Elohim Bijbel

Spreuken 26

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Over dwazen, luiaards en twistzoekers

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Zoals sneeuw in de zomer en zoals regen in de oogst, zo past eer niet bij een dwaas.
כַּשֶּׁ֤לֶג
(kasheleg)
zoals sneeuw
בַּקַּ֗יִץ
(baqayits)
in de zomer
וְכַמָּטָ֥ר
(vekhamatar)
en zoals regen
בַּקָּצִ֑יר
(baqatsir)
in de oogst
כֵּ֤ן
(ken)
zo
לֹא
(lo)
niet
נָאוֶ֖ה
(nave)
past
לִכְסִ֣יל
(likhsil)
bij een dwaas
כָּבֽוֹד
(kavod)
eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’: wie weigert te leren.

Het woord staat in dit hoofdstuk steeds als ‘dwaas’.

אֱוִיל (evil) is ‘zot’ (zie Spr. 27:3 en 27:22).

כָּבוֹד (kavod), hier ‘eer’ (bij een persoon).

2Zoals een mus rondzwerft en zoals een zwaluw rondvliegt, zo komt een vloek zonder reden bij hem.
כַּצִּפּ֣וֹר
(katsipor)
zoals een mus
לָ֭נוּד
(lanud)
om rond te zwerven
כַּדְּר֣וֹר
(kaderor)
zoals een zwaluw
לָע֑וּף
(lauf)
om te vliegen
כֵּ֥ן
(ken)
zo
קִֽלְלַ֥ת
(qillat)
vloek van
חִ֝נָּ֗ם
(chinam)
zonder reden
ל֣וֹ
(lo)
bij hem
תָבֹֽא
(tavo)
komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De ketiv (geschreven tekst) heeft לֹא (lo), ‘niet’: ‘zo komt een vloek zonder reden niet’.

De qere (voorgelezen tekst) heeft לוֹ (lo), ‘bij hem’.

Wij volgen de qere.

Met de ketiv betekent het vers dat een onverdiende vloek niet aankomt, zoals een vogel niet neerstrijkt.

3Een zweep voor het paard, een bit voor de ezel, en een stok voor de rug van dwazen.
שׁ֣וֹט
(shot)
zweep
לַ֭סּוּס
(lasus)
voor het paard
מֶ֣תֶג
(meteg)
bit
לַחֲמ֑וֹר
(lachamor)
voor de ezel
וְ֝שֵׁ֗בֶט
(veshevet)
en stok
לְגֵ֣ו
(legev)
voor de rug van
כְּסִילִֽים
(kesilim)
dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Antwoord een dwaas niet naar zijn zotheid, anders word je zelf ook aan hem gelijk.
אַל
(al)
niet
תַּ֣עַן
(taan)
antwoord
כְּ֭סִיל
(kesil)
een dwaas
כְּאִוַּלְתּ֑וֹ
(keivalto)
naar zijn zotheid
פֶּֽן
(pen)
anders
תִּשְׁוֶה
(tishve)
word je gelijk
לּ֥וֹ
(lo)
aan hem
גַם
(gam)
ook
אָֽתָּה
(ata)
jij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אִוֶּלֶת (ivvelet), ‘zotheid’: verwant aan אֱוִיל (evil), ‘zot’; hier wordt ze toegeschreven aan de כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’.

De verzen 4 en 5 staan direct achter elkaar, met dezelfde woorden en tegengestelde raad.

Wij vertalen beide letterlijk.

