Elohim Bijbel

Job 32

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142

Elihu begint te spreken

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het zwijgen van de drie vrienden

1Toen hielden deze drie mannen op Job te antwoorden, omdat hij rechtvaardig was in zijn eigen ogen.
וַֽיִּשְׁבְּת֡וּ
(vayishbetu)
en hielden op
שְׁלֹ֤שֶׁת
(sheloshet)
drie
הָאֲנָשִׁ֣ים
(haanashim)
de mannen
הָ֭אֵלֶּה
(haele)
deze
מֵעֲנ֣וֹת
(meanot)
te antwoorden
אֶת
(et)
(obj.)
אִיּ֑וֹב
(iyov)
Job
כִּ֤י
(ki)
omdat
ה֖וּא
(hu)
hij
צַדִּ֣יק
(tsadiq)
rechtvaardig
בְּעֵינָֽיו
(beeinav)
in zijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Maar de toorn van Elihu, de zoon van Barachel, de Buziet, uit het geslacht van Ram, ontbrandde. Tegen Job ontbrandde zijn toorn, omdat hij zichzelf rechtvaardiger achtte dan Elohim.
וַיִּ֤חַר
(vayichar)
en ontbrandde
אַ֨ף
(af)
toorn
אֱלִיה֣וּא
(elihu)
van Elihu
בֶן
(ben)
zoon van
בַּרַכְאֵ֣ל
(barakhel)
Barachel
הַבּוּזִי֮
(habuzi)
de Buziet
מִמִּשְׁפַּ֪חַ֫ת
(mimishpachat)
uit het geslacht van
רָ֥ם
(ram)
Ram
בְּ֭אִיּוֹב
(beiyov)
tegen Job
חָרָ֣ה
(chara)
ontbrandde
אַפּ֑וֹ
(apo)
zijn toorn
עַֽל
(al)
omdat
צַדְּק֥וֹ
(tsadeqo)
zijn rechtvaardigen van
נַ֝פְשׁ֗וֹ
(nafsho)
zichzelf
מֵאֱלֹהִֽים
(meElohim)
meer dan Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Buz (בּוּז) is de naam van een zoon van Nahor (Gen. 22:21) en van een stam of streek in het noorden van Arabië (Jer. 25:23), bij Dedan en Tema.

‘Ram’ komt als naam voor in de stamboom van Juda (Rut 4:19).

‘Uit het geslacht van Ram’ wijst naar een geslacht in Buz.

Uitleg

Elihu wordt als enige in het boek zo uitvoerig voorgesteld: met vader, plaats en geslacht.

De naam Elihu betekent ‘Mijn El is Hij’.

Hij wordt eerder niet genoemd en ook in de epiloog (42:7–9) niet.

3Ook tegen zijn drie vrienden ontbrandde zijn toorn, omdat zij geen antwoord hadden gevonden en toch Job schuldig verklaarden.
וּבִשְׁלֹ֣שֶׁת
(uvishloshet)
en tegen drie
רֵעָיו֮
(reav)
zijn vrienden
חָרָ֪ה
(chara)
ontbrandde
אַ֫פּ֥וֹ
(apo)
zijn toorn
עַ֤ל
(al)
omdat
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
לֹא
(lo)
niet
מָצְא֣וּ
(matseu)
zij vonden
מַעֲנֶ֑ה
(maane)
antwoord
וַ֝יַּרְשִׁ֗יעוּ
(vayarshiu)
en zij verklaarden schuldig
אֶת
(et)
(obj.)
אִיּֽוֹב
(iyov)
Job
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Volgens een oude Joodse overlevering (tikkun soferim, ‘verbetering van de schrijvers’) stond hier oorspronkelijk ‘zij verklaarden Elohim schuldig’ en hebben de schrijvers dat uit eerbied veranderd in ‘Job’.

Wij vertalen de Masoretische tekst, die ‘Job’ heeft.

