Elohim Bijbel

2 Korintiërs 11

12345678910111213

Paulus spreekt als een dwaas: ijver voor de Messias, valse apostelen, zijn lijden en de vlucht uit Damascus

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Dwaasheid en ijver voor de Messias

1Was het maar zo dat jullie een beetje dwaasheid van mij verdroegen. Maar jullie verdragen mij ook.
Ὄφελον
(Ophelon)
mocht
ἀνείχεσθέ
(aneichesthe)
jullie verdroegen
μου
(mou)
mij
μικρόν
(mikron)
een beetje
τι
(ti)
iets
ἀφροσύνης
(aphrosynes)
van dwaasheid
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἀνέχεσθέ
(anechesthe)
verdragen jullie
μου
(mou)
mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφροσύνη (afrosyne), ‘dwaasheid’: van 11:1 tot 12:13 spreekt Paulus bewust als een ‘dwaas’, ἄφρων (afron).

Wij houden ‘dwaasheid’ en ‘dwaas’. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’.

Het tweede ἀνέχεσθέ (anechesthe) kan ook een opdracht zijn: ‘verdraag mij!’.

2Want ik ijver voor jullie met de ijver van Elohim. Ik heb jullie immers aan één man verloofd, om jullie als een zuivere maagd aan de Messias voor te stellen.
ζηλῶ
(zelo)
ik ijver
γὰρ
(gar)
want
ὑμᾶς
(hymas)
voor jullie
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ζήλῳ
(zelo)
met ijver
ἡρμοσάμην
(hermosamen)
heb ik verloofd
γὰρ
(gar)
want
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἑνὶ
(heni)
aan één
ἀνδρὶ
(andri)
man
παρθένον
(parthenon)
maagd
ἁγνὴν
(hagnen)
zuivere
παραστῆσαι
(parastesai)
voor te stellen
τῷ
(to)
aan de
Χριστῷ
(Christo)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζηλόω (zeloo), ‘ijveren voor’. θεοῦ ζήλῳ (theou zelo), ‘met de ijver van Elohim’: ijver die van Elohim komt of ijver zoals Elohim die heeft. ἁρμόζω (harmozo), ‘verloven’: iemand aan een man geven. παρθένος (parthenos), ‘maagd’.

Het beeld is dat van de gemeente als verloofde van de Messias.

Zie ook Joh. 3:29.

Zie ookJoh 3:29
3Ik vrees dat, zoals de slang Eva door zijn sluwheid misleidde, jullie gedachten verdorven worden, weg van de oprechtheid en zuiverheid jegens de Messias.
φοβοῦμαι
(phoboumai)
ik vrees
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
dat niet
πως
(pos)
misschien
ὡς
(hos)
zoals
ὁ
(ho)
de
ὄφις
(ophis)
slang
ἐξηπάτησεν
(exepatesen)
misleidde
Εὕαν
(Heuan)
Eva
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
πανουργίᾳ
(panourgia)
sluwheid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
φθαρῇ
(phthare)
verdorven worden
τὰ
(ta)
de
νοήματα
(noemata)
gedachten
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
ἀπὸ
(apo)
af
τῆς
(tes)
van de
ἁπλότητος
(haplotetos)
oprechtheid
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
ἁγνότητος
(hagnotetos)
zuiverheid
τῆς
(tes)
die
εἰς
(eis)
jegens
τὸν
(ton)
de
Χριστόν
(Christon)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

Eva en de slang: Gen. 3:1–6 en 3:13. ἐξαπατάω (exapatao), ‘misleiden’; πανουργία (panourgia), ‘sluwheid’; νόημα (noema), ‘gedachte’. ἁπλότης (haplotes), hier ‘oprechtheid’: letterlijk ‘eenvoud, ongedeeldheid’, zie 8:2. ἁγνότης (hagnotes), ‘zuiverheid’.

Zie ook Gen. 3:1–6; Gen. 3:13.

