Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De bruidegom
1Ik ben gekomen in mijn tuin, mijn zuster, bruid. Ik heb mijn mirre geplukt met mijn specerij. Ik heb mijn honingraat gegeten met mijn honing. Ik heb mijn wijn gedronken met mijn melk. Eet, vrienden. Drink en word dronken, geliefden.
בָּ֣אתִי
(bati)
ik ben gekomen
לְגַנִּי֮
(legani)
naar mijn tuin
אֲחֹתִ֣י
(achoti)
mijn zuster
כַלָּה֒
(kala)
bruid
אָרִ֤יתִי
(ariti)
ik heb geplukt
מוֹרִי֙
(mori)
mijn mirre
עִם
(im)
met
בְּשָׂמִ֔י
(besami)
mijn specerij
אָכַ֤לְתִּי
(akhalti)
ik heb gegeten
יַעְרִי֙
(yari)
mijn honingraat
עִם
(im)
met
דִּבְשִׁ֔י
(divshi)
mijn honing
שָׁתִ֥יתִי
(shatiti)
ik heb gedronken
יֵינִ֖י
(yeini)
mijn wijn
עִם
(im)
met
חֲלָבִ֑י
(chalavi)
mijn melk
אִכְל֣וּ
(ikhlu)
eet
רֵעִ֔ים
(reim)
vrienden
שְׁת֥וּ
(shetu)
drink
וְשִׁכְר֖וּ
(veshikhru)
en word dronken
דּוֹדִֽים
(dodim)
geliefden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אָרִיתִי (ariti), ‘ik heb geplukt’: het oogsten van mirre en specerij.
יַעְרִי (ya‘ri), ‘mijn honingraat’: het woord betekent gewoonlijk ‘woud’, maar in 1 Sam. 14:27 is het ‘honingraat’.
דּוֹדִים (dodim), ‘geliefden’: zij die worden aangesproken. Het woord kan ook ‘liefde’ zijn (zie 1:2 en 4:10), dan: ‘word dronken van liefde’.
Het Hebreeuws zegt niet wie ‘Eet, vrienden, drink’ spreekt. De kop ‘De bruidegom’ loopt daarom gewoon door; de spreker van dit deel is niet aangegeven.
2Ik slaap, maar mijn hart is wakker. Een stem! Mijn geliefde klopt: „Doe voor mij open, mijn zuster, mijn vriendin, mijn duif, mijn onberispelijke. Want mijn hoofd is vol dauw, mijn lokken met druppels van de nacht.”
אֲנִ֥י
(ani)
ik
יְשֵׁנָ֖ה
(yeshena)
slaap
וְלִבִּ֣י
(velibi)
maar mijn hart
עֵ֑ר
(er)
is wakker
ק֣וֹל
(qol)
stem van
דּוֹדִ֣י
(dodi)
mijn geliefde
דוֹפֵ֗ק
(dofeq)
klopt
פִּתְחִי
(pitchi)
doe open
לִ֞י
(li)
voor mij
אֲחֹתִ֤י
(achoti)
mijn zuster
רַעְיָתִי֙
(rayati)
mijn vriendin
יוֹנָתִ֣י
(yonati)
mijn duif
תַמָּתִ֔י
(tamati)
mijn onberispelijke
שֶׁרֹּאשִׁי֙
(sheroshi)
want mijn hoofd
נִמְלָא
(nimla)
is vol
טָ֔ל
(tal)
dauw
קְוֻּצּוֹתַ֖י
(qevutsotay)
mijn lokken
רְסִ֥יסֵי
(resisei)
met druppels van
לָֽיְלָה
(layela)
de nacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vanaf hier vertelt de bruid wat er gebeurde.
De woorden van haar geliefde staan tussen aanhalingstekens.
תַמָּתִי (tammati), ‘mijn onberispelijke’: vrouwelijk van תָּם (tam), ‘onberispelijk’.
6Ik deed open voor mijn geliefde, maar mijn geliefde had zich afgewend en was voorbijgegaan. Mijn ziel ging uit toen hij sprak. Ik zocht hem, maar ik vond hem niet. Ik riep hem, maar hij antwoordde mij niet.
פָּתַ֤חְתִּֽי
(patachti)
ik deed open
אֲנִי֙
(ani)
ik
לְדוֹדִ֔י
(ledodi)
voor mijn geliefde
וְדוֹדִ֖י
(vedodi)
maar mijn geliefde
חָמַ֣ק
(chamaq)
had zich afgewend
עָבָ֑ר
(avar)
was voorbijgegaan
נַפְשִׁי֙
(nafshi)
mijn ziel
יָֽצְאָ֣ה
(yatsea)
ging uit
בְדַבְּר֔וֹ
(bedabero)
toen hij sprak
בִּקַּשְׁתִּ֨יהוּ֙
(biqashtihu)
ik zocht hem
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
מְצָאתִ֔יהוּ
(metsatihu)
ik vond hem
קְרָאתִ֖יו
(qerativ)
ik riep hem
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
עָנָֽנִי
(anani)
hij antwoordde mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נַפְשִׁי (nafshi), ‘mijn ziel’: het leven, het hele wezen van een mens.
חָמַק (chamaq), ‘had zich afgewend’: of ‘was weggedraaid’.
בְדַבְּרוֹ (bedabbero), ‘toen hij sprak’: of ‘bij zijn woord’. De betekenis is niet helemaal zeker.