Elohim Bijbel

Hooglied 4

12345678

De bruidegom prijst de bruid; de tuin

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De bruidegom

1Zie, je bent mooi, mijn vriendin. Zie, je bent mooi. Je ogen zijn duiven achter je sluier. Je haar is als een kudde geiten die van de berg Gilead afstromen.
הִנָּ֨ךְ
(hinakh)
zie
יָפָ֤ה
(yafa)
je bent mooi
רַעְיָתִי֙
(rayati)
mijn vriendin
הִנָּ֣ךְ
(hinakh)
zie
יָפָ֔ה
(yafa)
je bent mooi
עֵינַ֣יִךְ
(einayikh)
je ogen
יוֹנִ֔ים
(yonim)
duiven
מִבַּ֖עַד
(mibaad)
achter
לְצַמָּתֵ֑ךְ
(letsamatekh)
je sluier
שַׂעְרֵךְ֙
(sarekh)
je haar
כְּעֵ֣דֶר
(keeder)
als een kudde van
הָֽעִזִּ֔ים
(haizim)
de geiten
שֶׁגָּלְשׁ֖וּ
(shegaleshu)
die afstromen
מֵהַ֥ר
(mehar)
van de berg
גִּלְעָֽד
(gilad)
Gilead
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Uitleg

רַעְיָתִי (ra‘yati), ‘mijn vriendin’: vrouwelijke vorm van ‘vriend’ (רֵעַ, re‘a).

לְצַמָּתֵךְ (letsammatekh), ‘voor je sluier’: de betekenis is niet zeker; sommigen lezen ‘vlechten’ of ‘haarlokken’.

שֶׁגָּלְשׁוּ (shegalshu), ‘die afstromen’: de betekenis is niet zeker; ook ‘neerliggen’ of ‘golven’. Zie ook Hoogl. 6:5. De aanhef van dit vers staat ook in Hoogl. 1:15.

2Je tanden zijn als een kudde geschoren schapen die uit de wasplaats opkomen. Allemaal dragen zij tweelingen, en geen enkele onder hen is kinderloos.
שִׁנַּ֨יִךְ֙
(shinayikh)
je tanden
כְּעֵ֣דֶר
(keeder)
als een kudde van
הַקְּצוּב֔וֹת
(haqetsuvot)
de geschoren schapen
שֶׁעָל֖וּ
(shealu)
die opkomen
מִן
(min)
uit
הָרַחְצָ֑ה
(harachtsa)
de wasplaats
שֶׁכֻּלָּם֙
(shekulam)
van wie allemaal
מַתְאִימ֔וֹת
(matimot)
tweelingen dragen
וְשַׁכֻּלָ֖ה
(veshakula)
en kinderloze
אֵ֥ין
(ein)
niet
בָּהֶֽם
(bahem)
onder hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַקְּצוּבוֹת (haqtsuvot), ‘de geschoren’: een vrouwelijk meervoud.

Het woord ‘schapen’ staat er niet; wij vullen het aan.

מַתְאִימוֹת (mat’imot), ‘zij dragen tweelingen’: letterlijk ‘zij zijn paarsgewijs’.

וְשַׁכֻּלָה (veshakkulah), ‘kinderloos’: een moeder die haar jongen kwijt is.

3Je lippen zijn als een scharlaken draad, en je mond is bevallig. Je slapen zijn als een stuk granaatappel achter je sluier.
כְּח֤וּט
(kechut)
als een draad van
הַשָּׁנִי֙
(hashani)
de scharlaken kleur
שִׂפְתֹתַ֔יִךְ
(siftotayikh)
je lippen
וּמִדְבָּרֵ֖יךְ
(umidbareikh)
en je mond
נָאוֶ֑ה
(nave)
is bevallig
כְּפֶ֤לַח
(kefelach)
als een stuk van
הָֽרִמּוֹן֙
(harimon)
de granaatappel
רַקָּתֵ֔ךְ
(raqatekh)
je slapen
מִבַּ֖עַד
(mibaad)
achter
לְצַמָּתֵֽךְ
(letsamatekh)
je sluier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּחוּט הַשָּׁנִי (kekhut hashani), ‘scharlaken draad’: zoals in Gen. 38:28.

