Elohim Bijbel

Hooglied 1

12345678

Het lied van de liederen begint

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Het lied van de liederen, dat van Salomo is.
שִׁ֥יר
(shir)
het lied
הַשִּׁירִ֖ים
(hashirim)
van de liederen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
לִשְׁלֹמֹֽה
(lishlomo)
van Salomo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׁיר הַשִּׁירִים (shir hashirim), ‘lied van de liederen’: het hoogste of mooiste lied, zoals ‘heilige der heiligen’ het heiligste is.

לִשְׁלֹמֹה (lishlomo), ‘van Salomo’: het voorzetsel kan ook ‘voor’ of ‘over’ Salomo betekenen. Wij vertalen ‘van’. Zie ook 1 Kon. 5:12.

De bruid

2Moge hij mij kussen met de kussen van zijn mond! Want je liefde is beter dan wijn.
יִשָּׁקֵ֨נִי֙
(yishaqeni)
hij moge mij kussen
מִנְּשִׁיק֣וֹת
(mineshiqot)
met kussen van
פִּ֔יהוּ
(pihu)
zijn mond
כִּֽי
(ki)
want
טוֹבִ֥ים
(tovim)
beter
דֹּדֶ֖יךָ
(dodeikha)
je liefde
מִיָּֽיִן
(miyayin)
dan wijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreker is niet in de tekst aangegeven; de koppen volgen het grammaticale geslacht en zijn een leeshulp.

דֹּדֶיךָ (dodeka), ‘je liefde’: een meervoud, letterlijk ‘je liefdes’, dat liefkozingen en liefdesbetuigingen omvat. Wij vertalen dod en dodim steeds met ‘liefde’ en dodi met ‘mijn geliefde’.

Het Hebreeuws gaat in dit vers van ‘hij’ over op ‘je’. Dat gebeurt vaker in dit lied.

3Je oliën zijn goed van geur. Uitgegoten olie is je naam. Daarom hebben de jonge vrouwen je lief.
לְרֵ֨יחַ֙
(lereiach)
wat betreft de geur van
שְׁמָנֶ֣יךָ
(shemaneikha)
je oliën
טוֹבִ֔ים
(tovim)
goed
שֶׁ֖מֶן
(shemen)
olie
תּוּרַ֣ק
(turaq)
uitgegoten
שְׁמֶ֑ךָ
(shemekha)
je naam
עַל
(al)
op
כֵּ֖ן
(ken)
zo
עֲלָמ֥וֹת
(alamot)
jonge vrouwen
אֲהֵבֽוּךָ
(ahevukha)
zij hebben je lief
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁמֶן תּוּרַק שְׁמֶךָ (shemen turaq shemecha), ‘uitgegoten olie is je naam’: er is een woordspeling tussen shemen, ‘olie’, en shem, ‘naam’.

עֲלָמוֹת (alamot), ‘jonge vrouwen’: meisjes die nog niet getrouwd zijn. Zie ook Gen. 24:43.

4Trek mij mee, achter je aan; laten wij rennen. De koning heeft mij in zijn kamers gebracht. Laten wij juichen en ons verheugen in jou. Laten wij je liefde gedenken, meer dan wijn. Met recht hebben zij je lief.
מָשְׁכֵ֖נִי
(mashekheni)
trek mij
אַחֲרֶ֣יךָ
(achareikha)
achter je aan
נָּר֑וּצָה
(narutsa)
laten wij rennen
הֱבִיאַ֨נִי
(heviani)
heeft mij gebracht
הַמֶּ֜לֶךְ
(hamelekh)
de koning
חֲדָרָ֗יו
(chadarav)
naar zijn kamers
נָגִ֤ילָה
(nagila)
laten wij juichen
וְנִשְׂמְחָה֙
(venismecha)
en ons verheugen
בָּ֔ךְ
(bakh)
in jou
נַזְכִּ֤ירָה
(nazkira)
laten wij gedenken
דֹדֶ֨יךָ֙
(dodeikha)
je liefde
מִיַּ֔יִן
(miyayin)
meer dan wijn
מֵישָׁרִ֖ים
(meisharim)
met recht
אֲהֵבֽוּךָ
(ahevukha)
zij hebben je lief
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵישָׁרִים (mesharim), ‘met recht’: letterlijk ‘rechtheden, oprechtheden’.

Het kan ook betekenen: ‘de oprechten hebben je lief’.

Het Hebreeuws wisselt in dit vers tussen ‘ik’, ‘wij’ en ‘zij’. Wie ‘wij’ en ‘zij’ zijn, staat niet in de tekst.

