Open in de app Alle boeken Spreuken ← 25 27 → Spreuken 26 Over dwazen, luiaards en twistzoekers
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1 Zoals sneeuw in de zomer en zoals regen in de oogst, zo past eer niet bij een dwaas.
כַּשֶּׁ֤לֶג
(kasheleg)
zoals sneeuw
בַּקַּ֗יִץ
(baqayits)
in de zomer
וְכַמָּטָ֥ר
(vekhamatar)
en zoals regen
בַּקָּצִ֑יר
(baqatsir)
in de oogst
לִכְסִ֣יל
(likhsil)
bij een dwaas
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’: wie weigert te leren.
Het woord staat in dit hoofdstuk steeds als ‘dwaas’.
אֱוִיל (evil) is ‘zot’ (zie Spr. 27:3 en 27:22).
כָּבוֹד (kavod), hier ‘eer’ (bij een persoon).
2 Zoals een mus rondzwerft en zoals een zwaluw rondvliegt, zo komt een vloek zonder reden bij hem.
כַּצִּפּ֣וֹר
(katsipor)
zoals een mus
לָ֭נוּד
(lanud)
om rond te zwerven
כַּדְּר֣וֹר
(kaderor)
zoals een zwaluw
לָע֑וּף
(lauf)
om te vliegen
קִֽלְלַ֥ת
(qillat)
vloek van
חִ֝נָּ֗ם
(chinam)
zonder reden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
De ketiv (geschreven tekst) heeft לֹא (lo), ‘niet’: ‘zo komt een vloek zonder reden niet’.
De qere (voorgelezen tekst) heeft לוֹ (lo), ‘bij hem’.
Wij volgen de qere.
Met de ketiv betekent het vers dat een onverdiende vloek niet aankomt, zoals een vogel niet neerstrijkt.
3 Een zweep voor het paard, een bit voor de ezel, en een stok voor de rug van dwazen.
לַ֭סּוּס
(lasus)
voor het paard
לַחֲמ֑וֹר
(lachamor)
voor de ezel
וְ֝שֵׁ֗בֶט
(veshevet)
en stok
לְגֵ֣ו
(legev)
voor de rug van
כְּסִילִֽים
(kesilim)
dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4 Antwoord een dwaas niet naar zijn zotheid, anders word je zelf ook aan hem gelijk.
כְּאִוַּלְתּ֑וֹ
(keivalto)
naar zijn zotheid
תִּשְׁוֶה
(tishve)
word je gelijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אִוֶּלֶת (ivvelet), ‘zotheid’: verwant aan אֱוִיל (evil), ‘zot’; hier wordt ze toegeschreven aan de כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’.
De verzen 4 en 5 staan direct achter elkaar, met dezelfde woorden en tegengestelde raad.
Wij vertalen beide letterlijk.
5 Antwoord een dwaas naar zijn zotheid, anders wordt hij wijs in zijn eigen ogen.
כְּאִוַּלְתּ֑וֹ
(keivalto)
naar zijn zotheid
בְּעֵינָֽיו
(beeinav)
in zijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Voeten afhakken, geweld drinken: zo is wie boodschappen stuurt door de hand van een dwaas.
מְקַצֶּ֣ה
(meqatse)
wie afhakt
רַ֭גְלַיִם
(raglayim)
voeten
שֹׁלֵ֖חַ
(sholeach)
wie stuurt
דְּבָרִ֣ים
(devarim)
woorden
בְּיַד
(beyad)
door de hand van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Beide beelden (‘voeten afhakken’, ‘geweld drinken’) betekenen dat wie een dwaas als bode kiest, zichzelf schade toebrengt.
7 De benen van een kreupele hangen slap, en zo is een spreuk in de mond van dwazen.
דַּלְי֣וּ
(dalyu)
hangen slap
מִפִּסֵּ֑חַ
(mipiseach)
van de kreupele
וּ֝מָשָׁ֗ל
(umashal)
en een spreuk
בְּפִ֣י
(befi)
in de mond van
כְסִילִֽים
(kesilim)
dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דַּלְיוּ (dalyu), ‘hangen slap’: letterlijk ‘zijn opgehaald’ of ‘bungelen’.