רַקָּתֵךְ (raqqatekh), ‘je slapen’: in het Hebreeuws enkelvoud; ook ‘je wang’.

וּמִדְבָּרֵיךְ (umidbarekh), ‘en je mond’: letterlijk ‘en je spraak’. Het woord komt alleen hier voor.

4Je hals is als de toren van David, gebouwd in lagen. Duizend schilden hangen eraan, allemaal schilden van de helden.
כְּמִגְדַּ֤ל
(kemigdal)
als een toren van
דָּוִיד֙
(david)
David
צַוָּארֵ֔ךְ
(tsavarekh)
je hals
בָּנ֖וּי
(banuy)
gebouwd
לְתַלְפִּיּ֑וֹת
(letalpiyot)
in lagen
אֶ֤לֶף
(elef)
duizend
הַמָּגֵן֙
(hamagen)
het schild
תָּל֣וּי
(taluy)
hangend
עָלָ֔יו
(alav)
eraan
כֹּ֖ל
(kol)
alle
שִׁלְטֵ֥י
(shiltei)
schilden van
הַגִּבּוֹרִֽים
(hagiborim)
de helden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְתַלְפִּיּוֹת (letalpiyyot), ‘in lagen’: het woord komt alleen hier voor en de betekenis is niet zeker.

Sommigen vertalen ‘als wapenhuis’ of ‘in rijen’.

שִׁלְטֵי (shiltei), ‘schilden’: ook deze betekenis is niet helemaal zeker. Zie ook 2 Sam. 8:7.

5Je twee borsten zijn als twee hertenjongen, tweelingen van een gazelle, die weiden tussen de lelies.
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
שָׁדַ֛יִךְ
(shadayikh)
je borsten
כִּשְׁנֵ֥י
(kishnei)
als twee
עֳפָרִ֖ים
(ofarim)
hertenjongen van
תְּאוֹמֵ֣י
(teomei)
tweelingen van
צְבִיָּ֑ה
(tseviya)
een gazelle
הָרוֹעִ֖ים
(haroim)
die weiden
בַּשּׁוֹשַׁנִּֽים
(bashoshanim)
tussen de lelies
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֳפָרִים (‘ofarim), ‘hertenjongen’: de jongen van een hert.

Dezelfde woorden staan in Hoogl. 7:4; zie ook 2:9 en 8:14.

בַּשּׁוֹשַׁנִּים (bashoshannim), ‘lelies’: een bloem met een geurige kelk; de soort is niet zeker. Zie ook Hoogl. 2:16 en 6:3.

6Totdat de dag ademt en de schaduwen vluchten, ga ik naar de berg van de mirre en naar de heuvel van de wierook.
עַ֤ד
(ad)
tot
שֶׁיָּפ֨וּחַ֙
(sheyafuach)
dat ademt
הַיּ֔וֹם
(hayom)
de dag
וְנָ֖סוּ
(venasu)
en vluchten
הַצְּלָלִ֑ים
(hatselalim)
de schaduwen
אֵ֤לֶךְ
(elekh)
ik zal gaan
לִי֙
(li)
voor mij
אֶל
(el)
naar
הַ֣ר
(har)
de berg van
הַמּ֔וֹר
(hamor)
de mirre
וְאֶל
(veel)
en naar
גִּבְעַ֖ת
(givat)
de heuvel van
הַלְּבוֹנָֽה
(halevona)
de wierook
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַד שֶׁיָּפוּחַ הַיּוֹם וְנָסוּ הַצְּלָלִים (‘ad sheyafuach hayyom venasu hatstsellalim), ‘totdat de dag ademt en de schaduwen vluchten’: dezelfde woorden als in Hoogl. 2:17.

