Elohim Bijbel

Exodus 25

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940

De bijdragen en het model voor het heiligdom

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De bijdragen voor het heiligdom

1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Spreek tot de zonen van Israël dat zij een bijdrage voor Mij nemen. Van ieder die er in zijn hart toe bewogen wordt, moeten jullie Mijn bijdrage aannemen.
דַּבֵּר֙
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְיִקְחוּ
(veyiqchu)
dat zij nemen
לִ֖י
(li)
voor Mij
תְּרוּמָ֑ה
(teruma)
een bijdrage
מֵאֵ֤ת
(meet)
van
כָּל
(kal)
elke
אִישׁ֙
(ish)
man
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wiens
יִדְּבֶ֣נּוּ
(yidevenu)
beweegt hem
לִבּ֔וֹ
(libo)
zijn hart
תִּקְח֖וּ
(tiqchu)
zullen jullie nemen
אֶת
(et)
(obj.)
תְּרוּמָתִֽי
(terumati)
Mijn bijdrage
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּרוּמָה (terumah) is een bijdrage die men ‘opheft’ en aan Yahweh afstaat.

Bij offers vertalen wij hetzelfde woord met ‘heffing’ (29:27–28).

3Dit is de bijdrage die jullie van hen moeten aannemen: goud, zilver en koper,
וְזֹאת֙
(vezot)
en dit is
הַתְּרוּמָ֔ה
(hateruma)
de bijdrage
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
תִּקְח֖וּ
(tiqchu)
jullie zullen nemen
מֵאִתָּ֑ם
(meitam)
van hen
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
וָכֶ֖סֶף
(vakhesef)
en zilver
וּנְחֹֽשֶׁת
(unechoshet)
en koper
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood garen, fijn linnen en geitenhaar,
וּתְכֵ֧לֶת
(utekhelet)
en blauwpurper
וְאַרְגָּמָ֛ן
(veargaman)
en roodpurper
וְתוֹלַ֥עַת
(vetolaat)
en de worm van
שָׁנִ֖י
(shani)
karmozijn
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en fijn linnen
וְעִזִּֽים
(veizim)
en geitenhaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּכֵלֶת (tekhelet) is blauwpurper, אַרְגָּמָן (argaman) roodpurper en תּוֹלַעַת שָׁנִי (tola‘at shani) karmozijnrood garen, gekleurd met de rode kleurstof van de schildluis (letterlijk ‘worm van scharlaken’).

5roodgeverfde ramsvellen, tachash-huiden en acaciahout,
וְעֹרֹ֨ת
(veorot)
en huiden van
אֵילִ֧ם
(eilim)
rammen
מְאָדָּמִ֛ים
(meadamim)
roodgeverfd
וְעֹרֹ֥ת
(veorot)
en huiden van
תְּחָשִׁ֖ים
(techashim)
tachash
וַעֲצֵ֥י
(vaatsei)
en hout van
שִׁטִּֽים
(shitim)
acacia
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּחַשׁ (tachash) is een dier of een soort leer waarvan de huiden voor de bedekking van de tabernakel dienen.

De betekenis is niet zeker; oude vertalingen denken aan blauwgekleurd leer of aan een zeedier.

6olie voor de lamp, specerijen voor de zalfolie en voor de welriekende wierook,
שֶׁ֖מֶן
(shemen)
olie
לַמָּאֹ֑ר
(lamaor)
voor het licht
בְּשָׂמִים֙
(besamim)
specerijen
לְשֶׁ֣מֶן
(leshemen)
voor olie van
הַמִּשְׁחָ֔ה
(hamishcha)
de zalving
וְלִקְטֹ֖רֶת
(veliqtoret)
en voor wierook van
הַסַּמִּֽים
(hasamim)
de welriekende kruiden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De olie is voor de lamp (vers 31–37); de specerijen zijn voor de zalfolie (30:22–33) en de wierook (30:34–38).

