Elohim Bijbel

Lucas 4

123456789101112131415161718192021222324

De verzoeking, Nazaret en Kapernaüm

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua wordt op de proef gesteld

1Yeshua, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan. Hij werd door de Geest in de woestijn geleid.
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
δὲ
(de)
maar
πλήρης
(pleres)
vol
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
ὑπέστρεψεν
(hypestrepsen)
keerde terug
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
Ἰορδάνου
(Iordanou)
Jordaan
καὶ
(kai)
en
ἤγετο
(egeto)
werd geleid
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πνεύματι
(pneumati)
Geest
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

ἐν τῷ πνεύματι (en to pneumati), letterlijk ‘in de Geest’: wij vertalen ‘door de Geest’, zoals in Matt. 4:1.

Zie ook Matt. 4:1–11; Mark. 1:12–13.

2Gedurende 40 dagen werd Hij door de duivel op de proef gesteld. In die dagen at Hij niets, en toen die voorbij waren, kreeg Hij honger.
ἡμέρας
(hemeras)
dagen
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
πειραζόμενος
(peirazomenos)
op de proef gesteld wordend
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
διαβόλου
(diabolou)
duivel
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔφαγεν
(ephagen)
at
οὐδὲν
(ouden)
niets
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐκείναις
(ekeinais)
die
καὶ
(kai)
en
συντελεσθεισῶν
(syntelestheison)
voorbij zijnde
αὐτῶν
(auton)
zij
ἐπείνασεν
(epeinasen)
kreeg honger
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘gedurende 40 dagen’ en vermeldt hier niet dat Yeshua vastte; Matt. 4:2 zegt dat wel. 40 dagen komen ook voor bij Mozes (Exod. 34:28) en Elia (1 Kon. 19:8).

3De duivel zei tegen Hem: „Als U Zoon van Elohim bent, zeg tegen deze steen dat hij brood wordt.”
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
maar
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
ὁ
(ho)
de
διάβολος
(diabolos)
duivel
Εἰ
(Ei)
als
υἱὸς
(huios)
Zoon
εἶ
(ei)
ben
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰπὲ
(eipe)
zeg
τῷ
(to)
aan de
λίθῳ
(litho)
steen
τούτῳ
(touto)
deze
ἵνα
(hina)
dat
γένηται
(genetai)
wordt
ἄρτος
(artos)
brood
Bron: SBLGNT
Uitleg

υἱὸς τοῦ θεοῦ (huios tou theou), ‘Zoon van Elohim’, staat zonder lidwoord; wij volgen Matt. 4:3.

Het sluit aan bij de stem uit de hemel in 3:22.

Zie ookMat 4:3
4Yeshua antwoordde hem: „Er staat geschreven: ‘Niet van brood alleen zal de mens leven.’”
καὶ
(kai)
en
ἀπεκρίθη
(apekrithe)
antwoordde
πρὸς
(pros)
tot
αὐτὸν
(auton)
hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Γέγραπται
(Gegraptai)
er staat geschreven
ὅτι
(hoti)
dat
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἐπ’
(ep’)
op
ἄρτῳ
(arto)
brood
μόνῳ
(mono)
alleen
ζήσεται
(zesetai)
zal leven
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Deut. 8:3.

Lucas geeft alleen de eerste helft; Matt. 4:4 heeft ook ‘maar van elk woord dat uitgaat door de mond van Elohim’.

Lezing

Sommige handschriften hebben na ‘alleen’ de toevoeging ‘maar van elk woord van Elohim’, naar Matt. 4:4.

De SBLGNT heeft die niet.

Zie ook Deut. 8:3; Matt. 4:4.

5De duivel nam Hem mee omhoog en liet Hem in een ogenblik alle koninkrijken van de bewoonde wereld zien.
Καὶ
(Kai)
en
ἀναγαγὼν
(anagagon)
meenemend omhoog
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἔδειξεν
(edeixen)
toonde
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
πάσας
(pasas)
alle
τὰς
(tas)
de
βασιλείας
(basileias)
koninkrijken
τῆς
(tes)
van de
οἰκουμένης
(oikoumenes)
bewoonde wereld
ἐν
(en)
in
στιγμῇ
(stigme)
ogenblik
χρόνου
(chronou)
van tijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse tekst noemt hier geen onderwerp; het is de duivel uit 4:3.

Lucas zet deze beproeving vóór die op de tempel; Matteüs zet haar erna (Matt. 4:5–10).

οἰκουμένη (oikoumene), ‘bewoonde wereld’: zie Matt. 24:14. στιγμὴ χρόνου (stigme chronou) is letterlijk ‘punt van tijd’: een ogenblik.

Lezing

Sommige handschriften hebben na ‘meenemend omhoog’ de toevoeging ‘op een hoge berg’, naar Matt. 4:8.

Zie ook Matt. 4:8–10.

6Hij zei tegen Hem: „Aan U zal ik al dit gezag geven, en de heerlijkheid van deze koninkrijken. Want het is aan mij overgegeven, en ik geef het aan wie ik maar wil.
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
ὁ
(ho)
de
διάβολος
(diabolos)
duivel
Σοὶ
(Soi)
aan U
δώσω
(doso)
zal ik geven
τὴν
(ten)
de
ἐξουσίαν
(exousian)
gezag
ταύτην
(tauten)
dit
ἅπασαν
(hapasan)
geheel
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
αὐτῶν
(auton)
hun
ὅτι
(hoti)
want
ἐμοὶ
(emoi)
aan mij
παραδέδοται
(paradedotai)
is overgegeven
καὶ
(kai)
en
ᾧ
(ho)
aan wie
ἂν
(an)
ook maar
θέλω
(thelo)
ik wil
δίδωμι
(didomi)
geef
αὐτήν
(auten)
het
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: zie Mark. 1:22. παραδέδοται (paradedotai) is letterlijk ‘is overgeleverd’.