4Elihu had gewacht met zijn woorden aan Job, omdat zij ouder waren dan hij in dagen.
וֶֽאֱלִיה֗וּ
(veelihu)
en Elihu
חִכָּ֣ה
(chika)
wachtte
אֶת
(et)
(obj.)
אִ֭יּוֹב
(iyov)
Job
בִּדְבָרִ֑ים
(bidvarim)
met woorden
כִּ֤י
(ki)
omdat
זְֽקֵנִים
(zeqenim)
oudere
הֵ֖מָּה
(hema)
zij
מִמֶּ֣נּוּ
(mimenu)
dan hij
לְיָמִֽים
(leyamim)
in dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu wachtte, zoals het goed gebruik was, tot de ouderen hadden gesproken.

Dat past bij de leeftijdsvolgorde die ook in 15:10 en 29:8 wordt genoemd.

5Maar Elihu zag dat er geen antwoord was in de mond van de drie mannen, en zijn toorn ontbrandde.
וַיַּ֤רְא
(vayar)
en zag
אֱלִיה֗וּא
(elihu)
Elihu
כִּ֘י
(ki)
dat
אֵ֤ין
(ein)
niet is
מַעֲנֶ֗ה
(maane)
antwoord
בְּ֭פִי
(befi)
in de mond van
שְׁלֹ֥שֶׁת
(sheloshet)
drie
הָאֲנָשִׁ֗ים
(haanashim)
mannen
וַיִּ֥חַר
(vayichar)
en ontbrandde
אַפּֽוֹ
(apo)
zijn toorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Elihu: ‘Ik ben jong’

6Elihu, de zoon van Barachel, de Buziet, antwoordde en zei: „Jong ben ik in dagen en u bent grijsaards; daarom aarzelde ik en vreesde ik u mijn kennis te tonen.
וַיַּ֤עַן
(vayaan)
en antwoordde
אֱלִיה֖וּא
(elihu)
Elihu
בֶן
(ben)
zoon van
בַּֽרַכְאֵ֥ל
(barakhel)
Barachel
הַבּוּזִ֗י
(habuzi)
de Buziet
וַיֹּ֫אמַ֥ר
(vayomar)
en zei
צָ֘עִ֤יר
(tsair)
jong
אֲנִ֣י
(ani)
ik
לְ֭יָמִים
(leyamim)
in dagen
וְאַתֶּ֣ם
(veatem)
en u
יְשִׁישִׁ֑ים
(yeshishim)
grijsaards
עַל
(al)
daarom
כֵּ֖ן
(ken)
zo
זָחַ֥לְתִּי
(zachalti)
aarzelde ik
וָֽאִירָ֓א
(vaira)
en vreesde ik
מֵחַוֺּ֖ת
(mechavot)
te tonen
דֵּעִ֣י
(dei)
mijn kennis
אֶתְכֶֽם
(etkhem)
u
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Buz: Buz lag in het noorden van Arabië, bij Dedan en Tema (Jeremia 25:23); de ligging is onzeker.

7Ik zei: ‘Laat de dagen spreken en de vele jaren wijsheid verkondigen.’
אָ֭מַרְתִּי
(amarti)
ik zei
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
יְדַבֵּ֑רוּ
(yedaberu)
laten spreken
וְרֹ֥ב
(verov)
en menigte van
שָׁ֝נִ֗ים
(shanim)
jaren
יֹדִ֥יעוּ
(yodiu)
laat verkondigen
חָכְמָֽה
(chakhema)
wijsheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Maar het is de geest in de mens, de adem van Shaddai, die hen inzicht geeft.
אָ֭כֵן
(akhen)
waarlijk
רֽוּחַ
(ruach)
geest
הִ֣יא
(hi)
zij
בֶאֱנ֑וֹשׁ
(beenosh)
in de mens
וְנִשְׁמַ֖ת
(venishmat)
en adem van
שַׁדַּ֣י
(shaday)
Shaddai
תְּבִינֵֽם
(tevinem)
geeft hun inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu beroept zich niet op ouderdom of traditie, maar op de geest (ruach) in de mens en de adem (nishmat) van Shaddai.

Vergelijk Gen. 2:7 en Job 33:4; 34:14–15.

