Elohim Bijbel

Matteüs 19

12345678910111213141516171819202122232425262728

Huwelijk en scheiding, de kinderen en de rijke jongeman

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Yeshua gaat naar het gebied van Judea

1Toen Yeshua deze woorden had beëindigd, vertrok Hij uit Galilea en kwam in het gebied van Judea, aan de overkant van de Jordaan.
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ὅτε
(hote)
toen
ἐτέλεσεν
(etelesen)
had beëindigd
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
τοὺς
(tous)
de
λόγους
(logous)
woorden
τούτους
(toutous)
deze
μετῆρεν
(meteren)
vertrok
ἀπὸ
(apo)
uit
τῆς
(tes)
de
Γαλιλαίας
(Galilaias)
Galilea
καὶ
(kai)
en
ἦλθεν
(elthen)
kwam
εἰς
(eis)
in
τὰ
(ta)
de
ὅρια
(horia)
gebied
τῆς
(tes)
van de
Ἰουδαίας
(Ioudaias)
Judea
πέραν
(peran)
aan de overkant
τοῦ
(tou)
van de
Ἰορδάνου
(Iordanou)
Jordaan
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Galilea: Galilea is het noorden van het land, ten westen van de Jordaan en het meer van Galilea.

Nazaret en Kapernaüm liggen in dit gebied.

Zie Judea aan de overkant van de Jordaan (Perea?; ligging onzeker): Matteüs 19:1 zegt dat Yeshua in het gebied van Judea kwam, aan de overkant van de Jordaan.

Daarmee wordt meestal het gebied ten oosten van de Jordaan bedoeld (later Perea genoemd).

De zin en de grenzen zijn niet zeker.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

Het Grieks begint met ‘Het gebeurde, toen’, een formule die ook de Hebreeuwse verhalen kennen.

Matteüs gebruikt haar vijf keer aan het einde van een toespraak van Yeshua: Matt. 7:28; 11:1; 13:53; 19:1; 26:1.

Wij laten ‘het gebeurde’ in de vertaling weg; in de woord-voor-woordweergave staat het wel.

πέραν τοῦ Ἰορδάνου (peran tou Iordanou), ‘aan de overkant van de Jordaan’: zoals in Matt. 4:25.

Zie ook Mark. 10:1.

2Veel menigten volgden Hem, en Hij genas hen daar.
καὶ
(kai)
en
ἠκολούθησαν
(ekolouthesan)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
πολλοί
(polloi)
veel
καὶ
(kai)
en
ἐθεράπευσεν
(etherapeusen)
genas
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐκεῖ
(ekei)
daar
Bron: SBLGNT

De Farizeeën vragen naar scheiding

3Farizeeën kwamen naar Hem toe. Zij stelden Hem op de proef en zeiden: „Is het toegestaan dat een man zijn vrouw wegstuurt om welke reden dan ook?”
Καὶ
(Kai)
en
προσῆλθον
(proselthon)
kwamen naar
αὐτῷ
(auto)
Hem
Φαρισαῖοι
(Pharisaioi)
Farizeeën
πειράζοντες
(peirazontes)
op de proef stellend
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Εἰ
(Ei)
of
ἔξεστιν
(exestin)
toegestaan is
ἀνθρώπῳ
(anthropo)
aan een mens
ἀπολῦσαι
(apolysai)
weg te sturen
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
κατὰ
(kata)
om
πᾶσαν
(pasan)
elke
αἰτίαν
(aitian)
reden
Bron: SBLGNT
Uitleg

πειράζοντες (peirazontes), ‘op de proef stellend’: zoals bij Matt. 4:1. ἀπολῦσαι (apolysai), ‘wegsturen’: het woord voor het wegsturen van een vrouw in Deut. 24:1.

Zie ook Mark. 10:2–12.

