Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De boodschapper op de bergen
1Zie, op de bergen de voeten van de boodschapper die vrede laat horen! Vier je feesten, Juda, los je geloften in. Want Belial zal niet meer door je heen trekken. Hij is helemaal uitgeroeid.
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
עַל
(al)
op
הֶהָרִ֜ים
(heharim)
de bergen
רַגְלֵ֤י
(raglei)
de voeten van
מְבַשֵּׂר֙
(mevaser)
de boodschapper
מַשְׁמִ֣יעַ
(mashmia)
die laat horen
שָׁל֔וֹם
(shalom)
vrede
חָגִּ֧י
(chagi)
vier
יְהוּדָ֛ה
(yehuda)
Juda
חַגַּ֖יִךְ
(chagayikh)
je feesten
שַׁלְּמִ֣י
(shalemi)
los in
נְדָרָ֑יִךְ
(nedarayikh)
je geloften
כִּי֩
(ki)
want
לֹ֨א
(lo)
niet
יוֹסִ֥יף
(yosif)
zal meer
ע֛וֹד
(od)
verder
לַֽעֲבָר
(laavar)
doortrekken
בָּ֥ךְ
(bakh)
door jou
בְּלִיַּ֖עַל
(beliyaal)
Belial
כֻּלֹּ֥ה
(kulo)
helemaal
נִכְרָֽת
(nikhrat)
is uitgeroeid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Versnummering: dit vers is in het Hebreeuws Nah. 2:1; in Nederlandse Bijbels is het Nah. 1:15.
Het Hebreeuwse Nah. 2:2–14 is in Nederlandse Bijbels Nah. 2:1–13.
Wij volgen de Hebreeuwse telling.
מְבַשֵּׂר (mevasser), ‘boodschapper’: iemand die goed nieuws brengt. Vergelijk Jes. 52:7.
בְּלִיַּעַל (Belial): zie 1:11.
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) is לעבור (la’avor), ‘door te trekken’.
Het voorgelezen woord (qere) is לַעֲבָר (la’avar), ‘door te gaan’.
Beide betekenen hetzelfde: ‘door je heen trekken’.
4Het schild van zijn helden is rood gemaakt. De krijgslieden zijn in karmozijn gekleed. De wagens flonkeren als vuur van staal op de dag dat hij zich gereedmaakt. De lansen van cipressenhout zwaaien.
מָגֵ֨ן
(magen)
het schild van
גִּבֹּרֵ֜יהוּ
(giboreihu)
zijn helden
מְאָדָּ֗ם
(meadam)
is rood gemaakt
אַנְשֵׁי
(anshei)
de mannen van
חַ֨יִל֙
(chayil)
kracht
מְתֻלָּעִ֔ים
(metulaim)
in karmozijn gekleed
בְּאֵשׁ
(beesh)
in vuur van
פְּלָד֥וֹת
(peladot)
staal
הָרֶ֖כֶב
(harekhev)
de wagens
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
הֲכִינ֑וֹ
(hakhino)
zijn voorbereiding
וְהַבְּרֹשִׁ֖ים
(vehaberoshim)
en de cipressen
הָרְעָֽלוּ
(harealu)
zwaaien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers beschrijft de aanvallers van Nineve.
Het Hebreeuws is hier moeilijk en bevat zeldzame woorden.
פְּלָדוֹת (peladot), ‘staal’: de betekenis is onzeker. Het woord staat nergens anders; het kan ‘staal’ of ‘fakkels’ betekenen.
הַבְּרֹשִׁים (habberoshim), ‘de cipressen’: letterlijk ‘de cipressen’, bedoeld zijn waarschijnlijk lansen met een schacht van cipressenhout. Ook dat is onzeker.
הֻרְעָלוּ (hor’alu), ‘zwaaien’: het werkwoord staat nergens anders; de betekenis volgt uit het verband.
8Het staat vast: zij wordt in ballingschap gevoerd, zij wordt weggeleid. Haar dienaressen kreunen als duiven en slaan zich op de borst.
וְהֻצַּ֖ב
(vehutsav)
en het staat vast
גֻּלְּתָ֣ה
(guleta)
zij wordt in ballingschap gevoerd
הֹֽעֲלָ֑תָה
(hoalata)
zij wordt weggeleid
וְאַמְהֹתֶ֗יהָ
(veamhoteiha)
en haar dienaressen
מְנַֽהֲגוֹת֙
(menahagot)
kreunen
כְּק֣וֹל
(keqol)
als de stem van
יוֹנִ֔ים
(yonim)
duiven
מְתֹפְפֹ֖ת
(metofefot)
slaan
עַל
(al)
op
לִבְבֵהֶֽן
(livvehen)
hun hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
וְהֻצַּב (vehuttsav), ‘het staat vast’: letterlijk ‘het is vastgesteld’.
Het woord kan ook een naam zijn, ‘Hutsav’; de tekst zegt dat niet.
Het Hebreeuws zegt ook niet wie ‘zij’ is: de stad Nineve of haar koningin.
גֻלְּתָה (gullatah), ‘zij wordt in ballingschap gevoerd’: het werkwoord kan ook ‘ontbloot worden’ betekenen. Wij houden het eerste aan, omdat ‘weggeleid’ direct volgt.
מְתֹפְפֹת (metofefot), ‘slaan’: ze slaan op hun hart (borst) als teken van rouw.