Een andere Yeshua

4Want als iemand komt en een andere Yeshua verkondigt die wij niet verkondigd hebben, of als jullie een andere geest ontvangen die jullie niet ontvingen, of een andere goede boodschap die jullie niet aanvaardden, dan verdragen jullie dat goed.
εἰ
(ei)
als
μὲν
(men)
wel
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
ἐρχόμενος
(erchomenos)
komende
ἄλλον
(allon)
andere
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
κηρύσσει
(keryssei)
verkondigt
ὃν
(hon)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐκηρύξαμεν
(ekeryxamen)
verkondigden wij
ἢ
(e)
of
πνεῦμα
(pneuma)
geest
ἕτερον
(heteron)
andere
λαμβάνετε
(lambanete)
ontvangen jullie
ὃ
(ho)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐλάβετε
(elabete)
ontvingen jullie
ἢ
(e)
of
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
ἕτερον
(heteron)
andere
ὃ
(ho)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐδέξασθε
(edexasthe)
aanvaardden jullie
καλῶς
(kalos)
goed
ἀνέχεσθε
(anechesthe)
verdragen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Een lange zin met drie voorwaarden: iemand verkondigt ‘een andere Yeshua’, jullie ontvangen ‘een andere geest’, jullie aanvaarden ‘een andere goede boodschap’.

Wie ‘degene die komt’ is, noemt de tekst niet; vergelijk vers 13. ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘verdragen jullie het’ een tekstvariant.

Sommige handschriften hebben ‘zouden jullie het verdragen’ (ἀνείχεσθε).

Zie ook Gal. 1:6–9.

Niet minder dan de hoogverheven apostelen

5Want ik acht mijzelf in niets tekort te schieten bij de hoogverheven apostelen.
λογίζομαι
(logizomai)
ik reken
γὰρ
(gar)
want
μηδὲν
(meden)
niets
ὑστερηκέναι
(hysterekenai)
tekort geschoten te zijn
τῶν
(ton)
bij de
ὑπερλίαν
(hyperlian)
hoogverheven
ἀποστόλων
(apostolon)
apostelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπερλίαν ἀπόστολοι (hyperlian apostoloi): letterlijk ‘bovenmate [grote] apostelen’; wij vertalen ‘hoogverheven apostelen’.

Wie ermee bedoeld zijn, zegt de tekst niet; vergelijk 12:11. ὑστερέω (hystereo), ‘tekortschieten’.

Zie ook 2 Kor. 12:11.

6Ook al ben ik een leek in het spreken, in kennis ben ik dat niet. In alles en onder allen hebben wij dit aan jullie duidelijk gemaakt.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἰδιώτης
(idiotes)
leek
τῷ
(to)
in het
λόγῳ
(logo)
woord
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐ
(ou)
niet
τῇ
(te)
in de
γνώσει
(gnosei)
kennis
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
φανερώσαντες
(phanerosantes)
duidelijk gemaakt hebbend
ἐν
(en)
onder
πᾶσιν
(pasin)
allen
εἰς
(eis)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἰδιώτης (idiotes), ‘leek’: iemand zonder opleiding of vaardigheid, hier in het spreken.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘duidelijk gemaakt hebbend’ een tekstvariant.

Sommige handschriften hebben ‘duidelijk geworden’ (een lijdende vorm).

Zonder loon van de Korintiërs

7Of heb ik een zonde begaan door mijzelf te vernederen, opdat jullie verhoogd zouden worden? Ik heb jullie namelijk de goede boodschap van Elohim om niet gebracht.
Ἢ
(E)
of
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
ἐποίησα
(epoiesa)
deed ik
ἐμαυτὸν
(emauton)
mijzelf
ταπεινῶν
(tapeinon)
vernederend
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὑψωθῆτε
(hypsothete)
verhoogd zouden worden
ὅτι
(hoti)
omdat
δωρεὰν
(dorean)
om niet
τὸ
(to)
de
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εὐαγγέλιον
(euangelion)
goede boodschap
εὐηγγελισάμην
(euengelisamen)
bracht ik de goede boodschap
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’; ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’. δωρεάν (dorean), ‘om niet’: Paulus nam in Korinte geen loon aan.