4Hij antwoordde en zei: „Hebben jullie niet gelezen dat Hij die hen schiep, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt,
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
εἶπεν
(eipen)
zei
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἀνέγνωτε
(anegnote)
lazen jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
Hij
κτίσας
(ktisas)
die schiep
ἀπ’
(ap’)
van
ἀρχῆς
(arches)
begin
ἄρσεν
(arsen)
mannelijk
καὶ
(kai)
en
θῆλυ
(thely)
vrouwelijk
ἐποίησεν
(epoiesen)
maakte
αὐτοὺς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ κτίσας (ho ktisas), ‘Hij die schiep’: Elohim als Schepper. ἄρσεν καὶ θῆλυ (arsen kai thely), ‘mannelijk en vrouwelijk’: zie Gen. 1:27 en Gen. 5:2.

5en dat Hij zei: ‘Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en de twee zullen tot één vlees worden’?
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἕνεκα
(Heneka)
omwille van
τούτου
(toutou)
dit
καταλείψει
(kataleipsei)
zal verlaten
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
καὶ
(kai)
en
κολληθήσεται
(kollethesetai)
zal zich hechten
τῇ
(te)
aan de
γυναικὶ
(gynaiki)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
οἱ
(hoi)
de
δύο
(dyo)
twee
εἰς
(eis)
tot
σάρκα
(sarka)
vlees
μίαν
(mian)
één
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Gen. 2:24.

Matteüs zegt dat Elohim deze woorden sprak.

Het Hebreeuws heeft ‘zij worden tot één vlees’; de Griekse tekst heeft ‘de twee zullen tot één vlees worden’, dus met ‘de twee’ erbij.

Het Hebreeuws heeft ‘een man’ (אִישׁ, ish); de Griekse tekst heeft ἄνθρωπος (anthropos), ‘een mens’.

Zie ook Mark. 10:7–9.

6Zo zijn zij niet langer twee, maar één vlees. Wat Elohim dus heeft samengevoegd, mag een mens niet scheiden.”
ὥστε
(hoste)
zodat
οὐκέτι
(ouketi)
niet langer
εἰσὶν
(eisin)
zijn
δύο
(dyo)
twee
ἀλλὰ
(alla)
maar
σὰρξ
(sarx)
vlees
μία
(mia)
één
ὃ
(ho)
wat
οὖν
(oun)
dus
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
συνέζευξεν
(synezeuxen)
onder één juk bracht
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
μὴ
(me)
niet
χωριζέτω
(chorizeto)
laat scheiden
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνέζευξεν (synezeuxen), ‘heeft samengevoegd’, letterlijk ‘onder één juk gebracht’: het beeld van twee dieren die samen onder één juk gaan.

7Zij zeiden tegen Hem: „Waarom heeft Mozes dan opgedragen een scheidingsbrief te geven en haar weg te sturen?”
λέγουσιν
(legousin)
zeggen
αὐτῷ
(auto)
Hem
Τί
(Ti)
waarom
οὖν
(oun)
dan
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ἐνετείλατο
(eneteilato)
gebood
δοῦναι
(dounai)
te geven
βιβλίον
(biblion)
brief
ἀποστασίου
(apostasiou)
van scheiding
καὶ
(kai)
en
ἀπολῦσαι
(apolysai)
weg te sturen
αὐτήν
(auten)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

βιβλίον ἀποστασίου (biblion apostasiou), ‘scheidingsbrief’: zie Deut. 24:1–4.

8Hij zei tegen hen: „Mozes heeft jullie vanwege jullie hardheid van hart toegestaan jullie vrouwen weg te sturen. Maar van het begin af is het niet zo geweest.
λέγει
(legei)
zegt
αὐτοῖς
(autois)
hun
ὅτι
(hoti)
dat
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
πρὸς
(pros)
vanwege
τὴν
(ten)
de
σκληροκαρδίαν
(sklerokardian)
hardheid van hart
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐπέτρεψεν
(epetrepsen)
stond toe
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀπολῦσαι
(apolysai)
weg te sturen
τὰς
(tas)
de
γυναῖκας
(gynaikas)
vrouwen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀπ’
(ap’)
van
ἀρχῆς
(arches)
begin
δὲ
(de)
maar
οὐ
(ou)
niet
γέγονεν
(gegonen)
is geweest
οὕτως
(houtos)
zo
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκληροκαρδία (sklerokardia), ‘hardheid van hart’: een hart dat zich niet laat leiden.

