Elohim Bijbel

Nahum 2

123

De val van Nineve

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De boodschapper op de bergen

1Zie, op de bergen de voeten van de boodschapper die vrede laat horen! Vier je feesten, Juda, los je geloften in. Want Belial zal niet meer door je heen trekken. Hij is helemaal uitgeroeid.
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
עַל
(al)
op
הֶהָרִ֜ים
(heharim)
de bergen
רַגְלֵ֤י
(raglei)
de voeten van
מְבַשֵּׂר֙
(mevaser)
de boodschapper
מַשְׁמִ֣יעַ
(mashmia)
die laat horen
שָׁל֔וֹם
(shalom)
vrede
חָגִּ֧י
(chagi)
vier
יְהוּדָ֛ה
(yehuda)
Juda
חַגַּ֖יִךְ
(chagayikh)
je feesten
שַׁלְּמִ֣י
(shalemi)
los in
נְדָרָ֑יִךְ
(nedarayikh)
je geloften
כִּי֩
(ki)
want
לֹ֨א
(lo)
niet
יוֹסִ֥יף
(yosif)
zal meer
ע֛וֹד
(od)
verder
לַֽעֲבָר
(laavar)
doortrekken
בָּ֥ךְ
(bakh)
door jou
בְּלִיַּ֖עַל
(beliyaal)
Belial
כֻּלֹּ֥ה
(kulo)
helemaal
נִכְרָֽת
(nikhrat)
is uitgeroeid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Versnummering: dit vers is in het Hebreeuws Nah. 2:1; in Nederlandse Bijbels is het Nah. 1:15.

Het Hebreeuwse Nah. 2:2–14 is in Nederlandse Bijbels Nah. 2:1–13.

Wij volgen de Hebreeuwse telling.

מְבַשֵּׂר (mevasser), ‘boodschapper’: iemand die goed nieuws brengt. Vergelijk Jes. 52:7.

בְּלִיַּעַל (Belial): zie 1:11.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is לעבור (la’avor), ‘door te trekken’.

Het voorgelezen woord (qere) is לַעֲבָר (la’avar), ‘door te gaan’.

Beide betekenen hetzelfde: ‘door je heen trekken’.

Wij volgen de qere.

De verstrooier trekt op

2De verstrooier trekt tegen je op. Bewaak de vesting, houd de weg in het oog, maak je heupen sterk en versterk je kracht met alle macht.
עָלָ֥ה
(ala)
trekt op
מֵפִ֛יץ
(mefits)
een verstrooier
עַל
(al)
tegen
פָּנַ֖יִךְ
(panayikh)
je gezicht
נָצ֣וֹר
(natsor)
bewaak
מְצֻרָ֑ה
(metsura)
de vesting
צַפֵּה
(tsape)
houd in het oog
דֶ֨רֶךְ֙
(derekh)
de weg
חַזֵּ֣ק
(chazeq)
maak sterk
מָתְנַ֔יִם
(matenayim)
de heupen
אַמֵּ֥ץ
(amets)
versterk
כֹּ֖חַ
(koach)
kracht
מְאֹֽד
(meod)
met alle macht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵפִיץ (mefits), ‘verstrooier’: iemand die uiteenslaat of verspreidt.

Wie bedoeld wordt, zegt het vers niet; het is de aanvaller van Nineve.

De aansporingen in dit vers zijn een spottende oproep aan de verdedigers van Nineve.

3Want Yahweh herstelt de trots van Jakob, zoals de trots van Israël. Want plunderaars hebben hen geplunderd en hun ranken verwoest.
כִּ֣י
(ki)
want
שָׁ֤ב
(shav)
heeft hersteld
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
גְּא֣וֹן
(geon)
de trots van
יַעֲקֹ֔ב
(yaaqov)
Jakob
כִּגְא֖וֹן
(kigon)
als de trots van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
כִּ֤י
(ki)
want
בְקָקוּם֙
(beqaqum)
hebben geplunderd
בֹּֽקְקִ֔ים
(boqeqim)
plunderaars
וּזְמֹרֵיהֶ֖ם
(uzemoreihem)
en hun ranken
שִׁחֵֽתוּ
(shichetu)
hebben verwoest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גְּאוֹן (ga’on), ‘trots’: hetzelfde woord als in ‘de trots van Jakob’ in Amos 6:8 en 8:7.