9Niet de oudsten zijn wijs, en niet de bejaarden begrijpen het recht.
לֹֽא
(lo)
niet
רַבִּ֥ים
(rabim)
velen
יֶחְכָּ֑מוּ
(yechkamu)
zijn wijs
וּ֝זְקֵנִ֗ים
(uzeqenim)
en oudsten
יָבִ֥ינוּ
(yavinu)
begrijpen
מִשְׁפָּֽט
(mishpat)
recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Daarom zeg ik: ‘Luister naar mij, ook ik zal mijn kennis tonen.’
לָכֵ֣ן
(lakhen)
daarom
אָ֭מַרְתִּי
(amarti)
zeg ik
שִׁמְעָה
(shima)
luister
לִּ֑י
(li)
naar mij
אֲחַוֶּ֖ה
(achave)
ik zal tonen
דֵּעִ֣י
(dei)
mijn kennis
אַף
(af)
ook
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Ik heb gewacht op uw woorden

11Zie, ik heb gewacht op uw woorden, ik luisterde naar uw inzichten, totdat u woorden gevonden zou hebben.
הֵ֤ן
(hen)
zie
הוֹחַ֨לְתִּי
(hochalti)
ik wachtte
לְֽדִבְרֵיכֶ֗ם
(ledivreikhem)
op uw woorden
אָ֭זִין
(azin)
ik luisterde
עַד
(ad)
naar
תְּב֥וּנֹֽתֵיכֶ֑ם
(tevunoteikhem)
uw inzichten
עַֽד
(ad)
totdat
תַּחְקְר֥וּן
(tachqerun)
u zoekt
מִלִּֽין
(milin)
woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Ik lette goed op u, en zie, er was niemand die Job weerlegde, niemand van u die zijn woorden beantwoordde.
וְעָֽדֵיכֶ֗ם
(veadeikhem)
en tot u
אֶתְבּ֫וֹנָ֥ן
(etbonan)
let ik op
וְהִנֵּ֤ה
(vehine)
en zie
אֵ֣ין
(ein)
niet is
לְאִיּ֣וֹב
(leiyov)
voor Job
מוֹכִ֑יחַ
(mokhiach)
een die weerlegt
עוֹנֶ֖ה
(one)
die antwoordt
אֲמָרָ֣יו
(amarav)
zijn woorden
מִכֶּֽם
(mikem)
van u
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Zeg niet: ‘Wij hebben wijsheid gevonden; El moet hem weerleggen, niet een mens.’
פֶּן
(pen)
opdat niet
תֹּ֣֭אמְרוּ
(tomru)
u zegt
מָצָ֣אנוּ
(matsanu)
wij vonden
חָכְמָ֑ה
(chakhema)
wijsheid
אֵ֖ל
(el)
El
יִדְּפֶ֣נּוּ
(yidefenu)
moge hem verjagen
לֹא
(lo)
niet
אִֽישׁ
(ish)
een man
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws kan hier ook worden gelezen: ‘Zeg niet: wij hebben wijsheid gevonden, (alleen) El kan hem overwinnen, niet een mens.’

Elihu verwijt de vrienden dat zij zich achter Elohim verschuilen, terwijl zij zelf geen antwoord hadden.

