Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De bijdragen voor het heiligdom
1Yahweh sprak tot Mozes:
וַיְדַבֵּ֥ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֥ה
(moshe)
Mozes
לֵּאמֹֽר
(lemor)
om te zeggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2„Spreek tot de zonen van Israël dat zij een bijdrage voor Mij nemen. Van ieder die er in zijn hart toe bewogen wordt, moeten jullie Mijn bijdrage aannemen.
דַּבֵּר֙
(daber)
spreek
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
וְיִקְחוּ
(veyiqchu)
dat zij nemen
לִ֖י
(li)
voor Mij
תְּרוּמָ֑ה
(teruma)
een bijdrage
מֵאֵ֤ת
(meet)
van
כָּל
(kal)
elke
אִישׁ֙
(ish)
man
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wiens
יִדְּבֶ֣נּוּ
(yidevenu)
beweegt hem
לִבּ֔וֹ
(libo)
zijn hart
תִּקְח֖וּ
(tiqchu)
zullen jullie nemen
אֶת
(et)
(obj.)
תְּרוּמָתִֽי
(terumati)
Mijn bijdrage
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּרוּמָה (terumah) is een bijdrage die men ‘opheft’ en aan Yahweh afstaat.
Bij offers vertalen wij hetzelfde woord met ‘heffing’ (29:27–28).
4blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood garen, fijn linnen en geitenhaar,
וּתְכֵ֧לֶת
(utekhelet)
en blauwpurper
וְאַרְגָּמָ֛ן
(veargaman)
en roodpurper
וְתוֹלַ֥עַת
(vetolaat)
en de worm van
שָׁנִ֖י
(shani)
karmozijn
וְשֵׁ֥שׁ
(veshesh)
en fijn linnen
וְעִזִּֽים
(veizim)
en geitenhaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
תְּכֵלֶת (tekhelet) is blauwpurper, אַרְגָּמָן (argaman) roodpurper en תּוֹלַעַת שָׁנִי (tola‘at shani) karmozijnrood garen, gekleurd met de rode kleurstof van de schildluis (letterlijk ‘worm van scharlaken’).
19Maak één cherub aan het ene uiteinde en één cherub aan het andere uiteinde. Uit het verzoendeksel zelf moeten jullie de cherubs maken, aan zijn beide uiteinden.
וַ֠עֲשֵׂה
(vaase)
en maak
כְּר֨וּב
(keruv)
cherub
אֶחָ֤ד
(echad)
een
מִקָּצָה֙
(miqatsa)
aan het uiteinde
מִזֶּ֔ה
(mize)
aan deze kant
וּכְרוּב
(ukheruv)
en cherub
אֶחָ֥ד
(echad)
een
מִקָּצָ֖ה
(miqatsa)
aan het uiteinde
מִזֶּ֑ה
(mize)
aan die kant
מִן
(min)
uit
הַכַּפֹּ֛רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
תַּעֲשׂ֥וּ
(taasu)
zullen jullie maken
אֶת
(et)
(obj.)
הַכְּרֻבִ֖ים
(hakeruvim)
de cherubs
עַל
(al)
aan
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
קְצוֹתָֽיו
(qetsotav)
zijn uiteinden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20De cherubs moeten hun vleugels naar boven uitspreiden en met hun vleugels het verzoendeksel overdekken. Hun gezichten zijn naar elkaar gekeerd, naar het verzoendeksel zijn de gezichten van de cherubs gericht.
וְהָי֣וּ
(vehayu)
en zullen zijn
הַכְּרֻבִים֩
(hakeruvim)
de cherubs
פֹּרְשֵׂ֨י
(poresei)
uitspreidend
כְנָפַ֜יִם
(kenafayim)
vleugels
לְמַ֗עְלָה
(lemala)
omhoog
סֹכְכִ֤ים
(sokhekhim)
overdekkend
בְּכַנְפֵיהֶם֙
(bekhanfeihem)
met hun vleugels
עַל
(al)
over
הַכַּפֹּ֔רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
וּפְנֵיהֶ֖ם
(ufeneihem)
en hun gezichten
אִ֣ישׁ
(ish)
de een
אֶל
(el)
naar
אָחִ֑יו
(achiv)
zijn broer
אֶל
(el)
naar
הַכַּפֹּ֔רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
יִהְי֖וּ
(yihyu)
zullen zijn
פְּנֵ֥י
(penei)
gezichten van
הַכְּרֻבִֽים
(hakeruvim)
de cherubs
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Daar zal Ik met je samenkomen. Ik zal met je spreken, van boven het verzoendeksel, van tussen de twee cherubs die op de ark van het getuigenis zijn, over alles wat Ik je voor de zonen van Israël zal opdragen.