5Zwart ben ik en bevallig, dochters van Jeruzalem, als de tenten van Kedar, als de tentdoeken van Salomo.
שְׁחוֹרָ֤ה
(shechora)
zwart
אֲנִי֙
(ani)
ik
וְֽנָאוָ֔ה
(venava)
en bevallig
בְּנ֖וֹת
(benot)
dochters van
יְרוּשָׁלִָ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
כְּאָהֳלֵ֣י
(keaholei)
als tenten van
קֵדָ֔ר
(qedar)
Kedar
כִּירִיע֖וֹת
(kiriot)
als tentdoeken van
שְׁלֹמֹֽה
(shelomo)
Salomo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kedar was een Arabisch nomadenvolk in de woestijn ten oosten en zuiden van Kanaän (Gen. 25:13).

Hun tenten werden gemaakt van donker geitenhaar.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

שְׁחוֹרָה (shechorah), ‘zwart’, en נָאוָה (na’avah), ‘bevallig’: het eerste woord noemt de kleur van de huid, het tweede woord haar bekoorlijkheid.

יְרִיעוֹת (yeri’ot), ‘tentdoeken’: de doeken waarvan een tent gemaakt wordt. Zie ook Exod. 26:1.

6Kijk niet naar mij omdat ik zwartig ben, omdat de zon mij verschroeid heeft. De zonen van mijn moeder werden boos op mij. Zij maakten mij tot bewaakster van de wijngaarden. Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt.
אַל
(al)
niet
תִּרְא֨וּנִי֙
(tiruni)
kijk naar mij
שֶׁאֲנִ֣י
(sheani)
omdat ik
שְׁחַרְחֹ֔רֶת
(shecharchoret)
zwartig
שֶׁשֱּׁזָפַ֖תְנִי
(sheshezafatni)
omdat heeft verschroeid mij
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
בְּנֵ֧י
(benei)
zonen van
אִמִּ֣י
(imi)
mijn moeder
נִֽחֲרוּ
(nicharu)
waren boos
בִ֗י
(bi)
op mij
שָׂמֻ֨נִי֙
(samuni)
zij hebben mij gesteld
נֹטֵרָ֣ה
(notera)
als bewaakster
אֶת
(et)
(obj.)
הַכְּרָמִ֔ים
(hakeramim)
van de wijngaarden
כַּרְמִ֥י
(karmi)
mijn wijngaard
שֶׁלִּ֖י
(sheli)
mijn eigen
לֹ֥א
(lo)
niet
נָטָֽרְתִּי
(natarti)
heb ik bewaakt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁחַרְחֹרֶת (shecharchoret), ‘zwartig’: een verkleinvorm, ‘enigszins zwart’.

שֶׁשְּׁזָפַתְנִי (shezafatni), ‘dat mij verschroeid heeft’: ook ‘dat mij bruin gebrand heeft’.

כַּרְמִי שֶׁלִּי (karmi shelli), ‘mijn eigen wijngaard’: het Hebreeuws laat open of dit letterlijk bedoeld is of als beeld voor haarzelf.

7Vertel mij, jij die mijn ziel liefheeft: waar weid je? Waar laat je neerliggen op het middaguur? Waarom zou ik zijn als een omhulde bij de kudden van je metgezellen?
הַגִּ֣ידָה
(hagida)
vertel
לִּ֗י
(li)
mij
שֶׁ֤אָהֲבָה֙
(sheahava)
jij die liefhebt
נַפְשִׁ֔י
(nafshi)
mijn ziel
אֵיכָ֣ה
(eikha)
waar
תִרְעֶ֔ה
(tire)
weid je
אֵיכָ֖ה
(eikha)
waar
תַּרְבִּ֣יץ
(tarbits)
laat je neerliggen
בַּֽצָּהֳרָ֑יִם
(batsahorayim)
op het middaguur
שַׁלָּמָ֤ה
(shalama)
waarom
אֶֽהְיֶה֙
(ehye)
zou ik zijn
כְּעֹ֣טְיָ֔ה
(keoteya)
als een omhulde
עַ֖ל
(al)
bij
עֶדְרֵ֥י
(edrei)
de kudden van
חֲבֵרֶֽיךָ
(chavereikha)
je metgezellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נַפְשִׁי (nafshi), ‘mijn ziel’: nefesh is de hele persoon met zijn leven en zijn verlangen.

‘Hij die mijn ziel liefheeft’ is dus hij van wie ik met heel mijn wezen houd.