7onyxstenen en stenen om in te zetten voor de efod en voor de borstplaat.
אַבְנֵי
(avnei)
stenen van
שֹׁ֕הַם
(shoham)
onyx
וְאַבְנֵ֖י
(veavnei)
en stenen van
מִלֻּאִ֑ים
(miluim)
inzetting
לָאֵפֹ֖ד
(laefod)
voor de efod
וְלַחֹֽשֶׁן
(velachoshen)
en voor de borstplaat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Laat hen voor Mij een heiligdom maken, dan zal Ik in hun midden wonen.
וְעָ֥שׂוּ
(veasu)
en zij zullen maken
לִ֖י
(li)
voor Mij
מִקְדָּ֑שׁ
(miqdash)
een heiligdom
וְשָׁכַנְתִּ֖י
(veshakhanti)
en Ik zal wonen
בְּתוֹכָֽם
(betokham)
in hun midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִקְדָּשׁ (miqdash), ‘heiligdom’, is de plaats die voor Yahweh is afgezonderd.

De tabernakel (מִשְׁכָּן, mishkan, ‘woonplaats’) is dezelfde tent; vergelijk vers 9.

Zie ook Hebr. 8:5; 9:1–5.

9Precies zoals Ik je het model van de tabernakel en het model van al zijn voorwerpen laat zien, zo moeten jullie het maken.
כְּכֹ֗ל
(kekhol)
overeenkomstig alles
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
wat
אֲנִי֙
(ani)
Ik
מַרְאֶ֣ה
(mare)
toon
אוֹתְךָ֔
(otekha)
aan jou
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
תַּבְנִ֣ית
(tavnit)
het model van
הַמִּשְׁכָּ֔ן
(hamishkan)
de tabernakel
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
תַּבְנִ֣ית
(tavnit)
het model van
כָּל
(kal)
al
כֵּלָ֑יו
(kelav)
zijn voorwerpen
וְכֵ֖ן
(vekhen)
en zo
תַּעֲשֽׂוּ
(taasu)
zullen jullie maken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het ‘model’ (תַּבְנִית, tavnit) is het voorbeeld dat Mozes op de berg te zien kreeg; zie vers 40 en 26:30.

De ark van het getuigenis

10Laat hen een ark maken van acaciahout, twee en een halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog.
וְעָשׂ֥וּ
(veasu)
en zij zullen maken
אֲר֖וֹן
(aron)
een ark
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֑ים
(shitim)
acacia
אַמָּתַ֨יִם
(amatayim)
twee el
וָחֵ֜צִי
(vachetsi)
en een half
אָרְכּ֗וֹ
(arko)
zijn lengte
וְאַמָּ֤ה
(veama)
en een el
וָחֵ֨צִי֙
(vachetsi)
en een half
רָחְבּ֔וֹ
(rachbo)
zijn breedte
וְאַמָּ֥ה
(veama)
en een el
וָחֵ֖צִי
(vachetsi)
en een half
קֹמָתֽוֹ
(qomato)
zijn hoogte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een el is ongeveer 45 cm.

De ark (אָרוֹן, aron) is een kist van acaciahout, ongeveer 112 cm lang en 67 cm breed en hoog.