Yeshua noemt Deut. 24:1–4 een toegeving (‘toegestaan’), geen gebod.

9Ik zeg jullie: wie zijn vrouw wegstuurt, anders dan om ontucht, en een andere trouwt, pleegt overspel. En wie een weggestuurde trouwt, pleegt overspel.”
λέγω
(lego)
Ik zeg
δὲ
(de)
maar
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὃς
(hos)
wie
ἂν
(an)
indien
ἀπολύσῃ
(apolyse)
wegstuurt
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μὴ
(me)
niet
ἐπὶ
(epi)
om
πορνείᾳ
(porneia)
ontucht
καὶ
(kai)
en
γαμήσῃ
(gamese)
trouwt
ἄλλην
(allen)
een andere
μοιχᾶται
(moichatai)
pleegt overspel
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
ἀπολελυμένην
(apolelymenen)
een weggestuurde
γαμήσας
(gamesas)
trouwt
μοιχᾶται
(moichatai)
pleegt overspel
Bron: SBLGNT
Uitleg

πορνεία (porneia), ‘ontucht’: seksuele ontrouw of onreinheid in brede zin.

Het Grieks zegt niet nauwkeuriger welke daad bedoeld wordt.

Het woord staat ook in Matt. 5:32 en 15:19; wij vertalen het overal zo.

Zie ook Matt. 5:31–32; Mark. 10:11–12; Luc. 16:18; 1 Kor. 7:10–11.

Het woord over eunuchen

10De leerlingen zeiden tegen Hem: „Als de zaak van de man met de vrouw zo is, is het niet beter te trouwen.”
Λέγουσιν
(Legousin)
zeggen
αὐτῷ
(auto)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μαθηταί
(mathetai)
leerlingen
Εἰ
(Ei)
als
οὕτως
(houtos)
zo
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
αἰτία
(aitia)
zaak
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
man
μετὰ
(meta)
met
τῆς
(tes)
de
γυναικός
(gynaikos)
vrouw
οὐ
(ou)
niet
συμφέρει
(sympherei)
is beter
γαμῆσαι
(gamesai)
te trouwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἰτία (aitia), ‘zaak’: ook ‘reden’ of ‘oorzaak’; in 19:3 staat hetzelfde woord als ‘reden’.

De leerlingen bedoelen: als dit de stand van zaken is tussen een man en zijn vrouw.

11Hij zei tegen hen: „Niet allen kunnen dit woord aannemen, maar zij aan wie het gegeven is.
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
hun
Οὐ
(Ou)
niet
πάντες
(pantes)
allen
χωροῦσι
(chorousi)
nemen aan
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τοῦτον
(touton)
dit
ἀλλ’
(all’)
maar
οἷς
(hois)
aan wie
δέδοται
(dedotai)
is gegeven
Bron: SBLGNT
12Want er zijn eunuchen die zo uit de moederschoot geboren zijn. Er zijn eunuchen die door mensen tot eunuch gemaakt zijn. En er zijn eunuchen die zichzelf tot eunuch hebben gemaakt omwille van het koninkrijk van de hemelen. Wie het kan aannemen, laat hem het aannemen.”
εἰσὶν
(eisin)
zijn
γὰρ
(gar)
want
εὐνοῦχοι
(eunouchoi)
eunuchen
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐκ
(ek)
uit
κοιλίας
(koilias)
schoot
μητρὸς
(metros)
moeder
ἐγεννήθησαν
(egennethesan)
werden geboren
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
en
εἰσὶν
(eisin)
zijn
εὐνοῦχοι
(eunouchoi)
eunuchen
οἵτινες
(hoitines)
die
εὐνουχίσθησαν
(eunouchisthesan)
tot eunuch gemaakt werden
ὑπὸ
(hypo)
door
τῶν
(ton)
de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
καὶ
(kai)
en
εἰσὶν
(eisin)
zijn
εὐνοῦχοι
(eunouchoi)
eunuchen
οἵτινες
(hoitines)
die
εὐνούχισαν
(eunouchisan)
maakten tot eunuch
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
διὰ
(dia)
omwille van
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
ὁ
(ho)
wie
δυνάμενος
(dynamenos)
kan
χωρεῖν
(chorein)
aannemen
χωρείτω
(choreito)
laat hem aannemen
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐνοῦχος (eunouchos), ‘eunuch’: een man die geen kinderen kan krijgen of ervan afziet.

