Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Eén taal en één volk
1Heel de aarde had één taal en dezelfde woorden.
וַֽיְהִ֥י
(vayhi)
en was
כָל
(kal)
heel
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
שָׂפָ֣ה
(safa)
taal
אֶחָ֑ת
(echat)
één
וּדְבָרִ֖ים
(udevarim)
en woorden
אֲחָדִֽים
(achadim)
dezelfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Ze zeiden: „Kom, laten we een stad bouwen en een toren met zijn top in de hemel. Laten we ons een naam maken, anders worden we verspreid over heel de aarde.”
וַיֹּאמְר֞וּ
(vayomru)
en ze zeiden
הָ֣בָה
(hava)
kom
נִבְנֶה
(nivne)
laten we bouwen
לָּ֣נוּ
(lanu)
voor ons
עִ֗יר
(ir)
stad
וּמִגְדָּל֙
(umigdal)
en toren
וְרֹאשׁ֣וֹ
(verosho)
en zijn top
בַשָּׁמַ֔יִם
(bashamayim)
in de hemel
וְנַֽעֲשֶׂה
(venaase)
en laten we maken
לָּ֖נוּ
(lanu)
voor ons
שֵׁ֑ם
(shem)
naam
פֶּן
(pen)
opdat niet
נָפ֖וּץ
(nafuts)
we verspreid worden
עַל
(al)
over
פְּנֵ֥י
(penei)
oppervlak van
כָל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Yahweh had in 9:1 gezegd: ‘vul de aarde’.
De mensen willen hier juist bij elkaar blijven.
שֵׁם (shem), ‘naam’, is hetzelfde woord als de naam van Sem.
6Yahweh zei: „Zie, één volk met één taal voor hen allen. En dit is pas het begin van wat ze doen. Nu zal niets voor hen onmogelijk zijn van wat ze zich voornemen te doen.
וַיֹּ֣אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הֵ֣ן
(hen)
zie
עַ֤ם
(am)
volk
אֶחָד֙
(echad)
één
וְשָׂפָ֤ה
(vesafa)
en taal
אַחַת֙
(achat)
één
לְכֻלָּ֔ם
(lekhulam)
voor hen allen
וְזֶ֖ה
(veze)
en dit
הַחִלָּ֣ם
(hachilam)
hun beginnen
לַעֲשׂ֑וֹת
(laasot)
om te doen
וְעַתָּה֙
(veata)
en nu
לֹֽא
(lo)
niet
יִבָּצֵ֣ר
(yibatser)
zal onmogelijk zijn
מֵהֶ֔ם
(mehem)
voor hen
כֹּ֛ל
(kol)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
יָזְמ֖וּ
(yazemu)
ze zich voornemen
לַֽעֲשֽׂוֹת
(laasot)
om te doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Kom, laten Wij afdalen en daar hun taal verwarren, zodat ze elkaars taal niet meer verstaan.”
הָ֚בָה
(hava)
kom
נֵֽרְדָ֔ה
(nereda)
laten Wij afdalen
וְנָבְלָ֥ה
(venavela)
en laten Wij verwarren
שָׁ֖ם
(sham)
daar
שְׂפָתָ֑ם
(sefatam)
hun taal
אֲשֶׁר֙
(asher)
zodat
לֹ֣א
(lo)
niet
יִשְׁמְע֔וּ
(yishmeu)
ze zullen horen
אִ֖ישׁ
(ish)
man
שְׂפַ֥ת
(sefat)
taal van
רֵעֵֽהוּ
(reehu)
zijn naaste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘Laten wij’ klinkt zoals in 1:26 en 3:22: Elohim spreekt in het meervoud.
Aanvullend
Jubileeën 10:22–23 laat Yahweh zeggen dat het volk één is en vertelt dat Hij neerdaalde, en dat de engelen met Hem neerdaalden; Jasher 9:32 noemt zeventig engelen.
26Terach leefde 70 jaar en werd de vader van Abram, Nachor en Haran.