In Amos 6:8 verwerpt Yahweh die trots; hier herstelt Hij haar.

זְמֹרֵיהֶם (zemoreihem), ‘hun ranken’: de ranken van de wijnstok, een beeld voor het volk. Het vers noemt geen naam van de plunderaars.

De legers komen

4Het schild van zijn helden is rood gemaakt. De krijgslieden zijn in karmozijn gekleed. De wagens flonkeren als vuur van staal op de dag dat hij zich gereedmaakt. De lansen van cipressenhout zwaaien.
מָגֵ֨ן
(magen)
het schild van
גִּבֹּרֵ֜יהוּ
(giboreihu)
zijn helden
מְאָדָּ֗ם
(meadam)
is rood gemaakt
אַנְשֵׁי
(anshei)
de mannen van
חַ֨יִל֙
(chayil)
kracht
מְתֻלָּעִ֔ים
(metulaim)
in karmozijn gekleed
בְּאֵשׁ
(beesh)
in vuur van
פְּלָד֥וֹת
(peladot)
staal
הָרֶ֖כֶב
(harekhev)
de wagens
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
הֲכִינ֑וֹ
(hakhino)
zijn voorbereiding
וְהַבְּרֹשִׁ֖ים
(vehaberoshim)
en de cipressen
הָרְעָֽלוּ
(harealu)
zwaaien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers beschrijft de aanvallers van Nineve.

Het Hebreeuws is hier moeilijk en bevat zeldzame woorden.

פְּלָדוֹת (peladot), ‘staal’: de betekenis is onzeker. Het woord staat nergens anders; het kan ‘staal’ of ‘fakkels’ betekenen.

הַבְּרֹשִׁים (habberoshim), ‘de cipressen’: letterlijk ‘de cipressen’, bedoeld zijn waarschijnlijk lansen met een schacht van cipressenhout. Ook dat is onzeker.

הֻרְעָלוּ (hor’alu), ‘zwaaien’: het werkwoord staat nergens anders; de betekenis volgt uit het verband.

5De wagens razen door de straten en stormen over de pleinen heen en weer. Hun aanblik is als van fakkels. Als bliksems schieten ze voort.
בַּֽחוּצוֹת֙
(bachutsot)
op de straten
יִתְהוֹלְל֣וּ
(yitholelu)
razen
הָרֶ֔כֶב
(harekhev)
de wagens
יִֽשְׁתַּקְשְׁק֖וּן
(yishtaqshequn)
stormen heen en weer
בָּרְחֹב֑וֹת
(barechovot)
over de pleinen
מַרְאֵיהֶן֙
(mareihen)
hun aanblik
כַּלַּפִּידִ֔ם
(kalapidim)
als fakkels
כַּבְּרָקִ֖ים
(kaberaqim)
als bliksems
יְרוֹצֵֽצוּ
(yerotsetsu)
schieten voort
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חוּצוֹת (chutsot), ‘straten’, en רְחֹבוֹת (rechovot), ‘pleinen’: zoals in Amos 5:16.

6Hij gedenkt zijn edelen. Zij struikelen onderweg. Zij haasten zich naar haar muur, en de beschutting wordt opgesteld.
יִזְכֹּר֙
(yizkor)
hij gedenkt
אַדִּירָ֔יו
(adirav)
zijn edelen
יִכָּשְׁל֖וּ
(yikashelu)
zij struikelen
בַּהֲלִֽיכָתָ֑ם
(bahalikhatam)
onderweg
יְמַֽהֲרוּ֙
(yemaharu)
zij haasten zich
חֽוֹמָתָ֔הּ
(chomatah)
naar haar muur
וְהֻכַ֖ן
(vehukhan)
en wordt opgesteld
הַסֹּכֵֽךְ
(hasokhekh)
de beschutting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִזְכֹּר (yizkor), ‘hij gedenkt’: hij roept zijn edelen te binnen en roept hen op.