וְנוֹעַדְתִּ֣י
(venoadti)
en Ik zal samenkomen
לְךָ֮
(lekha)
met jou
שָׁם֒
(sham)
daar
וְדִבַּרְתִּ֨י
(vedibarti)
en spreken
אִתְּךָ֜
(itekha)
met jou
מֵעַ֣ל
(meal)
van boven
הַכַּפֹּ֗רֶת
(hakaporet)
het verzoendeksel
מִבֵּין֙
(mibein)
van tussen
שְׁנֵ֣י
(shenei)
de twee
הַכְּרֻבִ֔ים
(hakeruvim)
cherubs
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
אֲרֹ֣ן
(aron)
de ark van
הָעֵדֻ֑ת
(haedut)
het getuigenis
אֵ֣ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alles
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
wat
אֲצַוֶּ֛ה
(atsave)
Ik zal gebieden
אוֹתְךָ֖
(otekha)
jou
אֶל
(el)
voor
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit is de plek waar Yahweh Zich laat vinden en met Mozes spreekt; zie ook Num. 7:89.
31Maak een kandelaar van zuiver goud. Van gedreven werk moet de kandelaar gemaakt worden, haar voet en haar schacht, haar kelken, knoppen en bloemen. Ze moeten er één geheel mee vormen.
וְעָשִׂ֥יתָ
(veasita)
en maak
מְנֹרַ֖ת
(menorat)
kandelaar van
זָהָ֣ב
(zahav)
goud
טָה֑וֹר
(tahor)
zuiver
מִקְשָׁ֞ה
(miqsha)
gedreven werk
תֵּעָשֶׂ֤ה
(tease)
wordt gemaakt
הַמְּנוֹרָה֙
(hamenora)
de kandelaar
יְרֵכָ֣הּ
(yerekhah)
haar voet
וְקָנָ֔הּ
(veqanah)
en haar schacht
גְּבִיעֶ֛יהָ
(gevieiha)
haar kelken
כַּפְתֹּרֶ֥יהָ
(kaftoreiha)
haar knoppen
וּפְרָחֶ֖יהָ
(uferacheiha)
en haar bloemen
מִמֶּ֥נָּה
(mimena)
uit haar
יִהְיֽוּ
(yihyu)
zullen zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De kandelaar (מְנוֹרָה, menorah) heeft zeven lampen: een middenschacht en zes armen.
32Zes armen moeten uit haar zijden komen: drie armen van de kandelaar uit de ene zijde en drie armen van de kandelaar uit de andere zijde.
וְשִׁשָּׁ֣ה
(veshisha)
en zes
קָנִ֔ים
(qanim)
armen
יֹצְאִ֖ים
(yotseim)
uitgaande
מִצִּדֶּ֑יהָ
(mitsideiha)
van haar zijden
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
קְנֵ֣י
(qenei)
armen van
מְנֹרָ֗ה
(menora)
kandelaar
מִצִּדָּהּ֙
(mitsidah)
van haar zijde
הָאֶחָ֔ד
(haechad)
de ene
וּשְׁלֹשָׁה֙
(ushelosha)
en drie
קְנֵ֣י
(qenei)
armen van
מְנֹרָ֔ה
(menora)
kandelaar
מִצִּדָּ֖הּ
(mitsidah)
van haar zijde
הַשֵּׁנִֽי
(hasheni)
de tweede
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33Drie amandelvormige kelken met een knop en een bloem aan de ene arm, en drie amandelvormige kelken met een knop en een bloem aan de andere arm. Zo moet het zijn voor de zes armen die uit de kandelaar komen.