Zie ook Hand. 18:3.

Zie ookHand 18:3
8Andere gemeenten heb ik beroofd, door van hen loon te nemen om jullie te dienen.
ἄλλας
(allas)
andere
ἐκκλησίας
(ekklesias)
gemeenten
ἐσύλησα
(esylesa)
beroofde ik
λαβὼν
(labon)
nemend
ὀψώνιον
(opsonion)
loon
πρὸς
(pros)
tot
τὴν
(ten)
de
ὑμῶν
(hymon)
van jullie
διακονίαν
(diakonian)
dienst
Bron: SBLGNT
Uitleg

συλάω (sylao), ‘beroven’, eigenlijk ‘buitmaken’. ὀψώνιον (opsonion), ‘loon’: oorspronkelijk de soldij en het voedsel van een soldaat.

‘Beroofd’ is een sterk woord voor het aannemen van steun; die steun kwam volgens vers 9 uit Macedonië.

Zie ook2 Kor 11:9
9Toen ik bij jullie was en gebrek had, ben ik niemand tot last geweest. Mijn gebrek hebben de broers aangevuld die uit Macedonië kwamen. In alles heb ik mij ervoor behoed jullie tot last te zijn, en dat zal ik blijven doen.
καὶ
(kai)
en
παρὼν
(paron)
aanwezig zijnde
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
ὑστερηθεὶς
(hysteretheis)
gebrek lijdend
οὐ
(ou)
niet
κατενάρκησα
(katenarkesa)
was ik tot last
οὐθενός
(outhenos)
niemand
τὸ
(to)
het
γὰρ
(gar)
want
ὑστέρημά
(hysterema)
tekort
μου
(mou)
mijn
προσανεπλήρωσαν
(prosaneplerosan)
vulden aan
οἱ
(hoi)
de
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
ἐλθόντες
(elthontes)
gekomen zijnde
ἀπὸ
(apo)
uit
Μακεδονίας
(Makedonias)
Macedonië
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
ἀβαρῆ
(abare)
zonder last
ἐμαυτὸν
(emauton)
mijzelf
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
ἐτήρησα
(eteresa)
bewaarde ik
καὶ
(kai)
en
τηρήσω
(tereso)
zal bewaren
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

καταναρκάω (katanarkao), ‘tot last zijn’: een zeldzaam woord, letterlijk ‘gevoelloos maken’. ἀβαρής (abares), ‘zonder last’.

De broers uit Macedonië worden niet bij naam genoemd.

Zie ook 2 Kor. 12:13–14.

10Zo waar de waarheid van de Messias in mij is: deze roem zal mij niet worden afgesloten in de streken van Achaje.
ἔστιν
(estin)
is
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
mij
ὅτι
(hoti)
dat
ἡ
(he)
de
καύχησις
(kauchesis)
roem
αὕτη
(haute)
deze
οὐ
(ou)
niet
φραγήσεται
(phragesetai)
zal worden afgesloten
εἰς
(eis)
tegen
ἐμὲ
(eme)
mij
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
κλίμασι
(klimasi)
streken
τῆς
(tes)
van
Ἀχαΐας
(Achaias)
Achaje
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

φράσσω (frasso), ‘afsluiten, dichtstoppen’: de mond snoeren. κλίμα (klima), ‘streek’.

Achaje: zie 9:2.

Zie ook 2 Kor. 9:2.