11Bekleed hem met zuiver goud, van binnen en van buiten, en maak er rondom een gouden rand op.
וְצִפִּיתָ֤
(vetsipita)
en bekleed
אֹתוֹ֙
(oto)
hem
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
טָה֔וֹר
(tahor)
zuiver
מִבַּ֥יִת
(mibayit)
van binnen
וּמִח֖וּץ
(umichuts)
en van buiten
תְּצַפֶּ֑נּוּ
(tetsapenu)
zul je hem bekleden
וְעָשִׂ֧יתָ
(veasita)
en maak
עָלָ֛יו
(alav)
op hem
זֵ֥ר
(zer)
een rand
זָהָ֖ב
(zahav)
goud
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Giet voor hem vier gouden ringen en bevestig ze aan zijn vier onderhoeken: twee ringen aan de ene zijde en twee ringen aan de andere zijde.
וְיָצַ֣קְתָּ
(veyatsaqta)
en giet
לּ֗וֹ
(lo)
voor hem
אַרְבַּע֙
(arba)
vier
טַבְּעֹ֣ת
(tabeot)
ringen van
זָהָ֔ב
(zahav)
goud
וְנָ֣תַתָּ֔ה
(venatata)
en zet
עַ֖ל
(al)
op
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
פַּעֲמֹתָ֑יו
(paamotav)
zijn onderhoeken
וּשְׁתֵּ֣י
(ushtei)
en twee
טַבָּעֹ֗ת
(tabaot)
ringen
עַל
(al)
aan
צַלְעוֹ֙
(tsalo)
zijn zijde
הָֽאֶחָ֔ת
(haechat)
de ene
וּשְׁתֵּי֙
(ushtei)
en twee
טַבָּעֹ֔ת
(tabaot)
ringen
עַל
(al)
aan
צַלְע֖וֹ
(tsalo)
zijn zijde
הַשֵּׁנִֽית
(hashenit)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Maak draagstokken van acaciahout en bekleed ze met goud.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
בַדֵּ֖י
(badei)
draagstokken van
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֑ים
(shitim)
acacia
וְצִפִּיתָ֥
(vetsipita)
en bekleed
אֹתָ֖ם
(otam)
ze
זָהָֽב
(zahav)
goud
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Steek de draagstokken in de ringen aan de zijden van de ark, om de ark ermee te dragen.
וְהֵֽבֵאתָ֤
(veheveta)
en steek
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּדִּים֙
(habadim)
de draagstokken
בַּטַּבָּעֹ֔ת
(batabaot)
in de ringen
עַ֖ל
(al)
aan
צַלְעֹ֣ת
(tsalot)
de zijden van
הָאָרֹ֑ן
(haaron)
de ark
לָשֵׂ֥את
(laset)
om te dragen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָרֹ֖ן
(haaron)
de ark
בָּהֶֽם
(bahem)
met hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15De draagstokken blijven in de ringen van de ark; ze mogen er niet uit worden gehaald.
בְּטַבְּעֹת֙
(betabeot)
in de ringen van
הָאָרֹ֔ן
(haaron)
de ark
יִהְי֖וּ
(yihyu)
zullen zijn
הַבַּדִּ֑ים
(habadim)
de draagstokken
לֹ֥א
(lo)
niet
יָסֻ֖רוּ
(yasuru)
zullen weggenomen worden
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De draagstokken blijven altijd in de ringen, zodat niemand de ark hoeft aan te raken.

16Leg in de ark het getuigenis dat Ik je zal geven.
וְנָתַתָּ֖
(venatata)
en leg
אֶל
(el)
in
הָאָרֹ֑ן
(haaron)
de ark
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
הָעֵדֻ֔ת
(haedut)
het getuigenis
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
אֶתֵּ֖ן
(eten)
Ik zal geven
אֵלֶֽיךָ
(eleikha)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָעֵדֻת (ha‘edut), ‘het getuigenis’, zijn de twee stenen tafelen (31:18).

Het verzoendeksel en de cherubs

17Maak een verzoendeksel van zuiver goud, twee en een halve el lang en anderhalve el breed.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
כַפֹּ֖רֶת
(kaporet)
verzoendeksel van
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
טָה֑וֹר
(tahor)
zuiver
אַמָּתַ֤יִם
(amatayim)
twee el
וָחֵ֨צִי֙
(vachetsi)
en een half
אָרְכָּ֔הּ
(arkah)
haar lengte
וְאַמָּ֥ה
(veama)
en een el
וָחֵ֖צִי
(vachetsi)
en een half
רָחְבָּֽהּ
(rachbah)
haar breedte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כַּפֹּרֶת (kapporet), ‘verzoendeksel’, is de gouden deksel van de ark.

