Elohim Bijbel

Jesaja 23

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Last over Tyrus

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Last over Tyrus

1Last over Tyrus. Jammer, schepen van Tarsis, want Tyrus is verwoest: geen huis meer, geen toegang meer. Uit het land Kittim is het hun bekendgemaakt.
מַשָּׂ֖א
(masa)
last
צֹ֑ר
(tsor)
Tyrus
הֵילִ֣ילוּ
(heililu)
jammer
אֳנִיּ֣וֹת
(oniyot)
schepen van
תַּרְשִׁ֗ישׁ
(tarshish)
Tarsis
כִּֽי
(ki)
want
שֻׁדַּ֤ד
(shudad)
is verwoest
מִבַּ֨יִת֙
(mibayit)
zonder huis
מִבּ֔וֹא
(mibo)
zonder toegang
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit het land
כִּתִּ֖ים
(kitim)
Kittim
נִגְלָה
(nigla)
is bekendgemaakt
לָֽמוֹ
(lamo)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Zie Tarsis (Tarsus?; ligging onzeker): De ligging van Tarsis is onzeker.

Vaak wordt gedacht aan Tartessos in het zuiden van Spanje, maar ook aan Tarsus in Cilicië.

Op deze kaart staat Tarsus; Spanje valt buiten het kaartbeeld.

Zie Kittim: Kittim is waarschijnlijk Cyprus, of de kusten van de Middellandse Zee in het algemeen.

Uitleg

מַשָּׂא (massa), ‘last’: zie 13:1.

צֹר (Tsor), ‘Tyrus’: de Fenicische havenstad aan de kust van het huidige Libanon.

אֳנִיּוֹת תַּרְשִׁישׁ (oniyot Tarshish), ‘schepen van Tarsis’: grote zeeschepen die ver weg voeren. De ligging van Tarsis is onzeker.

כִּתִּים (Kittim): waarschijnlijk Cyprus, het eerste land waar de schepen langs kwamen. Zie ook Num. 24:24.

מִבַּיִת מִבּוֹא (mibbayit mibbo), ‘geen huis meer, geen toegang meer’: letterlijk ‘zonder huis, zonder binnengaan’. Het kan ook ‘zonder huis om binnen te gaan’ betekenen, of ‘zonder haven’.

2Wees stil, bewoners van het kustland. De handelaren van Sidon, die de zee oversteken, hebben je gevuld.
דֹּ֖מּוּ
(domu)
wees stil
יֹ֣שְׁבֵי
(yoshevei)
bewoners van
אִ֑י
(i)
kustland
סֹחֵ֥ר
(socher)
handelaar van
צִיד֛וֹן
(tsidon)
Sidon
עֹבֵ֥ר
(over)
die oversteekt
יָ֖ם
(yam)
zee
מִלְאֽוּךְ
(milukh)
hebben je gevuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

אִי (i), ‘kustland’: het woord kan ook ‘eiland’ betekenen.

Het gaat om de kust en de eilanden van de Fenicische handelaren, zoals in Gen. 10:5 (‘kustlanden’).

מִלְאוּךְ (mil’uukh), ‘hebben je gevuld’: de handelaren van Sidon hebben de kustbewoners rijk gemaakt met hun waren. De betekenis is niet helemaal zeker.

צִידוֹן (Tsidon), ‘Sidon’: de oude stad ten noorden van Tyrus.

3Over grote wateren kwam het zaad van de Sihor, de oogst van de Nijl, als haar opbrengst. Zo werd zij de handel van de volken.
וּבְמַ֤יִם
(uvemayim)
en over wateren
רַבִּים֙
(rabim)
grote
זֶ֣רַע
(zera)
zaad van
שִׁחֹ֔ר
(shichor)
de Sihor
קְצִ֥יר
(qetsir)
oogst van
יְא֖וֹר
(yeor)
de Nijl
תְּבֽוּאָתָ֑הּ
(tevuatah)
haar opbrengst
וַתְּהִ֖י
(vatehi)
en zij werd
סְחַ֥ר
(sechar)
handel van
גּוֹיִֽם
(goyim)
volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sihor (Nijl; ligging onzeker): Sihor is een naam van de Nijl of van een arm van de Nijl in Egypte (Jozua 13:3).