Zie ook2 Kor 9:2
11Waarom? Omdat ik jullie niet liefheb? Elohim weet het.
διὰ
(dia)
om
τί
(ti)
wat
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
ἀγαπῶ
(agapo)
heb ik lief
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
οἶδεν
(oiden)
weet
Bron: SBLGNT
12Wat ik doe, zal ik ook blijven doen, om de aanleiding weg te nemen van hen die een aanleiding willen. Zo worden zij, in wat zij roemen, gevonden zoals ook wij.
Ὃ
(Ho)
wat
δὲ
(de)
maar
ποιῶ
(poio)
doe ik
καὶ
(kai)
en
ποιήσω
(poieso)
zal doen
ἵνα
(hina)
opdat
ἐκκόψω
(ekkopso)
ik wegsnijd
τὴν
(ten)
de
ἀφορμὴν
(aphormen)
aanleiding
τῶν
(ton)
van degenen
θελόντων
(thelonton)
die willen
ἀφορμήν
(aphormen)
aanleiding
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
waarin
καυχῶνται
(kauchontai)
roemen zij
εὑρεθῶσιν
(heurethosin)
gevonden worden
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφορμή (aforme), ‘aanleiding’: een kans om iets te doen of te zeggen. ἐκκόπτω (ekkopto), ‘wegsnijden’.

Wat zij roemen, zegt de tekst niet; de zin sluit aan op de verzen 7–11.

Valse apostelen

13Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke werkers, die zich veranderen in apostelen van de Messias.
οἱ
(hoi)
de
γὰρ
(gar)
want
τοιοῦτοι
(toioutoi)
zulken
ψευδαπόστολοι
(pseudapostoloi)
valse apostelen
ἐργάται
(ergatai)
werkers
δόλιοι
(dolioi)
bedrieglijk
μετασχηματιζόμενοι
(metaschematizomenoi)
zich veranderend
εἰς
(eis)
tot
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψευδαπόστολος (pseudapostolos), ‘valse apostel’: iemand die zich apostel noemt, maar het niet is. ἐργάτης (ergates), ‘werker’; δόλιος (dolios), ‘bedrieglijk’. μετασχηματίζω (metaschematizo), ‘van gedaante veranderen’: het woord staat drie keer in de verzen 13–15.

Wie zij zijn, noemt de tekst niet.

14En dat is geen wonder, want Satan zelf verandert zich in een engel van licht.
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
θαῦμα
(thauma)
wonder
αὐτὸς
(autos)
zelf
γὰρ
(gar)
want
ὁ
(ho)
de
Σατανᾶς
(Satanas)
Satan
μετασχηματίζεται
(metaschematizetai)
verandert zich
εἰς
(eis)
tot
ἄγγελον
(angelon)
engel
φωτός
(photos)
van licht
Bron: SBLGNT
Uitleg

Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: van een Hebreeuws woord voor ‘tegenstander’.

‘Een engel van licht’: een lichtende engel.

15Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaren zich veranderen in dienaren van de gerechtigheid. Hun einde zal zijn naar hun werken.
οὐ
(ou)
niet
μέγα
(mega)
groot
οὖν
(oun)
dus
εἰ
(ei)
als
καὶ
(kai)
ook
οἱ
(hoi)
de
διάκονοι
(diakonoi)
dienaren
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μετασχηματίζονται
(metaschematizontai)
veranderen zich
ὡς
(hos)
als
διάκονοι
(diakonoi)
dienaren
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
van gerechtigheid
ὧν
(hon)
van wie
τὸ
(to)
het
τέλος
(telos)
einde
ἔσται
(estai)
zal zijn
κατὰ
(kata)
naar
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. τέλος (telos), ‘einde’: ook ‘doel’.

Paulus roemt als een dwaas

16Nogmaals zeg ik: niemand moet mij voor dwaas houden. Maar als het niet anders kan, aanvaard mij dan als een dwaas, zodat ook ik een beetje kan roemen.
Πάλιν
(Palin)
opnieuw
λέγω
(lego)
zeg ik
μή
(me)
niet
τίς
(tis)
iemand
με
(me)
mij
δόξῃ
(doxe)
denkt
ἄφρονα
(aphrona)
dwaas
εἶναι
(einai)
te zijn
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
μή
(me)
niet
γε
(ge)
zeker
κἂν
(kan)
dan toch
ὡς
(hos)
als
ἄφρονα
(aphrona)
dwaas
δέξασθέ
(dexasthe)
aanvaardt
με
(me)
mij
ἵνα
(hina)
opdat
κἀγὼ
(kago)
ook ik
μικρόν
(mikron)
een beetje
τι
(ti)
iets
καυχήσωμαι
(kauchesomai)
ik roem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄφρων (afron), ‘dwaas’: zie vers 1. εἰ δὲ μή γε (ei de me ge), ‘zo niet’: anders, als dat niet kan.