‘De dag ademt’ gaat over de wind die opsteekt bij de avond of de morgen.

De betekenis is niet zeker.

‘De berg van de mirre’ en ‘de heuvel van de wierook’ zijn beeldspraak. Wij vertalen zoals het er staat.

7Helemaal mooi ben je, mijn vriendin, en er is geen gebrek in je.
כֻּלָּ֤ךְ
(kulakh)
helemaal jij
יָפָה֙
(yafa)
mooi
רַעְיָתִ֔י
(rayati)
mijn vriendin
וּמ֖וּם
(umum)
en gebrek
אֵ֥ין
(ein)
niet
בָּֽךְ
(bakh)
in jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Met mij van de Libanon, bruid, met mij van de Libanon zul je komen. Je zult neerzien van de top van Amana, van de top van Senir en Hermon, van de holen van leeuwen, van de bergen van luipaarden.
אִתִּ֤י
(iti)
met mij
מִלְּבָנוֹן֙
(milevanon)
van Libanon
כַּלָּ֔ה
(kala)
bruid
אִתִּ֖י
(iti)
met mij
מִלְּבָנ֣וֹן
(milevanon)
van Libanon
תָּב֑וֹאִי
(tavoi)
zul je komen
תָּשׁ֣וּרִי
(tashuri)
zul je neerzien
מֵרֹ֣אשׁ
(merosh)
van de top van
אֲמָנָ֗ה
(amana)
Amana
מֵרֹ֤אשׁ
(merosh)
van de top van
שְׂנִיר֙
(senir)
Senir
וְחֶרְמ֔וֹן
(vechermon)
en Hermon
מִמְּעֹנ֣וֹת
(mimeonot)
van de holen van
אֲרָי֔וֹת
(arayot)
leeuwen
מֵֽהַרְרֵ֖י
(meharrei)
van de bergen van
נְמֵרִֽים
(nemerim)
luipaarden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Libanon is het bergland ten noorden van Israël.

Hermon is de hoge berg op de grens van Libanon en Syrië.

Senir is de Amorietische naam van de Hermon (Deut. 3:9).

Amana is een berg of bergtop in dezelfde streek, vermoedelijk in het Anti-Libanon; de ligging is onzeker.

Uitleg

תָּשׁוּרִי (tashuri), ‘zul je neerzien’: van שׁוּר (shur), ‘kijken’.

Sommigen vertalen ‘zul je afdalen’; de betekenis is niet zeker.

9Je hebt mijn hart veroverd, mijn zuster, bruid. Je hebt mijn hart veroverd met één van je ogen, met één halsketting van je hals.
לִבַּבְתִּ֖נִי
(libavtini)
je hebt mijn hart veroverd
אֲחֹתִ֣י
(achoti)
mijn zuster
כַלָּ֑ה
(kala)
bruid
לִבַּבְתִּ֨ינִי֙
(libavtini)
je hebt mijn hart veroverd
בְּאַחַ֣ת
(beachat)
met één
מֵעֵינַ֔יִךְ
(meeinayikh)
van je ogen
בְּאַחַ֥ד
(beachad)
met één
עֲנָ֖ק
(anaq)
halsketting
מִצַּוְּרֹנָֽיִךְ
(mitsaveronayikh)
van je hals
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִבַּבְתִּנִי (libbavtini), ‘je hebt mijn hart veroverd’: een werkwoord van לֵב (lev), ‘hart’.

Het komt alleen hier voor.

Letterlijk: ‘je hebt mij hart gemaakt’; ook ‘je hebt mijn hart doen kloppen’.

אֲחֹתִי (achoti), ‘mijn zuster’: een woord van liefde; het Hebreeuws gebruikt het ook voor de geliefde.

