Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De Geest van Elohim komt op Bileam
1Bileam zag dat het goed was in de ogen van Yahweh om Israël te zegenen. Hij ging niet, zoals de vorige keren, op zoek naar voortekenen, maar richtte zijn gezicht naar de woestijn.
וַיַּ֣רְא
(vayar)
en zag
בִּלְעָ֗ם
(bilam)
Bileam
כִּ֣י
(ki)
dat
ט֞וֹב
(tov)
goed
בְּעֵינֵ֤י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
לְבָרֵ֣ךְ
(levarekh)
om te zegenen
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְלֹא
(velo)
en niet
הָלַ֥ךְ
(halakh)
ging
כְּפַֽעַם
(kefaam)
zoals telkens
בְּפַ֖עַם
(befaam)
de ene keer na de andere
לִקְרַ֣את
(liqrat)
tegemoet
נְחָשִׁ֑ים
(nechashim)
voortekenen
וַיָּ֥שֶׁת
(vayashet)
en richtte
אֶל
(el)
naar
הַמִּדְבָּ֖ר
(hamidbar)
de woestijn
פָּנָֽיו
(panav)
zijn gezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְחָשִׁים (nechashim), ‘voortekenen’: tekens waaruit men de toekomst wil lezen.
Het is hetzelfde woord als in Num. 23:23 (נַחַשׁ).
8El leidt hem uit Egypte. Zijn kracht is als die van een wilde stier. Hij zal volken verslinden, zijn tegenstanders; hun botten zal hij stukbijten en met zijn pijlen zal hij hen verbrijzelen.
אֵ֚ל
(el)
El
מוֹצִיא֣וֹ
(motsio)
die hem uitleidt
מִמִּצְרַ֔יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
כְּתוֹעֲפֹ֥ת
(ketoafot)
als de kracht van
רְאֵ֖ם
(reem)
een wilde stier
ל֑וֹ
(lo)
voor hem
יֹאכַ֞ל
(yokhal)
hij zal verslinden
גּוֹיִ֣ם
(goyim)
volken
צָרָ֗יו
(tsarav)
zijn tegenstanders
וְעַצְמֹתֵיהֶ֛ם
(veatsmoteihem)
en hun botten
יְגָרֵ֖ם
(yegarem)
zal hij stukbijten
וְחִצָּ֥יו
(vechitsav)
en zijn pijlen
יִמְחָֽץ
(yimchats)
zal hij verbrijzelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Dit vers herhaalt Num. 23:22.
Het onderwerp van ‘verslinden’ is Israël, niet El.
9Hij heeft zich neergebogen en neergelegd als een leeuw, als een leeuwin: wie zal hem doen opstaan? Wie jou zegent, is gezegend, en wie jou vervloekt, is vervloekt.”
כָּרַ֨ע
(kara)
hij heeft zich gebogen
שָׁכַ֧ב
(shakhav)
hij ligt neer
כַּאֲרִ֛י
(kaari)
als een leeuw
וּכְלָבִ֖יא
(ukhelavi)
en als een leeuwin
מִ֣י
(mi)
wie
יְקִימֶ֑נּוּ
(yeqimenu)
zal hem doen opstaan
מְבָרֲכֶ֣יךָ
(mevarakheikha)
wie jou zegent
בָר֔וּךְ
(barukh)
is gezegend
וְאֹרְרֶ֖יךָ
(veorereikha)
en wie jou vervloekt
אָרֽוּר
(arur)
is vervloekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers herinnert aan de zegen aan Abraham (Gen. 12:3) en aan het slot van Gen. 49:9.
10Balaks toorn ontbrandde tegen Bileam. Hij sloeg zijn handen samen en zei tot Bileam: „Om mijn vijanden te verwensen heb ik je geroepen. En zie, je hebt hen nu al drie keer werkelijk gezegend.
וַיִּֽחַר
(vayichar)
en ontbrandde
אַ֤ף
(af)
de toorn van
בָּלָק֙
(balaq)
Balak
אֶל
(el)
tegen
בִּלְעָ֔ם
(bilam)
Bileam
וַיִּסְפֹּ֖ק
(vayispoq)
en hij sloeg
אֶת
(et)
(obj.)
כַּפָּ֑יו
(kapav)
zijn handen samen
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
בָּלָ֜ק
(balaq)
Balak
אֶל
(el)
tot
בִּלְעָ֗ם
(bilam)
Bileam
לָקֹ֤ב
(laqov)
om te verwensen
אֹֽיְבַי֙
(oyevay)
mijn vijanden
קְרָאתִ֔יךָ
(qeratikha)
heb ik je geroepen
וְהִנֵּה֙
(vehine)
en zie
בֵּרַ֣כְתָּ
(berakhta)
je hebt gezegend
בָרֵ֔ךְ
(barekh)
werkelijk
זֶ֖ה
(ze)
nu
שָׁלֹ֥שׁ
(shalosh)
drie
פְּעָמִֽים
(peamim)
keer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וַיִּסְפֹּק אֶת־כַּפָּיו (wayyispoq et kappav), ‘hij sloeg zijn handen samen’: een gebaar van woede.