Volgens de duivel is het gezag over de koninkrijken aan hem gegeven.

Zie ookMar 1:22
7Als U zich dus voor mij neerbuigt, zal alles van U zijn.”
σὺ
(sy)
U
οὖν
(oun)
dus
ἐὰν
(ean)
als
προσκυνήσῃς
(proskyneses)
U zich neerbuigt
ἐνώπιον
(enopion)
voor
ἐμοῦ
(emou)
mij
ἔσται
(estai)
zal zijn
σοῦ
(sou)
van U
πᾶσα
(pasa)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’: zich diep buigen voor iemand, uit eerbied voor een koning of in aanbidding van Elohim.

Het komt overeen met het Hebreeuwse הִשְׁתַּחֲוָה (hishtachavah), ‘zich neerbuigen’.

Wij vertalen het overal zo, ook bij de duivel (zie Matt. 2:2).

De duivel noemt hier alleen het neerbuigen; Matt. 4:9 voegt ‘neervalt’ toe.

8Yeshua antwoordde hem: „Er staat geschreven: ‘Voor Yahweh, je Elohim, moet je je neerbuigen, en Hem alleen moet je dienen.’”
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
Γέγραπται
(Gegraptai)
er staat geschreven
Κύριον
(Kyrion)
Yahweh
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
σου
(sou)
je
προσκυνήσεις
(proskyneseis)
zult neerbuigen
καὶ
(kai)
en
αὐτῷ
(auto)
Hem
μόνῳ
(mono)
alleen
λατρεύσεις
(latreuseis)
zult dienen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Deut. 6:13.

Het Hebreeuws heeft ‘Yahweh, je Elohim, moet je vrezen.

Hem moet je dienen’; de Griekse tekst heeft ‘je neerbuigen’ en voegt ‘alleen’ toe. κύριον (kyrion), ‘Heer’, is vertaald als Yahweh.

Lezing

Sommige handschriften beginnen met ‘Ga weg achter Mij, Satan’, naar Matt. 4:10.

De SBLGNT heeft dat niet.

Zie ook Deut. 6:13; Matt. 4:10.

9De duivel bracht Hem naar Jeruzalem en zette Hem op de rand van de tempel. Hij zei tegen Hem: „Als U Zoon van Elohim bent, werp Uzelf van hier naar beneden.
Ἤγαγεν
(Egagen)
bracht
δὲ
(de)
maar
αὐτὸν
(auton)
Hem
εἰς
(eis)
naar
Ἰερουσαλὴμ
(Ierousalem)
Jeruzalem
καὶ
(kai)
en
ἔστησεν
(estesen)
zette
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
de
πτερύγιον
(pterygion)
rand
τοῦ
(tou)
van de
ἱεροῦ
(hierou)
tempel
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot Hem
Εἰ
(Ei)
als
υἱὸς
(huios)
Zoon
εἶ
(ei)
ben
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
βάλε
(bale)
werp
σεαυτὸν
(seauton)
Uzelf
ἐντεῦθεν
(enteuthen)
vandaar
κάτω
(kato)
naar beneden
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

πτερύγιον (pterygion), ‘rand’: zie Matt. 4:5.

Zie ook Matt. 4:5–7.

Zie ookMat 4:5
10Want er staat geschreven: ‘Aan Zijn engelen zal Hij opdracht geven over U, om U te beschermen,
γέγραπται
(gegraptai)
er staat geschreven
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
Τοῖς
(Tois)
aan de
ἀγγέλοις
(angelois)
engelen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐντελεῖται
(enteleitai)
zal opdracht geven
περὶ
(peri)
over
σοῦ
(sou)
U
τοῦ
(tou)
om
διαφυλάξαι
(diaphylaxai)
te beschermen
σε
(se)
U
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Ps. 91:11–12, dat doorloopt in het volgende vers.

De duivel laat ‘op al je wegen’ weg.

In de aanhaling staat ‘U’, omdat de duivel de woorden op Yeshua toepast.

Zie ook Ps. 91:11–12; Matt. 4:6.

11en op handen zullen zij U dragen, opdat U Uw voet niet tegen een steen stoot.’”
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐπὶ
(Epi)
op
χειρῶν
(cheiron)
handen
ἀροῦσίν
(arousin)
zullen dragen
σε
(se)
U
μήποτε
(mepote)
opdat niet
προσκόψῃς
(proskopses)
U stoot
πρὸς
(pros)
tegen
λίθον
(lithon)
steen
τὸν
(ton)
de
πόδα
(poda)
voet
σου
(sou)
Uw
Bron: SBLGNT
12Yeshua antwoordde en zei tegen hem: „Er is gezegd: ‘Je mag Yahweh, je Elohim, niet op de proef stellen.’”
καὶ
(kai)
en
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ὅτι
(hoti)
dat
Εἴρηται
(Eiretai)
er is gezegd
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἐκπειράσεις
(ekpeiraseis)
zult op de proef stellen
κύριον
(kyrion)
Yahweh
τὸν
(ton)
de
θεόν
(theon)
Elohim
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Deut. 6:16. εἴρηται (eiretai) is letterlijk ‘het is gezegd’: Yeshua laat de Schrift spreken. ἐκπειράζω (ekpeirazo) is een sterkere vorm van πειράζω (peirazo), ‘op de proef stellen’ (4:2); wij vertalen beide met ‘op de proef stellen’.