עֲנָק (‘anaq), ‘halsketting’: een sieraad om de hals.

Lezing

Geschreven (ketiv) staat bij het eerste ‘één’ בְּאַחַד (be’achad).

Gelezen (qere) wordt בְּאַחַת (be’achat).

Wij volgen de gelezen vorm.

10Hoe mooi is je liefde, mijn zuster, bruid. Hoe veel beter is je liefde dan wijn, en de geur van je oliën dan alle specerijen.
מַה
(ma)
hoe
יָּפ֥וּ
(yafu)
mooi zijn
דֹדַ֖יִךְ
(dodayikh)
je liefde
אֲחֹתִ֣י
(achoti)
mijn zuster
כַלָּ֑ה
(kala)
bruid
מַה
(ma)
hoe
טֹּ֤בוּ
(tovu)
goed zijn
דֹדַ֨יִךְ֙
(dodayikh)
je liefde
מִיַּ֔יִן
(miyayin)
dan wijn
וְרֵ֥יחַ
(vereiach)
en de geur van
שְׁמָנַ֖יִךְ
(shemanayikh)
je oliën
מִכָּל
(mikal)
dan alle
בְּשָׂמִֽים
(besamim)
specerijen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֹדַיִךְ (dodayikh), ‘je liefde’: meervoud van דּוֹד (dod), ‘liefde’, ook ‘liefkozingen’.

Zie ook Hoogl. 1:2.

בְּשָׂמִים (besamim), ‘specerijen’: geurige planten en hun olie.

11Honingraat druipt van je lippen, bruid. Honing en melk zijn onder je tong, en de geur van je kleren is als de geur van de Libanon.
נֹ֛פֶת
(nofet)
honingraat
תִּטֹּ֥פְנָה
(titofena)
druipen
שִׂפְתוֹתַ֖יִךְ
(siftotayikh)
je lippen
כַּלָּ֑ה
(kala)
bruid
דְּבַ֤שׁ
(devash)
honing
וְחָלָב֙
(vechalav)
en melk
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
לְשׁוֹנֵ֔ךְ
(leshonekh)
je tong
וְרֵ֥יחַ
(vereiach)
en de geur van
שַׂלְמֹתַ֖יִךְ
(salmotayikh)
je kleren
כְּרֵ֥יחַ
(kereiach)
als de geur van
לְבָנֽוֹן
(levanon)
Libanon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֹפֶת (nofet), ‘honingraat’: honing die uit de raat druipt.

Zie ook 1 Sam. 14:27.

12Een gesloten tuin is mijn zuster, bruid, een gesloten springbron, een verzegelde bron.
גַּ֥ן
(gan)
een tuin
נָע֖וּל
(naul)
gesloten
אֲחֹתִ֣י
(achoti)
mijn zuster
כַלָּ֑ה
(kala)
bruid
גַּ֥ל
(gal)
een springbron
נָע֖וּל
(naul)
gesloten
מַעְיָ֥ן
(mayan)
een bron
חָתֽוּם
(chatum)
verzegeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גַּל (gal), ‘springbron’: het woord betekent gewoonlijk ‘hoop’ of ‘golf’.

Wij kiezen ‘springbron’, naar het woord ‘bron’ (מַעְיָן, ma‘yan) in de volgende regel.

De tuin is hier een beeld; zie ook 4:16 en 5:1.

13Je uitlopers zijn een park van granaatappels met kostbare vruchten, henna met nardus.
שְׁלָחַ֨יִךְ֙
(shelachayikh)
je uitlopers
פַּרְדֵּ֣ס
(pardes)
een park van
רִמּוֹנִ֔ים
(rimonim)
granaatappels
עִ֖ם
(im)
met
פְּרִ֣י
(peri)
vruchten van
מְגָדִ֑ים
(megadim)
kostbaarheden
כְּפָרִ֖ים
(kefarim)
henna
עִם
(im)
met
נְרָדִֽים
(neradim)
nardus
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁלָחַיִךְ (shelachayikh), ‘je uitlopers’: van שָׁלַח (shalach), ‘zenden’.