Zie ook2 Kor 11:1
17Wat ik zeg, zeg ik niet naar de Heer, maar als in dwaasheid, in dit vertrouwen van de roem.
ὃ
(ho)
wat
λαλῶ
(lalo)
spreek ik
οὐ
(ou)
niet
κατὰ
(kata)
naar
κύριον
(kyrion)
Heer
λαλῶ
(lalo)
spreek ik
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
als
ἐν
(en)
in
ἀφροσύνῃ
(aphrosyne)
dwaasheid
ἐν
(en)
in
ταύτῃ
(taute)
dit
τῇ
(te)
het
ὑποστάσει
(hypostasei)
vertrouwen
τῆς
(tes)
van de
καυχήσεως
(kaucheseos)
roem
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ κύριον (kata kyrion), ‘naar de Heer’.

De tekst zegt niet of dit ‘naar de wil van de Heer’ of ‘naar het voorbeeld van de Heer’ is. ὑπόστασις (hypostasis), ‘vertrouwen’: zie 9:4.

18Omdat velen roemen naar het vlees, zal ook ik roemen.
ἐπεὶ
(epei)
omdat
πολλοὶ
(polloi)
velen
καυχῶνται
(kauchontai)
roemen
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
κἀγὼ
(kago)
ook ik
καυχήσομαι
(kauchesomai)
zal roemen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: volgens menselijke maatstaven, zie 10:2–3.

19Want jullie verdragen dwazen graag, terwijl jullie zelf verstandig zijn.
ἡδέως
(hedeos)
graag
γὰρ
(gar)
want
ἀνέχεσθε
(anechesthe)
verdragen jullie
τῶν
(ton)
de
ἀφρόνων
(aphronon)
dwazen
φρόνιμοι
(phronimoi)
verstandig
ὄντες
(ontes)
zijnde
Bron: SBLGNT
20Want jullie verdragen het als iemand jullie tot knechten maakt, als iemand jullie opeet, als iemand jullie te pakken neemt, als iemand zich verheft, als iemand jullie in het gezicht slaat.
ἀνέχεσθε
(anechesthe)
verdragen jullie
γὰρ
(gar)
want
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καταδουλοῖ
(katadouloi)
tot knechten maakt
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
κατεσθίει
(katesthiei)
opeet
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
λαμβάνει
(lambanei)
neemt
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἐπαίρεται
(epairetai)
zich verheft
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
iemand
εἰς
(eis)
in
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
δέρει
(derei)
slaat
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταδουλόω (katadouloo), ‘tot knecht maken’: zie Gal. 2:4. κατεσθίω (katesthio), ‘opeten, opvreten’. λαμβάνω (lambano), ‘nemen’: het Grieks zegt niet wat iemand neemt. ἐπαίρομαι (epairomai), ‘zich verheffen’.

Zie ook Gal. 2:4.

Zie ookGal 2:4
21Tot mijn schande zeg ik: alsof wij zwak zijn geweest! Maar waarin iemand ook stoutmoedig is, ik spreek in dwaasheid, daarin ben ook ik stoutmoedig.
κατὰ
(kata)
naar
ἀτιμίαν
(atimian)
oneer
λέγω
(lego)
zeg ik
ὡς
(hos)
alsof
ὅτι
(hoti)
dat
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἠσθενήκαμεν
(esthenekamen)
zwak zijn geweest
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
waarin
δ’
(d’)
maar
ἄν
(an)
ook maar
τις
(tis)
iemand
τολμᾷ
(tolma)
stoutmoedig is
ἐν
(en)
in
ἀφροσύνῃ
(aphrosyne)
dwaasheid
λέγω
(lego)
zeg ik
τολμῶ
(tolmo)
ben ik stoutmoedig
κἀγώ
(kago)
ook ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀτιμία (atimia), ‘oneer’. ὡς ὅτι (hos hoti), ‘alsof’.