Het Grieks noemt drie groepen met hetzelfde woord.

Het woord εὐνουχίσθησαν (eunouchisthesan) betekent ‘tot eunuch gemaakt werden’.

Vergelijk Jes. 56:3–5, waar ons Hebreeuws ‘hofdienaars’ heeft.

Yeshua legt de kinderen de handen op

13Toen werden kinderen bij Hem gebracht, opdat Hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. De leerlingen bestraften hen.
Τότε
(Tote)
toen
προσηνέχθησαν
(prosenechthesan)
werden gebracht
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
παιδία
(paidia)
kinderen
ἵνα
(hina)
opdat
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἐπιθῇ
(epithe)
Hij oplegt
αὐτοῖς
(autois)
hun
καὶ
(kai)
en
προσεύξηται
(proseuxetai)
Hij bidt
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
ἐπετίμησαν
(epetimesan)
bestraften
αὐτοῖς
(autois)
hen
Bron: SBLGNT
14Yeshua zei: „Laat de kinderen en houd hen niet tegen om naar Mij toe te komen. Want van mensen zoals zij is het koninkrijk van de hemelen.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἄφετε
(Aphete)
laat
τὰ
(ta)
de
παιδία
(paidia)
kinderen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
κωλύετε
(kolyete)
houd tegen
αὐτὰ
(auta)
hen
ἐλθεῖν
(elthein)
te komen
πρός
(pros)
naar
με
(me)
Mij
τῶν
(ton)
van de
γὰρ
(gar)
want
τοιούτων
(toiouton)
zulke
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
βασιλεία
(basileia)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

τῶν τοιούτων (ton toiouton), ‘van zulke’: van wie zijn zoals deze kinderen.

Het Grieks heeft alleen ‘van zulken’; ‘mensen’ vullen wij aan omdat het Nederlands een zelfstandig naamwoord nodig heeft.

Zie ook Mark. 10:13–16; Luc. 18:15–17.

15Hij legde hun de handen op en ging vandaar verder.
καὶ
(kai)
en
ἐπιθεὶς
(epitheis)
oplegend
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
αὐτοῖς
(autois)
hun
ἐπορεύθη
(eporeuthe)
ging
ἐκεῖθεν
(ekeithen)
vandaar
Bron: SBLGNT

De rijke jongeman

16En zie: iemand kwam naar Hem toe en zei: „Leraar, wat voor goeds moet ik doen om eeuwig leven te hebben?”
Καὶ
(Kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
εἷς
(heis)
één
προσελθὼν
(proselthon)
naderend
αὐτῷ
(auto)
Hem
εἶπεν
(eipen)
zei
Διδάσκαλε
(Didaskale)
leraar
τί
(ti)
wat
ἀγαθὸν
(agathon)
goeds
ποιήσω
(poieso)
zal ik doen
ἵνα
(hina)
opdat
σχῶ
(scho)
ik heb
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zie ook Mark. 10:17–31; Luc. 18:18–30.

Lezing

In sommige handschriften staat in vers 16 ‘Goede leraar’ en luidt vers 17: ‘Waarom noem je Mij goed?

Niemand is goed, behalve één: Elohim.’

Wij vertalen de SBLGNT.