Sommigen vertalen ‘je scheuten’ of ‘je waterlopen’.

פַּרְדֵּס (pardes), ‘park’: een tuin met bomen, een leenwoord uit het Perzisch.

כְּפָרִים (kefarim), ‘henna’: een struik met geurige bloemen. Zie ook Hoogl. 1:14.

14Nardus en saffraan, kalmoes en kaneel, met alle wierookbomen, mirre en aloë, met alle voornaamste specerijen.
נֵ֣רְדְּ
(nerd)
nardus
וְכַרְכֹּ֗ם
(vekharkom)
en saffraan
קָנֶה֙
(qane)
kalmoes
וְקִנָּמ֔וֹן
(veqinamon)
en kaneel
עִ֖ם
(im)
met
כָּל
(kal)
alle
עֲצֵ֣י
(atsei)
bomen van
לְבוֹנָ֑ה
(levona)
wierook
מֹ֚ר
(mor)
mirre
וַאֲהָל֔וֹת
(vaahalot)
en aloë
עִ֖ם
(im)
met
כָּל
(kal)
alle
רָאשֵׁ֥י
(rashei)
voornaamste
בְשָׂמִֽים
(besamim)
specerijen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֵרְדְּ (nerd), ‘nardus’: een kostbare, geurige olie.

וְכַרְכֹּם (vekharkom), ‘en saffraan’.

קָנֶה (qaneh), ‘kalmoes’, en וְקִנָּמוֹן (veqinnamon), ‘en kaneel’: zie ook Exod. 30:23.

וַאֲהָלוֹת (va’ahalot), ‘en aloë’: geurig hout.

15Een bron van tuinen, een put van levend water, en stromende wateren van de Libanon.
מַעְיַ֣ן
(mayan)
een bron van
גַּנִּ֔ים
(ganim)
tuinen
בְּאֵ֖ר
(beer)
een put van
מַ֣יִם
(mayim)
water
חַיִּ֑ים
(chayim)
levend
וְנֹזְלִ֖ים
(venozelim)
en stromende wateren
מִן
(min)
van
לְבָנֽוֹן
(levanon)
Libanon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee, bekend om zijn cederen.

Uitleg

מַיִם חַיִּים (mayim chayyim), ‘levend water’: stromend bronwater.

Zie ook Gen. 26:19.

De bruid

16Word wakker, noordenwind, en kom, zuidenwind. Blaas op mijn tuin, laat zijn specerijen stromen. Laat mijn geliefde in zijn tuin komen en de vrucht van zijn kostbaarheden eten.
ע֤וּרִי
(uri)
word wakker
צָפוֹן֙
(tsafon)
noordenwind
וּב֣וֹאִי
(uvoi)
en kom
תֵימָ֔ן
(teiman)
zuidenwind
הָפִ֥יחִי
(hafichi)
blaas op
גַנִּ֖י
(gani)
mijn tuin
יִזְּל֣וּ
(yizelu)
laat stromen
בְשָׂמָ֑יו
(besamav)
zijn specerijen
יָבֹ֤א
(yavo)
laat komen
דוֹדִי֙
(dodi)
mijn geliefde
לְגַנּ֔וֹ
(legano)
naar zijn tuin
וְיֹאכַ֖ל
(veyokhal)
en laat eten
פְּרִ֥י
(peri)
vrucht van
מְגָדָֽיו
(megadav)
zijn kostbaarheden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צָפוֹן (tsafon), ‘noorden’, en תֵימָן (teman), ‘zuiden’: wij vullen ‘wind’ aan.

De bruid spreekt hier tot de wind.

דוֹדִי (dodi), ‘mijn geliefde’: hetzelfde woord als דּוֹד (dod), ‘liefde’, in 4:10.