Het woord hangt samen met ‘verzoenen’ (כִּפֵּר, kipper).

18Maak twee cherubs van goud; van gedreven werk moet je ze maken, aan de twee uiteinden van het verzoendeksel.
וְעָשִׂ֛יתָ
(veasita)
en maak
שְׁנַ֥יִם
(shenayim)
twee
כְּרֻבִ֖ים
(keruvim)
cherubs
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
מִקְשָׁה֙
(miqsha)
gedreven werk
תַּעֲשֶׂ֣ה
(taase)
zul je maken
אֹתָ֔ם
(otam)
ze
מִשְּׁנֵ֖י
(mishenei)
aan de twee
קְצ֥וֹת
(qetsot)
uiteinden van
הַכַּפֹּֽרֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִקְשָׁה (miqshah) is gedreven werk: uit één stuk goud gehamerd.

19Maak één cherub aan het ene uiteinde en één cherub aan het andere uiteinde. Uit het verzoendeksel zelf moeten jullie de cherubs maken, aan zijn beide uiteinden.
וַ֠עֲשֵׂה
(vaase)
en maak
כְּר֨וּב
(keruv)
cherub
אֶחָ֤ד
(echad)
een
מִקָּצָה֙
(miqatsa)
aan het uiteinde
מִזֶּ֔ה
(mize)
aan deze kant
וּכְרוּב
(ukheruv)
en cherub
אֶחָ֥ד
(echad)
een
מִקָּצָ֖ה
(miqatsa)
aan het uiteinde
מִזֶּ֑ה
(mize)
aan die kant
מִן
(min)
uit
הַכַּפֹּ֛רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
תַּעֲשׂ֥וּ
(taasu)
zullen jullie maken
אֶת
(et)
(obj.)
הַכְּרֻבִ֖ים
(hakeruvim)
de cherubs
עַל
(al)
aan
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
קְצוֹתָֽיו
(qetsotav)
zijn uiteinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20De cherubs moeten hun vleugels naar boven uitspreiden en met hun vleugels het verzoendeksel overdekken. Hun gezichten zijn naar elkaar gekeerd, naar het verzoendeksel zijn de gezichten van de cherubs gericht.
וְהָי֣וּ
(vehayu)
en zullen zijn
הַכְּרֻבִים֩
(hakeruvim)
de cherubs
פֹּרְשֵׂ֨י
(poresei)
uitspreidend
כְנָפַ֜יִם
(kenafayim)
vleugels
לְמַ֗עְלָה
(lemala)
omhoog
סֹכְכִ֤ים
(sokhekhim)
overdekkend
בְּכַנְפֵיהֶם֙
(bekhanfeihem)
met hun vleugels
עַל
(al)
over
הַכַּפֹּ֔רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
וּפְנֵיהֶ֖ם
(ufeneihem)
en hun gezichten
אִ֣ישׁ
(ish)
de een
אֶל
(el)
naar
אָחִ֑יו
(achiv)
zijn broer
אֶל
(el)
naar
הַכַּפֹּ֔רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
יִהְי֖וּ
(yihyu)
zullen zijn
פְּנֵ֥י
(penei)
gezichten van
הַכְּרֻבִֽים
(hakeruvim)
de cherubs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Cherubs zijn hemelse wezens bij Elohim.

Zie Gen. 3:24.