Wie ‘hij’ is, zegt het vers niet: de koning van Nineve of de aanvaller.

הַסֹּכֵךְ (hassokekh), ‘de beschutting’: een schutdak voor wie een muur bestormt. Het woord komt nergens anders voor; de betekenis is onzeker.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is בהלכותם (behalkhotam), ‘in hun gaan’.

Het voorgelezen woord (qere) is בַּהֲלִיכָתָם (bahalikhatam), ‘in hun gaan’.

Beide betekenen ‘onderweg’.

Wij volgen de qere.

De poorten gaan open

7De poorten van de rivieren gaan open, en het paleis smelt weg.
שַׁעֲרֵ֥י
(shaarei)
de poorten van
הַנְּהָר֖וֹת
(haneharot)
de rivieren
נִפְתָּ֑חוּ
(niftachu)
gaan open
וְהַֽהֵיכָ֖ל
(vehaheikhal)
en het paleis
נָמֽוֹג
(namog)
smelt weg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁעֲרֵי הַנְּהָרוֹת (sha’arei hanneharot), ‘de poorten van de rivieren’: waarschijnlijk de waterpoorten van de stad.

Het vers zegt niet hoe ze opengaan.

הַהֵיכָל (hahekhal), ‘het paleis’: het woord kan ook ‘tempel’ betekenen. Hier bedoelt de tekst waarschijnlijk het koninklijk paleis.

8Het staat vast: zij wordt in ballingschap gevoerd, zij wordt weggeleid. Haar dienaressen kreunen als duiven en slaan zich op de borst.
וְהֻצַּ֖ב
(vehutsav)
en het staat vast
גֻּלְּתָ֣ה
(guleta)
zij wordt in ballingschap gevoerd
הֹֽעֲלָ֑תָה
(hoalata)
zij wordt weggeleid
וְאַמְהֹתֶ֗יהָ
(veamhoteiha)
en haar dienaressen
מְנַֽהֲגוֹת֙
(menahagot)
kreunen
כְּק֣וֹל
(keqol)
als de stem van
יוֹנִ֔ים
(yonim)
duiven
מְתֹפְפֹ֖ת
(metofefot)
slaan
עַל
(al)
op
לִבְבֵהֶֽן
(livvehen)
hun hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וְהֻצַּב (vehuttsav), ‘het staat vast’: letterlijk ‘het is vastgesteld’.

Het woord kan ook een naam zijn, ‘Hutsav’; de tekst zegt dat niet.

Het Hebreeuws zegt ook niet wie ‘zij’ is: de stad Nineve of haar koningin.

גֻלְּתָה (gullatah), ‘zij wordt in ballingschap gevoerd’: het werkwoord kan ook ‘ontbloot worden’ betekenen. Wij houden het eerste aan, omdat ‘weggeleid’ direct volgt.

מְתֹפְפֹת (metofefot), ‘slaan’: ze slaan op hun hart (borst) als teken van rouw.

Nineve loopt leeg

9Nineve is als een waterpoel, al zolang zij bestaat. En zij vluchten. „Blijf staan! Blijf staan!” Maar niemand draait zich om.
וְנִינְוֵ֥ה
(venineve)
en Nineve
כִבְרֵֽכַת
(kivrekhat)
als een poel van
מַ֖יִם
(mayim)
water
מִ֣ימֵי
(mimei)
van de dagen van
הִ֑יא
(hi)
zij
וְהֵ֣מָּה
(vehema)
en zij
נָסִ֔ים
(nasim)
vluchten
עִמְד֥וּ
(imdu)
blijf staan
עֲמֹ֖דוּ
(amodu)
blijf staan
וְאֵ֥ין
(veein)
en niemand
מַפְנֶֽה
(mafne)
die zich omdraait
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Nineve: Nineve lag aan de Tigris, bij het huidige Mosul in Irak.