וַֽיְחִי
(vaychi)
en leefde
תֶ֖רַח
(terach)
Terach
שִׁבְעִ֣ים
(shivim)
zeventig
שָׁנָ֑ה
(shana)
jaar
וַיּ֨וֹלֶד֙
(vayoled)
en verwekte
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַבְרָ֔ם
(avram)
Abram
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
נָח֖וֹר
(nachor)
Nachor
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
הָרָֽן
(haran)
Haran
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַבְרָם (Avram; in de tekst: Abram) betekent ‘verheven vader’.
In 17:5 verandert Elohim zijn naam in Abraham.
De volgorde Abram, Nachor, Haran zegt niet dat Abram de oudste is.
Aanvullend
Jasher 7:51 zegt dat Terach zeventig jaar was bij de geboorte van Abram en noemt hem Abram omdat de koning hem had verheven; volgens Jasher 7:22 waren Haran en Nachor geboren toen Terach achtendertig was.
29Abram en Nachor namen zich vrouwen. De vrouw van Abram heette Sarai. De vrouw van Nachor heette Milka, de dochter van Haran, die de vader was van Milka en van Jiska.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
אַבְרָ֧ם
(avram)
Abram
וְנָח֛וֹר
(venachor)
en Nachor
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor zich
נָשִׁ֑ים
(nashim)
vrouwen
שֵׁ֤ם
(shem)
naam van
אֵֽשֶׁת
(eshet)
vrouw van
אַבְרָם֙
(avram)
Abram
שָׂרָ֔י
(saray)
Sarai
וְשֵׁ֤ם
(veshem)
en naam van
אֵֽשֶׁת
(eshet)
vrouw van
נָחוֹר֙
(nachor)
Nachor
מִלְכָּ֔ה
(milka)
Milka
בַּת
(bat)
dochter van
הָרָ֥ן
(haran)
Haran
אֲבִֽי
(avi)
vader van
מִלְכָּ֖ה
(milka)
Milka
וַֽאֲבִ֥י
(vaavi)
en vader van
יִסְכָּֽה
(yiska)
Jiska
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Sommige oude uitleggers zien in Jiska een andere naam voor Sarai.
De tekst zegt dat niet.
Aanvullend
Jubileeën 12:9 noemt Sarai ‘de dochter van zijn vader’: een halfzus, zoals Abram zelf zegt in Gen. 20:12.
31Terach nam zijn zoon Abram, zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, de vrouw van zijn zoon Abram. Samen vertrokken ze uit Ur van de Chaldeeën om naar het land Kanaän te gaan. Ze kwamen tot Charan en gingen daar wonen.
וַיִּקַּ֨ח
(vayiqach)
en nam
תֶּ֜רַח
(terach)
Terach
אֶת
(et)
(lijdend voorwerp)
אַבְרָ֣ם
(avram)
Abram
בְּנ֗וֹ
(beno)
zijn zoon
וְאֶת
(veet)
en (lijdend voorwerp)
ל֤וֹט
(lot)
Lot
בֶּן
(ben)
zoon van
הָרָן֙
(haran)
Haran
בֶּן
(ben)
zoon van
בְּנ֔וֹ
(beno)
zijn zoon
וְאֵת֙
(veet)
en (lijdend voorwerp)
שָׂרַ֣י
(saray)
Sarai
כַּלָּת֔וֹ
(kalato)
zijn schoondochter
אֵ֖שֶׁת
(eshet)
vrouw van
אַבְרָ֣ם
(avram)
Abram
בְּנ֑וֹ
(beno)
zijn zoon
וַיֵּצְא֨וּ
(vayetseu)
en ze gingen uit
אִתָּ֜ם
(itam)
met hen
מֵא֣וּר
(meur)
uit Ur van
כַּשְׂדִּ֗ים
(kasdim)
de Chaldeeën
לָלֶ֨כֶת֙
(lalekhet)
om te gaan
אַ֣רְצָה
(artsa)
naar het land
כְּנַ֔עַן
(kenaan)
Kanaän
וַיָּבֹ֥אוּ
(vayavou)
en ze kwamen
עַד
(ad)
tot
חָרָ֖ן
(charan)
Charan
וַיֵּ֥שְׁבוּ
(vayeshevu)
en ze woonden
שָֽׁם
(sham)
daar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Charan (חָרָן) is de stad bij het huidige Harran in het zuidoosten van Turkije.
Uitleg
Haran (הָרָן) is de naam van de man, in het Hebreeuws met een andere eerste letter.