1 Kronieken 18
Davids overwinningen en zijn bestuur
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
David verslaat de Filistijnen en Moab
Gat (גַּת) was een stad van de Filistijnen, waarschijnlijk bij Tell es-Safi in Israël.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
Dit hoofdstuk komt overeen met 2 Sam. 8.
In 2 Sam. 8:1 staat op deze plaats ‘Metheg-Amma’.
Hier staat ‘Gat en haar dochters’.
בְּנֹתֶיהָ (benoteha), ‘haar dochters’: de dorpen rondom een stad, die van haar afhangen. Vergelijk Num. 21:25.
Moab (מוֹאָב) ligt ten oosten van de Zoutzee, in het huidige Jordanië.
מִנְחָה (minchah), ‘schatting’: een gave die een onderworpen volk brengt.
Bij de offers vertalen wij hetzelfde woord als ‘graanoffer’.
Het meten met het snoer uit 2 Sam. 8:2 staat hier niet.
Hadadezer en de Arameeërs
Tsoba (צוֹבָה) was een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus; de ligging is niet precies bekend.
Chamat (חֲמָת) lag bij het huidige Hama aan de rivier de Orontes, in Syrië.
Zie Soba (Tsoba, ligging onzeker): Soba (Tsoba) was een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus, in het huidige Syrië en Libanon.
De precieze ligging is niet vast te stellen.
Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.
Zie Eufraat: De Eufraat ontspringt in het hoogland van Turkije en stroomt door Syrië en Irak naar de Perzische Golf.
חֲמָתָה (chamatah), ‘tot bij Chamat’: de uitgang -ah geeft de richting aan.
Dit woord staat niet in 2 Sam. 8:3.
לְהַצִּיב יָדוֹ (lehatsiv yado), ‘om zijn hand te plaatsen’: een uitdrukking voor het vestigen van macht. Wie met ‘hij’ bedoeld is, David of Hadadezer, zegt de tekst niet. In 2 Sam. 8:3 staat ‘om zijn hand terug te brengen’.
פְּרָת (Perat), ‘de Eufraat’: zoals in Gen. 15:18. Hier staat ‘de rivier Perat’; wij schrijven ‘de rivier de Eufraat’.
In 2 Sam. 8:3 heet Hadadezer ‘de zoon van Rechob’.
Hier staat dat niet.
וַיְעַקֵּר (vayakker), ‘verlamde’: het werkwoord betekent ‘de hielpezen doorsnijden’.
Dat kan alleen bij paarden.
Wij vullen ‘de paarden van’ aan.
Vergelijk Joz. 11:6 en 11:9.
רֶכֶב (rechev), ‘strijdwagens’: het woord is een verzamelwoord voor wagens met hun paarden. Wij vertalen ‘strijdwagens’.
De getallen verschillen van 2 Sam. 8:4.
Daar staan 1.700 ruiters en 20.000 man voetvolk; de strijdwagens worden daar niet geteld.
Hier staan 1.000 strijdwagens, 7.000 ruiters en 20.000 man voetvolk.
Wij volgen in beide boeken de Masoretische tekst.
Damascus (דַּרְמֶשֶׂק) is de hoofdstad van het huidige Syrië.
Aram is het land van de Arameeërs.
Zie Soba (Tsoba, ligging onzeker): Soba (Tsoba) was een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus, in het huidige Syrië en Libanon.
De precieze ligging is niet vast te stellen.
In Kronieken wordt de naam met een extra letter ר (resh) geschreven: דַּרְמֶשֶׂק.
In 2 Sam. 8:5 staat דַּמֶּשֶׂק.
Zie Aram: Aram is het gebied van de Arameeërs, in het huidige Syrië.
Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.
Het voorwerp van ‘stelde’ ontbreekt in het Hebreeuws.
In 2 Sam. 8:6 staat נְצִיבִים (netsivim), ‘bezettingen’.
Wij vullen dat aan, zoals vers 13 hier ook heeft.
וַיּוֹשַׁע (vayosha), ‘gaf de overwinning’: het werkwoord betekent ‘redden’ of ‘helpen’. Het is hetzelfde grondwoord als in de naam Yeshua.
Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.
Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.
שִׁלְטֵי (shiltei), ‘schilden’: de betekenis van dit woord is niet helemaal zeker.
Het staat ook in 2 Sam. 8:7.
Tibchat (טִבְחַת) en Kun (כּוּן) zijn steden van Hadadezer.
Hun ligging is onzeker; zij lagen waarschijnlijk in het gebied tussen Damascus en Chamat.
