Elohim Bijbel

Genesis 11

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950

Babel en Terach

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Eén taal en één volk

1Heel de aarde had één taal en dezelfde woorden.
וַֽיְהִ֥י
(vayhi)
en was
כָל
(kal)
heel
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
שָׂפָ֣ה
(safa)
taal
אֶחָ֑ת
(echat)
één
וּדְבָרִ֖ים
(udevarim)
en woorden
אֲחָדִֽים
(achadim)
dezelfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Toen ze uit het oosten vertrokken, vonden ze een vlakte in het land Sinear. Daar gingen ze wonen.
וַֽיְהִ֖י
(vayhi)
en het was
בְּנָסְעָ֣ם
(benaseam)
bij hun optrekken
מִקֶּ֑דֶם
(miqedem)
van het oosten
וַֽיִּמְצְא֥וּ
(vayimtseu)
en ze vonden
בִקְעָ֛ה
(biqa)
vlakte
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land van
שִׁנְעָ֖ר
(shinar)
Sinear
וַיֵּ֥שְׁבוּ
(vayeshevu)
en ze woonden
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Sinear is Babylonië, het zuiden van het huidige Irak (zie 10:10).

Uitleg

מִקֶּדֶם (miqqedem) kan ‘uit het oosten’ of ‘oostwaarts’ betekenen.

3Ze zeiden tegen elkaar: „Kom, laten we stenen vormen en ze hard bakken.” Zo werd de baksteen hun steen en het asfalt hun mortel.
וַיֹּאמְר֞וּ
(vayomru)
en ze zeiden
אִ֣ישׁ
(ish)
man
אֶל
(el)
tot
רֵעֵ֗הוּ
(reehu)
zijn naaste
הָ֚בָה
(hava)
kom
נִלְבְּנָ֣ה
(nilbena)
laten we baksteen vormen
לְבֵנִ֔ים
(levenim)
bakstenen
וְנִשְׂרְפָ֖ה
(venisrefa)
en laten we branden
לִשְׂרֵפָ֑ה
(lisrefa)
tot branding
וַתְּהִ֨י
(vatehi)
en werd
לָהֶ֤ם
(lahem)
voor hen
הַלְּבֵנָה֙
(halevena)
de baksteen
לְאָ֔בֶן
(leaven)
tot steen
וְהַ֣חֵמָ֔ר
(vehachemar)
en het asfalt
הָיָ֥ה
(haya)
was
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
לַחֹֽמֶר
(lachomer)
tot mortel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַחֵמָר (hachemar) is ‘het asfalt’ (bitumen).

In Mesopotamië bouwde men met gebakken stenen en asfalt; in Kanaän met natuursteen en kalkmortel.

4Ze zeiden: „Kom, laten we een stad bouwen en een toren met zijn top in de hemel. Laten we ons een naam maken, anders worden we verspreid over heel de aarde.”
וַיֹּאמְר֞וּ
(vayomru)
en ze zeiden
הָ֣בָה
(hava)
kom
נִבְנֶה
(nivne)
laten we bouwen
לָּ֣נוּ
(lanu)
voor ons
עִ֗יר
(ir)
stad
וּמִגְדָּל֙
(umigdal)
en toren
וְרֹאשׁ֣וֹ
(verosho)
en zijn top
בַשָּׁמַ֔יִם
(bashamayim)
in de hemel
וְנַֽעֲשֶׂה
(venaase)
en laten we maken
לָּ֖נוּ
(lanu)
voor ons
שֵׁ֑ם
(shem)
naam
פֶּן
(pen)
opdat niet
נָפ֖וּץ
(nafuts)
we verspreid worden
עַל
(al)
over
פְּנֵ֥י
(penei)
oppervlak van
כָל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Yahweh had in 9:1 gezegd: ‘vul de aarde’.

De mensen willen hier juist bij elkaar blijven.

שֵׁם (shem), ‘naam’, is hetzelfde woord als de naam van Sem.

Yahweh daalt af

5Yahweh daalde af om de stad en de toren te zien die de zonen van de mens bouwden.
וַיֵּ֣רֶד
(vayered)
en daalde af
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
לִרְאֹ֥ת
(lirot)
om te zien
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
הָעִ֖יר
(hair)
de stad
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הַמִּגְדָּ֑ל
(hamigdal)
de toren
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
בָּנ֖וּ
(banu)
bouwden
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
הָאָדָֽם
(haadam)
de mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hoog in de hemel willen de mensen reiken, maar Yahweh moet afdalen om te zien wat ze gebouwd hebben.