Zie ook Deut. 6:16; Matt. 4:7.

13Toen de duivel alle beproevingen had voltooid, week hij van Hem tot een bepaalde tijd.
καὶ
(kai)
en
συντελέσας
(syntelesas)
voltooid hebbend
πάντα
(panta)
alle
πειρασμὸν
(peirasmon)
beproeving
ὁ
(ho)
de
διάβολος
(diabolos)
duivel
ἀπέστη
(apeste)
week
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἄχρι
(achri)
tot
καιροῦ
(kairou)
tijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

πειρασμός (peirasmos), ‘beproeving’: hetzelfde woord als in Matt. 6:13. ἄχρι καιροῦ (achri kairou), ‘tot een bepaalde tijd’: het Grieks zegt niet wanneer die tijd komt.

Zie ook Matt. 4:11.

Yeshua begint in Galilea

14Yeshua keerde in de kracht van de Geest terug naar Galilea. Een bericht over Hem ging rond door de hele omgeving.
Καὶ
(Kai)
en
ὑπέστρεψεν
(hypestrepsen)
keerde terug
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
δυνάμει
(dynamei)
kracht
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Γαλιλαίαν
(Galilaian)
Galilea
καὶ
(kai)
en
φήμη
(pheme)
bericht
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
καθ’
(kath’)
door
ὅλης
(holes)
hele
τῆς
(tes)
de
περιχώρου
(perichorou)
omgeving
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

δύναμις (dynamis), ‘kracht’: de kracht van de Geest, die in 4:1 genoemd wordt.

Zie ook Matt. 4:12; Mark. 1:14.

15Hij onderwees in hun synagogen en werd door allen verheerlijkt.
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hij
ἐδίδασκεν
(edidasken)
onderwees
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
αὐτῶν
(auton)
hun
δοξαζόμενος
(doxazomenos)
verheerlijkt wordend
ὑπὸ
(hypo)
door
πάντων
(panton)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοξάζω (doxazo), ‘verheerlijken’: wij vertalen het overal zo.

Yeshua in de synagoge van Nazaret

16Hij kwam in Nazaret, waar Hij was opgegroeid. Op de sabbat ging Hij, zoals Hij gewend was, de synagoge in en stond op om te lezen.
Καὶ
(Kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
εἰς
(eis)
in
Ναζαρά
(Nazara)
Nazaret
οὗ
(hou)
waar
ἦν
(en)
was
τεθραμμένος
(tethrammenos)
opgegroeid
καὶ
(kai)
en
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
het
εἰωθὸς
(eiothos)
gewone
αὐτῷ
(auto)
voor Hem
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῶν
(ton)
van de
σαββάτων
(sabbaton)
sabbatten
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
de
συναγωγήν
(synagogen)
synagoge
καὶ
(kai)
en
ἀνέστη
(aneste)
stond op
ἀναγνῶναι
(anagnonai)
om te lezen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

Ναζαρά (Nazara) is een Griekse vorm van Nazaret; zie Matt. 4:13. κατὰ τὸ εἰωθός (kata to eiothos), ‘zoals Hij gewend was’: Yeshua las gewoonlijk voor in de synagoge.

Lucas verhaalt dat Hij in Nazaret was opgegroeid.

Zie ook Matt. 13:53–58; Mark. 6:1–6.

17Men gaf Hem de boekrol van de profeet Jesaja. Hij rolde de boekrol open en vond de plaats waar geschreven stond:
καὶ
(kai)
en
ἐπεδόθη
(epedothe)
werd gegeven
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
βιβλίον
(biblion)
boekrol
τοῦ
(tou)
van de
προφήτου
(prophetou)
profeet
Ἠσαΐου
(Esaiou)
Jesaja
καὶ
(kai)
en
ἀναπτύξας
(anaptyxas)
opengerold hebbend
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
εὗρεν
(heuren)
vond
τὸν
(ton)
de
τόπον
(topon)
plaats
οὗ
(hou)
waar
ἦν
(en)
was
γεγραμμένον
(gegrammenon)
geschreven
Bron: SBLGNT
Uitleg

βιβλίον (biblion) is hier een boekrol, geen boek met bladzijden.

Het is de rol met het boek Jesaja.

18„De Geest van Yahweh is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft om aan armen de goede boodschap te brengen. Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen vrijlating te verkondigen en aan blinden het zien terug te geven, om verbrijzelden in vrijheid te zenden,
Πνεῦμα
(Pneuma)
Geest
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
ἐπ’
(ep’)
op
ἐμέ
(eme)
Mij
οὗ
(hou)
waarvan
εἵνεκεν
(heineken)
omwille
ἔχρισέν
(echrisen)
gezalfd heeft
με
(me)
Mij
εὐαγγελίσασθαι
(euangelisasthai)
goede boodschap te brengen
πτωχοῖς
(ptochois)
aan armen
ἀπέσταλκέν
(apestalken)
gezonden heeft
με
(me)
Mij
κηρύξαι
(keryxai)
te verkondigen
αἰχμαλώτοις
(aichmalotois)
aan gevangenen
ἄφεσιν
(aphesin)
vrijlating
καὶ
(kai)
en
τυφλοῖς
(typhlois)
aan blinden
ἀνάβλεψιν
(anablepsin)
zien
ἀποστεῖλαι
(aposteilai)
te zenden
τεθραυσμένους
(tethrausmenous)
verbrijzelden
ἐν
(en)
in
ἀφέσει
(aphesei)
vrijheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat staat in Jes. 61:1, met een regel uit Jes. 58:6, waar het Hebreeuws zegt: ‘de onderdrukten vrij laten gaan’.