Het voorwerp van ‘waar weid je?’ en ‘waar laat je neerliggen?’ ontbreekt in het Hebreeuws. Het gaat om zijn kudde (vergelijk vers 8).

חֲבֵרֶיךָ (chaverecha), ‘je metgezellen’: chaver is ‘metgezel’; een ‘vriend’ is re’a (zie 5:16).

עֹטְיָה (otyah), ‘omhulde’: de betekenis is onzeker. Ook mogelijk: ‘een rondzwervende’.

Een antwoord

8Als je het zelf niet weet, mooiste onder de vrouwen, ga dan uit op de sporen van het kleinvee. Weid je geitjes bij de woningen van de herders.
אִם
(im)
als
לֹ֤א
(lo)
niet
תֵדְעִי֙
(tedei)
je weet
לָ֔ךְ
(lakh)
voor jou
הַיָּפָ֖ה
(hayafa)
de mooie
בַּנָּשִׁ֑ים
(banashim)
onder de vrouwen
צְֽאִי
(tsei)
ga uit
לָ֞ךְ
(lakh)
voor jou
בְּעִקְבֵ֣י
(beiqvei)
op de sporen van
הַצֹּ֗אן
(hatson)
het kleinvee
וּרְעִי֙
(urei)
en weid
אֶת
(et)
(obj.)
גְּדִיֹּתַ֔יִךְ
(gediyotayikh)
je geitjes
עַ֖ל
(al)
bij
מִשְׁכְּנ֥וֹת
(mishkenot)
de woningen van
הָרֹעִֽים
(haroim)
de herders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De spreker van dit vers is niet aangegeven.

Het kan de bruidegom zijn, maar ook het koor van de dochters van Jeruzalem.

Daarom staat er een neutrale kop.

הַיָּפָה בַּנָּשִׁים (hayafah bannashim), ‘de mooiste onder de vrouwen’: zo ook 5:9 en 6:1.

מִשְׁכְּנוֹת (mishkenot), ‘woningen’: verwant aan מִשְׁכָּן (mishkan), ‘tabernakel’ (Exod. 25:9): een plaats waar men verblijft.

De bruidegom

9Met mijn merrie voor de wagens van Farao vergelijk ik je, mijn vriendin.
לְסֻסָתִי֙
(lesusati)
aan mijn merrie
בְּרִכְבֵ֣י
(berikhvei)
bij de wagens van
פַרְעֹ֔ה
(paro)
Farao
דִּמִּיתִ֖יךְ
(dimitikh)
ik vergelijk je
רַעְיָתִֽי
(rayati)
mijn vriendin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוּסָתִי (susati), ‘mijn merrie’: de vrouwelijke vorm van sus, ‘paard’.

רִכְבֵי (rikhvei), ‘wagens’: het woord kan ook de wagenspannen met hun paarden bedoelen. Zie ook Exod. 14:9.

10Bevallig zijn je wangen met de sieraden, je hals met de kralensnoeren.
נָאו֤וּ
(navu)
bevallig zijn
לְחָיַ֨יִךְ֙
(lechayayikh)
je wangen
בַּתֹּרִ֔ים
(batorim)
met de sieraden
צַוָּארֵ֖ךְ
(tsavarekh)
je hals
בַּחֲרוּזִֽים
(bacharuzim)
met de kralensnoeren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֹּרִים (torim), ‘sieraden’: de betekenis is onzeker, vermoedelijk rijen van sieraden of kralen.

Hetzelfde woord is in 2:12 ‘tortelduif’.

חֲרוּזִים (charuzim), ‘kralensnoeren’: kralen aan een draad.

11Sieraden van goud zullen wij voor je maken, met stippen van zilver.
תּוֹרֵ֤י
(torei)
sieraden van
זָהָב֙
(zahav)
goud
נַעֲשֶׂה
(naase)
wij zullen maken
לָּ֔ךְ
(lakh)
voor jou
עִ֖ם
(im)
met
נְקֻדּ֥וֹת
(nequdot)
stippen van
הַכָּֽסֶף
(hakasef)
het zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְקֻדּוֹת (nequddot), ‘stippen’: kleine bolletjes of stippen van zilver op het goud.

De bruid

12Terwijl de koning aan zijn tafel was, gaf mijn nardus zijn geur.
עַד
(ad)
tot
שֶׁ֤הַמֶּ֨לֶךְ֙
(shehamelekh)
dat de koning
בִּמְסִבּ֔וֹ
(bimsibo)
aan zijn tafel
נִרְדִּ֖י
(nirdi)
mijn nardus
נָתַ֥ן
(natan)
gaf
רֵיחֽוֹ
(reicho)
zijn geur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַד שֶׁ (ad she), ‘terwijl’: letterlijk ‘tot dat’.