‘Wij zijn zwak geweest’ herinnert aan het verwijt in 10:10. τολμάω (tolmao), ‘stoutmoedig zijn’.

Zie ook 2 Kor. 10:10.

Wat Paulus doorstaan heeft

22Zijn zij Hebreeën? Ik ook. Zijn zij Israëlieten? Ik ook. Zijn zij zaad van Abraham? Ik ook.
Ἑβραῖοί
(Hebraioi)
Hebreeën
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
κἀγώ
(kago)
ook ik
Ἰσραηλῖταί
(Israelitai)
Israëlieten
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
κἀγώ
(kago)
ook ik
σπέρμα
(sperma)
zaad
Ἀβραάμ
(Abraam)
van Abraham
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
κἀγώ
(kago)
ook ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἑβραῖος (Hebraios), ‘Hebreeër’; Ἰσραηλίτης (Israelites), ‘Israëliet’; σπέρμα Ἀβραάμ (sperma Abraam), ‘zaad van Abraham’.

Drie aanduidingen van afkomst.

Elke vraag wordt beantwoord met ‘ik ook’.

Zie ook Hand. 6:1; Fil. 3:5.

23Zijn zij dienaren van de Messias? Ik spreek als een dolle: ik ben het nog meer. In zwoegen meer, in gevangenissen meer, in slagen bovenmate, in doodsgevaren vaak.
διάκονοι
(diakonoi)
dienaren
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
παραφρονῶν
(paraphronon)
als een dolle zijnde
λαλῶ
(lalo)
spreek ik
ὑπὲρ
(hyper)
meer
ἐγώ
(ego)
ik
ἐν
(en)
in
κόποις
(kopois)
zwoegen
περισσοτέρως
(perissoteros)
overvloediger
ἐν
(en)
in
φυλακαῖς
(phylakais)
gevangenissen
περισσοτέρως
(perissoteros)
overvloediger
ἐν
(en)
in
πληγαῖς
(plegais)
slagen
ὑπερβαλλόντως
(hyperballontos)
bovenmate
ἐν
(en)
in
θανάτοις
(thanatois)
doodsgevaren
πολλάκις
(pollakis)
vaak
Bron: SBLGNT
Uitleg

παραφρονέω (paraphroneo), ‘als een dolle spreken’: buiten zinnen. ὑπὲρ ἐγώ (hyper ego), ‘ik meer’. φυλακή (fylake), ‘gevangenis’. θάνατοι (thanatoi), ‘doden’: wij vertalen ‘doodsgevaren’.

Zie ook Hand. 16:23–24.

24Vijf keer kreeg ik van de Joden de 40 slagen min één.
ὑπὸ
(hypo)
door
Ἰουδαίων
(Ioudaion)
Joden
πεντάκις
(pentakis)
vijfmaal
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
παρὰ
(para)
min
μίαν
(mian)
één
ἔλαβον
(elabon)
ontving ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft alleen ‘veertig min één’; ‘slagen’ vullen wij aan.

Deut. 25:3 noemt veertig slagen als grens; ‘veertig min één’ blijft daaronder.

Zie ook Deut. 25:3.