De precieze betekenis is niet zeker.

Zie Nijl: De Nijl stroomt van het zuiden naar het noorden door Egypte en mondt met een delta uit in de Middellandse Zee.

Uitleg

שִׁחֹר (Shichor), ‘Sihor’: een naam voor de Nijl of een arm van de Nijl; zie ook Joz. 13:3.

יְאֹר (ye’or) is de gewone naam voor de Nijl.

סַחַר (sachar), ‘handel’: het woord staat ook in vers 8 (‘haar handelaars’) en in vers 18.

4Schaam je, Sidon, want de zee heeft gesproken, de vesting van de zee: „Ik heb geen weeën gehad en niet gebaard. Ik heb geen jongemannen grootgebracht en geen maagden opgevoed.”
בּ֣וֹשִׁי
(boshi)
schaam je
צִיד֔וֹן
(tsidon)
Sidon
כִּֽי
(ki)
want
אָמַ֣ר
(amar)
heeft gesproken
יָ֔ם
(yam)
zee
מָע֥וֹז
(maoz)
vesting van
הַיָּ֖ם
(hayam)
de zee
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggend
לֹֽא
(lo)
niet
חַ֣לְתִּי
(chalti)
ik had weeën
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יָלַ֗דְתִּי
(yaladti)
ik baarde
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
גִדַּ֛לְתִּי
(gidalti)
ik bracht groot
בַּחוּרִ֖ים
(bachurim)
jongemannen
רוֹמַ֥מְתִּי
(romamti)
ik voedde op
בְתוּלֽוֹת
(betulot)
maagden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

Wie hier spreekt, is niet helemaal duidelijk.

Het is ‘de zee, de vesting van de zee’: dat wijst op Tyrus, de stad op het eiland.

Zij zegt dat zij nooit kinderen heeft gebaard: haar mensen zijn er niet meer.

חַלְתִּי (chalti), ‘ik had weeën’: het werkwoord keert terug in vers 5 (‘zij kronkelen van weeën’).

5Zodra het bericht Egypte bereikt, zullen zij kronkelen van weeën bij het bericht over Tyrus.
כַּֽאֲשֶׁר
(kaasher)
zoals
שֵׁ֖מַע
(shema)
bericht
לְמִצְרָ֑יִם
(lemitsrayim)
naar Egypte
יָחִ֖ילוּ
(yachilu)
zullen kronkelen
כְּשֵׁ֥מַע
(keshema)
bij het bericht over
צֹֽר
(tsor)
Tyrus
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

יָחִילוּ (yachilu), ‘zij kronkelen van weeën’: hetzelfde werkwoord als in vers 4.

Het is niet zeker of het bericht over Egypte gaat of dat Egypte het bericht over Tyrus hoort.

Het Hebreeuws is kort.

6Steek over naar Tarsis. Jammer, bewoners van het kustland.
עִבְר֖וּ
(ivru)
steek over
תַּרְשִׁ֑ישָׁה
(tarshisha)
naar Tarsis
הֵילִ֖ילוּ
(heililu)
jammer
יֹ֥שְׁבֵי
(yoshevei)
bewoners van
אִֽי
(i)
kustland
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tarsis (Tarsus?; ligging onzeker): De ligging van Tarsis is onzeker.

Vaak wordt gedacht aan Tartessos in het zuiden van Spanje, maar ook aan Tarsus in Cilicië.

Op deze kaart staat Tarsus; Spanje valt buiten het kaartbeeld.