11Leegte, verwoesting en kaalslag! Het hart smelt, de knieën knikken en in alle heupen is pijn. Alle gezichten verbleken.
בּוּקָ֥ה
(buqa)
leegte
וּמְבוּקָ֖ה
(umevuqa)
en verwoesting
וּמְבֻלָּקָ֑ה
(umevulaqa)
en kaalslag
וְלֵ֨ב
(velev)
en het hart
נָמֵ֜ס
(names)
smelt
וּפִ֣ק
(ufiq)
en knikken
בִּרְכַּ֗יִם
(birkayim)
knieën
וְחַלְחָלָה֙
(vechalchala)
en pijn
בְּכָל
(bekhal)
in alle
מָתְנַ֔יִם
(matenayim)
heupen
וּפְנֵ֥י
(ufenei)
en de gezichten van
כֻלָּ֖ם
(kulam)
allen
קִבְּצ֥וּ
(qibetsu)
verzamelen
פָארֽוּר
(parur)
faror (verbleken)
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בּוּקָה וּמְבוּקָה וּמְבֻלָּקָה (buqah umevuqah umevullaqah), ‘leegte, verwoesting en kaalslag’: drie woorden met hetzelfde klankspel, van het werkwoord ‘leegmaken’.
חַלְחָלָה (chalchalah), ‘pijn’: letterlijk een kronkelende pijn, zoals bij een barende vrouw.
קִבְּצוּ פָארוּר (qibtsu faror), ‘alle gezichten verbleken’: letterlijk ‘verzamelen faror’. De betekenis van het woord is onzeker. Wij vertalen als in Joël 2:6.
12Waar is het hol van de leeuwen, en de weide die voor de jonge leeuwen was? Daar liepen de leeuw en de leeuwin, het leeuwenjong, en niemand joeg hen schrik aan.
אַיֵּה֙
(aye)
waar is
מְע֣וֹן
(meon)
het hol van
אֲרָי֔וֹת
(arayot)
de leeuwen
וּמִרְעֶ֥ה
(umire)
en de weide
ה֖וּא
(hu)
die
לַכְּפִרִ֑ים
(lakefirim)
voor de jonge leeuwen
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
waar
הָלַךְ֩
(halakh)
liep
אַרְיֵ֨ה
(arye)
de leeuw
לָבִ֥יא
(lavi)
de leeuwin
שָׁ֛ם
(sham)
daar
גּ֥וּר
(gur)
het jong van
אַרְיֵ֖ה
(arye)
een leeuw
וְאֵ֥ין
(veein)
en niemand
מַחֲרִֽיד
(macharid)
die schrik aanjoeg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De leeuw is een beeld voor de macht en de roofzucht van Assyrië.
Het Hebreeuws gebruikt verschillende woorden: אֲרִי (ari), ‘leeuw’, כְּפִיר (kefir), ‘jonge leeuw’, לָבִיא (lavi), ‘leeuwin’, en גּוּר (gur), ‘welp’.
14„Zie, Ik ben tegen je, godsspraak van Yahweh van de legermachten. Ik laat haar wagens in rook opgaan en het zwaard zal je jonge leeuwen verteren. Ik roei je prooi uit het land uit. De stem van je boodschappers zal niet meer gehoord worden.”
הִנְנִ֣י
(hinni)
zie Ik
אֵלַ֗יִךְ
(elayikh)
ben tegen jou
נְאֻם֙
(neum)
godsspraak van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֔וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
וְהִבְעַרְתִּ֤י
(vehivarti)
en Ik laat in vlammen opgaan
בֶֽעָשָׁן֙
(beashan)
in rook
רִכְבָּ֔הּ
(rikhbah)
haar wagens
וּכְפִירַ֖יִךְ
(ukhefirayikh)
en je jonge leeuwen
תֹּ֣אכַל
(tokhal)
zal verteren
חָ֑רֶב
(charev)
het zwaard
וְהִכְרַתִּ֤י
(vehikhrati)
en Ik roei uit
מֵאֶ֨רֶץ֙
(meerets)
uit het land
טַרְפֵּ֔ךְ
(tarpekh)
je prooi
וְלֹֽא
(velo)
en niet
יִשָּׁמַ֥ע
(yishama)
zal gehoord worden
ע֖וֹד
(od)
meer
ק֥וֹל
(qol)
de stem van
מַלְאָכֵֽכֵה
(malakhekhe)
je boodschappers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נְאֻם יְהוָה (ne’um Yahweh), ‘godsspraak van Yahweh’: een vaste formule in de profetische boeken.
Zij geeft aan dat Yahweh zelf spreekt.
Wij zetten Zijn woorden rood.
צְבָאוֹת (Tsevaot) vertalen wij overal als ‘legermachten’, zoals in Yahweh van de legermachten (1 Sam. 1:3).
הִנְנִי אֵלַיִךְ (hineni elayikh), ‘Ik ben tegen je’: een vaste dreigzin van Yahweh. De aangesprokene is vrouwelijk: Nineve. Daarna volgt ‘haar wagens’ in de derde persoon; het Hebreeuws wisselt hier.
כְּפִירַיִךְ (kefirayikh), ‘je jonge leeuwen’: de strijders van Nineve, in het beeld van vers 12–13.
מַלְאָכֵכָה (mal’akhekhah), ‘je boodschappers’: de gezanten van Assyrië, die eisen stelden aan andere volken.