Zie ookDeut 25:3
25Drie keer werd ik met stokken geslagen, één keer werd ik gestenigd, drie keer leed ik schipbreuk. Een etmaal heb ik in de diepte doorgebracht.
τρὶς
(tris)
driemaal
ἐραβδίσθην
(erabdisthen)
werd ik met stokken geslagen
ἅπαξ
(hapax)
eenmaal
ἐλιθάσθην
(elithasthen)
werd ik gestenigd
τρὶς
(tris)
driemaal
ἐναυάγησα
(enauagesa)
leed ik schipbreuk
νυχθήμερον
(nychthemeron)
een etmaal
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
βυθῷ
(bytho)
diepte
πεποίηκα
(pepoieka)
heb ik doorgebracht
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥαβδίζω (rhabdizo), ‘met stokken slaan’. λιθάζω (lithazo), ‘stenigen’. ναυαγέω (nauageo), ‘schipbreuk lijden’. νυχθήμερον (nychthemeron), ‘een etmaal’: nacht en dag. βυθός (bythos), ‘diepte’: de diepe zee.

Handelingen vertelt van een stokslag in Filippi en een steniging in Lystra.

Van deze drie schipbreuken vertelt Handelingen niets; de schipbreuk in Hand. 27 is later.

Zie ook Hand. 16:22–23; Hand. 14:19; Hand. 27:41.

26Vaak op reis: in gevaren van rivieren, gevaren van rovers, gevaren van mijn eigen volk, gevaren van de volken, gevaren in de stad, gevaren in de woestenij, gevaren op zee, gevaren onder valse broers.
ὁδοιπορίαις
(hodoiporiais)
op reizen
πολλάκις
(pollakis)
vaak
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
ποταμῶν
(potamon)
van rivieren
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
λῃστῶν
(leston)
van rovers
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
ἐκ
(ek)
uit
γένους
(genous)
volk
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
ἐξ
(ex)
uit
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
ἐν
(en)
in
πόλει
(polei)
stad
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
ἐν
(en)
in
ἐρημίᾳ
(eremia)
woestenij
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
ἐν
(en)
op
θαλάσσῃ
(thalasse)
zee
κινδύνοις
(kindynois)
gevaren
ἐν
(en)
onder
ψευδαδέλφοις
(pseudadelphois)
valse broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

κίνδυνος (kindynos), ‘gevaar’: het woord staat in deze opsomming acht keer. ἐκ γένους (ek genous), ‘uit het geslacht’: van het eigen volk. ἔθνη (ethne), ‘de volken’: niet-Joden. ψευδάδελφοι (pseudadelfoi), ‘valse broers’.

27In zwoegen en moeite, vaak in waken, in honger en dorst, vaak in vasten, in kou en naaktheid.
κόπῳ
(kopo)
in zwoegen
καὶ
(kai)
en
μόχθῳ
(mochtho)
moeite
ἐν
(en)
in
ἀγρυπνίαις
(agrypniais)
waken
πολλάκις
(pollakis)
vaak
ἐν
(en)
in
λιμῷ
(limo)
honger
καὶ
(kai)
en
δίψει
(dipsei)
dorst
ἐν
(en)
in
νηστείαις
(nesteiais)
vasten
πολλάκις
(pollakis)
vaak
ἐν
(en)
in
ψύχει
(psychei)
kou
καὶ
(kai)
en
γυμνότητι
(gymnoteti)
naaktheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

κόπος (kopos), ‘zwoegen’, μόχθος (mochthos), ‘moeite’. ἀγρυπνία (agrypnia), ‘waken’: wakker blijven, zoals in 6:5. νηστεία (nesteia), ‘vasten’: het Grieks zegt niet of het om vrijwillig vasten of om gebrek aan eten gaat; vergelijk 6:5.

28Afgezien van de dingen daarbuiten is er de druk die dagelijks op mij komt, de zorg voor alle gemeenten.
χωρὶς
(choris)
behalve
τῶν
(ton)
de
παρεκτὸς
(parektos)
dingen daarbuiten
ἡ
(he)
de
ἐπίστασίς
(epistasis)
druk
μοι
(moi)
op mij
ἡ
(he)
de
καθ’
(kath’)
per
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἡ
(he)
de
μέριμνα
(merimna)
zorg
πασῶν
(pason)
van alle
τῶν
(ton)
de
ἐκκλησιῶν
(ekklesion)
gemeenten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπίστασις (epistasis), ‘druk’: aandrang, zorg die op iemand afkomt. μέριμνα (merimna), ‘zorg’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ‘druk’ een tekstvariant.