Lucas volgt de Griekse tekst.

Het Hebreeuws van Jes. 61:1 heeft ‘om hen te verbinden die gebroken zijn van hart’ en ‘de gebondenen de opening van de kerker’; ‘aan blinden het zien’ komt uit de Griekse tekst. κυρίου (kyriou), ‘Heer’, is vertaald als Yahweh.

ἔχρισεν (echrisen), ‘heeft gezalfd’, is van dezelfde stam als χριστός (christos), ‘gezalfde, Messias’. ἄφεσις (aphesis) betekent ‘vrijlating’ en ook ‘vergeving’; hier gaat het over vrijlating van gevangenen. Het woord staat twee keer: ‘vrijlating’ en ‘in vrijheid’. ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’: wij vertalen het overal zo.

Zie ook Jes. 61:1; Jes. 58:6.

19om een aangenaam jaar van Yahweh te verkondigen.”
κηρύξαι
(keryxai)
te verkondigen
ἐνιαυτὸν
(eniauton)
jaar
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
δεκτόν
(dekton)
aangenaam
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Jes. 61:2a.

Het Hebreeuws heeft ‘het jaar van welbehagen voor Yahweh’.

Lucas leest niet verder: ‘en de dag van wraak voor onze Elohim’ blijft weg.

Zie ook Jes. 61:2.

Zie ookJes 61:2
20Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de bediende en ging zitten. De ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht.
καὶ
(kai)
en
πτύξας
(ptyxas)
opgerold hebbend
τὸ
(to)
de
βιβλίον
(biblion)
boekrol
ἀποδοὺς
(apodous)
teruggevend
τῷ
(to)
aan de
ὑπηρέτῃ
(hyperete)
bediende
ἐκάθισεν
(ekathisen)
ging zitten
καὶ
(kai)
en
πάντων
(panton)
van allen
οἱ
(hoi)
de
ὀφθαλμοὶ
(ophthalmoi)
ogen
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
ἦσαν
(esan)
waren
ἀτενίζοντες
(atenizontes)
gericht houdend
αὐτῷ
(auto)
op Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπηρέτης (hyperetes), ‘bediende’: degene die in de synagoge de rollen beheerde.

Yeshua gaat zitten om te onderwijzen; vergelijk Matt. 5:1.

Zie ookMat 5:1
21Hij begon tegen hen te zeggen: „Vandaag is deze Schrift in jullie oren vervuld.”
ἤρξατο
(erxato)
begon
δὲ
(de)
maar
λέγειν
(legein)
te zeggen
πρὸς
(pros)
tot
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὅτι
(hoti)
dat
Σήμερον
(Semeron)
vandaag
πεπλήρωται
(peplerotai)
is vervuld
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
αὕτη
(haute)
deze
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ὠσὶν
(osin)
oren
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

γραφή (graphe), ‘Schrift’: hier het schriftwoord dat Hij zojuist heeft gelezen. πεπλήρωται (peplerotai), ‘is vervuld’: zie Matt. 1:22.

Zie ookMat 1:22
22Allen getuigden van Hem en verwonderden zich over de woorden van genade die uit Zijn mond kwamen. Zij zeiden: „Is dit niet de zoon van Jozef?”
καὶ
(kai)
en
πάντες
(pantes)
allen
ἐμαρτύρουν
(emartyroun)
getuigden
αὐτῷ
(auto)
van Hem
καὶ
(kai)
en
ἐθαύμαζον
(ethaumazon)
verwonderden zich
ἐπὶ
(epi)
over
τοῖς
(tois)
de
λόγοις
(logois)
woorden
τῆς
(tes)
van de
χάριτος
(charitos)
genade
τοῖς
(tois)
die
ἐκπορευομένοις
(ekporeuomenois)
uitgaan
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
ἔλεγον
(elegon)
zeiden
Οὐχὶ
(Ouchi)
niet
υἱός
(huios)
zoon
ἐστιν
(estin)
is
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
οὗτος
(houtos)
Deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμαρτύρουν αὐτῷ (emartyroun auto) is letterlijk ‘zij getuigden Hem’.

Wij lezen het als ‘zij getuigden van Hem’, goedkeurend; de zin kan ook anders gelezen worden.

Daarna slaat de stemming om (4:28).

Zie ook Matt. 13:54–58; Mark. 6:2–3; Joh. 6:42.