21Zet het verzoendeksel boven op de ark, en leg in de ark het getuigenis dat Ik je zal geven.
וְנָתַתָּ֧
(venatata)
en plaats
אֶת
(et)
(obj.)
הַכַּפֹּ֛רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
עַל
(al)
op
הָאָרֹ֖ן
(haaron)
de ark
מִלְמָ֑עְלָה
(milmaela)
van boven
וְאֶל
(veel)
en in
הָ֣אָרֹ֔ן
(haaron)
de ark
תִּתֵּן֙
(titen)
zul je leggen
אֶת
(et)
(obj.)
הָ֣עֵדֻ֔ת
(haedut)
het getuigenis
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
אֶתֵּ֖ן
(eten)
Ik zal geven
אֵלֶֽיךָ
(eleikha)
aan jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Daar zal Ik met je samenkomen. Ik zal met je spreken, van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs die op de ark van het getuigenis zijn, over alles wat Ik je voor de zonen van Israël zal opdragen.
וְנוֹעַדְתִּ֣י
(venoadti)
en Ik zal samenkomen
לְךָ֮
(lekha)
met jou
שָׁם֒
(sham)
daar
וְדִבַּרְתִּ֨י
(vedibarti)
en spreken
אִתְּךָ֜
(itekha)
met jou
מֵעַ֣ל
(meal)
van boven
הַכַּפֹּ֗רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
מִבֵּין֙
(mibein)
van tussen
שְׁנֵ֣י
(shenei)
de twee
הַכְּרֻבִ֔ים
(hakeruvim)
cherubs
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
אֲרֹ֣ן
(aron)
de ark van
הָעֵדֻ֑ת
(haedut)
het getuigenis
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
wat
אֲצַוֶּ֛ה
(atsave)
Ik zal gebieden
אוֹתְךָ֖
(otekha)
jou
אֶל
(el)
voor
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is de plek waar Yahweh Zich laat vinden en met Mozes spreekt; zie ook Num. 7:89.

