἀνεῖλεν
(aneilen)
doodde
πάντας
(pantas)
alle
τοὺς
(tous)
de
παῖδας
(paidas)
jongens
τοὺς
(tous)
de
ἐν
(en)
in
Βηθλέεμ
(Bethleem)
Betlehem
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πᾶσι
(pasi)
alle
τοῖς
(tois)
de
ὁρίοις
(horiois)
gebieden
αὐτῆς
(autes)
haar
ἀπὸ
(apo)
van
διετοῦς
(dietous)
tweejarige
καὶ
(kai)
en
κατωτέρω
(katotero)
daaronder
κατὰ
(kata)
naar
τὸν
(ton)
de
χρόνον
(chronon)
tijd
ὃν
(hon)
die
ἠκρίβωσεν
(ekribosen)
hij navroeg
παρὰ
(para)
van
τῶν
(ton)
de
μάγων
(magon)
magiërs
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Uitleg
Het Grieks heeft ἀποστείλας ἀνεῖλεν (aposteilas aneilen), letterlijk ‘zendend doodde hij’.
Wij vullen ‘mensen’ en ‘liet’ aan, omdat het Nederlands dat nodig heeft.
παῖδες (paides) kan ‘kinderen’ of ‘jongens’ betekenen; wij vertalen ‘jongens’. Het aantal wordt niet genoemd.
διετοῦς (dietous), ‘van twee jaar’: de tijd die Herodes van de magiërs te weten was gekomen (2:7).
17Toen werd vervuld wat gezegd is door Jeremia, de profeet:
τότε
(tote)
toen
ἐπληρώθη
(eplerothe)
werd vervuld
τὸ
(to)
het
ῥηθὲν
(rhethen)
gesprokene
διὰ
(dia)
door
Ἰερεμίου
(Ieremiou)
Jeremia
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
λέγοντος
(legontos)
zeggend
Bron: SBLGNT
18„Een stem is gehoord in Rama, geween en veel weeklagen. Rachel beweende haar kinderen. Zij wilde zich niet laten troosten, want zij zijn er niet meer.”
Φωνὴ
(Phone)
stem
ἐν
(en)
in
Ῥαμὰ
(Rhama)
Rama
ἠκούσθη
(ekousthe)
werd gehoord
κλαυθμὸς
(klauthmos)
geween
καὶ
(kai)
en
ὀδυρμὸς
(odyrmos)
weeklagen
πολύς
(polys)
veel
Ῥαχὴλ
(Rhachel)
Rachel
κλαίουσα
(klaiousa)
wenend
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἤθελεν
(ethelen)
wilde
παρακληθῆναι
(paraklethenai)
getroost te worden
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσίν
(eisin)
zijn zij
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Rama (er-Ram): Rama (nu er-Ram; ook Ramataim-Zofim, de woonplaats van Samuël) lag ongeveer 8 km ten noorden van Jeruzalem, in Benjamin.
De ligging van Samuëls Rama is niet helemaal zeker.
In Jozua 19 zijn andere plaatsen met deze naam bedoeld, in het noorden.
Uitleg
Het citaat is Jer. 31:15.
De Griekse tekst heeft ‘geween en veel weeklagen’; het Hebreeuws heeft ‘een weeklacht, bitter geween’.
Rama ligt in het gebied van Benjamin, ten noorden van Jeruzalem.
Rachel is de moeder van Jozef en Benjamin.
Volgens Gen. 35:19 werd zij begraven aan de weg naar Efrat, dat is Betlehem. 1 Sam. 10:2 noemt haar graf in het gebied van Benjamin.
19Toen Herodes gestorven was, zie: een engel van Yahweh verscheen aan Jozef in een droom in Egypte,
Τελευτήσαντος
(Teleutesantos)
gestorven zijnde
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
de
Ἡρῴδου
(Herodou)
Herodes
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἄγγελος
(angelos)
engel
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
φαίνεται
(phainetai)
verschijnt
κατ’
(kat’)
in
ὄναρ
(onar)
droom
τῷ
(to)
aan de
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
ἐν
(en)
in
Αἰγύπτῳ
(Aigypto)
Egypte
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
20en zei: „Sta op, neem het kind en Zijn moeder met je mee en ga naar het land Israël. Want zij die het kind het leven wilden ontnemen, zijn gestorven.”