Hier bedoeld als ‘zolang’.

מִסַּבּוֹ (missabbo), ‘aan zijn tafel’: het woord betekent letterlijk ‘in zijn kring’, het gezelschap rond de koning aan tafel. De betekenis is onzeker.

נֵרְדִּי (nerdi), ‘mijn nardus’: een kostbare geurolie, gemaakt van een plant uit het Himalayagebied.

13Een bundeltje mirre is mijn geliefde voor mij; tussen mijn borsten brengt hij de nacht door.
צְר֨וֹר
(tseror)
een bundeltje van
הַמֹּ֤ר
(hamor)
de mirre
דּוֹדִי֙
(dodi)
mijn geliefde
לִ֔י
(li)
voor mij
בֵּ֥ין
(bein)
tussen
שָׁדַ֖י
(shaday)
mijn borsten
יָלִֽין
(yalin)
brengt de nacht door
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְרוֹר הַמֹּר (tseror hammor), ‘bundeltje mirre’: een zakje of bundel geurige hars.

שָׁדַי (shaday), ‘mijn borsten’: wij vertalen het zoals het staat.

יָלִין (yalin), ‘brengt de nacht door’: hij overnacht.

14Een tros henna is mijn geliefde voor mij, in de wijngaarden van En-Gedi.
אֶשְׁכֹּ֨ל
(eshkol)
een tros van
הַכֹּ֤פֶר
(hakofer)
de henna
דּוֹדִי֙
(dodi)
mijn geliefde
לִ֔י
(li)
voor mij
בְּכַרְמֵ֖י
(bekharmei)
in de wijngaarden van
עֵ֥ין
(ein)
bron van
גֶּֽדִי
(gedi)
Gedi
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

En-Gedi is een oase aan de westkant van de Dode Zee, in het huidige Israël.

Zie ook 1 Sam. 24:1.

Uitleg

כֹּפֶר (kofer), ‘henna’: een heester met witte of gele bloemtrossen met een sterke geur.

De bruidegom

15Zie, je bent mooi, mijn vriendin. Zie, je bent mooi. Je ogen zijn duiven.
הִנָּ֤ךְ
(hinakh)
zie jou
יָפָה֙
(yafa)
mooi
רַעְיָתִ֔י
(rayati)
mijn vriendin
הִנָּ֥ךְ
(hinakh)
zie jou
יָפָ֖ה
(yafa)
mooi
עֵינַ֥יִךְ
(einayikh)
je ogen
יוֹנִֽים
(yonim)
duiven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יוֹנִים (yonim), ‘duiven’: de ogen worden met duiven vergeleken.

Zie ook 4:1 en 5:12.

De bruid

16Zie, jij bent mooi, mijn geliefde, ja, lieflijk. Ja, ons bed is groen.
הִנְּךָ֨
(hinekha)
zie jou
יָפֶ֤ה
(yafe)
mooi
דוֹדִי֙
(dodi)
mijn geliefde
אַ֣ף
(af)
ja
נָעִ֔ים
(naim)
lieflijk
אַף
(af)
ja
עַרְשֵׂ֖נוּ
(arsenu)
ons bed
רַעֲנָנָֽה
(raanana)
groen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַעֲנָנָה (ra’ananah), ‘groen’: vers, weelderig groen, zoals een boom met bladeren.

17De balken van onze huizen zijn ceders, onze planken zijn cipressen.
קֹר֤וֹת
(qorot)
balken van
בָּתֵּ֨ינוּ֙
(bateinu)
onze huizen
אֲרָזִ֔ים
(arazim)
ceders
רַהִיטֵ֖נוּ
(rahitenu)
onze planken
בְּרוֹתִֽים
(berotim)
cipressen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹרוֹת (qorot), ‘balken’, רָהִיט (rahit), ‘planken’, en בְּרוֹתִים (berotim), ‘cipressen’: het woord rahit komt maar één keer voor, de betekenis is onzeker (ook ‘lambrisering’ of ‘dakbalken’).

Berot is een naaldboom, cipres of jeneverbes.

Lezing

Geschreven (ketiv) staat רחיטנו (rechitenu).

Gelezen (qere) wordt רַהִיטֵנוּ (rahitenu).

Wij volgen de gelezen vorm.