Sommige handschriften hebben ‘samenscholing’ (ἐπισύστασις).

29Wie is zwak, en ik ben niet zwak? Wie wordt aan het struikelen gebracht, en ik brand niet?
τίς
(tis)
wie
ἀσθενεῖ
(asthenei)
is zwak
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἀσθενῶ
(astheno)
ben ik zwak
τίς
(tis)
wie
σκανδαλίζεται
(skandalizetai)
wordt aan het struikelen gebracht
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγὼ
(ego)
ik
πυροῦμαι
(pyroumai)
brand
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκανδαλίζω (skandalizo), ‘aan het struikelen brengen’. πυρόομαι (pyroomai), ‘branden’: van pijn, verontwaardiging of medeleven; het Grieks zegt niet waarvan.

Roemen in zwakheid

30Als er geroemd moet worden, zal ik roemen in wat van mijn zwakheid is.
Εἰ
(Ei)
als
καυχᾶσθαι
(kauchasthai)
roemen
δεῖ
(dei)
het moet
τὰ
(ta)
de dingen
τῆς
(tes)
van de
ἀσθενείας
(astheneias)
zwakheid
μου
(mou)
mijn
καυχήσομαι
(kauchesomai)
zal ik roemen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσθένεια (astheneia), ‘zwakheid’.

Vergelijk 12:5 en 12:9–10.

Zie ook 2 Kor. 12:9–10.

31De Elohim en Vader van de Heer Yeshua, die tot in eeuwigheid te prijzen is, weet dat ik niet lieg.
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατὴρ
(pater)
Vader
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
οἶδεν
(oiden)
weet
ὁ
(ho)
die
ὢν
(on)
is
εὐλογητὸς
(eulogetos)
te prijzen
εἰς
(eis)
tot
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
ὅτι
(hoti)
dat
οὐ
(ou)
niet
ψεύδομαι
(pseudomai)
lieg ik
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογητός (eulogetos), ‘te prijzen’.

Vergelijk de lofprijzing in 1:3.

Zie ook 2 Kor. 1:3.

Zie ook2 Kor 1:3

De vlucht uit Damascus

32In Damascus bewaakte de bestuurder van koning Aretas de stad van de Damascenen om mij te grijpen.
ἐν
(en)
in
Δαμασκῷ
(Damasko)
Damascus
ὁ
(ho)
de
ἐθνάρχης
(ethnarches)
bestuurder
Ἁρέτα
(Hareta)
van Aretas
τοῦ
(tou)
de
βασιλέως
(basileos)
koning
ἐφρούρει
(ephrourei)
bewaakte
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
Δαμασκηνῶν
(Damaskenon)
van de Damascenen
πιάσαι
(piasai)
te grijpen
με
(me)
mij
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.

Uitleg

ἐθνάρχης (ethnarches), ‘bestuurder over een volk’.

Aretas was een koning van de Nabateeërs, het volk in het gebied dat Arabië heet; vergelijk Gal. 1:17.

Zie ook Hand. 9:23–25; Gal. 1:17.

33En door een venster werd ik in een mand door de muur neergelaten, en ik ontkwam aan zijn handen.
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
door
θυρίδος
(thyridos)
venster
ἐν
(en)
in
σαργάνῃ
(sargane)
mand
ἐχαλάσθην
(echalasthen)
werd ik neergelaten
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
τείχους
(teichous)
muur
καὶ
(kai)
en
ἐξέφυγον
(exephygon)
ontkwam ik
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

θυρίς (thyris), ‘venster’. σαργάνη (sargane), ‘mand’ van gevlochten touw of takken.

Handelingen heeft hier een ander Grieks woord voor ‘mand’, σπυρίς (spyris). χαλάω (chalao), ‘neerlaten’.

Zie ook Hand. 9:25.

Zie ookHand 9:25