De betekenis is onzeker.
מָשָׁל (mashal), ‘spreuk’: een gezegde of vergelijking.
Vergelijk vers 9.
8 Als een steen, vastgebonden in een slinger, zo is wie een dwaas eer geeft.
כִּצְר֣וֹר
(kitsror)
als een bundel
בְּמַרְגֵּמָ֑ה
(bemargema)
in een slinger
לִכְסִ֣יל
(likhsil)
aan een dwaas
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּמַרְגֵּמָה (bemargemah), ‘in een slinger’: het woord komt alleen hier voor.
Het kan ook ‘op een steenhoop’ betekenen.
Dan is het beeld: een bundel edelstenen op een stapel stenen, of een steen die in een slinger wordt vastgebonden en zo niet kan vliegen.
De betekenis is onzeker.
9 Een doorn die in de hand van een dronkaard dringt, en zo is een spreuk in de mond van dwazen.
בְיַד
(beyad)
in de hand van
שִׁכּ֑וֹר
(shikor)
een dronkaard
וּ֝מָשָׁ֗ל
(umashal)
en een spreuk
בְּפִ֣י
(befi)
in de mond van
כְסִילִֽים
(kesilim)
dwazen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Een boogschutter die alles verwondt: zo is wie een dwaas inhuurt en wie voorbijgangers inhuurt.
רַ֥ב
(rav)
een boogschutter
מְחֽוֹלֵֽל
(mecholel)
die verwondt
וְשֹׂכֵ֥ר
(vesokher)
en wie inhuurt
כְּ֝סִ֗יל
(kesil)
een dwaas
וְשֹׂכֵ֥ר
(vesokher)
en wie inhuurt
עֹבְרִֽים
(overim)
voorbijgangers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers is moeilijk.
רַב (rav) kan ‘boogschutter’, ‘meester’ of ‘veel’ betekenen; מְחוֹלֵל (mecholel) kan ‘verwondt’ of ‘brengt voort’ betekenen.
Wij kiezen ‘boogschutter die alles verwondt’.
De betekenis is onzeker.
11 Zoals een hond terugkeert naar zijn braaksel, zo herhaalt een dwaas zijn zotheid.
כְּ֭כֶלֶב
(kekhelev)
zoals een hond
שָׁ֣ב
(shav)
die terugkeert
כְּ֝סִ֗יל
(kesil)
een dwaas
שׁוֹנֶ֥ה
(shone)
die herhaalt
בְאִוַּלְתּֽוֹ
(beivalto)
zijn zotheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zie ook 2 Petr. 2:22.
12 Heb je een man gezien die wijs is in zijn eigen ogen? Er is meer hoop voor een dwaas dan voor hem.
רָאִ֗יתָ
(raita)
je hebt gezien
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
לִכְסִ֣יל
(likhsil)
voor een dwaas
מִמֶּֽנּוּ
(mimenu)
dan voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Spr. 29:20.
13 De luiaard zegt: „Een leeuw op de weg! Een leeuw tussen de pleinen!”
שַׁ֣חַל
(shachal)
een leeuw
בַּדָּ֑רֶךְ
(badarekh)
op de weg
הָרְחֹבֽוֹת
(harechovot)
de pleinen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שַׁחַל (shachal), ‘leeuw’: een naam voor een jonge of sterke leeuw.
Vergelijk Spr. 22:13.
14 De deur draait op haar scharnier, en de luiaard op zijn bed.
הַ֭דֶּלֶת
(hadelet)
de deur
צִירָ֑הּ
(tsirah)
haar scharnier
וְ֝עָצֵ֗ל
(veatsel)
en de luiaard
מִטָּתֽוֹ
(mitato)
zijn bed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 De luiaard steekt zijn hand in de schotel; hij is te moe om haar weer naar zijn mond te brengen.