De tafel voor het toonbrood

23Maak een tafel van acaciahout, twee el lang, een el breed en anderhalve el hoog.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
שֻׁלְחָ֖ן
(shulchan)
een tafel
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֑ים
(shitim)
acacia
אַמָּתַ֤יִם
(amatayim)
twee el
אָרְכּוֹ֙
(arko)
zijn lengte
וְאַמָּ֣ה
(veama)
en een el
רָחְבּ֔וֹ
(rachbo)
zijn breedte
וְאַמָּ֥ה
(veama)
en een el
וָחֵ֖צִי
(vachetsi)
en een half
קֹמָתֽוֹ
(qomato)
zijn hoogte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Bekleed hem met zuiver goud en maak er rondom een gouden rand aan.
וְצִפִּיתָ֥
(vetsipita)
en bekleed
אֹת֖וֹ
(oto)
hem
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
טָה֑וֹר
(tahor)
zuiver
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
לּ֛וֹ
(lo)
voor hem
זֵ֥ר
(zer)
een rand
זָהָ֖ב
(zahav)
goud
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Maak er rondom een lijst van een handbreedte aan, en maak een gouden rand rondom die lijst.
וְעָשִׂ֨יתָ
(veasita)
en maak
לּ֥וֹ
(lo)
voor hem
מִסְגֶּ֛רֶת
(misgeret)
een lijst
טֹ֖פַח
(tofach)
een handbreedte
סָבִ֑יב
(saviv)
rondom
וְעָשִׂ֧יתָ
(veasita)
en maak
זֵר
(zer)
een rand
זָהָ֛ב
(zahav)
goud
לְמִסְגַּרְתּ֖וֹ
(lemisgarto)
voor zijn lijst
סָבִֽיב
(saviv)
rondom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Maak er vier gouden ringen voor en bevestig ze op de vier hoeken, bij de vier poten.
וְעָשִׂ֣יתָ
(veasita)
en maak
לּ֔וֹ
(lo)
voor hem
אַרְבַּ֖ע
(arba)
vier
טַבְּעֹ֣ת
(tabeot)
ringen van
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וְנָתַתָּ֙
(venatata)
en zet
אֶת
(et)
(obj.)
הַטַּבָּעֹ֔ת
(hatabaot)
de ringen
עַ֚ל
(al)
op
אַרְבַּ֣ע
(arba)
vier
הַפֵּאֹ֔ת
(hapeot)
de hoeken
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
לְאַרְבַּ֥ע
(learba)
aan vier
רַגְלָֽיו
(raglav)
zijn poten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27De ringen moeten vlak bij de lijst zitten, als houders voor de draagstokken waarmee de tafel gedragen wordt.
לְעֻמַּת֙
(leumat)
naast
הַמִּסְגֶּ֔רֶת
(hamisgeret)
de lijst
תִּהְיֶ֖יןָ
(tihyeina)
zullen zijn
הַטַּבָּעֹ֑ת
(hatabaot)
de ringen
לְבָתִּ֣ים
(levatim)
als houders
לְבַדִּ֔ים
(levadim)
voor de draagstokken
לָשֵׂ֖את
(laset)
om te dragen
אֶת
(et)
(obj.)
הַשֻּׁלְחָֽן
(hashulchan)
de tafel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Maak de draagstokken van acaciahout en bekleed ze met goud; daarmee wordt de tafel gedragen.
וְעָשִׂ֤יתָ
(veasita)
en maak
אֶת
(et)
(obj.)
הַבַּדִּים֙
(habadim)
de draagstokken
עֲצֵ֣י
(atsei)
hout van
שִׁטִּ֔ים
(shitim)
acacia
וְצִפִּיתָ֥
(vetsipita)
en bekleed
אֹתָ֖ם
(otam)
ze
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וְנִשָּׂא
(venisa)
en gedragen wordt
בָ֖ם
(bam)
met hen
אֶת
(et)
(obj.)
הַשֻּׁלְחָֽן
(hashulchan)
de tafel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Maak zijn schalen, schotels, kannen en offerschalen waarmee men plengoffers uitgiet; van zuiver goud moet je ze maken.
וְעָשִׂ֨יתָ
(veasita)
en maak
קְּעָרֹתָ֜יו
(qearotav)
zijn schalen
וְכַפֹּתָ֗יו
(vekhapotav)
en zijn schotels
וּקְשׂוֹתָיו֙
(uqesotav)
en zijn kannen
וּמְנַקִּיֹּתָ֔יו
(umenaqiyotav)
en zijn offerschalen
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waarmee
יֻסַּ֖ךְ
(yusakh)
men uitgiet
בָּהֵ֑ן
(bahen)
met hen
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
טָה֖וֹר
(tahor)
zuiver
תַּעֲשֶׂ֥ה
(taase)
zul je maken
אֹתָֽם
(otam)
ze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Leg op de tafel steeds het toonbrood voor Mijn aangezicht.
וְנָתַתָּ֧
(venatata)
en leg
עַֽל
(al)
op
הַשֻּׁלְחָ֛ן
(hashulchan)
de tafel
לֶ֥חֶם
(lechem)
brood van
פָּנִ֖ים
(panim)
het aangezicht
לְפָנַ֥י
(lefanay)
voor Mijn aangezicht
תָּמִֽיד
(tamid)
voortdurend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֶחֶם פָּנִים (lechem panim), ‘brood van het aangezicht’, is brood dat voor Yahweh's aangezicht ligt: het toonbrood (Lev. 24:5–9).

De gouden kandelaar

31Maak een kandelaar van zuiver goud. Van gedreven werk moet de kandelaar gemaakt worden, haar voet en haar schacht, haar kelken, knoppen en bloemen. Ze moeten er één geheel mee vormen.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
מְנֹרַ֖ת
(menorat)
kandelaar van
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
טָה֑וֹר
(tahor)
zuiver
מִקְשָׁ֞ה
(miqsha)
gedreven werk
תֵּעָשֶׂ֤ה
(tease)
wordt gemaakt
הַמְּנוֹרָה֙
(hamenora)
de kandelaar
יְרֵכָ֣הּ
(yerekhah)
haar voet
וְקָנָ֔הּ
(veqanah)
en haar schacht
גְּבִיעֶ֛יהָ
(gevieiha)
haar kelken
כַּפְתֹּרֶ֥יהָ
(kaftoreiha)
haar knoppen
וּפְרָחֶ֖יהָ
(uferacheiha)
en haar bloemen
מִמֶּ֥נָּה
(mimena)
uit haar
יִהְיֽוּ
(yihyu)
zullen zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De kandelaar (מְנוֹרָה, menorah) heeft zeven lampen: een middenschacht en zes armen.