בְּנֵי הָאָדָם (bene ha-adam), ‘zonen van de mens’, is ‘mensen’ in het algemeen.

Met lidwoord, dus geen eigennaam.

6Yahweh zei: „Zie, één volk met één taal voor hen allen. En dit is pas het begin van wat ze doen. Nu zal niets voor hen onmogelijk zijn van wat ze zich voornemen te doen.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הֵ֣ן
(hen)
zie
עַ֤ם
(am)
volk
אֶחָד֙
(echad)
één
וְשָׂפָ֤ה
(vesafa)
en taal
אַחַת֙
(achat)
één
לְכֻלָּ֔ם
(lekhulam)
voor hen allen
וְזֶ֖ה
(veze)
en dit
הַחִלָּ֣ם
(hachilam)
hun beginnen
לַעֲשׂ֑וֹת
(laasot)
om te doen
וְעַתָּה֙
(veata)
en nu
לֹֽא
(lo)
niet
יִבָּצֵ֣ר
(yibatser)
zal onmogelijk zijn
מֵהֶ֔ם
(mehem)
voor hen
כֹּ֛ל
(kol)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
יָזְמ֖וּ
(yazemu)
ze zich voornemen
לַֽעֲשֽׂוֹת
(laasot)
om te doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Kom, laten Wij afdalen en daar hun taal verwarren, zodat ze elkaars taal niet meer verstaan.”
הָ֚בָה
(hava)
kom
נֵֽרְדָ֔ה
(nereda)
laten Wij afdalen
וְנָבְלָ֥ה
(venavela)
en laten Wij verwarren
שָׁ֖ם
(sham)
daar
שְׂפָתָ֑ם
(sefatam)
hun taal
אֲשֶׁר֙
(asher)
zodat
לֹ֣א
(lo)
niet
יִשְׁמְע֔וּ
(yishmeu)
ze zullen horen
אִ֖ישׁ
(ish)
man
שְׂפַ֥ת
(sefat)
taal van
רֵעֵֽהוּ
(reehu)
zijn naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Laten wij’ klinkt zoals in 1:26 en 3:22: Elohim spreekt in het meervoud.

Aanvullend

Jubileeën 10:22–23 laat Yahweh zeggen dat het volk één is en vertelt dat Hij neerdaalde, en dat de engelen met Hem neerdaalden; Jasher 9:32 noemt zeventig engelen.

8Yahweh verspreidde hen vandaar over heel de aarde, en ze hielden op met het bouwen van de stad.
וַיָּ֨פֶץ
(vayafets)
en verspreidde
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֹתָ֛ם
(otam)
hen
מִשָּׁ֖ם
(misham)
vandaar
עַל
(al)
over
פְּנֵ֣י
(penei)
oppervlak van
כָל
(kal)
heel
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
וַֽיַּחְדְּל֖וּ
(vayachdelu)
en ze hielden op
לִבְנֹ֥ת
(livnot)
om te bouwen
הָעִֽיר
(hair)
de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Daarom noemde men haar naam Babel. Want daar verwarde Yahweh de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde Yahweh hen over heel de aarde.
עַל
(al)
op
כֵּ֞ן
(ken)
zo
קָרָ֤א
(qara)
men noemde
שְׁמָהּ֙
(shemah)
haar naam
בָּבֶ֔ל
(bavel)
Babel
כִּי
(ki)
want
שָׁ֛ם
(sham)
daar
בָּלַ֥ל
(balal)
verwarde
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
שְׂפַ֣ת
(sefat)
taal van
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
וּמִשָּׁם֙
(umisham)
en vandaar
הֱפִיצָ֣ם
(hefitsam)
verspreidde hen
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
עַל
(al)
over
פְּנֵ֖י
(penei)
oppervlak van
כָּל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Babel ligt in het huidige Irak (zie 10:10).

Uitleg

בָּבֶל (Bavel; in de tekst: Babel), ‘Babel’, klinkt als בָּלַל (balal), ‘verwarren’.

In het Akkadisch betekent Babel ‘poort van god’.

Het Hebreeuws zegt ‘hij noemde’; ‘men noemde’ is een vrije weergave van die onbepaalde vorm.