טָ֘מַ֤ן
(taman)
heeft gestoken
בַּצַּלָּ֑חַת
(batsalachat)
in de schotel
לַֽהֲשִׁיבָ֥הּ
(lahashivah)
om haar terug te brengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vergelijk Spr. 19:24.
Daar staat het eerste deel gelijk, maar het slot is anders.
צַּלָּחַת (tsallachat), ‘schotel’: een schaal waaruit men at.
16 De luiaard is in zijn eigen ogen wijzer dan zeven die met oordeel antwoorden.
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
מִ֝שִּׁבְעָ֗ה
(mishiva)
dan zeven
מְשִׁ֣יבֵי
(meshivei)
die antwoorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
טַעַם (ta’am), ‘oordeel’: letterlijk ‘smaak’; ook ‘verstand’ of ‘reden’.
17 Een hond bij de oren grijpen: zo is wie voorbijkomt en zich opwindt over een geschil dat niet van hem is.
מַחֲזִ֥יק
(machaziq)
wie vastgrijpt
בְּאָזְנֵי
(beazenei)
bij de oren van
עֹבֵ֥ר
(over)
wie voorbijgaat
מִ֝תְעַבֵּ֗ר
(mitaber)
die zich opwindt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רִיב (riv), ‘geschil’.
Wie zich mengt in andermans twist, is als iemand die een hond bij de oren pakt: hij kan niet loslaten en wordt gebeten.
18 Als een waanzinnige die vuurbranden, pijlen en dood afschiet,
כְּֽ֭מִתְלַהְלֵהַּ
(kemitlahleha)
zoals een waanzinnige
הַיֹּרֶ֥ה
(hayore)
die schiet
זִקִּ֗ים
(ziqim)
vuurbranden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
זִקִּים (ziqqim), ‘vuurbranden’: brandende stukken hout of vuurpijlen.
De betekenis is niet helemaal zeker.
מִתְלַהְלֵהַּ (mitlahleah), ‘waanzinnige’: iemand die zich gek of dol gedraagt; het woord komt alleen hier voor.
Vers 18 en 19 vormen één zin.
19 zo is een man die zijn naaste bedriegt en zegt: „Ik maak toch maar een grapje?”
רִמָּ֣ה
(rima)
die bedriegt
רֵעֵ֑הוּ
(reehu)
zijn naaste
מְשַׂחֵ֥ק
(mesacheq)
speel/grap makend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 Zonder hout dooft het vuur, en zonder roddelaar wordt de twist stil.
בְּאֶ֣פֶס
(beefes)
bij gebrek aan
וּבְאֵ֥ין
(uveein)
en bij het ontbreken van
נִ֝רְגָּ֗ן
(nirgan)
een roddelaar
יִשְׁתֹּ֥ק
(yishtoq)
wordt stil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21 Houtskool voor gloeiende kolen en hout voor vuur: zo is een twistziek man om een geschil aan te wakkeren.
לְ֭גֶחָלִים
(legechalim)
voor kolen
וְעֵצִ֣ים
(veetsim)
en hout
וְאִ֥ישׁ
(veish)
en een man van
מִ֝דְיָנִ֗ים
(midyanim)
twisten
לְחַרְחַר
(lecharchar)
om aan te wakkeren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het geschreven woord (ketiv) heeft מדונים (madonim); het gelezen woord (qere) מִדְיָנִים (midyanim).
De betekenis is gelijk.
22 De woorden van een roddelaar zijn als lekkernijen, en zij dalen af in de kamers van de buik.
דִּבְרֵ֣י
(divrei)
woorden van
נִ֭רְגָּן
(nirgan)
een roddelaar
כְּמִֽתְלַהֲמִ֑ים
(kemitlahamim)
als lekkernijen
חַדְרֵי
(chadrei)
kamers van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers is gelijk aan Spr. 18:8.