13‘Al zou Balak mij zijn huis vol zilver en goud geven. Ik kan het bevel van Yahweh niet overtreden om uit mijzelf iets goeds of iets slechts te doen. Wat Yahweh spreekt, dat zal ik spreken’?
אִם
(im)
als
יִתֶּן
(yiten)
geeft
לִ֨י
(li)
mij
בָלָ֜ק
(balaq)
Balak
מְלֹ֣א
(melo)
vol van
בֵיתוֹ֮
(beito)
zijn huis
כֶּ֣סֶף
(kesef)
zilver
וְזָהָב֒
(vezahav)
en goud
לֹ֣א
(lo)
niet
אוּכַ֗ל
(ukhal)
kan ik
לַעֲבֹר֙
(laavor)
overtreden
אֶת
(et)
(obj.)
פִּ֣י
(pi)
het bevel van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לַעֲשׂ֥וֹת
(laasot)
om te doen
טוֹבָ֛ה
(tova)
iets goeds
א֥וֹ
(o)
of
רָעָ֖ה
(raa)
iets slechts
מִלִּבִּ֑י
(milibi)
uit mijn hart
אֲשֶׁר
(asher)
wat
יְדַבֵּ֥ר
(yedaber)
spreekt
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֹת֥וֹ
(oto)
het
אֲדַבֵּֽר
(adaber)
zal ik spreken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16uitspraak van wie de woorden van El hoort en de kennis van de Allerhoogste kent, die een visioen van Sjaddai ziet, neervallend, met ontsluierde ogen:
נְאֻ֗ם
(neum)
uitspraak van
שֹׁמֵ֨עַ֙
(shomea)
wie hoort
אִמְרֵי
(imrei)
de woorden van
אֵ֔ל
(el)
El
וְיֹדֵ֖עַ
(veyodea)
en kent
דַּ֣עַת
(daat)
de kennis van
עֶלְי֑וֹן
(elyon)
de Allerhoogste
מַחֲזֵ֤ה
(machaze)
het visioen van
שַׁדַּי֙
(shaday)
Sjaddai
יֶֽחֱזֶ֔ה
(yecheze)
ziet
נֹפֵ֖ל
(nofel)
neervallend
וּגְל֥וּי
(ugeluy)
en ontsluierd van
עֵינָֽיִם
(einayim)
ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam van Elohim, zoals in Gen. 14:18–22.
17Ik zie hem, maar niet nu. Ik aanschouw hem, maar niet dichtbij. Een ster stapt op uit Jakob, een scepter staat op uit Israël. Hij verbrijzelt de slapen van Moab en slaat alle zonen van Set neer.
אֶרְאֶ֨נּוּ֙
(erenu)
ik zie hem
וְלֹ֣א
(velo)
maar niet
עַתָּ֔ה
(ata)
nu
אֲשׁוּרֶ֖נּוּ
(ashurenu)
ik aanschouw hem
וְלֹ֣א
(velo)
maar niet
קָר֑וֹב
(qarov)
dichtbij
דָּרַ֨ךְ
(darakh)
stapt op
כּוֹכָ֜ב
(kokhav)
een ster
מִֽיַּעֲקֹ֗ב
(miyaaqov)
uit Jakob
וְקָ֥ם
(veqam)
en staat op
שֵׁ֨בֶט֙
(shevet)
een scepter
מִיִּשְׂרָאֵ֔ל
(miyisrael)
uit Israël
וּמָחַץ֙
(umachats)
en verbrijzelt
פַּאֲתֵ֣י
(paatei)
de slapen van
מוֹאָ֔ב
(moav)
Moab
וְקַרְקַ֖ר
(veqarqar)
en slaat neer
כָּל
(kal)
alle
בְּנֵי
(benei)
zonen van
שֵֽׁת
(shet)
Set
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שֵׁבֶט (shevet), ‘scepter’: dit woord betekent ook ‘stam’.
Wij nemen ‘scepter’, omdat het bij ‘ster’ en ‘heerser’ in vers 19 past.
Lezing
פַּאֲתֵי מוֹאָב (paatei Moab), ‘de slapen van Moab’: de zijkanten van het hoofd.
Het kan ook ‘de hoeken van Moab’ betekenen.
וְקַרְקַר (weqarqar) vertalen wij ‘slaat neer’. ‘Zonen van Set’ is onzeker: sommigen lezen ‘zonen van het rumoer’. Wij houden de naam Set (Gen. 4:25).