7Is dit jullie jubelstad, haar oorsprong uit de dagen van vroeger? Haar voeten dragen haar ver weg, om daar als vreemdeling te wonen.
הֲזֹ֥את
(hazot)
is dit
לָכֶ֖ם
(lakhem)
voor jullie
עַלִּיזָ֑ה
(aliza)
jubelstad
מִֽימֵי
(mimei)
van de dagen van
קֶ֤דֶם
(qedem)
vroeger
קַדְמָתָהּ֙
(qadmatah)
haar oorsprong
יֹבִל֣וּהָ
(yoviluha)
dragen haar
רַגְלֶ֔יהָ
(ragleiha)
haar voeten
מֵֽרָח֖וֹק
(merachoq)
van veraf
לָגֽוּר
(lagur)
om te verblijven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַלִּיזָה (alizah), ‘jubelstad’: een stad die uitgelaten is.

Hetzelfde woord staat in 22:2.

Yahweh heeft het besloten

8Wie heeft dit over Tyrus besloten, de stad die kronen uitdeelt? Haar handelaars zijn vorsten. Haar kooplieden zijn de aanzienlijken van de aarde.
מִ֚י
(mi)
wie
יָעַ֣ץ
(yaats)
heeft besloten
זֹ֔את
(zot)
dit
עַל
(al)
over
צֹ֖ר
(tsor)
Tyrus
הַמַּֽעֲטִירָ֑ה
(hamaatira)
die kronen uitdeelt
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wier
סֹחֲרֶ֨יה֙
(socharei)
haar handelaars
שָׂרִ֔ים
(sarim)
vorsten
כִּנְעָנֶ֖יהָ
(kinaneiha)
haar kooplieden
נִכְבַּדֵּי
(nikhbadei)
aanzienlijken van
אָֽרֶץ
(arets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

הַמַּעֲטִירָה (hamma’atirah), ‘die kronen uitdeelt’: Tyrus gaf macht aan koningen en vorsten door handel.

כִּנְעָנֶיהָ (kin’aneyha), ‘haar kooplieden’: letterlijk ‘haar Kanaänieten’. In het Hebreeuws kan ‘Kanaänieten’ ook ‘kooplieden’ betekenen.

9Yahweh van de legermachten heeft het besloten, om de trots van alle pracht te ontwijden en alle aanzienlijken van de aarde te vernederen.
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
יְעָצָ֑הּ
(yeatsah)
heeft besloten
לְחַלֵּל֙
(lechalel)
om te ontwijden
גְּא֣וֹן
(geon)
trots van
כָּל
(kal)
alle
צְבִ֔י
(tsevi)
pracht
לְהָקֵ֖ל
(lehaqel)
om te vernederen
כָּל
(kal)
alle
נִכְבַּדֵּי
(nikhbadei)
aanzienlijken van
אָֽרֶץ
(arets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גְּאוֹן (ge’on), ‘trots’: ook ‘hoogheid’.

In 24:14 staat hetzelfde woord voor de hoogheid van Yahweh.

10Trek over je land als de Nijl, Dochter van Tarsis. Er is geen gordel meer.
עִבְרִ֥י
(ivri)
trek over
אַרְצֵ֖ךְ
(artsekh)
je land
כַּיְאֹ֑ר
(kayor)
als de Nijl
בַּת
(bat)
dochter van
תַּרְשִׁ֕ישׁ
(tarshish)
Tarsis
אֵ֖ין
(ein)
niet is
מֵ֥זַח
(mezach)
gordel
עֽוֹד
(od)
meer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Nijl: De Nijl stroomt van het zuiden naar het noorden door Egypte en mondt met een delta uit in de Middellandse Zee.

Zie Tarsis (Tarsus?; ligging onzeker): De ligging van Tarsis is onzeker.

Vaak wordt gedacht aan Tartessos in het zuiden van Spanje, maar ook aan Tarsus in Cilicië.

Op deze kaart staat Tarsus; Spanje valt buiten het kaartbeeld.