23Hij zei tegen hen: „Ongetwijfeld zullen jullie dit gezegde tegen Mij aanhalen: ‘Arts, genees jezelf! Alles wat wij hebben horen gebeuren in Kapernaüm, doe dat ook hier in je vaderstad.’”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτούς
(autous)
hen
Πάντως
(Pantos)
in elk geval
ἐρεῖτέ
(ereite)
zullen zeggen
μοι
(moi)
aan mij
τὴν
(ten)
de
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
ταύτην
(tauten)
deze
Ἰατρέ
(Iatre)
arts
θεράπευσον
(therapeuson)
genees
σεαυτόν
(seauton)
jezelf
ὅσα
(hosa)
zoveel
ἠκούσαμεν
(ekousamen)
hoorden wij
γενόμενα
(genomena)
geschied
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
de
Καφαρναοὺμ
(Kapharnaoum)
Kapernaüm
ποίησον
(poieson)
doe
καὶ
(kai)
ook
ὧδε
(hode)
hier
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
πατρίδι
(patridi)
vaderstad
σου
(sou)
je
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kapernaüm: Kapernaüm (Tel Hum) lag aan de noordwestkant van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Zie Nazaret (uw vaderstad): Met ‘uw vaderstad’ en ‘zijn vaderstad’ wordt Nazaret bedoeld (zie Lucas 4:16), in Neder-Galilea.

De naam staat hier niet in de tekst.

Uitleg

παραβολή (parabole) is hier een gezegde, een spreekwoord; elders vertalen wij ‘gelijkenis’.

Lucas heeft nog niet verteld wat er in Kapernaüm gebeurd is; dat volgt vanaf 4:31. πατρίς (patris), ‘vaderstad’: de stad waar iemand vandaan komt.

24Hij zei: „Voorwaar, Ik zeg jullie: geen profeet is welkom in zijn vaderstad.
εἶπεν
(eipen)
zei
δέ
(de)
maar
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
zeg Ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
προφήτης
(prophetes)
profeet
δεκτός
(dektos)
welkom
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
πατρίδι
(patridi)
vaderstad
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Nazaret (uw vaderstad): Met ‘uw vaderstad’ en ‘zijn vaderstad’ wordt Nazaret bedoeld (zie Lucas 4:16), in Neder-Galilea.

De naam staat hier niet in de tekst.

Uitleg

ἀμήν (amen), ‘voorwaar’: een Hebreeuws woord (אָמֵן) dat ‘het is waar, het is zeker’ betekent.

Yeshua zet het vaak vóór Zijn woorden; wij vertalen het overal met ‘voorwaar’.

Zie ook Matt. 13:57; Mark. 6:4; Joh. 4:44.

25Maar in waarheid zeg Ik jullie: in de dagen van Elia waren er veel weduwen in Israël. Toen de hemel 3 jaar en 6 maanden gesloten was, kwam er een grote hongersnood over het hele land.
ἐπ’
(ep’)
in
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
zeg Ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πολλαὶ
(pollai)
veel
χῆραι
(cherai)
weduwen
ἦσαν
(esan)
waren
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
Ἠλίου
(Eliou)
van Elia
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
ὅτε
(hote)
toen
ἐκλείσθη
(ekleisthe)
werd gesloten
ὁ
(ho)
de
οὐρανὸς
(ouranos)
hemel
ἐπὶ
(epi)
gedurende
ἔτη
(ete)
jaren
τρία
(tria)
3
καὶ
(kai)
en
μῆνας
(menas)
maanden
ἕξ
(hex)
6
ὡς
(hos)
zoals
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
λιμὸς
(limos)
hongersnood
μέγας
(megas)
grote
ἐπὶ
(epi)
over
πᾶσαν
(pasan)
heel
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
Bron: SBLGNT
Uitleg

De woorden over Elia verwijzen naar 1 Kon. 17:1–18:1. 3 jaar en 6 maanden: 1 Kon. 18:1 spreekt van ‘het derde jaar’; vergelijk Jak. 5:17.

26Naar geen van hen werd Elia gestuurd, maar alleen naar Zarefat in het gebied van Sidon, naar een weduwe.
καὶ
(kai)
en
πρὸς
(pros)
naar
οὐδεμίαν
(oudemian)
geen
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἐπέμφθη
(epemphthe)
werd gestuurd
Ἠλίας
(Elias)
Elia
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
εἰς
(eis)
naar
Σάρεπτα
(Sarepta)
Zarefat
τῆς
(tes)
van de
Σιδωνίας
(Sidonias)
Sidonische
πρὸς
(pros)
naar
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
χήραν
(cheran)
weduwe
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Zarefat (Sarafand): Zarefat lag aan de kust tussen Tyrus en Sidon, bij het huidige Sarafand in Libanon.

Het hoorde bij Sidon.

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

Σάρεπτα (Sarepta) is Zarefat; zie 1 Kon. 17:9.

Het lag in het gebied van Sidon, buiten Israël. ἐπέμφθη (epemphthe), ‘werd gestuurd’: van πέμπω (pempo), ‘sturen’.

Zie ook1 Kon 17:9
27Er waren ook veel melaatsen in Israël in de tijd van de profeet Elisa, en niemand van hen werd gereinigd, behalve Naäman, de Syriër.”
καὶ
(kai)
en
πολλοὶ
(polloi)
veel
λεπροὶ
(leproi)
melaatsen
ἦσαν
(esan)
waren
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
Ἰσραὴλ
(Israel)
Israël
ἐπὶ
(epi)
onder
Ἐλισαίου
(Elisaiou)
Elisa
τοῦ
(tou)
de
προφήτου
(prophetou)
profeet
καὶ
(kai)
en
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
αὐτῶν
(auton)
van hen
ἐκαθαρίσθη
(ekatharisthe)
werd gereinigd
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
Ναιμὰν
(Naiman)
Naäman
ὁ
(ho)
de
Σύρος
(Syros)
Syriër
Bron: SBLGNT
Uitleg

De genezing van Naäman staat in 2 Kon. 5:1–14. Σύρος (Syros), ‘Syriër’, is in het Hebreeuws ‘Aramees’, uit Aram; zie 2 Kon. 5:1.