λέγων
(legon)
zeggend
Ἐγερθεὶς
(Egertheis)
opgestaan zijnde
παράλαβε
(paralabe)
neem
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
πορεύου
(poreuou)
ga
εἰς
(eis)
naar
γῆν
(gen)
land
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
τεθνήκασιν
(tethnekasin)
zijn gestorven
γὰρ
(gar)
want
οἱ
(hoi)
zij
ζητοῦντες
(zetountes)
zoekenden
τὴν
(ten)
het
ψυχὴν
(psychen)
leven
τοῦ
(tou)
van het
παιδίου
(paidiou)
kind
Bron: SBLGNT
Uitleg
τὴν ψυχήν (ten psychen), ‘de ziel’: in de Hebreeuwse uitdrukking ‘iemands ziel zoeken’ betekent dat iemand naar het leven staan.
Wij vertalen ‘het leven ontnemen’, zoals in Exod. 4:19.
21Hij stond op, nam het kind en Zijn moeder met zich mee en kwam in het land Israël.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἐγερθεὶς
(egertheis)
opgestaan zijnde
παρέλαβε
(parelabe)
nam
τὸ
(to)
het
παιδίον
(paidion)
kind
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
kwam binnen
εἰς
(eis)
in
γῆν
(gen)
land
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
22Toen hij hoorde dat Archelaüs in Judea koning was in plaats van zijn vader Herodes, was hij bang om daarheen te gaan. In een droom kreeg hij een aanwijzing, en hij vertrok naar het gebied van Galilea.
ἀκούσας
(akousas)
horend
δὲ
(de)
maar
ὅτι
(hoti)
dat
Ἀρχέλαος
(Archelaos)
Archelaüs
βασιλεύει
(basileuei)
is koning
τῆς
(tes)
over de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ἡρῴδου
(Herodou)
Herodes
ἐφοβήθη
(ephobethe)
was bang
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἀπελθεῖν
(apelthein)
heen te gaan
χρηματισθεὶς
(chrematistheis)
een aanwijzing gekregen hebbend
δὲ
(de)
maar
κατ’
(kat’)
in
ὄναρ
(onar)
droom
ἀνεχώρησεν
(anechoresen)
vertrok
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
μέρη
(mere)
gebieden
τῆς
(tes)
van de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.
Het komt overeen met het oude Juda.
Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.
Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.
Uitleg
Ἀρχέλαος (Archelaos), ‘Archelaüs’, was een zoon van Herodes en volgde hem op in Judea.
23Hij kwam en ging wonen in een stad die Nazaret heet, opdat vervuld zou worden wat door de profeten gezegd is: „Hij zal Nazoreeër genoemd worden.”
καὶ
(kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
komend
κατῴκησεν
(katokesen)
ging wonen
εἰς
(eis)
in
πόλιν
(polin)
stad
λεγομένην
(legomenen)
genoemd
Ναζαρέτ
(Nazaret)
Nazaret
ὅπως
(hopos)
opdat
πληρωθῇ
(plerothe)
vervuld wordt
τὸ
(to)
het
ῥηθὲν
(rhethen)
gesprokene
διὰ
(dia)
door
τῶν
(ton)
de
προφητῶν
(propheton)
profeten
ὅτι
(hoti)
dat
Ναζωραῖος
(Nazoraios)
Nazoreeër
κληθήσεται
(klethesetai)
zal worden genoemd
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.
Uitleg
Ναζωραῖος (Nazoraios), ‘Nazoreeër’: iemand uit Nazaret.
Dit citaat staat niet letterlijk in een profetenboek; Matteüs zegt ‘de profeten’ in het meervoud.
Het woord klinkt aan op het Hebreeuwse נֵצֶר (netser), ‘scheut’ (Jes. 11:1), en op ‘nazireeër’ (Richt. 13:5), maar Matteüs zegt niet welk vers hij bedoelt.