Uitleg

מֵזַח (mezach), ‘gordel’: het woord komt alleen hier voor.

De betekenis is niet zeker.

Het kan een band zijn die het land bijeenhield, of een rand die het water tegenhield.

Het beeld is dat Tarsis overstroomt zonder dat iets het tegenhoudt.

בַּת־תַּרְשִׁישׁ (bat Tarshish), ‘Dochter van Tarsis’: Tarsis als een dochter, een personificatie.

11Hij strekte Zijn hand uit over de zee en deed koninkrijken beven. Yahweh heeft bevel gegeven over Kanaän: haar vestingen moeten worden vernietigd.
יָדוֹ֙
(yado)
Zijn hand
נָטָ֣ה
(nata)
Hij strekte uit
עַל
(al)
over
הַיָּ֔ם
(hayam)
de zee
הִרְגִּ֖יז
(hirgiz)
Hij deed beven
מַמְלָכ֑וֹת
(mamlakhot)
koninkrijken
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
צִוָּ֣ה
(tsiva)
heeft bevolen
אֶל
(el)
over
כְּנַ֔עַן
(kenaan)
Kanaän
לַשְׁמִ֖ד
(lashmid)
om te vernietigen
מָעֻזְנֶֽיהָ
(mauzneiha)
haar vestingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

כְּנַעַן (Kena’an), ‘Kanaän’: hier de kuststreek van Fenicië, met Tyrus en Sidon.

12Hij zei: „Je zult niet meer juichen, onderdrukte maagd, Dochter van Sidon. Sta op, steek over naar Kittim. Ook daar zul je geen rust vinden.”
וַיֹּ֕אמֶר
(vayomer)
en Hij zei
לֹֽא
(lo)
niet
תוֹסִ֥יפִי
(tosifi)
je zult doorgaan
ע֖וֹד
(od)
nog
לַעְל֑וֹז
(laloz)
om te juichen
הַֽמְעֻשָּׁקָ֞ה
(hamushaqa)
de onderdrukte
בְּתוּלַ֣ת
(betulat)
maagd van
בַּת
(bat)
dochter van
צִיד֗וֹן
(tsidon)
Sidon
כִּתִּים֙
(kitim)
naar Kittim
ק֣וּמִי
(qumi)
sta op
עֲבֹ֔רִי
(avori)
steek over
גַּם
(gam)
ook
שָׁ֖ם
(sham)
daar
לֹא
(lo)
niet
יָנ֥וּחַֽ
(yanuach)
zal rust zijn
לָֽךְ
(lakh)
voor jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sidon: Sidon ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Zie Kittim: Kittim is waarschijnlijk Cyprus, of de kusten van de Middellandse Zee in het algemeen.

Uitleg

בְּתוּלַת בַּת־צִידוֹן (betulat bat Tsidon), ‘maagd, Dochter van Sidon’: de stad Sidon als jonge vrouw.

Lezing

Bij ‘Kittim’ heeft het geschreven woord (ketiv) כתיים, het qere כִּתִּים.

Wij volgen het qere.

Het land van de Chaldeeën

13Zie het land van de Chaldeeën. Dit volk bestond niet. Assyrië heeft het gesticht voor de woestijnbewoners. Zij richtten hun belegeringstorens op en legden haar paleizen bloot. Hij maakte haar tot een ruïne.
הֵ֣ן
(hen)
zie
אֶ֣רֶץ
(erets)
land van
כַּשְׂדִּ֗ים
(kasdim)
Chaldeeën
זֶ֤ה
(ze)
dit
הָעָם֙
(haam)
het volk
לֹ֣א
(lo)
niet
הָיָ֔ה
(haya)
was
אַשּׁ֖וּר
(ashur)
Assyrië
יְסָדָ֣הּ
(yesadah)
heeft het gesticht
לְצִיִּ֑ים
(letsiyim)
voor woestijnbewoners
הֵקִ֣ימוּ
(heqimu)
zij richtten op
בַחוּנָ֗יו
(bachunav)
zijn belegeringstorens
עֹרְרוּ֙
(oreru)
zij legden bloot
אַרְמְנוֹתֶ֔יהָ
(armenoteiha)
haar paleizen
שָׂמָ֖הּ
(samah)
Hij maakte
לְמַפֵּלָֽה
(lemapela)
tot een ruïne
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Assur: Assur is een stad en een gebied aan de Tigris, in het noorden van het huidige Irak.