שְׁלֹשָׁ֣ה
(shelosha)
drie
גְ֠בִעִים
(geviim)
kelken
מְֽשֻׁקָּדִ֞ים
(meshuqadim)
amandelvormig
בַּקָּנֶ֣ה
(baqane)
aan arm
הָאֶחָד֮
(haechad)
de ene
כַּפְתֹּ֣ר
(kaftor)
knop
וָפֶרַח֒
(vaferach)
en bloem
וּשְׁלֹשָׁ֣ה
(ushelosha)
en drie
גְבִעִ֗ים
(geviim)
kelken
מְשֻׁקָּדִ֛ים
(meshuqadim)
amandelvormig
בַּקָּנֶ֥ה
(baqane)
aan arm
הָאֶחָ֖ד
(haechad)
de ene
כַּפְתֹּ֣ר
(kaftor)
knop
וָפָ֑רַח
(vafarach)
en bloem
כֵּ֚ן
(ken)
zo
לְשֵׁ֣שֶׁת
(lesheshet)
voor de zes
הַקָּנִ֔ים
(haqanim)
de armen
הַיֹּצְאִ֖ים
(hayotseim)
die uitgaan
מִן
(min)
uit
הַמְּנֹרָֽה
(hamenora)
de kandelaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34En aan de kandelaar zelf vier amandelvormige kelken, met hun knoppen en bloemen.
וּבַמְּנֹרָ֖ה
(uvamenora)
en aan de kandelaar
אַרְבָּעָ֣ה
(arbaa)
vier
גְבִעִ֑ים
(geviim)
kelken
מְשֻׁקָּדִ֔ים
(meshuqadim)
amandelvormig
כַּפְתֹּרֶ֖יהָ
(kaftoreiha)
haar knoppen
וּפְרָחֶֽיהָ
(uferacheiha)
en haar bloemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
35Een knop onder de twee armen die uit haar komen, nog een knop onder de twee volgende armen en een derde knop onder de twee laatste armen: zo voor de zes armen die uit de kandelaar komen.
וְכַפְתֹּ֡ר
(vekhaftor)
en een knop
תַּחַת֩
(tachat)
onder
שְׁנֵ֨י
(shenei)
twee
הַקָּנִ֜ים
(haqanim)
de armen
מִמֶּ֗נָּה
(mimena)
uit haar
וְכַפְתֹּר֙
(vekhaftor)
en een knop
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
שְׁנֵ֤י
(shenei)
twee
הַקָּנִים֙
(haqanim)
de armen
מִמֶּ֔נָּה
(mimena)
uit haar
וְכַפְתֹּ֕ר
(vekhaftor)
en een knop
תַּחַת
(tachat)
onder
שְׁנֵ֥י
(shenei)
twee
הַקָּנִ֖ים
(haqanim)
de armen
מִמֶּ֑נָּה
(mimena)
uit haar
לְשֵׁ֨שֶׁת֙
(lesheshet)
voor de zes
הַקָּנִ֔ים
(haqanim)
de armen
הַיֹּצְאִ֖ים
(hayotseim)
die uitgaan
מִן
(min)
uit
הַמְּנֹרָֽה
(hamenora)
de kandelaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Een knop onder elk paar armen: drie knoppen op drie plaatsen aan de schacht.
36Hun knoppen en armen moeten er één geheel mee vormen, alles één stuk gedreven werk van zuiver goud.
כַּפְתֹּרֵיהֶ֥ם
(kaftoreihem)
hun knoppen
וּקְנֹתָ֖ם
(uqenotam)
en hun armen
מִמֶּ֣נָּה
(mimena)
uit haar
יִהְי֑וּ
(yihyu)
zullen zijn
כֻּלָּ֛הּ
(kulah)
geheel
מִקְשָׁ֥ה
(miqsha)
gedreven werk
אַחַ֖ת
(achat)
één
זָהָ֥ב
(zahav)
goud
טָהֽוֹר
(tahor)
zuiver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)