Het laatste deel van het vers staat niet in 2 Sam. 8:8.
Het vertelt dat Salomo het koper gebruikte voor de koperen zee, de zuilen en de koperen voorwerpen.
In 2 Sam. 8:8 heten de steden Betach en Berotai.
Wij volgen in beide boeken de Masoretische tekst.
Tou van Chamat
Zie Hamat: Hamat (Hama) ligt aan de Orontes, in het huidige Syrië.
Zie Soba (Tsoba, ligging onzeker): Soba (Tsoba) was een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus, in het huidige Syrië en Libanon.
De precieze ligging is niet vast te stellen.
תֹּעוּ (Tou): in 2 Sam. 8:9 heet hij תֹּעִי (Toi).
Het is dezelfde man; wij houden de vorm van elk boek aan.
הֲדוֹרָם (Hadoram): in 2 Sam. 8:10 heet de zoon van Tou Joram (יוֹרָם).
Wij houden de vorm van elk boek aan.
Het werkwoord in de laatste zin ontbreekt in het Hebreeuws: ‘en alle voorwerpen van goud en zilver en koper’. In 2 Sam. 8:10 staat ‘in zijn hand waren voorwerpen van zilver, goud en koper’. Wij vullen ‘had bij zich’ aan; ‘hij’ is Hadoram.
Het Hebreeuws zegt alleen ‘om naar zijn welzijn te vragen en hem te zegenen’ en ‘omdat hij had gestreden’. Wij maken er een eigen zin van, met ‘Hadoram moest’, en noemen David bij naam, zoals ook 2 Sam. 8:10 doet.
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.
Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.
Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.
הִקְדִּישׁ (hiqdish), ‘wijdde toe’: iets heilig maken voor Yahweh.
Vergelijk Joz. 6:19.
Amalek: zie Exod. 17:8–16 en Deut. 25:17–19.
In 2 Sam. 8:12 staat in dezelfde lijst ‘Aram’ waar hier ‘Edom’ staat.
Edom
Het Zoutdal (גֵּיא הַמֶּלַח) lag ten zuiden van de Zoutzee, in het gebied van het huidige Jordanië en Israël.
De precieze plek is onzeker.
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
Het woord ‘man’ staat er niet; het Hebreeuws zegt alleen ‘18.000’.
Wij vullen ‘man’ aan.
Hier verslaat Abisai Edom.
In 2 Sam. 8:13 staat dat David zich een naam maakte, toen hij terugkeerde van het verslaan van ‘Aram’ in het Zoutdal.
Het opschrift van Psalm 60 noemt Joab en Edom.
Wij volgen in elk boek de Masoretische tekst.
Edom (אֱדוֹם) ligt ten zuiden van de Zoutzee, in het huidige zuiden van Jordanië.
Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.
נְצִיבִים (netsivim), ‘bezettingen’: troepen of bestuurders die David daar neerzet.
De betekenis is niet helemaal zeker.
Het vers staat ook in 2 Sam. 8:14.
Davids bestuur
מִשְׁפָּט וּצְדָקָה (mishpat utsedaqah), ‘recht en gerechtigheid’: de twee woorden horen bij elkaar.
Vergelijk Gen. 18:19.
מַזְכִּיר (mazkir), ‘archivaris’: letterlijk ‘hij die in herinnering brengt’.
Een ambtenaar die gebeurtenissen vastlegde en de koning adviseerde.
Zeruja was de moeder van Joab en Abisai (1 Kron. 2:16).
In de Masoretische tekst van Kronieken is Abimelech de zoon van Abjatar.
In 2 Sam. 8:17 heet hij Achimelech, de zoon van Abjatar.
In 1 Sam. 22:20 is Abjatar de zoon van Achimelech.
Wij volgen in elk boek de Masoretische tekst.
De schrijver heet hier שַׁוְשָׁא (Sjavsa). In 2 Sam. 8:17 heet hij Seraja; 2 Sam. 20:25 en 1 Kon. 4:3 hebben weer andere vormen.
כְּרֵתִי וּפְלֵתִי (kereti ufeleti), ‘Kerethieten en Pelethieten’: de lijfwacht van de koning.
Hun naam wijst misschien op Kreta en de Filistijnen, maar dat is onzeker.
Zie ook 1 Sam. 30:14.
Hier staat dat de zonen van David ‘de eersten aan de zijde van de koning’ waren.
In 2 Sam. 8:18 staat: ‘waren priesters’.
Wij volgen de Masoretische tekst van elk boek.