Uitleg

Dit vers is moeilijk.

Wij vertalen letterlijk.

Het zegt dat de Chaldeeën een jong volk zijn, door Assyrië gesticht voor woestijnbewoners.

Wie met ‘Hij’ in de laatste zin bedoeld is, zegt het Hebreeuws niet; het kan Yahweh zijn of de belegeraar.

צִיִּים (tsiyyim), ‘woestijnbewoners’: mensen of dieren uit de woestijn. Sommigen denken aan ‘schepen’; de betekenis is niet zeker.

בַחוּנָיו (vachunav), ‘belegeringstorens’: het woord komt alleen hier voor. De betekenis is niet zeker.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft בחיניו, het qere בַחוּנָיו.

Wij volgen het qere.

Het Hebreeuws heeft hier ‘zijn’ belegeringstorens; wij vertalen ‘hun’.

14Jammer, schepen van Tarsis, want jullie vesting is verwoest.
הֵילִ֖ילוּ
(heililu)
jammer
אֳנִיּ֣וֹת
(oniyot)
schepen van
תַּרְשִׁ֑ישׁ
(tarshish)
Tarsis
כִּ֥י
(ki)
want
שֻׁדַּ֖ד
(shudad)
is verwoest
מָעֻזְּכֶֽן
(mauzekhen)
jullie vesting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tarsis (Tarsus?; ligging onzeker): De ligging van Tarsis is onzeker.

Vaak wordt gedacht aan Tartessos in het zuiden van Spanje, maar ook aan Tarsus in Cilicië.

Op deze kaart staat Tarsus; Spanje valt buiten het kaartbeeld.

Zeventig jaar vergeten

15Het zal gebeuren op die dag: Tyrus wordt 70 jaar vergeten, zoals de dagen van één koning. Na 70 jaar zal het met Tyrus gaan zoals in het lied van de hoer.
וְהָיָה֙
(vehaya)
en het zal zijn
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
וְנִשְׁכַּ֤חַת
(venishkachat)
en zal worden vergeten
צֹר֙
(tsor)
Tyrus
שִׁבְעִ֣ים
(shivim)
70
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
כִּימֵ֖י
(kimei)
als de dagen van
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning
אֶחָ֑ד
(echad)
één
מִקֵּ֞ץ
(miqets)
na afloop van
שִׁבְעִ֤ים
(shivim)
70
שָׁנָה֙
(shana)
jaar
יִהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
לְצֹ֔ר
(letsor)
voor Tyrus
כְּשִׁירַ֖ת
(keshirat)
als het lied van
הַזּוֹנָֽה
(hazona)
de hoer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

‘Zeventig jaar’: de lengte van de vergetelheid.

Dat het hier ‘de dagen van één koning’ zijn, is onzeker; het kan een mensenleven zijn of de regeertijd van een koning.

שִׁירַת הַזּוֹנָה (shirat hazzonah), ‘het lied van de hoer’: het lied van een vergeten hoer in de verzen 15 en 16. Het beeld van de hoer is hier handel, zoals in vers 17.