Uitleg

מִימֵי הִיא (mimei hi), ‘al zolang zij bestaat’: letterlijk ‘van haar dagen af’.

De zin is moeilijk; hij kan ook betekenen dat het water uit de stad weg stroomt.

Wij houden de woorden aan.

10Plunder het zilver! Plunder het goud! Er is geen einde aan de voorraad, aan de rijkdom van alle kostbare voorwerpen.
בֹּ֥זּוּ
(bozu)
plunder
כֶ֖סֶף
(kesef)
zilver
בֹּ֣זּוּ
(bozu)
plunder
זָהָ֑ב
(zahav)
goud
וְאֵ֥ין
(veein)
en er is geen
קֵ֨צֶה֙
(qetse)
einde
לַתְּכוּנָ֔ה
(latekhuna)
aan de voorraad
כָּבֹ֕ד
(kavod)
rijkdom
מִכֹּ֖ל
(mikol)
van alle
כְּלִ֥י
(keli)
voorwerpen van
חֶמְדָּֽה
(chemda)
kostbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּכוּנָה (tekhunah), ‘voorraad’: iets dat is opgeslagen of klaargezet.

Het woord komt weinig voor.

כָּבֵד (kaved), ‘rijkdom’: letterlijk ‘zwaar’ of ‘gewicht’; de zin zegt dat de buit zwaar is aan kostbare voorwerpen.

11Leegte, verwoesting en kaalslag! Het hart smelt, de knieën knikken en in alle heupen is pijn. Alle gezichten verbleken.
בּוּקָ֥ה
(buqa)
leegte
וּמְבוּקָ֖ה
(umevuqa)
en verwoesting
וּמְבֻלָּקָ֑ה
(umevulaqa)
en kaalslag
וְלֵ֨ב
(velev)
en het hart
נָמֵ֜ס
(names)
smelt
וּפִ֣ק
(ufiq)
en knikken
בִּרְכַּ֗יִם
(birkayim)
knieën
וְחַלְחָלָה֙
(vechalchala)
en pijn
בְּכָל
(bekhal)
in alle
מָתְנַ֔יִם
(matenayim)
heupen
וּפְנֵ֥י
(ufenei)
en de gezichten van
כֻלָּ֖ם
(kulam)
allen
קִבְּצ֥וּ
(qibetsu)
verzamelen
פָארֽוּר
(parur)
faror (verbleken)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוּקָה וּמְבוּקָה וּמְבֻלָּקָה (buqah umevuqah umevullaqah), ‘leegte, verwoesting en kaalslag’: drie woorden met hetzelfde klankspel, van het werkwoord ‘leegmaken’.

חַלְחָלָה (chalchalah), ‘pijn’: letterlijk een kronkelende pijn, zoals bij een barende vrouw.

קִבְּצוּ פָארוּר (qibtsu faror), ‘alle gezichten verbleken’: letterlijk ‘verzamelen faror’. De betekenis van het woord is onzeker. Wij vertalen als in Joël 2:6.

Het hol van de leeuwen

12Waar is het hol van de leeuwen, en de weide die voor de jonge leeuwen was? Daar liepen de leeuw en de leeuwin, het leeuwenjong, en niemand joeg hen schrik aan.
אַיֵּה֙
(aye)
waar is
מְע֣וֹן
(meon)
het hol van
אֲרָי֔וֹת
(arayot)
de leeuwen
וּמִרְעֶ֥ה
(umire)
en de weide
ה֖וּא
(hu)
die
לַכְּפִרִ֑ים
(lakefirim)
voor de jonge leeuwen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waar
הָלַךְ֩
(halakh)
liep
אַרְיֵ֨ה
(arye)
de leeuw
לָבִ֥יא
(lavi)
de leeuwin
שָׁ֛ם
(sham)
daar
גּ֥וּר
(gur)
het jong van
אַרְיֵ֖ה
(arye)
een leeuw
וְאֵ֥ין
(veein)
en niemand
מַחֲרִֽיד
(macharid)
die schrik aanjoeg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De leeuw is een beeld voor de macht en de roofzucht van Assyrië.