5Antwoord een dwaas naar zijn zotheid, anders wordt hij wijs in zijn eigen ogen.
עֲנֵ֣ה
(ane)
antwoord
כְ֭סִיל
(kesil)
een dwaas
כְּאִוַּלְתּ֑וֹ
(keivalto)
naar zijn zotheid
פֶּן
(pen)
anders
יִהְיֶ֖ה
(yihye)
wordt
חָכָ֣ם
(chakham)
wijs
בְּעֵינָֽיו
(beeinav)
in zijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Voeten afhakken, geweld drinken: zo is wie boodschappen stuurt door de hand van een dwaas.
מְקַצֶּ֣ה
(meqatse)
wie afhakt
רַ֭גְלַיִם
(raglayim)
voeten
חָמָ֣ס
(chamas)
geweld
שֹׁתֶ֑ה
(shote)
drinkt
שֹׁלֵ֖חַ
(sholeach)
wie stuurt
דְּבָרִ֣ים
(devarim)
woorden
בְּיַד
(beyad)
door de hand van
כְּסִֽיל
(kesil)
een dwaas
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Beide beelden (‘voeten afhakken’, ‘geweld drinken’) betekenen dat wie een dwaas als bode kiest, zichzelf schade toebrengt.

7De benen van een kreupele hangen slap, en zo is een spreuk in de mond van dwazen.
דַּלְי֣וּ
(dalyu)
hangen slap
שֹׁ֭קַיִם
(shoqayim)
benen
מִפִּסֵּ֑חַ
(mipiseach)
van de kreupele
וּ֝מָשָׁ֗ל
(umashal)
en een spreuk
בְּפִ֣י
(befi)
in de mond van
כְסִילִֽים
(kesilim)
dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דַּלְיוּ (dalyu), ‘hangen slap’: letterlijk ‘zijn opgehaald’ of ‘bungelen’.

De betekenis is onzeker.

מָשָׁל (mashal), ‘spreuk’: een gezegde of vergelijking.

Vergelijk vers 9.

8Als een steen, vastgebonden in een slinger, zo is wie een dwaas eer geeft.
כִּצְר֣וֹר
(kitsror)
als een bundel
אֶ֭בֶן
(even)
steen
בְּמַרְגֵּמָ֑ה
(bemargema)
in een slinger
כֵּן
(ken)
zo
נוֹתֵ֖ן
(noten)
wie geeft
לִכְסִ֣יל
(likhsil)
aan een dwaas
כָּבֽוֹד
(kavod)
eer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּמַרְגֵּמָה (bemargemah), ‘in een slinger’: het woord komt alleen hier voor.

Het kan ook ‘op een steenhoop’ betekenen.

Dan is het beeld: een bundel edelstenen op een stapel stenen, of een steen die in een slinger wordt vastgebonden en zo niet kan vliegen.

De betekenis is onzeker.

9Een doorn die in de hand van een dronkaard dringt, en zo is een spreuk in de mond van dwazen.
ח֭וֹחַ
(choach)
doorn
עָלָ֣ה
(ala)
steekt omhoog
בְיַד
(beyad)
in de hand van
שִׁכּ֑וֹר
(shikor)
een dronkaard
וּ֝מָשָׁ֗ל
(umashal)
en een spreuk
בְּפִ֣י
(befi)
in de mond van
כְסִילִֽים
(kesilim)
dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookSpr 23:35
10Een boogschutter die alles verwondt: zo is wie een dwaas inhuurt en wie voorbijgangers inhuurt.
רַ֥ב
(rav)
een boogschutter
מְחֽוֹלֵֽל
(mecholel)
die verwondt
כֹּ֑ל
(kol)
alles
וְשֹׂכֵ֥ר
(vesokher)
en wie inhuurt
כְּ֝סִ֗יל
(kesil)
een dwaas
וְשֹׂכֵ֥ר
(vesokher)
en wie inhuurt
עֹבְרִֽים
(overim)
voorbijgangers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is moeilijk.

רַב (rav) kan ‘boogschutter’, ‘meester’ of ‘veel’ betekenen; מְחוֹלֵל (mecholel) kan ‘verwondt’ of ‘brengt voort’ betekenen.

Wij kiezen ‘boogschutter die alles verwondt’.

De betekenis is onzeker.

11Zoals een hond terugkeert naar zijn braaksel, zo herhaalt een dwaas zijn zotheid.
כְּ֭כֶלֶב
(kekhelev)
zoals een hond
שָׁ֣ב
(shav)
die terugkeert
עַל
(al)
naar
קֵא֑וֹ
(qeo)
zijn braaksel
כְּ֝סִ֗יל
(kesil)
een dwaas
שׁוֹנֶ֥ה
(shone)
die herhaalt
בְאִוַּלְתּֽוֹ
(beivalto)
zijn zotheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook 2 Petr. 2:22.