Ook Naäman was een vreemdeling. λεπρός (lepros), ‘melaatse’: zie Lev. 13.

Yeshua wordt uit Nazaret gedreven

28Allen in de synagoge werden vervuld van woede toen zij dit hoorden.
καὶ
(kai)
en
ἐπλήσθησαν
(eplesthesan)
werden vervuld
πάντες
(pantes)
allen
θυμοῦ
(thymou)
van woede
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
ἀκούοντες
(akouontes)
horend
ταῦτα
(tauta)
dit
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zij werden woedend, omdat Yeshua zegt dat Elohim zich in het verleden tot vreemden wendde en niet tot Israël.

29Zij stonden op en dreven Hem de stad uit. Zij brachten Hem naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem in de diepte te storten.
καὶ
(kai)
en
ἀναστάντες
(anastantes)
opgestaan
ἐξέβαλον
(exebalon)
dreven uit
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
καὶ
(kai)
en
ἤγαγον
(egagon)
brachten
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἕως
(heos)
tot
ὀφρύος
(ophryos)
rand
τοῦ
(tou)
van de
ὄρους
(orous)
berg
ἐφ’
(eph’)
op
οὗ
(hou)
wat
ἡ
(he)
de
πόλις
(polis)
stad
ᾠκοδόμητο
(okodometo)
gebouwd was
αὐτῶν
(auton)
hun
ὥστε
(hoste)
zodat
κατακρημνίσαι
(katakremnisai)
afstorten
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Berg bij Nazaret (ligging onzeker): De rand van de berg waarop Nazaret was gebouwd ligt ergens aan de rand van de heuvel van Nazaret.

De precieze plek is onbekend; de overlevering wijst een steile rand ten zuidoosten van de stad aan, maar dat is een latere traditie.

Uitleg

ὀφρύς (ophrys) is letterlijk ‘wenkbrauw’: de rand van een heuvel.

Welke rand bedoeld is, is niet zeker. κατακρημνίσαι (katakremnisai), ‘in de diepte storten’: van een steile wand afwerpen.

30Maar Hij liep midden tussen hen door en ging Zijn weg.
αὐτὸς
(autos)
Hij
δὲ
(de)
maar
διελθὼν
(dielthon)
doorgegaan
διὰ
(dia)
door
μέσου
(mesou)
midden
αὐτῶν
(auton)
hen
ἐπορεύετο
(eporeueto)
ging
Bron: SBLGNT

Een onreine geest in Kapernaüm

31Hij ging af naar Kapernaüm, een stad in Galilea, en onderwees hen op de sabbat.
Καὶ
(Kai)
en
κατῆλθεν
(katelthen)
ging af
εἰς
(eis)
naar
Καφαρναοὺμ
(Kapharnaoum)
Kapernaüm
πόλιν
(polin)
stad
τῆς
(tes)
van de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
διδάσκων
(didaskon)
onderwijzend
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
op
τοῖς
(tois)
de
σάββασιν
(sabbasin)
sabbatten
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Kapernaüm: Kapernaüm (Tel Hum) lag aan de noordwestkant van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Uitleg

Kapernaüm lag in Galilea, aan het meer (Matt. 4:13).

Zie ook Mark. 1:21–28.

32Zij stonden versteld over Zijn onderwijs, want Zijn woord had gezag.
καὶ
(kai)
en
ἐξεπλήσσοντο
(exeplessonto)
stonden versteld
ἐπὶ
(epi)
over
τῇ
(te)
het
διδαχῇ
(didache)
onderwijs
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὅτι
(hoti)
want
ἐν
(en)
in
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐξουσία (exousia), ‘gezag’: zie Mark. 1:22. ἐκπλήσσω (ekplesso), ‘versteld staan’: zie Matt. 7:28.

33In de synagoge was een man met de geest van een onreine demon. Hij schreeuwde het uit met luide stem.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
συναγωγῇ
(synagoge)
synagoge
ἦν
(en)
was
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
ἔχων
(echon)
hebbend
πνεῦμα
(pneuma)
geest
δαιμονίου
(daimoniou)
van demon
ἀκαθάρτου
(akathartou)
onreine
καὶ
(kai)
en
ἀνέκραξεν
(anekraxen)
schreeuwde uit
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
grote
Bron: SBLGNT
Uitleg

Lucas heeft hier ‘de geest van een onreine demon’, een samenstelling van Mark. 1:23 (‘onreine geest’) en δαιμόνιον (daimonion), ‘demon’.

Zie ookMar 1:23
34„Ach, wat hebben wij met U te maken, Yeshua van Nazaret? Bent U gekomen om ons om te brengen? Ik weet wie U bent: de Heilige van Elohim.”
Ἔα
(Ea)
ach
τί
(ti)
wat
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
καὶ
(kai)
en
σοί
(soi)
aan U
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Ναζαρηνέ
(Nazarene)
Nazarener
ἦλθες
(elthes)
bent gekomen
ἀπολέσαι
(apolesai)
om te brengen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
οἶδά
(oida)
ik weet
σε
(se)
U
τίς
(tis)
wie
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
ἅγιος
(hagios)
Heilige
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Nazaret: Nazaret (en-Nasira) ligt in Neder-Galilea, ten westen van het meer van Galilea, in het noorden van het huidige Israël.