17Hij zei tegen hem: „Waarom vraag je Mij naar het goede? Eén is de Goede. Maar als je het leven wilt binnengaan, houd de geboden.”
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
hem
Τί
(Ti)
waarom
με
(me)
Mij
ἐρωτᾷς
(erotas)
vraag je
περὶ
(peri)
over
τοῦ
(tou)
het
ἀγαθοῦ
(agathou)
goede
εἷς
(heis)
één
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
ἀγαθός
(agathos)
goede
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
θέλεις
(theleis)
je wilt
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
ζωὴν
(zoen)
leven
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
binnen te gaan
τήρησον
(tereson)
houd
τὰς
(tas)
de
ἐντολάς
(entolas)
geboden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt: ‘Eén is de Goede’, zonder te noemen wie.

Vergelijk Deut. 6:4 (‘Yahweh is één’). ἐντολάς (entolas), ‘geboden’.

Zie ookDeut 6:4
18Die man zei tegen Hem: „Welke?” Yeshua zei: „Dit: ‘Je zult niet moorden’, ‘je zult geen overspel plegen’, ‘je zult niet stelen’, ‘je zult geen valse getuigenis afleggen’,
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
Hem
Ποίας
(Poias)
welke
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
Τὸ
(To)
dit
Οὐ
(Ou)
niet
φονεύσεις
(phoneuseis)
zult moorden
Οὐ
(Ou)
niet
μοιχεύσεις
(moicheuseis)
zult overspel plegen
Οὐ
(Ou)
niet
κλέψεις
(klepseis)
zult stelen
Οὐ
(Ou)
niet
ψευδομαρτυρήσεις
(pseudomartyreseis)
zult vals getuigen
Bron: SBLGNT
Uitleg

De geboden komen uit Exod. 20:12–16 en Deut. 5:16–20.

Wij volgen de woorden van onze Exodus.

19‘eer je vader en je moeder’ en ‘je zult je naaste liefhebben als jezelf’.”
Τίμα
(Tima)
eer
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
καὶ
(kai)
en
Ἀγαπήσεις
(Agapeseis)
zult liefhebben
τὸν
(ton)
de
πλησίον
(plesion)
naaste
σου
(sou)
je
ὡς
(hos)
als
σεαυτόν
(seauton)
jezelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het laatste gebod is Lev. 19:18.

In het Hebreeuws is dat ‘Heb je naaste lief als jezelf’; het Grieks heeft hier de toekomende tijd, zoals bij de andere geboden.

Zie ook Matt. 22:39.

20De jongeman zei tegen Hem: „Dit alles heb ik onderhouden. Waarin schiet ik nog tekort?”
λέγει
(legei)
zegt
αὐτῷ
(auto)
Hem
ὁ
(ho)
de
νεανίσκος
(neaniskos)
jongeman
Πάντα
(Panta)
alles
ταῦτα
(tauta)
dit
ἐφύλαξα
(ephylaxa)
heb ik onderhouden
τί
(ti)
wat
ἔτι
(eti)
nog
ὑστερῶ
(hystero)
schiet ik tekort
Bron: SBLGNT
Lezing

In sommige handschriften staat in vers 20 ook ‘van mijn jeugd af’.

Dat staat niet in de SBLGNT.

21Yeshua zei tegen hem: „Als je volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop je bezit en geef het aan de armen. En je zult een schat hebben in de hemelen. En kom, volg Mij.”
ἔφη
(ephe)
zei
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Εἰ
(Ei)
als
θέλεις
(theleis)
je wilt
τέλειος
(teleios)
volmaakt
εἶναι
(einai)
zijn
ὕπαγε
(hypage)
ga
πώλησόν
(poleson)
verkoop
σου
(sou)
je
τὰ
(ta)
het
ὑπάρχοντα
(hyparchonta)
bezit
καὶ
(kai)
en
δὸς
(dos)
geef
πτωχοῖς
(ptochois)
aan armen
καὶ
(kai)
en
ἕξεις
(hexeis)
je zult hebben
θησαυρὸν
(thesauron)
schat
ἐν
(en)
in
οὐρανοῖς
(ouranois)
hemelen
καὶ
(kai)
en
δεῦρο
(deuro)
kom
ἀκολούθει
(akolouthei)
volg
μοι
(moi)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

τέλειος (teleios), ‘volmaakt’: heel, compleet.