Van Sem tot Terach

10Dit is de geschiedenis van Sem. Sem was 100 jaar oud toen hij de vader van Arpachsad werd, twee jaar na de vloed.
אֵ֚לֶּה
(ele)
dezen
תּוֹלְדֹ֣ת
(toledot)
geschiedenis van
שֵׁ֔ם
(shem)
Sem
שֵׁ֚ם
(shem)
Sem
בֶּן
(ben)
zoon van
מְאַ֣ת
(meat)
honderd
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַרְפַּכְשָׁ֑ד
(arpakhshad)
Arpachsad
שְׁנָתַ֖יִם
(shenatayim)
twee jaar
אַחַ֥ר
(achar)
na
הַמַּבּֽוּל
(hamabul)
de vloed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Septuaginta en de Samaritaanse Pentateuch geven andere getallen dan de Hebreeuwse tekst.

De Hebreeuwse tekst heeft hier nog geen totaal van de levensjaren, zoals in hoofdstuk 5.

11Na de geboorte van Arpachsad leefde Sem nog 500 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
שֵׁ֗ם
(shem)
Sem
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַרְפַּכְשָׁ֔ד
(arpakhshad)
Arpachsad
חֲמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Arpachsad leefde 35 jaar en werd de vader van Selach.
וְאַרְפַּכְשַׁ֣ד
(vearpakhshad)
en Arpachsad
חַ֔י
(chay)
leefde
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שָֽׁלַח
(shalach)
Selach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De Septuaginta voegt hier tussen Arpachsad en Selach een Kainan toe, die ook in Lukas 3:36 staat.

De Hebreeuwse tekst heeft hem niet.

Aanvullend

Jubileeën 8:1–4 noemt hem Kainam, de zoon van Arpachsad.

13Na de geboorte van Selach leefde Arpachsad nog 403 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִ֣י
(vaychi)
en leefde
אַרְפַּכְשַׁ֗ד
(arpakhshad)
Arpachsad
אַֽחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שֶׁ֔לַח
(shelach)
Selach
שָׁלֹ֣שׁ
(shalosh)
drie
שָׁנִ֔ים
(shanim)
jaar
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJub 8:1
14Selach leefde 30 jaar en werd de vader van Eber.
וְשֶׁ֥לַח
(veshelach)
en Selach
חַ֖י
(chay)
leefde
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
עֵֽבֶר
(ever)
Eber
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Na de geboorte van Eber leefde Selach nog 403 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
שֶׁ֗לַח
(shelach)
Selach
אַחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
עֵ֔בֶר
(ever)
Eber
שָׁלֹ֣שׁ
(shalosh)
drie
שָׁנִ֔ים
(shanim)
jaar
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJub 8:7
16Eber leefde 34 jaar en werd de vader van Peleg.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
עֵ֕בֶר
(ever)
Eber
אַרְבַּ֥ע
(arba)
vier
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
פָּֽלֶג
(paleg)
Peleg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Na de geboorte van Peleg leefde Eber nog 430 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
עֵ֗בֶר
(ever)
Eber
אַחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
פֶּ֔לֶג
(peleg)
Peleg
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
שָׁנָ֔ה
(shana)
jaar
וְאַרְבַּ֥ע
(vearba)
en vier
מֵא֖וֹת
(meot)
honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Peleg leefde 30 jaar en werd de vader van Reü.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
פֶ֖לֶג
(peleg)
Peleg
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
רְעֽוּ
(reu)
Reü
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Na de geboorte van Reü leefde Peleg nog 209 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
פֶ֗לֶג
(peleg)
Peleg
אַחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
רְע֔וּ
(reu)
Reü
תֵּ֥שַׁע
(tesha)
negen
שָׁנִ֖ים
(shanim)
jaar
וּמָאתַ֣יִם
(umatayim)
en tweehonderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Reü leefde 32 jaar en werd de vader van Serug.
וַיְחִ֣י
(vaychi)
en leefde
רְע֔וּ
(reu)
Reü
שְׁתַּ֥יִם
(shetayim)
twee
וּשְׁלֹשִׁ֖ים
(usheloshim)
en dertig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שְׂרֽוּג
(serug)
Serug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Na de geboorte van Serug leefde Reü nog 207 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַיְחִ֣י
(vaychi)
en leefde
רְע֗וּ
(reu)
Reü
אַחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
שְׂר֔וּג
(serug)
Serug
שֶׁ֥בַע
(sheva)
zeven
שָׁנִ֖ים
(shanim)
jaar
וּמָאתַ֣יִם
(umatayim)
en tweehonderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJub 11:1
22Serug leefde 30 jaar en werd de vader van Nachor.
וַיְחִ֥י
(vaychi)
en leefde
שְׂר֖וּג
(serug)
Serug
שְׁלֹשִׁ֣ים
(sheloshim)
dertig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נָחֽוֹר
(nachor)
Nachor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
23Na de geboorte van Nachor leefde Serug nog 200 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַיְחִ֣י
(vaychi)
en leefde
שְׂר֗וּג
(serug)
Serug
אַחֲרֵ֛י
(acharei)
na
הוֹלִיד֥וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נָח֖וֹר
(nachor)
Nachor
מָאתַ֣יִם
(matayim)
tweehonderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJub 11:1
24Nachor leefde 29 jaar en werd de vader van Terach.
וַיְחִ֣י
(vaychi)
en leefde
נָח֔וֹר
(nachor)
Nachor
תֵּ֥שַׁע
(tesha)
negen
וְעֶשְׂרִ֖ים
(veesrim)
en twintig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֖וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
תָּֽרַח
(tarach)
Terach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Na de geboorte van Terach leefde Nachor nog 119 jaar. Hij kreeg zonen en dochters.
וַיְחִ֣י
(vaychi)
en leefde
נָח֗וֹר
(nachor)
Nachor
אַחֲרֵי֙
(acharei)
na
הוֹלִיד֣וֹ
(holido)
zijn verwekken van
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
תֶּ֔רַח
(terach)
Terach
תְּשַֽׁע
(tesha)
negen
עֶשְׂרֵ֥ה
(esre)
tien
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
וּמְאַ֣ת
(umeat)
en honderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֥וֹלֶד
(vayoled)
en verwekte
בָּנִ֖ים
(banim)
zonen
וּבָנֽוֹת
(uvanot)
en dochters
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookJub 11:8
26Terach leefde 70 jaar en werd de vader van Abram, Nachor en Haran.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
תֶ֖רַח
(terach)
Terach
שִׁבְעִ֣ים
(shivim)
zeventig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֨וֹלֶד֙
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַבְרָ֔ם
(avram)
Abram
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נָח֖וֹר
(nachor)
Nachor
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הָרָֽן
(haran)
Haran
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַבְרָם (Avram; in de tekst: Abram) betekent ‘verheven vader’.