Het Hebreeuws gebruikt verschillende woorden: אֲרִי (ari), ‘leeuw’, כְּפִיר (kefir), ‘jonge leeuw’, לָבִיא (lavi), ‘leeuwin’, en גּוּר (gur), ‘welp’.

13De leeuw roofde genoeg voor zijn welpen en wurgde voor zijn leeuwinnen. Hij vulde zijn holen met prooi en zijn schuilplaatsen met verscheurd vlees.
אַרְיֵ֤ה
(arye)
de leeuw
טֹרֵף֙
(toref)
roofde
בְּדֵ֣י
(bedei)
genoeg voor
גֹֽרוֹתָ֔יו
(gorotav)
zijn welpen
וּמְחַנֵּ֖ק
(umechaneq)
en wurgde
לְלִבְאֹתָ֑יו
(lelivotav)
voor zijn leeuwinnen
וַיְמַלֵּא
(vaymale)
en vulde
טֶ֣רֶף
(teref)
prooi
חֹרָ֔יו
(chorav)
zijn holen
וּמְעֹֽנֹתָ֖יו
(umeonotav)
en zijn schuilplaatsen
טְרֵפָֽה
(terefa)
verscheurd vlees
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טֶרֶף (teref), ‘prooi’, en טְרֵפָה (terefah), ‘verscheurd vlees’: vergelijk Exod. 22:30.

Ik ben tegen je

14„Zie, Ik ben tegen je, godsspraak van Yahweh van de legermachten. Ik laat haar wagens in rook opgaan en het zwaard zal je jonge leeuwen verteren. Ik roei je prooi uit het land uit. De stem van je boodschappers zal niet meer gehoord worden.”
הִנְנִ֣י
(hinni)
zie Ik
אֵלַ֗יִךְ
(elayikh)
ben tegen jou
נְאֻם֙
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֔וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
וְהִבְעַרְתִּ֤י
(vehivarti)
en Ik laat in vlammen opgaan
בֶֽעָשָׁן֙
(beashan)
in rook
רִכְבָּ֔הּ
(rikhbah)
haar wagens
וּכְפִירַ֖יִךְ
(ukhefirayikh)
en je jonge leeuwen
תֹּ֣אכַל
(tokhal)
zal verteren
חָ֑רֶב
(charev)
het zwaard
וְהִכְרַתִּ֤י
(vehikhrati)
en Ik roei uit
מֵאֶ֨רֶץ֙
(meerets)
uit het land
טַרְפֵּ֔ךְ
(tarpekh)
je prooi
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִשָּׁמַ֥ע
(yishama)
zal gehoord worden
ע֖וֹד
(od)
meer
ק֥וֹל
(qol)
de stem van
מַלְאָכֵֽכֵה
(malakhekhe)
je boodschappers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: een vaste formule in de profetische boeken.

Zij geeft aan dat Yahweh zelf spreekt.

Wij zetten Zijn woorden rood.

צְבָאוֹת (Tsevaot) vertalen wij overal als ‘legermachten’, zoals in Yahweh van de legermachten (1 Sam. 1:3).

הִנְנִי אֵלַיִךְ (hineni elayikh), ‘Ik ben tegen je’: een vaste dreigzin van Yahweh. De aangesprokene is vrouwelijk: Nineve. Daarna volgt ‘haar wagens’ in de derde persoon; het Hebreeuws wisselt hier.

כְּפִירַיִךְ (kefirayikh), ‘je jonge leeuwen’: de strijders van Nineve, in het beeld van vers 12–13.

מַלְאָכֵכָה (mal’akhekhah), ‘je boodschappers’: de gezanten van Assyrië, die eisen stelden aan andere volken.