Het Hebreeuwse woord erachter is תָּמִים (tamim), ‘onberispelijk’ (Deut. 18:13).

Zie ook Matt. 5:48.

τὰ ὑπάρχοντα (ta hyparchonta), ‘bezit’: wat iemand heeft.

22Toen de jongeman dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg. Want hij had veel goederen.
ἀκούσας
(akousas)
horend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
νεανίσκος
(neaniskos)
jongeman
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ἀπῆλθεν
(apelthen)
ging weg
λυπούμενος
(lypoumenos)
bedroefd
ἦν
(en)
was
γὰρ
(gar)
want
ἔχων
(echon)
hebbend
κτήματα
(ktemata)
goederen
πολλά
(polla)
veel
Bron: SBLGNT

Rijkdom en het koninkrijk

23Yeshua zei tegen Zijn leerlingen: „Voorwaar, Ik zeg jullie: een rijke zal met moeite het koninkrijk van de hemelen binnengaan.
Ὁ
(Ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
τοῖς
(tois)
aan de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
πλούσιος
(plousios)
rijke
δυσκόλως
(dyskolos)
met moeite
εἰσελεύσεται
(eiseleusetai)
zal binnengaan
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τῶν
(ton)
van de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
Bron: SBLGNT
24Opnieuw zeg Ik jullie: het is gemakkelijker dat een kameel door het gaatje van een naald gaat dan dat een rijke het koninkrijk van Elohim binnengaat.”
πάλιν
(palin)
opnieuw
δὲ
(de)
maar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
εὐκοπώτερόν
(eukopoteron)
gemakkelijker
ἐστιν
(estin)
is
κάμηλον
(kamelon)
kameel
διὰ
(dia)
door
τρυπήματος
(trypematos)
gaatje
ῥαφίδος
(rhaphidos)
van naald
εἰσελθεῖν
(eiselthein)
door te gaan
ἢ
(e)
dan
πλούσιον
(plousion)
rijke
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
βασιλείαν
(basileian)
koninkrijk
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

τρυπήματος ῥαφίδος (trypematos rhaphidos), ‘gaatje van een naald’: een beeld voor iets wat niet kan.

Matteüs gebruikt hier ‘het koninkrijk van de hemelen’ (19:23) en ‘het koninkrijk van Elohim’ vlak na elkaar.

25Toen de leerlingen dit hoorden, waren zij zeer verbaasd en zeiden: „Wie kan dan gered worden?”
ἀκούσαντες
(akousantes)
horend
δὲ
(de)
maar
οἱ
(hoi)
de
μαθηταὶ
(mathetai)
leerlingen
ἐξεπλήσσοντο
(exeplessonto)
waren verbaasd
σφόδρα
(sphodra)
zeer
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Τίς
(Tis)
wie
ἄρα
(ara)
dan
δύναται
(dynatai)
kan
σωθῆναι
(sothenai)
gered worden
Bron: SBLGNT
26Yeshua keek hen aan en zei tegen hen: „Bij mensen is dit onmogelijk, maar bij Elohim is alles mogelijk.”
ἐμβλέψας
(emblepsas)
aankijkend
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
hun
Παρὰ
(Para)
bij
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
τοῦτο
(touto)
dit
ἀδύνατόν
(adynaton)
onmogelijk
ἐστιν
(estin)
is
παρὰ
(para)
bij
δὲ
(de)
maar
θεῷ
(theo)
Elohim
πάντα
(panta)
alles
δυνατά
(dynata)
mogelijk
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vergelijk Gen. 18:14 (‘Is er iets te wonderlijk voor Yahweh?’) en Jer. 32:17.