In 17:5 verandert Elohim zijn naam in Abraham.

De volgorde Abram, Nachor, Haran zegt niet dat Abram de oudste is.

Aanvullend

Jasher 7:51 zegt dat Terach zeventig jaar was bij de geboorte van Abram en noemt hem Abram omdat de koning hem had verheven; volgens Jasher 7:22 waren Haran en Nachor geboren toen Terach achtendertig was.

De familie van Terach

27Dit is de geschiedenis van Terach. Terach werd de vader van Abram, Nachor en Haran. Haran werd de vader van Lot.
וְאֵ֨לֶּה֙
(veele)
en dezen
תּוֹלְדֹ֣ת
(toledot)
geschiedenis van
תֶּ֔רַח
(terach)
Terach
תֶּ֚רַח
(terach)
Terach
הוֹלִ֣יד
(holid)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַבְרָ֔ם
(avram)
Abram
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נָח֖וֹר
(nachor)
Nachor
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הָרָ֑ן
(haran)
Haran
וְהָרָ֖ן
(veharan)
en Haran
הוֹלִ֥יד
(holid)
verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
לֽוֹט
(lot)
Lot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28Haran stierf nog tijdens het leven van zijn vader Terach, in het land van zijn geboorte, in Ur van de Chaldeeën.
וַיָּ֣מָת
(vayamat)
en stierf
הָרָ֔ן
(haran)
Haran
עַל
(al)
op
פְּנֵ֖י
(penei)
aangezicht van
תֶּ֣רַח
(terach)
Terach
אָבִ֑יו
(aviv)
zijn vader
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land van
מוֹלַדְתּ֖וֹ
(moladto)
zijn geboorte
בְּא֥וּר
(beur)
in Ur van
כַּשְׂדִּֽים
(kasdim)
de Chaldeeën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Ur ligt in het zuiden van het huidige Irak (Tell el-Muqayyar).

Uitleg

Het Hebreeuws zegt עַל פְּנֵי (al penei), ‘voor het aangezicht van’ zijn vader: dus tijdens het leven van Terach.

Chaldeeën is de naam van het volk dat later in Babylonië woonde.

Aanvullend

Jubileeën 12:12–14 vertelt dat Haran omkwam in het vuur toen hij de afgodsbeelden wilde redden.

Jasher 12:21–26 vertelt dat Haran stierf toen hij in het vuur werd geworpen.

Jasher 35:7 zegt dat Nimrod Abraham in het vuur wierp en dat Elohim hem daaruit redde.