14Niet tegen mij heeft hij zijn woorden gericht, en met uw woorden zal ik hem niet antwoorden.
וְלֹא
(velo)
en niet
עָרַ֣ךְ
(arakh)
richtte hij
אֵלַ֣י
(elay)
tot mij
מִלִּ֑ין
(milin)
woorden
וּ֝בְאִמְרֵיכֶ֗ם
(uveimreikhem)
en met uw woorden
לֹ֣א
(lo)
niet
אֲשִׁיבֶֽנּוּ
(ashivenu)
zal ik hem antwoorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Ze zijn ontzet, ze antwoorden niet meer, de woorden zijn van hen weggenomen.
חַ֭תּוּ
(chatu)
zij zijn ontzet
לֹא
(lo)
niet
עָ֣נוּ
(anu)
antwoorden
ע֑וֹד
(od)
meer
הֶעְתִּ֖יקוּ
(hetiqu)
zijn weggenomen
מֵהֶ֣ם
(mehem)
van hen
מִלִּֽים
(milim)
woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Moet ik wachten omdat ze niet spreken, omdat ze stilstaan en niet meer antwoorden?
וְ֭הוֹחַלְתִּי
(vehochalti)
en ik wacht
כִּי
(ki)
omdat
לֹ֣א
(lo)
niet
יְדַבֵּ֑רוּ
(yedaberu)
zij spreken
כִּ֥י
(ki)
omdat
עָ֝מְד֗וּ
(amedu)
zij staan
לֹא
(lo)
niet
עָ֥נוּ
(anu)
antwoorden
עֽוֹד
(od)
meer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Ook ik zal mijn deel antwoorden, ook ik zal mijn kennis tonen.
אַעֲנֶ֣ה
(aane)
ik antwoord
אַף
(af)
ook
אֲנִ֣י
(ani)
ik
חֶלְקִ֑י
(chelqi)
mijn deel
אֲחַוֶּ֖ה
(achave)
ik zal tonen
דֵעִ֣י
(dei)
kennis
אַף
(af)
ook
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Ik ben vol van woorden

18Want ik ben vol van woorden, de geest in mijn buik dringt mij.
כִּ֭י
(ki)
want
מָלֵ֣תִי
(maleti)
ik ben vol
מִלִּ֑ים
(milim)
van woorden
הֱ֝צִיקַ֗תְנִי
(hetsiqatni)
dringt mij
ר֣וּחַ
(ruach)
geest van
בִּטְנִֽי
(bitni)
mijn buik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Zie, mijn buik is als wijn die niet geopend wordt, als nieuwe zakken staat hij op springen.
הִנֵּֽה
(hine)
zie
בִטְנִ֗י
(bitni)
mijn buik
כְּיַ֥יִן
(keyayin)
als wijn
לֹא
(lo)
niet
יִפָּתֵ֑חַ
(yipateach)
geopend wordt
כְּאֹב֥וֹת
(keovot)
als zakken
חֲ֝דָשִׁ֗ים
(chadashim)
nieuwe
יִבָּקֵֽעַ
(yibaqea)
staat te barsten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Nieuwe wijnzakken werden gemaakt van dierenhuid.

Gistende wijn kon de zak doen barsten (Matt. 9:17).

Zo voelt Elihu zich: vol van woorden.

Zie ookMat 9:17
20Laat mij spreken, dan krijg ik lucht; ik zal mijn lippen openen en antwoorden.
אֲדַבְּרָ֥ה
(adabera)
ik zal spreken
וְיִֽרְוַֽח
(veyirvach)
en lucht krijgen
לִ֑י
(li)
voor mij
אֶפְתַּ֖ח
(eftach)
ik zal openen
שְׂפָתַ֣י
(sefatay)
mijn lippen
וְאֶֽעֱנֶֽה
(veeene)
en antwoorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Laat mij toch niemand voortrekken, en geen mens vleiende titels geven.
אַל
(al)
niet
נָ֭א
(na)
toch
אֶשָּׂ֣א
(esa)
ik zal aanzien
פְנֵי
(penei)
het gezicht van
אִ֑ישׁ
(ish)
een man
וְאֶל
(veel)
en tegen
אָ֝דָ֗ם
(adam)
een mens
לֹ֣א
(lo)
niet
אֲכַנֶּֽה
(akhane)
zal ik vleien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Want ik weet niet hoe te vleien; weldra zou mijn Maker mij wegnemen.”
כִּ֤י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
יָדַ֣עְתִּי
(yadati)
ik weet
אֲכַנֶּ֑ה
(akhane)
te vleien
כִּ֝מְעַ֗ט
(kimat)
binnenkort
יִשָּׂאֵ֥נִי
(yisaeni)
zou wegnemen mij
עֹשֵֽׂנִי
(oseni)
mijn Maker
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Elihu zegt niemand voor te trekken (Lev. 19:15; Deut. 1:17), maar hij vreest ook de ernst van Elohim, ‘mijn Maker’.