נִרְגָּן (nirgan), ‘roddelaar’: iemand die fluistert en kwaad verspreidt.
כְּמִתְלַהֲמִים (kemitlahamim), ‘als lekkernijen’: het woord komt alleen hier en in Spr. 18:8 voor en is van een werkwoord dat ‘gulzig slikken’ betekent. De betekenis is onzeker.
23 Zilverschuim als laag over een potscherf: vurige lippen en een kwaad hart.
מְצֻפֶּ֣ה
(metsupe)
overtrokken
חָ֑רֶשׂ
(chares)
een potscherf
שְׂפָתַ֖יִם
(sefatayim)
lippen
דֹּלְקִ֣ים
(doleqim)
brandend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דֹּלְקִים (dolqim), ‘vurig’: letterlijk ‘brandend’.
Sommige oude vertalingen hebben ‘gladde’ lippen.
Wij volgen de Masoretische tekst.
לֶב רָע (lev ra), ‘een kwaad hart’: een hart dat kwaad zint. Vergelijk Spr. 25:20.
24 Met zijn lippen maakt wie haat zich onkenbaar, maar in zijn binnenste legt hij bedrog weg.
בִּ֭שְׂפָתָיו
(bisfatav)
met zijn lippen
יִנָּכֵ֣ר
(yinakher)
maakt zich onkenbaar
וּ֝בְקִרְבּ֗וֹ
(uveqirbo)
en in zijn binnenste
יָשִׁ֥ית
(yashit)
legt hij neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יִנָּכֵר (yinnaker), ‘maakt zich onkenbaar’: ook ‘wordt herkend’ of ‘doet vreemd’.
Lezing
De ketiv heeft בשפתו (besefato), ‘met zijn lip’, enkelvoud; de qere heeft ‘met zijn lippen’.
De betekenis is gelijk.
25 Als hij zijn stem vriendelijk laat klinken, geloof hem niet, want zeven gruwelen zijn in zijn hart.
יְחַנֵּ֣ן
(yechanen)
maakt vriendelijk
תּוֹעֵב֣וֹת
(toevot)
gruwelen
בְּלִבּֽוֹ
(belibo)
in zijn hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יְחַנֵּן (yechannen), ‘maakt vriendelijk’: van חֵן (chen), ‘gunst’.
שֶׁבַע תּוֹעֵבוֹת (sheva to’evot), ‘zeven gruwelen’: een volle (complete) hoeveelheid.
26 Haat kan zich bedekken met bedrog, maar zijn kwaad wordt onthuld in de vergadering.
תִּכַּסֶּ֣ה
(tikase)
wordt bedekt
בְּמַשָּׁא֑וֹן
(bemashaon)
met bedrog
תִּגָּלֶ֖ה
(tigale)
wordt onthuld
רָעָת֣וֹ
(raato)
zijn kwaad
בְקָהָֽל
(beqahal)
in de vergadering
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַשָּׁאוֹן (massha’on), ‘bedrog’: een woord dat alleen hier voorkomt; de betekenis is onzeker.
27 Wie een kuil graaft, zal erin vallen, en wie een steen wentelt, op hem keert hij terug.
וְגֹ֥לֵ֥ל
(vegolel)
en wie rolt
תָּשֽׁוּב
(tashuv)
keert terug
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zie ook Ps. 7:16–17 en Ps. 9:16.
28 Een tong van leugen haat wie ze heeft verbrijzeld, en een gladde mond bewerkt een val.
דַכָּ֑יו
(dakav)
zijn verbrijzelden
מִדְחֶֽה
(midche)
ondergang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
דַּכָּיו (dakkav), ‘wie ze heeft verbrijzeld’: letterlijk ‘haar verbrijzelden’, de slachtoffers van de tong.
De betekenis kan ook zijn: ‘haat degenen aan wie ze het leed doet’.
מִדְחֶה (midcheh), ‘val’: ook ‘ondergang’ of ‘struikeling’.