29Abram en Nachor namen zich vrouwen. De vrouw van Abram heette Sarai. De vrouw van Nachor heette Milka, de dochter van Haran, die de vader was van Milka en van Jiska.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
אַבְרָ֧ם
(avram)
Abram
וְנָח֛וֹר
(venachor)
en Nachor
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor zich
נָשִׁ֑ים
(nashim)
vrouwen
שֵׁ֤ם
(shem)
naam van
אֵֽשֶׁת
(eshet)
vrouw van
אַבְרָם֙
(avram)
Abram
שָׂרָ֔י
(saray)
Sarai
וְשֵׁ֤ם
(veshem)
en naam van
אֵֽשֶׁת
(eshet)
vrouw van
נָחוֹר֙
(nachor)
Nachor
מִלְכָּ֔ה
(milka)
Milka
בַּת
(bat)
dochter van
הָרָ֥ן
(haran)
Haran
אֲבִֽי
(avi)
vader van
מִלְכָּ֖ה
(milka)
Milka
וַֽאֲבִ֥י
(vaavi)
en vader van
יִסְכָּֽה
(yiska)
Jiska
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Sommige oude uitleggers zien in Jiska een andere naam voor Sarai.

De tekst zegt dat niet.

Aanvullend

Jubileeën 12:9 noemt Sarai ‘de dochter van zijn vader’: een halfzus, zoals Abram zelf zegt in Gen. 20:12.

30Sarai was onvruchtbaar; ze had geen kind.
וַתְּהִ֥י
(vatehi)
en was
שָׂרַ֖י
(saray)
Sarai
עֲקָרָ֑ה
(aqara)
onvruchtbaar
אֵ֥ין
(ein)
er is niet
לָ֖הּ
(lah)
voor haar
וָלָֽד
(valad)
kind
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31Terach nam zijn zoon Abram, zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, de vrouw van zijn zoon Abram. Samen vertrokken ze uit Ur van de Chaldeeën om naar het land Kanaän te gaan. Ze kwamen tot Charan en gingen daar wonen.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
תֶּ֜רַח
(terach)
Terach
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַבְרָ֣ם
(avram)
Abram
בְּנ֗וֹ
(beno)
zijn zoon
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
ל֤וֹט
(lot)
Lot
בֶּן
(ben)
zoon van
הָרָן֙
(haran)
Haran
בֶּן
(ben)
zoon van
בְּנ֔וֹ
(beno)
zijn zoon
וְאֵת֙
(veet)
en (lijdend voorwerp)
שָׂרַ֣י
(saray)
Sarai
כַּלָּת֔וֹ
(kalato)
zijn schoondochter
אֵ֖שֶׁת
(eshet)
vrouw van
אַבְרָ֣ם
(avram)
Abram
בְּנ֑וֹ
(beno)
zijn zoon
וַיֵּצְא֨וּ
(vayetseu)
en ze gingen uit
אִתָּ֜ם
(itam)
met hen
מֵא֣וּר
(meur)
uit Ur van
כַּשְׂדִּ֗ים
(kasdim)
de Chaldeeën
לָלֶ֨כֶת֙
(lalekhet)
om te gaan
אַ֣רְצָה
(artsa)
naar het land
כְּנַ֔עַן
(kenaan)
Kanaän
וַיָּבֹ֥אוּ
(vayavou)
en ze kwamen
עַד
(ad)
tot
חָרָ֖ן
(charan)
Charan
וַיֵּ֥שְׁבוּ
(vayeshevu)
en ze woonden
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Charan (חָרָן) is de stad bij het huidige Harran in het zuidoosten van Turkije.

Uitleg

Haran (הָרָן) is de naam van de man, in het Hebreeuws met een andere eerste letter.

32De dagen van Terach waren 205 jaar. Terach stierf in Charan.
וַיִּהְי֣וּ
(vayihyu)
en waren
יְמֵי
(yemei)
dagen van
תֶ֔רַח
(terach)
Terach
חָמֵ֥שׁ
(chamesh)
vijf
שָׁנִ֖ים
(shanim)
jaar
וּמָאתַ֣יִם
(umatayim)
en tweehonderd
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיָּ֥מָת
(vayamat)
en stierf
תֶּ֖רַח
(terach)
Terach
בְּחָרָֽן
(becharan)
in Charan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Charan: Charan (Harran) lag in het zuiden van het huidige Turkije, bij de grens met Syrië, in het noorden van Mesopotamië.

Uitleg

In de Hebreeuwse tekst zijn het 205 jaar.

De Samaritaanse Pentateuch heeft 145.

Dat past bij Handelingen 7:4, waar Abram na de dood van zijn vader uit Charan vertrekt (zie 12:4: Abram is dan 75).