16Neem een harp, ga rond door de stad, vergeten hoer. Speel mooi, zing veel liederen, zodat men aan je denkt.
קְחִ֥י
(qechi)
neem
כִנּ֛וֹר
(kinor)
harp
סֹ֥בִּי
(sobi)
ga rond
עִ֖יר
(ir)
stad
זוֹנָ֣ה
(zona)
hoer
נִשְׁכָּחָ֑ה
(nishkacha)
vergeten
הֵיטִ֤יבִי
(heitivi)
doe goed
נַגֵּן֙
(nagen)
speel
הַרְבִּי
(harbi)
maak veel
שִׁ֔יר
(shir)
lied
לְמַ֖עַן
(lemaan)
opdat
תִּזָּכֵֽרִי
(tizakheri)
je gedacht wordt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In dit lied zingt een hoer die vergeten is.

Zij wil dat men weer aan haar denkt.

17Het zal gebeuren na 70 jaar: Yahweh zal Tyrus bezoeken. Zij zal terugkeren naar haar hoerenloon. Zij zal hoereren met alle koninkrijken van de aarde, over het hele oppervlak van de grond.
וְהָיָ֞ה
(vehaya)
en het zal zijn
מִקֵּ֣ץ
(miqets)
na afloop van
שִׁבְעִ֣ים
(shivim)
70
שָׁנָ֗ה
(shana)
jaar
יִפְקֹ֤ד
(yifqod)
zal bezoeken
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
צֹ֔ר
(tsor)
Tyrus
וְשָׁבָ֖ה
(veshava)
en zij zal terugkeren
לְאֶתְנַנָּ֑ה
(leetnana)
naar haar hoerenloon
וְזָֽנְתָ֛ה
(vezaneta)
en zal hoereren
אֶת
(et)
met
כָּל
(kal)
alle
מַמְלְכ֥וֹת
(mamlekhot)
koninkrijken van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
עַל
(al)
op
פְּנֵ֥י
(penei)
het oppervlak van
הָאֲדָמָֽה
(haadama)
de grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tyrus: Tyrus ligt aan de kust van de Middellandse Zee, in het huidige Libanon.

Uitleg

פָּקַד (paqad), ‘bezoeken’: Yahweh grijpt in.

Dat kan ten goede of ten kwade zijn.

Hier is het eerst de terugkeer van Tyrus naar haar handel.

אֶתְנַן (etnan), ‘hoerenloon’: het loon van een hoer. Het woord is hier een beeld voor de winst van de handel.

18Haar handel en haar hoerenloon zullen heilig zijn voor Yahweh. Het wordt niet opgeslagen en niet opgespaard. Want haar handel zal zijn voor wie voor het aangezicht van Yahweh wonen: om te eten tot verzadiging en voor duurzame kleding.
וְהָיָ֨ה
(vehaya)
en het zal zijn
סַחְרָ֜הּ
(sachrah)
haar handel
וְאֶתְנַנָּ֗הּ
(veetnanah)
en haar hoerenloon
קֹ֚דֶשׁ
(qodesh)
heilig
לַֽיהוָ֔ה
(laYahweh)
voor Yahweh
לֹ֥א
(lo)
niet
יֵֽאָצֵ֖ר
(yeatser)
wordt opgeslagen
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יֵֽחָסֵ֑ן
(yechasen)
wordt opgespaard
כִּ֣י
(ki)
want
לַיֹּשְׁבִ֞ים
(layoshevim)
voor wie wonen
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
יִֽהְיֶ֣ה
(yihye)
zal zijn
סַחְרָ֔הּ
(sachrah)
haar handel
לֶאֱכֹ֥ל
(leekhol)
om te eten
לְשָׂבְעָ֖ה
(lesavea)
tot verzadiging
וְלִמְכַסֶּ֥ה
(velimkhase)
en voor kleding van
עָתִֽיק
(atiq)
duurzaam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹדֶשׁ לַיהוָה (qodesh laYahweh), ‘heilig voor Yahweh’: hetzelfde als op de plaat van de hogepriester (Exod. 28:36).

De winst van Tyrus gaat naar wie bij Yahweh wonen.

עָתִיק (atiq), ‘duurzaam’: ook ‘oud’ of ‘fraai’. De betekenis is niet zeker.