32Zes armen moeten uit haar zijden komen: drie armen van de kandelaar uit de ene zijde en drie armen van de kandelaar uit de andere zijde.
וְשִׁשָּׁ֣ה
(veshisha)
en zes
קָנִ֔ים
(qanim)
armen
יֹצְאִ֖ים
(yotseim)
uitgaande
מִצִּדֶּ֑יהָ
(mitsideiha)
van haar zijden
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
קְנֵ֣י
(qenei)
armen van
מְנֹרָ֗ה
(menora)
kandelaar
מִצִּדָּהּ֙
(mitsidah)
van haar zijde
הָאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
וּשְׁלֹשָׁה֙
(ushelosha)
en drie
קְנֵ֣י
(qenei)
armen van
מְנֹרָ֔ה
(menora)
kandelaar
מִצִּדָּ֖הּ
(mitsidah)
van haar zijde
הַשֵּׁנִֽי
(hasheni)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Drie amandelvormige kelken met een knop en een bloem aan de ene arm, en drie amandelvormige kelken met een knop en een bloem aan de andere arm. Zo moet het zijn voor de zes armen die uit de kandelaar komen.
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
גְ֠בִעִים
(geviim)
kelken
מְֽשֻׁקָּדִ֞ים
(meshuqadim)
amandelvormig
בַּקָּנֶ֣ה
(baqane)
aan arm
הָאֶחָד֮
(haechad)
de ene
כַּפְתֹּ֣ר
(kaftor)
knop
וָפֶרַח֒
(vaferach)
en bloem
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
גְבִעִ֗ים
(geviim)
kelken
מְשֻׁקָּדִ֛ים
(meshuqadim)
amandelvormig
בַּקָּנֶ֥ה
(baqane)
aan arm
הָאֶחָ֖ד
(haechad)
de ene
כַּפְתֹּ֣ר
(kaftor)
knop
וָפָ֑רַח
(vafarach)
en bloem
כֵּ֚ן
(ken)
zo
לְשֵׁ֣שֶׁת
(lesheshet)
voor de zes
הַקָּנִ֔ים
(haqanim)
de armen
הַיֹּצְאִ֖ים
(hayotseim)
die uitgaan
מִן
(min)
uit
הַמְּנֹרָֽה
(hamenora)
de kandelaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34En aan de kandelaar zelf vier amandelvormige kelken, met hun knoppen en bloemen.
וּבַמְּנֹרָ֖ה
(uvamenora)
en aan de kandelaar
אַרְבָּעָ֣ה
(arbaa)
vier
גְבִעִ֑ים
(geviim)
kelken
מְשֻׁקָּדִ֔ים
(meshuqadim)
amandelvormig
כַּפְתֹּרֶ֖יהָ
(kaftoreiha)
haar knoppen
וּפְרָחֶֽיהָ
(uferacheiha)
en haar bloemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Een knop onder de twee armen die uit haar komen, nog een knop onder de twee volgende armen en een derde knop onder de twee laatste armen: zo voor de zes armen die uit de kandelaar komen.
וְכַפְתֹּ֡ר
(vekhaftor)
en een knop
תַּחַת֩
(tachat)
onder
שְׁנֵ֨י
(shenei)
twee
הַקָּנִ֜ים
(haqanim)
de armen
מִמֶּ֗נָּה
(mimena)
uit haar
וְכַפְתֹּר֙
(vekhaftor)
en een knop
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
שְׁנֵ֤י
(shenei)
twee
הַקָּנִים֙
(haqanim)
de armen
מִמֶּ֔נָּה
(mimena)
uit haar
וְכַפְתֹּ֕ר
(vekhaftor)
en een knop
תַּחַת
(tachat)
onder
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
הַקָּנִ֖ים
(haqanim)
de armen
מִמֶּ֑נָּה
(mimena)
uit haar
לְשֵׁ֨שֶׁת֙
(lesheshet)
voor de zes
הַקָּנִ֔ים
(haqanim)
de armen
הַיֹּצְאִ֖ים
(hayotseim)
die uitgaan
מִן
(min)
uit
הַמְּנֹרָֽה
(hamenora)
de kandelaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een knop onder elk paar armen: drie knoppen op drie plaatsen aan de schacht.