12Heb je een man gezien die wijs is in zijn eigen ogen? Er is meer hoop voor een dwaas dan voor hem.
רָאִ֗יתָ
(raita)
je hebt gezien
אִ֭ישׁ
(ish)
man
חָכָ֣ם
(chakham)
wijs
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
תִּקְוָ֖ה
(tiqva)
hoop
לִכְסִ֣יל
(likhsil)
voor een dwaas
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
dan voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Spr. 29:20.

13De luiaard zegt: „Een leeuw op de weg! Een leeuw tussen de pleinen!”
אָמַ֣ר
(amar)
zegt
עָ֭צֵל
(atsel)
de luiaard
שַׁ֣חַל
(shachal)
een leeuw
בַּדָּ֑רֶךְ
(badarekh)
op de weg
אֲ֝רִ֗י
(ari)
een leeuw
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
הָרְחֹבֽוֹת
(harechovot)
de pleinen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁחַל (shachal), ‘leeuw’: een naam voor een jonge of sterke leeuw.

Vergelijk Spr. 22:13.

14De deur draait op haar scharnier, en de luiaard op zijn bed.
הַ֭דֶּלֶת
(hadelet)
de deur
תִּסּ֣וֹב
(tisov)
draait
עַל
(al)
op
צִירָ֑הּ
(tsirah)
haar scharnier
וְ֝עָצֵ֗ל
(veatsel)
en de luiaard
עַל
(al)
op
מִטָּתֽוֹ
(mitato)
zijn bed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15De luiaard steekt zijn hand in de schotel; hij is te moe om haar weer naar zijn mond te brengen.
טָ֘מַ֤ן
(taman)
heeft gestoken
עָצֵ֣ל
(atsel)
de luiaard
יָ֭דוֹ
(yado)
zijn hand
בַּצַּלָּ֑חַת
(batsalachat)
in de schotel
נִ֝לְאָ֗ה
(nila)
is te moe
לַֽהֲשִׁיבָ֥הּ
(lahashivah)
om haar terug te brengen
אֶל
(el)
naar
פִּֽיו
(piv)
zijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk Spr. 19:24.

Daar staat het eerste deel gelijk, maar het slot is anders.

צַּלָּחַת (tsallachat), ‘schotel’: een schaal waaruit men at.

Zie ookSpr 19:24
16De luiaard is in zijn eigen ogen wijzer dan zeven die met oordeel antwoorden.
חָכָ֣ם
(chakham)
wijs
עָצֵ֣ל
(atsel)
de luiaard
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
מִ֝שִּׁבְעָ֗ה
(mishiva)
dan zeven
מְשִׁ֣יבֵי
(meshivei)
die antwoorden
טָֽעַם
(taam)
met oordeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טַעַם (ta’am), ‘oordeel’: letterlijk ‘smaak’; ook ‘verstand’ of ‘reden’.

17Een hond bij de oren grijpen: zo is wie voorbijkomt en zich opwindt over een geschil dat niet van hem is.
מַחֲזִ֥יק
(machaziq)
wie vastgrijpt
בְּאָזְנֵי
(beazenei)
bij de oren van
כָ֑לֶב
(kalev)
een hond
עֹבֵ֥ר
(over)
wie voorbijgaat
מִ֝תְעַבֵּ֗ר
(mitaber)
die zich opwindt
עַל
(al)
over
רִ֥יב
(riv)
een geschil
לֹּֽא
(lo)
niet
לֽוֹ
(lo)
van hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִיב (riv), ‘geschil’.

Wie zich mengt in andermans twist, is als iemand die een hond bij de oren pakt: hij kan niet loslaten en wordt gebeten.

18Als een waanzinnige die vuurbranden, pijlen en dood afschiet,
כְּֽ֭מִתְלַהְלֵהַּ
(kemitlahleha)
zoals een waanzinnige
הַיֹּרֶ֥ה
(hayore)
die schiet
זִקִּ֗ים
(ziqim)
vuurbranden
חִצִּ֥ים
(chitsim)
pijlen
וָמָֽוֶת
(vamavet)
en dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זִקִּים (ziqqim), ‘vuurbranden’: brandende stukken hout of vuurpijlen.