Uitleg

Ἔα (Ea) is een uitroep van schrik; wij vertalen ‘ach’.

De geest spreekt eerst in het meervoud (‘wij’), daarna in het enkelvoud (‘ik weet’). ὁ ἅγιος τοῦ θεοῦ (ho hagios tou theou), ‘de Heilige van Elohim’: zie Mark. 1:24.

Zie ookMar 1:24
35Yeshua bestrafte hem en zei: „Wees stil en ga uit hem weg.” De demon wierp de man in het midden neer. Toen ging hij uit hem weg, zonder hem enig letsel toe te brengen.
καὶ
(kai)
en
ἐπετίμησεν
(epetimesen)
bestrafte
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
λέγων
(legon)
zeggend
Φιμώθητι
(Phimotheti)
wees stil
καὶ
(kai)
en
ἔξελθε
(exelthe)
ga uit
ἀπ’
(ap’)
uit
αὐτοῦ
(autou)
hem
καὶ
(kai)
en
ῥίψαν
(rhipsan)
neergeworpen hebbend
αὐτὸν
(auton)
hem
τὸ
(to)
de
δαιμόνιον
(daimonion)
demon
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
μέσον
(meson)
midden
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
ἀπ’
(ap’)
uit
αὐτοῦ
(autou)
hem
μηδὲν
(meden)
niets
βλάψαν
(blapsan)
schaden hebbend
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’ en φιμόω (phimoo), ‘wees stil’: zie Mark. 1:25.

Zie ookMar 1:25
36Verbijstering kwam over allen en zij spraken met elkaar. Zij zeiden: „Wat is dit voor een woord? Met gezag en kracht geeft Hij de onreine geesten bevel, en zij gaan uit.”
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
θάμβος
(thambos)
verbijstering
ἐπὶ
(epi)
over
πάντας
(pantas)
allen
καὶ
(kai)
en
συνελάλουν
(synelaloun)
spraken met
πρὸς
(pros)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τίς
(Tis)
wat
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
οὗτος
(houtos)
dit
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
met
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
καὶ
(kai)
en
δυνάμει
(dynamei)
kracht
ἐπιτάσσει
(epitassei)
geeft bevel
τοῖς
(tois)
aan de
ἀκαθάρτοις
(akathartois)
onreine
πνεύμασιν
(pneumasin)
geesten
καὶ
(kai)
en
ἐξέρχονται
(exerchontai)
gaan uit
Bron: SBLGNT
Uitleg

θάμβος (thambos), ‘verbijstering’: verbazing met schrik. ἐπιτάσσω (epitasso), ‘bevel geven’: zie Mark. 1:27.

Zie ookMar 1:27
37Een gerucht over Hem ging uit naar elke plaats in de omgeving.
καὶ
(kai)
en
ἐξεπορεύετο
(exeporeueto)
ging uit
ἦχος
(echos)
gerucht
περὶ
(peri)
over
αὐτοῦ
(autou)
Hem
εἰς
(eis)
naar
πάντα
(panta)
elke
τόπον
(topon)
plaats
τῆς
(tes)
van de
περιχώρου
(perichorou)
omgeving
Bron: SBLGNT

Yeshua geneest de schoonmoeder van Simon en velen

38Hij stond op, verliet de synagoge en ging het huis van Simon binnen. De schoonmoeder van Simon had hoge koorts, en zij vroegen Hem om haar te helpen.
Ἀναστὰς
(Anastas)
opgestaan
δὲ
(de)
maar
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
συναγωγῆς
(synagoges)
synagoge
εἰσῆλθεν
(eiselthen)
ging binnen
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
οἰκίαν
(oikian)
huis
Σίμωνος
(Simonos)
van Simon
πενθερὰ
(penthera)
schoonmoeder
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
van de
Σίμωνος
(Simonos)
Simon
ἦν
(en)
was
συνεχομένη
(synechomene)
gekweld
πυρετῷ
(pyreto)
door koorts
μεγάλῳ
(megalo)
grote
καὶ
(kai)
en
ἠρώτησαν
(erotesan)
vroegen
αὐτὸν
(auton)
Hem
περὶ
(peri)
over
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Simon is Petrus, die in 5:8 Simon Petrus heet.

Lucas noemt de koorts ‘groot’, wij vertalen ‘hoge koorts’.

Zie ook Matt. 8:14–15; Mark. 1:29–31.

39Hij boog zich over haar heen en bestrafte de koorts, en die verliet haar. Meteen stond zij op en diende hen.
καὶ
(kai)
en
ἐπιστὰς
(epistas)
gaan staan
ἐπάνω
(epano)
boven
αὐτῆς
(autes)
haar
ἐπετίμησεν
(epetimesen)
bestrafte
τῷ
(to)
de
πυρετῷ
(pyreto)
koorts
καὶ
(kai)
en
ἀφῆκεν
(apheken)
verliet
αὐτήν
(auten)
haar
παραχρῆμα
(parachrema)
meteen
δὲ
(de)
maar
ἀναστᾶσα
(anastasa)
opgestaan
διηκόνει
(diekonei)
diende
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιτιμάω (epitimao), ‘bestraffen’: Yeshua spreekt de koorts toe zoals Hij ook de wind (8:24) en onreine geesten bestraft.