De beloning voor wie Yeshua volgt

27Toen antwoordde Petrus en zei tegen Hem: „Zie, wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Wat zal er dan voor ons zijn?”
Τότε
(Tote)
toen
ἀποκριθεὶς
(apokritheis)
antwoordend
ὁ
(ho)
de
Πέτρος
(Petros)
Petrus
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
Hem
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἀφήκαμεν
(aphekamen)
lieten achter
πάντα
(panta)
alles
καὶ
(kai)
en
ἠκολουθήσαμέν
(ekolouthesamen)
volgden
σοι
(soi)
U
τί
(ti)
wat
ἄρα
(ara)
dan
ἔσται
(estai)
zal zijn
ἡμῖν
(hemin)
voor ons
Bron: SBLGNT
28Yeshua zei tegen hen: „Voorwaar, Ik zeg jullie: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon op de troon van Zijn heerlijkheid zit, zullen ook jullie die Mij gevolgd zijn op twaalf tronen zitten. Jullie zullen de twaalf stammen van Israël oordelen.
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
maar
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
hun
Ἀμὴν
(Amen)
voorwaar
λέγω
(lego)
Ik zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
οἱ
(hoi)
die
ἀκολουθήσαντές
(akolouthesantes)
gevolgd zijn
μοι
(moi)
Mij
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
παλιγγενεσίᾳ
(palingenesia)
wedergeboorte
ὅταν
(hotan)
wanneer
καθίσῃ
(kathise)
zit
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
ἐπὶ
(epi)
op
θρόνου
(thronou)
troon
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καθήσεσθε
(kathesesthe)
zullen zitten
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐπὶ
(epi)
op
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
θρόνους
(thronous)
tronen
κρίνοντες
(krinontes)
oordelend
τὰς
(tas)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
φυλὰς
(phylas)
stammen
τοῦ
(tou)
van de
Ἰσραήλ
(Israel)
Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

παλιγγενεσία (paliggenesia), ‘wedergeboorte’: letterlijk ‘opnieuw geboren worden’, een nieuw begin.

Dit is de enige plaats in de evangeliën waar het woord staat; Matteüs zegt niet meer dan hier staat.

κρίνοντες (krinontes), ‘oordelend’: een deelwoord; wij maken er een eigen zin van. Het Hebreeuwse שָׁפַט (shafat) betekent ‘recht spreken’ en ook ‘besturen’.

Zie ook Luc. 22:28–30.

29En ieder die huizen, of broers, of zussen, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers heeft achtergelaten omwille van Mijn naam, zal honderdvoudig ontvangen en eeuwig leven erven.
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
ieder
ὅστις
(hostis)
wie
ἀφῆκεν
(apheken)
achterliet
οἰκίας
(oikias)
huizen
ἢ
(e)
of
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
ἢ
(e)
of
ἀδελφὰς
(adelphas)
zussen
ἢ
(e)
of
πατέρα
(patera)
vader
ἢ
(e)
of
μητέρα
(metera)
moeder
ἢ
(e)
of
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
ἢ
(e)
of
τέκνα
(tekna)
kinderen
ἢ
(e)
of
ἀγροὺς
(agrous)
akkers
ἕνεκεν
(heneken)
omwille van
τοῦ
(tou)
de
ὀνόματός
(onomatos)
naam
μου
(mou)
Mijn
ἑκατονταπλασίονα
(hekatontaplasiona)
honderdvoudig
λήμψεται
(lempsetai)
zal ontvangen
καὶ
(kai)
en
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
κληρονομήσει
(kleronomesei)
zal erven
Bron: SBLGNT
Uitleg

De herhaalde ‘of’ staat zo in het Grieks.

Zie ook Mark. 10:29–30; Luc. 18:29–30.

30Maar velen die eerste zijn, zullen laatste zijn, en velen die laatste zijn, zullen eerste zijn.
πολλοὶ
(polloi)
velen
δὲ
(de)
maar
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
πρῶτοι
(protoi)
eersten
ἔσχατοι
(eschatoi)
laatsten
καὶ
(kai)
en
ἔσχατοι
(eschatoi)
laatsten
πρῶτοι
(protoi)
eersten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘velen’ één keer; het Nederlands herhaalt het.

Dezelfde woorden staan in omgekeerde volgorde in Matt. 20:16.

De toespraak loopt door in Matt. 20:1–16.

Zie ook Mark. 10:31.