De betekenis is niet helemaal zeker.

מִתְלַהְלֵהַּ (mitlahleah), ‘waanzinnige’: iemand die zich gek of dol gedraagt; het woord komt alleen hier voor.

Vers 18 en 19 vormen één zin.

19zo is een man die zijn naaste bedriegt en zegt: „Ik maak toch maar een grapje?”
כֵּֽן
(ken)
zo
אִ֭ישׁ
(ish)
man
רִמָּ֣ה
(rima)
die bedriegt
אֶת
(et)
(obj.)
רֵעֵ֑הוּ
(reehu)
zijn naaste
וְ֝אָמַ֗ר
(veamar)
en zegt
הֲֽלֹא
(halo)
immers niet
מְשַׂחֵ֥ק
(mesacheq)
speel/grap makend
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Zonder hout dooft het vuur, en zonder roddelaar wordt de twist stil.
בְּאֶ֣פֶס
(beefes)
bij gebrek aan
עֵ֭צִים
(etsim)
hout
תִּכְבֶּה
(tikhbe)
dooft
אֵ֑שׁ
(esh)
vuur
וּבְאֵ֥ין
(uveein)
en bij het ontbreken van
נִ֝רְגָּ֗ן
(nirgan)
een roddelaar
יִשְׁתֹּ֥ק
(yishtoq)
wordt stil
מָדֽוֹן
(madon)
twist
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Houtskool voor gloeiende kolen en hout voor vuur: zo is een twistziek man om een geschil aan te wakkeren.
פֶּחָ֣ם
(pecham)
houtskool
לְ֭גֶחָלִים
(legechalim)
voor kolen
וְעֵצִ֣ים
(veetsim)
en hout
לְאֵ֑שׁ
(leesh)
voor vuur
וְאִ֥ישׁ
(veish)
en een man van
מִ֝דְיָנִ֗ים
(midyanim)
twisten
לְחַרְחַר
(lecharchar)
om aan te wakkeren
רִֽיב
(riv)
geschil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft מדונים (madonim); het gelezen woord (qere) מִדְיָנִים (midyanim).

De betekenis is gelijk.

22De woorden van een roddelaar zijn als lekkernijen, en zij dalen af in de kamers van de buik.
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
woorden van
נִ֭רְגָּן
(nirgan)
een roddelaar
כְּמִֽתְלַהֲמִ֑ים
(kemitlahamim)
als lekkernijen
וְ֝הֵ֗ם
(vehem)
en zij
יָרְד֥וּ
(yaredu)
dalen af
חַדְרֵי
(chadrei)
kamers van
בָֽטֶן
(baten)
buik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is gelijk aan Spr. 18:8.

נִרְגָּן (nirgan), ‘roddelaar’: iemand die fluistert en kwaad verspreidt.

כְּמִתְלַהֲמִים (kemitlahamim), ‘als lekkernijen’: het woord komt alleen hier en in Spr. 18:8 voor en is van een werkwoord dat ‘gulzig slikken’ betekent. De betekenis is onzeker.

23Zilverschuim als laag over een potscherf: vurige lippen en een kwaad hart.
כֶּ֣סֶף
(kesef)
zilver van
סִ֭יגִים
(sigim)
schuim
מְצֻפֶּ֣ה
(metsupe)
overtrokken
עַל
(al)
over
חָ֑רֶשׂ
(chares)
een potscherf
שְׂפָתַ֖יִם
(sefatayim)
lippen
דֹּלְקִ֣ים
(doleqim)
brandend
וְלֶב
(velev)
en een hart
רָֽע
(ra)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דֹּלְקִים (dolqim), ‘vurig’: letterlijk ‘brandend’.

Sommige oude vertalingen hebben ‘gladde’ lippen.

Wij volgen de Masoretische tekst.