40Toen de zon onderging, brachten allen die zieken met allerlei ziekten hadden, hen bij Hem. Hij legde ieder van hen de handen op en genas hen.
Δύνοντος
(Dynontos)
ondergaand
δὲ
(de)
maar
τοῦ
(tou)
de
ἡλίου
(heliou)
zon
ἅπαντες
(hapantes)
allen
ὅσοι
(hosoi)
zovelen
εἶχον
(eichon)
hadden
ἀσθενοῦντας
(asthenountas)
zieken
νόσοις
(nosois)
met ziekten
ποικίλαις
(poikilais)
verschillende
ἤγαγον
(egagon)
brachten
αὐτοὺς
(autous)
hen
πρὸς
(pros)
naar
αὐτόν
(auton)
Hem
ὁ
(ho)
Hij
δὲ
(de)
maar
ἑνὶ
(heni)
aan een
ἑκάστῳ
(hekasto)
ieder
αὐτῶν
(auton)
van hen
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἐπιτιθεὶς
(epititheis)
opleggend
ἐθεράπευεν
(etherapeuen)
genas
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘toen de zon onderging’: de sabbat was voorbij en men mocht de zieken dragen.

Zie ook Matt. 8:16–17; Mark. 1:32–34.

41Ook gingen demonen uit velen uit. Zij schreeuwden: „U bent de Zoon van Elohim!” Hij bestrafte hen en liet hen niet spreken, omdat zij wisten dat Hij de Messias was.
ἐξήρχετο
(exercheto)
gingen uit
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
δαιμόνια
(daimonia)
demonen
ἀπὸ
(apo)
uit
πολλῶν
(pollon)
velen
κραυγάζοντα
(kraugazonta)
schreeuwend
καὶ
(kai)
en
λέγοντα
(legonta)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Σὺ
(Sy)
U
εἶ
(ei)
bent
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐπιτιμῶν
(epitimon)
bestraffend
οὐκ
(ouk)
niet
εἴα
(eia)
liet
αὐτὰ
(auta)
hen
λαλεῖν
(lalein)
spreken
ὅτι
(hoti)
omdat
ᾔδεισαν
(edeisan)
wisten
τὸν
(ton)
de
χριστὸν
(christon)
Messias
αὐτὸν
(auton)
Hem
εἶναι
(einai)
te zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

χριστός (christos), ‘Messias’, de gezalfde: zie 2:11.

De demonen weten wie Hij is, maar Yeshua laat hen niet spreken.

Zie ook Mark. 1:34; 3:11.

Yeshua verkondigt in andere steden

42Toen het dag werd, ging Hij naar buiten en vertrok naar een verlaten plaats. De menigten zochten Hem, kwamen bij Hem en probeerden Hem tegen te houden, zodat Hij niet bij hen wegging.
Γενομένης
(Genomenes)
geworden
δὲ
(de)
maar
ἡμέρας
(hemeras)
dag
ἐξελθὼν
(exelthon)
uitgegaan
ἐπορεύθη
(eporeuthe)
vertrok
εἰς
(eis)
naar
ἔρημον
(eremon)
verlaten
τόπον
(topon)
plaats
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
ἐπεζήτουν
(epezetoun)
zochten
αὐτόν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἦλθον
(elthon)
kwamen
ἕως
(heos)
tot
αὐτοῦ
(autou)
Hem
καὶ
(kai)
en
κατεῖχον
(kateichon)
hielden tegen
αὐτὸν
(auton)
Hem
τοῦ
(tou)
om
μὴ
(me)
niet
πορεύεσθαι
(poreuesthai)
weg te gaan
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτῶν
(auton)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Mark. 1:35–38.

43Maar Hij zei tegen hen: „Ook aan de andere steden moet Ik de goede boodschap van het koninkrijk van Elohim brengen. Daarvoor ben Ik gezonden.”
ὁ
(ho)
Hij
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὅτι
(hoti)
dat
Καὶ
(Kai)
ook
ταῖς
(tais)
aan de
ἑτέραις
(heterais)
andere
πόλεσιν
(polesin)
steden
εὐαγγελίσασθαί
(euangelisasthai)
goede boodschap brengen
με
(me)
mij
δεῖ
(dei)
nodig is
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ὅτι
(hoti)
want
ἐπὶ
(epi)
om
τοῦτο
(touto)
dit
ἀπεστάλην
(apestalen)
ben gezonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

βασιλεία τοῦ θεοῦ (basileia tou theou), ‘het koninkrijk van Elohim’: de heerschappij van Elohim, Zijn koningschap dat komt.

Matteüs zegt ‘het koninkrijk van de hemelen’ (Matt. 3:2). δεῖ (dei), ‘het is nodig, Ik moet’: een goddelijke noodzaak. ἀπεστάλην (apestalen), ‘ben Ik gezonden’: van ἀποστέλλω, ‘zenden’.

Zie ook Mark. 1:38.

44Hij verkondigde in de synagogen van Judea.
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
κηρύσσων
(kerysson)
verkondigend
εἰς
(eis)
in
τὰς
(tas)
de
συναγωγὰς
(synagogas)
synagogen
τῆς
(tes)
van de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Lezing

De SBLGNT heeft Ἰουδαίας (Ioudaias), ‘Judea’.

Sommige handschriften hebben Γαλιλαίας (Galilaias), ‘Galilea’, naar Mark. 1:39.

Wij vertalen de SBLGNT.

Zie ookMar 1:39