36Hun knoppen en armen moeten er één geheel mee vormen, alles één stuk gedreven werk van zuiver goud.
כַּפְתֹּרֵיהֶ֥ם
(kaftoreihem)
hun knoppen
וּקְנֹתָ֖ם
(uqenotam)
en hun armen
מִמֶּ֣נָּה
(mimena)
uit haar
יִהְי֑וּ
(yihyu)
zullen zijn
כֻּלָּ֛הּ
(kulah)
geheel
מִקְשָׁ֥ה
(miqsha)
gedreven werk
אַחַ֖ת
(achat)
één
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
טָהֽוֹר
(tahor)
zuiver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37Maak zeven lampen voor haar; men moet de lampen aansteken, zodat ze het licht werpen op de ruimte vóór haar.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
אֶת
(et)
(obj.)
נֵרֹתֶ֖יהָ
(neroteiha)
haar lampen
שִׁבְעָ֑ה
(shiva)
zeven
וְהֶֽעֱלָה֙
(veheela)
en hij zal ontsteken
אֶת
(et)
(obj.)
נֵ֣רֹתֶ֔יהָ
(neroteiha)
haar lampen
וְהֵאִ֖יר
(veheir)
en zij schijnen
עַל
(al)
over
עֵ֥בֶר
(ever)
de voorkant van
פָּנֶֽיהָ
(paneiha)
haar vlak
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38Haar tangen en haar vuurpannen moeten van zuiver goud zijn.
וּמַלְקָחֶ֥יהָ
(umalqacheiha)
en haar tangen
וּמַחְתֹּתֶ֖יהָ
(umachtoteiha)
en haar vuurpannen
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
טָהֽוֹר
(tahor)
zuiver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39Van een talent zuiver goud moet men haar maken, met al deze voorwerpen.
כִּכָּ֛ר
(kikar)
een talent van
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
טָה֖וֹר
(tahor)
zuiver
יַעֲשֶׂ֣ה
(yaase)
zal men maken
אֹתָ֑הּ
(otah)
haar
אֵ֥ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
al
הַכֵּלִ֖ים
(hakelim)
de voorwerpen
הָאֵֽלֶּה
(haele)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Een talent (כִּכָּר, kikkar) is ongeveer 34 kilo; de kandelaar en zijn voorwerpen worden dus uit een grote hoeveelheid goud gemaakt.

40Zorg dat je ze maakt naar het model dat je op de berg getoond wordt.
וּרְאֵ֖ה
(uree)
en zie toe
וַעֲשֵׂ֑ה
(vaase)
en maak
בְּתַ֨בְנִיתָ֔ם
(betavnitam)
naar hun model
אֲשֶׁר
(asher)
dat
אַתָּ֥ה
(ata)
jij
מָרְאֶ֖ה
(maree)
getoond wordt
בָּהָֽר
(bahar)
op de berg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Mozes ziet het model op de berg; vergelijk 26:30; 27:8; Num. 8:4; Hebr. 8:5.