לֶב רָע (lev ra), ‘een kwaad hart’: een hart dat kwaad zint. Vergelijk Spr. 25:20.

24Met zijn lippen maakt wie haat zich onkenbaar, maar in zijn binnenste legt hij bedrog weg.
בִּ֭שְׂפָתָיו
(bisfatav)
met zijn lippen
יִנָּכֵ֣ר
(yinakher)
maakt zich onkenbaar
שׂוֹנֵ֑א
(sone)
wie haat
וּ֝בְקִרְבּ֗וֹ
(uveqirbo)
en in zijn binnenste
יָשִׁ֥ית
(yashit)
legt hij neer
מִרְמָֽה
(mirma)
bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִנָּכֵר (yinnaker), ‘maakt zich onkenbaar’: ook ‘wordt herkend’ of ‘doet vreemd’.

Lezing

De ketiv heeft בשפתו (besefato), ‘met zijn lip’, enkelvoud; de qere heeft ‘met zijn lippen’.

De betekenis is gelijk.

25Als hij zijn stem vriendelijk laat klinken, geloof hem niet, want zeven gruwelen zijn in zijn hart.
כִּֽי
(ki)
als
יְחַנֵּ֣ן
(yechanen)
maakt vriendelijk
ק֭וֹלוֹ
(qolo)
zijn stem
אַל
(al)
niet
תַּֽאֲמֶן
(taamen)
geloof
בּ֑וֹ
(bo)
hem
כִּ֤י
(ki)
want
שֶׁ֖בַע
(sheva)
zeven
תּוֹעֵב֣וֹת
(toevot)
gruwelen
בְּלִבּֽוֹ
(belibo)
in zijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְחַנֵּן (yechannen), ‘maakt vriendelijk’: van חֵן (chen), ‘gunst’.

שֶׁבַע תּוֹעֵבוֹת (sheva to’evot), ‘zeven gruwelen’: een volle (complete) hoeveelheid.

26Haat kan zich bedekken met bedrog, maar zijn kwaad wordt onthuld in de vergadering.
תִּכַּסֶּ֣ה
(tikase)
wordt bedekt
שִׂ֭נְאָה
(sina)
haat
בְּמַשָּׁא֑וֹן
(bemashaon)
met bedrog
תִּגָּלֶ֖ה
(tigale)
wordt onthuld
רָעָת֣וֹ
(raato)
zijn kwaad
בְקָהָֽל
(beqahal)
in de vergadering
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַשָּׁאוֹן (massha’on), ‘bedrog’: een woord dat alleen hier voorkomt; de betekenis is onzeker.

27Wie een kuil graaft, zal erin vallen, en wie een steen wentelt, op hem keert hij terug.
כֹּֽרֶה
(kore)
wie graaft
שַּׁ֭חַת
(shachat)
kuil
בָּ֣הּ
(bah)
erin
יִפֹּ֑ל
(yipol)
zal vallen
וְגֹ֥לֵ֥ל
(vegolel)
en wie rolt
אֶ֝בֶן
(even)
steen
אֵלָ֥יו
(elav)
naar hem
תָּשֽׁוּב
(tashuv)
keert terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Ps. 7:16–17 en Ps. 9:16.

28Een tong van leugen haat wie ze heeft verbrijzeld, en een gladde mond bewerkt een val.
לְֽשׁוֹן
(leshon)
tong van
שֶׁ֭קֶר
(sheqer)
leugen
יִשְׂנָ֣א
(yisna)
haat
דַכָּ֑יו
(dakav)
zijn verbrijzelden
וּפֶ֥ה
(ufe)
en mond
חָ֝לָ֗ק
(chalaq)
glad
יַעֲשֶׂ֥ה
(yaase)
maakt
מִדְחֶֽה
(midche)
ondergang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דַּכָּיו (dakkav), ‘wie ze heeft verbrijzeld’: letterlijk ‘haar verbrijzelden’, de slachtoffers van de tong.

De betekenis kan ook zijn: ‘haat degenen aan wie ze het leed doet’.

מִדְחֶה (midcheh), ‘val’: ook ‘ondergang’ of ‘struikeling’.